De klant is koning. Toch?

Pieter Hogendoorn (47) is docent e-marketing aan de Hanzehogeschool Groningen. In zijn vrije tijd speelt hij basgitaar en werkt hij mee aan de ontwikkeling van een ‘state of the art’ Learning Content Management System.

Een lange periode van alleenheerschappij van Windows is aan het afkalven. Niet alleen in het bedrijfsleven, maar ook in het onderwijs. Ik zie veel studenten met Apple laptops, iPads en Android toestellen. En ook management en directie is massaal “aan de iPad”. Alleen de IT-bazen  blijven stug volhouden dat gebruikers zeer gehecht zijn aan Windows. En dat een overstap op andere systemen veel te moeilijk is voor ze ……terwijl om hun heen diezelfde gebruikers fluitend hun Apples en Androids tevoorschijn halen.

Studenten nemen zelfs hun eigen virtuele werk-omgeving mee. Ze laten Blackboard, Sharepoint en Outlook links liggen, systemen waaraan HBO-instellingen vele tonnen spenderen. Omdat ze die onplezierig vinden werken. Een student zei tegen me: “Nee, wij kijken nooit op Blackboard. Aan het begin van de cursus downloadt iedereen de bestanden van Blackboard en zet die in zijn Dropbox. En daarna houdt 1 persoon van onze projectgroep Blackboard en Sharepoint in de gaten. Als er daar iets boeiends wordt gemeld, dan plaatst hij dat op Facebook”.  Ook bij docenten zie ik de Google Docs pagina’s oprukken, de Facebookgroepen, de WikiSpaces. De beste reactie van de instellingen zou natuurlijk zijn om de eigen systemen beter te laten aansluiten bij de wensen van gebruikers. Helaas schieten sommige in de reflex van waarschuwen (privacy!) of verbieden (“geen materiaal op openbare sites plaatsen”). Gelukkig gaan ze niet zover als sommige overheidsinstellingen, die Facebook en GMail afsloten – waarna overigens het aantal thuiswerkende personeelsleden fors toenam.

De reactie van van een aantal universiteiten om met GMail en Google Docs te gaan werken is een betere zet. Zie  http://www.emerce.nl/nieuws/nederlandse-universiteiten-google-apps   Overigens biedt ook Microsoft met Office 365 een soortgelijke oplossing.  Ik deel wel de zorgen over de privacy bij deze cloud-oplossingen. Maar ook de huidige situatie is niet ideaal: Windows bevat afluister-”backdoors” en de gebruikersvoorwaarden van Apple en Microsoft geven aan dat gebruikers kunnen worden gemonitord en dat die gegevens worden gedeeld met “partners”. Heb ik nooit bezwaren over gehoord uit onderwijs- of overheidsland. Als de bezwaarmakers tegen de cloud consequent zijn, moeten ze massaal overstappen op Linux en open source software. Ik zelf heb dat al jaren geleden gedaan, trouwens, tot volle tevredenheid. Maar als ik dit bespreek met de IT-afdeling vindt mij een mafkees. Linux? Ben ik gek geworden? Iedereen weet toch dat Windows de standaard is en dat gebruikers daar erg aan gehecht zijn?

#

Stichting Pro, of Stichting Retro?

Pieter Hogendoorn (47) is docent e-marketing aan de Hanzehogeschool Groningen. In zijn vrije tijd speelt hij basgitaar en werkt hij mee aan de ontwikkeling van een ‘state of the art’ Learning Content Management System.

Dit is een column over auteursrechten, hogescholen en het internet. De hogescholen in Nederland kennen de ‘reader-regeling’, waarin is afgesproken dat de scholen, tegen een vaste afkoop-som, korte fragementen van auteursrechtelijk beschermd materiaal mogen overnemen. De Stichting Pro voert namens de rechthebbenden die regeling uit. Overschrijdt een school de regels, dan krijgt ze een forse boete. Die wordt berekend op basis van de mate van overschrijding (aantal woorden en afbeeldingen boven de norm)  x de oplage. De oplage is dan het aantal gedrukte readers. Of bij digitaal materiaal: het aantal mensen dat toegang heeft tot de cursus-site. Het gaat om vele tonnen aan boetes per HBO-instelling, en dat is een hoger bedrag dan de afkoopregeling zelf……

Naarmate we meer digitaliseren wordt dit een groter probleem. Want de Stichting Pro behandelt digitaal materiaal net zo als papieren materiaal. Maar er zijn veel problemen bij het 1-op-1 omzetten van wetten voor papier naar de digitale wereld. Zoals de definitie van oplage. Stichting Pro schrijft: “De oplage van digitaal gepubliceerd onderwijsmateriaal is het aantal studenten dat toegang heeft tot het elektronische stuk. Het is daarbij niet van belang of de studenten dit artikel daadwerkelijk inkijken: dat is bij papieren readers niet anders.  Als u op de kosten let, is het daarom van belang dat u een zo klein mogelijke eenheid toegang geeft tot uw digitale materiaal [....]  u ontvangt een factuur maal het aantal pagina’s maal de oplage.”

Hiertegen heb ik een principieel bezwaar en een praktisch. Principeel:  ik werk niet bij de KGB, maar bij een onderwijsinstelling, en mijn doel is juist om zo veel mogelijk mensen toegang te geven tot kennis. Praktisch: de definitie van “oplage”. Stel, ik plaats op een openbaar toegangelijke site beschermd materiaal wat me op een boete van € 10,- per ‘publicatie’ komt te staan. Wat is nu de “oplage”? Volgens PRO het aantal mensen dat de website *kan* inzien. Er zijn 1 miljard mensen die toegang tot internet hebben, dus is de boete dan € 10 miljard euro? Of moeten we kijken naar het aantal Nederlandstaligen met internettoegang (zeg: 10 miljoen mensen), en wordt de boete dan slechts € 100 miljoen? Of moeten we toch (in strijd met de ferme woorden van Pro) kijken naar het aantal unieke pageviews van die site? Wie moet dat meten, en op welk moment?  Op deze en andere technische vragen heb ik ondanks aandringen nooit een inhoudelijk antwoord van Stichting Pro gekregen. En het gaat wel ergens over: ik wil kennis verspreiden (valorisatie, rol van het HBO in de regionale economie) maar ik wil niet het risico lopen op torenhoge boetes.

De informatie die Stichting Pro wel geeft, is  bovendien regelmatig aantoonbaar onjuist. Eigenlijk moet voor ieder materiaal worden betaald, zegt Pro. Dat is onjuist. Veel kennis behoort inmiddels tot het publieke domein, als de auteur daaraan niets oorspronkelijk toevoegt is die publicatie niet beschermd en mag er vrijelijk uit worden gekopieerd. Daarnaast zijn er licenties als Creative Commons, zoals gebruikt door onder meer Wikipedia. Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Creative_Commons en http://creativecommons.nl/licenties/uitleg/   Onder die licenties mag er meestal vrij worden gekopieerd, mits met bronvermelding. Ook Open Access-tijdschriften maken van dat soort licenties gebruik. Open Access wordt gesteund door onder meer de HBO Raad, de VSNU, NWO en KNAW. Zie onder andere www.surffoundation.nl/nl/themas/openonderzoek/OpenAccess/Pages/Default.aspx   Maar Stichting Pro besteedt hier geen woord aan en geeft doodleuk verkeerde informatie. Wat ik van het HBO dan weer niet begrijp, is dat ze enerzijds Open Access steunen, maar anderzijds een overeenkomst met PRO tekenen die daar naar letter en geest haaks op staat.

Gelukkig wil Neelie Kroes de beuk er in gooien. Ze constateert dat het auteursrecht in de huidige vorm een blokkade vormt. “Sinds het ontstaan van het geschreven woord zijn er drie grote technologische revoluties geweest die de verspreiding van cultuur beïnvloed hebben. Eerst de drukpers, ten tweede de industriële revolutie, ten derde de informatie- en communicatietechnologie revolutie. […] Dit biedt geweldige mogelijkheid, maar de handhavers van het auteursrecht in zijn huidige vorm laten het hier afweten.

Ik stel daarom voor dat het HBO het contract met de Stichting Pro opzegt.

#

Zijn hogescholen kennisinstellingen?

Pieter Hogendoorn (47) is docent e-marketing aan de Hanzehogeschool Groningen. In zijn vrije tijd speelt hij basgitaar en werkt hij mee aan de ontwikkeling van een ‘state of the art’ Learning Content Management System.

Zijn hogescholen kennisinstellingen? Traditioneel doelt men met dit woord op universiteiten, onderzoeksinstellingen en hogescholen, maar horen hogescholen eigenlijk wel thuis in dit rijtje? Ik werk zelf aan een HBO-instelling en ik zie heel weinig onderzoek, maar wel veel onderwijs. Onderwijs waarbij we bestaande kennis doorgeven aan onze studenten. De studenten kopen boeken van uitgevers, wij helpen ze om die boeken te lezen en begrijpen, en we sluiten dat alles af met een tentamen, een presentatie of werkstuk.  Natuurlijk zijn er daarnaast ook vakken waarbij het gaat om vaardigheden en beroepshouding, zoals gespreksvaardigheden, het kunnen verrichten van bepaalde handelingen en dergelijke, ik focus nu even op de  kennisvakken. In die kennisvakken is het HBO een doorgeefluik. Niet per se van de de laatste ontwikkelingen en wetenschappelijke inzichten, maar van datgene wat de uitgevers aanbieden. Niets ten nadele van de uitgevers: die maken veel goed materiaal, vaak ook in nauwe samenspraak met de beroepspraktijk en de onderwijsinstellingen. Bovendien is het maken van goed opgebouwd leermateriaal een moeilijke en tijdrovend klus – zoals iedere docent zal herkennen die wel eens zelf een syllabus of een boek heeft geschreven :-)

Maar toch – eigenlijk is het vreemd dat de hogescholen geen eigen materiaal maken. Een uitgever bouwt een fonds op, Wikipedia bouwt een wiki op, maar de hogescholen bouwen op dit moment niets op – De uitzondering is de Open Universiteit, die al sinds jaar en dag werkt met eigen geschreven modules. Als je jezelf kennisinstelling noemt, dan schept dat in mijn ogen een verplichting om ook zelf kennis in huis te hebben. Nu lijken hogescholen op toprestaurants die de bereiding van de maaltijden uitbesteden.

Eigen materiaal heeft als voordeel dat je een eigen “body of knowledge” en een eigen didactische aanpak opbouwt. Bij het opbouwen van die body of knowledge zouden hogescholen overigens best de expertise van uitgevers en auteurs kunnen inhuren, maar wel onder regie van de hogeschool. Een tweede voordeel van eigen materiaal is dat de instellingen op die manier een duidelijker profiel krijgen. Bijvoorbeeld: “als je studeert bij ons, werk je met onze eigen, alom geprezen leergang Chemische Technologie”.  Instellingen kunnen zich van elkaar onderscheiden en eigen invalshoeken kiezen. Dat zou een verrijking zijn en meer keuze bieden aan studenten.  Een derde voordeel is dat scholen minder afhankelijk zijn van de grillen van uitgevers en van auteursrechten-waakhonden. Stichting Pro heeft het nakijken en daar zullen maar weinigen rouwig om zijn. De school kan zelf bepalen onder welke licentie ze het materiaal willen uitbrengen (van “publiek domein”, via Creative Commons/ MIT-achtige licenties, tot aan het traditionele auteursrecht). De vele tonnen die scholen kwijt zijn aan afkoop van rechten en vooral aan boetes besparen ze zich. Een laatste voordeel ligt in het combineren en hergebruiken van kennis binnen een hogeschool. Als er een goed doorzoekbare kennisbank is met eigen materiaal, zonder auteursrechtelijke drempels, dan wordt het veel gemakkelijker om voort te bouwen op elkaars kennis en inspanningen.

Dus – zijn hogescholen kennisinstellingen? Mijn antwoord: nee, op dit moment zijn ze geen kennisinstelling maar doorgeefluik. Maar ze kunnen wel kennisinstelling worden!  Het opbouwen van een eigen kennisbank en eigen methodes lijkt mij een goede stap in die richting.

#

  • 2006- 2013 Vakblog – werken met informatie
    Powered by WordPress // Theme: Tatami by Elmastudio
Top