Europeana: museum, archief en bibliotheek voor het Europese culturele erfgoed

Daar waar je zoveel voorbeelden aantreft van digitale collecties en verzamelingen die grotendeels niet beschikbaar zijn voor hergebruik, sta ik eigenlijk te weinig stil bij de goede voorbeelden. Europeana is er daar eentje van.

Europeana is an internet portal that acts as an interface to millions of books, paintings, films, museum objects and archival records that have been digitised throughout Europe. Among professionals in the heritage sector, Europeana is also a platform for knowledge exchange that promotes collaboration between librarians, curators, archivists and the creative industries.

Een werkelijk prachtige verzameling cultureel erfgoed uit geheel Europa die vele eeuwen teruggaat en een bijzondere blik geeft in ons eigen verleden. En dat verleden moet zo laagdrempelig en zo open mogelijk toegankelijk zijn voor iedereen. Vorige week maakte Europeana bekend dat alle records van de ruim 20 miljoen boeken, foto’s, films en overige objecten -de metadata- vrijgegeven zijn onder een Creative Commons 0 (Public Domain Dedication) licentie. Dit betekent dat de beschrijvingen, de samenvattingen enz vrij zijn van rechten en dat je ze mag (her)gebruiken zoals je dat wilt.

De foto’s, afbeeldingen, kaarten en (foto’s van) schilderijen zijn zelf niet allemaal rechtenvrij. Een groot deel is vrij toegankelijk met een ‘Free Access’ logo maar de rechten kunnen per foto verschillen en je moet dan bij de eigenaar van een dergelijk item zijn om dit te achterhalen. Echter, je vindt ook heel veel items terug die een Public Domain of CC0 licentie hebben en die je dus wel kunt gebruiken. Voor een blogpost bijvoorbeeld of een presentatie. Of voor wat je maar wil.

Het goede voorbeeld van Europeana doet hopelijk ook anderen volgen.

#

Over informatiebronnen toegankelijk maken in een hogeschoolbibliotheek

Natuurlijk schaffen we al jaren digitale informatiebronnen aan ten behoeve van het onderwijs. Dat waren in het verleden vooral databanken die op verzoek van enkele personen uit opleidingen aangeschaft en aangeboden werden aan alle studenten. Dat was leuk toen er relatief weinig databanken waren die ook niet al te duur waren. Dat was ook te doen toen informatiebronnen relatief eenduidig en op vergelijkbare manier aangeboden konden worden. Die tijd is echter wel voorbij en met de enorme groei in het aanbod van digitale informatiebronnen is het in de verste verte niet meer werkbaar en betaalbaar om aanbodgericht deze bronnen beschikbaar te maken voor het onderwijs.

Voor een hogeschoolbibliotheek is het ook niet nodig en wenselijk om een uitgebreide achtergrondcollectie te hebben. Natuurlijk willen we stiekem ook wel toegang tot miljoenen bronnen bieden maar dat is niet het streven. Bibliotheken hebben traditioneel een filterfunctie om die selectie aan te bieden uit het gigantische aanbod die relevant is voor hun gebruikers. Voor een hogeschoolbibliotheek zijn dat de informatiebronnen die ook in het onderwijs gebruikt worden of waar naar verwezen wordt. Dat klinkt wel heel vraaggericht natuurlijk maar in de praktijk is het niet zo zwart-wit om hier je collectiebeleid op af te stemmen.

Eerder deze week hadden we een goede discussie intern over criteria die we moeten gebruiken om te bepalen of een informatiebron door ons toegankelijk en beschikbaar gemaakt moet worden. Niet alleen of we er wat mee moeten maar ook of we er wat mee kunnen. Zelfs al wil het onderwijs expliciet bepaalde informatiebronnen, het is niet altijd handig of wenselijk om dit als bibliotheek ook mogelijk te maken. Al discussiërend kwamen we in elk geval uit op de volgende criteria die op een checklist hiervoor zouden moeten komen:

Gerelateerd aan het curriculum
Of een informatiebron voorgeschreven wordt, actief gebruikt wordt of op welke vorm en wijze dan ook een aantoonbare koppeling met het onderwijs heeft, dat is natuurlijk een eerste vereiste. Het is niet per se genoeg dat iets genoemd wordt, we willen eigenlijk ook actief en expliciet een afspraak hebben dat we het beschikbaar maken. En hoe we dat doen want idealiter moet het ook vanuit de digitale leeromgeving zelf beschikbaar zijn.

Licentiebeperkingen
Een bron maken we zelf natuurlijk niet, daar nemen we een licentie op. Daar hoort ook een kostenplaatje bij en vanzelfsprekend is dat ook een criterium die een eigen plekje op zo’n checklist verdient. In een licentieovereenkomst kunnen echter ook beperkingen opgenomen zijn die het niet qua inhoud maar wel qua randvoorwaarden onaantrekkelijk of onwenselijk maken dat we deze als hogeschoolbibliotheek afsluiten. De content zelf kan bijvoorbeeld niet in alle gevallen hergebruikt worden in een onderwijsmodule in een digitale leeromgeving. Of er is sprake van een beperkt aantal gelijktijdige gebruikers waardoor het niet bruikbaar is in groepsverband tijdens lessen. Soms wordt er nog door de leverancier gewerkt met een inlognaam/wachtwoord constructie waarbij de licentie verbiedt om deze te delen met anderen. Dan kan de bron nog zo relevant zijn, het is niet in te zetten in het onderwijs en daarmee heeft het ook geen plaats in onze collectie.

Beperkingen van de informatiebron
De content zelf heeft ook een interface met eigen functionaliteiten. Soms is dat echter een gebrek aan functionaliteiten als je kijkt naar wat het onderwijs eigenlijk zou willen met die content. Als vanuit een opleiding of een specifieke onderwijsmodule gevraagd wordt om enkele digitale tijdschriften die vervolgens alleen maar aangeboden worden als groot pakket samen met honderden andere tijdschriften, dan beschik je wel over de content die je wilt maar kun je die heel slecht (of zelfs soms helemaal niet) los beschikbaar maken. Als je docenten vraagt om studenten een handleidinkje mee te geven om *in* een informatiebron de benodigde content te vinden, dan wordt het tijd om alternatieven te overwegen. Datzelfde geldt ook voor al die ebookplatformen die de discussie bij ons ook aanwakkerden. Bijna al die platformen werken met Adobe DRM voor hun ebooks en in combinatie met het verplichte gebruik van Adobe Digital Editions en een eigen Adobe id voor alle klanten, betekent dit dat dergelijke platformen niet binnen de onderwijsinstelling gebruikt kunnen worden op de pc’s.

Ondersteuning door leverancier en bibliotheek
Het is een open deur maar nog steeds wordt er mijns inziens te weinig aandacht besteed aan afspraken mbt ondersteuning. Een goede helpdesk bij een leverancier die het overneemt van de verkoper die gouden bergen beloofde. Met stabiliteit als uitgangspunt: niet telkens de inhoud van je bron wijzigen want daar heeft het onderwijs last van als je halverwege een schooljaar titels verwijderd die actief gebruikt werden (iets dat leveranciers maar niet willen snappen). Leveranciers die geen drugsverkooppraktijken er op nahouden en na 1 of 2 jaar ineens de prijzen enorm verhogen waardoor je gedwongen bent de boel op te zeggen en je onderwijs te frustreren. De reputatie van de leverancier speelt een belangrijke rol bij het besluit zijn waren af te nemen.

Ook je eigen ondersteuning vanuit de bibliotheek naar het onderwijs toe speelt een rol. Ben je in staat en bereid instructies te geven? Materiaal te ontwikkelen als voorlichting? Weet je zelf voldoende om de meer lastige vragen te beantwoorden? Maar ook, kun je de informatiebron ook buiten je instelling toegankelijk maken (thuistoegang)? Je hebt er weinig aan als je digitale leeromgeving overal ter wereld te gebruiken is maar de informatiebronnen alleen binnen de muren van je instelling te raadplegen zijn.

We bedenken er vast nog wel wat meer criteria bij maar we gaan overduidelijk niet meer voor kwantiteit bij de bronnen. Alleen dat wat nodig is en waar we ook afspraken over (kunnen) maken met het onderwijs. Aan de andere kant zijn we daar vervolgens ook nog kritisch op omdat we zelf meer de rol van bemiddelaars pakken als bibliotheek: terug naar de onderbouwde selectie uit het gigantische aanbod zodat onze klanten kunnen vinden en gebruiken wat ze nodig hebben.

En daar hebben we een goed verhaal bij.

@ foto via RGBStock

#

#rickatnvb Meet Rick Anderson: de bibliotheekgebruiker als chauffeur

Als gastblogger op ‘Vakblog’ zal ik me eerst even voorstellen. Ik ben Leen Liefsoens en werk als documentair informatiespecialist op De Haagse Hogeschool. Normaal blog ik op http://leenlief.weblog.nl maar helaas is mijn blog al twee maanden offline wegens een technische aangelegenheid. Omdat ik het bloggen miste heeft Raymond me aangeboden een gastblog te schrijven voor zijn blog en dat aanbod neem ik bij deze met veel plezier aan.

Raymond en ik komen elkaar regelmatig tegen op gezamenlijke werkgerelateerde activiteiten, zo ook een maand geleden op de NVB bijeenkomst ‘Meet Rick Anderson!‘. Rick Anderson is een Amerikaanse bibliothecaris, werkzaam bij de University of Utah. De afdelingen HB en WB van de NVB hadden hem uitgenodigd voor een Meet-the-Expert bijeenkomst vanwege zijn verfrissende nieuwe inzichten over collecties, collectievorming, dienstverlening en de toekomst van hoger onderwijs-bibliotheken. Anderson verzorgde die middag twee presentaties en we werden ondergedompeld in ‘The American way’.

Rivers vs. Ponds. The Future of the Collection Is Not a Collection

De bibliotheek was ooit een tempel, maar is nu één van de vele ‘Information Stores’. Anderson laat er geen gras over groeien, we zullen ons beleid moeten aanpassen aan het feit dat de bibliotheek in de toekomst geen grote rol meer zal spelen in het geven van toegang aan informatie en dat terwijl gebruikers juist meer informatie tot zich zullen krijgen. De bibliotheek is nu al de minst gekozen plaats om een zoekopdracht de starten.

Daarnaast heeft full-text search het catalogiseren van bibliotheken achterhaald. In tegenstelling tot Google vergt onze catalogus slimme gebruikers. En we zijn slecht in het raden van de behoeften van onze gebruikers. Dat was ook niet nodig, want we konden ons richten op de kwaliteit van de collectie. Maar door de economische crisis worden budgetten gekort en worden uitleencijfers fundamentele meetinstrumenten. Gedaan met speculeren.

We moeten dus minder gaan verzamelen (creëren van vijvers) en meer als makelaar optreden (real-time toegang tot de rivier bieden). Het beleid moet hierop worden aangepast:

  • Online informatie, betere meetinstrumenten, hogere prijzen en minder budget leiden tot het einde van de ‘Big deals’ (pakketlicenties) en ‘Medium deals’ (licenties op titelniveau) in het voordeel van ‘Tiny Deals’ (licenties op artikelniveau)
  • e-first/patron-first collectievorming en demand-driven acquisition (ook wel PDA genoemd): de gebruiker bepaald wat de bibliotheek aankoopt (zie verder)
  • Espresso Book Machine: printing on demand
  • Interdisciplinaire teams

Dit leidt tot bibliotheken met een kleine lokaal-gerichte fysieke collectie boeken die daarnaast toegang bieden tot enorm grote openbare digitale collecties.

Tenslotte maakt Anderson de vergelijking tussen de muziekindustrie en uitgevers:
In de jaren ’60 kochten we een plaat omdat we dat liedje mooi vonden (er kon maar 1 liedje op 1 plaat). Daarna kwamen de langspeelplaten en nog later de cd’s en moesten we het hele album kopen voor dat ene mooie liedje. Door het internet is de muziekindustrie weer verplicht om liedje per liedje te verkopen. Hetzelfde zal gebeuren met tijdschriftuitgevers: van titelniveau naar artikelniveau.

In reactie op deze eerste presentatie van Anderson schetst Kurt De Belder de bijwerkingen van patron-driven acquisition: PDA zorgt voor een te beperkte basis voor onderzoeksinstellingen want materialen die niet door veel bezoekers worden geleend kunnen toch heel waardevol zijn voor onderzoekers en PDA zorgt voor een te homogene markt en bedient dus alleen de grote commerciële uitgevers. De Belder vraagt zich ook af welk effect PDA zal hebben op wetenschappelijk publiceren en wie in een PDA-wereld de verantwoordelijkheid heeft over het bewaren van materialen. Terechte vragen, maar volgens Anderson achterhaald door de werkelijkheid, we zullen ons moeten concentreren op informatie en niet op publicaties. De uitgevers beslissen nu al tot wat we toegang krijgen. Daarnaast is PDA geen prijsmechanisme.

Putting the Patron in the Driver’s Seat. PDA in Theory and Practice.

Bij patron-driven acquistion gaat het om toegang bieden tot alles wat / waar / wanneer / hoe de gebruiker wil. Maar hoe pak je dat aan? In zijn tweede presentatie geeft Anderson ons hiervoor handvaten. Maar eerst geeft hij aan tegen welke problemen we kunnen aanlopen als we PDA gaan toepassen:

  • Wat met budget management?
  • ‘Elk boek dat ooit is verschenen is gemakkelijk en onmiddellijk vindbaar en kan wanneer er behoefte is door de bibliotheek onmiddellijk voor de gebruiker worden geworven (via aankoop of uitleen)’… elk boek?
  • Wat als de gebruiker rommel selecteert?
  • Collectievorming is een essentieel onderdeel van de functie van bibliothecaris… wat nu?

Door bekorting op zijn budget (in Amerika zijn de budgetten nog meer gekort dan in Nederland) is Anderson toch genoodzaakt om veranderingen aan te brengen in zijn collectiebeleid en ondanks bovenstaande kanttekeningen PDA in te voeren. Dit heeft hij gedaan door eerst e-first/patron-first richtlijnen in te voeren en PDA projecten op te starten. Zo worden ebooks van boekleverancier YBP die in het profiel van de bibliotheek passen opgenomen in de catalogus en worden deze pas echt aangekocht wanneer de gebruiker ze daadwerkelijk gaat gebruiken: demand-driven acquisition.

Er is dus minder bemiddeling van bibliothecarissen nodig en collectievorming wordt daardoor minder afhankelijk van speculaties. Just-in-time collectievorming die in mindere mate betrekking heeft op fysieke materialen.

Aan het einde van de middag gaf Peter van Laarhoven een uitgebreide samenvatting en zijn visie op PDA: niet lage uitleencijfers, maar kosten/tijd zijn argumenten voor PDA en DRM staat PDA in de weg.

 

Uitleencijfers gebruik ik al als meetinstrument bij het afschrijven van mijn deel van de bibliotheekcollectie, toch vraag ik me af hoeveel boeken wij nog zouden overhouden als we PDA ‘hard’ zouden gaan toepassen daar het onderwijs op HBO niveau toch nog vooral gericht is op die enkele voorgeschreven studieboeken. Deze middag heeft mij vooral bewust gemaakt van de noodzaak om als bibliotheek nu toch eindelijk optimaal te gaan profiteren van ‘die rivier’ aan informatie.

Terug naar de toekomst

Twee weken geleden hield ik een korte presentatie over enkele ontwikkelingen in de prachtige wereld van informatievoorziening en de impact die deze (kunnen) hebben op de veranderende rol van hogeschoolbibliotheken. Nou is een korte presentatie houden sowieso al geen eenvoudige opgave voor mij -ik ben de mening toegedaan dat “kort en bondig” vooral onnodige concessies zijn aan ongeduldige of ongeinteresseerde toehoorders- maar in dit geval vond ik het extra lastig. Vanuit welk perspectief kijk je naar de diverse ontwikkelingen?

Vanuit de aanbod kant? Waar uitgevers, tergend langzaam, nieuwe modellen bedenken voor het aan de man brengen van vooral digitale informatie? Ebook platformen als MyiLibrary, Netlibrary, Ebrary enz die de rol onverholen overnemen van bibliotheken en zichzelf ook zo noemen? Waar informatieleveranciers zich minder en minder richten op bibliotheken als tussenpersonen maar de eindgebruikers rechtstreeks benaderen in een B2C aanpak? Waar nieuwe licentiemodellen ontwikkeld worden vanuit SURFdiensten die het op termijn mogelijk zullen maken dat het onderwijs rechtstreeks digitale content kan afnemen just-in-time en beperkt tot een specieke groep afnemers?

Moet je kijken naar de klant kant van hogeschoolbibliotheken? Daar waar hogeschoolbibliotheken studenten als hun klanten zien terwijl deze niet bepalend zijn voor de rol die je als bibliotheek hebt binnen je onderwijsinstelling, laat staan dat deze impact op het budget hebben? Waar je instelling vindt dat je een bijdrage moet leveren aan de kennisdoelstellingen van de organisatie, brede projecten waar informatiemanagement, kennismanagement en informatieprocessen aan bod komen en waar ze naar de hogeschoolbibliotheek kijken? Waar steeds meer gekeken wordt naar de meerwaarde die je als bibliotheek eigenlijk hebt voor de organisatie?

Of moet je de hand in eigen boezem steken en de wereld aanschouwen vanuit je eigen perspectief als bibliotheek? Waar weliswaar nog steeds behoefte is aan een centraal aangeboden (fysieke en digitale) collectie maar waar het tegelijk steeds lastiger wordt om digitale content aan te bieden met verminderde financiële middelen. Waar we ook zelf blijven pogen om te concurreren met de Google’s en Amazon’s van deze wereld en zo dicht mogelijk de aansluiting te zoeken bij het onderwijs teneinde helder te krijgen wat van ons verlangd wordt anno 2011.

Voor mijn presentatie heb ik gekozen voor zoveel mogelijk het eerste en een klein beetje het laatste perspectief. Je moet nu eenmaal ergens beginnen. Het beeld dat na alle presentaties -ik was niet de enige- bij mij bleef hangen was echter wel veelzeggend. We hebben als hogeschoolbibliotheek een serieus probleem met het meeveranderen. Een bibliotheek als intermediair tussen vraag en aanbod die een eigen selectie van informatiebronnen aanbiedt, dat gaat achter de dodo aan richting uitsterven.

Onze klant -het onderwijs- wil geen bibliotheek meer in de klassieke zin van het woord maar vraagt om eindgebruikersdiensten van informatieleveranciers, expertise en bijdragen over hoe informatie gebruikt kan worden in digitale leeromgeving en onderwijs, en wil dat er meegedacht en meegeholpen wordt in de uitvoering van onderwijs, onderzoek en ondernemen.

Onze toeleveranciers van vroeger omzeilen ons waar het maar mogelijk is en benaderen onze eigen eindgebruikers rechtstreeks met content die niet of nauwelijks meer opgenomen kan worden in een centrale collectie die toegankelijk voor iedereen moet zijn. Dialogen gaan niet meer over bestellingen en prijzen (alleen) maar over licenties, gebruiksvoorwaarden en technische aspecten van toegang tot die content.

Zelf moeten we ook nog wennen als hogeschoolbibliotheek. We zijn goed in het runnen van een bibliotheek maar die nieuwe dienstverlening, daar zijn we nog niet over uit. Welke rol willen en kunnen we gaan oppakken binnen onze instellingen? Kunnen en willen we onze traditionele visies en werkwijzen loslaten en los komen van die diensten die feitelijk allemaal rondom aanschaf en beschikbaar maken van boeken waren geconcentreerd?

Waar is die toekomst en hoe komen we terug? Terug naar de intermediair rol die we hadden maar dan met een andere invulling. Terug naar de toekomst waar informatiespecialisten nog steeds nodig zijn.

@foto via Flickr

Content voor mobiele apparaten en de impact op hogeschoolbibliotheken

Inleiding
De laatste jaren is er een brede introductie geweest op de markt van zgn. mobile devices. Na de smartphones ca. 3 jaar geleden kwamen er compacte apparaten zoals de iPod en netbooks beschikbaar. De komende 15 maanden krijgen we een stortvloed aan tablets, als volgers van de succesvolle lancering van de iPad door Apple.
Het grote succes van zowel smartphones, de iPod en de iPad (alsmede de tientallen aangekondigde tablets voor eind 2010 en 2011) betekent ook dat er voldoende draagvlak is voor mobiele apparaten als distributieplatform en we zien uitgevers ook in hoge mate zich richten op dit platform als het om hun digitale content gaat. Content die een laagdrempelig gebruik mogelijk maakt en die gekoppeld is aan nieuwe distributiemodellen. Content die, ondanks de eerdere ontwikkelingen mbt ereaders en ebooks, nu pas ontwikkeld wordt doordat tablets bijna geen van de beperkte functionaliteiten kennen als waar ereaders zich door kenmerken.

Content
Een kleine greep uit de content ontwikkelingen van de afgelopen weken:
–    Onderwijsmateriaal in Amerika wordt in hoog tempo digitaal aangeboden en (o.a.) geoptimaliseerd voor mobiel gebruik;
–    Tekstboeken (studieboeken) in Amerika worden door enkele uitgevers nu expliciet aangeboden via de AppStore van Apple voor gebruik op iPhone en iPad. De verwachting is dat overige educatieve uitgevers in Amerika deze ontwikkeling zullen volgen;
–    Nederlandse kranten (Volkskrant en NRC) hebben de ereaders deels losgelaten als distributieplatform en richten zich via eigen applicaties op alle mobiele platforms. Wegens het succes van de iPad hebben beide een uitgebreide, papiervervangende, iPad applicatie waarin kranten gekocht en gelezen kunnen worden;
–    Tijdschriftuitgevers in Amerika maar ook in Nederland maken de vertaalslag naar digitale versies die zowel via het web maar ook als papiervervangend formaat op tablets verspreid en verkocht gaan worden;
–    Het Centraal Boekhuis in Nederland heeft begin oktober een deal met  Apple gesloten voor het leveren van Nederlandse ebooks van Nederlandse uitgevers voor verkoop via iBooks, de ebook applicatie voor iPad.

Hoewel er al diverse pilots geweest zijn, en nog van start gaan, met mobile devices in het onderwijs focussen die zich op specifieke toepassing in het onderwijs door docenten en/of studenten. Bij deze pilots wordt de invalshoek van beschikbare content niet of nauwelijks meegenomen en daar liggen dus zowel potentiele vragen en kansen voor hogeschoolbibliotheken.

Open systeem vs gesloten systeem
In de wijze waarop uitgevers content aanbieden voor mobile devices kun je onderscheid maken in twee systemen. Een open systeem (via bijv. Google’s Android) waarin de content meestal in bepaalde standaardformaten wordt aangeboden en waarbij (tussen)leveranciers en gebruikers zelf de vrijheid hebben in keuze van het (type) apparaat, applicatie of platform waarop men deze content wil aanbieden of raadplegen. Daar tegenover is er een gesloten systeem waarin de eigenaar van het platform strenge randvoorwaarden en eisen stelt aan zowel de content, applicaties als het type apparaat waarop de content aangeboden, en dus geraadpleegd, mag worden.

Een open systeem brengt onzekerheden en risico’s met zich mee voor uitgevers en contentproducenten. De grote keuze aan de kant van eindgebruikers betekent ook dat er veel factoren zijn die ingewikkelder worden omdat leveranciers niet altijd kunnen inschatten hoe hun content gebruikt gaat worden.  Er zijn ook weinig of geen kwaliteitscriteria in een open systeem en dit maakt het voor leveranciers lastiger hun content  door gebruikers te laten onderscheiden van alternatieven.  Het gesloten systeem van Apple lijkt daarom ook duidelijk nu de voorkeur te krijgen van contentleveranciers. Er is een strakke kwaliteitscontrole voordat content en –applicaties aangeboden mag worden via de Apple AppStore, er zijn minder afhankelijkheden omdat het type apparaat ook beperkt is tot de Apple producten en er is een bewezen markt nu zowel de iPod’s als de iPad massaal verkocht worden in zowel  Amerika als Europa.

Risico’s en gevolgen voor hogeschoolbibliotheken
Het aanbieden van content voor dit type apparaten mag beschouwd worden als de tegenhanger van de ebooks (romans) op ereaders. Het zijn vooral de educatieve uitgevers met studieboeken en onderwijsmateriaal, samen met de uitgevers van tijdschriften en kranten die de ontwikkeling rondom tablets en mobile devices omarmen als nieuwe markt.  In de collecties van hogeschoolbibliotheken gaat het , nu in papieren vorm, om bijna precies de content van deze uitgevers als we het over verdergaande digitalisering van de hogeschoolbibliotheekcollectie hebben.

Vooral het geprefereerde gesloten systeem heeft voor hogeschoolbibliotheken potentieel grote gevolgen. ‘Bronnenkennis’ en selectie hierin wordt beperkt door de eigen toegang tot dit gesloten systeem en wijkt in ieder geval fors af van de traditionele werkwijzen in informatiedienstverlening en collectievorming. Ook het kunnen aanbieden van deze content kan waarschijnlijk niet verlopen via de traditionele middelen als de eigen catalogus of website.
Het beoordelen van (nieuwe) content op deze systemen alsmede  het inventariseren en bijhouden van de ontwikkelingen mbt content die op zowel het open als gesloten systeem plaatsvinden, is ook alleen mogelijk door deel te nemen, en gebruik te maken, van de apparaten en applicaties in kwestie.

Voor hogeschoolbibliotheken de uitdaging om deze content, en de wijze van distributie, op te nemen in haar eigen dienstverlening.

Het is goed dat de KB de ‘foute’ kranten online wil zetten

Eerder deze maand ontstond er een ‘commotie’ (ik bedoel, naar Nederlandse begrippen dan) over de intentie van de Koninklijke Bibliotheek om historische kranten online beschikbaar te stellen. Een prachtig initiatief maar in de periode 1618-1995 die het omvat, hadden we nu eenmaal ook die Tweede Wereldoorlog zitten en het ministerie van Justitie mengde zich in dit project met een waarschuwing “omdat ze niet kunnen garanderen dat het Openbaar Ministerie niet zal overgaan tot vervolging van wat het ziet als vermenigvuldiging van strafbare uitingen”.

Dat verbaasde me hogelijk omdat het me puur een gevalletje bangmakerij leek vanuit het ministerie om te voorkomen dat men later geconfronteerd zou worden met potentiele consequenties hiervan. Er kwam namelijk geen enkele onderbouwing bij dat het wettelijk niet toegestaan zou zijn, geen precedent werd aangehaald en de hele suggestie om vooraf te bepalen dat de uiting strafbaar zou kunnen zijn, riekt naar inperking van de vrijheid van meningsuiting.

De KB keek terecht even de kat uit de boom en organiseerde gisteren een besloten debat over de intentie en consequenties van het online beschikbaar maken van de oorlogskranten. Vandaag meldt de Koninklijke Bibliotheek dat in dit debat het historisch belang duidelijk zwaarder woog dan de nog immers onduidelijke juridische consequenties. De oorlogskranten wil men daarom gewoon online zetten als onderdeel van haar historisch archief.  Ik zeg hulde.

@ foto via Whalt@Flickr
Pagina 1 of 4123...Laatste »
  • © 2006- 2014 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top