Gastpost: Op de kaart

opdekaart

Welke ouder heeft hem niet voorbij horen komen, de kaart in Dora de ontdekkingsreiziger voorziet elke aflevering Dora van de juiste routeomschrijving. Hoe ander is het autorijden geworden. Waar je vroeger met een kaart zat te worstelen of de route van te voren opzocht en deze in je geheugen prentte, zijn de meeste auto’s nu voorzien van een navigatiesysteem. Maar de ontwikkelingen staan niet stil, zowel Apple als Samsung domineren de smart devices markt volgens IDC en daarmee heb je geen apart navigatiesysteem meer nodig.

Onderweg naar een uitvaart afgelopen week hield ik een iPad vast voor de bestuurder (de auto was te klein voorin voor een houder). Van te voren had hij alle adressen opgezocht en de Apple Maps app (ja, de felomstreden vervanging van Google Maps in iOS6) in kwestie rekende precies uit hoe ver en hoe lang we onderweg waren. Waar vroeger de TomTom behoorlijk van slag raakte tijdens het rijden als we een andere route namen, paste de app zich nu snel aan zodra er een nieuwe weg werd ingeslagen. Hoe een dergelijke app eigenlijk werkt kun je hier terug vinden.

Dan lijkt het me ook logisch dat er genoeg navigatie apps inmiddels zijn gemaakt. De Consumentenbond heeft een praktisch overzichtje gemaakt waar je snel kunt zien wat er beschikbaar is voor welke prijs. Natuurlijk zijn er ook genoeg lijstjes te vinden van Android apps en voor Apple.

Toch vraag ik me af hoe handig het is dat een applicatie voor je de route berekent en je instructies geeft. Natuurlijk wen je daar snel aan maar toch mis ik de charme van het bestuderen van een papieren kaart waar je in één oogopslag kon zien door welke regio je ging rijden en welke routes je zelf kon plannen. Aan de andere kant zullen er huwelijken zijn gered door de opkomst van navigatiesystemen waar het toch slecht mee discussieren is, maar toch, geef mij maar een middagje kaarten bestuderen.

Van die moeilijk opvouwbare kaarten die je nooit meer helemaal precies terugkreeg zoals je hem kocht.

Mariska Snijders-Koetsier is een voormalig information retrieval specialist die werkzaam is geweest in de telecommunicatie, consultancy en –onderzoek branche en heeft jaren in een medische bibliotheek als bibliothecaris gewerkt. Haar specialisaties zijn information retrieval en gebruikersinstructie. 

@ foto: DimitraTzanos via photopin cc

#

Gastpost: review van ‘De Bibliotheek’ app

Mariska Snijders-Koetsier is een voormalig information retrieval specialist die werkzaam is geweest in de telecommunicatie, consultancy en –onderzoek branche en heeft jaren in een medische bibliotheek als bibliothecaris gewerkt. Haar specialisaties zijn information retrieval en gebruikersinstructie. Momenteel is ze de trotse moeder van twee kinderen en beheert ze daarnaast in haar vrije tijd enkele (commerciële) websites voor derden om haar vaardigheden te onderhouden en verder te ontwikkelen.

Ik ben een fervente bibliotheekgebruiker. Ik doe dit niet alleen omdat dit voorheen mijn liefde voor het vak was maar mijn twee kinderen vinden een bezoekje aan de bibliotheek een waar uitje. Om mijn boeken op te zoeken was ik al dik tevreden met de applicatie Bieb. Met deze applicatie op mijn iPod kan ik uitvoerig zoeken naar boeken van mijn gading, of ze beschikbaar en uitleenbaar zijn. De functionaliteiten zoals kunnen verlengen en notificaties spraken me erg aan dus ik was blij verrast toen ik begin deze zomer het bericht kreeg dat er ook een applicatie beschikbaar was dat ‘de Bibliotheek’ heet. Aangezien het bloed nog steeds kruipt waar het niet gaan kan wilde ik deze applicatie graag uitproberen.

Eerste indrukken

In eerste instantie was ik erg tevreden over de functionele inrichting van de applicatie en met de bibliotheekpassen in de hand kon ik vlotjes de gegevens van ons gezin invoeren. Maar helaas kreeg ik al snel een foutmelding zodra ik de gegevens van één van mijn kinderen wilde opslaan.

Ik kan niet achterhalen wat de foutmelding veroorzaakt, maar de gegevens blijven staan en ik kan zo ook goed overzicht houden welke boeken de kinderen hebben geleend. Ideaal lijkt me, geen gezoek meer in huis en als er gezocht moet worden kan ik mijn iPod in de hand houden in plaats van op en neer te pendelen naar de computer.

In de praktijk

Naast inzage van wat er thuis is, gebruikte ik de website van de bibliotheek veel om materiaal op te zoeken en eventueel te reserveren. Via de applicatie besluit ik om te zien of ik een boek kan reserveren. Dit gaat vrij vlotjes, maar wat me opvalt, is dat ik nergens kan zien of het boekje beschikbaar is in onze locatie of in andere dependances. Wat ik ook jammer vind is dat er geen plaatje bij staat van de voorkant: dit is vrij handig als je op zoek bent naar een prentenboek in de jeugdbakken.


Hiervoor moet ik toch terugvallen op de applicatie Bieb die me snel kan laten zien dat het boekje in de centrale aanwezig is.

Ik vind dit toch een ernstige tekortkoming van deze applicatie. Ik leen ook veel non-fictie boeken die vaak niet aanwezig zijn in het dichtsbijzijnde filiaal en ik verwacht toch wel van deze applicatie dat ik terug kan vinden of hij gratis te reserveren valt of dat hij via ibl moet worden aangevraagd. Als gebruiker zou ik wel graag willen weten of een reservering mij geld gaat kosten of niet.

De dagen daarna wacht ik rustig af maar als ik de applicatie opstart kan ik zelf niet achterhalen wat de status is van mijn reservering. Ik kan simpelweg niet bij de reserveringsgegevens komen.

Uiteindelijk moet ik inloggen op een terminal in de bibliotheek die mij de status kan weergeven.


Voor de rest gaat het verlengen vlekkeloos en kan ik snel zien wanneer iets terug moet of niet. Wat erg prettig is, is dat als een boek binnen korte termijn terug moet, deze in oranje wordt weergegeven.

Andere ongemakken

De applicatie houdt niet de gegevens vast van andere gebruikers. Ik gebruik onze volwassenpas als hoofdaccount maar ik had vanaf de start mijn twee kinderen opgevoerd als gebruikers.

Als ik de applicatie enkele dagen later opstart valt me op dat de gegevens van de kinderen er niet meer instaan.

Ik voeg de kinderen opnieuw toe en sla alles weer op – inclusief de bovengenoemde foutmelding.

Ik sluit de applicatie doelbewust af en start het opnieuw op na een uur. De gegevens staan er nog dus ik vraag me af waar deze foutmelding dan op slaat. Storend is het wel, helemaal als een week later deze gegevens wederom zijn verdwenen. Een groot mankement van deze applicatie? Als gebruiker mag je er toch vanuit gaan dat gegevens bewaard worden want dit is een herhaling van zetten waarvan ik me serieus af vraag waarvoor ik het allemaal doe, zeker als ik een goed alternatief heb met de Bieb app.

Tot slot

Samenvattend zou deze applicatie de gebruikerservaring kunnen verbeteren door meer gegevens over de boeken te tonen: waar aanwezig en op welke plank. Bij reserveringen zou het enorm prettig zijn als je kunt zien of je een boek ergens anders kunt lenen en wat voor een vergoeding daar tegen overstaat. Als een reservering geplaatst is, is het erg gebruikersvriendelijk dat men ook kan zien wat de status van de reservering is. Nu moet alsnog op de website worden ingelogd of de gebruiker moet de vraag stellen aan de informatiebalie. Wat wel prettig is dat je per ingevoerde gebruiker kunt zien wat er thuis is en je kunt ook dat snel en eenvoudig verlengen.

#

Gastpost: De tweetende toneelspeler

Ali Molenaar, informatiespecialist, enthousiast gebruiker van social media, amateurtoneelspeler en schrijvend hoofdredacteur van toneelblad ‘Haghespel’. In de vrije tijd verwoed lezer van fantasy en SF en daardoor heb ik Raymond leren kennen. In mijn wankele eerste passen op het internet, zo rond 1999, kwam ik bij de nieuwsgroep nl.kunst.sf+fantasy terecht, waar ik o.a. Raymond vond.

Voor het Haagse toneelblad Haghespel heb ik diverse stukken geschreven over het gebruik van internet. Nu schrijf ik over nut en noodzaak van het gebruik van Twitter in het Haagse amateurtoneel. Veel mensen kennen Twitter in hun privéleven, ik gebruik zelf Twitter ongeveer anderhalf jaar, niet alleen voor zenden, maar vooral voor ontvangen. Niet alleen in mijn hobby, cultuur, is men druk bezig door middel van Twitter informatie te verzenden maar ook in mijn beroepsleven, het informatieland. Ik ben ermee begonnen toen ik voor mijn werk een onderzoekje deed naar Twitter, want ‘daar moesten we ook maar wat mee gaan doen’. Twitter is een middel om beter in contact te kunnen komen met je doelgroep en hen beter te leren kennen. Zo kan je veel meer toegespitst reclame maken of hen benaderen met een aanbod dat bij hun interesses past. Maar dan moet je wel van tevoren nadenken over wat je wilt tweeten.

Zo ook in de theaterwereld. In de beroepstoneelwereld worden sociale media al volop gebruikt. Theaters en theatergroepen gebruiken Twitter voor promotie van de voorstellingen, verhogen van de beleving door achtergrondinformatie over de voorstellingen, kaartverkoop en klantenservice. Juist via Twitter is het eenvoudig een dialoog aan te gaan en de betrokkenheid van consumenten te vergroten.

In de amateurwereld staat het gebruik nog in de kinderschoenen. De meeste Haagse amateurtoneelgroepen zijn wel vertegenwoordigd op internet. Ze hebben eigen websites, een enkele groep gebruikt Twitter, enkele groepen gebruiken Facebook, en tot nu toe heb ik één groep gevonden op LinkedIn[1]. Toneelspelers zijn er wel te vinden, maar ook niet veel. Een bijkomend probleem is het afnemende verenigingsleven, er wordt enthousiast begonnen aan een website, en vervolgens gaat de webmaster weg bij de vereniging en wordt de site niet meer bijgehouden.

Het is belangrijk voor de amateurs publiek binnen te krijgen, ook in de amateurkunsten wordt behoorlijk gesnoeid in de subsidies. Veel groepen draaien op bekend publiek, vrienden, familie, buurtbewoners, etc. Om te blijven bestaan is het belangrijk nieuw publiek binnen te krijgen en dat ook te houden, maar veel groepen lukt dat niet. Het hangt ook van de kwaliteit van de groepen en van de gekozen stukken af. Daarbij wordt er in de media nauwelijks aandacht besteed aan amateurkunst. De Haagsche Courant had vroeger een recensent die naar voorstellingen ging, maar de recensies werden afgeschaft, AD besteedt er geen aandacht aan, Den Haag Centraal, de nieuwe Haagse weekkrant besteedt af en toe aandacht aan amateurkunst, maar dan moet het wel een bijzondere voorstelling wezen. Haghespel is het enige blad in Den Haag waar nog recensies in verschijnen en het blad heeft te maken met een abonnementenbestand dat elk jaar kleiner wordt.

Het Haagse publiek maakt het moeilijk, aan de ene kant heb je jonge enthousiaste mensen die gedrukte media nauwelijks meer gebruiken en hun informatie van het internet halen. Ze zijn vertrouwd  met sociale media als Facebook, Hyves, Twitter, YouTube, etc. Aan de andere kant heb je de oudere garde die met liefde de krant en het boek oppakt en de computer wel gebruikt, maar met mate. Voor de papieren versie van Haghespel geeft dit een dilemma, er wordt al jaren gevraagd om een digitale versie van het blad, maar de papieren Haghespel blijft bestaan omdat een groot deel van het lezerspubliek daar de voorkeur aan geeft.

Is er dan een publiek voor een Twitter-account van een toneelvereniging? Ja, op zich wel, als je dat publiek laat merken dat ze als eerste van alles te weten komen. Gebruik het actief. Laat weten waar je mee bezig bent als vereniging. Twitter niet alleen als er een voorstelling is, dat is twee keer in het jaar, maar laat bijvoorbeeld ook weten dat je een regisseur gevonden hebt, dat je bent begonnen met repetities, dat je de kostuums voor een voorstelling hebt gevonden. Tweet foto’s van repetities. Publiciteit is hard werken, iets dat vaak vergeten wordt. Geef bekendheid aan je Twitter-account in je flyers en je programmaboekjes.

Een Twitter-account voor Haghespel is ook mogelijk en nodig. Het blad heeft te maken met een afnemend abonneebestand en een wisselend aanbod aan kopij. Discussies die worden aangezwengeld in het blad sterven een vroegtijdige dood, dat kan anders worden met een medium als Twitter dat discussies juist aanmoedigt. De bekendheid van het blad is niet groot, alleen de inner circle van het Haagse amateurtoneel kent het blad, het potentiële lezerspubliek is veel groter. Haghespel kan bijvoorbeeld tweeten over voorstellingen, meldingen over deadlines en verschijning van het blad, voorproefjes van een nieuw nummer, foto’s van voorstellingen, en ook berichten van andere groepen kunnen worden geretweet. Mogelijkheden te over voor de publiciteit van één van de weinige tijdschriften die geheel over amateurtoneel gaan.



[1] Een lijst met Haagse groepen met hun website is te vinden op www.hvatoneel.nl

Gastpost: Toekomst?

Het merk openbare bibliotheek is sterk maar de inhoud echter niet meer. De openbare bibliotheken worden voorbijgestreefd of sluiten zich zelf buiten door moeilijk te opereren. Bezuinigingen zorgen voor onduidelijke horizonten. Gemaakte keuzes zijn niet voortvarend genoeg. Een andere kleur en of opstellingen is niet meer genoeg om de klant binnen te hengelen. Gekozen doelstellingen zijn niet meer van deze tijd. De bibliotheek moet naar de klanten toe. Niet andersom! Het tijdperk van lekker achter de balie zitten is voorbij.

Of is zelfs het tijdperk van de openbare bibliotheek zoals wij die kennen voorbij?

De Openbare bibliotheek ligt achter met verstrekken (uitlenen) van E-books al dan niet door toe doen van de uitgevers. Steeds meer mensen gaan digitaal lezen. Er komen generaties die niet beter meer weten.

Ook op het gebied van informatie verstrekken (inlichtingenwerk) worden ze door het internet voorbij gestreefd. Commerciële partijen starten websites of netwerken waarop mensen elkaars vragen beantwoorden. Doen dus dat waar ooit de openbare bibliotheek sterk in was. En nog erger op die commerciële websites huizen nu ook bibliotheekmedewerkers die hun inlichtingenwerk missen terwijl ze dat toch eigenlijk in de bibliotheek horen te doen. Samen zorgen dat vragen worden beantwoord op de onmiskenbare bibliotheek manier.

De vraag is dus of  op ten duur een openbare bibliotheek nog wel bestaansrecht heeft? Voorbij gestreefd door allerlei andere organisaties en of onafhankelijke informatiespecialisten is het moeilijk om iets voort te laten bestaan met een rijk verleden en een lege toekomst.

In de openbare bibliotheek heeft men jaren lang te veel in een eigen wereld gezeten. De consequenties nu zijn daardoor veel te groot. De uit vele eilanden bestaande bibliotheek heeft moeite met de toekomst. Liever blijft men bibberend achter de fysieke boekenkast wachten op de toekomst, vissend naar subsidies om allerlei onbeduidende projecten te laten draaien. Zonder ook eens echt de handschoen op te pakken en wel overwogen over een mogelijk toekomst na te denken (uitzonderingen daargelaten).

Het zegt al genoeg dat acties van diverse mensen uit de openbare bibliotheek plaats vinden zonder dat men van hogere hand zich daar actief mee zou willen afficheren.

Een naam hebben die iedereen kent is wel mooi maar je hebt er niets aan als de inhoud niet meer klopt. De bibliotheek als organisatie die achter de feiten aan hobbelt, niet op de laatste plaats te danken aan de politiek.

Echter er gloort hoop maar dan van onderuit de bibliotheek. Medewerkers met hart voor de zaak die zich terecht zorgen maken over de overlevingskansen van de openbare bibliotheek.
Zolang er hoop is zal de openbare bibliotheek leven, echter de tijd van pappen en nat houden is nu echt voorbij.

Blog van Joost Heessels, blogger op de website Bibliofuture.nl

De klant is koning. Toch?

Pieter Hogendoorn (47) is docent e-marketing aan de Hanzehogeschool Groningen. In zijn vrije tijd speelt hij basgitaar en werkt hij mee aan de ontwikkeling van een ‘state of the art’ Learning Content Management System.

Een lange periode van alleenheerschappij van Windows is aan het afkalven. Niet alleen in het bedrijfsleven, maar ook in het onderwijs. Ik zie veel studenten met Apple laptops, iPads en Android toestellen. En ook management en directie is massaal “aan de iPad”. Alleen de IT-bazen  blijven stug volhouden dat gebruikers zeer gehecht zijn aan Windows. En dat een overstap op andere systemen veel te moeilijk is voor ze ……terwijl om hun heen diezelfde gebruikers fluitend hun Apples en Androids tevoorschijn halen.

Studenten nemen zelfs hun eigen virtuele werk-omgeving mee. Ze laten Blackboard, Sharepoint en Outlook links liggen, systemen waaraan HBO-instellingen vele tonnen spenderen. Omdat ze die onplezierig vinden werken. Een student zei tegen me: “Nee, wij kijken nooit op Blackboard. Aan het begin van de cursus downloadt iedereen de bestanden van Blackboard en zet die in zijn Dropbox. En daarna houdt 1 persoon van onze projectgroep Blackboard en Sharepoint in de gaten. Als er daar iets boeiends wordt gemeld, dan plaatst hij dat op Facebook”.  Ook bij docenten zie ik de Google Docs pagina’s oprukken, de Facebookgroepen, de WikiSpaces. De beste reactie van de instellingen zou natuurlijk zijn om de eigen systemen beter te laten aansluiten bij de wensen van gebruikers. Helaas schieten sommige in de reflex van waarschuwen (privacy!) of verbieden (“geen materiaal op openbare sites plaatsen”). Gelukkig gaan ze niet zover als sommige overheidsinstellingen, die Facebook en GMail afsloten – waarna overigens het aantal thuiswerkende personeelsleden fors toenam.

De reactie van van een aantal universiteiten om met GMail en Google Docs te gaan werken is een betere zet. Zie  http://www.emerce.nl/nieuws/nederlandse-universiteiten-google-apps   Overigens biedt ook Microsoft met Office 365 een soortgelijke oplossing.  Ik deel wel de zorgen over de privacy bij deze cloud-oplossingen. Maar ook de huidige situatie is niet ideaal: Windows bevat afluister-”backdoors” en de gebruikersvoorwaarden van Apple en Microsoft geven aan dat gebruikers kunnen worden gemonitord en dat die gegevens worden gedeeld met “partners”. Heb ik nooit bezwaren over gehoord uit onderwijs- of overheidsland. Als de bezwaarmakers tegen de cloud consequent zijn, moeten ze massaal overstappen op Linux en open source software. Ik zelf heb dat al jaren geleden gedaan, trouwens, tot volle tevredenheid. Maar als ik dit bespreek met de IT-afdeling vindt mij een mafkees. Linux? Ben ik gek geworden? Iedereen weet toch dat Windows de standaard is en dat gebruikers daar erg aan gehecht zijn?

#

Juffrouw Stekelhaar

Ik had nog nooit zo’n rare juf

als Juffrouw Stekelhaar.

Tot tien uur lijkt ze heel normaal,

daarna wordt ze toch raar!

Dan staat ze druk te jumpen

en rappen voor de klas.

En doet ze vaak een kikker na

die buitelt in het gras.

Dan bonst De Duffe Meester,

die van de hoogste klas.

Hij roept: ‘Is het nou klaar?

Als je mijn vrouw toch was!’

Maar juf is van haar eigen

en niet van Meester Bons.

Dat is voor haar dus mazzel

en een beetje ook voor ons.

 

Uit: ‘Wat praat je’, uitgeverij De Inktvis

© Gedicht is van Netty van Kaathoven www.nettyvankaathoven.nl en www.nettyvankaathoven.blogspot.nl
© Illustratie is van Emmy van Ruijven www.emmyvanruijven.nl
#

Stichting Pro, of Stichting Retro?

Pieter Hogendoorn (47) is docent e-marketing aan de Hanzehogeschool Groningen. In zijn vrije tijd speelt hij basgitaar en werkt hij mee aan de ontwikkeling van een ‘state of the art’ Learning Content Management System.

Dit is een column over auteursrechten, hogescholen en het internet. De hogescholen in Nederland kennen de ‘reader-regeling’, waarin is afgesproken dat de scholen, tegen een vaste afkoop-som, korte fragementen van auteursrechtelijk beschermd materiaal mogen overnemen. De Stichting Pro voert namens de rechthebbenden die regeling uit. Overschrijdt een school de regels, dan krijgt ze een forse boete. Die wordt berekend op basis van de mate van overschrijding (aantal woorden en afbeeldingen boven de norm)  x de oplage. De oplage is dan het aantal gedrukte readers. Of bij digitaal materiaal: het aantal mensen dat toegang heeft tot de cursus-site. Het gaat om vele tonnen aan boetes per HBO-instelling, en dat is een hoger bedrag dan de afkoopregeling zelf……

Naarmate we meer digitaliseren wordt dit een groter probleem. Want de Stichting Pro behandelt digitaal materiaal net zo als papieren materiaal. Maar er zijn veel problemen bij het 1-op-1 omzetten van wetten voor papier naar de digitale wereld. Zoals de definitie van oplage. Stichting Pro schrijft: “De oplage van digitaal gepubliceerd onderwijsmateriaal is het aantal studenten dat toegang heeft tot het elektronische stuk. Het is daarbij niet van belang of de studenten dit artikel daadwerkelijk inkijken: dat is bij papieren readers niet anders.  Als u op de kosten let, is het daarom van belang dat u een zo klein mogelijke eenheid toegang geeft tot uw digitale materiaal [....]  u ontvangt een factuur maal het aantal pagina’s maal de oplage.”

Hiertegen heb ik een principieel bezwaar en een praktisch. Principeel:  ik werk niet bij de KGB, maar bij een onderwijsinstelling, en mijn doel is juist om zo veel mogelijk mensen toegang te geven tot kennis. Praktisch: de definitie van “oplage”. Stel, ik plaats op een openbaar toegangelijke site beschermd materiaal wat me op een boete van € 10,- per ‘publicatie’ komt te staan. Wat is nu de “oplage”? Volgens PRO het aantal mensen dat de website *kan* inzien. Er zijn 1 miljard mensen die toegang tot internet hebben, dus is de boete dan € 10 miljard euro? Of moeten we kijken naar het aantal Nederlandstaligen met internettoegang (zeg: 10 miljoen mensen), en wordt de boete dan slechts € 100 miljoen? Of moeten we toch (in strijd met de ferme woorden van Pro) kijken naar het aantal unieke pageviews van die site? Wie moet dat meten, en op welk moment?  Op deze en andere technische vragen heb ik ondanks aandringen nooit een inhoudelijk antwoord van Stichting Pro gekregen. En het gaat wel ergens over: ik wil kennis verspreiden (valorisatie, rol van het HBO in de regionale economie) maar ik wil niet het risico lopen op torenhoge boetes.

De informatie die Stichting Pro wel geeft, is  bovendien regelmatig aantoonbaar onjuist. Eigenlijk moet voor ieder materiaal worden betaald, zegt Pro. Dat is onjuist. Veel kennis behoort inmiddels tot het publieke domein, als de auteur daaraan niets oorspronkelijk toevoegt is die publicatie niet beschermd en mag er vrijelijk uit worden gekopieerd. Daarnaast zijn er licenties als Creative Commons, zoals gebruikt door onder meer Wikipedia. Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Creative_Commons en http://creativecommons.nl/licenties/uitleg/   Onder die licenties mag er meestal vrij worden gekopieerd, mits met bronvermelding. Ook Open Access-tijdschriften maken van dat soort licenties gebruik. Open Access wordt gesteund door onder meer de HBO Raad, de VSNU, NWO en KNAW. Zie onder andere www.surffoundation.nl/nl/themas/openonderzoek/OpenAccess/Pages/Default.aspx   Maar Stichting Pro besteedt hier geen woord aan en geeft doodleuk verkeerde informatie. Wat ik van het HBO dan weer niet begrijp, is dat ze enerzijds Open Access steunen, maar anderzijds een overeenkomst met PRO tekenen die daar naar letter en geest haaks op staat.

Gelukkig wil Neelie Kroes de beuk er in gooien. Ze constateert dat het auteursrecht in de huidige vorm een blokkade vormt. “Sinds het ontstaan van het geschreven woord zijn er drie grote technologische revoluties geweest die de verspreiding van cultuur beïnvloed hebben. Eerst de drukpers, ten tweede de industriële revolutie, ten derde de informatie- en communicatietechnologie revolutie. […] Dit biedt geweldige mogelijkheid, maar de handhavers van het auteursrecht in zijn huidige vorm laten het hier afweten.

Ik stel daarom voor dat het HBO het contract met de Stichting Pro opzegt.

#

De informele bibliotheek (5)

<< Deel 4 van de reeks De informele bibliotheek

Ik ben Jo Han Khouw. Tot voor kort was ik informatiebemiddelaar en collega van Raymond bij het Mediacentrum van hogeschool Windesheim. Vanaf 1 mei ben ik bibliothecaris af en met pensioen. Maar ik kom nu al tijd tekort voor mijn vrienden, hobby’s, tuintje en het bijhouden van mijn blog. Wat dat laatste betreft: bibliotheken zijn nog steeds in beeld. Onverwacht veel zelfs. Maar wel in een heel andere gedaante.

Vervolg van mijn verkenning van informele bibliotheken. In dit vijfde en laatste deel gaat het over de relatie met ontwikkelingen in Openbare Bibliotheken en in de boekhandel.

Ontwikkelingen in Openbare Bibliotheken

Bibliotheken maken moeilijke tijden door. De economische crisis leidt ook hier tot bezuiniging, krimp of zelfs sluitingen. Nieuwe taken en projecten moeten het voortbestaan verzekeren. Bijvoorbeeld actiegerichte varianten (de pop-up of guerillabibliotheek) of varianten van minibibliotheken (stationsbibliotheek, airport library). Veel ruilbibliotheken ontstaan uit protest, als een vorm van verzet tegen bezuiniging op plaatselijke bibliotheekvoorzieningen. Sommige van die informele bibliotheken, zoals Little Free Libraries (met verwijzing naar de Friends of the Library), zien zichzelf als aanvulling op of verlengstuk van de plaatselijke openbare bibliotheek. Maar of die openbare bibliotheken daar blij mee zijn? De opkomst van dit soort microbibliotheken levert onder bibliothecarissen wel discussie op, zoals o.a. blijkt op biblioblog Ten aanval. Vandaar in deze lijst ook aandacht voor min of meer verwante varianten van de Openbare Bibliotheek.

Bibliobeek Vierlingsbeek
Inwoners van Vierlingsbeek (gemeente Boxmeer) organiseerden een reddingsactie toen op de subsidie voor de plaatselijke bibliotheek drastisch werd gekort. Het resultaat is dat de bibliotheek een doorstart kon maken en nu door de dorpsbewoners wordt geëxploiteerd. (link 1) (link 2)

Buurtbibliotheken Den Haag
In juni was in de krant te lezen dat Den Haag als eerste gemeente in Nederland gaat experimenteren met buurtbibliotheken. Wegens bezuiniging moeten volgend jaar 6 van de 18 Haagse wijkbibliotheken sluiten. Daarvoor in de plaats komen er kleinere buurtbibliotheken die worden gehuisvest in scholen, buurthuizen en verzorgingshuizen. Multifunctionele concentraties, kortom, die uit financiële nood worden geboren. (link 1)

Huis van Cultuur en Bestuur Nijverdal, foto 30 mei 2012

Om een contrast te schetsen: met enkele vroegere collega’s bracht ik in mei dit jaar een bezoek aan de Bibliotheek van Nijverdal. De bibliotheek is onderdeel van ZINiN, een brede culturele organisatie die de gemeente Hellendoorn cultureel op de kaart wil zetten. ZINiN partners (bibliotheek, theater en VVV) zijn sinds 2007 samen met het gemeentehuis ondergebracht in een monumentaal gebouw, het Huis van Cultuur en Bestuur. Deze grootschalige, luxueus ingerichte, multifunctionele accomodatie steekt nogal af tegen het plan van de Haagse buurtbibliotheken.

Deze tegenstelling illustreert een passage uit het rapport Brainport Library Eindhoven (2012): ‘Openbare bibliotheken beschikken over een stevig ideologisch fundament. Vrijwel over de hele wereld is sprake van een gedeelde opvatting over de rol en betekenis van een openbare bibliotheek. Wat sterk aan verandering en ‘couleur locale’ onderhevig is, is de wijze van invulling en uitvoering. In essentie gaat de bibliotheek nog steeds over ‘verheffing’ en emancipatie […] niet over het goedkoop boeken uitlenen aan iedereen.’ En die emancipatiedoelstelling levert opmerkelijk genoeg ook een raakpunt met sommige informele bibliotheken.

Boekspots
Zijn er Openbare Bibliotheken die een brug slaan naar het fenomeen ‘ruilbibliotheek’ en die inmiddels bezig zijn om zelf een min of meer informele poot te ontwikkelen? Boekspots is een initiatief van de Samenwerkende Utrechtse Bibliotheken en het Bibliotheek Service Centrum (BiSC). Het gaat om kasten met boekeninhoud die kunnen worden geplaatst in scholen, kerken, theaters, bedrijven, verzorgingshuizen of andere gebouwen. Lokale initiatiefnemers kunnen met de bibliotheek contact opnemen en het concept adopteren. De bibliotheek heeft de rol van facilitator. Door middel van Boekspots willen de bibliotheken het leesplezier vergroten en boeken een tweede leven geven. Het gebruik is gratis en er zijn (bijna) geen regels. Een interessant idee. Maar het is duidelijk dat de bibliotheek de regie houdt: er wordt een concept bewaakt, een merknaam en huisstijl gehanteerd etc. Zou het ook denkbaar zijn om lokale beheerders helemaal de vrije hand te geven en slechts op de achtergrond te faciliteren? Of om als bibliotheek zèlf een ruilafdeling op te zetten?

Flitsbibliotheek
De Bibliotheek West-Achterhoek bedacht de Flitsbibliotheek en werd daarmee genomineerd voor de Bibliotheek Innovatie Prijs 2011. ‘De Flitsbibliotheek is een opvallend voertuig, uitgerust met een digitale boekenkast, zitgelegenheid en een podium. Acteurs vertellen verhalen of spelen scenario’s uit de wereldliteratuur. De Flitsbibliotheek kan overal en op onverwachte plaatsen worden ingezet en kan zich richten op heel verschillende doelgroepen. De bibliotheek wordt op een nieuwe manier gepresenteerd als schatkamer van verhalen’. (bron: BIP jury rapport)

Biebbus Zaanstad
Architect Jord den Hollander ontwierp voor de Bieb voor de Zaanstreek een bibliobus in de vorm van een uitschuifbare zeecontainer op een standaard oplegger. Zodra de container omhoog schuift komt een ingebouwde, tweede ruimte tevoorschijn waarin de collectie is geplaatst. De container zelf vormt een etage die als zithoek of hangplek functioneert. De Biebbus is een pop-up bibliotheek in dubbele betekenis (tijdelijke standplaats, uitschuifbare container). (link 1)

Stationsbibliotheek Haarlem, foto 26 juli 2012

Plug-in bibliotheek. Strandbibliotheek. Stationsbibliotheek. Airport library
Nieuwe minivarianten van de gangbare Openbare Bibliotheek. De plug-in-bibliotheek is in te zetten als een pop-up bibliotheek.
Op 26 juli bezocht ik de stationsbibliotheek in Haarlem. Deze minibibliotheek is ondergebracht in een prachtig oud gebouwtje op eilandperron, tegenover een Kiosk-winkel. Je vraagt je af waarom niet op elk station in de grote steden zo’n reisbibliotheek bestaat.

Stationsbibliotheek Haarlem, foto 26 juli 2012

Ontwikkelingen in de boekhandel

Het Britse warenhuis Selfridges richtte zijn boekenafdeling tijdelijk in tot een pop-up bibliotheek (januari-maart 2012). Volgens trendwatchingbureau JWT zijn daarin drie nieuwe trends zichtbaar (uit de JWT trendrapporten voor 2011 en 2012):

  • De-teching (onttechnologisering, ontdigitalisering): je zou het niet zeggen, maar toch zijn er steeds meer mensen die hun gebruik van mobieltjes, computers en tv’s willen beperken, om zich er minder afhankelijk van te voelen. En die real life contacten belangrijker vinden dan social media.
  • Retail as the Third Space: naast thuis en werk krijgen openbare ruimtes, maar ook koffiebars, restaurants, winkelcentra ed. steeds grotere betekenis als ‘derde’ verblijfsruimte, met het accent op ontmoeting, sociale activiteiten en ontspanning.
  • Objectifying Objects: ondanks de voortrazende digitalisering zijn steeds meer mensen geïnteresseerd in fysieke objecten, waar zij een gevoelswaarde aan kunnen verbinden. Bijvoorbeeld koffietafelboeken, cadeauboeken, retro- of vintage publicaties, en ja, ook gebruikte, tweedehandsboeken.

Meer:

@ openingsfoto: Roel Wijnants via photo pin cc
@ overige foto’s Jo Han Khouw

#

De informele bibliotheek (4)

<< Deel 3 van de reeks De informele bibliotheek

Ik ben Jo Han Khouw. Tot voor kort was ik informatiebemiddelaar en collega van Raymond bij het Mediacentrum van hogeschool Windesheim. Vanaf 1 mei ben ik bibliothecaris af en met pensioen. Maar ik kom nu al tijd tekort voor mijn vrienden, hobby’s, tuintje en het bijhouden van mijn blog. Wat dat laatste betreft: bibliotheken zijn nog steeds in beeld. Onverwacht veel zelfs. Maar wel in een heel andere gedaante.

Vervolg van mijn selectie van informele bibliotheken. Hier gaat het over boekentorens, minibibliotheken in diverse gebouwen en over verwante projecten.

Boeken in torens

Toren van Babel, Buenos Aires
Ongeveer in dezelfde periode – voorjaar 2012 – waarin Raul Lemesoff met zijn boekentank door de straten van Buenos Aires reed, creëerde de Argentijnse kunstenares Marta Minujin een heel bijzondere ‘Toren van Babel’. Deze zeven verdiepingen tellende installatie met de naam World Book Capital 2011 bevatte meer dan 30.000 boeken in verschillende talen. Eind mei werd de toren ontmanteld en werden alle boeken weggegeven. (link 1)

Boekenbastion Tante Pollewob, Horst
“Oprukkende e-books, sluitende bibliotheken, omvallende boekhandels: het papieren boek zit in het verdomhoekje. Boekenbastion Tante Pollewop biedt tegenwicht”. Aldus de website van Tante Pollewob in Horst. Het boekenbastion is een design minitorentje, gevuld met boeken. Maar er zijn ook koekjes. Alleen al om deze ijzersterke combinatie staat deze minibibliotheek op mijn to-visit lijstje. (link 1))

Minibibliotheken in gebouwen

Ludgerusgebouw, Vierakker
In 2010 ontdekte ik een ruilbibliotheek in het dorpscafé in Vierakker. Dorpscafé en bibliotheek zijn gevestigd in het vroegere parochiegebouw naast de Willibrorduskerk. Dit Ludgerusgebouw heeft als verenigingsgebouw nog steeds een belangrijke functie voor Vierakker en Wichmond. Al in 1978 was er een bibliotheek, maar daar heb ik geen nadere gegevens over. In 2007 werd een ruilbibliotheek opgezet. Uitbaters Gea en Jos Boesveld die in 2010 aantraden, beheren ook deze ruilbibliotheek. Het gebruik ervan is beperkt tot de plaatselijke bewoners. (link 1)

Ludgerusgebouw Vierakker, foto 19 september 2010

Reanimation Library
Andrew Beccone is bibliothecaris, musicus (rockdrummer) en vooral een liefhebber van ‘cultureel afval’. Allerlei zaken die onze cultuur heeft voortgebracht zijn in de vergeethoek geraakt of dreigen verloren te gaan. Beccone richtte in 2006 de Reanimation Library op, met het doel om dit vergeten materiaal weer in omloop te brengen. ‘The effort is modest in scope compared to many public libraries, but it does provide a place to house and reactivate overlooked gems from the sediment of print culture.’ (bron). De Reanimation Library is gehuisvest in de interdisciplinaire kunstgalerie Proteus Gowanus. Er zijn inmiddels zes tijdelijke filialen in andere steden, o.a. in Londen. De Reanimation Library was begin 2012 onderdeel van de expositie Print Studio in het MoMa, New York. In mijn ogen is dit wel de meest bijzondere bibliotheek op deze lijst, vooral ook vanwege de opmerkelijke voorbeelden van bewaard materiaal. (link 1)

Ludgerusbibliotheek Vierakker, foto 19 september 2010

Informele bibliotheken in Rotterdam
Ik vond een verwijzing naar een Rotterdamse pop-up bibliotheek, genoemd door Martijn van der Steen, codecaan en adjunct-directeur bij de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur. En een verwijzing naar een bewonersbibliotheek in een Rotterdamse flat, genoemd op het weblog van Maurice Specht, wetenschappelijk onderzoeker. Als ik in de gelegenheid ben ga ik in Rotterdam eens een kijkje nemen.

Andere projecten

Dead drops
Een eigentijdse variant op de ruilbibliotheek. Library-in-the-wall in plaats van Library-without-walls, oftewel de digitale bibliotheek. Ingemetselde usb-sticks in muren of puien kunnen worden geladen met eigen digitale bestanden (documenten, muziek, videoclips etc.). Voorbijgangers die zo’n usb-tje ontdekken kunnen ter plekke de bestanden downloaden. In Amsterdam zijn enkele Dead Drops geregistreerd. Het wachten is op ingemetselde e-readers, netbooks en ipads…

Portable Library Project
In Hamilton (Ontario, Canada) organiseerde kunstenares Tara Bursey in 2010 het Portable Library project. Deelnemende kunstenaars van diverse pluimage kregen elk een lege doos mee in boekformaat. De opdracht was om gedurende een week elke dag zo’n doos om te toveren tot een boek met inhoud. De geproduceerde “boeken”werden verzameld in een tijdelijke bibliotheek en een serie exposities.

Underground Library
Boeken die worden gepubliceerd door de Underground Library worden verspreid via leden. Van elke lezer wordt gevraag het boek te signeren, te dateren en weer door te geven aan een volgende geïnteresseerde.

Self Shelf Swap Community
De Self Shelf Swap Community wil een netwerk van privébibliotheken opzetten, gebaseerd op het principe van de al bestaande Open Library. Deelnemers in dit wiki-overzicht zijn vooral gelokaliseerd in Frankrijk en België.

Bookyards van Bartolini, TRACK expositie Gent, foto Henny Burkels juli 2012

TRACK expositie, Gent
Gent heeft van 12 mei tot 19 september 2012 de kunsttentoonstelling TRACK. Onderdeel daarvan is een installatie van de Intaliaanse kunstenaar Massimo Bartolini. Hij creëerde een tijdelijke openluchtbibliotheek in een oude wijngaard bij de Sint-Pietersabdij. Mijn Zutphense vrienden waren er afgelopen week op bezoek (zie foto). Zij bleken al vaker een goede antenne te hebben voor bijzondere bibliotheekverschijnselen. Ook deze Bookyards is een heel fraai voorbeeld. Misschien ga ik er zelf ook nog kijken. (link 1, met ook een videolink)

Boek met Bookcrossing label in de boekenboom Zwijndrecht, foto 26 juli 2012

Bookcrossing
Vaak wordt de opkomst van ruilbibliotheken en openbare boekenkasten in verband gebracht met het idee van Bookcrossing, in 2001 bedacht door Ron Hornbaker. Hij lanceerde de Bookcrossing website die sindsdien wereldwijde bekendheid verwierf. Er zijn inderdaad overeenkomsten maar ook verschillen tussen Bookcrossing en ruilbibliotheken. Openbare boekenkasten bestonden al eerder. Bij Bookcrossing gaat het niet zozeer om ruilen maar om weggeven. Boeken worden in openbare ruimtes “losgelaten”. Je kunt ook zeggen: te vondeling gelegd, voorzien van een herkenbare Bookcrossing sticker. Wie zo’n gelabeld boek vindt kan dat melden op de Bookcrossing site. Ook het achterlaten, vrijgeven van boeken kan op de site worden geregistreerd. Er bestaan in diverse landen, ook Nederland, Official Book Crossing Zones (OBCZ): geregistreerde, vrij toegankelijke locaties waar boeken worden neergelegd (in een kastje o.i.d.). Het terugvinden en traceren van boeken die ‘op reis’ gezet zijn, is toch wel de voornaamste attractie van BC. Daarmee past BC in een breed scala van activiteiten die bekend staan als Internet Object Tracking: daaronder vallen niet alleen zakelijke volgsystemen (bijv. van poststukken) maar ook allerlei recreatieve, gameachtige bezigheden zoals wayfinding, geocaching, geocoin, letterboxing, post(card)crossing, travelbug, etc. Voor de laatst genoemde varianten kwam ik overigens nog een andere fraaie verzamelnaam tegen: Internet-Guided Offline Recreation (IGOR). (link 1).

@ openingsfoto: Roel Wijnants via photo pin cc
@ overige foto’s Jo Han Khouw

#

De informele bibliotheek (3)

<< Deel 2 van de reeks De informele bibliotheek

Ik ben Jo Han Khouw. Tot voor kort was ik informatiebemiddelaar en collega van Raymond bij het Mediacentrum van hogeschool Windesheim. Vanaf 1 mei ben ik bibliothecaris af en met pensioen. Maar ik kom nu al tijd tekort voor mijn vrienden, hobby’s, tuintje en het bijhouden van mijn blog. Wat dat laatste betreft: bibliotheken zijn nog steeds in beeld. Onverwacht veel zelfs. Maar wel in een heel andere gedaante.

Vervolg van mijn selectie van informele bibliotheken. Hier gaat het over minibibliotheken in kasten en kastjes, rijdende minibibliotheken, boeken in bomen en struiken en bibliotheken op straat.

Bibliotheken in kasten en kastjes

Read and repeat
Het project Read and Repeat installeert guerilla- en pop-up bibliotheken in Brooklyn. Dikwijls in achterstandswijken die het meest getroffen worden door bezuiniging op scholen en bibliotheken. De ruilbibliotheekjes, onder de naam SPREAD, zijn gemaakt van biologisch afbreekbaar karton. Alleen al door die materiaalkeuze hebben ze een tijdelijk karakter.

Bogota minibibliotheek
In Colombia zijn meer dan 100 minibibliotheken verschenen, in de vorm van kleine kiosken of boekenstalletjes. In de hoofdstad Bogota staan er zo’n 50, vooral in stadsparken. Ze worden gerund door vrijwilligers, onder toezicht van de parkbeheerders en een stichting voor leesbevordering.

Mercatorbibliotheek Essen, foto Henny Burkels oktober 2011

Mercator Bücherschrank
De Mercator Bücherschrank is de eerste officiële ruilbibliotheek in het Ruhrgebied. Opgezet door de Mercator stichting die wil bijdragen aan maatschappelijke en culturele veranderingen. De bibliotheek is een weinig opvallende, maar degelijke, weerbestendige boekenkast, met deuren van veiligheidsglas. De eerste werd in december 2009 in Essen geplaatst. Vrienden van mij spotten hem in oktober 2011. Sindsdien, tot juni 2012, verschenen er nog zes andere boekenkasten, in andere plaatsen.

Rijdende minibibliotheken

Arma-De-Instruccion-Masiva
De Argentijnse kunstenaar en activist Raul Lemesoff is een Argentijnse kunstenaar en activist. Vanaf 1999 verbouwt hij auto’s tot mobiele kunstobjecten, met bizarre namen als: The Y2 Kaka, The Illegal Immigrant Trypod, The Anti-Christ Ninth Mobile en The Mobile Warning Global Warming. Zijn laatste schepping is The Weapon of Mass Instruction (Arma-De-Instruccion-Masiva). Een oude Ford, getransformeerd tot tank en van onder tot boven behangen met boeken. Daarmee rijdt Lemesoff door Buenos Aires of op het platteland om boeken uit te delen. Zijn tank is een verwijzing naar het vroegere generaalsregime en tegelijk een symbool van vrede en de strijd tegen analfabetisme. Lemesoff was in 2011 aanwezig op het Writers Unlimited festival in Den Haag. Ter plaatse bouwde hij met hulp van scholieren een Nederlandse versie van de boekentank. (link 1)

Chicago Book Bike
In Chicago reed in de jaren 2008-2011 een fietskarretje met boeken rond: de Chicago Book Bike. Bedacht door Gabriel Levins, redacteur bij MAKE: A Chicago Literary Magazine. Eén Book Bike karretje werd in 2011 geadopteerd door bibliothecaresse Karen Greene van de Pima County Library. Hij rijdt nu rond in Tucson, om reclame te maken voor de bibliotheek. Speciaal bij mensen die al lange tijd niet meer in de bibliotheek zijn geweest. De boeken mogen gratis worden meegenomen.

Boeken in bomen en struiken

Boekenboom
Op dinsdag 24 april 2012 werd in Zwijndrecht een ‘boekenboom‘ in gebruik genomen. Mike Mastwijk en Ton Jille, directeuren van twee plaatselijke basisscholen kwamen tijdens een studiereis een dergelijke boom tegen in Berlijn. En toen de wijkbibliotheek werd wegbezuinigd, besloten ze om er werk van te maken. Nu staat die boekenboom er, in een plantsoentje langs de Karel Doormanlaan. Hij is gemaakt van vijf met elkaar verbonden stukken boomstam. Daarin zijn vakken gezaagd, afgedekt met een plastic flapje. Leerlingen van de basisscholen zullen de boom en de boekenvulling onderhouden. Bezocht op 26 juli.

Boekenboom Zwijndrecht, foto 26 juli 2012

Boekenstruik
Eén boek (zie foto) is nog geen bibliotheek. Maar plaats er een boekje bij en je hebt de kleinste struikbibliotheek die je kunt bedenken. Datum en locatie (VS) van de foto zijn helaas onvermeld. Maar het plaatje spreekt mij zeer aan.

(Foto (CC) van Flickr gebruiker Hakamadare)

Bibliotheken op straat

Friern Barnet Library
Sluiting van de Friern Barnet Library in Noord-Londen schoot veel buurtbewoners in het verkeerde keelgat. Als protest werd op het grasveld tegenover de bibliotheek een pop-up bibliotheek ingericht. Mensen doneerden boeken en – echt Engels – cake en thee. Allemaal gratis.

People’s Library / Occupy Wall Street Library
Een beroemde straatbibliotheek was de People’s Library van de Occupy beweging, tijdens de bezetting (september tot 15 november 2011) van het Zucottipark in Manhattan, New York. De bibliotheek werd bij de ontruiming van het Occupykamp grotendeels vernietigd. Maar ook direct daarna weer opnieuw tot leven gewekt. De bibliotheek bestaat in feite nog steeds – in een geïmproviseerde vorm – totdat een meer definitief onderdak gevonden wordt. (link 1) (link 2) (link 3).

@ openingsfoto: Roel Wijnants via photo pin cc
@ overige foto’s Jo Han Khouw en Henny Burkels

#

Pagina 1 of 3123
  • 2006- 2013 Vakblog – werken met informatie
    Powered by WordPress // Theme: Tatami by Elmastudio
Top