100procentdigitaal

Inholland streeft naar een digitale hogeschoolbibliotheek voor 2015. Maar wie zit daar op te wachten?

Ik had vorige week al vernomen dat de intentie er was van Inholland hogeschool om voor 2015 over te gaan naar een volledig digitale bibliotheek en dus afscheid te nemen van alle fysieke componenten die traditioneel bij een hogeschoolbibliotheek horen. Ik zou willen zeggen dat het een nieuw idee is maar enkele jaren geleden  was dat idee ook al bij mijn hogeschool gelanceerd. Met ongetwijfeld de gedachte in het achterhoofd dat het anno 2010 toch niet zo kan zijn dat je als bibliotheek uberhaupt nog afhankelijk bent van die fysieke collectie, studie- en werkplekken en uitleenapparatuur. Dat kan toch zeker allemaal wel digitaal? En bovenal, een stuk goedkoper? Vierkante meters zijn immers duur.

De feiten weerlegden deze gedachten gelukkig al snel. Een hogeschoolbibliotheek is gedienstig aan het onderwijs en niet (alleen) aan bezuinigingsvoorstellen. En dat onderwijs wil niet altijd digitale informatievoorziening. Als ze voor dat vakgebied uberhaupt al keuzes hebben overigens want de praktijk is dat het nog extreem karig gesteld is met het digitale aanbod van studieboeken en Nederlandstalige vaktijdschriften. Op het ene vakgebied zijn uitgevers er verder mee dan de andere.

Maar digitaal betekent niet automatisch toegankelijk en inzetbaar
Digitaal is een toverwoord geworden. Er hangen zo veel onuitgesproken verwachtingen aan dat er met een roze bril naar gekeken wordt. Daardoor valt het misschien niet goed op dat een groot deel van het digitale aanbod nauwelijks of zelfs helemaal niet te gebruiken is door een (hogeschool)bibliotheek. Of het onderwijs. Lesmethoden zijn beperkt digitaal beschikbaar en waar ze het wel zijn voorziet die constructie niet in het breed aanbieden van die content aan een instelling maar is die gericht op individuele afname door studenten. Nederlandstalige (vak) tijdschriften zijn bijna niet full-text digitaal beschikbaar voor breed gebruik. Dit blijft beperkt tot individuele abonnees.

De ontwikkelingen rondom e-studieboeken komen nu pas een beetje op gang. Uitgevers zijn zoekende maar ook hier heb je te maken met het onderwijs die eigenlijk nog moet beginnen met nadenken over en formuleren van wat ze nodig hebben. En in welke vorm. En met welke randvoorwaarden voor de toegang. Ontwikkelingen die nog vele jaren nodig hebben voordat ze leiden tot een breed, representatief en bovenal bruikbaar aanbod waar je als bibliotheek gebruik van kunt maken richting het onderwijs.

Terug naar Inholland
Wat precies de achterliggende redenen zijn voor Inholland om te kiezen voor een volledig digitale bibliotheekvoorziening op korte termijn, daar kan ik alleen maar naar speculeren. Feit is dat gisteren Doekle Terpstra, de voorzitter van het college van bestuur van Inholland, via Twitter bevestigde dat het niet bij een voornemen blijft maar het als besluit genomen is.

Het lijkt me inderdaad een hele stevige opdracht. Prachtige innovatie? Sorry maar zoals alle vernieuwingen niet perse verbeteringen zijn, zo zijn digitaliseringstrajecten niet perse innovaties. Misschien zijn ze dat per definitie niet zelfs.

Bert Zeeman, van de Universiteit van Amsterdam, durfde zelfs de weddenschap met zijn lezers aan te gaan over het behalen van dit doel voor 2015. De vragen en overpeinzingen die hij daar bij heeft zijn stuk voor stuk al valide. Ik las diverse reacties die in verschillende mates van voorzichtigheid niet veel vertrouwen uitspraken over de kans van slagen. Het is bijna onmogelijk voor te stellen hoe je de kwaliteit van de informatievoorziening vanuit je hogeschoolbibliotheek in stand kunt houden als je genoodzaakt bent om niet te kijken naar de inhoud van die informatie maar puur en alleen naar de vorm. Een vorm waar de overgrote meerderheid van uitgevers die content leveren voor hogeschoolbibliotheken nog stevig mee worstelt.

Maar wat wil je nou als hogeschoolbibliotheek?
Digitaliseren is niet het doel van een hogeschoolbibliotheek. Sowieso is de term digitaliseren ongelukkig want het lijkt aan te geven dat je je bestaande fysieke collectie gaat inscannen en digitaal aanbieden. Wat natuurlijk niet toegestaan is want daar overtreed je meerdere wetten mee.

De hogeschoolbibliotheek is, ik zei het al eerder, gedienstig aan het onderwijs. Er moet een directe link zijn tussen wat het onderwijs – docenten en studenten- nodig hebben binnen de tientallen opleidingen/curricula en wat je als bibliotheek levert, ontsluit en toegankelijk maakt. In 2008 vertelde de toenmalige voorzitter van de HBO Raad, dezelfde Doekle Terpstra die nu bij Inholland zit, tijdens een lustrumbijeenkomst van het Samenwerkingsverband Hogeschoolbibliotheken (SHB) over de noodzaak om betere verbindingen te maken met het onderwijs en de opleidingen waarvoor hogeschoolbibliotheken werken.

En ja, dat betekent dat je kritisch moet kijken naar je traditionele rol als bibliotheek. Andersoortige diensten en minder vanuit het belang van je bibliotheek handelen. Meer vanuit de belangen van je onderwijs(instelling). Minder focus op het hebben van een (fysieke) collectie en de aandacht verschuiven naar het toegankelijk maken van informatiebronnen voor die groepen binnen je instelling die deze bronnen ook daadwerkelijk nodig hebben.

Dat zou pas prachtige innovatie zijn voor hogeschoolbibliotheken als je het mij vraagt.

Maar alle inspanningen, je gehele focus, toespitsen op digitale dienstverlening en hopen dat er voor 2015 voldoende digitaal aanbod is vanuit de markt om dat ook naar je gebruikers in je hogeschool aan te kunnen bieden? Vanuit je visie nee zeggen tegen het onderwijs als ze fysieke informatiebronnen nodig hebben, om wat voor reden dan ook? Digitale informatiebronnen van uitgevers min of meer klakkeloos aan gaan bieden, ook al zijn er (licentie)technische beperkingen, puur omdat het past in de digitaliseringsdoelstelling?

Niet alleen durf ik de weddenschap niet aan te gaan met Bert, ik vrees dat alleen al dit besluit van Inholland negatieve impact gaat hebben op de ontwikkeling van een toekomstbestendige visie van zowel HBO instellingen als hogeschoolbibliotheken op de rol die bibliotheken kunnen en moeten spelen in onderwijsinstellingen. Waarom zou je het nog over verbindingen met het onderwijs hebben als je als bibliotheek al besloten hebt dat je alleen nog maar digitale diensten wilt gaan leveren? 100% digitaal is 100% onrealistisch.

Hoe je er ook naar kijkt.

#

Over toegang tot gelicenseerde content

Icon_no_license_svgDat je voor waardevolle content vaak moet betalen, dat weet iedereen wel. Of het nou gaat om vrij te gebruiken content of content waarvoor je moet betalen, er zitten bijna altijd voorwaarden aan de toegang. Websites met content hebben (algemene) voorwaarden en meestal wordt die content alleen maar vrijgegeven met een licentie waarin een (groot) aantal voorwaarden genoemd worden over wat je wel en wat je niet mag doen met die content.

Content op het web
Als het gaat om content die je op internet kunt vinden dan moet je vooral op Creative Commons licenties letten. Dit zijn verhoudingsgewijs hele eenvoudige licenties waarbij rechthebbenden van afbeeldingen, foto’s of teksten aangeven hoe je hun content mag gebruiken. Op het moment dat je daadwerkelijk betaalt voor content dan heeft de site waar je het koopt waarschijnlijk een kopje met voorwaarden die aanzienlijk meer regeltjes en restricties meegeeft. Dat natuurlijk om te voorkomen dat jij het zelf gratis gaat verspreiden zodat ze er zelf niets meer aan kunnen verdienen.

Dure databanken
De *echt* waardevolle content vind je echter in databanken terug. Hierin bieden leveranciers hele contentverzamelingen aan en komen ook de contentlicenties om de hoek kijken. Uitgebreide documenten, contracten, waarin de verantwoordelijkheden van de leverancier en (nog uitgebreider) de verantwoordelijkheden van de afnemer worden beschreven. Met clausules waarin de abonnementstermijn wordt beschreven, precies wordt vastgelegd hoe het zit met intellectuele eigendomsrechten en gebruiksrechten en de afspraken over de toegang en beschikbaarheid. Vanzelfsprekend ontbreekt een paragraaf over de financiële aspecten niet.

Dit soort contentlicenties worden vaak afgesloten door bedrijven of, in mijn geval, door bibliotheken. Zij willen die content en informatie toegankelijk maken voor hun eigen gebruikers omdat hier behoefte aan is. Het duidelijk maken aan die eigen gebruikers onder welke voorwaarden die informatie, die content, gebruikt mag worden valt echter nog niet mee. Bibliotheken worden door hun eigen gebruikers vaak gezien als de leverancier van die databank waarbij het dan misschien wel goed voor het imago is van een bibliotheek dat ze als de aanbieder gezien worden maar het wel lastig wordt om uit te leggen dat er restricties zitten op die content. Restricties die je als bibliotheek liever niet zou willen opleggen aan je eindgebruikers.

In de praktijk
De realiteit is dat bibliotheken steeds meer en meer content van anderen toegankelijk maken via licenties in plaats van het zelf (fysiek) aan te bieden. Waarbij elke databank zijn eigen unieke randvoorwaarden, mogelijkheden en restricties heeft. Technisch, financieel en dus ook qua toegang en gebruik. Waarbij je dus eigenlijk als bibliotheek zelf heel goed in kaart moet hebben wat je precies aanbiedt en welke randvoorwaarden daar allemaal aan vast zitten. In de praktijk is dat niet altijd even duidelijk laat staan dat eindgebruikers snappen waarom ze iets wel of niet mogen gebruiken zoals ze voornemens waren te doen.

En dat gaat wringen.

De afgelopen jaren hebben uitgevers meerdere malen maatregelen genomen tegen eindgebruikers (en dus de bibliotheken) die in overtreding waren van de overeenkomsten. In licentieonderhandelingen worden steeds strengere eisen gesteld door uitgevers aan hoe de content gebruikt mag worden en wordt van de bibliotheken verwacht dat ze zich niet alleen conformeren aan die eisen -je bent als leverancier monopolist of je bent het niet natuurlijk- maar dat ze die eisen zelfs handhaven naar de eindgebruikers toe.

Koninklijk voorbeeld
Een ‘mooi’ voorbeeld van het handhaven van een overeenkomst is sinds vorige week te zien als je lid bent van de Koninklijke Bibliotheek. Middels een lidmaatschap heb je ook toegang tot hun digitale bibliotheek en kun je bij een aantal (dure) databanken. Een tweetal uitgevers (als ik het goed geteld heb) zag het kennelijk als een probleem dat hun databanken ook gebruikt konden worden door KB leden voor zakelijke of commerciële doeleinden. Dat is niet de bedoeling als een niet-commerciële bibliotheek een overeenkomst afgesloten heeft waarin zakelijk gebruik uitgesloten is en de KB leden worden nu zowel bij gebruik van Kluwer Navigator als Lexis Nexis Academic gedwongen expliciet aan te geven dat ze het niet voor zakelijke of commerciële doeleinden gaan gebruiken.

lexisnexis

En daar gaat het de verkeerde kant op. Hoewel ik vind dat bibliotheken een rol hebben in het bewust maken van haar gebruikers om verantwoord om te gaan met gelicenseerde content moet zich dat niet gaan vertalen in het bewaken van de belangen van de aanleverende partijen. Bibliotheken hebben hun eigen rol, hun eigen belang en eigen dienstverlening en ook al kun je -en moet je- de eindgebruikers van die diensten informeren over de voorwaarden van gebruik van externe gelicenseerde content, die eindgebruikers zijn zelf verantwoordelijk voor het naleven ervan. Bibliotheken moeten niet die voorwaarden gaan handhaven, dat moet de uitgever zelf doen. Op het moment dat een overtreding gesignaleerd wordt en niet met dwang vooraf!

Klik je echter bij de bovenstaande melding niet op het linkje met ‘Ik ga akkoord’ dan krijg je dus ook geen toegang als lid. De bibliotheek handhaaft daarmee dus de voorwaarden die de leverancier heeft gesteld. Niet op basis van een geconstateerd misbruik maar op basis van een intentie van gebruik. Het lijkt Minority Report wel.

Niet alleen principes
Waarom ik me druk maak hierover terwijl iedereen -zonder twijfel- op akkoord klikt ook al ben je van plan het zakelijk te gaan gebruiken? Omdat eindgebruikers zelf verantwoordelijk dienen te zijn hoe ze met andermans content omgaan. Omdat leveranciers zich moeten realiseren dat angstvallig rechten en belangen handhaven vroeger of laat leidt tot minder gebruik van hun producten. En dat leveranciers met flexibelere voorwaarden moeten komen. Omdat bibliotheken moeten nadenken hoe hun eigen dienstverlening en bestaansrecht zich verhouden tot al die belangen, rechten en restricties die andere partijen hun pogen op te leggen. Omdat bibliotheken niet alleen maar nee hoeven te verkopen naar hun klanten toe maar ook wel eens nee kunnen zeggen tegen anderen als ze te veel concessies moeten doen aan hoe ze dit zelf willen aanbieden aan hun gebruikers.

Zo eenvoudig is het nog niet om gelicenseerde content aan te bieden of te gebruiken.

@ afbeelding ‘geen licentie aanwezig’: door Bibi Saint-Pol [CC-BY-SA-2.5], via Wikimedia Commons

#

Zoek informatie voor je scriptie via de bibliotheek!

De onderstaande blogpost is geschreven voor, en eerst verschenen op, Scriptiecoach. Ik heb het artikel op 25 december 2012 met terugwerkende kracht ook op Vakblog geplaatst.

In elke fase van je studie, eigenlijk voor elk vak dat je volgt, heb je goede achtergrondinformatie nodig. Het kan zijn dat je wat meer wilt weten over een specifiek onderwerp, misschien dat je iets moet opzoeken dat je ooit wel geleerd hebt maar deels vergeten bent of je hebt die informatie nodig om even zeker te weten dat iets klopt voordat je het in een opdracht schrijft en inlevert.

Even googelen
Veel studenten gebruiken Google hiervoor. Het is gemakkelijk, je kunt dit overal gebruiken en je vindt snel veel informatie. Heel veel informatie. Misschien zelfs wel te veel informatie want hoe weet je welke informatie klopt? Welke informatie betrouwbaar is? Vind je wel echt de informatie die je ook zocht? En hoe weet je dat je alles gevonden hebt wat er te vinden valt?

Nou is Google een perfecte bron om snel feitelijke informatie te vinden. Wat de hoofdstad is van Australie of in welke wetten het intellectuele eigendomsrecht in Nederland geregeld is. Google kijkt zelf ook wel met ingewikkelde algoritmes naar de betrouwbaarheid van een website om te bepalen of de informatie die er op staat ook betrouwbaar is maar het hoofdcriterium voor Google is de populariteit. Hoe vaker er gelinkt wordt naar een site, hoe meer er op geklikt wordt, hoe hoger deze komt te staan bij Google. Dat is heel handig als je snel iets populairs zoekt maar het betekent dat je bij Google niet moet uitgaan van de betrouwbaarheid van informatie. Populaire bronnen zijn heel wat anders dan betrouwbare en gevalideerde bronnen.

Gevalideerde bronnen
Inhoudelijke bronnen die beheerd worden door specialisten, experts en ervaringsdeskundigen in een vakgebied noemen we gevalideerde bronnen. Dit zijn bijna altijd databanken die voor één vakgebied, of zelfs voor een specifiek onderdeel daarvan, alle mogelijke relevante informatie in een pakket aanbieden. In die databanken worden door inhoudelijk deskundigen kenmerken toegekend aan de informatie en de informatie wordt beoordeeld voordat het opgenomen wordt. Op die manier weet je zeker dat je altijd met betrouwbare informatie te maken hebt en dat je -vaak- alles al netjes bij elkaar hebt staan op één plek.

Gevalideerde en betrouwbare bronnen komen in vele soorten en maten. Nederlandstalig en anderstalig. Gigantische grote en complexe bronnen maar ook eenvoudige en afgebakende bronnen. Vrij toegankelijk op het internet en peperdure databanken die achter een inlogcode verstopt zijn. Hoewel elk vakgebied er vaak tientallen heeft zijn het er in totaal vele duizenden en het is dan ook niet eenvoudig om de goede bron, de goede databank, te vinden om je informatie in te zoeken.

De digitale bibliotheek
Gelukkig hoef je niet zelf het kaf van het koren te scheiden maar kun je erop vertrouwen dat de bibliotheek van je onderwijsinstelling al die selectie gemaakt heeft. Bij welke hogeschool of universiteit je ook studeert, via de bibliotheek worden altijd (ook) de digitale bronnen aangeboden die voor jouw studie en vakgebied van toepassing zijn. De bibliotheek maakt een selectie uit de gratis bronnen die beschikbaar zijn en voorziet die meestal ook van een goede omschrijving zodat je ook kunt zien wat je in die bronnen kunt vinden.

Daarnaast neemt de bibliotheek licenties op relevante betaalde databanken zodat deze voor de studenten en medewerkers van de onderwijsinstelling vrij te gebruiken zijn. Dure databanken die voor jou dus gratis te gebruiken zijn. Ook deze worden voorzien van goede beschrijvingen en bijna altijd worden ze ook toegankelijk gemaakt op een manier dat je ze ook vanuit je huis -met je inloggegevens van je instelling- kunt raadplegen. Je hoeft letterlijk nooit een voet in de bibliotheek te zetten om er gebruik van te kunnen maken. Laat het dus niet na om te kijken wat jouw bibliotheek voor jou kan betekenen.

Bijvoorbeeld recht
Eén van de vakgebieden waar gevalideerde bronnen heel belangrijk zijn is de rechtsgeleerdheid. Je zou zelfs kunnen stellen dat het goed en volledig kunnen onderbouwen van uitspraken met relevante informatie de essentie is van de rechtsgeleerdheid. Kennis van de correcte bronnen, actuele uitspraken en jurisprudentie en deze kunnen interpreteren en vertalen naar nieuwe situaties zijn vaardigheden die in de praktijk essentiëel zijn. Logisch dat ze ook belangrijk zijn als je een rechtenscriptie aan het schrijven bent.

Tijdens een rechtenstudie, en helemaal als je een scriptie aan het schrijven bent, zou je dan ook moeten kijken op de website van de bibliotheek van je hogeschool of universiteit. Daar tref je dus een groot aantal bronnen aan die je heel goed kunt gebruiken tijdens je studie of het schrijven van je scriptie. Sterker nog, het zou bijna onmogelijk moeten zijn om dit af te ronden als je nog nooit één of meerdere van deze bronnen gebruikt hebt.

Het aanbod zal per bibliotheek ongetwijfeld iets verschillen maar grote kans dat je toegang hebt tot:

  • EUR-Lex. Een handige bron voor Europese wet- en regelgeving;
  • HeinOnline. Een full-text database met tijdschriften over vooral Amerikaanse wet- en regelgeving;
  • The International Bureau of Fiscal Documentation (IBFD) is een portal die meerdere databanken en digitale tijdschriften aanbiedt mbt internationaal fiscaal recht;
  • Kluwer Navigator.  Hierin vind je ebooks, handboeken, vakliteratuur, (fiscale) wet- en regelgeving, jurisprudentie en alle andere uitgaven die door Kluwer wordt uitgegeven;
  • Legal Intelligence. Deze bron ontsluit alle vrij toegankelijke juridische informatie zoals die van rechtspraak.nl en vele anderen. Vaak worden ook de bronnen van Kluwer en /of de SDU hierin toegankelijk gemaakt door de bibliotheek;
  • LLRX research guide. Een overzicht van juridische bronnen van afzonderlijke landen;
  • Nederlandse Documentatie Fiscaal Recht (NDFR) is ook een portal die bronnen aanbiedt voor het Nederlands fiscaal recht;
  • Portal Internet Law Library (Portill). Een portal met een groot aantal juridische bronnen, primair gericht op het Nederlands recht en secundair op het Europees en internationaal recht. Dit portal wordt bijgehouden door de Erasmus Universiteit Rotterdam, Koninklijke Bibliotheek, Rijksuniversiteit Groningen, Universiteit Leiden en Universiteit Utrecht;
  • Web of Science (WoS) is een brede databank op vele vakgebieden maar bevat ook wetenschappelijke artikelen op diverse rechtsgebieden;
  • Westlaw. Een grote databank met daarin wet- en regelgeving plus jurisprudentie voor (alle) Engelssprekende landen. Vooral handig om informatie te vinden over wetgeving in Engeland en de Verenigde Staten.

Sommige van de bovenstaande databanken zijn vrij toegankelijk, andere zijn dat niet en wellicht dat je eigen bibliotheek een bepaalde databank niet aanbiedt. Je kunt ook lid worden van de Koninklijke Bibliotheek voor slechts 7,50 euro per jaar en dan heb je ook toegang tot o.a. Kluwer Navigator, NDFR en Web of Science.

Als je zelf interessante bronnen gevonden hebt die nog niet in het eerdergenoemde lijstje staan, laat het dan weten in de comments en dan vul ik het lijstje aan.

#

Over soms niet zo brede toegang tot informatiebronnen


Het is een soort principe kwestie geworden de laatste jaren. Een brede toegang voor je doelgroep tot de content waarvoor je betaalt als bibliotheek. Dat klinkt heel vanzelfsprekend maar het is niet voor niets dat Creative Commons licenties, Open Access, open data en alle discussies over (auteurs)rechten en gebruikersovereenkomsten pas de laatste jaren onderwerpen van gesprek zijn.

Ik begon met werken in een hogeschoolbibliotheek in 1995. Digitale informatiebronnen die toegankelijk waren via internet vormden nog een compleet nieuw fenomeen en, hoewel beperkende voorwaarden in licenties en contracten met informatieleveranciers al wel langer bestonden, kwam het internet -zoals bijna alle nieuwe vormen van technologie- vooral als een dreigement over bij die leveranciers. In onze collectie hadden we bijvoorbeeld normalisatie normen op papier die met een bepaling in de overeenkomst kwamen dat ze niet in een ruimte samen met een kopieerapparaat mochten staan. Angst voor misbruik is van alle tijden.

Databanken via internet. Waarin je eenvoudig alles kunt downloaden. Kopieren en plakken. Doormailen. Verspreiden. Angst! Draconische bepalingen werden in de overeenkomsten opgenomen waarin bibliotheken zo’n beetje aansprakelijk werden gesteld voor het potentiele misbruik door hun klanten. Technische restricties moesten het fort bewaken van het eigendom van de leverancier. Logincodes met wachtwoorden en geautoriseerde pc’s waarop alleen de databank te raadplegen was. Hogeschoolbibliotheken, de mijne tenminste wel, waren al lang blij dat ze van het papier afwaren en boden zonder enige discussies deze databanken aan. Overigens in zalige onwetendheid want zoals de papieren normen en kopieerapparaten gewoon naast elkaar stonden in de fysieke collectie, zo werden de digitale bronnen ook met inlogcodes en wachtwoorden verspreid.

Het was in die tijd dat ik me voor licenties ging interesseren. Of beter gezegd, dat ik me ging afvragen waarom we als bibliotheken klakkeloos het aanbod van leveranciers aanhoorden, hoogstens nog een beetje mopperden over de prijs, en het vervolgens met alle -voor bibliotheken- onhandige en soms onwerkbare randvoorwaarden doorgaven aan onze eigen klanten. Waarom stelden we zelf geen voorwaarden? Waarom maakten we wel programma’s van eisen voor verbouwingen en het nieuwe geautomatiseerde bibliotheeksysteem maar niet voor de peperdure digitale bronnen? Waarom onderhandelden we niet?

“Omdat het monopolisten zijn en je niet kunt vergelijken” was een antwoord dat terugkwam op die vragen. Ja, het zijn bijna allemaal monopolisten die leveranciers maar dan nog moet je ze vertellen hoe jij hun product wilt gebruiken en aan welke randvoorwaarden het moet voldoen wil *jij* het kunnen gebruiken. En nee zeggen is dan ook een keuze. Nee, het is een prachtig product maar nee, we kunnen het zo niet gebruiken in onze eigen dienstverlening. Jammer maar helaas.

En gelukkig werden bibliotheken kritischer. Ze gingen niet meteen eisen stellen maar gaven wel hun wensen, hun randvoorwaarden aan. Gebruiksstatistieken die door leveranciers aangeleverd werden zodat je kunt bepalen of iets daadwerkelijk gebruikt wordt. Prijsstijgingen die gekoppeld moesten zijn aan de cpi index en aan de content in de databanken. Bepalingen dat content ook hergebruikt mag worden in het onderwijs waarvoor je die databank nou net beschikbaar wilde stellen. Toegang op basis van IP-ranges zodat al je klanten bij de content kunnen zonder naar die ene pc of een inlogcode & wachtwoord nodig te hebben. Thuistoegang zodat diezelfde klanten ook gewoon buiten de instelling en bibliotheek bij de content kunnen. Er wordt nu over gesproken, over onderhandeld en het zijn redenen geworden om nee te zeggen als niet aan die randvoorwaarden voldaan kan worden.

Brede toegang tot de content waar je voor betaalt voor je gehele doelgroep. Waar ze zich ook bevinden.

Maar uitgevers en leveranciers maakten daar handig gebruik van. Brede toegang tot alle content voor al je gebruikers? Prima, dat kon je dan krijgen ook. Databanken werden uitgebreid met steeds meer content. Honderden tijdschriften, duizenden tijdschriften tot tienduizenden tijdschrift. Steeds meer content waar men steeds meer geld voor ging vragen. Grote uitgevers met zeer veel content kwamen met Big Deals maar ook bij de kleinere uitgevers stegen de prijzen elk jaar weer en weer en weer. Voor content waar je als bibliotheek steeds minder en minder en minder mee kon want je rol is nou net om een selectie met voor je klanten relevante informatiebronnen aan te bieden. Niet het gehele aanbod van alle uitgevers.

Tijd om weer naar je eisen, wensen, randvoorwaarden te kijken. Waarom tienduizenden tijdschriften afnemen van een leverancier terwijl je er maar tien wil hebben? Waarom die content aan alle klanten aanbieden terwijl je weet dat slechts een specifieke groep het nodig heeft, er behoefte aan heeft? Waarom standaard thuistoegang willen terwijl sommige bronnen alleen in (practicum)lessen gebruikt worden?

Sinds gisteren hebben we afscheid genomen van papieren normen en de intranetcollectie digitale normen met een licentieovereenkomst op en toegang tot NEN Connect. Daar zitten alle in Nederland geldige normalisatie normen in die gedownload kunnen worden en gebruikt in het onderwijs. Kopieerapparaten staan niet meer als verboden technologie in de licentieovereenkomst hoewel de PDF’s wel allemaal voorzien zijn van social drm. Ik wilde al standaard gaan regelen om ook buiten onze instelling NEN Connect toegankelijk te maken maar toen bedacht ik me.

Soms moet je tegen een leverancier zeggen dat je niet meer content wil maar alleen nog maar die content waar je behoefte aan hebt.  Soms is het genoeg dat het binnen de muren van je instelling toegankelijk is. Soms volstaat het zelfs dat er slechts enkele personen toegang krijgen.

Soms hoeft die toegang niet zo breed te zijn.

@ foto via RGBstock

#

E-content en Hoger Onderwijs : Mundaneum revisited

Bij deze wil ik Raymond bedanken voor het feit dat ik voor een keer gebruiken mag maken van zijn volprezen Vakblog. Ik ben Appie Bieze en werkzaam als coordinator Digitale Bibliotheek aan de Hogeschool Utrecht en evenals Raymond lid van de werkgroep licenties van het SHB. Onderstaande tekst is geschreven naar aanleiding van desktop research naar het aanbod van digitale (betaalde) informatiebestanden van 13 Universiteiten en 20 Hogescholen in het voorjaar van 2011. Een aantal gegevens kunnen dus licht verouderd zijn.

E-content en Hoger Onderwijs: “Mundaneum Revisited” ?

 In 1910 richtte de Belgische advocaat Paul Otlet en Henri la Fontaine het Mundaneum op. In een tijdperk van een sterke toename van het aantal gedrukte informatiematerialen en een sterke verbetering van de internationale communicatie trachtte hij een wereldbibilotheek te stichten. 24 jaar later moest hij zijn pogingen staken door een letterlijke “information overload” en de stopzetting van subsidies.

Een eeuw later bevinden we ons in een vergelijkbare situatie. Het grote verschil is dat het web niet alleen dient ter communicatie en informatie maar bij uitstek ook geschikt is als publicatieplatform.

In dit artikel wordt de vraag gesteld hoe de bibliotheken aan het Hoger Onderwijs in Nederland omgaan met de sterke toename van digitalisering van kennis en informatie. Dit wordt bezien vanuit de aanbodkant.

Uitgaande van deze vraag is in het najaar van 2010 een inventarisatie gemaakt van de websites van 13 Universiteiten en 20 Hogescholen waar al dan niet betaalde informatie wordt aangeboden. Sommige instellingen publiceren hun aanbod  Open Access bronnen  via de “databankensite” van de instelling, anderen  verwijzen naar een apart gedeelte van hun intranet ( en dus niet vrij toegankelijk). Als naast vrij toegankelijke informatie ook betaalde informatie wordt aangeboden is de betreffende bron als Open Acces aangemerkt. Ditzelfde geldt als er sprake is van een gratis eenmalige registratie.

Uit recent Amerikaans onderzoek (1) blijkt dat 83% van de studenten hun zoektocht naar informatie starten bij een zoekmachine. 7% gebruikt hiervoor Wikipedia en slechts 1% start met 1 van de online databases aangeboden door de bibliotheek. Desondanks waardeert 60 % van die zelfde studenten het algehele aanbod van de bibliotheek als meer accuraat  en betrouwbaarder. Gevraagd naar de waardering van de resultaten van zoekmachine is men de laatste jaren echter steeds minder tevreden (2005: 82% – 2010 : 55%).

Wat treft men nu aan bij een bezoek aan de “digitale bibliotheek” van een instelling voor Hoger Onderwijs in Nederland? Volgens een definitie (2) uit de Staatscourant uit 2009 is een digitale bibliotheek een openbare bibliotheekvoorziening die in ieder geval twee hoofdbestanddelen omvat:

• de plaats- en tijdonafhankelijke centrale publieke toegang tot gestructureerde, verzamelde digitale informatie in primaire en bewerkte vorm; en

• het langs digitale weg faciliteren van het gebruik van fysieke media.

Wat direct opvalt is de diversiviteit van de naamgeving van de websites met verwijzingen naar de digitale bronnen. Zo spreekt men over A-Z zoeksystemen, databanken en links, informatiebronnen, e-bronnen databank, informatie bestanden en digitale bestanden en is de plaats op de site niet altijd logisch en snel te vinden. Eenmaal op de juiste site aangekomen blijken ook regelmatig de namen en annotaties van de digitale bestanden sterk te verschillen. Dit schept dan direct extra verwarring doordat voor de eindgebruiker maar zelfs ook voor menig informatiespecialist vaak niet snel duidelijk is wat voor een soort informatie men achter de naam van het bestand kan aantreffen. Het ligt dan ook voor de hand om hier een hier een betere metadatering toe te passen.

Weinig eenduidigheid is eveneens te onderkennen in wat dan vervolgens word aangeboden: wel of geen losse e-Journals en/of e-Books. Daarnaast worstelt men veelal met het dilemma tussen overzichtelijkheid en volledigheid: moeten verwijzingen naar “openbare” links hier worden opgenomen of worden aangeboden op een apart gedeelte van de website van de bibliotheek? Bij 1 instelling werden maar liefst 929 databanken en verwijzingen naar openbare bronnen  aangetroffen. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat de links vaak ook per vakgebied worden aangeboden.

In de volgende tabel een overzicht van de meest significante verschillen tussen mediatheken aan  HBO instellingen en de Universiteitsbibliotheken:

Wat direct opvalt is dat de HBO instelling met het grootste aanbod aan digitale bronnen nog altijd kleiner is  als de Universiteit met het kleinste aanbod. Dit wordt nog duidelijker als gekeken wordt naar de volgende indicatoren:

  • Uitgave aan digitale collectie per student/medewerker: dit was in 2009 € 145 bij de Universiteitsbibliotheken ( 2006: € 125,-) en bij de HBO Mediatheken € 9,- (2006 € 6,-
  • Uitgave aan digitale collectie ten opzichte van totale uitgaven aan collectievorming: voor de UB’s was dit in 2009 76% (2006 : 65%) en bij het HBO 38% (2006: 30%)

Geconcludeerd kan worden dat er bij het HBO er een kleiner budget voor collectievorming per student beschikbaar is en dat er binnen dat budget aanzienlijk minder wordt uitgegeven aan digitale bronnen.

Daarnaast heeft men in HBO-land nog altijd een sterke voorkeur voor Nederlandstalige content en komt er naast het Engels geen enkele ander taal voor. Eveneens is er een sprake van een enorme versplintering: 78% van de databanken aan het WO ( HBO 60%) wordt maar door 1 enkele UB aangeboden ( en slechts 5 databanken door alle 13 Universiteiten). Ongeveer de helft van het aantal digitale bronnen die bij het HBO worden aangeboden treft men ook aan bij de UB’s.

Veel instellingen onderkennen het probleem van de multi-doorzoekbaarheid van de veelheid aan digitaal content. De meest gekozen oplossingen, federated search en discovery services, kennen beide zo hun beperkingen. Een combinatie van beide zou uitkomst bieden en ondervangt direct de volgende actualiteit: “If libraries are going to ‘trump’ Google …we will need to provide a default search that works much like Google for our less expererienced users, but also a more advanced, fielded, and Boolean-capable search for those of our users who know more about what they are doing” (3)

Een kenniseconomie is gebaat bij kennisdeling. De huidige situatie, met een veelheid aan licenties die vervolgens gebonden zijn aan een enkele instelling, behoeft revisie. Met de groei van het aantal lectoraten en kenniscentra bij het HBO ontstaat daar meer en meer de behoefte aan toegang tot onderzoeksdatabanken. Nationale licenties al dan niet gecombineerd met een pay-per-view systeem, waartoe bij SURF en de KB voorzichtige pogingen toe worden ondernomen, zouden dit probleem kunnen ondervangen. Het is hoog tijd dat ook de aanbieders van digitale content hiervan doordrongen raken.

Teruglopende budgetten en een stijgende vraag naar digitale informatie zijn nog een extra argument om te streven naar nationale licenties.

Herhaalt de geschiedenis zich en wordt er geen 21ste eeuw variant van het Mundaneum gecreëerd? Paul Otlet zou zich in dat geval in zijn graf omdraaien.

 

Literatuur:

  1. Perception of Libraries: Context and Community. Een recent verschenen rapport van OCLC en aldaar gratis te downloaden.
  2. Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 10 juli 2009, nr. WJZ/139906 (8262), houdende subsidiëring van innovatie van bibliotheken (Subsidieregeling bibliotheekinnovatie)
  3. Bennet  Claire Ponsford and Wyoma vanDuinskerken, “User Expectations in the Time of Google: Usability Testing of Federated Searching” . Internet Reference Services Quartarly 12, nr. 1/2 , (2007) pg. 17

Tien gratis stockfoto-sites voor afbeeldingen en foto’s op je blog

Ik weet niet hoe andere bloggers het ervaren maar hoewel ik best eenvoudig een tekst kan produceren, steek ik toch relatief veel tijd in een blogpost. Dat komt in mijn geval vooral doordat ik bewust geen vaststaand format heb voor mijn blogposts en ik meestal uit de losse pols begin te tikken, wat betekent dat ik bijna altijd moet schaven aan de teksten voordat ik op Publish klik. Alle grammaticale fouten die je in mijn blogposts vindt wijt ik ook allemaal aan het onzorgvuldig schaven aan de teksten en niet aan mijn eigen taalkundige vermogens. Natuurlijk.

Ik zeg dan wel dat ik geen format heb maar ik probeer eigenlijk altijd wel een afbeelding toe te voegen die iets, ter illustratie, toevoegt aan de tekst. Ironischerwijs gaat er soms meer tijd in het vinden en selecteren hiervan zitten dan het tikken van de blogposts zelf. Dat is nog te doen als je enkele blogposts per maand produceert maar sinds ik ben overgestapt naar een dagelijkse frequentie van bloggen (had u het gemerkt?) moet het kiezen en vinden van foto’s wel wat vlotter verlopen wil het niet ten koste gaan van teveel vrije tijd.

In een post van december vorig jaar over afbeeldingen en foto’s op je blog haalde ik al enkele sites aan waar vrij te gebruiken foto’s te vinden zijn en kwam ik zelf uit op een betaalde stockfoto-site waar ik regelmatig nu een foto of afbeelding vandaan haal. Met dagelijks bloggen wordt me dat echter wel te duur dus ben ik op zoek gegaan naar een aanvulling hierop. Niet verrassend zijn er vele stockfoto-sites te vinden waarvan er toch een aardig percentage gratis te gebruiken zijn. De onderstaande 10 -in willekeurige volgorde- zijn niet meer dan een selectie uit het totale aanbod maar zijn er wel 10 die ik al gebruikt heb of zeker nog ga gebruiken. Let bij alle sites voordat je foto’s gebruikt goed op de voorwaarden, de terms of de licentie die de sites vermelden. Ze verschillen per site maar maken duidelijk waar grenzen zitten in het gebruik ervan. Algemeen geldt echter wel dat je nooit het auteursrecht op een foto krijgt, je mag het zonder betaling gebruiken. En ja, dat is een groot verschil.

1. Stock.xchng

Over stock.xchng schreef ik al in mijn vorige post. Het is 1 van twee sites in deze lijst die wel vrij te gebruiken foto’s bevat maar die bij de zoekresultaten ook stevig de betaalde (en betere) foto’s laat zien. Bij het zoeken in deze site moet je goed letten dat je zoekt op foto’s zonder restricties. Het aanbod is wat beperkt sinds Getty Images de site heeft overgenomen en het vooral dus voor promotie van het betaalde aanbod gebruikt maar er zitten nog steeds prima foto’s tussen.

2. Freerange

Freerange is de tweede site die vrij te gebruiken foto’s aanbiedt maar ook betaalde content promoot. Nadat je een zoekactie uitvoert krijg je eerst enkele foto’s uit het aanbod van Shutterstock te zien voordat je de resultaten uit de Freerange catalogus krijgt. Het is echter, in tegenstelling tot stock.xchng, duidelijk waar je zoekt en welke resultaten vrij te gebruiken zijn. De site vereist wel dat je een gratis account aanmaakt voordat je een foto kunt downloaden.

 

3. Wikimedia Commons

Het is niet echt een stockfoto-site in de stricte zin van het woord maar Wikimedia Commons bevat miljoenen foto’s, afbeeldingen, geluidsbestanden en video’s. Alle komen met een licentie die hergebruik voor in blogposts toestaat dus het is zeker een bezoekje waard.

4. Rgbstock

RGBstock is 1 van mijn favoriete stockfoto-sites. Een simpel en doeltreffend design, ze richten zich (ook) duidelijk op bloggers en hoewel ze geen miljoenen foto’s hebben (ruim 66.000 op dit moment), is de kwaliteit van wat ze wel hebben erg goed. Ook deze site vereist een account als je gevonden afbeeldingen wilt downloaden en ze hebben een overzichtelijke en goed leesbare licentietekst.

5. Unprofound

Unprofound is helemaal niet zo lichtzinnig als de naam aangeeft maar is wel de stockfoto-site waar je zo goed als alles mag met de foto’s die er staan. De site is in 2001 gestart door een designer die moeite had kwalitatieve foto’s te vinden voor eigen gebruik en die zelf is begonnen met het maken van foto’s. Tot de dag van vandaag is er een klein team van fotografen die voor het aanbod zorgt en de foto’s mogen zelfs zonder naamvermelding en commercieel gebruikt worden. Absoluut een bezoekje waard. Vanzelfsprekend kun je het lichtzinnig downloaden zonder een account te hoeven aanmaken.

6. Morguefile

Morguefile heeft dan misschien wel een bijzondere naam maar bevat ook tienduizenden foto’s die expliciet bedoeld zijn als free image reference material for illustrators, comic book artist, designers, teachers and all creative pursuits . Er is wel een licentie aanwezig, gebaseerd op Creative Commons, maar daar worden effectief alle restricties weggehaald en ook deze foto’s mag je bewerken, commercieel gebruiken zonder naamsvermelding. Een gratis account is echter wel nodig om gebruik te maken van Morguefile.

7. Stockvault

Ook Stockvault gaat voor een redelijk beperkt maar kwalitatief hoogstaand aanbod. De licentie heeft meer restricties dan de twee bovenstaande sites maar niet-commercieel gebruik is gewoon toegestaan en je kunt het dus voor je blogposts gebruiken. Wederom geldt dat een gratis account vereist is om van de site gebruik te maken.

8. Public Domain Photos

Het foto aanbod is dan wel behoorlijk beperkt bij Public-domain-photo’s, ze hebben wel 8000 vrij te gebruiken cliparts en daar zijn ze redelijk uniek in. De foto’s zijn, hoe kan het anders, alle in het publieke domein wat inhoudt dat er geen rechten op geclaimd worden. Alles is dus volledig vrij en gratis (ja, als in gratis bier) te gebruiken.

9. Photogen

Nog niet genoeg foto’s tot je beschikking? Photogen is een kleintje onder de stockfoto-sites maar bevat toch een aardig en overzichtelijk aanbod. De licentie voorziet in commercieel gebruik en er wordt stevig gestuurd op het aanmaken van een account voordat je foto’s kunt downloaden.

10. Freepixels

Freepixels kom je regelmatig tegen als je foto’s op Facebook ziet. Het bevat een bijzonder fraai aanbod van foto’s en niet verrassend zijn er diverse koppelingen met Facebook aanwezig waardoor het zeer eenvoudig is om gevonden foto’s daar te publiceren. De foto’s zijn echter ook probleemloos te gebruiken op weblogs en de licentie voorziet zelfs nog in commercieel gebruik. Een account aanmaken voor downloaden is niet nodig maar naamsvermelding voor Freepixels is een vereiste, waar je hun foto’s ook gebruikt.

Alle foto’s die zichtbaar zijn op de screenshots zijn vanzelfsprekend eigendom van de genoemde sites en worden alle, indirect natuurlijk, conform de individuele licenties gebruikt.
 

Nieuw zoekjasje en een nieuwe naam: Lexis Nexis Academic

De meest gebruikte databank bij ons, Lexis Nexis Newsportal heeft vanaf 1 september een nieuw jasje gekregen en een (voor ons) nieuwe naam. Lexis Nexis Academic combineert de verschillende producten die je bij ze kunt afnemen in 1 zoekinterface en er zijn aanzienlijke wijzigingen/verbeteringen aangebracht in de wijze waarop je de content kunt doorzoeken.

Wij maken, als Newsportal gebruiker, gebruik van alle nieuwsbronnen en de komende maanden zullen zowel wij als de gebruikers kunnen wennen aan de nieuwe interface. Tot 31 december is de oude interface nog beschikbaar maar vanaf 1 januari 2012 zal iedereen met de nieuwe zoekinterface (moeten) werken.

Bijzonder prettig is dat er nu een link naar een goede handleiding en uitleg over de nieuwe interface te vinden is, in de interface zelf onder het kopje Hulp en instructies. Op een wiki worden deze ook nog periodiek aangevuld en alleen dit al is een fijne en nuttige toevoeging.

  • 2006- 2013 Vakblog – werken met informatie
    Powered by WordPress // Theme: Tatami by Elmastudio
Top