Over Big Deals, Open Access en de onderhandelingen tussen Elsevier en de universiteiten

big dealsAls er één bedrijfstak is die nauwelijks of geen last heeft gehad van de economische crisis, dan zijn het wel de wetenschappelijke uitgevers. Tenminste, dat is mijn conclusie bij elke ronde gesprekken en onderhandelingen voor nieuwe licenties voor onderwijs- en onderzoeksinstellingen zodat ze toegang krijgen (of behouden) tot (wetenschappelijke) artikelen. Elk jaar stijgen de kosten met een stevig percentage terwijl het budget van de gemiddelde instelling in de praktijk al vele jaren geen gelijke tred kan houden.

Big Deals

Dit beperkt zich niet tot wetenschappelijke uitgevers – het is ook van toepassing op bijna alle digitale content van uitgevers die door de onderwijs- en onderzoeksinstellingen afgenomen wordt – maar nergens wordt het beter geïllustreerd dan bij de zogenaamde Big Deals. Dit zijn overeenkomsten die door de grote wetenschappelijke uitgevers met universiteiten (per regio) over de hele wereld afgesloten worden en waar elke drie jaar zware onderhandelingen aan vooraf gaan.

Ze heten Big Deals omdat het om overeenkomsten gaat die met de meerderheid van de universiteiten en onderzoeksinstellingen afgesloten worden en omdat het – vanzelfsprekend – om honderden miljoenen euro’s wereldwijd gaat. Big deals zijn very big business als je Springer, Wiley Blackwell of Elsevier bent.

Ook al zijn hun betalende klanten dezelfde instellingen die verantwoordelijk zijn voor de inhoud *en* kwaliteitsbewaking van hun wetenschappelijke tijdschriften en ook al hebben de bibliotheken van de instellingen al jaren te kampen met bezuinigingen, het leidt niet tot een herziening van het verdienmodel van uitgevers. Integendeel want telkens weer stijgen de prijzen sterker dan de inflatie en inmiddels zijn er al vele universiteiten – waaronder ook bekende – die zich niet meer (kunnen) laten gijzelen door het prijsbeleid van een uitgever en minder of geen toegang meer bieden tot bepaalde wetenschappelijke tijdschriften.

Wie betaalt nou precies voor wat?

Het overgrote deel van de wetenschappelijke onderzoeksoutput wordt gepubliceerd in dure wetenschappelijke tijdschriften die commercieel geëxploiteerd worden door de wetenschappelijke uitgevers. Universiteiten betalen jaarlijks vele miljoenen euro’s om hun medewerkers en onderzoekers toegang te geven tot (een deel van) deze artikelen aangezien deze essentieel zijn voor de uitvoering van nieuw onderzoek en de productie van nieuwe wetenschappelijke artikelen.

En daarin zit ook de bijzondere relatie tussen de universiteiten en de wetenschappelijke uitgevers met wie dure Big Deals afgesloten dienen te worden. Het zijn namelijk de universiteiten die, bijna zonder uitzondering, de auteurs leveren die de artikelen schrijven voor die dure wetenschappelijke tijdschriften. Zij leveren ook de deskundigen en experts die bij de wetenschappelijke uitgevers de kwaliteitsbewaking – het zogeheten peer review proces – verzorgen en die juist de meerwaarde geven aan dat tijdschrift en wat wordt doorberekend aan de abonnees. En desondanks betalen universiteiten en onderzoeksinstellingen miljoenen euro’s – een substantieel deel van hun onderzoeksbudgetten – om de artikelen die door hun eigen onderzoekers geschreven zijn – en peer reviewed zijn door hun eigen onderzoekers – toegankelijk te maken voor, jawel, hun eigen onderzoekers.

Ze zijn daarmee in hoge mate afhankelijk van elkaar. Wetenschappers dienen hun onderzoeksresultaten te publiceren in (bij voorkeur prestigieuze) tijdschriften en de wetenschappelijke uitgevers kunnen de tijdschriften niet vullen als wetenschappers niet zouden publiceren en middels peer review invulling geven aan de kwaliteitsbewaking. Gelijkwaardig is die relatie echter niet. Er is een lange geschiedenis van praktijken waarin de wetenschappelijke uitgevers het auteursrecht claimen van de artikelen in ruil voor de mogelijkheid om de artikelen te kunnen publiceren en met dit recht dus de toegang tot al die wetenschappelijke artikelen verkopen aan de universiteiten. Een hele dure sigaar uit eigen doos in feite.

Open Access

Maar wacht, het wordt nog een stukje interessanter. Bijna een jaar geleden schreef staatssecretaris Dekker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) een brief aan de Tweede Kamer waarin hij zijn Open Access beleid aankondigde.

Mijn uitgangspunt is dat resultaten van publiek en publiek/privaat gefinancierd onderzoek altijd vrij beschikbaar moeten zijn. Omdat het om publiek geld gaat, en er voor de uitrol van Open Access technisch in principe geen belemmeringen zijn, acht ik het van belang dat dit binnen afzienbare tijd gebeurt.

De staatssecretaris wil er naar streven dat in vijf jaar (2019) 60 procent van de Nederlandse wetenschappelijke publicaties Open Access toegankelijk is en in tien jaar (2024) zelfs 100 procent op deze wijze gepubliceerd wordt.

Open Access wordt vooral geassocieerd met ‘gratis’ en ‘vrij toegankelijk’ en voor iemand die kennis wil nemen van een onderwijs- of onderzoekspublicatie klopt dat ook. Lezers hebben gratis toegang tot artikelen die Open Access gepubliceerd zijn. Auteurs hebben daar voordeel van omdat ze ook gemakkelijker gevonden – en gelezen – worden door die lezers want die hoeven niet meer honderden, of zelfs duizenden, euro’s te betalen voor een duur abonnement op een wetenschappelijk tijdschrift. Maar onderzoekers profiteren ook omdat zij dan zelf vrij toegang hebben tot de onderzoekspublicaties en -resultaten van andere onderzoekers waar op voortgebouwd kan worden zonder de noodzaak eerder onderzoek te herhalen.

Maar publiceren in wetenschappelijke tijdschriften is vanzelfsprekend niet gratis. Open Access publiceren betekent dat de kosten niet meer verhaald (kunnen) worden op de lezers of abonnees en dat die kosten daardoor bij de auteurs komen te liggen. Onderzoekers moeten dus betalen om een artikel te publiceren in een Open Access tijdschrift, of in een regulier wetenschappelijk tijdschrift onder Open Access voorwaarden waarbij andere artikelen in datzelfde tijdschrift niet per se OA zijn (hybride). Dit wordt de gouden publicatieroute (Golden Road) naar Open Access publiceren genoemd.

De staatssecretaris spreekt een voorkeur uit voor deze gouden publicatieroute en dit betekent dat het de wetenschappelijke uitgevers zijn die met een ander (verdien)model moeten gaan komen om Open Access publiceren mogelijk te maken in hun tijdschriften. De staatssecretaris voegde er in zijn brief wel aan toe dat hij in 2016 een wettelijke verplichting tot open access publiceren zou introduceren in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, mocht dit nodig zijn om dit doel ook daadwerkelijk te behalen. Niet onverstandig aangezien het niet te verwachten was dat wetenschappelijke uitgevers met enthousiasme uit zichzelf afscheid zouden nemen van een zeer winstgevend model van publiceren.

Terug naar de Big Deals

Universiteiten (maar ook hogescholen) zijn al jaren bezig met Open Access. Hierin volgen ze de groene publicatieroute (Green Road) waarbij een artikel nog steeds gepubliceerd wordt in een traditioneel, niet OA-tijdschrift maar waarna het artikel – na publicatie – óók gepubliceerd wordt in een institutionele repository. Een andere variant is dat een preprint (een auteursversie voordat de opmaak en redigeerwerk van een tijdschrift toegepast worden) gepubliceerd wordt in de eigen repository. Een institutionele repository is daarmee dus een archief van digitale publicaties die geschreven zijn door medewerkers van die instelling. Deze wordt beheerd door de instelling zelf terwijl de inhoud van de gezamenlijke repositories vrij toegankelijk is voor iedereen via NARCIS en de HBO Kennisbank.

De universiteiten steunen het Open Access plan van de staatssecretaris en kondigden aan bij de komende Big Deals onderhandelingen hoog in te gaan zetten om de Nederlandse wetenschappelijke publicaties Open Access gepubliceerd te gaan krijgen. De vereniging van universiteiten, de VSNU, voegde zich daarom bij het samenwerkingsverband universiteitsbibliotheken en Koninklijke Bibliotheek (UKB) voor de onderhandelingen en leverde ook de hoofdonderhandelaar.

Elsevier

De VSNU onderhandelde de afgelopen maanden afzonderlijk met Springer Verlag, Wiley en Elsevier om tot Open Access publiceren te komen in de tijdschriften van deze uitgevers. Vanochtend maakte de VSNU echter bekend in een persbericht dat de onderhandelingen met Elsevier vastgelopen zijn. De Volkskrant weet te melden dat de VSNU voorgesteld had om de kosten van het Open Access publiceren af te kopen door dit te verrekenen met het bedrag dat op dit moment aan Elsevier betaald wordt maar dat Elsevier extra kosten voor Open Access publiceren in rekening wil brengen. Het tegenvoorstel zou daarmee in totaal wederom een forse prijsstijging gaan opleveren voor de universiteiten. Afgelopen vrijdag zijn daarom de onderhandelingen afgebroken.

En wat nu?

Tenzij er een nieuw voorstel door Elsevier wordt gedaan zal er per 1 januari 2015 geen nieuwe overeenkomst liggen voor toegang tot artikelen uit de duizenden tijdschriften van Elsevier. Nieuwe artikelen kunnen dan niet meer geraadpleegd worden door onderzoekers hoewel de artikelen t/m 2014 wel raadpleegbaar blijven aangezien in de huidige overeenkomst is opgenomen dat deze zelfs bij ontbinding van de overeenkomst toegankelijk blijven.

De VSNU meldt ook in hun persbericht dat ze begonnen zijn met het informeren van hun achterban en onderzoekers over de consequenties van deze patstelling en lijkt vastbesloten te zijn zich niet te laten gijzelen hierdoor. Het is afwachten of ze, in tegenstelling tot diverse buitenlandse universiteitsbibliotheken die in het verleden uiteindelijk toch overstag gingen, wel hun standpunt vasthouden maar ik kan me niet voorstellen dat de VSNU eenzijdig op hun besluit terugkomt.

Het gaat verder dan alleen de universiteiten

Ook al speelt deze kwestie zich af tussen de universiteiten en de uitgevers, ook de hbo instellingen hebben er mee te maken. Een groot aantal hogeschoolbibliotheken heeft, als onderdeel van de huidige overeenkomst met de universiteiten, eveneens de wetenschappelijke content afgenomen van Wiley, Springer Verlag en Elsevier aangezien er ook in hbo instellingen aan onderzoek gedaan wordt. Met aanzienlijk lagere budgetten (en gebruik) dan de universiteiten is er veel onduidelijkheid en onzekerheid hoe en of deze artikelen toegankelijk zullen blijven voor de onderzoekers in het hbo hoewel ook hier veel steun te vinden is voor het open access publiceren.

Persoonlijk vind ik het staken van de onderhandelingen vooral een goed signaal naar zowel de wetenschappelijke uitgevers (Elsevier voorop) als naar de eigen publicatiecultuur bij de universiteiten. Open Access publiceren vereist, behalve een andere insteek door uitgevers, ook een andere insteek bij de onderzoekers en instellingen zelf. Er is nog steeds een druk en vanzelfsprekendheid om in prestigieuze – niet Open Access – tijdschriften te publiceren omdat dit waardering en aanzien oplevert terwijl de kwaliteit van de onderzoeksoutput mijns inziens niet anders is als je datzelfde artikel in een Open Access tijdschrift zou publiceren. Hiermee houd je het bestaande systeem in stand en geef je alle controle aan de uitgevers.

Dus laat het nu maar eens flink knallen. Laat het ook maar eens duidelijk worden hoe serieus de consequenties zijn van het niet meer beschikbaar zijn van duurbetaalde wetenschappelijke artikelen. Laat universiteiten, hbo’s en onderzoekers nu ook maar eens echt wennen aan Open Access. Vul en doorzoek de eigen repositories, neem eens contact op met die onderzoeker om een exemplaar van zijn of haar onderzoekspublicatie op te vragen en weiger het auteursrecht over je eigen artikelen af te staan aan een uitgever die je vervolgens diezelfde artikelen weer terugverkoopt.

Verder lezen: Persbericht ‘Onderhandelingen tussen universiteiten en Elsevier vastgelopen’ (VSNU) / Open Access bij (Auteurs)wet geregeld [over hoe je ook de Auteurswet zou moeten aanpassen om Open Access te stimuleren] (Vakblog) / Wetenschap ligt overhoop met uitgever Elsevier (Volkskrant)
@afbeelding via Pixabay met CC0 verklaring

#

Naamsvermelding bij gekopieerde tekst met CopyLink voor WordPress

Ik schrijf regelmatig over auteursrecht vanuit het perspectief van het hergebruiken van andermans content. Over toestemming vragen, uitzonderingen in de Auteurswet en (Creative Commons) licenties die veel mogelijkheden bieden om zonder onnodige risico’s correct gebruik te maken van auteursrechtelijk beschermd materiaal van anderen.

Het werkt natuurlijk ook andersom. Op het moment dat je zelf teksten of eigengemaakte illustraties en foto’s online plaatst mogen anderen daar ook gebruik van maken als ze toestemming vragen of zich beroepen op één van de wettelijke uitzonderingen op jouw auteursrecht. Zo schreef ik vorig jaar nog een artikel over wat anderen met jouw geblogde content mogen doen.

Maar ongeacht wat de wettelijke (on)mogelijkheden zijn, is het bijzonder lastig om te voorkomen dat anderen simpelweg tekst of foto’s kopiëren van je blog. Daar kun je met Javascriptjes en sommige WordPress plugins wat hindernissen voor opwerpen maar die houden niemand tegen die echt vastbesloten is om de inhoud van je blogpost te kopiëren. Als je niet commercieel blogt is het mijns inziens dan ook veel verstandiger om hier pragmatisch mee om te gaan. Zo vind ik het zelf belangrijk dat als anderen een deel van mijn teksten willen overnemen, ze daar wel een naamsvermelding bij zetten. Daar hoef je dan geen toestemming voor te vragen maar ik wil wel duidelijk hebben dat die tekst door mij geschreven is en waar die oorspronkelijk vandaan kwam. Het is de reden dat je rechts op mijn blog ziet staan dat anderen alle door mij geschreven teksten onder een Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationaal-licentie mogen hergebruiken. Oftewel, je mag het kopiëren en plakken zolang je maar aan naamsvermelding doet en er zelf geen strengere restricties op plaatst voor anderen. Delen van kennis kan wat mij betreft niet genoeg gepromoot worden.

Maar hoe zorg je ervoor dat anderen aan naamsvermelding doen?

Ook al kun je met een Creative Commons licentie duidelijk aangeven dat anderen alleen maar een naamsvermelding bij de gekopieerde teksten hoeven te zetten, je kunt het vanzelfsprekend niet afdwingen. Ook bij een citaat – het citaatrecht maakt het mogelijk voor anderen om zonder toestemming enkele regels (of alinea’s) tekst over te nemen – is het een vereiste om aan naamsvermelding te doen maar behalve door je lezers daar aan te herinneren kun je het niet afdwingen dat het ook daadwerkelijk gebeurt.

Zoals je met een Javascriptje of WordPress plugin (tevergeefs) kunt proberen om kopiëren van teksten en foto’s tegen te gaan, zijn er echter ook WordPress plugins waarmee je kopieerders kunt attenderen op het feit dat ze aan naamsvermelding dienen te doen. Daar heb ik enkele betaalde varianten van gevonden maar gelukkig ook een hele eenvoudige gratis plugin: CopyLink.

CopyLink plugin voor WordPress

CopyLink heeft eigenlijk maar 1 functie en dat is het toevoegen van een link naar de blogpost als iemand een tekst kopieert van je WordPress blog. Na installatie van de plugin vind je in onderaan het menu een kopje ‘Link Copy’ terug waar nog enkele instellingen kunt aanpassen. Verwarrend genoeg heet de plugin CopyLink maar staat het als Link Copy in het menu en gebruikt het Wp Copy bij de instellingen zelf. Het doet echter niets af aan de werking van de plugin en datzelfde geldt ook voor de waarschuwing die je op de WordPress pluginpagina ziet voorbijkomen. Ook al is de plugin al twee jaar lang niet meer bijgewerkt, het werkt nog steeds zonder problemen in WordPress 4.0.

linkcopy naamsvermelding
De instellingen verdienen, ondanks de eenvoud, nog wel wat toelichting. CopyLink is in staat om zowel de kopieerhandeling als de inhoud van de kopieerhandeling op te slaan in een aparte tabel in de WordPress database. Zet je de beide radiobuttons op Yes, dan wordt o.a. het IP-adres, de link en de datum/tijdstip opgeslagen net als de gekopieerde tekst zelf. Deze krijg je in een overzicht te zien onder het Link Copy menu in je Dashboard. Zelf heb ik deze opties niet aangezet omdat niet houd van onnodig rommelen met de WordPress database en ik wat voorzichtig ben met een dergelijke oude plugin. Zet het pas aan als je een goede backup van de database hebt zou mijn advies zijn.

Bij Read tag kun je een (kort) tekstje zetten dat voor de link wordt geplaatst. Hier is het dus handig om alvast iets in te vullen dat samen met de link een goede naamsvermelding zou maken. “Afkomstig van:”, bijvoorbeeld maar dat kun je helemaal zelf bepalen. Bij Exclude kun je relatieve links op je blog opgeven – eentje per regel – voor posts of pagina’s waar je geen linkje wilt toevoegen aan gekopieerde teksten. Ik kon zelf geen reden bedenken waarom ik dat zou willen maar jij misschien wel.

En hoe ziet dat er dan uit?

Heb je de instellingen eenmaal aangepast dan wordt de read tag en link naar de blogpost automatisch toegevoegd aan de gekopieerde tekst. Zoals bijvoorbeeld van mijn blog:

In Nederland ontbrak toen de mogelijkheid om kranten en tijdschriften te kunnen kopen maar vorige week opende Google alsnog de Kiosk in de Nederlandse Play Store.

Bron: Vakblog – http://rsnijders.info/vakblog/2014/09/25/google-play-kiosk-2/

Natuurlijk kan de toegevoegde regel zo weer verwijderd worden maar je weet wel zeker dat de kopieerder later niet per ongeluk vergeten is om aan naamsvermelding te doen.

#

Afbeeldingen zoeken: Bigfoto (vrij te gebruiken foto’s)

skitterphoto

Het valt nog niet mee om geschikte afbeeldingen of foto’s te vinden op internet voor je blog, website of presentatie. Er is veel te doen over auteursrechten op foto’s en je kunt problemen krijgen als je niet goed oplet en de verkeerde foto op je site gebruikt. Toch zijn er veel fotosites waar je goede foto’s kunt vinden die je ook daadwerkelijk mag gebruiken omdat rechthebbenden vooraf toestemming gegeven hebben. Dat kunnen betaalde stockfotosites zijn die je een gebruiksrecht voor een foto verkopen maar ook gratis fotosites die je middels een licentie toestemming geven voor (commercieel) hergebruik van foto’s. De sites die ik interessant vind zullen op dit blog besproken worden.

Bigfoto

bigfotoThis site really does offer you free download of all the pictures in our massive and constantly growing photo gallery“, kun je lezen als je op bigfoto.com komt. Het klinkt alsof je als bezoeker overtuigd moet worden dat het niet om een nepsite gaat en dat is ook wel een beetje nodig als ik eerlijk ben. Bigfoto richt zich met een kop “Pictures free download’ duidelijk op de googelende zoeker naar foto’s maar ziet er niet zo professioneel uit dat je meteen denkt met een goedwillende site te maken hebt. Bigfoto is desondanks wel een site waar amateurfotografen hun foto’s vrijelijk beschikbaar maken voor anderen en is zeker een bezoekje waard als je op zoek bent naar een foto voor op je blog of website.

Wat biedt Bigfoto?

Bigfoto heeft een collectie van enkele duizenden foto’s die eigenlijk allemaal iets te maken hebben met reizen. De foto’s zijn niet middels een zoekfunctie terug te vinden maar onderverdeeld naar de landen, steden of gerelateerde thema’s die op de foto’s afgebeeld zijn. In het menu kun je bladeren door de aanwezige categorieën die onder de werelddelen uitklappen of onder het kopje met enkele thema’s zitten.

Het is bepaald geen uitgebreide, laat staan een uitputtende, lijst en zo vind je onder Europa zowel de stad Londen als het land Nederland terug. Nederland bevat dan weer foto’s van (slechts) vijf steden. Ook de andere werelddelen bevatten gemiddeld zo’n 10 landen/steden waar foto’s van te vinden zijn.

Behalve dat je de foto’s rechtstreeks kunt downloaden door ze met rechtsklikken op te slaan op je pc, heeft Bigfoto voor elke stad, land en thema wat reisinformatie toegevoegd. Die teksten zijn echter niet origineel en lijken afkomstig te zijn uit een bekende reeks reisgidsen. Dat zie je bij veel andere sites overigens ook – zoek maar eens op een willekeurige regel uit de reisinformatie en je ziet tientallen sites waar diezelfde zin terugkomt – maar het is wel een aandachtspunt als je denkt dat je behalve de foto’s ook de teksten probleemloos kunt overnemen van Bigfoto. Dat zou ik dus niet doen.

Gebruiksrechten, oftewel wat mag je met de foto’s?

Zowel op de voorpagina als op de copyrightpagina houdt Bigfoto het simpel. “You can use all our pictures free of charge in return for providing a link to the bigfoto website on your own website or blog.” Ik zou het zelf iets fijner gevonden hebben als ze actief verwezen naar bijvoorbeeld een CC0 verklaring of een Creative Commons Naamsvermelding licentie en ook de namen van de fotografen bij de foto’s zouden vermelden maar het laat natuurlijk niks over aan de verbeelding. De foto’s van Bigfoto mag je downloaden, bewerken, hergebruiken en verspreiden voor zowel commercieel als niet-commercieel gebruik.

california-11
De foto’s hebben geen erg hoge resolutie (allemaal zo rond de 1200×800 of 800×1200) maar zijn zeker goed bruikbaar als je foto’s zoekt die in een bepaalde stad of land gemaakt zijn. Wie weet zit er wat van je gading bij?

@foto via Bigfoto (gebruiksrecht)

#

Wat kun jij met Creative Commons licenties doen?

Creative Commons licentiesAuteursrecht wordt door iemand die gewoon gebruik wil maken van andersmans creaties vaak als erg lastig ervaren. “Als het op internet staat mag ik het toch gewoon gebruiken?”, hoor je dan vaak en het idee dat je toestemming moet vragen voordat je iets mag gebruiken vindt men dan vooral onhandig.

Aan de andere kant is het, als je zelf iets gemaakt hebt, het nog een hele toer om er achter te komen hoe je het beste gebruik kunt maken van jouw auteursrecht. Helemaal als je iets op internet zet wil je wel de balans vinden tussen het toezien op je rechten en dat je werk ook daadwerkelijk gebruikt wordt. Ongeacht of je een auteur, kunstenaar, wetenschapper, docent of andere creatieve maker bent, je kunt ook flexibeler omgaan met je auteursrechten en anderen juist wel mogelijkheden wil bieden om datgene wat je gemaakt hebt te (her)gebruiken voor bepaalde doeleinden.

Creative Commons

Met één van de zes Creative Commons licenties kun je als auteursrechthebbende zelf bepalen in welke mate (en voor welke doeleinden) je werk verder verspreidt mag worden, en onder welke voorwaarden dit mag. Het gebruik van een dergelijke licentie doet niets af van alle auteursrechten die je hebt maar je geeft eigenlijk vooraf al toestemming voor een specifiek gebruik van je werk. Je kunt zelfs middels een verklaring (de zgn CC0 verklaring) aangeven volledig afstand te doen van je auteursrechten en je werk voor het publieke domein vrij te geven, zoals de fotografen van Skitterphoto bijvoorbeeld doen.

Het voordeel is dat je het voor anderen makkelijker maakt je werk te vinden en te gebruiken doordat meteen duidelijk is wat er wel en wat er niet mag. Je laat ook zien dat je het belangrijk vindt dat werken uit kunst, cultuur en wetenschap toegankelijk zijn voor iedereen – of het nou om cultureel erfgoed gaat of het open access beschikbaar maken van onderzoekspublicaties – zonder dat je meteen de mogelijkheid verliest om er zelf aan te kunnen verdienen. Voor dat laatste geldt wel meteen het (enige?) nadeel van Creative Commons licenties want je kunt ze effectief niet meer intrekken of wijzigen. Heb je eenmaal je werk verspreid met een Creative Commons licentie, dan kun je die niet meer intrekken op het moment dat je bijv. een uitgever gevonden hebt die je werk op de markt wil brengen.

Voor gebruikers zijn Creative Commons licenties natuurlijk ook heel handig want dankzij de gebruikte logo’s weet je meteen of je toestemming hebt om iets te gebruiken. Je vindt ze ook steeds meer op sites als YouTube, Flickr, Google, Bing, sites van de overheid en bij kunst-, cultuur- en wetenschapsorganisaties. Steeds meer archieven en (nationale) bibliotheken stellen gedigitaliseerde werken beschikbaar onder een CC-licentie en dat geldt ook voor steeds meer open access publicaties.

Poster boven je bed?

OK, misschien niet boven je bed maar Creative Commons Polen heeft een infographic/poster gemaakt die voor elk van de zes licenties toelicht wat de mogelijkheden en voorwaarden zijn die erbij horen. Op die manier kunnen zowel makers als gebruikers snel zien welke Creative Commons licentie het beste past. En gelukkig is er ook een Engelse vertaling beschikbaar gemaakt, onder een Creative Commons licentie vanzelfsprekend.

Creative Commons licenties
Verder lezen: Over Creative Commons en het belang van (correct) delen (Vakblog) / Uitleg van de zes Creative Commons licenties (Creative Commons Nederland) / Creative Commons 4.0: een nieuwe generatie opencontentlicenties (Vakblog) / Creative Commons bij SURF: checklist en uitleg als voorbeeld van hoe je het in kunt zetten (SURF)

#

Afbeeldingen zoeken: Skitterphoto (vrij te gebruiken foto’s)

skitterphoto

Het valt nog niet mee om geschikte afbeeldingen of foto’s te vinden op internet voor je blog, website of presentatie. Er is veel te doen over auteursrechten op foto’s en je kunt problemen krijgen als je niet goed oplet en de verkeerde foto op je site gebruikt. Toch zijn er veel fotosites waar je goede foto’s kunt vinden die je ook daadwerkelijk mag gebruiken omdat rechthebbenden vooraf toestemming gegeven hebben. Dat kunnen betaalde stockfotosites zijn die je een gebruiksrecht voor een foto verkopen maar ook gratis fotosites die je middels een licentie toestemming geven voor (commercieel) hergebruik van foto’s. De sites die ik interessant vind zullen op dit blog besproken worden.

Skitterphoto

“We zijn oa door Unsplash geïnspireerd geraakt en zijn een Nederlands initiatief gestart dat op vergelijkbare wijze werkt”, liet één van de drie fotografen en initiatiefnemers van Skitterphoto weten in een reactie op een eerdere blogpost die ik over Unsplash geschreven had. En inderdaad, Skitterphoto kun je goed vergelijken met Unsplash want ook hier worden regelmatig (minimaal 1x per dag) nieuwe foto’s aan de site toegevoegd die vrij te gebruiken zijn. Ook bij Skitterphoto wordt een CC0 verklaring meegegeven waarmee de foto’s effectief door de fotografen in het publiek domein worden geplaatst.

skitterphoto

De foto’s op Skitterphoto.com kun je dus gratis gebruiken, voor alle mogelijke doeleinden (commercieel en niet-commercieel) zonder dat je zelfs aan naamsvermelding hoeft te doen. De makers vragen zelfs geen linkje terug naar de site hoewel ze een donatie wel degelijk kunnen waarderen, zeker als je hun foto’s commercieel gebruikt hebt natuurlijk. Voor de bezoekers die een addertje onder het gras zien zitten herhalen ze zelf nog even wat je met hun foto’s mag:

Yes, photos on this web site are completely free. Use them however, whenever and wherever you want. Even commercially.

Duidelijk toch?

Reitdiephaven-Groningen-free-license-CC0
Ben je op zoek naar een specifieke foto? Dan zul je, net als bij Unsplash overigens, moeten bladeren door het groeiende archief met foto’s want een zoekfunctie ontbreekt vooralsnog. De meest populaire foto’s komen wel op de voorpagina te staan en elke week wordt één foto gekozen als foto-van-de-week. Zoals gezegd komt er dagelijks een nieuwe foto bij en hoewel je geen RSS-feed of mailalert kunt instellen, kun je Skitterphoto wel volgen op Twitter en zo zien wat er nieuw op de site is.

Skitterphoto gaat wel een stapje verder in hoe ze hun foto’s beschikbaar maken. Alle foto’s zijn te downloaden in hoge resolutie waarbij ze in de bestandsnamen netjes aangeven dat het om een ‘free license CC0′ foto gaat. Heel erg handig als je foto’s voor later gebruik wilt bewaren. En mocht de afbeelding zelf nog niet voldoende zijn dan stellen ze op aanvraag ook nog eens de RAW bestanden beschikbaar van de foto’s zodat je het bronmateriaal zelf kunt bewerken en aanpassen.

Ik blijf het overigens netjes vinden om een bron- en naamsvermelding te gebruiken als je een foto van een ander gebruikt op je site of blog, ook al hoef je dat niet van de rechthebbenden. Niet alleen handig voor jezelf om te weten waar je iets vandaan hebt gehaald maar ook nuttig voor anderen om bijv. ook kennis te maken met sites als Skitterphoto. Zodat dit soort initiatieven ook beloond worden voor het delen en weggeven van hun foto’s.

@foto Beautiful Colourful houses in The Netherlands via Skitterphoto CC0

#

Afbeeldingen zoeken: Pixabay (vrij te gebruiken foto’s)

pixabay

Het valt nog niet mee om geschikte afbeeldingen of foto’s te vinden op internet voor je blog, website of presentatie. Er is veel te doen over auteursrechten op foto’s en je kunt problemen krijgen als je niet goed oplet en de verkeerde foto op je site gebruikt. Toch zijn er veel fotosites waar je goede foto’s kunt vinden die je ook daadwerkelijk mag gebruiken omdat rechthebbenden vooraf toestemming gegeven hebben. Dat kunnen betaalde stockfotosites zijn die je een gebruiksrecht voor een foto verkopen maar ook gratis fotosites die je middels een licentie toestemming geven voor (commercieel) hergebruik van foto’s. 

Pixabay

Pixabay biedt ruim 150.000 foto’s, meer dan 50.000 clip-art en bijna 50.000 vectorafbeeldingen aan die alle vrij te gebruiken zijn doordat de makers afstand gedaan hebben van hun rechten middels een CC0-verklaring. Hiermee zijn de foto’s en afbeeldingen effectief in het publieke domein geplaatst. Dit houdt in dat je de foto’s, clipart en afbeeldingen mag downloaden, bewerken, hergebruiken en verspreiden voor zowel commercieel als niet-commercieel gebruik. Er is zelfs geen naamsvermelding nodig, iets dat je met de reguliere Creative Commons licenties wel altijd moet doen.

Foto’s en afbeeldingen in het publieke domein zijn weliswaar vrij te gebruiken maar dat betekent niet dat je er *alles* mee mag. Zoals Pixabay zelf ook uitlegt in een blogpost kunnen er nog steeds bepaalde auteursrechten gemoeid zijn met foto’s, zoals de persoonlijkheidsrechten van de maker van een foto, en kunnen geportretteerden eventueel bezwaren maken tegen bepaalde vormen van publicatie. Pixabay vat het samen met de vraag om je gezond verstand te gebruiken en dat zouden meer mensen mogen doen als het om auteursrecht gaat ;)

Zoeken

Alle foto’s, cliparts en afbeeldingen zijn voorzien van een korte omschrijving en zijn ingedeeld in categorieën. Dat betekent dat je er op kunt zoeken om snel een afbeelding of foto te vinden.

pixabay
En dat zoeken is een kwestie van je zoekterm in de zoekbalk bovenin de site te tikken.

pixabay zoeken
Bij het scherm met de zoekresultaten kun je – achteraf dus – de zoekresultaten inperken op alleen foto’s, afbeeldingen of clipart en bepaalde categorieën. Dat kan handig zijn om grote hoeveelheden zoekresultaten in te perken maar na zo’n 20 zoekacties uitgevoerd te hebben durf ik wel te stellen dat je dat eigenlijk nooit hoeft te doen. Zelfs met honderden zoekresultaten behoud je het overzicht gemakkelijk.

De eerste rij met foto’s die je in de zoekresultaten aantreft komen niet van Pixabay zelf maar van Shutterstock. Dit is een betaalde stockfotosite en doorklikken op één van de foto’s zorgt ervoor dat je naar die site gaat. Dat doet Pixabay om de rekeningen te betalen van het gratis aanbieden van de overige foto’s en de eerste rij is voorzien van een grijs kader om aan te geven dat ze afwijken van hun eigen zoekresultaten. Het blijft echter even oppassen waar je op klikt.

Downloaden maar

Heb je een foto gevonden dan kun je deze in verschillende formaten downloaden, favoriet maken (wat alleen werkt als je een gratis account aangemaakt hebt) en delen via diverse socialmedianetwerken.

pixabay download
Bij het downloaden word je nogmaals gewezen op de voorwaarden en de CC0 verklaring die duidelijk maken wat je wel en niet mag met de foto.

pixabay

Ook al hoef je dankzij de CC0 verklaring niet aan naamsvermelding te doen voor de foto’s, het blijft een goed idee om wel de bron erbij te zetten als je een foto van Pixabay gebruikt op je site of blog en ze geven zelf ook aan een linkje terug te waarderen. Mocht je zelf ook jouw foto´s willen bijdragen (en afstand doen van je rechten middels een CC0-verklaring) dan kun je een gratis account aanmaken en je foto’s uploaden. Deze worden gecontroleerd door Pixabay en geplaatst indien ze aan de voorwaarden voldoen.

@foto Geralt via Pixabay CC0

#

Gratisography: vrij te gebruiken foto’s met een CC0 verklaring

unsplash

Het valt nog niet mee om geschikte afbeeldingen of foto’s te vinden op internet voor je blog, website of presentatie. Er is veel te doen over auteursrechten op foto’s en je kunt problemen krijgen als je niet goed oplet en de verkeerde foto op je site gebruikt. Toch zijn er veel fotosites waar je goede foto’s kunt vinden die je ook daadwerkelijk mag gebruiken omdat rechthebbenden vooraf toestemming gegeven hebben. Dat kunnen betaalde stockfotosites zijn die je een gebruiksrecht voor een foto verkopen maar ook gratis fotosites die je middels een licentie toestemming geven voor (commercieel) hergebruik van foto’s. 

Gratisography

I take better pictures caffeinated. Want to buy me a cup of coffee?

Dat is wat je bovenaan de site Gratisography ziet staan. Met een Paypal doneerknop rechtsbovenaan waarmee je fotograaf en ontwerper Ryan McGuire kunt trakteren op een kop koffie, nou ja, een bedrag waarmee hij zelf dat kopje koffie kan kopen natuurlijk.

gratisography
Gratisography is gemaakt door een grafisch ontwerper die graag foto’s deelt met anderen en dat eigenlijk vooral als positieve reclame ziet voor zijn eigen studio en commerciële activiteiten. Daar merk je op deze site echter helemaal niets van en dat betekent dat je niet wordt doorverwezen naar foto’s waar je wel voor moet betalen maar dat alle foto’s op de site – in hoge resolutie – gratis te downloaden zijn. Zonder zelfs maar een account aan te hoeven maken.

Gebruiksrechten, oftewel wat mag je met de foto’s?

Je ziet de cirkel met de letters CC al midden op je scherm staan dus je mag verwachten dat de foto’s onder een Creative Commons licentie te downloaden en te gebruiken zijn. Het blijkt zelfs verder te gaan dan dat want McGuire heeft afstand gedaan van zijn auteursrechten middels een CC0 verklaring. Hij behoudt zijn persoonlijkheidsrechten – die niet over te dragen zijn –  maar ziet voor de rest af van alle andere auteursrechten. No rights reserved in plaats van all rights reserved.

Dit houdt in dat je zijn foto’s mag downloaden, bewerken, hergebruiken en verspreiden voor zowel commercieel als niet-commercieel gebruik. Er is zelfs geen naamsvermelding nodig, iets dat je met de reguliere Creative Commons licenties wel altijd moet doen.

Wat biedt Gratisography?

Op onregelmatige basis worden er nieuwe foto’s toegevoegd aan de site. Het zijn er niet heel erg veel, ze zijn niet voorzien van metadata (titel of een beschrijving) en de site heeft daarom ook geen zoekfunctie. Je zult simpelweg moeten bladeren en kijken of er wat interessants tussen zit.

thank you gratisography
Zoek je een wat groter aanbod van foto’s die ook met een CC0 verklaring zijn vrijgegeven door de maker, dan is Unsplash een prima plek om verder te kijken. Ik schreef daar eerder al over.

Ook al hoef je van de maker niet aan naamsvermelding te doen voor de foto’s, het blijft mijns inziens een goed idee om wel de bron erbij te zetten als je een foto van Gratisography gebruikt op je site of blog. Al was het maar om zelf te weten waar een foto vandaan komt mocht je ooit nog eens moet aantonen dat je een foto correct gebruikt hebt. En wie weet help je ook je eigen lezers weer aan een handige site met vrij te gebruiken foto’s.

@foto door Ryan McGuire via Gratisography (CC0)

#

Pagina 1 of 9123...Laatste »
  • © 2006- 2014 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top