Archive for the 'Library_2.0' category

Licenties: het nieuwe werken met digitale content

24/09/2011 om 3:40 Geplaatst door in Library_2.0, Licenties

Ik lees regelmatig blogposts en artikelen die, ook in het digitale tijdperk, een grote rol weggelegd zien voor de informatiespecialist. Leren omgaan met bronnen, informatievaardigheden, het leren zoeken, vinden en beoordelen van informatie. Ja, ik denk dat hier zeker nog een wereld te winnen valt maar ik ben van mening dat informatiespecialisten in (hogeschool)bibliotheken ook hier niet kunnen concurreren met de Google’s en Amazon’s van deze wereld.

Leveranciers van informatie, met Google als treffend voorbeeld voorop, doen namelijk hun uiterste best om hun systemen aan te passen zodat gebruikers eenvoudig informatie kunnen zoeken, vinden en beoordelen. Informatiespecialisten zijn al ruim 15 jaar bezig om hun gebruikers aan te passen aan de immer veranderende omgeving en persoonlijk beschouw ik dat als dweilen met de kraan open. Leveranciers van content en zoeksystemen hebben zelf meer belang bij het aansluiten bij hun gebruikers dan dat informatiespecialisten dat hebben. Het is een race waarin leveranciers aan 1 kant en informatiespecialisten aan de andere kant streven naar perfectie en, hoewel ik niet denk dat we er ooit komen, vraag ik me serieus af waarom we de moeite doen. Waarom moeten informatiespecialisten zoveel tijd, ambitie en bestaansrecht investeren om systemen van contentleveranciers toe te lichten en eindgebruikers te begeleiden in het gebruik ervan? We lijken wel vertegenwoordigers die langs de deuren gaan om eindgebruikers op te voeden optimaal gebruik te kunnen maken van andermans systemen.

En dat terwijl er een groot gapend gat in de markt is die door informatiespecialisten grotendeels genegeerd wordt.

Dat gat omhelst niet het zoeken, vinden of beoordelen van de content, of het leren omgaan met al die digitale bronnen, maar zit een stapje hoger, namelijk de toegang tot de content. Dat gapende gat is bijzonder goed verborgen want waarom zou toegang tot content een probleem zijn in een tijdperk waar je overspoeld wordt met informatie. Het probleem is echter dat, ondanks al die vrijelijk beschikbare informatie, er een gigantische laag verborgen zit met content waarvoor je moet betalen en waar je niet eenvoudig gebruik van kunt maken. Als je al weet dat die content bestaat natuurlijk.

Waardevolle content is nogal niet zelden content waar je voor moet betalen. Voor een bibliotheek is dit geen onbekend verschijnsel want al vele jaren nemen bibliotheken abonnementen op databanken zodat eindgebruikers daar zelf weer gebruik van kunnen maken. En geven we instructies in het gebruik van die databanken zodat gebruikers er ook daadwerkelijk in kunnen zoeken en vinden.

Maar het einde van databanken als grote bundelingen van content -de we geven je zoveel mogelijk en jij betaalt zoveel mogelijk constructies- is in zicht. Bibliotheken zijn niet meer in staat dit te bekostigen en kunnen zich letterlijk en figuurlijk niet meer veroorloven om gigantische hoeveelheden content-die-men-niet-wil af te nemen en aan te bieden teneinde een miniscule hoeveelheid content-die-men-wel-wil aan te bieden. Bibliotheken, informatiespecialisten *en* leveranciers moeten af van het collectie denken, de big deal praktijken, en toe naar het aanbieden en leveren van alleen die content die een gebruiker ook daadwerkelijk wil.

Dat klinkt logisch maar de consequenties zijn enorm. Voor (hogeschool)bibliotheken staan dan niet meer de bronnen centraal maar de inhoud ervan. Wanneer mag de klant gebruik maken van content? Hoe mag die het hergebruiken (binnen bijv. het onderwijs) en wie heeft er allemaal wel of niet toegang? Waar betaal je nu eigenlijk voor en wat krijg je er daadwerkelijk voor terug? En waarom zou een bibliotheek dat betalen en niet de klant zelf? Ineens gaat het niet meer om de eigen selectie van bibliotheken en de aanwezige bronnen & systemen maar verandert de dienstverlening in bemiddelen tussen de specifieke vraag van een klant en het schier oneindige aanbod van contentleveranciers. Ineens gaat het niet meer om het aanschaffen van content ten behoeve van die klant (hoewel dat nog best voor kan komen) maar staat maar 1 doel centraal: krijgt de klant zijn content en kan die daarmee doen wat hij of zij voor ogen had? Wat heeft een docent aan informatie die niet in de digitale leeromgeving gebruikt mag worden? Wat heeft een student aan informatie die niet gebruikt mag worden in een verslag?

De informatiespecialist van nu moet het aanbod van contentleveranciers toegankelijk kunnen maken voor zijn of haar klanten. Dat zullen soms groepen zijn, vaak individuen maar ook -zoals vroeger- de gehele instelling zijn. Dat betekent afspraken maken over en afsluiten van licenties voor content tbv deze doelgroepen zodat je zeker weet dat je klanten de content kunnen (her)gebruiken zoals ze dat willen en waar ze wellicht ook zelf voor betalen. Leveranciers, uitgevers maar ook andere bemiddelende partijen als SURFdiensten, werken steeds meer met maatwerklicenties die het steeds vaker mogelijk zullen maken dat je alleen betaalt voor die content die je wilt afnemen, gedurende de periode dat jij die content nodig hebt en dat je die content mag hergebruiken. Zowel op instellings-, groeps- als individueel niveau.

De informatiespecialist van straks is geen expert meer in het collectioneren, ontsluiten en aanbieden van fysieke en digitale content maar is expert in het just-in-time toegankelijk maken van content van verschillende contentleveranciers voor verschillende doelgroepen met verschillende randvoorwaarden. Een mix van bibliothecaris, ICT-er, onderhandelaar, auteursrechtenkenner, adviseur en licentiemanager.

@foto via Flickr met CC licentie

1 reactie

Terug naar de toekomst

24/09/2011 om 9:42 Geplaatst door in Collectionering, Divers, Licenties, Mediacentrum 2.0

Twee weken geleden hield ik een korte presentatie over enkele ontwikkelingen in de prachtige wereld van informatievoorziening en de impact die deze (kunnen) hebben op de veranderende rol van hogeschoolbibliotheken. Nou is een korte presentatie houden sowieso al geen eenvoudige opgave voor mij -ik ben de mening toegedaan dat “kort en bondig” vooral onnodige concessies zijn aan ongeduldige of ongeinteresseerde toehoorders- maar in dit geval vond ik het extra lastig. Vanuit welk perspectief kijk je naar de diverse ontwikkelingen?

Vanuit de aanbod kant? Waar uitgevers, tergend langzaam, nieuwe modellen bedenken voor het aan de man brengen van vooral digitale informatie? Ebook platformen als MyiLibrary, Netlibrary, Ebrary enz die de rol onverholen overnemen van bibliotheken en zichzelf ook zo noemen? Waar informatieleveranciers zich minder en minder richten op bibliotheken als tussenpersonen maar de eindgebruikers rechtstreeks benaderen in een B2C aanpak? Waar nieuwe licentiemodellen ontwikkeld worden vanuit SURFdiensten die het op termijn mogelijk zullen maken dat het onderwijs rechtstreeks digitale content kan afnemen just-in-time en beperkt tot een specieke groep afnemers?

Moet je kijken naar de klant kant van hogeschoolbibliotheken? Daar waar hogeschoolbibliotheken studenten als hun klanten zien terwijl deze niet bepalend zijn voor de rol die je als bibliotheek hebt binnen je onderwijsinstelling, laat staan dat deze impact op het budget hebben? Waar je instelling vindt dat je een bijdrage moet leveren aan de kennisdoelstellingen van de organisatie, brede projecten waar informatiemanagement, kennismanagement en informatieprocessen aan bod komen en waar ze naar de hogeschoolbibliotheek kijken? Waar steeds meer gekeken wordt naar de meerwaarde die je als bibliotheek eigenlijk hebt voor de organisatie?

Of moet je de hand in eigen boezem steken en de wereld aanschouwen vanuit je eigen perspectief als bibliotheek? Waar weliswaar nog steeds behoefte is aan een centraal aangeboden (fysieke en digitale) collectie maar waar het tegelijk steeds lastiger wordt om digitale content aan te bieden met verminderde financiële middelen. Waar we ook zelf blijven pogen om te concurreren met de Google’s en Amazon’s van deze wereld en zo dicht mogelijk de aansluiting te zoeken bij het onderwijs teneinde helder te krijgen wat van ons verlangd wordt anno 2011.

Voor mijn presentatie heb ik gekozen voor zoveel mogelijk het eerste en een klein beetje het laatste perspectief. Je moet nu eenmaal ergens beginnen. Het beeld dat na alle presentaties -ik was niet de enige- bij mij bleef hangen was echter wel veelzeggend. We hebben als hogeschoolbibliotheek een serieus probleem met het meeveranderen. Een bibliotheek als intermediair tussen vraag en aanbod die een eigen selectie van informatiebronnen aanbiedt, dat gaat achter de dodo aan richting uitsterven.

Onze klant -het onderwijs- wil geen bibliotheek meer in de klassieke zin van het woord maar vraagt om eindgebruikersdiensten van informatieleveranciers, expertise en bijdragen over hoe informatie gebruikt kan worden in digitale leeromgeving en onderwijs, en wil dat er meegedacht en meegeholpen wordt in de uitvoering van onderwijs, onderzoek en ondernemen.

Onze toeleveranciers van vroeger omzeilen ons waar het maar mogelijk is en benaderen onze eigen eindgebruikers rechtstreeks met content die niet of nauwelijks meer opgenomen kan worden in een centrale collectie die toegankelijk voor iedereen moet zijn. Dialogen gaan niet meer over bestellingen en prijzen (alleen) maar over licenties, gebruiksvoorwaarden en technische aspecten van toegang tot die content.

Zelf moeten we ook nog wennen als hogeschoolbibliotheek. We zijn goed in het runnen van een bibliotheek maar die nieuwe dienstverlening, daar zijn we nog niet over uit. Welke rol willen en kunnen we gaan oppakken binnen onze instellingen? Kunnen en willen we onze traditionele visies en werkwijzen loslaten en los komen van die diensten die feitelijk allemaal rondom aanschaf en beschikbaar maken van boeken waren geconcentreerd?

Waar is die toekomst en hoe komen we terug? Terug naar de intermediair rol die we hadden maar dan met een andere invulling. Terug naar de toekomst waar informatiespecialisten nog steeds nodig zijn.

@foto via Flickr

Nog geen reacties

Ebooks in bibliotheken: de echte fictie?

26/02/2011 om 12:18 Geplaatst door in Ebooks, Library_2.0

Bibliotheken en ebooks, het blijft een combinatie die maar niet dichter bij elkaar komt. Al vele jaren zoeken bibliotheken naar een manier om hun dienstverlening, expertise en ervaringen te vertalen van het papieren domein naar het digitale maar er komt maar geen schot in de zaak.

Op papier klinkt het zo eenvoudig. Als bibliotheken schaffen we boeken aan, die lenen we uit aan onze gebruikers en we betalen, behalve de aanschafprijs, een bedrag aan leenrecht voor de daadwerkelijke uitleningen. Als je een openbare bibliotheek bent. Al die lastige beperkingen en uitleenhandelingen vallen volledig weg met ebooks dus dit zou een win-win situatie moeten zijn voor zowel de bibliotheken als de uitgevers.

Tot zover de theorie.

Vanaf dag 1 is het eigenlijk al sjorren aan een dood paard geweest. Uitgevers die weinig zin hadden om hun cashcows digitaal te laten slachten in de volle overtuiging dat ze dan 1 ebook zouden verkopen met de overige tienduizenden exemplaren als perfecte illegale kopie van dat ene ebook. Bibliotheken die onvoldoende beseften dat 1 van die weggevallen beperkingen nou net was dat het daadwerkelijk uitlenen en innemen, als corebusiness van hun boekendienstverlening, niet meer werkt op een ebook. Uitgevers en bibliotheken die weliswaar samen concludeerden dat DRM de oplossing was voor hun beider problemen maar blind waren voor het feit dat dit effectief alle ervaren voordelen van ebooks bij hun klanten om zeep hielp.

En mijns inziens zijn dit nog niet eens de onoverkomelijke problemen geweest. Het ging fout op het moment dat wij als bibliotheken de verwachting, en daarmee de regie, van het aanbieden van ebooks bij de uitgevers neerlegden. Met papieren boeken kochten we de titels en verrichten wij als bibliotheek alle handelingen om het uitleenklaar te maken, en het daadwerkelijk aan te bieden aan onze eindgebruikers. Uitgevers leverden de content, bibliotheken waren het platform waar bibliotheekgebruikers gebruik konden maken van die content. Een specifiek gebruik, namelijk het lenen ervan en niet het kopen van de content want daarvoor ging je naar de boekhandel toe die een paar deuren verderop zat.

En met dat platform, daar is het onoverkomelijk mis gegaan.

Die platforms om hetzelfde (leen)gebruik van ebooks mogelijk te maken zijn nooit ontwikkeld en bedacht door bibliotheken. Dat hebben we aan de uitgevers en andere marktpartijen overgelaten. Uitgevers die door de markt gedwongen werden om ‘iets met ebooks’ te gaan doen hebben enerzijds hun eigen digitale omgevingen ontwikkeld waarin zij al hun digitale content konden aanbieden. Kijk naar een Kluwer of, als je even over de schutting bij de tijdschriftenuitgevers kijkt, naar de grote uitgevers als Wiley, Springer en Elsevier die hun eigen gigaplatforms ontwikkelden. Anderzijds zijn partijen precies in dat bibliotheekvormige gat in de markt gesprongen. NetLibrary, ebrary, Myilibrary, ze hebben behalve de dienst zelfs de naam van de bibliotheek overgenomen. Terecht eigenlijk want ze doen precies dat wat we als bibliotheken zelf hadden moeten doen: een platform ontwikkelen waarin content van alle uitgevers een plek kan krijgen in de digitale collectie(s). Waar groepen bibliothecarissen (zoals tijdens een NetLibrary presentatie afgelopen woensdag verteld werd) nadenken over het aanbod, ontsluiting en samenstellen van op maat collecties. Waar met uitgevers onderhandeld wordt om hun ebooks ook aan te mogen bieden zodat eindgebruikers het kunnen lenen.

Behalve dat wij als bibliotheken de beoogde afnemers zijn voor een NetLibrary, ebrary en Myilibrary. We hebben het laten liggen en die derde hond is er met ons digitale been heen gegaan.

In plaats van dat wij digitaal collectioneren, keuzes maken en nadenken over hoe we de content bij onze klanten krijgen, praten we met marktpartijen die dat werk overgenomen hebben. Luisteren we vol aandacht naar de nieuwe mogelijkheden die er zijn om content die anderen hebben gecollectioneerd, en die we eigenlijk niet eens in onze eigen collecties zouden willen opnemen, nog naar onze klanten te gaan krijgen volgens hun businessmodellen. Nemen we kennis van de vernieuwingen die er zijn met Adobe DRM zodat we de ebooks wel kunnen laten verdwijnen van de pc’s als onze klanten het gedownload hebben. Klagen we dat er toch eigenlijk maar weinig Nederlandstalige ebooks in het aanbod zit.

We zijn volgers geworden van de ebook revolutie. Een revolutie die aan ons voorbij gaat. Ebooks in bibliotheken? Zoekt u maar bij de fictie.

@foto stock.xchng

5 reacties

De digitale bibliotheek voor iedereen

31/01/2011 om 10:09 Geplaatst door in Library_2.0

Toen ik afgelopen zaterdag een tweet voorbij zag komen van @digibieb die zijn jaarabonnement bij de KB verlengd had, werd ik ook weer herinnerd aan dit puntje op mijn todo-lijst. Al jaren is er de mogelijkheid om een abonnement/pas te nemen bij de Koninklijke Bibliotheek en zo ook (thuis)toegang te krijgen tot de digitale collectie. Het was me kennelijk ook weer ontglipt want als je al werkt bij een (hogeschool)bibliotheek, dan heb je natuurlijk al toegang tot een groot aantal digitale bestanden.

Maar goed, ik las de tweet en besloot niet langer te treuzelen. Ik was sowieso wel benieuwd welke bronnen en databanken uberhaupt in de digitale collectie van de KB zaten en daar is dan maar 1 manier om achter te komen. Op de inschrijfpagina kun je, volledig online, de gehele inschrijving, identificatie (via DigiD) en betaling (van 15 euro) afhandelen, waarna je onmiddellijk met je lidmaatschapsnummer en wachtwoord aan de slag kan. En dat is precies wat ik deed.

Nieuwsgierig logde ik in, waarna je op een eenvoudige maar zeer functioneel zoekscherm kunt zoeken binnen o.a. de KB catalogus. Alle overige digitale bestanden zijn ook keurig toegankelijk via zowel een pulldown menu als een A-to-Z lijst waarbij je ook informatie over het bestand kunt vinden, alsmede de mogelijkheid om individuele bestanden toe te voegen aan je eigen te doorzoeken selectie. Handig! Het aanbod is aanzienlijk groter dan ik gedacht had met notabene toegang tot enerzijds een aantal fulltext bronnen waar ik ook via werk bij kan maar anderzijds ook (veel) bibliografische en fulltext bestanden waar ik nog geen toegang toe had.


Voor een luttel bedrag van 15 euro per jaar kan dus werkelijk iedereen toegang krijgen tot een uitgebreide digitale bibliotheek. Het sterkt wel weer mijn mening dat we, als hogeschoolbibliotheek, ook niet meer moeten pogen een uitgebreide en exclusieve digitale collectie aan te bieden aan onze klanten maar meer moeten sturen op de persoonlijke bibliotheek van die klant. De digitale bibliotheek van de KB mag daar dan niet in ontbreken lijkt me.

Overigens kun je zelfs nog korting krijgen op die 15 euro, zoals collega @irmavanhouts me een kwartier nadat ik het abonnement had afgesloten via Twitter liet weten. Studenten van MBO en HBO krijgen 50% korting terwijl medewerkers van universiteits- en hogeschoolbibliotheken zelfs een gratis abonnement kunnen krijgen. Nou ja, in elk geval kost het verlengen me dan niks volgend jaar hoop ik.

2 reacties

Legal Intelligence app voor de iPad

10/01/2011 om 5:15 Geplaatst door in Apps, iPad, Library_2.0, Mobiel, Zoeken

Hoewel ik, net als Lukas, niet overtuigd ben dat de dienstverlening van bibliotheken mobiel moet gaan worden, ben ik die mening zeker wel toegedaan als het gaat om de leveranciers van (betaalde) content. Heel erg hard gaat het echter nog niet met de uitgevers om hun content ook via iOS of Android apps beschikbaar te stellen.

Des te groter was mijn plezier toen ik afgelopen vrijdagavond een mail kreeg met de aankondiging (PDF) dat Legal Intelligence een gratis app specifiek voor de iPad beschikbaar stelt:

Graag breng ik u op de hoogte van het feit dat sinds vandaag een Legal Intelligence app voor de iPad beschikbaar is. Met de Legal Intelligence app voor de iPad kan heel eenvoudig, op elk moment en op elke plaats, gebruik worden gemaakt van de zoekfunctie van Legal Intelligence.
Met een bestaand account voor Legal Intelligence kan de app geactiveerd worden voor gebruik met alle content waar u via de website ook toegang toe hebt, en voor toegang tot uw dossiers en attenderingen. Maar ook zonder account is de app een uitstekende juridische zoekmachine die toegang geeft tot de belangrijkste openbare juridische bronnen
.

Via Legal Intelligence gebruiken wij de openbare juridische bronnen plus de content van Kluwer en ik was wel benieuwd naar de werking van de app. De app komt zelfs met zijn eigen site inclusief promotiefilmpje, link naar de app in de Apple App Store en een korte handleiding.

Na downloaden van de gratis app krijg je een eenvoudig registratiescherm:

(klik voor grotere versie)

Je kunt/moet de toegangscode aanvragen door je mailadres naar Legal Intelligence te versturen in de app. Ik neem aan dat dit hetzelfde mailadres moet zijn waar je een particulier account al had bij hen, in mijn geval heb ik mijn werkmail adres gebruikt aangezien Windesheim dit afneemt. Hoe dan ook, de toegangscode viel binnen een minuut al in mijn mailbox en de app was al geregistreerd.

Zoeken werkt handig in de app en als je ooit een paar minuten in Legal Intelligence hebt gezocht, dan is de app ook geen uitdaging voor je.

(klik voor grotere versie)

De app beschikt over de mogelijkheid om attendering op specifieke zoekacties te zetten en om gebruik te maken van de dossiers. De attenderingsfunctie heb ik nog niet geprobeerd omdat ik ook niet echt een dagelijkse gebruiker ben van Legal Intelligence maar de Dossiers geven de melding dat ik er geen toegang tot heb. Het zoeken en opvragen van alle informatie werkt echter vliegensvlug en de app voegt zeker wat toe voor elke gebruiker die beschikt over een iPad. Inloggen (via SURFfederatie) is niet meer nodig en ik kan niet wachten tot er meerdere contentleveranciers met apps op de markt komen.

Eén klein minpuntje wil ik bij deze app niet onvermeld laten, ook al is het een kleintje: bij de instellingen is te zien op welk mailadres de app geregistreerd is maar er is niet te zien welke content beschikbaar is voor een account. Ik kan nu niet zien in welke bronnen ik gezocht heb maar ook niet of ik nu wel of niet toegang heb tot de Kluwer content waar ik volgens mijn Windesheim mailadres eigenlijk bij zou moeten kunnen. Misschien iets voor versie 1.1?

1 reactie

Disintermediation versus de persoonlijke bibliotheek

30/11/2010 om 12:44 Geplaatst door in Library_2.0, Mobiel

In twee blogposts heeft collega Jo Han Khouw uitgebreid het fenomeen disintermediation beschreven vanuit de context van de Amazoogle bibliotheek. Eén artikel ging vooral over de rol van federated search en discovery oplossingen terwijl de recente blogpost in ging op de rol van de informatie-intermediairs.

Hoewel ik mezelf zeker kan vinden in beide blogposts, mis ik toch een ontwikkeling die ik veel meer koppel aan het fenomeen disintermediation en dat is dat onze klanten en gebruikers steeds meer (in staat zijn) hun eigen persoonlijke bibliotheek (op te) bouwen. Natuurlijk niet alleen de zeer goed gevulde boekenkast thuis maar vooral de eigen digitale persoonlijke bibliotheek.

De grootste verandering mijns inziens voor bibliotheken is hoe de toegankelijkheid tot informatie is geëvolueerd. In de jaren 80 en 90 had ik zelf alleen maar toegang tot informatie via een bibliotheek in de buurt en deze deed, zeer klantvriendelijk, haar uiterste best om me daarin van dienst te zijn. De verregaande digitalisering van informatie heeft in de jaren erna weliswaar grote impact gehad op bibliotheken maar werd en wordt vooral in het perspectief geplaatst van hoe men zelf de collectie aanbiedt. Databanken, repositories, federated search en nu discovery tools zijn leidend in de aanpak van bibliotheken. Sturen op het verhogen van het gebruiksgemak richting de Amazoogle bibliotheek en op maat opties zijn nodige en essentiele ontwikkelingen geworden.

Maar informatieleveranciers zijn zelf een andere kant nu aan het opgaan. Google Books, Google Scholar, Open Access publicaties, Open Courseware, video/beeld/tekst met Creative Commons licenties enz. Allemaal gratis bronnen waar eindgebruikers zelf toegang (thuis) tot hebben, ook al is het zeker zo dat ze hun weg er lang nog niet altijd in kunnen/willen vinden en de informatievaardighedentrainingen/mediawijsheid trajecten zijn hier dan ook mede op toegespitst.

Ik denk alleen dat ze nog niet ver genoeg gaan.

Nu met de opkomst van persoonlijke mobiele apparaten, zoals de iPad en het hele scala aan Android tablets wat volgend jaar over ons uitgestort gaat worden, krijgt ook de persoonlijke digitale bibliotheek een compleet nieuwe impuls. Leveranciers van betaalde content, traditioneel ook de aanleverende partij voor de bibliotheekcollecties, zien hun kans schoon met de meer gesloten distributiemodellen waarin ze hun informatiediensten rechtstreeks kunnen aanbieden aan de eindgebruikers, inclusief de kosten daar gelijk neer te leggen. Kranten, tijdschriften en ebooks worden via deze gesloten systemen persoonlijk aangeboden op persoonlijke mobiele apparaten en de reden & noodzaak om hiervoor nog naar een bibliotheek te gaan zal minder en minder worden. Natuurlijk, de bibliotheek heeft een veel breder aanbod dan wat nu direct toegankelijk is voor eindgebruikers en zal ook een plek houden voor hen die niet kunnen en willen betalen, maar dat brede aanbod zal ook lastiger te handhaven worden. Waarom zou straks een databank leverancier, of een toeleverancier van ebooks, nog een licentie voor een bibliotheek willen afsluiten als deze dat veel efficienter en winstgevender rechtstreeks kan afzetten bij de doelgroep? Er zijn al diverse voorbeelden waarin educatieve uitgevers hun aanbod specifiek voor opleidingen en studenten inrichten in het hoger onderwijs en waar de bibliotheek, vanuit de rol van collectie aanbod, geen rol in speelt.

Een trend die zich voort gaat zetten.

Bibliotheken, en informatie intermediairs, zouden zich ook moeten gaan richten op het faciliteren van die persoonlijke bibliotheek. De klant die met een iPad naar binnen loopt heeft nog steeds dezelfde informatievraag als voorheen, maar het hoeft niet perse met het eigen aanbod opgelost te worden. There’s an app for that, zou Apple zeggen en ik zie geen reden waarom de bibliotheek hier niet in mee kan denken. Help die klant met het opbouwen van zijn of haar persoonlijke bibliotheek, verwijs zeker nog naar bronnen die in je eigen collectie staat maar kijk ook naar open access bronnen en content die vooral ook direct, en op maat, wordt aangeboden door leveranciers naar die eindgebruiker waar je zelf als bibliotheek niet eens toegang tot hebt.

Dan pas ben je echt een informatie intermediar.

@Foto via blog.shelfari

6 reacties

NVB-HB/WB Ideeënmarkt Na 23 dingen

27/11/2010 om 9:42 Geplaatst door in Library_2.0, Mediacentrum 2.0


Afgelopen donderdag was het dan toch zo ver: in Den Bosch, bij Avans Hogeschool, vond de tweede editie plaats van de Ideeënmarkt. Deze keer over wat hogeschool- en universiteitsbibliotheken praktisch hebben gedaan met hun (versie van) 23dingen trajecten. Deed ik de vorige keer nog een oproep, inmiddels was het programma volledig gevuld en moesten we zelfs een 9e mini presentatie weigeren omdat we simpelweg te veel in het programma hadden.


Interesse was er (gelukkig) ook genoeg en in een grote ruimte konden de ruim 60 bezoekers naar de toepassingen en ideeën van 6 hogeschoolbibliotheken en 2 wetenschappelijke bibliotheken luisteren die elkaar in vlot tempo afwisselden. Na de presentaties maakte de meerderheid gebruik van de mogelijkheid om een rondleiding te krijgen in Xplora en kon iedereen uitgebreid bij een aantal laptops elkaar demonstreren hoe ze (23)dingen aangepakt hadden in de eigen bibliotheek.

Na de lunch en uitwisseling was het tijd voor de ‘endnote’ speaker om de dag inhoudelijk af te sluiten. Mister 23 Dingen zelf, Rob Coers, vertelde over de ontwikkeling en explosieve groei van 23dingen en gaf, live tijdens de presentatie, via twitter een aantal tips om het ook niet te laten bij een cursus alleen:


Een mijns inziens heel geslaagde dag waar ik zelf ook met vele collega’s heb kunnen praten en uitwisselen. Je kunt nog zo veel met sociale media doen (de organisatie van het programma is bijna geheel via twitter en de wiki gegaan), er gaat uiteindelijk toch niks boven elkaar in het ‘echt’ te spreken!

Nog wat meer ervaringen van die dag:

  • Gelukkig was dat niet de enige manier: diverse collega’s, die niet aanwezig konden zijn, hebben de dag via Twitter gevolgd met dank aan meerdere tweeps die goed hun best deden om #na23dingen ook flink onder de aandacht te brengen;
  • Leendert Jan Wieberdink (HU) blogde al een aanzienlijk vollediger inhoudelijk verslag van deze dag;
  • Alle presentaties (Powerpoints maar ook meerdere Prezi’s) stonden vooraf en tijdens de dag al online op de wiki;
  • Ik was van plan vele collega’s kort te filmen over hun favoriete ding. Dagvoorzitter zijn en meedoen aan de rondleiding in Xplora vrat echter nogal veel tijd waardoor ik uiteindelijk slechts drie (eentje is mislukt) collega’s heb kunnen filmen. Nu nog uitzoeken hoe dat handig te monteren ….
  • Je kunt alles nog zo goed vooraf bedenken, we hadden wat meer aandacht moeten besteden aan de mogelijkheid voor sprekers om tijdens hun presentaties ook hun eigen toepassingen te demonstreren. De opstelling van laptop en beamer was daar niet op berekend deze keer;
  • Last but not least, ik heb vele bedankjes in ontvangst mogen nemen voor de organisatie (waarvoor ook dank) maar alle organisatorische activiteiten in Den Bosch komen toch echt op het conto van mijn NVB collega Josee en haar eigen collega’s bij Avans Hogeschool. Het was hartstikke goed georganiseerd!

3 reacties

[gastpost] Op weg naar de Amazoogle bibliotheek?

03/11/2010 om 5:55 Geplaatst door in Gastbloggers, Library_2.0, Zoeken

In een interessant artikel onder de titel “Discovery versus Disintermediation” schetst Jane Burke, vice-president van Pro Quest de ontwikkeling van nieuwe zoektechnologieën in de digitale bibliotheek. ProQuest is een toonaangevende Amerikaanse leverancier van informatieproducten, zowel content (o.a. dissertaties) als software. Collega Jo Han Khouw schreef een al net zo interessante vrije bewerking van dit artikel op het Windesheim intranet, 12 oktober jl. Hoewel hij het inmiddels ook op zijn eigen weblog heeft gezet neem ik met permissie de gehele post over minus de afbeeldingen, zodat ik er later in mijn eigen blogposts eenvoudiger aan kan refereren. Het volledig zonder toestemming mutileren van de logo’s van Amazon en Google hierboven komt echter volledig op mijn eigen conto.

Disintermediatie doelt op het verschijnsel dat in veel bedrijfstakken er steeds minder plaats is voor tussenpersonen (bijvoorbeeld in de reisbranche, boek- en muziekhandel). Ook bibliotheken krijgen hiermee te maken. Veel bibliotheken zien hun rol in onderzoeksprocessen verwateren. Ze worden mikpunt voor bezuinigingen en raken bij de eindgebruiker buiten beeld.

Bedreigingen
Bibliotheken bieden een geweldige rijkdom aan kwalitatief hoogstaande informatiebronnen, maar ze slagen er niet in om die veelheid van bronnen zo te organiseren dat eindgebruikers daarmee goed uit de voeten kunnen. Onderzoek (2009) bij wetenschappelijke bibliotheken geeft aan dat meer dan 80% van de studenten en medewerkers het scala van de aanwezige bronnen niet overziet, laat staan optimaal gebruikt. Drie oorzaken:

  • De startpagina van de bibliotheek biedt geen helder en aantrekkelijk startpunt voor onderzoek
  • Gangbare namen en beschrijvingen van databanken maken het moeilijk om geschikte bronnen te identificeren
  • Gebruikers hebben onvoldoende inzicht in het totale aanbod van informatiebronnen

Aan de kant van de eindgebruiker speelt een ander probleem: tijdgebrek. Studenten maar ook docenten zoeken informatie op basis van het “just in time” criterium. Snelle resultaten zijn cruciaal. Vandaar de populariteit van Google en internet. De bibliotheek wil studenten en medewerkers graag ondersteunen bij hun onderzoek, met betrouwbare bronnen. Maar de organisatie van die bronnen is vaak nogal ingewikkeld. Gebruikers moeten veel geduld en navigatievermogen opbrengen. Dikwijls ervaren zij onzekerheid en frustratie.

Het is een stevig dilemma. Investeren in de collectie, in nog meer digitale bronnen, verergert de complexiteit van het aanbod. Maar níet investeren is geen keuze, er komen altijd nieuwe bronnen bij. Wat bibliotheken niet inzien is dat eindgebruikers geen onderscheid maken tussen al die verschillende typen en formats van informatieobjecten.
De huidige organisatie van content in gescheiden silo’s of containers vormt een groot obstakel. Informatie moet beschikbaar komen via “single search” zoekacties. Eenvoudig, gemakkelijk en snel. Het Amazoogle model is het leidende principe.

Kansen
De strategie waar bibliotheken tegenwoordig op inzetten heet “discovery”. Dat kun je inderdaad vertalen als Ontdekking… Het gaat vooral over de optie van een geïntegreerd aanbod van content uit diverse bronnen. Daarnaast streeft men ernaar om de complexe kanten van informatiemanagement drastisch te vereenvoudigen.
Belangrijke elementen zijn:

  • Een aantrekkelijke zoekinterface
  • Gemakkelijk zoeken (single search) in allerlei typen metadata
  • Representatie van alle bibliotheekcollecties en soorten content.

De ontwikkelingen spitsen zich toe op drie categorieën van “discovery services” :

  • Vernieuwing van lokale bibliotheekcatalogi (Discovery Layers)
  • Instrumenten voor zgn. “federatief zoeken” (Federated Search)
  • Integratie van webcontent (Web-scale Discovery)

Catalogusvernieuwing
De traditionele bibliotheekcatalogus (web OPAC) wordt steeds meer verrijkt met Web 2.0 elementen (discovery layers): tags, coverafbeeldingen, commentaar, ratings, suggesties, facetgebaseerd zoeken, lokale taxonomieën, visualisatie van zoekresultaten en metadata, en niet in de laatste plaats de presentatie op mobiele platforms. De Aquabrowser, sinds kort een Proquest product, is een voorbeeld van een visuele zoekmachine die bij veel Nederlandse (openbare) bibliotheken bekend is. Naast de bibliotheekcollectie kunnen ook andere lokale bestanden worden ontsloten, bijv. een repository van medewerkerspublicaties. Een op die manier gepimpte publiekscatalogus zal veel aantrekkelijker zijn voor eindgebruikers. Maar ook zo’n Next-Gen catalogus is slechts een gedeeltelijke oplossing. De ontsluiting van fulltext content uit externe, commerciële databanken komt daarmee niet dichterbij.

Federatief zoeken
De wens om vanuit één interface en vanuit één enkele zoekvraag gelijktijdig en realtime meerdere contentverzamelingen (databanken) te doorzoeken is een lang bestaand ideaal. Bibliotheken in de jaren ’80 kenden al het z39.50 protocol om zoekvragen te vertalen naar verschillende databanken. In 1998 presenteerde Webfeat (ook Proquest) zich als de eerste echte federated search engine. Tegenwoordig bestaan er ontelbare vergelijkbare softwaretoepassingen, onder uiteenlopende noemers: metasearch, cross-databse search, broadcast search, distributed search, deep web search. Die laatste term geeft precies aan waar het om draait: het zoeken en vinden van content in niet publieke, commerciële databanken (ook wel aangeduid als het diepe web).

De kern van de federatieve zoekmachine bestaat uit connectoren, stukjes software die de zoekvraag vertalen en overdragen naar de aangesloten databanken. De resultaten van zoekacties moeten vervolgens worden terugvertaald, geordend, bijgeschaafd en ontdubbeld. Daar zitten dan meteen ook de zwakke plekken in het systeem. Connectoren zijn kwetsbaar, kunnen ontregeld raken of het zoekproces vertragen. Een andere zorg is of de opgeleverde en bewerkte zoekresultaten nog wel voldoende relevantie hebben.

Integratie van webcontent
Om aan de problemen van federatieve zoekmachines tegemoet te komen worden nu systemen ontwikkeld die niet werken met connectoren, maar met een vooraf aangelegde index (unified search index, pre-aggregate index). Dit vereist wel dat met alle betrokken contentleveranciers overeenkomsten worden gesloten over beschikbaarstelling van hun materiaal en metadata. Bestaande containers (databanken) moeten worden opengebroken om toegang tot de fulltext content mogelijk te maken, via die ene voorgecoördineerde index. Dat is een enorme opgave. Maar de eerste resultaten zijn er. In 2009 werd Summon (ook Proquest) gelanceerd als eerste “web-scale discovery service”. Het idee erachter is om de databankencollectie van de bibliotheek te ontsluiten volgens het Google-model. Om het beste van twee werelden te combineren: éénstaps zoeken naar hoogwaardige content in de bibliotheek. Gemakkelijk, eenvoudig en snel. Discovery is vandaag het toverwoord. Of dat het tij zal keren en de kloof tussen bibliotheek en eindgebruikers kan dichten? We lezen er de komende tijd ongetwijfeld meer over.

Naar de volledige tekst van het oorspronkelijke artikel

Meer:

Discovering discovery services

Discovery services don’t make federated search useless

Federated search: users might actually like it

Wil je een inhoudelijke reactie geven op het bovenstaande? Doe dat dan natuurlijk op het blog van Jo Han.

2 reacties

Na 23dingen in de hogeschoolbibliotheek

22/10/2010 om 6:17 Geplaatst door in Library_2.0, Mediacentrum 2.0

Op dit weblog heb ik eigenlijk nooit heel veel geschreven over 23dingen. Dat komt niet omdat er niets over te zeggen valt maar vooral omdat ik natuurlijk een apart weblog bijhield toen we bij het Mediacentrum van Windesheim het traject gedaan hebben. Een blog opzetten is immers Ding nummer 2 (en 3) en ik vond niet dat ik, als coach, die stappen kon overslaan omdat ik toevallig al een weblog had. Met die redenering zou ik bijna alle dingen wel overgeslagen hebben dan en was er uberhaupt niet veel nut geweest voor mij.

Over dat nut is nog best wel wat te doen geweest voordat we met ons 23dingen traject begonnen. Waarom zouden we dit gaan doen? Welk doel hebben we voor ogen? Wat zijn nou de resultaten als alle collega’s van het Mediacentrum zich bijna een half jaar in de sociale media hebben verdiept?

Is het puur een kennismaking met de wondere wereld van het web? Zijn we tevreden dat de collega’s na afloop in elk geval de oppervlakte geraakt hebben van de Dingen en er tenminste niemand meer verbaasd opkijkt als het over twitteren of bibliotheek 2.0 gaat? Wij hebben er flink wat discussies aan gewijt maar zijn stiekem (vertelt u het alsjeblieft niet verder) een half jaar na de afronding nog steeds een beetje zoekende naar wat we er concreet mee doen.

Het bestuur van de NVB-HB heeft het vermoeden dat er wel meer hogeschoolbibliotheken zijn die dezelfde ideeën vooraf (en achteraf) hebben gehad na hun eigen 23dingen traject. Ideeën die natuurlijk het beste gedeeld kunnen worden met collega’s in het land want een goed idee verdient navolging en met een slecht idee, dan weten we allemaal wat niet werkt. Op 25 november organiseert de NVB-HB dan ook de tweede Ideeënmarkt die deze keer over de ervaringen, ideeën en best practices gaan … na 23 dingen. Tenminste, als er collega’s te vinden zijn van hogeschoolbibliotheken die 10 minuten willen vertellen over hun ervaringen. Zoals de wiki al meldt:

Voor de mini presentaties van 10 minuten roepen wij alle hogeschoolcollega’s op om in de praktijk glansrijk toegepaste 23 dingen-ideeën aan te melden. Grote ideeën, opgestarte projecten maar ook dat ene kleine ideetje wat je na de 23dingen kreeg .. we willen het graag van je horen. Heb je als bibliotheek dus iets concreets gedaan met 23dingen in je dagelijkse dienstverlening? Kom naar Den Bosch en deel het met ons en elkaar in 10 minuten! Hoe meer hogescholen hun ervaringen vertellen, hoe beter natuurlijk.

In elk geval bereik je dat je alvast 1 concreet ding hebt gedaan met je 23dingen traject, namelijk het delen met anderen! Meld je aan om een minipresentatie te komen geven, gewoon op de wiki zelf!

Disclaimer: Het zal niemand verbazen dat ik zelf in het bestuur van de NVB-HB zit en volledig bevooroordeeld iedereen aanspoor om zich aan te melden.

2 reacties

Content voor mobiele apparaten en de impact op hogeschoolbibliotheken

13/10/2010 om 1:12 Geplaatst door in Collectionering, Ebooks, econtent, Library_2.0

Inleiding
De laatste jaren is er een brede introductie geweest op de markt van zgn. mobile devices. Na de smartphones ca. 3 jaar geleden kwamen er compacte apparaten zoals de iPod en netbooks beschikbaar. De komende 15 maanden krijgen we een stortvloed aan tablets, als volgers van de succesvolle lancering van de iPad door Apple.
Het grote succes van zowel smartphones, de iPod en de iPad (alsmede de tientallen aangekondigde tablets voor eind 2010 en 2011) betekent ook dat er voldoende draagvlak is voor mobiele apparaten als distributieplatform en we zien uitgevers ook in hoge mate zich richten op dit platform als het om hun digitale content gaat. Content die een laagdrempelig gebruik mogelijk maakt en die gekoppeld is aan nieuwe distributiemodellen. Content die, ondanks de eerdere ontwikkelingen mbt ereaders en ebooks, nu pas ontwikkeld wordt doordat tablets bijna geen van de beperkte functionaliteiten kennen als waar ereaders zich door kenmerken.

Content
Een kleine greep uit de content ontwikkelingen van de afgelopen weken:
-    Onderwijsmateriaal in Amerika wordt in hoog tempo digitaal aangeboden en (o.a.) geoptimaliseerd voor mobiel gebruik;
-    Tekstboeken (studieboeken) in Amerika worden door enkele uitgevers nu expliciet aangeboden via de AppStore van Apple voor gebruik op iPhone en iPad. De verwachting is dat overige educatieve uitgevers in Amerika deze ontwikkeling zullen volgen;
-    Nederlandse kranten (Volkskrant en NRC) hebben de ereaders deels losgelaten als distributieplatform en richten zich via eigen applicaties op alle mobiele platforms. Wegens het succes van de iPad hebben beide een uitgebreide, papiervervangende, iPad applicatie waarin kranten gekocht en gelezen kunnen worden;
-    Tijdschriftuitgevers in Amerika maar ook in Nederland maken de vertaalslag naar digitale versies die zowel via het web maar ook als papiervervangend formaat op tablets verspreid en verkocht gaan worden;
-    Het Centraal Boekhuis in Nederland heeft begin oktober een deal met  Apple gesloten voor het leveren van Nederlandse ebooks van Nederlandse uitgevers voor verkoop via iBooks, de ebook applicatie voor iPad.

Hoewel er al diverse pilots geweest zijn, en nog van start gaan, met mobile devices in het onderwijs focussen die zich op specifieke toepassing in het onderwijs door docenten en/of studenten. Bij deze pilots wordt de invalshoek van beschikbare content niet of nauwelijks meegenomen en daar liggen dus zowel potentiele vragen en kansen voor hogeschoolbibliotheken.

Open systeem vs gesloten systeem
In de wijze waarop uitgevers content aanbieden voor mobile devices kun je onderscheid maken in twee systemen. Een open systeem (via bijv. Google’s Android) waarin de content meestal in bepaalde standaardformaten wordt aangeboden en waarbij (tussen)leveranciers en gebruikers zelf de vrijheid hebben in keuze van het (type) apparaat, applicatie of platform waarop men deze content wil aanbieden of raadplegen. Daar tegenover is er een gesloten systeem waarin de eigenaar van het platform strenge randvoorwaarden en eisen stelt aan zowel de content, applicaties als het type apparaat waarop de content aangeboden, en dus geraadpleegd, mag worden.

Een open systeem brengt onzekerheden en risico’s met zich mee voor uitgevers en contentproducenten. De grote keuze aan de kant van eindgebruikers betekent ook dat er veel factoren zijn die ingewikkelder worden omdat leveranciers niet altijd kunnen inschatten hoe hun content gebruikt gaat worden.  Er zijn ook weinig of geen kwaliteitscriteria in een open systeem en dit maakt het voor leveranciers lastiger hun content  door gebruikers te laten onderscheiden van alternatieven.  Het gesloten systeem van Apple lijkt daarom ook duidelijk nu de voorkeur te krijgen van contentleveranciers. Er is een strakke kwaliteitscontrole voordat content en –applicaties aangeboden mag worden via de Apple AppStore, er zijn minder afhankelijkheden omdat het type apparaat ook beperkt is tot de Apple producten en er is een bewezen markt nu zowel de iPod’s als de iPad massaal verkocht worden in zowel  Amerika als Europa.

Risico’s en gevolgen voor hogeschoolbibliotheken
Het aanbieden van content voor dit type apparaten mag beschouwd worden als de tegenhanger van de ebooks (romans) op ereaders. Het zijn vooral de educatieve uitgevers met studieboeken en onderwijsmateriaal, samen met de uitgevers van tijdschriften en kranten die de ontwikkeling rondom tablets en mobile devices omarmen als nieuwe markt.  In de collecties van hogeschoolbibliotheken gaat het , nu in papieren vorm, om bijna precies de content van deze uitgevers als we het over verdergaande digitalisering van de hogeschoolbibliotheekcollectie hebben.

Vooral het geprefereerde gesloten systeem heeft voor hogeschoolbibliotheken potentieel grote gevolgen. ‘Bronnenkennis’ en selectie hierin wordt beperkt door de eigen toegang tot dit gesloten systeem en wijkt in ieder geval fors af van de traditionele werkwijzen in informatiedienstverlening en collectievorming. Ook het kunnen aanbieden van deze content kan waarschijnlijk niet verlopen via de traditionele middelen als de eigen catalogus of website.
Het beoordelen van (nieuwe) content op deze systemen alsmede  het inventariseren en bijhouden van de ontwikkelingen mbt content die op zowel het open als gesloten systeem plaatsvinden, is ook alleen mogelijk door deel te nemen, en gebruik te maken, van de apparaten en applicaties in kwestie.

Voor hogeschoolbibliotheken de uitdaging om deze content, en de wijze van distributie, op te nemen in haar eigen dienstverlening.

Nog geen reacties

Older posts »