kijkenkostgeld

Met toestemming films en tv programma’s kijken: de overeenkomst tussen Videma en de HBO-raad

HBO instellingen maken veel gebruik van auteursrechtelijk beschermde content, zowel rechtstreeks als indirect ten behoeve van het onderwijs. Voor het gebruik van artikelen en (delen uit) boeken hebben de HBO instellingen daarom via de HBO-raad een overeenkomst, een afkoopregeling, met de collectieve beheersorganisatie Stichting PRO. Daar valt nog wel het een en ander aan te verbeteren mijns inziens maar het is goed dat er een dergelijke regeling bestaat. Hogescholen zouden anders per overname, per gebruik, toestemming moeten vragen voor gebruik van andermans content. Een maatwerkregeling waarbij er gekeken wordt naar de specifieke omstandigheden en waarbij onder voorwaarden vrij gebruik mogelijk is, bespaart een hoop tijd en moeite.

Nu zijn teksten uit tijdschriften en boeken niet het enige beschermde materiaal dat gebruikt wordt. Foto’s en afbeeldingen worden, voor gebruik in onderwijsmateriaal, ook afgedekt door de regeling met Stichting PRO – die dat weer regelt met een andere organisatie Pictoright – maar voor televisieprogramma’s en films moest altijd per gebruik toestemming gevraagd worden. En betaald worden. In Nederland is daarvoor Stichting Videma de collectieve beheersorganisatie die namens rechthebbenden auteursrechtelijke toestemming verleent voor de openbaarmaking van tv- en filmbeelden.

Overeenkomst voor de openbaarmaking van filmwerken
Juni 2012 begonnen de gesprekken tussen Stichting Videma en de HBO-raad om te komen tot een overeenkomst waarbij door Videma toestemming verleend zou worden aan alle leden van de HBO-raad (de hogescholen) voor het gebruiken en vertonen van videofilms en televisieprogramma’s. Ik had het genoegen om de collegevoorzitter van Windesheim advies over het eerste voorstel te geven vanuit het Auteursrechten Informatie Punt en zag de voordelen van een dergelijke afkoopregeling wel voor me. In november van vorig jaar is de definitieve tekst opgesteld en de overeenkomst voor de openbaarmaking van filmwerken tussen de HBO-raad en Stichting Videma getekend.

Het ligt alleen wel wat lastiger met tv en film
Lang niet al het videomateriaal valt onder de overeenkomst. Videomateriaal dat gebruikt wordt in de digitale leeromgevingen is veelal afkomstig uit bronnen die buiten de scope van de overeenkomst vallen. Het gaat hier ondermeer om Academia, een videodatabank waarop diverse instellingen een licentie hebben en waarin tv uitzendingen van de publieke omroepen zijn opgenomen maar ook om videomateriaal van YouTube en zelfgemaakt videomateriaal. Hierover zijn geen rechten verschuldigd of zijn, in het geval van Academia, al afgekocht in de desbetreffende licentie.

Maar ook films op dvd’s hoeven niet perse onder de regeling met Videma te vallen. Video-, film of tv materiaal dat in de les(lokalen) wordt gebruikt is vrijgesteld van rechten in een onderwijssetting conform de Auteurswet artikel 12, lid 5, de zogeheten onderwijsexceptie. Daar hoefde je al geen toestemming voor te vragen als onderwijsinstelling, laat staan er voor te betalen.

Maar uitzonderingen waren en zijn er nog genoeg
Ook buiten de directe onderwijssetting wordt er echter veel gebruik gemaakt van tv-uitzendingen en films. TV’s in kantines of bij (journalistiek) opleidingen. Films die vertoond worden door studentenverenigingen (in de hogeschool) of die tijdens open dagen te zien zijn. De overeenkomst met Videma zorgt er nu in ieder geval voor dat er toestemming is voor deze openbaarmakingen en dat daar ook voor betaald is.

Niet meer hoeven na te denken of je tv-uitzendingen en videofilms mag vertonen in je hogeschool. Automatisch verantwoord omgaan met de auteursrechten van anderen. Dat legt een stuk gemakkelijker uit naar docenten, studenten en medewerkers van je hogeschool. Als je het Auteursrechten Informatie Punt bent natuurlijk.

Laat de film nu maar beginnen.

#

100procentdigitaal

Inholland streeft naar een digitale hogeschoolbibliotheek voor 2015. Maar wie zit daar op te wachten?

Ik had vorige week al vernomen dat de intentie er was van Inholland hogeschool om voor 2015 over te gaan naar een volledig digitale bibliotheek en dus afscheid te nemen van alle fysieke componenten die traditioneel bij een hogeschoolbibliotheek horen. Ik zou willen zeggen dat het een nieuw idee is maar enkele jaren geleden  was dat idee ook al bij mijn hogeschool gelanceerd. Met ongetwijfeld de gedachte in het achterhoofd dat het anno 2010 toch niet zo kan zijn dat je als bibliotheek uberhaupt nog afhankelijk bent van die fysieke collectie, studie- en werkplekken en uitleenapparatuur. Dat kan toch zeker allemaal wel digitaal? En bovenal, een stuk goedkoper? Vierkante meters zijn immers duur.

De feiten weerlegden deze gedachten gelukkig al snel. Een hogeschoolbibliotheek is gedienstig aan het onderwijs en niet (alleen) aan bezuinigingsvoorstellen. En dat onderwijs wil niet altijd digitale informatievoorziening. Als ze voor dat vakgebied uberhaupt al keuzes hebben overigens want de praktijk is dat het nog extreem karig gesteld is met het digitale aanbod van studieboeken en Nederlandstalige vaktijdschriften. Op het ene vakgebied zijn uitgevers er verder mee dan de andere.

Maar digitaal betekent niet automatisch toegankelijk en inzetbaar
Digitaal is een toverwoord geworden. Er hangen zo veel onuitgesproken verwachtingen aan dat er met een roze bril naar gekeken wordt. Daardoor valt het misschien niet goed op dat een groot deel van het digitale aanbod nauwelijks of zelfs helemaal niet te gebruiken is door een (hogeschool)bibliotheek. Of het onderwijs. Lesmethoden zijn beperkt digitaal beschikbaar en waar ze het wel zijn voorziet die constructie niet in het breed aanbieden van die content aan een instelling maar is die gericht op individuele afname door studenten. Nederlandstalige (vak) tijdschriften zijn bijna niet full-text digitaal beschikbaar voor breed gebruik. Dit blijft beperkt tot individuele abonnees.

De ontwikkelingen rondom e-studieboeken komen nu pas een beetje op gang. Uitgevers zijn zoekende maar ook hier heb je te maken met het onderwijs die eigenlijk nog moet beginnen met nadenken over en formuleren van wat ze nodig hebben. En in welke vorm. En met welke randvoorwaarden voor de toegang. Ontwikkelingen die nog vele jaren nodig hebben voordat ze leiden tot een breed, representatief en bovenal bruikbaar aanbod waar je als bibliotheek gebruik van kunt maken richting het onderwijs.

Terug naar Inholland
Wat precies de achterliggende redenen zijn voor Inholland om te kiezen voor een volledig digitale bibliotheekvoorziening op korte termijn, daar kan ik alleen maar naar speculeren. Feit is dat gisteren Doekle Terpstra, de voorzitter van het college van bestuur van Inholland, via Twitter bevestigde dat het niet bij een voornemen blijft maar het als besluit genomen is.

Het lijkt me inderdaad een hele stevige opdracht. Prachtige innovatie? Sorry maar zoals alle vernieuwingen niet perse verbeteringen zijn, zo zijn digitaliseringstrajecten niet perse innovaties. Misschien zijn ze dat per definitie niet zelfs.

Bert Zeeman, van de Universiteit van Amsterdam, durfde zelfs de weddenschap met zijn lezers aan te gaan over het behalen van dit doel voor 2015. De vragen en overpeinzingen die hij daar bij heeft zijn stuk voor stuk al valide. Ik las diverse reacties die in verschillende mates van voorzichtigheid niet veel vertrouwen uitspraken over de kans van slagen. Het is bijna onmogelijk voor te stellen hoe je de kwaliteit van de informatievoorziening vanuit je hogeschoolbibliotheek in stand kunt houden als je genoodzaakt bent om niet te kijken naar de inhoud van die informatie maar puur en alleen naar de vorm. Een vorm waar de overgrote meerderheid van uitgevers die content leveren voor hogeschoolbibliotheken nog stevig mee worstelt.

Maar wat wil je nou als hogeschoolbibliotheek?
Digitaliseren is niet het doel van een hogeschoolbibliotheek. Sowieso is de term digitaliseren ongelukkig want het lijkt aan te geven dat je je bestaande fysieke collectie gaat inscannen en digitaal aanbieden. Wat natuurlijk niet toegestaan is want daar overtreed je meerdere wetten mee.

De hogeschoolbibliotheek is, ik zei het al eerder, gedienstig aan het onderwijs. Er moet een directe link zijn tussen wat het onderwijs – docenten en studenten- nodig hebben binnen de tientallen opleidingen/curricula en wat je als bibliotheek levert, ontsluit en toegankelijk maakt. In 2008 vertelde de toenmalige voorzitter van de HBO Raad, dezelfde Doekle Terpstra die nu bij Inholland zit, tijdens een lustrumbijeenkomst van het Samenwerkingsverband Hogeschoolbibliotheken (SHB) over de noodzaak om betere verbindingen te maken met het onderwijs en de opleidingen waarvoor hogeschoolbibliotheken werken.

En ja, dat betekent dat je kritisch moet kijken naar je traditionele rol als bibliotheek. Andersoortige diensten en minder vanuit het belang van je bibliotheek handelen. Meer vanuit de belangen van je onderwijs(instelling). Minder focus op het hebben van een (fysieke) collectie en de aandacht verschuiven naar het toegankelijk maken van informatiebronnen voor die groepen binnen je instelling die deze bronnen ook daadwerkelijk nodig hebben.

Dat zou pas prachtige innovatie zijn voor hogeschoolbibliotheken als je het mij vraagt.

Maar alle inspanningen, je gehele focus, toespitsen op digitale dienstverlening en hopen dat er voor 2015 voldoende digitaal aanbod is vanuit de markt om dat ook naar je gebruikers in je hogeschool aan te kunnen bieden? Vanuit je visie nee zeggen tegen het onderwijs als ze fysieke informatiebronnen nodig hebben, om wat voor reden dan ook? Digitale informatiebronnen van uitgevers min of meer klakkeloos aan gaan bieden, ook al zijn er (licentie)technische beperkingen, puur omdat het past in de digitaliseringsdoelstelling?

Niet alleen durf ik de weddenschap niet aan te gaan met Bert, ik vrees dat alleen al dit besluit van Inholland negatieve impact gaat hebben op de ontwikkeling van een toekomstbestendige visie van zowel HBO instellingen als hogeschoolbibliotheken op de rol die bibliotheken kunnen en moeten spelen in onderwijsinstellingen. Waarom zou je het nog over verbindingen met het onderwijs hebben als je als bibliotheek al besloten hebt dat je alleen nog maar digitale diensten wilt gaan leveren? 100% digitaal is 100% onrealistisch.

Hoe je er ook naar kijkt.

#

Adobe CS2 is nu abandonware en “gratis” te downloaden

creativesuite

Maandag werd op vele sites gemeld dat Adobe met een verlaat kerstcadeautje gekomen was. Het bedrijf zou een oude versie van de Creative Suite -  een softwarebundel met daarin o.a. Photoshop, Acrobat, Indesign, Illustrator en Premiere Pro – gratis aanbieden aan iedereen die over een Adobe ID beschikt. Zo’n account kun je gratis aanmaken en hoewel het hier om het 7 jaar oude CS2 gaat, is het van oorsprong dure software die nog steeds heel goed bruikbaar is.

De downloadpagina was gedurende een volle dag daarna meteen niet meer bereikbaar door de enorme toeloop en interesse. Op het forum van Adobe, en wat later ook op 1 van de blogs, werd echter duidelijk dat het niet ging om een cadeautje van Adobe, dat het geen marketingactie was maar Adobe besloten had de activeringsservers van de CS2 software uit de lucht te halen. Deze activeringsservers zorgen ervoor dat de licentiecodes gecontroleerd worden en dat de software gekoppeld wordt aan de computers waarop de installatie heeft plaatsgevonden. Wegens technische problemen op moderne besturingssystemen (en ongetwijfeld ook wegens de kosten van het blijven ondersteunen van 7 jaar oude software) zijn de servers uitgezet waardoor bestaande gebruikers nooit meer hun legaal gekochte software zouden kunnen (her)installeren.

Alle klanten van Adobe met een gebruikslicentie op CS2 hebben de mogelijkheid gekregen om met behulp van een nieuwe, voor iedereen gelijke licentiecode, hun software opnieuw te kunnen installeren zonder dat deze geactiveerd hoeft te worden. Hoewel je daar formeel een geldige licentie voor dient te hebben werkt de downloadbare versie van CS2 in combinatie met die code natuurlijk ook voor iedereen die deze software niet aangeschaft heeft. Op het forum geeft de community manager van Adobe ook aan dat er hoogstwaarschijnlijk niet gecontroleerd gaat worden op illegaal gebruik van deze versies.

Feitelijk is de Adobe CS2 software daarmee zgn. abandonware geworden. Abandonware is een verzamelnaam voor software -en vaak computerspellen- die om een verscheidenheid van redenen door de uitgever of makers in de steek zijn gelaten. Het gaat vaak om oudere software die niet meer verkocht wordt, waar de eigenaar zijn rechten niet meer op laat gelden en die in de praktijk gratis en vrijelijk gebruikt kan worden. Het is eigenlijk niet legaal om het gratis te downloaden maar de eigenaren ondernemen geen actie (meer) om het te voorkomen. Een zoekactie in Google op de term “abandonware” levert je een schat op aan oudere spellen en software die je vaak niet meer op recente Windows versies kunt installeren zonder gebruik te maken van een omweg.

Dat (dure) commerciële software als Adobe CS2 abandonware wordt omdat het bedrijf zich genoodzaakt ziet de strikte beveiliging 7 jaar later ongedaan te maken is wel ironisch. Adobe was met hun Creative Suite één van de pioniers van deze vorm van beveiliging die ook door Microsoft voor o.a. Windows en Office gebruikt wordt, juist ter preventie van illegale en gratis gebruik van hun software. Nu zorgt deze beveiliging er voor dat iedereen die software van toen gratis en ‘illegaal’ kan gebruiken.

Doe er je voordeel mee zou ik zeggen. De gehele Suite en de individuele pakketten zijn voor zowel Windows als Mac te downloaden.

@ foto: karramarro via photopin cc

#

Over toegang tot gelicenseerde content

Icon_no_license_svgDat je voor waardevolle content vaak moet betalen, dat weet iedereen wel. Of het nou gaat om vrij te gebruiken content of content waarvoor je moet betalen, er zitten bijna altijd voorwaarden aan de toegang. Websites met content hebben (algemene) voorwaarden en meestal wordt die content alleen maar vrijgegeven met een licentie waarin een (groot) aantal voorwaarden genoemd worden over wat je wel en wat je niet mag doen met die content.

Content op het web
Als het gaat om content die je op internet kunt vinden dan moet je vooral op Creative Commons licenties letten. Dit zijn verhoudingsgewijs hele eenvoudige licenties waarbij rechthebbenden van afbeeldingen, foto’s of teksten aangeven hoe je hun content mag gebruiken. Op het moment dat je daadwerkelijk betaalt voor content dan heeft de site waar je het koopt waarschijnlijk een kopje met voorwaarden die aanzienlijk meer regeltjes en restricties meegeeft. Dat natuurlijk om te voorkomen dat jij het zelf gratis gaat verspreiden zodat ze er zelf niets meer aan kunnen verdienen.

Dure databanken
De *echt* waardevolle content vind je echter in databanken terug. Hierin bieden leveranciers hele contentverzamelingen aan en komen ook de contentlicenties om de hoek kijken. Uitgebreide documenten, contracten, waarin de verantwoordelijkheden van de leverancier en (nog uitgebreider) de verantwoordelijkheden van de afnemer worden beschreven. Met clausules waarin de abonnementstermijn wordt beschreven, precies wordt vastgelegd hoe het zit met intellectuele eigendomsrechten en gebruiksrechten en de afspraken over de toegang en beschikbaarheid. Vanzelfsprekend ontbreekt een paragraaf over de financiële aspecten niet.

Dit soort contentlicenties worden vaak afgesloten door bedrijven of, in mijn geval, door bibliotheken. Zij willen die content en informatie toegankelijk maken voor hun eigen gebruikers omdat hier behoefte aan is. Het duidelijk maken aan die eigen gebruikers onder welke voorwaarden die informatie, die content, gebruikt mag worden valt echter nog niet mee. Bibliotheken worden door hun eigen gebruikers vaak gezien als de leverancier van die databank waarbij het dan misschien wel goed voor het imago is van een bibliotheek dat ze als de aanbieder gezien worden maar het wel lastig wordt om uit te leggen dat er restricties zitten op die content. Restricties die je als bibliotheek liever niet zou willen opleggen aan je eindgebruikers.

In de praktijk
De realiteit is dat bibliotheken steeds meer en meer content van anderen toegankelijk maken via licenties in plaats van het zelf (fysiek) aan te bieden. Waarbij elke databank zijn eigen unieke randvoorwaarden, mogelijkheden en restricties heeft. Technisch, financieel en dus ook qua toegang en gebruik. Waarbij je dus eigenlijk als bibliotheek zelf heel goed in kaart moet hebben wat je precies aanbiedt en welke randvoorwaarden daar allemaal aan vast zitten. In de praktijk is dat niet altijd even duidelijk laat staan dat eindgebruikers snappen waarom ze iets wel of niet mogen gebruiken zoals ze voornemens waren te doen.

En dat gaat wringen.

De afgelopen jaren hebben uitgevers meerdere malen maatregelen genomen tegen eindgebruikers (en dus de bibliotheken) die in overtreding waren van de overeenkomsten. In licentieonderhandelingen worden steeds strengere eisen gesteld door uitgevers aan hoe de content gebruikt mag worden en wordt van de bibliotheken verwacht dat ze zich niet alleen conformeren aan die eisen -je bent als leverancier monopolist of je bent het niet natuurlijk- maar dat ze die eisen zelfs handhaven naar de eindgebruikers toe.

Koninklijk voorbeeld
Een ‘mooi’ voorbeeld van het handhaven van een overeenkomst is sinds vorige week te zien als je lid bent van de Koninklijke Bibliotheek. Middels een lidmaatschap heb je ook toegang tot hun digitale bibliotheek en kun je bij een aantal (dure) databanken. Een tweetal uitgevers (als ik het goed geteld heb) zag het kennelijk als een probleem dat hun databanken ook gebruikt konden worden door KB leden voor zakelijke of commerciële doeleinden. Dat is niet de bedoeling als een niet-commerciële bibliotheek een overeenkomst afgesloten heeft waarin zakelijk gebruik uitgesloten is en de KB leden worden nu zowel bij gebruik van Kluwer Navigator als Lexis Nexis Academic gedwongen expliciet aan te geven dat ze het niet voor zakelijke of commerciële doeleinden gaan gebruiken.

lexisnexis

En daar gaat het de verkeerde kant op. Hoewel ik vind dat bibliotheken een rol hebben in het bewust maken van haar gebruikers om verantwoord om te gaan met gelicenseerde content moet zich dat niet gaan vertalen in het bewaken van de belangen van de aanleverende partijen. Bibliotheken hebben hun eigen rol, hun eigen belang en eigen dienstverlening en ook al kun je -en moet je- de eindgebruikers van die diensten informeren over de voorwaarden van gebruik van externe gelicenseerde content, die eindgebruikers zijn zelf verantwoordelijk voor het naleven ervan. Bibliotheken moeten niet die voorwaarden gaan handhaven, dat moet de uitgever zelf doen. Op het moment dat een overtreding gesignaleerd wordt en niet met dwang vooraf!

Klik je echter bij de bovenstaande melding niet op het linkje met ‘Ik ga akkoord’ dan krijg je dus ook geen toegang als lid. De bibliotheek handhaaft daarmee dus de voorwaarden die de leverancier heeft gesteld. Niet op basis van een geconstateerd misbruik maar op basis van een intentie van gebruik. Het lijkt Minority Report wel.

Niet alleen principes
Waarom ik me druk maak hierover terwijl iedereen -zonder twijfel- op akkoord klikt ook al ben je van plan het zakelijk te gaan gebruiken? Omdat eindgebruikers zelf verantwoordelijk dienen te zijn hoe ze met andermans content omgaan. Omdat leveranciers zich moeten realiseren dat angstvallig rechten en belangen handhaven vroeger of laat leidt tot minder gebruik van hun producten. En dat leveranciers met flexibelere voorwaarden moeten komen. Omdat bibliotheken moeten nadenken hoe hun eigen dienstverlening en bestaansrecht zich verhouden tot al die belangen, rechten en restricties die andere partijen hun pogen op te leggen. Omdat bibliotheken niet alleen maar nee hoeven te verkopen naar hun klanten toe maar ook wel eens nee kunnen zeggen tegen anderen als ze te veel concessies moeten doen aan hoe ze dit zelf willen aanbieden aan hun gebruikers.

Zo eenvoudig is het nog niet om gelicenseerde content aan te bieden of te gebruiken.

@ afbeelding ‘geen licentie aanwezig’: door Bibi Saint-Pol [CC-BY-SA-2.5], via Wikimedia Commons

#

Over toegang tot gratis en betaalde informatie en waarom bibliotheken het onderscheid doen vervagen

Vanuit het perspectief van een gemiddelde consument is internet natuurlijk de bron (geworden) van veel en gratis informatie. Er is geen onderwerp te bedenken of er zijn sites over gemaakt, Wikipedia pagina’s mee gevuld of mensen over te bevragen op sociale media. Dat zorgt er weliswaar voor dat mensen tegenwoordig eenvoudig en laagdrempelig informatie kunnen vinden maar tegelijk ook dat er steeds minder besef is van de kwaliteit en de waarde ervan. Alleen al het feit dat er wordt gesproken over gratis informatie, gratis te vinden, gratis te downloaden brengt langzaam het idee naar voren dat alle informatie en content gratis zou moeten zijn en dat het eigenlijk niet meer netjes is om er nog geld voor te durven vragen. Waarom betalen voor het nieuws terwijl je dat ook op NU.nl kunt lezen? Waarom betalen voor vaktijdschriften en -artikelen terwijl de auteurs ook bloggen over de onderwerpen waar ze veel van af weten?

Vragen die geen pasklaar antwoord hebben. Omdat iedereen die vragen voor zichzelf moet beantwoorden en moet bepalen of die gratis informatie voldoende is voor wat ze willen hebben, voor wat ze zoeken. Of  dat ze toch iets anders nodig hebben dat wellicht niet gratis is.

Gratis betekent dat anderen betalen
Uiteindelijk bestaat gratis informatie helemaal niet. Iemand -en waarschijnlijk meerdere mensen- heeft er tijd en energie in gestoken om het te verzamelen, te bewerken en te publiceren. Het is laagdrempelig toegankelijk gemaakt waarbij laagdrempelig betekent dat er voor gekozen is de kosten niet door te berekenen aan de gebruikers van die informatie of die content. Misschien liggen die kosten gewoon laag, misschien is het gewoon informatie met lage waarde maar misschien wil iemand ook gewoon vrijelijk delen om andere redenen. Open access bijvoorbeeld, of iets delen onder een Creative Commons licentie. Het zegt weinig over de kwaliteit van de informatie maar veel over de bereidwilligheid van de eigenaar om het te delen met anderen.

Aan de andere kant van dat spectrum geldt precies hetzelfde. Als er (veel) kosten gemaakt worden om informatie te produceren of als er veel vraag is naar bepaalde content, dan levert dat informatie op die waardevol kan zijn. Er wordt in geïnvesteerd, feiten worden gecheckt, teksten worden geredigeerd enz. Investeringen die terugverdiend moeten worden, welke de bereidwilligheid van de eigenaar om het vrijelijk te delen stevig inperken. Oftewel, in de verwachting dat consumenten willen betalen voor waardevolle artikelen en content wordt de toegankelijkheid ingeperkt. Abonnementen, paywalls en persoonsgebonden toegangen zijn dan het gevolg.

Als die verwachtingen terecht zijn, dan betalen consumenten er ook voor. Minder dan er vroeger betaald zouden hebben maar dat is de consequentie van die stortvloed aan vrijelijk beschikbare informatie. Voor veel mensen is dat nu eenmaal ruim voldoende. Voor anderen blijft de wens bestaan om een krant te kopen, een abonnement te hebben op een vaktijdschrift of te betalen voor het gemak en kwaliteit van een gespecialiseerde database.

In onderwijs en onderzoek
Dat laatste speelt natuurlijk ook veel in het onderwijs. Hoewel er nog steeds -naar mijn smaak- teveel op Google en Wikipedia vertrouwd wordt neemt het besef toe dat als je betrouwbare en gecontroleerde digitale informatie wilt gebruiken in je onderwijs, je het kaf van het koren moet scheiden. Zowel voor vakinhoudelijke als meer wetenschappelijke content kom je dan per definitie uit op betaalde informatiebronnen en die zijn niet altijd even toegankelijk. Niet qua prijs maar ook niet qua techniek of licentie.

In de praktijk worden dit soort betaalde informatiebronnen gratis aangeboden door de bibliotheken. Alleen zijn die veelal gedwongen om dure abonnementen af te sluiten teneinde iedereen toegang te geven i.p.v. alleen diegenen die ook daadwerkelijk toegang hebben. Daarnaast zijn er zoveel interessante en relevante databanken op zoveel verschillende onderwerpsgebieden dat het vele miljoenen zou kosten om alles aan te bieden waar mogelijkerwijs vraag naar zou kunnen zijn. Bibliotheken vervullen een mooie functie in het aanbieden van zoveel mogelijk betaalde informatiebronnen maar dragen ironischerwijs juist daardoor bij aan de beleving dat het aanbod minder waardevol en zinnig is. Juist omdat het gratis wordt aangeboden. Juist omdat bibliotheken maar een fractie kunnen aanbieden (betalen) van wat er gevraagd kan worden.

Creatief met content(licenties)
Bibliotheken moeten daarom ook grotendeels af van dat massale vrijelijk aanbieden van betaalde informatiebronnen. Leveranciers van betaalde content richtten zich vroeger voornamelijk op individuele afnemers en ik denk dat het daar nu naar terug moet. Niet meer als bibliotheek een abonnement afsluiten voor iedereen maar het faciliteren dat individuele studenten en docenten makkelijk zelf rechtstreeks toegang kunnen krijgen. Eigen abonnementen, eigen toegang en ook (een deel) zelf betalen. Bibliotheken zouden zich kunnen focussen op het bemiddelen tussen het grote aanbod en de vragen van hun gebruikers. Met minder nadruk op het zelf collectioneren en aanbieden van digitale bronnen die notabene beheerd worden door de leveranciers. Geen zogeheten Big Deals waarin bibliotheken alle content van een uitgever aankopen en aanbieden in de hoop dat het voldoende gebruikt wordt maar investeren in Small Deals waarin je individuele gebruikers of groepen gebruikers toegang geeft tot die content die ze ook daadwerkelijk nodig hebben.

Alleen op die manier laat je zowel de gebruikers als de leveranciers goed de overweging maken of de content ook waardevol genoeg is om er voor te (laten) betalen. Alleen op die manier laat  je het initiatief bij de uitgever om de informatie, de content, onder de aandacht te brengen bij de gebruikers (ipv dat de bibliotheken hier een rol in moeten nemen). Alleen op die manier laat je gebruikers nadenken over de toegevoegde waarde van betaalde informatie t.o.v. wat ze vrijelijk en gratis op internet kunnen vinden.

Laten we reëel zijn, iedereen denkt pas na over de waarde en het belang van iets als je daar zelf voor moet betalen.

#

Weer eens over bibliotheken, ebooks, licenties en geld

Als het gaat om openbare bibliotheken ben ik al somber gestemd over de kans dat er ooit nog een fatsoenlijk en breed aanbod aan ebooks zal komen. In het beste scenario komt er een beperkt aanbod dat tot de tanden beveiligd zal zijn met DRM om zowel het tijdelijke ‘uitlenen’ als de belangen van de uitgevers te faciliteren. Dat legitieme aanbod vereist dan dat je als gebruiker door zoveel hoepels moet gaan springen dat het mijns inziens vooraf al gedoemd is om te mislukken. Die gebruikers vinden zelf wel een dvd’tje met illegale ebooks en die doos van Pandora, die krijg je toch niet meer dicht.

Voor HBO bibliotheken is dat ‘beste’ scenario al wel in zicht. Je kunt bij diverse leveranciers een brede collectie ebooks aanschaffen die je als hogeschoolbibliotheek vervolgens tjokvol met DRM mag aanbieden aan je gebruikers. Daar waar voor openbare bibliotheken echter een breed aanbod relevant is, is dit voor HBO bibliotheken eerder een nadeel. Bibliotheken in het onderwijs hebben andere criteria voor wat ze willen en moeten aanbieden: het moet gerelateerd zijn aan het curriculum en het is zelfs onwenselijk dat iedereen in een onderwijsinstelling bij de ebooks kan want je betaalt voor een ieder die toegang heeft, niet voor diegene die een ebook daadwerkelijk gebruikt. Als onderwijsbibliotheek moet je het niet eens willen om die gigantische bundels met duizenden ebooks aan te bieden aan je gebruikers terwijl je zeker weet dat slechts een fractie relevant is en gebruikt wordt (door een enkeling).

Dat onderwijsbibliotheken hun fysieke en digitale collecties zo breed mogelijk dienen aan te bieden is een traditionele gedachte die nog bij veel leveranciers (en bibliotheken zelf!) leeft. Het is er echter eentje die volledig onhoudbaar en onwerkbaar is geworden. Ook al betekent het een omslag bij zowel de bibliotheek zelf en de leverancier, de rol van de bibliotheek krijgt veel meer invulling daardoor dan vroeger. Niet simpelweg een licentie afsluiten waarmee duizenden ebooks -die je zelf niet kunt kiezen- beschikbaar komen voor iedereen maar zorgen dat studenten over die specifieke titels kunnen beschikken die ze nodig hebben voor de studie of het vak die ze volgen.

Safari Books
Een aardig voorbeeld is Safari Books Online. Ruim 4 jaar geleden hebben we een licentie hierop genomen vanuit het idee dat vooral ICT studenten gebruik zullen maken van ebooks. Centraal aangeboden, meer dan 1000 titels maar met serieuze restricties op de toegankelijkheid om het nog enigszins betaalbaar te houden. Een brede en onbeperkte toegang voor alle studenten zou meer dan 100.000 euro gekost hebben en dus kozen we ervoor om het te beperken tot slechts twee gelijktijdige gebruikers. Een prachtige (DRM vrije) collectie waar je dus in lesverband eigenlijk geen gebruik van kunt maken want als er twee mensen in zoeken kan de rest er niet meer in.

Inmiddels begint ons nieuwe beleid, van gericht informatiebronnen aan het curriculum te relateren, toch vruchten af te werpen. Docenten willen graag Safari Books gebruiken in hun lessen en studenten verwijzen naar relevante ebooks die er te vinden zijn. En dan is er dus een probleem. Foutmeldingen en waarschuwingen zodra studenten proberen in te loggen. Negatieve reclame voor de rol van de bibliotheek!

Fixen
Ook Safari Books Online zullen we zeer waarschijnlijk binnenkort niet meer centraal, als bibliotheek, aanbieden. Om het bruikbaar te maken in het onderwijs zou er onbeperkte toegang moeten zijn (of minstens 30 gelijktijdige gebruikers) en daar zit een prijskaartje aan dat simpelweg onbetaalbaar is. Een oplossing zou kunnen zijn om meer te kijken naar het faciliteren van een individuele of groepstoegang waarbij (alleen) studenten die een bepaald vak volgen via een eigen inlog op Safari Books toegang krijgen tot alleen die 5 of 10 boeken die ze voor dat vak nodig hebben. Dat hoeft niet eens per se betaald te worden door de bibliotheek (een dergelijk abonnement kan voorgeschreven worden vanuit het onderwijs) maar we moeten wel verder kijken dan alleen maar klakkeloos te accepteren wat een leverancier aanbiedt.

Bibliotheken krijgen, ook bij Safari Books, een extreem hoog tarief gerekend omdat ze een volledig aanbod dienen af te nemen die ze aan vele duizenden studenten beschikbaar maken. Die aannames zijn verkeerd voor onderwijsbibliotheken en ze leveren tarieven op die niet betaald kunnen worden. Tijd om die aannames open te breken en duidelijk te maken wat in het onderwijs wel gevraagd wordt. Geen breed aanbod maar een selectie van (relevante) titels. Geen brede toegang maar een gerichte toegang voor die studenten en docenten die specifieke titels nodig hebben. Geen exorbitante tarieven maar realistische prijzen en alleen betalen voor wat je gebruikt.

#

Nut en noodzaak van licenties voor het onderwijs

Hoewel ik zelf het aspect van (auteurs/contract)recht niet alleen onlosmakelijk maar ook fascinerend verbonden zie met mijn werk in een onderwijsbibliotheek, weet ik heus wel dat er maar weinigen zijn die interesse hebben in de praktische kant ervan. Het vastleggen van gebruiksafspraken van zowel software als content in een licentie wordt als een saai administratief iets gezien waar je misschien nog een jurist of inkoopafdeling naar laat kijken voordat je de content of software aanschaft voor je onderwijs(instelling). Alsof je het in een supermarkt koopt en bij de kassa soms nog even het bonnetje controleert.

Desalniettemin schrok ik wel een beetje toen 2 weken geleden bij SURFmarket -de partij die voor het hoger onderwijs content/software licenties centraal onderhandelt en beschikbaar stelt- de vraag werd gesteld of de digitale nieuwsvoorziening over nieuwe licenties en daaraan gerelateerde ontwikkelingen nog moest blijven bestaan. Goed, het onderwerp zal niet iedereen tot de verbeelding spreken in het onderwijs maar ik denk dat er aan alle kanten wat meer aan betere beeldvorming gedaan moet worden.

Te beginnen met het idee dat je als onderwijsbibliotheek of onderwijsinstelling content- en softwarelicenties als een eindproduct beschouwt. Natuurlijk is het in heel veel gevallen handig dat als je een bepaalde digitale informatiebron of software nodig hebt, je dat zo ‘van de plank’ kunt halen bij een partij als SURFmarket. De voorwaarden, het precieze aanbod en de prijs zijn al vooraf vastgesteld met de leverancier en je neemt een licentie af zonder dat je er feitelijk over na hoeft te denken.

Maar juist in een onderwijsomgeving zou je wel eens moeten nadenken over wat je precies nodig hebt. Ontwikkelingen op zowel content als software gebied volgen elkaar in hoog tempo op maar worden zelfs nog overtroffen door de rappe ontwikkelingen in het onderwijs zelf. Bring Your Own Device, afstandsleren, meerdere onderwijsinstellingen die samen 1 opleiding verzorgen, nieuwe werkvormen in het curriculum enz enz. Allemaal hebben ze impact en veranderen ze hoe software gebruikt zou moeten worden in het onderwijs. En als je software anders gaat gebruiken dan waar de leverancier rekening mee hield, dan zul je ook goed moeten gaan kijken naar de licenties. Uiteindelijk zijn licenties niets meer en minder dan de set met afspraken die je maakt met die leverancier en als je andere/meer dingen wilt dan wat er standaard in staat, dan zul je toch echt nieuwe -op maat- afspraken moeten gaan maken.

Dit geldt misschien nog wel in sterkere mate voor content.

Nog steeds nemen de meeste HBO-bibliotheken standaardcontentlicenties af. Al ruim 10 jaar gaan zowel de HBO-bibliotheken als de leveranciers uit van een centrale beschikbaarheid waarbij alle studenten en medewerkers van een onderwijsinstelling toegang krijgen tot de databank of informatiebron. Ongeacht wie er daadwerkelijk behoefte aan heeft, hoeveel gebruik er van gemaakt wordt en hoe lang zo’n informatiebron eigenlijk nodig is. Met de explosieve groei in het aanbod van dit soort informatiebronnen de laatste jaren, de immer stijgende prijzen ervan en de consequent dalende budgetten van onderwijsbibliotheken is de rek volledig verdwenen bij onderwijsbibliotheken om nieuwe content onder de oude voorwaarden aan te schaffen en beschikbaar te stellen.

Dus moet je naar nieuwe voorwaarden toe. Nieuwe licentiemodellen. Maatwerk en geen standaardovereenkomst.

Of het nou om content of software gaat, je moet kijken wie precies wat nodig heeft en waarvoor. En hoe lang. Welke randvoorwaarden zijn essentieel omdat het je anders geen nut oplevert? Daar ga je mee naar de leverancier toe en je maakt afspraken om precies dat te krijgen wat je nodig hebt. Dat is toch het enige waarvoor je wilt betalen? Die afspraken leg je vast en dat is een nieuwe -maatwerk- licentie. En ja, dat vastleggen is weer dat ‘saaie’ werk maar wat er voor zit, dat is verre van saai.

Dat is nuttig en noodzakelijk om al die ontwikkelingen in het onderwijs ook mogelijk te maken.

En daar moet niet minder over gepraat worden.

#

Wolkenpiraterij: ook in de cloud is je content niet van jou

Ik werd er aan herinnerd toen ik zondagmiddag een spel kocht bij Steam. Ik zag dat ik inmiddels al een hele verzameling had opgebouwd in de loop van de jaren en dat het al vergelijkbaar was met de rijen spellen die ik -in de winkel gekocht- in de kasten heb staan. Maar waar ik het fysieke exemplaar kan uitlenen of delen met anderen, kan dat niet met de spellen die ik digitaal via Steam heb aangeschaft. Die zijn gekoppeld aan mijn gebruikersnaam en Steam heeft een paar flinke lappen tekst in hun voorwaarden gewijd aan het duidelijk maken dat deze niet doorverkocht, uitgeleend of zelfs maar gedeeld kunnen mogen worden.

Natuurlijk, niets weerhoudt me er van om mijn inloggegevens aan een ander te geven maar niet alleen krijg je dan te maken met een beveiligingsmaatregel als je vanaf een onbekend ip-adres inlogt, het is ook meteen alles of niets. Wetende dat je de voorwaarden overtreedt en een risico loopt de toegang tot al je spellen te verliezen zal je wel twee keer doen nadenken voordat je zoiets doet. Je spellen zijn niet van jou, ook al zijn ze te downloaden en kun je ze -met enige moeite- offline spelen. Als Steam besluit jouw toegang te blokkeren, dan ben je het haasje.

Niet alle grootmachten in de cloud doen zo krampachtig. Apple (notabene) maakt het gelukkig mogelijk om je iTunes account te delen met anderen. Daar zitten wel logische restricties aan want je deelt ook meteen je gekoppelde creditcardgegevens  en wederom alle apps en andere content die bij dat account horen maar het is in ieder geval mogelijk. Zo delen we hier in huize Snijders 1 iTunes account tussen de 2 iPads en de 2 iPods zodat we niet alle apps 2x hoeven/moeten aanschaffen.

Software verschuift steeds meer naar de cloud en dat betekent ook een bijna volledige verschuiving van de licentie gebaseerd op een fysieke drager (de dvd waar de software op komt) naar een licentie gebaseerd op een persoonlijke toegangscode. En daar waar leveranciers vroeger al niet gecharmeerd waren van het idee dat je je licentie (en schijfje) deelde met anderen, zien ze nu hun kans schoon om die deur-op-een-kier helemaal dicht te trekken. En dicht te timmeren. Met extra sloten. Doordat zij nu de toegang zelf regelen tot de software houden ze permanent controle en zicht over hoe jij die toegang gebruikt.

En waar levert dat voordelen op voor jou als gebruiker? Het zou een prijsvoordeel moeten opleveren, gebruiksgemak doordat je altijd de laatste updates hebt en het overal te installeren valt. Adobe heeft nu CS6 ook als cloud abonnement en Steam is zelf voor games een goed voorbeeld van alle voordelen die een dergelijke werkwijze heeft. Geen gehannes meer met schijfjes, geen uren proberen spellen werkend krijgen op modernere besturingssystemen, automatisch de laatste patches hebben enz. Maar de prijs die je betaalt is dat je content gekocht hebt die niet van jou is. En die je niet kunt delen met of doorverkopen aan anderen. Ook al denkt het Hof van Justitie genuanceerd over de mogelijkheid om gedownloade software door te mogen verkopen ongeacht de licentievoorwaarden.

En dan wordt ook de Business Software Alliance (BSA) weer wakker. Deze gingen vroeger (nu nog steeds?) bedrijven af om te controleren of je wel de goede en het correcte aantal licenties had voor de gebruikte software en waarschuwen nu voor cloudpiraterij. Het delen van logingegevens van clouddiensten zou wel eens cloudpiraterij kunnen zijn namelijk als de licentievoorwaarden dat niet toestaan. Dat het bij zakelijk gebruik vaker wel dan niet toegestaan is om logingegevens te delen binnen een bedrijf is een nuance die de BSA ongetwijfeld liever niet expliciet toelicht. Waarom een dubbelzinnige boodschap geven terwijl je het als leverancier en piratenbestrijder zo simpel kunt houden voor iedereen:

Vooral in de cloud is je gekochte content niet van jou.

@foto: MarkyBon via photo pin cc

#

Over gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal in het onderwijs: van readerregeling naar fair use

Waarom moet dit nou zo moeilijk zijn? Dat je als docent gebruik wilt maken van relevant, waardevol, zinnig en inhoudelijk materiaal van anderen ter toelichting van je eigen onderwijs. De onderwijsexceptie is er voor bedacht zelfs in de Auteurswet en er is een afkoopregeling -de readerregeling- voor in het leven geroepen zodat dit ook praktisch eenvoudig geregeld kon worden.

Alleen werkt die readerregeling niet meer.

Er was eens
De afkoopregeling maakt een onderscheid tussen korte en lange overnames waarbij korte overnames (10.000 woorden voor stukken uit boeken en 8.000 woorden voor artikelen) afgedekt zijn door die regeling en je nog steeds toestemming moet vragen als docent als je boven die grens komt. Dat was allemaal prima in de tijd waarin de regeling ontstaan is, die van de papieren reader. Ook een docent wilde om praktische redenen niet met papieren readers van 300 pagina’s voor de dag komen en je keek dus wel uit om te lange overnames te gebruiken. Daar had je alleen maar last van.

Maar die restrictie verdween als één van de grootste voordelen van de overgang van onderwijsmateriaal op papier naar de digitale leeromgevingen. Een docent kon en wilde ook gebruik maken van de mogelijkheden die digitaal materiaal met zich meebrengt. Meer inhoudelijk achtergrondmateriaal bij het onderwijs voor de student, betere kwaliteit en vooral niet meer beperkt zijn tot korte samenvattingen terwijl je eigenlijk het hele epistel mee wilt geven aan studenten.

Onder druk van de handhaving van de bestaande afkoopregeling door Stichting PRO waarbij er in digitale leeromgevingen wordt gecontroleerd of gebruikt materiaal wel netjes onder de grens van de korte overnames blijft, of lange overnames wel gemeld zijn en waar het onderwijs door hoepels moet springen om het allemaal maar ‘correct’ te doen, is het hele DOEL van waarom het onderwijs andermans materiaal gebruikt op de achtergrond geraakt. Vanuit de onderwijsbibliotheken hameren we op zoveel mogelijk gebruik van materiaal waar al toestemming gegeven is middels (Creative Commons) licenties of wat als Open Access beschikbaar is. We wijzen op zoveel mogelijk linken naar bronnen elders omdat hierop niet de readerregeling van toepassing is en verzuchten, samen met de docenten, dat als je dan toch auteursrechtelijk beschermd materiaal overneemt je zorg draagt dat het een korte overname is.

Het moet anders
Zo’n beetje het hele onderwijs is de administratieve en bureaucratische rompslomp beu die gepaard gaat met het gebruik van andermans materiaal ter toelichting van je eigen onderwijs. Iets dat een groot goed zou moeten zijn in het onderwijs, namelijk voortbouwen op bestaande kennis en inzichten zodat de kwaliteit van het onderwijs en de afgeleverde studenten verbeterd wordt, wordt belemmerd. De uitdaging van docenten is niet het vinden en inzetten van geschikt materiaal dat het beste bij hun lessen past maar DAT materiaal gebruiken waarbij ze geen gedoe krijgen met formulieren, Stichting PRO webportals en torenhoge boetes.

En dat ligt dus niet aan de Auteurswet.

De andere kant
Je hoort steeds meer gemopper over dat de Auteurswet niet meer voldoet. Of onbegrip over waarom onderwijsinstellingen een afkoopregeling hebben die haaks lijkt te staan op de doelstellingen van Open Access en het zelf vrijelijk beschikbaar stellen van leermiddelen. En hoorcolleges als het aan de Piratenpartij ligt. En als we het dan toch over de Piratenpartij hebben, die vinden misschien intellectueel eigendom een overgewaardeerd begrip en zijn voorstander van vrij en gratis gebruik van alles wat met het onderwijs te maken heeft, maar hoe graag ik daar ook achter zou willen staan … het schiet door naar de verkeerde kant.

Intellectueel eigendom is geen vies begrip. Er is het een en ander verouderd in de dekking van de Auteurswet maar met het fundamentele idee, zoals in artikel 1 staat verwoord, dat je als maker van een werk het recht hebt te bepalen hoe je dat openbaar maakt en verspreidt, daar is helemaal niks mis mee. Als jij iets maakt dan ben jij de eigenaar van dat werk. Zo simpel is het. De Auteurswet voorziet in een groot aantal beperkingen op dat recht van de maker en voor het onderwijs staat die er zelfs al in. En die staat er in omdat het belang om geschikt en relevant materiaal te gebruiken ter toelichting van dat onderwijs niet te veel moest conflicteren met het recht van de maker. Onderwijsinstellingen zijn zelf ook kennis producerende instellingen en hebben ook als makers weer belangen (en rechten) waarmee de cirkel rond zou moeten zijn.

Nee, aan de uitgangspunten hoeft niet getornd te worden maar aan de uitwerking van die onderwijsexceptie, daar kun je wel wat aan verbeteren.

Hoe dan wel?
Het Amerikaanse recht kent een zogeheten fair use bepaling. Kort gezegd is dat een beperking in hun Auteurswet die het mogelijk maakt om gebruik te maken van auteursrechtelijk beschermd materiaal voor bepaalde doeleinden. Zoals nieuwsberichten, onderwijs, onderzoek en archivering door bibliotheken. Een ruimere regeling die echter ook onderhevig is aan permanente discussies (en rompslomp) over wat wel of niet onder de noemer fair use valt. Voor de Nederlandse situatie zou je kunnen volstaan door een ruimere interpretatie en uitwerking te geven aan de onderwijsexceptie waardoor die iets meer op fair use gaat lijken. Redelijkerwijs mogen gebruiken van andermans materiaal. Gewoon onder dezelfde voorwaarden die nu ook al genoemd staan in de Auteurswet: met naamsvermelding en met betalen van een billijke vergoeding. Vrijelijk gebruik en gratis gebruik zijn twee verschillende dingen immers.

Verruim de afkoopregeling nou gewoon en laat het Nederlands Uitgeversverbond (de rechthebbende partij in Nederland) een brede licentie afgeven voor gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal in het onderwijs. Zolang dat maar ter toelichting van dat onderwijs gebeurt. Ongeacht of het om tekst of beeldmateriaal gaat. Ongeacht of het korte of lange overnames zijn.

Veel van het gebruikte materiaal zal er technisch niet eens onder vallen. Dat zijn links naar bronnen elders op internet, dat zijn teksten waar een Creative Commons licentie op zit, dat zijn zelfgeschreven boeken of artikelen uit duurbetaalde licenties met buitenlandse uitgevers. Maar het doel van een afkoopregeling is nou net om niet door hoepels te moeten dansen om uit te zoeken wat wel of wat niet gebruikt kan worden. Die afkoopregeling zou moeten zorgen dat je als docent kunt focussen op het geven van goed onderwijs met kwalitatief materiaal ter toelichting ervan. Daar mag en moet een redelijk bedrag voor betaald worden. Daar moet keurig de naamsvermelding bij gegeven worden. Zodat IEDEREEN er wat mee opschiet.

Het is niet meer dan redelijk.

#

Kies nog makkelijker een Creative Commons licentie voor jouw werk

Je komt het gelukkig steeds meer tegen. Websites, foto’s, rapporten, artikelen en natuurlijk blogs die een Creative Commons licentie gebruiken om vooraf meteen duidelijk te maken hoe jij als lezer en gebruiker die content mag hergebruiken. Niet alle rechten voorbehouden, niet wachten tot je een mailtje krijgt met een vraag of iemand (alsjeblieft) jouw werken mag gebruiken voor zijn of haar doeleinden maar duidelijk zichtbaar maken wat je er wel en dus ook wat je er niet mee mag.

Nou loont het zich mijns inziens echt om je eens te verdiepen in licenties. Niet alleen Creative Commons licenties maar het hele fenomeen licenties. Ik bedoel dan niet die grote lappen met juridische teksten maar hoe licenties zich verhouden tot al die auteursrechtdiscussies. Licenties zijn in essentie niet meer dan afspraken die iemand -die het auteursrecht heeft- maakt met potentiële gebruikers ervan. Ik ben de eigenaar van een werk maar jij mag er dit en dat mee doen. Zo simpel eigenlijk. Belangrijk voor iedereen die wel eens een werk maakt (en wie doet dat niet?) maar minstens net zo belangrijk voor iedereen die wel eens gebruik maakt van andermans werk (en dat doet echt iedereen). Licenties zijn belangrijker geworden in een tijdperk waar auteurs zich meer en meer bewust zijn van hun rechten terwijl gebruikers zich minder en minder er van aan lijken te trekken. In het wetsvoorstel auteurscontractenrecht ligt bijvoorbeeld dan ook een wijziging van de Auteurswet die auteurs de mogelijkheid geeft hun rechten niet meer alleen over te dragen aan uitgevers maar exclusieve licenties af te geven aan die uitgevers.

Als je echter op het web publiceert, dan kom je echter wel een heel eind met Creative Commons licenties. Op de site van Creative Commons kon je altijd al een eenvoudige wizard doorlopen om een licentie te kiezen die past bij welke mogelijkheden je aan hergebruikers wilt meegeven. Deze is sinds begin augustus vernieuwd en nog iets eenvoudiger geworden. Aan de hand van slechts twee vragen (Mogen derden jouw werk bewerken? en Mogen derden gebruik maken van jouw werk voor commerciële doeleinden?) kun je al een licentie kiezen en automatisch de html code krijgen om dit netjes bij jouw werk te vermelden. Optioneel kun je in de nieuwe versie van de wizard ook nog gegevens over jou en je werk invullen zodat je invloed hebt op de altijd verplichte naamsvermelding.

Het is nu dus nog makkelijker geworden om een CC licentie mee te geven aan je werk. Denk er dus iig even over na om dat dan ook echt te doen!

Oh ja, voor de liefhebbers: de tweede conceptversie van de Creative Commons 4 licenties is inmiddels ook beschikbaar. Veel van de discussiepunten die bij de eerste versie geïntroduceerd werden zijn nog steeds niet allemaal uitbesproken dus doe gerust mee :)

#

Pagina 1 of 5123...Laatste »
  • 2006- 2013 Vakblog – werken met informatie
    Powered by WordPress // Theme: Tatami by Elmastudio
Top