Afbeeldingen zoeken: Bigfoto (vrij te gebruiken foto’s)

skitterphoto

Het valt nog niet mee om geschikte afbeeldingen of foto’s te vinden op internet voor je blog, website of presentatie. Er is veel te doen over auteursrechten op foto’s en je kunt problemen krijgen als je niet goed oplet en de verkeerde foto op je site gebruikt. Toch zijn er veel fotosites waar je goede foto’s kunt vinden die je ook daadwerkelijk mag gebruiken omdat rechthebbenden vooraf toestemming gegeven hebben. Dat kunnen betaalde stockfotosites zijn die je een gebruiksrecht voor een foto verkopen maar ook gratis fotosites die je middels een licentie toestemming geven voor (commercieel) hergebruik van foto’s. De sites die ik interessant vind zullen op dit blog besproken worden.

Bigfoto

bigfotoThis site really does offer you free download of all the pictures in our massive and constantly growing photo gallery“, kun je lezen als je op bigfoto.com komt. Het klinkt alsof je als bezoeker overtuigd moet worden dat het niet om een nepsite gaat en dat is ook wel een beetje nodig als ik eerlijk ben. Bigfoto richt zich met een kop “Pictures free download’ duidelijk op de googelende zoeker naar foto’s maar ziet er niet zo professioneel uit dat je meteen denkt met een goedwillende site te maken hebt. Bigfoto is desondanks wel een site waar amateurfotografen hun foto’s vrijelijk beschikbaar maken voor anderen en is zeker een bezoekje waard als je op zoek bent naar een foto voor op je blog of website.

Wat biedt Bigfoto?

Bigfoto heeft een collectie van enkele duizenden foto’s die eigenlijk allemaal iets te maken hebben met reizen. De foto’s zijn niet middels een zoekfunctie terug te vinden maar onderverdeeld naar de landen, steden of gerelateerde thema’s die op de foto’s afgebeeld zijn. In het menu kun je bladeren door de aanwezige categorieën die onder de werelddelen uitklappen of onder het kopje met enkele thema’s zitten.

Het is bepaald geen uitgebreide, laat staan een uitputtende, lijst en zo vind je onder Europa zowel de stad Londen als het land Nederland terug. Nederland bevat dan weer foto’s van (slechts) vijf steden. Ook de andere werelddelen bevatten gemiddeld zo’n 10 landen/steden waar foto’s van te vinden zijn.

Behalve dat je de foto’s rechtstreeks kunt downloaden door ze met rechtsklikken op te slaan op je pc, heeft Bigfoto voor elke stad, land en thema wat reisinformatie toegevoegd. Die teksten zijn echter niet origineel en lijken afkomstig te zijn uit een bekende reeks reisgidsen. Dat zie je bij veel andere sites overigens ook – zoek maar eens op een willekeurige regel uit de reisinformatie en je ziet tientallen sites waar diezelfde zin terugkomt – maar het is wel een aandachtspunt als je denkt dat je behalve de foto’s ook de teksten probleemloos kunt overnemen van Bigfoto. Dat zou ik dus niet doen.

Gebruiksrechten, oftewel wat mag je met de foto’s?

Zowel op de voorpagina als op de copyrightpagina houdt Bigfoto het simpel. “You can use all our pictures free of charge in return for providing a link to the bigfoto website on your own website or blog.” Ik zou het zelf iets fijner gevonden hebben als ze actief verwezen naar bijvoorbeeld een CC0 verklaring of een Creative Commons Naamsvermelding licentie en ook de namen van de fotografen bij de foto’s zouden vermelden maar het laat natuurlijk niks over aan de verbeelding. De foto’s van Bigfoto mag je downloaden, bewerken, hergebruiken en verspreiden voor zowel commercieel als niet-commercieel gebruik.

california-11
De foto’s hebben geen erg hoge resolutie (allemaal zo rond de 1200×800 of 800×1200) maar zijn zeker goed bruikbaar als je foto’s zoekt die in een bepaalde stad of land gemaakt zijn. Wie weet zit er wat van je gading bij?

@foto via Bigfoto (gebruiksrecht)

#

Wat kun jij met Creative Commons licenties doen?

Creative Commons licentiesAuteursrecht wordt door iemand die gewoon gebruik wil maken van andersmans creaties vaak als erg lastig ervaren. “Als het op internet staat mag ik het toch gewoon gebruiken?”, hoor je dan vaak en het idee dat je toestemming moet vragen voordat je iets mag gebruiken vindt men dan vooral onhandig.

Aan de andere kant is het, als je zelf iets gemaakt hebt, het nog een hele toer om er achter te komen hoe je het beste gebruik kunt maken van jouw auteursrecht. Helemaal als je iets op internet zet wil je wel de balans vinden tussen het toezien op je rechten en dat je werk ook daadwerkelijk gebruikt wordt. Ongeacht of je een auteur, kunstenaar, wetenschapper, docent of andere creatieve maker bent, je kunt ook flexibeler omgaan met je auteursrechten en anderen juist wel mogelijkheden wil bieden om datgene wat je gemaakt hebt te (her)gebruiken voor bepaalde doeleinden.

Creative Commons

Met één van de zes Creative Commons licenties kun je als auteursrechthebbende zelf bepalen in welke mate (en voor welke doeleinden) je werk verder verspreidt mag worden, en onder welke voorwaarden dit mag. Het gebruik van een dergelijke licentie doet niets af van alle auteursrechten die je hebt maar je geeft eigenlijk vooraf al toestemming voor een specifiek gebruik van je werk. Je kunt zelfs middels een verklaring (de zgn CC0 verklaring) aangeven volledig afstand te doen van je auteursrechten en je werk voor het publieke domein vrij te geven, zoals de fotografen van Skitterphoto bijvoorbeeld doen.

Het voordeel is dat je het voor anderen makkelijker maakt je werk te vinden en te gebruiken doordat meteen duidelijk is wat er wel en wat er niet mag. Je laat ook zien dat je het belangrijk vindt dat werken uit kunst, cultuur en wetenschap toegankelijk zijn voor iedereen – of het nou om cultureel erfgoed gaat of het open access beschikbaar maken van onderzoekspublicaties – zonder dat je meteen de mogelijkheid verliest om er zelf aan te kunnen verdienen. Voor dat laatste geldt wel meteen het (enige?) nadeel van Creative Commons licenties want je kunt ze effectief niet meer intrekken of wijzigen. Heb je eenmaal je werk verspreid met een Creative Commons licentie, dan kun je die niet meer intrekken op het moment dat je bijv. een uitgever gevonden hebt die je werk op de markt wil brengen.

Voor gebruikers zijn Creative Commons licenties natuurlijk ook heel handig want dankzij de gebruikte logo’s weet je meteen of je toestemming hebt om iets te gebruiken. Je vindt ze ook steeds meer op sites als YouTube, Flickr, Google, Bing, sites van de overheid en bij kunst-, cultuur- en wetenschapsorganisaties. Steeds meer archieven en (nationale) bibliotheken stellen gedigitaliseerde werken beschikbaar onder een CC-licentie en dat geldt ook voor steeds meer open access publicaties.

Poster boven je bed?

OK, misschien niet boven je bed maar Creative Commons Polen heeft een infographic/poster gemaakt die voor elk van de zes licenties toelicht wat de mogelijkheden en voorwaarden zijn die erbij horen. Op die manier kunnen zowel makers als gebruikers snel zien welke Creative Commons licentie het beste past. En gelukkig is er ook een Engelse vertaling beschikbaar gemaakt, onder een Creative Commons licentie vanzelfsprekend.

Creative Commons licenties
Verder lezen: Over Creative Commons en het belang van (correct) delen (Vakblog) / Uitleg van de zes Creative Commons licenties (Creative Commons Nederland) / Creative Commons 4.0: een nieuwe generatie opencontentlicenties (Vakblog) / Creative Commons bij SURF: checklist en uitleg als voorbeeld van hoe je het in kunt zetten (SURF)

#

Afbeeldingen zoeken: Skitterphoto (vrij te gebruiken foto’s)

skitterphoto

Het valt nog niet mee om geschikte afbeeldingen of foto’s te vinden op internet voor je blog, website of presentatie. Er is veel te doen over auteursrechten op foto’s en je kunt problemen krijgen als je niet goed oplet en de verkeerde foto op je site gebruikt. Toch zijn er veel fotosites waar je goede foto’s kunt vinden die je ook daadwerkelijk mag gebruiken omdat rechthebbenden vooraf toestemming gegeven hebben. Dat kunnen betaalde stockfotosites zijn die je een gebruiksrecht voor een foto verkopen maar ook gratis fotosites die je middels een licentie toestemming geven voor (commercieel) hergebruik van foto’s. De sites die ik interessant vind zullen op dit blog besproken worden.

Skitterphoto

“We zijn oa door Unsplash geïnspireerd geraakt en zijn een Nederlands initiatief gestart dat op vergelijkbare wijze werkt”, liet één van de drie fotografen en initiatiefnemers van Skitterphoto weten in een reactie op een eerdere blogpost die ik over Unsplash geschreven had. En inderdaad, Skitterphoto kun je goed vergelijken met Unsplash want ook hier worden regelmatig (minimaal 1x per dag) nieuwe foto’s aan de site toegevoegd die vrij te gebruiken zijn. Ook bij Skitterphoto wordt een CC0 verklaring meegegeven waarmee de foto’s effectief door de fotografen in het publiek domein worden geplaatst.

skitterphoto

De foto’s op Skitterphoto.com kun je dus gratis gebruiken, voor alle mogelijke doeleinden (commercieel en niet-commercieel) zonder dat je zelfs aan naamsvermelding hoeft te doen. De makers vragen zelfs geen linkje terug naar de site hoewel ze een donatie wel degelijk kunnen waarderen, zeker als je hun foto’s commercieel gebruikt hebt natuurlijk. Voor de bezoekers die een addertje onder het gras zien zitten herhalen ze zelf nog even wat je met hun foto’s mag:

Yes, photos on this web site are completely free. Use them however, whenever and wherever you want. Even commercially.

Duidelijk toch?

Reitdiephaven-Groningen-free-license-CC0
Ben je op zoek naar een specifieke foto? Dan zul je, net als bij Unsplash overigens, moeten bladeren door het groeiende archief met foto’s want een zoekfunctie ontbreekt vooralsnog. De meest populaire foto’s komen wel op de voorpagina te staan en elke week wordt één foto gekozen als foto-van-de-week. Zoals gezegd komt er dagelijks een nieuwe foto bij en hoewel je geen RSS-feed of mailalert kunt instellen, kun je Skitterphoto wel volgen op Twitter en zo zien wat er nieuw op de site is.

Skitterphoto gaat wel een stapje verder in hoe ze hun foto’s beschikbaar maken. Alle foto’s zijn te downloaden in hoge resolutie waarbij ze in de bestandsnamen netjes aangeven dat het om een ‘free license CC0′ foto gaat. Heel erg handig als je foto’s voor later gebruik wilt bewaren. En mocht de afbeelding zelf nog niet voldoende zijn dan stellen ze op aanvraag ook nog eens de RAW bestanden beschikbaar van de foto’s zodat je het bronmateriaal zelf kunt bewerken en aanpassen.

Ik blijf het overigens netjes vinden om een bron- en naamsvermelding te gebruiken als je een foto van een ander gebruikt op je site of blog, ook al hoef je dat niet van de rechthebbenden. Niet alleen handig voor jezelf om te weten waar je iets vandaan hebt gehaald maar ook nuttig voor anderen om bijv. ook kennis te maken met sites als Skitterphoto. Zodat dit soort initiatieven ook beloond worden voor het delen en weggeven van hun foto’s.

@foto Beautiful Colourful houses in The Netherlands via Skitterphoto CC0

#

Afbeeldingen zoeken: Pixabay (vrij te gebruiken foto’s)

pixabay

Het valt nog niet mee om geschikte afbeeldingen of foto’s te vinden op internet voor je blog, website of presentatie. Er is veel te doen over auteursrechten op foto’s en je kunt problemen krijgen als je niet goed oplet en de verkeerde foto op je site gebruikt. Toch zijn er veel fotosites waar je goede foto’s kunt vinden die je ook daadwerkelijk mag gebruiken omdat rechthebbenden vooraf toestemming gegeven hebben. Dat kunnen betaalde stockfotosites zijn die je een gebruiksrecht voor een foto verkopen maar ook gratis fotosites die je middels een licentie toestemming geven voor (commercieel) hergebruik van foto’s. 

Pixabay

Pixabay biedt ruim 150.000 foto’s, meer dan 50.000 clip-art en bijna 50.000 vectorafbeeldingen aan die alle vrij te gebruiken zijn doordat de makers afstand gedaan hebben van hun rechten middels een CC0-verklaring. Hiermee zijn de foto’s en afbeeldingen effectief in het publieke domein geplaatst. Dit houdt in dat je de foto’s, clipart en afbeeldingen mag downloaden, bewerken, hergebruiken en verspreiden voor zowel commercieel als niet-commercieel gebruik. Er is zelfs geen naamsvermelding nodig, iets dat je met de reguliere Creative Commons licenties wel altijd moet doen.

Foto’s en afbeeldingen in het publieke domein zijn weliswaar vrij te gebruiken maar dat betekent niet dat je er *alles* mee mag. Zoals Pixabay zelf ook uitlegt in een blogpost kunnen er nog steeds bepaalde auteursrechten gemoeid zijn met foto’s, zoals de persoonlijkheidsrechten van de maker van een foto, en kunnen geportretteerden eventueel bezwaren maken tegen bepaalde vormen van publicatie. Pixabay vat het samen met de vraag om je gezond verstand te gebruiken en dat zouden meer mensen mogen doen als het om auteursrecht gaat ;)

Zoeken

Alle foto’s, cliparts en afbeeldingen zijn voorzien van een korte omschrijving en zijn ingedeeld in categorieën. Dat betekent dat je er op kunt zoeken om snel een afbeelding of foto te vinden.

pixabay
En dat zoeken is een kwestie van je zoekterm in de zoekbalk bovenin de site te tikken.

pixabay zoeken
Bij het scherm met de zoekresultaten kun je – achteraf dus – de zoekresultaten inperken op alleen foto’s, afbeeldingen of clipart en bepaalde categorieën. Dat kan handig zijn om grote hoeveelheden zoekresultaten in te perken maar na zo’n 20 zoekacties uitgevoerd te hebben durf ik wel te stellen dat je dat eigenlijk nooit hoeft te doen. Zelfs met honderden zoekresultaten behoud je het overzicht gemakkelijk.

De eerste rij met foto’s die je in de zoekresultaten aantreft komen niet van Pixabay zelf maar van Shutterstock. Dit is een betaalde stockfotosite en doorklikken op één van de foto’s zorgt ervoor dat je naar die site gaat. Dat doet Pixabay om de rekeningen te betalen van het gratis aanbieden van de overige foto’s en de eerste rij is voorzien van een grijs kader om aan te geven dat ze afwijken van hun eigen zoekresultaten. Het blijft echter even oppassen waar je op klikt.

Downloaden maar

Heb je een foto gevonden dan kun je deze in verschillende formaten downloaden, favoriet maken (wat alleen werkt als je een gratis account aangemaakt hebt) en delen via diverse socialmedianetwerken.

pixabay download
Bij het downloaden word je nogmaals gewezen op de voorwaarden en de CC0 verklaring die duidelijk maken wat je wel en niet mag met de foto.

pixabay

Ook al hoef je dankzij de CC0 verklaring niet aan naamsvermelding te doen voor de foto’s, het blijft een goed idee om wel de bron erbij te zetten als je een foto van Pixabay gebruikt op je site of blog en ze geven zelf ook aan een linkje terug te waarderen. Mocht je zelf ook jouw foto´s willen bijdragen (en afstand doen van je rechten middels een CC0-verklaring) dan kun je een gratis account aanmaken en je foto’s uploaden. Deze worden gecontroleerd door Pixabay en geplaatst indien ze aan de voorwaarden voldoen.

@foto Geralt via Pixabay CC0

#

Gratisography: vrij te gebruiken foto’s met een CC0 verklaring

unsplash

Het valt nog niet mee om geschikte afbeeldingen of foto’s te vinden op internet voor je blog, website of presentatie. Er is veel te doen over auteursrechten op foto’s en je kunt problemen krijgen als je niet goed oplet en de verkeerde foto op je site gebruikt. Toch zijn er veel fotosites waar je goede foto’s kunt vinden die je ook daadwerkelijk mag gebruiken omdat rechthebbenden vooraf toestemming gegeven hebben. Dat kunnen betaalde stockfotosites zijn die je een gebruiksrecht voor een foto verkopen maar ook gratis fotosites die je middels een licentie toestemming geven voor (commercieel) hergebruik van foto’s. 

Gratisography

I take better pictures caffeinated. Want to buy me a cup of coffee?

Dat is wat je bovenaan de site Gratisography ziet staan. Met een Paypal doneerknop rechtsbovenaan waarmee je fotograaf en ontwerper Ryan McGuire kunt trakteren op een kop koffie, nou ja, een bedrag waarmee hij zelf dat kopje koffie kan kopen natuurlijk.

gratisography
Gratisography is gemaakt door een grafisch ontwerper die graag foto’s deelt met anderen en dat eigenlijk vooral als positieve reclame ziet voor zijn eigen studio en commerciële activiteiten. Daar merk je op deze site echter helemaal niets van en dat betekent dat je niet wordt doorverwezen naar foto’s waar je wel voor moet betalen maar dat alle foto’s op de site – in hoge resolutie – gratis te downloaden zijn. Zonder zelfs maar een account aan te hoeven maken.

Gebruiksrechten, oftewel wat mag je met de foto’s?

Je ziet de cirkel met de letters CC al midden op je scherm staan dus je mag verwachten dat de foto’s onder een Creative Commons licentie te downloaden en te gebruiken zijn. Het blijkt zelfs verder te gaan dan dat want McGuire heeft afstand gedaan van zijn auteursrechten middels een CC0 verklaring. Hij behoudt zijn persoonlijkheidsrechten – die niet over te dragen zijn –  maar ziet voor de rest af van alle andere auteursrechten. No rights reserved in plaats van all rights reserved.

Dit houdt in dat je zijn foto’s mag downloaden, bewerken, hergebruiken en verspreiden voor zowel commercieel als niet-commercieel gebruik. Er is zelfs geen naamsvermelding nodig, iets dat je met de reguliere Creative Commons licenties wel altijd moet doen.

Wat biedt Gratisography?

Op onregelmatige basis worden er nieuwe foto’s toegevoegd aan de site. Het zijn er niet heel erg veel, ze zijn niet voorzien van metadata (titel of een beschrijving) en de site heeft daarom ook geen zoekfunctie. Je zult simpelweg moeten bladeren en kijken of er wat interessants tussen zit.

thank you gratisography
Zoek je een wat groter aanbod van foto’s die ook met een CC0 verklaring zijn vrijgegeven door de maker, dan is Unsplash een prima plek om verder te kijken. Ik schreef daar eerder al over.

Ook al hoef je van de maker niet aan naamsvermelding te doen voor de foto’s, het blijft mijns inziens een goed idee om wel de bron erbij te zetten als je een foto van Gratisography gebruikt op je site of blog. Al was het maar om zelf te weten waar een foto vandaan komt mocht je ooit nog eens moet aantonen dat je een foto correct gebruikt hebt. En wie weet help je ook je eigen lezers weer aan een handige site met vrij te gebruiken foto’s.

@foto door Ryan McGuire via Gratisography (CC0)

#

Wat mag je met de foto’s van het Metropolitan Museum of Art?

Metropolitan Museum of Art
Het Metropolitan Museum of Art volgt in de voetsporen van andere erfgoedinstellingen en biedt vele duizenden foto’s van kunstwerken – die niet meer auteursrechtelijk beschermd zijn – ter download aan op de eigen website. Te gebruiken voor niet-commerciële doeleinden. Dat meldde o.a. de website Colossal die ook meteen van de gelegenheid gebruik maakte om een aantal fraaie foto’s bij dat bericht te plaatsen.

Nu hoef je niet heel bezorgd te zijn dat een Amerikaans museum gaat controleren of de foto’s wel correct gebruikt zijn maar ontslaat dat natuurlijk niemand van de verantwoordelijkheid zelf goed te kijken onder welke voorwaarden die hoge resolutie foto’s van die kunstwerken nou echt gebruikt mogen worden. Ook al doet het museum goed haar best dat te verstoppen in de kleine lettertjes en doen gebruikers meestal hun uiterste best deze niet te lezen.

Scholarly use

Het makkelijkste zou zijn als het Metropolitan Museum of Art er voor gekozen zou hebben een Creative Commons licentie te gebruiken voor die foto’s. Op die manier weten gebruikers precies wat ze wel en niet mogen met de foto’s en onder welke voorwaarden dat dient te gebeuren. Daar heeft het museum echter niet voor gekozen en dat komt omdat de foto’s in het kader van het Open Access for Scholarly Content (OASC) programma beschikbaar zijn gemaakt voor het publiek. En daar hebben ze een duidelijk doel mee voor ogen als het om hergebruik gaat:

The Museum’s OASC initiative provides license- and cost-free access to images of artwork in the collection that the Museum believes to be in the public domain and free of other known restrictions for scholarly use in any media which the Museum has identified as Open Access for Scholarly Content (OASC) on the site. (bron)

Het gaat dus om Scholarly use waarvoor de foto’s van kunstwerken beschikbaar gemaakt zijn. En het gaat ook niet om alle (ruim 394.000) foto’s op de site want alleen de foto’s die een Open Access for Scholarly Content (OASC) Icon icoontje hebben kunnen gedownload worden.

Scholarly content encompasses scholarly publication in all media and is defined here as the dissemination of ideas and knowledge derived from study or research for educational/cultural purposes. [..] All school and academic work (including theses, dissertations, etc.), conference proceedings, journal articles, essays in Festschrifts, museum exhibition catalogues, non-commercially produced textbooks and educational materials, books published by university presses or the academic/scholarly imprint of commercial publishers, self-published books, and documentary films.

Dat is redelijk duidelijk want het moet dus *iets* met (niet-commerciële) educatieve of academische doelen te maken hebben waarvoor je een OASC foto mag gebruiken.

Maar dan maken ze het zelf weer iets vager door de afweging – of iets scholarly use is – aan de potentiële gebruiker over te laten.

For the purposes of the Museum’s license-free Open Access for Scholarly Content (OASC), authors, publishers, and other potential image users are encouraged to make their own determination as to whether their intended use is scholarly. Users must carefully review this website’s Terms and Conditions prior to downloading or using images or any materials from this website.

Op naar de voorwaarden!

In de voorwaarden tref je het volgende aan als het gaat om (foto’s van) werken die in het publieke domein vallen:

Images of works of art that the Museum believes to be in the public domain which are identified as Open Access for Scholarly Content (OASC) Icon on the Site may be downloaded for limited non-commercial, educational, and personal use only, or for fair use as defined in the United States copyright laws. In addition, authorized non-commercial uses for such images shall include scholarly publications in any media. Users must, however, cite the author and source of such images, and the citations should include the URL “www.metmuseum.org,” but not in any way that implies endorsement of the user or the user’s use of the images.

Users may not modify Materials on the Websites

Dat is inderdaad wat ruimer geformuleerd. Alle foto’s die een OASC icoontje hebben kunnen gedownload worden voor beperkt niet-commercieel, educatief en persoonlijk gebruik en ‘scholarly use’ is hierbij expliciet toegestaan. Bij alle foto’s moet wel aan naamsvermelding worden gedaan van de bron en moet er verwezen worden naar het museum via hun URL. En, niet onbelangrijk, je mag de foto’s niet bewerken.

Ook al is het duidelijk dat het museum de foto’s beschikbaar maakt ten behoeve van educatief en persoonlijk gebruik, met de vermelding van de mogelijkheid van niet-commercieel gebruik (ze stellen dat dit beperkt is maar definiëren nergens wat die beperking inhoudt) en de verwijzing naar fair use in het Amerikaanse auteursrecht, lijkt de museum alle vormen van niet-commercieel gebruik toe te staan zolang je maar netjes de bron van de foto en de url van het museum daarbij vermeldt. Ook al hanteert het museum dus geen CC-licentie, de voorwaarden komen bijna volledig overeen met de CC Naamsvermelding-NietCommercieel-GeenAfgeleideWerken licentie.

Praktisch

Ga je de foto’s van het Metropolitan Museum of Art niet gebruiken voor iets dat verkocht wordt – of hier geassocieerd mee kan worden – dan kun je gaan snuffelen in de online collectie van het museum. Je kunt via de verschillende tabbladen bladeren op de kunstenaar, op de gebruikte materialen, op landen/werelddelen, op tijdperk of de diverse afdelingen van het museum. Vanzelfsprekend kun je ook zoeken op de titel, kunstenaar of andere onderdelen uit de beschrijvingen.

rembrandt metropolitan museum of art
Heb je een kunstwerk gevonden dan zie je, behalve de beschrijving aan de rechterkant, onder de foto een menubalkje staan. Als het onderdeel van de Open Access for Scholarly Content collectie is, dan zie je het OASC icoontje links en een icoontje met een pijl (omlaag) rechts staan. Met die downloadknop kun je de foto downloaden. Embedden vanaf de site kan niet; de mogelijkheid om te delen is beperkt tot Facebook, Twitter, Pinterest, Tumblr en email waarbij alleen linkjes worden gedeeld (en in het geval van Pinterest een kleine versie in lage resolutie gepind kan worden).

Wil je de foto op je eigen site of blog gebruiken (je niet-commerciële site of blog!) dan kun je de gedownloade foto wel iets kleiner maken voordat je die weer uploadt naar je eigen site maar mag je die dus niet op een andere manier bewerken, zoals door het toevoegen van teksten of andere opleukingen. Ook moet je de bron en naamsvermelding erbij zetten, bijv.: “Self-Portrait / Rembrandt, 1660 via Metropolitan Museum of Art

En denk er aan, je blijft altijd zelf verantwoordelijk voor hoe je andermans (“gratis”) foto’s en afbeeldingen gebruikt. Neem dus de moeite om te controleren welke voorwaarden de maker of eigenaar aan jou stelt om die foto’s te mogen gebruiken. Zelfs als ze dat goed op de site verstoppen.

@screenshots van site en Self-Portrait / Rembrandt, 1660 via Metropolitan Museum of Art
#

Open Access publiceren, de Big Deals en de sigaar uit eigen doos

open accessMijn uitgangspunt is dat resultaten van publiek en publiek/privaat gefinancierd onderzoek altijd vrij beschikbaar moeten zijn. Omdat het om publiek geld gaat, en er voor de uitrol van Open Access technisch in principe geen belemmeringen zijn, acht ik het van belang dat dit binnen afzienbare tijd gebeurt’, aldus staatssecretaris Dekker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).

Dit schreef hij op 15 november 2013 in een brief aan de Tweede Kamer en hij voegde er aan toe dat hij in 2016 een wettelijke verplichting tot open access publiceren zou introduceren in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, mocht dit nodig zijn om dit doel ook te behalen.

Aangezien het niet heel realistisch is om te verwachten dat de onderwijs- en onderzoeksinstellingen – en vooral de wetenschappelijke uitgevers – in slechts 2 jaar een kentering weten te bewerkstelligen in de wijze hoe onderzoeksartikelen gepubliceerd worden, ging ik eerder dit jaar vooral in op hoe zo’n wettelijke borging mijns inziens beter geregeld kan worden in de Auteurswet. Ik denk dat dit nog steeds wenselijk, en zelfs nodig, is maar met alleen het verplichten en wettelijk faciliteren van Open Access publiceren ben je er natuurlijk nog steeds niet.

Open Access publiceren

Open Access wordt vooral geassocieerd met ‘gratis’ en ‘vrij toegankelijk’ en voor iemand die kennis wil nemen van een onderwijs- of onderzoekspublicatie klopt dat ook. Lezers hebben gratis toegang tot artikelen die Open Access gepubliceerd zijn. Auteurs hebben daar voordeel van omdat ze ook gemakkelijker gevonden – en gelezen – worden door die lezers want die hoeven niet meer honderden, of zelfs duizenden, euro’s te betalen voor een duur abonnement op een wetenschappelijk tijdschrift. Maar onderzoekers profiteren ook omdat zij dan zelf vrij toegang hebben tot de onderzoekspublicaties en -resultaten van andere onderzoekers waar op voortgebouwd kan worden zonder de noodzaak eerder onderzoek te herhalen.

Maar publiceren in wetenschappelijke tijdschriften is vanzelfsprekend niet gratis. Open Access publiceren betekent dat de kosten niet meer verhaald (kunnen) worden op de lezers of abonnees en dat die kosten daardoor bij de auteurs komen te liggen. Onderzoekers moeten dus betalen om een artikel te publiceren in een Open Access tijdschrift, of in een regulier wetenschappelijk tijdschrift onder Open Access voorwaarden waarbij andere artikelen in datzelfde tijdschrift niet per se OA zijn (hybride). Dit wordt de gouden publicatieroute (Golden Road) naar Open Access publiceren genoemd.

Wie gaat dat betalen?

Deze gouden publicatieroute geniet de voorkeur van staatssecretaris Dekker maar is om voor de hand liggende redenen lastig in de praktijk te brengen. Wetenschappelijke uitgevers – die de afgelopen 20 jaar gigantische winsten hebben gemaakt – staan niet te trappelen om hun verdienmodellen op te geven. Open Access tijdschriften uitgeven waarbij de auteurs moeten betalen om artikelen te kunnen publiceren gaat leiden tot meer concurrentie en marktwerking. De vanzelfsprekendheid om in de tijdschriften van naam te publiceren wordt dan vervangen door een kostenbewustwording van onderzoekers die niet voornemens zijn tienduizenden euro’s te betalen om een artikel te laten publiceren als er andere tijdschriften zijn waar dit voor de fractie van die prijs kan. OA tijdschriften worden veel meer een doorgeefluik in plaats van de huidige prestigieuze bronnen waar uitgevers nu miljoenen aan verdienen.

Ook de universiteiten en onderzoeksinstellingen zitten met een financieel probleem. De gouden publicatieroute betekent dat deze instellingen, en daarmee de onderzoekers, de kosten van het publiceren over (moeten) nemen en dat gaat ongetwijfeld tientallen miljoenen euro’s kosten. Alleen al voor de Nederlandse onderzoeksoutput.

What’s in it for me?

En het is maar de vraag wat die gouden publicatieroute gaat opleveren. De staatssecretaris gebruikt voor zijn definitie van (golden road) Open Access ook de termen ‘gratis’ en ‘vrij toegankelijk’ terwijl de andere helft van de gangbare definitie ontbreekt. Het is minstens zo belangrijk om bij OA over de auteursrechten, en vooral de gebruiksrechten, te praten. In zijn brief (PDF, pagina 4) gaat de staatssecretaris er van uit dat bij een gouden publicatieroute de auteur zijn auteursrechten behoudt – en dat bij hergebruik dus telkens toestemming gevraagd moet worden aan de auteur – terwijl de gangbare praktijk anders is. Bij OA tijdschriften worden artikelen in veel gevallen gepubliceerd onder een Creative Commons Naamsvermelding licentie (CC-BY) en geeft de auteur dus een aantal gebruiksrechten weg zodat de lezer de (inhoud van de) artikelen ook vrijelijk mag bewerken en hergebruiken mits er verwezen wordt naar de auteur. Dat past zeer goed bij Open Access natuurlijk maar er blijft weinig over van het idee – en geïmpliceerde toezegging van de staatssecretaris – dat de gouden publicatieroute meer zeggenschap oplevert voor de auteurs van de publicaties.

Betalen voor de sigaar uit eigen doos

Waarom ineens die druk van de staatssecretaris om (golden road) Open Access te gaan publiceren? Dat komt omdat de huidige situatie van het publiceren van onderzoekspublicaties nu al vreemde en ongewenste aspecten heeft. Het overgrote deel van al het wetenschappelijke onderzoeksoutput verschijnt in dure wetenschappelijke tijdschriften die vervolgens commercieel geëxploiteerd worden door de wetenschappelijke uitgevers. Dat betekent dat het toegang krijgen tot deze wetenschappelijke publicaties een enorm dure aangelegenheid is (geworden) voor zowel het publiek als de onderwijs- en onderzoeksinstellingen. Universiteiten betalen jaarlijks vele miljoenen euro’s om hun medewerkers en onderzoekers toegang te geven tot (een deel van) deze artikelen, terwijl het voor particulieren of kleine instellingen simpelweg onbetaalbaar is geworden.

En dat is een bizarre situatie om meerdere redenen. Het gaat in veel gevallen inderdaad om onderzoeksresultaten uit onderzoek dat met (deels) publieke middelen gefinancierd is. Maar voor universiteiten en onderzoeksinstellingen gaat het nog verder: zij leveren bijna zonder uitzondering de auteurs die de artikelen schrijven voor die dure wetenschappelijke tijdschriften. Zij leveren ook de deskundigen en experts die bij de wetenschappelijke uitgevers de kwaliteitsbewaking – het zogeheten peer review proces – verzorgen en die juist de meerwaarde geven aan dat tijdschrift die in de immer stijgende kosten wordt doorberekend aan de abonnees. En desondanks betalen universiteiten en onderzoeksinstellingen miljoenen euro’s – een substantieel deel van hun onderzoeksbudgetten – om de artikelen die door hun eigen werknemers geschreven zijn – en peer reviewed zijn door hun eigen werknemers – toegankelijk te maken voor, jawel, hun eigen werknemers.

Big Deals

De kosten voor toegang tot (wetenschappelijke) artikelen zijn de afgelopen tien jaren, ondanks een economische crisis, onverminderd blijven stijgen. Het beperkt zich niet tot wetenschappelijke uitgevers – het is eveneens van toepassing op bijna alle digitale content van uitgevers die door onderwijs- en onderzoeksinstellingen afgenomen wordt – maar nergens wordt het beter geïllustreerd dan bij de zogenaamde Big Deals. Dit zijn overeenkomsten die door de grote wetenschappelijke uitgevers met universiteiten (per regio) over de hele wereld afgesloten worden en waar elke drie jaar zware onderhandelingen aan vooraf gaan.

Ze heten Big Deals omdat het om overeenkomsten gaat die met de meerderheid van de universiteiten en onderzoeksinstellingen afgesloten worden en omdat het – vanzelfsprekend – om honderden miljoenen euro’s wereldwijd gaat. Big deals zijn big business als je Springer, Wiley Blackwell of Elsevier bent.

Ook al zijn hun betalende klanten dezelfde instellingen die verantwoordelijk zijn voor de inhoud *en* kwaliteitsbewaking van hun tijdschriften, ook al hebben de bibliotheken van de instellingen al jaren te kampen met bezuinigingen, ook al klinkt de roep om Open Access steeds luider, het leidt niet tot een betaalbaar en voor de afnemers beter werkend verdienmodel. Integendeel want telkens weer stijgen de prijzen sterker dan de inflatie en inmiddels zijn er al vele universiteiten – waaronder ook bekende – die zich niet meer (kunnen) laten gijzelen door het prijsbeleid van een uitgever en minder of geen toegang meer bieden tot bepaalde wetenschappelijke tijdschriften.

Dat kan O(ok) A(nders)

Dat kan niet alleen anders, dat moet ook gewoon anders. In de onderhandelingen met uitgevers moeten de onderwijs- en onderzoeksinstellingen hun onderhandelingspositie veel beter gaan benutten. Ze hebben weliswaar de uitgevers nodig maar dat geldt andersom net zo. En net als Harvard moeten de instellingen ook nee durven te zeggen tegen een uitgever. Je kunt nu eenmaal niet onderhandelen als je vooraf al besloten hebt dat je akkoord wilt/moet gaan met de prijs en voorwaarden omdat je achterban heeft aangegeven niet zonder die content te willen.

De afhankelijkheid die instellingen hebben ten opzichte van de uitgevers, daar kan ook wat aan gedaan worden door inderdaad de eigen onderzoekspublicaties en -artikelen Open Access beschikbaar te maken. Dat hoeft niet per se de gouden publicatieroute te zijn want er kan ingezet worden op de groene publicatieroute (Green Road). Hierbij wordt een artikel nog steeds gepubliceerd in een traditioneel, niet OA-tijdschrift waarna het artikel (na publicatie dus) óók gepubliceerd wordt in een OA-institutionele repository. Een OA-institutionele repository is een archief van digitale publicaties die geschreven zijn door medewerkers van die instelling, wordt beheerd door de instelling zelf en is vrij toegankelijk voor iedereen.

Dit vereist wel dat de auteurs/medewerkers zelf vooraf goed nadenken over hun auteursrechten en in welk tijdschrift ze willen en kunnen publiceren. Ze zullen een afweging moeten maken tussen hun eigen belangen en het (opgelegde) belang om het artikel ook in de eigen instellingsrepository op te laten nemen. Vervolgens moeten er dan afspraken gemaakt worden tussen de auteur en het tijdschrift om opname van het artikel in de eigen repository mogelijk te maken. Een relatief bewerkelijk proces dat ook weinig zal doen om uitgevers tot een ander verdienmodel te bewegen, wat de reden zal zijn dat de staatssecretaris in zijn brief weinig ziet in de groene publicatieroute naar Open Access publiceren. Voor de gezamenlijke onderzoeksinstellingen is het mijns inziens, zeker als de Auteurswet het wettelijk mogelijk maakt een eigen publicatie Open Access te publiceren, echter de beste manier om aan de Open Access doelstelling te voldoen en tevens minder afhankelijk te worden van de grote uitgevers.

Maar ook het hoger beroepsonderwijs vindt Open Access belangrijk

Het zijn niet alleen de universiteiten die het nut en noodzaak van Open Access inzien en nu aan de slag gaan met richtlijnen en beleid om hun artikelen, onderzoeksoutput en onderwijsmateriaal toegankelijk te maken. Ook bij de hogescholen groeit de bewustwording om de eigen kennisproducten inzichtelijk te maken conform het Open Access beginsel, al heeft dat niet zo zeer met de dure toegang tot content te maken maar meer met het (aantoonbaar) verbeteren van de onderwijskwaliteit.

Hogescholen moeten de komende jaren gaan aantonen op welke wijze ze de onderwijskwaliteit en het studiesucces verbeteren, het onderwijs en onderzoek profileren en de aansluiting met het bedrijfsleven en de regio versterken. Binnen de Vereniging Hogescholen hebben de hogescholen daarom gezamenlijk een kwaliteitsagenda opgesteld voor de komende jaren onder het motto ‘Kwaliteit als opdracht’ (PDF) om beter bij te kunnen dragen aan het versterken van de kenniseconomie in Nederland en in de (eigen) regio. In het rapport ‘Naar een duurzaam onderzoeksklimaat. Ambities en succesfactoren voor het onderzoek aan hogescholen’ (PDF, 2010) stelt de Vereniging Hogescholen daarnaast dat het gezamenlijk zichtbaar maken van de kennisproducten en onderzoeksresultaten ook essentieel is.

Het beschikbaar stellen van deze kennis aan particulieren, bedrijven, instellingen en overheden zien hogescholen als een belangrijk onderdeel en invulling van die kwaliteitsdoelstelling. Waar mogelijk willen ook hogescholen de kennisproducten en onderzoeksresultaten kosteloos voor iedereen toegankelijk maken, voortkomend uit de ondertekening van de Berlin Declaration on Open Access to Knowledge in the Sciences and Humanities (kortweg de Berlin Declaration on Open Access). De nadruk op het zoveel mogelijk Open Access publiceren is hier aan te relateren.

En er worden al veel kennisproducten geproduceerd binnen hogescholen. Onderzoekers en medewerkers die verbonden zijn aan kenniskringen en lectoraten publiceren al vele jaren in wetenschappelijke en vaktijdschriften. Docenten produceren onderwijsmateriaal en publiceren frequent dit materiaal bij educatieve uitgevers terwijl studenten sinds enkele jaren afstudeerwerken (kunnen) publiceren in de HBO Kennisbank. Bij hogescholen wordt het publiceren steeds beter gefaciliteerd en er worden de mogelijkheden verkend om Open Access publiceren gezamenlijk op te gaan pakken.

OA bewust

Uiteindelijk zou het bij alle hoger onderwijsinstellingen en de onderzoeksinstellingen meer moeten gaan om dat bewustwordingsproces. Niet om nou zo nodig in een OA-tijdschrift te publiceren en niet omdat het de instelling of de maatschappij veel geld kan besparen. De gedachte achter Open Access is dat publicaties en andere werken die met publieke middelen gefinancierd zijn, vrij toegankelijk zouden moeten zijn voor iedereen en dat iedereen die werken vervolgens kan hergebruiken voor eigen doeleinden. Dat belang kan haaks staan op de belangen van een individuele onderzoeker, medewerker, docent of student maar het is belangrijk dat de afweging op zijn minst gedaan wordt.

Dat de belangen van uitgevers, die alleen maar het publiceren zelf voor hun rekening zouden moeten nemen, zo bepalend zijn geweest de laatste decennia toont alleen maar aan hoe essentieel het is om de discussie rondom Open Access te blijven voeren.

Open Access is gewoon ook een Big Deal.

Verder lezen/kijken: Collegevoorzitter Gerard Meijer van de Radboud Universiteit Nijmegen sprak enkele weken geleden over de noodzaak van Open Access en wat de rol is van zowel de eigen onderzoekers als die van de wetenschappelijke uitgevers (15 minuten, getipt door Maarten Hekman) / De SURF themapagina over Open Access (SURF) / Openaccess.nl met informatie over de voordelen van Open Access publiceren (SURF)

#

Pagina 1 of 8123...Laatste »
  • © 2006- 2014 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top