De bibliotheken beginnen hun eigen muziekdienst met eMuziek

emuziek
Bibliotheken lenen (natuurlijk) niet alleen boeken uit. Ik herinner me nog heel goed toen de muziekafdeling van de bibliotheek in mijn geboorteplaats officieel werd geopend en hoewel ik nog cassettebandjes heb geleend, zijn het vooral de muziekcd’s die in de jaren 90 enorm populair waren. Bij alle openbare bibliotheken in Nederland.

Die populariteit nam – na vele jaren – enigszins af toen de mp3 zijn opwachting maakte en hoewel er nog steeds bibliotheken zijn met een collectie muziekcd’s is de dienst van het uitlenen van die cd’s al geruime tijd gecentraliseerd en bij de Centrale Discotheek Rotterdam belegd. Muziekweb heet deze landelijke dienst van de bibliotheken. Bibliotheekleden kunnen daar kiezen uit (honderd)duizenden cd’s, muziek-dvd’s en lp’s die vervolgens verstuurd worden naar je ‘eigen’ bibliotheek in de buurt.

eMuziek
Enigszins tot mijn verrassing lanceerden de bibliotheken en Muziekweb vandaag eMuziek: een nieuwe muziekdienst die een deel van het aanbod van Muziekweb streamend beschikbaar maakt voor alle leden van de openbare bibliotheken. eMuziek is opgezet als pilot waarbij op dit moment zo’n 20% van de 4,5 miljoen nummers van Muziekweb in de catalogus beschikbaar zijn gemaakt. Log in met het pasnummer van je bibliotheekkaart (en bijbehorend wachtwoord) en je kunt gaan grasduinen en luisteren naar muziek. Er kan gebladerd worden op muziekstijl, genre en subgenres maar ook kan er vanzelfsprekend rechtstreeks gezocht worden naar artiesten of nummers.

emuziek

Maar er zitten wel enkele restricties aan het gebruiken van eMuziek.

Hoewel de rechten voor een deel van de catalogus geregeld zijn (er is toestemming van Universal Music) gaat het dus om een relatief ‘klein’ aanbod van zo’n 900.000 nummers. Dat is natuurlijk nog steeds wel veel maar – om de onvermijdelijke vergelijking met andere streaming muziekdiensten toch te maken – valt het enigszins in het niet bij de 13 tot 20 miljoen nummers die bij Grooveshark en Spotify in het aanbod zitten.

Gebruiksrecht
In de gebruiksvoorwaarden (lezen en niet meteen wegklikken!) valt te lezen aan welke afspraken het gebruik van eMuziek onderhevig is:

BNL [Bibliotheek.nl] biedt maximaal 40.000 leden van Nederlandse openbare bibliotheken de mogelijkheid om maximaal 150 tracks per lid per maand te streamen voor persoonlijk niet-commercieel gebruik op een PC, met voor ieder lid een maximum van vijf afspeelbeurten per track per jaar. Niet gebruikte credits kunnen niet worden overgeheveld naar een volgende periode.

[...]

De streaming te beluisteren muziek wordt geboden op basis van het ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’ principe. Bij het bereiken van het maximum aantal van 40.000 leden-gebruikers kan BNL nieuwe leden-gebruikers helaas geen toegang bieden tot de streaming muziek. De toegang tot de te beluisteren muziek vervalt nadat een maand geen muziek is beluisterd, zodat andere leden muziek kunnen beluisteren op eMuziek.nl.

Er kunnen dus 40.000 leden tegelijk een actief account hebben. Heb je een maand lang geen muziek geluisterd dan vervalt je toegang en komt je ‘plekje vrij’ voor een ander lid. Je kunt maximaal 150 nummers per maand luisteren – wat overigens pas telt als je langer dan 20 seconden luistert naar een nummer – en een los nummer kan maximaal 5 keer per jaar beluisterd worden. Wil je meer of vaker kunnen luisteren, dan wordt er bij elk album verwezen naar iTunes om het album of nummer aan te schaffen. Dat is overigens wel de enige concessie die naar Apple wordt gedaan want aangezien de site Flash gebruikt voor het afspelen van de muziek, is eMuziek niet op een iPhone of iPad te gebruiken.

Al deze limieten zorgen er ook voor dat eMuziek ook eigenlijk geen concurrent of alternatief is voor Spotify, Deezer, Rdio, Sony’s Music Unlimited of Xbox Music van Microsoft. eMuziek wordt vooral als een dienst neergezet om gebruikers muziek te laten (her)ontdekken. Bladeren door muziekstijlen en genres, artiesten en nummers vinden en daar naar kunnen luisteren om te bepalen of het wat voor je is. Wil je meer, dan kun je de muziek kopen via iTunes of natuurlijk een (betaald) account nemen bij één van de grotere muziekdiensten waar je wel toegang hebt tot die vele miljoenen nummers zonder dergelijke restricties.

Goh ik ben toch enthousiast
Mijn eerste gedachte was dat eMuziek met al die restricties en relatief kleine catalogus eigenlijk weinig tot niks toevoegde aan de bestaande muziekdiensten. Natuurlijk, voor al die andere diensten moet je betalen en behalve voor je bibliotheeklidmaatschap zijn er geen bijkomende kosten voor eMuziek maar ook een muziekdienst als Grooveshark is zonder kosten zeer goed te gebruiken. En staat je toe om min of meer onbeperkt naar muziek te luisteren.

Maar die insteek van muziek ontdekken, dat is waar het potentieel van eMuziek in zit. Dat is sowieso waar bibliotheken erg goed in (moeten) zijn. Als het gaat om boeken zorgen bibliotheken ervoor dat je als gebruiker laagdrempelig kennis kunt maken met schrijvers, titels en genres die je niet zou uitproberen als je de boeken zou moeten kopen. Je kunt ontdekken wat je leuk vindt en wat je smaak is.

Voor muziek geldt dat minstens net zo merk ik. Via Spotify blader ik eigenlijk nooit door genres en luister ik vooral naar muziek die ik al ken. Die ik in playlists gestopt heb. Als eMuziek zich vooral focust op die ontdek- en gidsfunctie, dan kan het een mooi vertrekpunt zijn voor tienduizenden bibliotheekleden om ook laagdrempelig kennis te maken met (nieuwe) digitale muziek.

Ik ga in ieder geval nu even bladeren door het aanbod in vocale jazz. Daar is zo te zien nog heel veel nieuws voor mij  te ontdekken.

#

U wilt iets nieuws gaan doen in de bibliotheek. Mag dat? Over ethiek, auteursrecht en een beetje lef

Bovenstaande afbeelding heb ik ooit gebruikt in een discussie over het imago van de bibliotheek. Minder knotje en wat meer attitude als het gaat over het beeld van de bibliothecaresse dat iedereen nog steeds associeert met de bibliotheeksector in zijn geheel. Een leren broek is optioneel wat mij betreft maar die houding aanmeten van ‘ik zie dat we een probleem hebben, ik weet wat er moet gebeuren en ik ga het doen ook!’, daar zou tijdens opleidingen en sollicitaties echt geen ontkomen aan moeten zijn idealiter.

Erkennen dat je een probleem hebt
Dat we problemen hebben als bibliotheken, daar kunnen we het allemaal wel over eens zijn. We komen slecht (of niet) los van de koppeling tussen bibliotheken en boeken, en als het gaat om vernieuwingen en innovatie blijkt te vaak dat we onze oude rollen ook helemaal niet los willen laten. We stoppen dan de oude wijn in nieuwe digitale zakken maar elke stap gaat gepaard met voorzichtig kijken of er iemand bezwaar maakt tegen de veranderende rol en taken die we willen gaan vervullen. En er zijn dan wel altijd meer redenen om iets niet te doen dan wel te doen helaas.

Dat is helaas want de digitale wereld biedt gigantisch veel kansen. Iedereen met een internetverbinding kan informatie vinden maar het goed kunnen zoeken, beoordelen, verwerken, interpreteren en toepassen van informatie zijn geen vaardigheden die een internetprovider bij een abonnement meelevert. Een goede kennis van bronnen is essentiëler dan ooit en juist met alle technische, multimediale en juridische aspecten die zo belangrijk zijn in de digitale informatievoorziening zou je met elkaar als beroepsgroep moeten experimenteren welke diensten hier uit kunnen voortvloeien. Welke kennis gedeeld zou moeten worden met je klanten, welke instructies er nodig zijn, welke vaardigheden je als bibliothecaris/informatiespecialist moet hebben en welke vaardigheden je wilt overbrengen. Wat je toegevoegde waarde is en wat je kan betekenen voor je klanten.

Dat is niet per se gemakkelijk. Dat is soms zelfs confronterend als je niet zeker weet of je zelf over de kennis en vaardigheden beschikt weet ik uit ervaring. Maar je moet je niet laten leiden door angsten, mensen die je boos zou kunnen maken of andermans belangen die je mogelijk zou kunnen schaden. Natuurlijk moet je over de ethiek in ons vak ook nadenken maar laten we eerlijk zijn, over de ethische aspecten van de informatievoorziening maakte zich niemand echt druk de afgelopen dertig jaar. Nu ineens zouden we dan de verantwoordelijkheid moeten dragen over wat anderen zouden doen met de informatie en vaardigheden die wij ze aandragen? Braaf binnen de veilige en afgebakende kaders blijven van waar niemand aanstoot aan ons neemt? Je verantwoordelijkheid nemen is belangrijk maar het moet geen beer op de weg worden om er zelfs maar niet aan te beginnen. We zijn informatiespecialisten, geen artsen dus die Hippocratische eed hoeven we niet af te leggen.

Hippocratisch of hypocriet?
Vorige week legde ik wederom aan een groep docenten uit hoe ze het beste konden zoeken in -en gebruik konden maken van- bronnen voor video en afbeeldingen. Wetende dat de meeste docenten (en studenten) alles op internet bij elkaar sprokkelen, legaal en illegaal. Ook al houd ik daar meteen een uitgebreid verhaal over auteursrechten en licenties bij. Moet ik mezelf beperken tot alleen de ‘goedgekeurde’ legale bronnen waar een gebruiker zo’n beetje niets verkeerds mee kan doen? Ben ik door mijn gekozen professie verantwoordelijk voor het naleven van de Auteurswet? Of is dat de verantwoordelijkheid van die gebruiker zelf om na te denken over hoe je iets gebruikt, ongeacht of die bron illegaal is of er bepaalde spelregels voor gelden?

Dat laatste natuurlijk. Ik wijs, en gelukkig vele collega’s met me, op die aspecten maar het blijft de verantwoordelijkheid van anderen om dit ook op te pakken. Dus ik verwijs mensen zonder problemen naar databanken die we aanbieden, ook al zijn enkele beperkt in hun licentie dat je de inhoud niet mag hergebruiken in het onderwijs. Ik wil mensen best uitleggen hoe je het beste kunt zoeken in Google, ook al leer ik je daarmee ook hoe je torrents kunt vinden. Ik vertel je niet precies waar je illegale ebooks kunt vinden maar doe ook niet alsof ze niet bestaan en dat ik ze zelf nooit heb gedownload. Ik geef je met plezier instructie hoe je een ereader kunt gebruiken maar wil je ook best daarbij uitleggen hoe je snel die DRM van je gekochte ebooks afkrijgt. Zodat je niet op zoek hoeft naar illegale ebooks.

Meer doen, minder denken
Waar zitten je gebruikers op te wachten? Wat zouden ze het liefste van je willen? Vragen waar je best wel het antwoord op weet en dus is de enige vraag van belang, waarom doe je dat dan niet? Er is plek voor een workshop over downloaden zolang dat in Nederland gewoon legaal is. Of een handleiding converteren en DRM vrij maken van ebooks, ook al is dat een zeer grijs gebied. Natuurlijk zal niet iedereen er blij mee zijn maar het is niet onze taak om iedereen blij te maken en te houden.

Laat die voorzichtigheid los die er voor zorgt dat als je een dienst wil gaan aanbieden aan je klanten om zelf hun eigen boeken te kunnen scannen, je eerste reactie is:

“Mag dat wel?”

@ foto: *eddie via photopin cc

#

Het wordt nu echt tijd voor 1 digitale referentiebibliotheek

Het idee is al heel oud eigenlijk. Daar waar je bibliotheken met fysieke locaties zo decentraal mogelijk, zo dicht bij je klanten als maar mogelijk is, wilt organiseren is het omgekeerde het geval bij een digitale bibliotheek. Er zijn nauwelijks redenen te bedenken waarom je grote, algemene, veelgebruikte digitale informatiebronnen in elk dorpje, in elke gemeente en in elke provincie zou moeten aanbieden. Een logische invulling van een digitale bibliotheek is dat je dat centraal, landelijk, regelt en dat alle mensen laagdrempelig toegang krijgen middels bijvoorbeeld een abonnementsconstructie.

Hoewel ik nu ongetwijfeld de complexe werkelijkheid onacceptabel vereenvoudig meen ik toch wel te mogen concluderen dat de (openbare) bibliotheeksector, overheden en de leveranciers van die digitale informatiebronnen elkaar nu al vele jaren in een virtuele houdgreep geklemd houden. Leveranciers die zoeken naar voor hun acceptabele verdienmodellen en de bibliotheeksector & overheden die niet als 1 gezamenlijke partij tot zaken kunnen komen. Je kunt wel de zaken landelijk willen regelen maar bitter feit is dat de potjes met geld onlosmakelijk vermengd zijn met lokale en regionale belangen. Die belangen blijken niet verenigd te kunnen worden met de potjes geld er nog aan vast. Resultaat is dat in een tijdperk waar zoveel goede, kwalititatieve en soms zelfs essentiële digitale informatiebronnen bestaan, de bibliotheken daar nog steeds een ondergeschikte rol in spelen om die ook aan het grote publiek beschikbaar te kunnen maken.

Onderwijs- en onderzoeksbibliotheken
Voor onderwijs en onderzoek is het niet veel anders. Ook daar lagen 10 jaar geleden al plannen om -vergelijkbaar met enkele andere landen in Europa waar zoiets al bestond- te komen tot een nationale digitale bibliotheek voor het onderwijs. Een stuk of tien van de meestgebruikte databanken voor het hoger onderwijs waarvoor een landelijke licentie afgesloten zou kunnen worden. Waarom zou elke onderwijs- en onderzoeksbibliotheek die zelf afsluiten en aanbieden terwijl iedereen gebruik maakt van precies dezelfde content?

Ook dit plan kwam nooit tot een concrete uitwerking. Meestgebruikt wil niet zeggen dat iedereen er gebruik van maakt en centraal bekostigen van landelijke licenties vereiste dat er ook één centrale partij zou moeten zijn om zowel de belangen als een deel van de budgetten te behartigen. Die was er niet en het laat zich niet aanzien dat die er ooit gaat komen ook.

Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan
Ook al was een nette en formele oplossing te prefereren geweest, zoals het de afgelopen jaren gegaan is bij -in ieder geval- de HBO bibliotheken is ook geen houdbare situatie meer. Met nauwelijks stijgende (en veelal juist krimpende) budgetten zijn de HBO-bibliotheken niet meer in staat om een volwaardig en adequaat aanbod beschikbaar te stellen aan al hun onderwijsgebruikers. Kostbare algemene databanken met veel inhoud die wel goed gebruikt worden maar niet echt een rechtstreekse link hebben met het onderwijs. Kostbare (vak)specifieke databanken die eigenlijk door te weinig mensen gebruikt worden om de gemaakte kosten te rechtvaardigen. En daardoor eigenlijk verhullen dat die vakinformatie ook best geld mag kosten als je er gebruik van wilt/moet maken.

Dus moet je keuzes maken.

De keuze om alleen die digitale informatiebronnen breed aan te bieden die ook toegevoegde waarde hebben voor het onderwijs. De keuze om met je gebruikers afspraken te maken hoe ze informatiebronnen kunnen gebruiken die niet door een bibliotheek aangeboden kunnen worden. De keuze om met je leveranciers afspraken te maken om precies dat dan mogelijk te maken. Maar ook de keuze om die dure algemene databanken niet meer aan te bieden. Ook al bevatten ze veel content over veel onderwerpen. En worden ze goed gebruikt.

Daar zou je als bibliotheek moeten kunnen doorverwijzen naar een centrale, landelijke, digitale bibliotheek. Eentje waar je precies die digitale achtergrondinformatie zou moeten kunnen raadplegen. Zodat je als decentrale bibliotheek je kunt focussen op het gericht aanbieden van digitale informatie waar expliciete vraag en behoefte aan is.

De Koninklijke Bibliotheek
Het bijzondere is dat zo’n landelijke digitale bibliotheek al bestaat natuurlijk. De Koninklijke Bibliotheek fungeert als nationale bibliotheek en zowel de openbare bibliotheeksector, via het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken (SIOB), als de onderwijs- en onderzoeksbibliotheken zien in de KB de perfecte partner voor die ene Digitale Bibliotheek. De Koninklijke Bibliotheek biedt al jaren de mogelijkheid aan om voor een laag bedrag lid te worden waarbij gebruik gemaakt kan worden van zowel de fysieke als de digitale collecties.

In die digitale collectie worden al vele databanken aangeboden die HBO bibliotheken bijvoorbeeld ook aanbieden. Die overlap is niet vreemd gezien de missie van de KB en de daaruit voortvloeiende doelstelling om een rol te spelen in de informatievoorziening voor het hoger onderwijs. Als je studeert aan een hoger onderwijs instelling, dan krijg je zelfs 50% korting op het lidmaatschap.

En als je als student voor de prijs van zo’n drie biertjes in een kroeg een jaar lang toegang kunt krijgen tot veel van dezelfde databanken die onderwijsbibliotheken zelf ook aanbieden, dan mag je toch concluderen dat je sommige keuzes als bibliotheek toch heel gemakkelijk kunt maken? Waarom je halve budget spenderen aan databanken die je klanten elders veel goedkoper zelf kunnen regelen? Waarom zoveel energie steken in alles zelf willen aanbieden en bekostigen terwijl je best weet dat je dat het volledig onmogelijk en onbetaalbaar is?

Die ene digitale referentiebibliotheek is er al lang. Nu moeten we nog durven door te verwijzen.

@ foto: dorena-wm via photopin cc

#

Licenties: het nieuwe werken met digitale content

Ik lees regelmatig blogposts en artikelen die, ook in het digitale tijdperk, een grote rol weggelegd zien voor de informatiespecialist. Leren omgaan met bronnen, informatievaardigheden, het leren zoeken, vinden en beoordelen van informatie. Ja, ik denk dat hier zeker nog een wereld te winnen valt maar ik ben van mening dat informatiespecialisten in (hogeschool)bibliotheken ook hier niet kunnen concurreren met de Google’s en Amazon’s van deze wereld.

Leveranciers van informatie, met Google als treffend voorbeeld voorop, doen namelijk hun uiterste best om hun systemen aan te passen zodat gebruikers eenvoudig informatie kunnen zoeken, vinden en beoordelen. Informatiespecialisten zijn al ruim 15 jaar bezig om hun gebruikers aan te passen aan de immer veranderende omgeving en persoonlijk beschouw ik dat als dweilen met de kraan open. Leveranciers van content en zoeksystemen hebben zelf meer belang bij het aansluiten bij hun gebruikers dan dat informatiespecialisten dat hebben. Het is een race waarin leveranciers aan 1 kant en informatiespecialisten aan de andere kant streven naar perfectie en, hoewel ik niet denk dat we er ooit komen, vraag ik me serieus af waarom we de moeite doen. Waarom moeten informatiespecialisten zoveel tijd, ambitie en bestaansrecht investeren om systemen van contentleveranciers toe te lichten en eindgebruikers te begeleiden in het gebruik ervan? We lijken wel vertegenwoordigers die langs de deuren gaan om eindgebruikers op te voeden optimaal gebruik te kunnen maken van andermans systemen.

En dat terwijl er een groot gapend gat in de markt is die door informatiespecialisten grotendeels genegeerd wordt.

Dat gat omhelst niet het zoeken, vinden of beoordelen van de content, of het leren omgaan met al die digitale bronnen, maar zit een stapje hoger, namelijk de toegang tot de content. Dat gapende gat is bijzonder goed verborgen want waarom zou toegang tot content een probleem zijn in een tijdperk waar je overspoeld wordt met informatie. Het probleem is echter dat, ondanks al die vrijelijk beschikbare informatie, er een gigantische laag verborgen zit met content waarvoor je moet betalen en waar je niet eenvoudig gebruik van kunt maken. Als je al weet dat die content bestaat natuurlijk.

Waardevolle content is nogal niet zelden content waar je voor moet betalen. Voor een bibliotheek is dit geen onbekend verschijnsel want al vele jaren nemen bibliotheken abonnementen op databanken zodat eindgebruikers daar zelf weer gebruik van kunnen maken. En geven we instructies in het gebruik van die databanken zodat gebruikers er ook daadwerkelijk in kunnen zoeken en vinden.

Maar het einde van databanken als grote bundelingen van content -de we geven je zoveel mogelijk en jij betaalt zoveel mogelijk constructies- is in zicht. Bibliotheken zijn niet meer in staat dit te bekostigen en kunnen zich letterlijk en figuurlijk niet meer veroorloven om gigantische hoeveelheden content-die-men-niet-wil af te nemen en aan te bieden teneinde een miniscule hoeveelheid content-die-men-wel-wil aan te bieden. Bibliotheken, informatiespecialisten *en* leveranciers moeten af van het collectie denken, de big deal praktijken, en toe naar het aanbieden en leveren van alleen die content die een gebruiker ook daadwerkelijk wil.

Dat klinkt logisch maar de consequenties zijn enorm. Voor (hogeschool)bibliotheken staan dan niet meer de bronnen centraal maar de inhoud ervan. Wanneer mag de klant gebruik maken van content? Hoe mag die het hergebruiken (binnen bijv. het onderwijs) en wie heeft er allemaal wel of niet toegang? Waar betaal je nu eigenlijk voor en wat krijg je er daadwerkelijk voor terug? En waarom zou een bibliotheek dat betalen en niet de klant zelf? Ineens gaat het niet meer om de eigen selectie van bibliotheken en de aanwezige bronnen & systemen maar verandert de dienstverlening in bemiddelen tussen de specifieke vraag van een klant en het schier oneindige aanbod van contentleveranciers. Ineens gaat het niet meer om het aanschaffen van content ten behoeve van die klant (hoewel dat nog best voor kan komen) maar staat maar 1 doel centraal: krijgt de klant zijn content en kan die daarmee doen wat hij of zij voor ogen had? Wat heeft een docent aan informatie die niet in de digitale leeromgeving gebruikt mag worden? Wat heeft een student aan informatie die niet gebruikt mag worden in een verslag?

De informatiespecialist van nu moet het aanbod van contentleveranciers toegankelijk kunnen maken voor zijn of haar klanten. Dat zullen soms groepen zijn, vaak individuen maar ook -zoals vroeger- de gehele instelling zijn. Dat betekent afspraken maken over en afsluiten van licenties voor content tbv deze doelgroepen zodat je zeker weet dat je klanten de content kunnen (her)gebruiken zoals ze dat willen en waar ze wellicht ook zelf voor betalen. Leveranciers, uitgevers maar ook andere bemiddelende partijen als SURFdiensten, werken steeds meer met maatwerklicenties die het steeds vaker mogelijk zullen maken dat je alleen betaalt voor die content die je wilt afnemen, gedurende de periode dat jij die content nodig hebt en dat je die content mag hergebruiken. Zowel op instellings-, groeps- als individueel niveau.

De informatiespecialist van straks is geen expert meer in het collectioneren, ontsluiten en aanbieden van fysieke en digitale content maar is expert in het just-in-time toegankelijk maken van content van verschillende contentleveranciers voor verschillende doelgroepen met verschillende randvoorwaarden. Een mix van bibliothecaris, ICT-er, onderhandelaar, auteursrechtenkenner, adviseur en licentiemanager.

@foto via Flickr met CC licentie

Terug naar de toekomst

Twee weken geleden hield ik een korte presentatie over enkele ontwikkelingen in de prachtige wereld van informatievoorziening en de impact die deze (kunnen) hebben op de veranderende rol van hogeschoolbibliotheken. Nou is een korte presentatie houden sowieso al geen eenvoudige opgave voor mij -ik ben de mening toegedaan dat “kort en bondig” vooral onnodige concessies zijn aan ongeduldige of ongeinteresseerde toehoorders- maar in dit geval vond ik het extra lastig. Vanuit welk perspectief kijk je naar de diverse ontwikkelingen?

Vanuit de aanbod kant? Waar uitgevers, tergend langzaam, nieuwe modellen bedenken voor het aan de man brengen van vooral digitale informatie? Ebook platformen als MyiLibrary, Netlibrary, Ebrary enz die de rol onverholen overnemen van bibliotheken en zichzelf ook zo noemen? Waar informatieleveranciers zich minder en minder richten op bibliotheken als tussenpersonen maar de eindgebruikers rechtstreeks benaderen in een B2C aanpak? Waar nieuwe licentiemodellen ontwikkeld worden vanuit SURFdiensten die het op termijn mogelijk zullen maken dat het onderwijs rechtstreeks digitale content kan afnemen just-in-time en beperkt tot een specieke groep afnemers?

Moet je kijken naar de klant kant van hogeschoolbibliotheken? Daar waar hogeschoolbibliotheken studenten als hun klanten zien terwijl deze niet bepalend zijn voor de rol die je als bibliotheek hebt binnen je onderwijsinstelling, laat staan dat deze impact op het budget hebben? Waar je instelling vindt dat je een bijdrage moet leveren aan de kennisdoelstellingen van de organisatie, brede projecten waar informatiemanagement, kennismanagement en informatieprocessen aan bod komen en waar ze naar de hogeschoolbibliotheek kijken? Waar steeds meer gekeken wordt naar de meerwaarde die je als bibliotheek eigenlijk hebt voor de organisatie?

Of moet je de hand in eigen boezem steken en de wereld aanschouwen vanuit je eigen perspectief als bibliotheek? Waar weliswaar nog steeds behoefte is aan een centraal aangeboden (fysieke en digitale) collectie maar waar het tegelijk steeds lastiger wordt om digitale content aan te bieden met verminderde financiële middelen. Waar we ook zelf blijven pogen om te concurreren met de Google’s en Amazon’s van deze wereld en zo dicht mogelijk de aansluiting te zoeken bij het onderwijs teneinde helder te krijgen wat van ons verlangd wordt anno 2011.

Voor mijn presentatie heb ik gekozen voor zoveel mogelijk het eerste en een klein beetje het laatste perspectief. Je moet nu eenmaal ergens beginnen. Het beeld dat na alle presentaties -ik was niet de enige- bij mij bleef hangen was echter wel veelzeggend. We hebben als hogeschoolbibliotheek een serieus probleem met het meeveranderen. Een bibliotheek als intermediair tussen vraag en aanbod die een eigen selectie van informatiebronnen aanbiedt, dat gaat achter de dodo aan richting uitsterven.

Onze klant -het onderwijs- wil geen bibliotheek meer in de klassieke zin van het woord maar vraagt om eindgebruikersdiensten van informatieleveranciers, expertise en bijdragen over hoe informatie gebruikt kan worden in digitale leeromgeving en onderwijs, en wil dat er meegedacht en meegeholpen wordt in de uitvoering van onderwijs, onderzoek en ondernemen.

Onze toeleveranciers van vroeger omzeilen ons waar het maar mogelijk is en benaderen onze eigen eindgebruikers rechtstreeks met content die niet of nauwelijks meer opgenomen kan worden in een centrale collectie die toegankelijk voor iedereen moet zijn. Dialogen gaan niet meer over bestellingen en prijzen (alleen) maar over licenties, gebruiksvoorwaarden en technische aspecten van toegang tot die content.

Zelf moeten we ook nog wennen als hogeschoolbibliotheek. We zijn goed in het runnen van een bibliotheek maar die nieuwe dienstverlening, daar zijn we nog niet over uit. Welke rol willen en kunnen we gaan oppakken binnen onze instellingen? Kunnen en willen we onze traditionele visies en werkwijzen loslaten en los komen van die diensten die feitelijk allemaal rondom aanschaf en beschikbaar maken van boeken waren geconcentreerd?

Waar is die toekomst en hoe komen we terug? Terug naar de intermediair rol die we hadden maar dan met een andere invulling. Terug naar de toekomst waar informatiespecialisten nog steeds nodig zijn.

@foto via Flickr

Ebooks in bibliotheken: de echte fictie?

Bibliotheken en ebooks, het blijft een combinatie die maar niet dichter bij elkaar komt. Al vele jaren zoeken bibliotheken naar een manier om hun dienstverlening, expertise en ervaringen te vertalen van het papieren domein naar het digitale maar er komt maar geen schot in de zaak.

Op papier klinkt het zo eenvoudig. Als bibliotheken schaffen we boeken aan, die lenen we uit aan onze gebruikers en we betalen, behalve de aanschafprijs, een bedrag aan leenrecht voor de daadwerkelijke uitleningen. Als je een openbare bibliotheek bent. Al die lastige beperkingen en uitleenhandelingen vallen volledig weg met ebooks dus dit zou een win-win situatie moeten zijn voor zowel de bibliotheken als de uitgevers.

Tot zover de theorie.

Vanaf dag 1 is het eigenlijk al sjorren aan een dood paard geweest. Uitgevers die weinig zin hadden om hun cashcows digitaal te laten slachten in de volle overtuiging dat ze dan 1 ebook zouden verkopen met de overige tienduizenden exemplaren als perfecte illegale kopie van dat ene ebook. Bibliotheken die onvoldoende beseften dat 1 van die weggevallen beperkingen nou net was dat het daadwerkelijk uitlenen en innemen, als corebusiness van hun boekendienstverlening, niet meer werkt op een ebook. Uitgevers en bibliotheken die weliswaar samen concludeerden dat DRM de oplossing was voor hun beider problemen maar blind waren voor het feit dat dit effectief alle ervaren voordelen van ebooks bij hun klanten om zeep hielp.

En mijns inziens zijn dit nog niet eens de onoverkomelijke problemen geweest. Het ging fout op het moment dat wij als bibliotheken de verwachting, en daarmee de regie, van het aanbieden van ebooks bij de uitgevers neerlegden. Met papieren boeken kochten we de titels en verrichten wij als bibliotheek alle handelingen om het uitleenklaar te maken, en het daadwerkelijk aan te bieden aan onze eindgebruikers. Uitgevers leverden de content, bibliotheken waren het platform waar bibliotheekgebruikers gebruik konden maken van die content. Een specifiek gebruik, namelijk het lenen ervan en niet het kopen van de content want daarvoor ging je naar de boekhandel toe die een paar deuren verderop zat.

En met dat platform, daar is het onoverkomelijk mis gegaan.

Die platforms om hetzelfde (leen)gebruik van ebooks mogelijk te maken zijn nooit ontwikkeld en bedacht door bibliotheken. Dat hebben we aan de uitgevers en andere marktpartijen overgelaten. Uitgevers die door de markt gedwongen werden om ‘iets met ebooks’ te gaan doen hebben enerzijds hun eigen digitale omgevingen ontwikkeld waarin zij al hun digitale content konden aanbieden. Kijk naar een Kluwer of, als je even over de schutting bij de tijdschriftenuitgevers kijkt, naar de grote uitgevers als Wiley, Springer en Elsevier die hun eigen gigaplatforms ontwikkelden. Anderzijds zijn partijen precies in dat bibliotheekvormige gat in de markt gesprongen. NetLibrary, ebrary, Myilibrary, ze hebben behalve de dienst zelfs de naam van de bibliotheek overgenomen. Terecht eigenlijk want ze doen precies dat wat we als bibliotheken zelf hadden moeten doen: een platform ontwikkelen waarin content van alle uitgevers een plek kan krijgen in de digitale collectie(s). Waar groepen bibliothecarissen (zoals tijdens een NetLibrary presentatie afgelopen woensdag verteld werd) nadenken over het aanbod, ontsluiting en samenstellen van op maat collecties. Waar met uitgevers onderhandeld wordt om hun ebooks ook aan te mogen bieden zodat eindgebruikers het kunnen lenen.

Behalve dat wij als bibliotheken de beoogde afnemers zijn voor een NetLibrary, ebrary en Myilibrary. We hebben het laten liggen en die derde hond is er met ons digitale been heen gegaan.

In plaats van dat wij digitaal collectioneren, keuzes maken en nadenken over hoe we de content bij onze klanten krijgen, praten we met marktpartijen die dat werk overgenomen hebben. Luisteren we vol aandacht naar de nieuwe mogelijkheden die er zijn om content die anderen hebben gecollectioneerd, en die we eigenlijk niet eens in onze eigen collecties zouden willen opnemen, nog naar onze klanten te gaan krijgen volgens hun businessmodellen. Nemen we kennis van de vernieuwingen die er zijn met Adobe DRM zodat we de ebooks wel kunnen laten verdwijnen van de pc’s als onze klanten het gedownload hebben. Klagen we dat er toch eigenlijk maar weinig Nederlandstalige ebooks in het aanbod zit.

We zijn volgers geworden van de ebook revolutie. Een revolutie die aan ons voorbij gaat. Ebooks in bibliotheken? Zoekt u maar bij de fictie.

@foto stock.xchng

De digitale bibliotheek voor iedereen

Toen ik afgelopen zaterdag een tweet voorbij zag komen van @digibieb die zijn jaarabonnement bij de KB verlengd had, werd ik ook weer herinnerd aan dit puntje op mijn todo-lijst. Al jaren is er de mogelijkheid om een abonnement/pas te nemen bij de Koninklijke Bibliotheek en zo ook (thuis)toegang te krijgen tot de digitale collectie. Het was me kennelijk ook weer ontglipt want als je al werkt bij een (hogeschool)bibliotheek, dan heb je natuurlijk al toegang tot een groot aantal digitale bestanden.

Maar goed, ik las de tweet en besloot niet langer te treuzelen. Ik was sowieso wel benieuwd welke bronnen en databanken uberhaupt in de digitale collectie van de KB zaten en daar is dan maar 1 manier om achter te komen. Op de inschrijfpagina kun je, volledig online, de gehele inschrijving, identificatie (via DigiD) en betaling (van 15 euro) afhandelen, waarna je onmiddellijk met je lidmaatschapsnummer en wachtwoord aan de slag kan. En dat is precies wat ik deed.

Nieuwsgierig logde ik in, waarna je op een eenvoudige maar zeer functioneel zoekscherm kunt zoeken binnen o.a. de KB catalogus. Alle overige digitale bestanden zijn ook keurig toegankelijk via zowel een pulldown menu als een A-to-Z lijst waarbij je ook informatie over het bestand kunt vinden, alsmede de mogelijkheid om individuele bestanden toe te voegen aan je eigen te doorzoeken selectie. Handig! Het aanbod is aanzienlijk groter dan ik gedacht had met notabene toegang tot enerzijds een aantal fulltext bronnen waar ik ook via werk bij kan maar anderzijds ook (veel) bibliografische en fulltext bestanden waar ik nog geen toegang toe had.


Voor een luttel bedrag van 15 euro per jaar kan dus werkelijk iedereen toegang krijgen tot een uitgebreide digitale bibliotheek. Het sterkt wel weer mijn mening dat we, als hogeschoolbibliotheek, ook niet meer moeten pogen een uitgebreide en exclusieve digitale collectie aan te bieden aan onze klanten maar meer moeten sturen op de persoonlijke bibliotheek van die klant. De digitale bibliotheek van de KB mag daar dan niet in ontbreken lijkt me.

Overigens kun je zelfs nog korting krijgen op die 15 euro, zoals collega @irmavanhouts me een kwartier nadat ik het abonnement had afgesloten via Twitter liet weten. Studenten van MBO en HBO krijgen 50% korting terwijl medewerkers van universiteits- en hogeschoolbibliotheken zelfs een gratis abonnement kunnen krijgen. Nou ja, in elk geval kost het verlengen me dan niks volgend jaar hoop ik.

Legal Intelligence app voor de iPad

Hoewel ik, net als Lukas, niet overtuigd ben dat de dienstverlening van bibliotheken mobiel moet gaan worden, ben ik die mening zeker wel toegedaan als het gaat om de leveranciers van (betaalde) content. Heel erg hard gaat het echter nog niet met de uitgevers om hun content ook via iOS of Android apps beschikbaar te stellen.

Des te groter was mijn plezier toen ik afgelopen vrijdagavond een mail kreeg met de aankondiging (PDF) dat Legal Intelligence een gratis app specifiek voor de iPad beschikbaar stelt:

Graag breng ik u op de hoogte van het feit dat sinds vandaag een Legal Intelligence app voor de iPad beschikbaar is. Met de Legal Intelligence app voor de iPad kan heel eenvoudig, op elk moment en op elke plaats, gebruik worden gemaakt van de zoekfunctie van Legal Intelligence.
Met een bestaand account voor Legal Intelligence kan de app geactiveerd worden voor gebruik met alle content waar u via de website ook toegang toe hebt, en voor toegang tot uw dossiers en attenderingen. Maar ook zonder account is de app een uitstekende juridische zoekmachine die toegang geeft tot de belangrijkste openbare juridische bronnen
.

Via Legal Intelligence gebruiken wij de openbare juridische bronnen plus de content van Kluwer en ik was wel benieuwd naar de werking van de app. De app komt zelfs met zijn eigen site inclusief promotiefilmpje, link naar de app in de Apple App Store en een korte handleiding.

Na downloaden van de gratis app krijg je een eenvoudig registratiescherm:

(klik voor grotere versie)

Je kunt/moet de toegangscode aanvragen door je mailadres naar Legal Intelligence te versturen in de app. Ik neem aan dat dit hetzelfde mailadres moet zijn waar je een particulier account al had bij hen, in mijn geval heb ik mijn werkmail adres gebruikt aangezien Windesheim dit afneemt. Hoe dan ook, de toegangscode viel binnen een minuut al in mijn mailbox en de app was al geregistreerd.

Zoeken werkt handig in de app en als je ooit een paar minuten in Legal Intelligence hebt gezocht, dan is de app ook geen uitdaging voor je.

(klik voor grotere versie)

De app beschikt over de mogelijkheid om attendering op specifieke zoekacties te zetten en om gebruik te maken van de dossiers. De attenderingsfunctie heb ik nog niet geprobeerd omdat ik ook niet echt een dagelijkse gebruiker ben van Legal Intelligence maar de Dossiers geven de melding dat ik er geen toegang tot heb. Het zoeken en opvragen van alle informatie werkt echter vliegensvlug en de app voegt zeker wat toe voor elke gebruiker die beschikt over een iPad. Inloggen (via SURFfederatie) is niet meer nodig en ik kan niet wachten tot er meerdere contentleveranciers met apps op de markt komen.

Eén klein minpuntje wil ik bij deze app niet onvermeld laten, ook al is het een kleintje: bij de instellingen is te zien op welk mailadres de app geregistreerd is maar er is niet te zien welke content beschikbaar is voor een account. Ik kan nu niet zien in welke bronnen ik gezocht heb maar ook niet of ik nu wel of niet toegang heb tot de Kluwer content waar ik volgens mijn Windesheim mailadres eigenlijk bij zou moeten kunnen. Misschien iets voor versie 1.1?

Disintermediation versus de persoonlijke bibliotheek

In twee blogposts heeft collega Jo Han Khouw uitgebreid het fenomeen disintermediation beschreven vanuit de context van de Amazoogle bibliotheek. Eén artikel ging vooral over de rol van federated search en discovery oplossingen terwijl de recente blogpost in ging op de rol van de informatie-intermediairs.

Hoewel ik mezelf zeker kan vinden in beide blogposts, mis ik toch een ontwikkeling die ik veel meer koppel aan het fenomeen disintermediation en dat is dat onze klanten en gebruikers steeds meer (in staat zijn) hun eigen persoonlijke bibliotheek (op te) bouwen. Natuurlijk niet alleen de zeer goed gevulde boekenkast thuis maar vooral de eigen digitale persoonlijke bibliotheek.

De grootste verandering mijns inziens voor bibliotheken is hoe de toegankelijkheid tot informatie is geëvolueerd. In de jaren 80 en 90 had ik zelf alleen maar toegang tot informatie via een bibliotheek in de buurt en deze deed, zeer klantvriendelijk, haar uiterste best om me daarin van dienst te zijn. De verregaande digitalisering van informatie heeft in de jaren erna weliswaar grote impact gehad op bibliotheken maar werd en wordt vooral in het perspectief geplaatst van hoe men zelf de collectie aanbiedt. Databanken, repositories, federated search en nu discovery tools zijn leidend in de aanpak van bibliotheken. Sturen op het verhogen van het gebruiksgemak richting de Amazoogle bibliotheek en op maat opties zijn nodige en essentiele ontwikkelingen geworden.

Maar informatieleveranciers zijn zelf een andere kant nu aan het opgaan. Google Books, Google Scholar, Open Access publicaties, Open Courseware, video/beeld/tekst met Creative Commons licenties enz. Allemaal gratis bronnen waar eindgebruikers zelf toegang (thuis) tot hebben, ook al is het zeker zo dat ze hun weg er lang nog niet altijd in kunnen/willen vinden en de informatievaardighedentrainingen/mediawijsheid trajecten zijn hier dan ook mede op toegespitst.

Ik denk alleen dat ze nog niet ver genoeg gaan.

Nu met de opkomst van persoonlijke mobiele apparaten, zoals de iPad en het hele scala aan Android tablets wat volgend jaar over ons uitgestort gaat worden, krijgt ook de persoonlijke digitale bibliotheek een compleet nieuwe impuls. Leveranciers van betaalde content, traditioneel ook de aanleverende partij voor de bibliotheekcollecties, zien hun kans schoon met de meer gesloten distributiemodellen waarin ze hun informatiediensten rechtstreeks kunnen aanbieden aan de eindgebruikers, inclusief de kosten daar gelijk neer te leggen. Kranten, tijdschriften en ebooks worden via deze gesloten systemen persoonlijk aangeboden op persoonlijke mobiele apparaten en de reden & noodzaak om hiervoor nog naar een bibliotheek te gaan zal minder en minder worden. Natuurlijk, de bibliotheek heeft een veel breder aanbod dan wat nu direct toegankelijk is voor eindgebruikers en zal ook een plek houden voor hen die niet kunnen en willen betalen, maar dat brede aanbod zal ook lastiger te handhaven worden. Waarom zou straks een databank leverancier, of een toeleverancier van ebooks, nog een licentie voor een bibliotheek willen afsluiten als deze dat veel efficienter en winstgevender rechtstreeks kan afzetten bij de doelgroep? Er zijn al diverse voorbeelden waarin educatieve uitgevers hun aanbod specifiek voor opleidingen en studenten inrichten in het hoger onderwijs en waar de bibliotheek, vanuit de rol van collectie aanbod, geen rol in speelt.

Een trend die zich voort gaat zetten.

Bibliotheken, en informatie intermediairs, zouden zich ook moeten gaan richten op het faciliteren van die persoonlijke bibliotheek. De klant die met een iPad naar binnen loopt heeft nog steeds dezelfde informatievraag als voorheen, maar het hoeft niet perse met het eigen aanbod opgelost te worden. There’s an app for that, zou Apple zeggen en ik zie geen reden waarom de bibliotheek hier niet in mee kan denken. Help die klant met het opbouwen van zijn of haar persoonlijke bibliotheek, verwijs zeker nog naar bronnen die in je eigen collectie staat maar kijk ook naar open access bronnen en content die vooral ook direct, en op maat, wordt aangeboden door leveranciers naar die eindgebruiker waar je zelf als bibliotheek niet eens toegang tot hebt.

Dan pas ben je echt een informatie intermediar.

@Foto via blog.shelfari

NVB-HB/WB Ideeënmarkt Na 23 dingen


Afgelopen donderdag was het dan toch zo ver: in Den Bosch, bij Avans Hogeschool, vond de tweede editie plaats van de Ideeënmarkt. Deze keer over wat hogeschool- en universiteitsbibliotheken praktisch hebben gedaan met hun (versie van) 23dingen trajecten. Deed ik de vorige keer nog een oproep, inmiddels was het programma volledig gevuld en moesten we zelfs een 9e mini presentatie weigeren omdat we simpelweg te veel in het programma hadden.


Interesse was er (gelukkig) ook genoeg en in een grote ruimte konden de ruim 60 bezoekers naar de toepassingen en ideeën van 6 hogeschoolbibliotheken en 2 wetenschappelijke bibliotheken luisteren die elkaar in vlot tempo afwisselden. Na de presentaties maakte de meerderheid gebruik van de mogelijkheid om een rondleiding te krijgen in Xplora en kon iedereen uitgebreid bij een aantal laptops elkaar demonstreren hoe ze (23)dingen aangepakt hadden in de eigen bibliotheek.

Na de lunch en uitwisseling was het tijd voor de ‘endnote’ speaker om de dag inhoudelijk af te sluiten. Mister 23 Dingen zelf, Rob Coers, vertelde over de ontwikkeling en explosieve groei van 23dingen en gaf, live tijdens de presentatie, via twitter een aantal tips om het ook niet te laten bij een cursus alleen:


Een mijns inziens heel geslaagde dag waar ik zelf ook met vele collega’s heb kunnen praten en uitwisselen. Je kunt nog zo veel met sociale media doen (de organisatie van het programma is bijna geheel via twitter en de wiki gegaan), er gaat uiteindelijk toch niks boven elkaar in het ‘echt’ te spreken!

Nog wat meer ervaringen van die dag:

  • Gelukkig was dat niet de enige manier: diverse collega’s, die niet aanwezig konden zijn, hebben de dag via Twitter gevolgd met dank aan meerdere tweeps die goed hun best deden om #na23dingen ook flink onder de aandacht te brengen;
  • Leendert Jan Wieberdink (HU) blogde al een aanzienlijk vollediger inhoudelijk verslag van deze dag;
  • Alle presentaties (Powerpoints maar ook meerdere Prezi’s) stonden vooraf en tijdens de dag al online op de wiki;
  • Ik was van plan vele collega’s kort te filmen over hun favoriete ding. Dagvoorzitter zijn en meedoen aan de rondleiding in Xplora vrat echter nogal veel tijd waardoor ik uiteindelijk slechts drie (eentje is mislukt) collega’s heb kunnen filmen. Nu nog uitzoeken hoe dat handig te monteren ….
  • Je kunt alles nog zo goed vooraf bedenken, we hadden wat meer aandacht moeten besteden aan de mogelijkheid voor sprekers om tijdens hun presentaties ook hun eigen toepassingen te demonstreren. De opstelling van laptop en beamer was daar niet op berekend deze keer;
  • Last but not least, ik heb vele bedankjes in ontvangst mogen nemen voor de organisatie (waarvoor ook dank) maar alle organisatorische activiteiten in Den Bosch komen toch echt op het conto van mijn NVB collega Josee en haar eigen collega’s bij Avans Hogeschool. Het was hartstikke goed georganiseerd!
Pagina 1 of 12123...Laatste »
  • 2006- 2013 Vakblog – werken met informatie
    Powered by WordPress // Theme: Tatami by Elmastudio
Top