FreeDigitalPhotos: gratis foto’s maar wel even letten op de voorwaarden

unsplash

Het valt nog niet mee om geschikte afbeeldingen of foto’s te vinden op internet voor je blog, website of presentatie. Er is veel te doen over auteursrechten op foto’s en je kunt problemen krijgen als je niet goed oplet en de verkeerde foto op je site gebruikt. Toch zijn er veel fotosites waar je goede foto’s kunt vinden die je ook daadwerkelijk mag gebruiken omdat rechthebbenden vooraf toestemming gegeven hebben. Dat kunnen betaalde stockfotosites zijn die je een gebruiksrecht voor een foto verkopen maar ook gratis fotosites die je middels een licentie toestemming geven voor (commercieel) hergebruik van foto’s. De sites die ik interessant vind zullen op dit blog besproken worden.

FreeDigitalPhotos

Download free and premium stock photos and illustrations for websites, advertising materials, newspapers, magazines, ebooks, book covers and pages, music artwork, software applications and much more. All our free images are of high quality, produced by our community of professional stock photographers and digital illustrators.

De promopraat van FreeDigitalPhotos is erg typerend voor een gemiddelde stockfotosite. Met een nadruk op gratis foto’s – de site is er zelfs naar genoemd – terwijl er natuurlijk geld verdiend moet worden met de betaalde foto’s op de site. Normaliter zouden er wel alarmbellen moeten gaan rinkelen als je een site FreeDigitalPhotos tegenkomt maar deze keer heeft een stockfotosite ook daadwerkelijk wat te bieden voor mensen die per se (en alleen) gratis foto’s zoeken.

freedigitalphotos

FreeDigitalPhotos bevat duizenden foto’s en illustraties die onderverdeeld zijn in een aantal categorieën en subcategorieën. Hierdoor kun je relatief makkelijk bladeren door de verschillende onderwerpen en foto’s ontdekken die wellicht interessant voor je zijn. Zonder uitzondering zijn alle foto’s en illustraties ook voorzien van (veel) tags waardoor je behalve op de titel dus ook zeer goed de zoekfunctie kunt gebruiken om heel gericht beeldmateriaal te vinden voor je blog of website.

Heb je een foto of illustratie gevonden dan zie je meteen hoe het businessmodel van FreeDigitalPhotos werkt:

freedigitalphotos
Alleen het kleine formaat is namelijk gratis. Het watermerk dat je in het voorbeeld ziet is in de downloadversie afwezig maar je bent verplicht om je aan de regels van de naamsvermelding te houden van de site. Die maken onderdeel uit van de algemene voorwaarden waar je je akkoord mee moet verklaren voordat je een foto kunt downloaden.

Kort gezegd komt de naamsvermelding er op neer dat op de webpagina waar je de foto gebruikt, je ook moet verwijzen naar zowel de site als de maker van de foto. In het geval van een blogpost moet je dat dus binnen de blogpost zelf doen. Gebruik je meerdere foto’s van FreeDigitalPhotos in één blogpost? Dan moet je ook meerdere naamsvermeldingen opnemen. Is het om wat voor reden dan ook niet mogelijk om die naamsvermelding op dezelfde pagina te zetten, dan dien je de foto te kopen. Voor gekochte foto’s geldt namelijk dat een naamsvermelding niet nodig is en dat je dan ook kunt kiezen uit (zeer) grote formaten van diezelde foto.

Let op de licentie
Eén ding hebben alle stockfotosites wel met elkaar gemeen en dat is dat ze met specifieke licenties werken die nauw afbakenen waarvoor je de foto’s mag gebruiken. Dat is voor FreeDigitalPhotos niet anders en het is opgenomen in de algemene voorwaarden.

Er is een standaardlicentie die het meeste zakelijke, persoonlijke of educatieve gebruik afdekt en een uitgebreide licentie voor alle doeleinden die producten bevatten waar de foto’s van FreeDigitalPhotos prominent op afgebeeld worden. In een tabel wordt in de voorwaarden weergeven voor welk gebruik je welke licentie nodig hebt.

Het is verstandig om de voorwaarden goed te lezen als je hun foto’s in een grootschalig commercieel project wilt gaan gebruiken maar wil je het gebruiken voor websites, blogs en sociale media, dan valt het allemaal onder de standaardlicentie. In die licentie zelf wordt ook weer de nadruk gelegd op het correct vermelden van de maker en website dus let daar goed op als je gratis foto’s van FreeDigitalPhotos gebruikt.

Want het is alleen gratis als er een correcte naamsvermelding bij staat!

#

Zoeken naar afbeeldingen met een Creative Commons licentie in Google Afbeeldingen

google afbeeldingen gebruiksrechten
Nog steeds is Google Afbeeldingen één van de meestgebruikte bronnen om afbeeldingen of foto’s vandaan te halen voor gebruik in een presentatie, blogpost of het opleuken van een website. Het probleem is natuurlijk dat de overgrote meerderheid van afbeeldingen en foto’s die je op die manier vindt helemaal niet zo maar opnieuw gebruikt mag worden. Als ik lees over problemen, rechtszaken of sommaties tegen website-eigenaren over het verkeerd gebruik van auteursrechtelijk beschermde foto’s dan zoek ik altijd naar de woorden ‘Google Afbeeldingen’ in die tekst want het is simpelweg te makkelijk om hiermee de fout in te gaan.

In 2009 voegde Google een handige mogelijkheid toe om te kunnen zoeken op afbeeldingen en foto’s die voorzien zijn van een (Creative Commons) gebruikslicentie. Dat deden ze – goed verstopt helaas – als optie bij het geavanceerd zoeken. En ook al was het een zeer nuttige functionaliteit, ik weet zeker dat er maar weinig gebruik werd/wordt gemaakt van geavanceerd zoeken in Google Afbeeldingen. Waarbij Google trouwens zelf ook haar uiterste best lijkt te doen om geavanceerd zoeken te ontmoedigen want het is inmiddels al een zoekactie op zich geworden om de link naar geavanceerd zoeken terug te vinden.

Maar daar stoorde (kennelijk) ook Lawrence Lessig zich aan. Hij is één van de mede-oprichters van Creative Commons die Google liet weten om het zoeken op afbeeldingen met een duidelijk gebruiksrecht beter zichtbaar te maken. Waar door Google ook op gereageerd werd door een nieuw filter gebruiksrechten toe te voegen aan de zoekhulpmiddelen die je na het uitvoeren van een zoekactie te zien krijgt.

Daar waar je dus bij geavanceerd zoeken vooraf al kunt filteren op één van de gebruikslicenties kun je nu dus ook achteraf je zoekresultaten beperken tot alleen die afbeeldingen met een dergelijke licentie.

  • Niet gefilterd op licentie is de standaardinstelling en geeft dus alle resultaten weer, ongeacht of Google wel of niet een licentie herkent;
  • Gelabeld voor hergebruik verzamelt feitelijk alle zes de Creative Commons licenties: de NaamsvermeldingNaamsvermelding-GelijkDelenNaamsvermelding-NietCommercieelNaamsvermelding-NietCommercieel-GelijkDelenNaamsvermelding-GeenAfgeleideWerken en Naamsvermelding-NietCommercieel-GeenAfgeleideWerken;
  • Gelabeld voor commercieel hergebruik verzamelt de drie Creative Commons licenties die commercieel gebruik toestaan (Naamsvermelding, Naamsvermelding-GelijkDelen en Naamsvermelding-GeenAfgeleideWerken);
  • Gelabeld voor hergebruik, inclusief aanpassing komt overeen met de vier Creative Commons licenties die afgeleide werken toestaan (Naamsvermelding, Naamsvermelding-GelijkDelen, Naamsvermelding-NietCommercieel en Naamsvermelding-NietCommercieel-GelijkDelen);
  • Gelabeld voor commercieel hergebruik, inclusief aanpassing is vergelijkbaar met de twee CC-licenties die dit gebruik niet uitsluiten: Naamsvermelding en Naamsvermelding-GelijkDelen.

Hoewel het op zich een mooie ontwikkeling is dat de mogelijkheid om te filteren op gebruiksrechten beter zichtbaar is geworden, geeft het wel een schijnzekerheid als je daar gebruik van maakt en daaruit de conclusie trekt dat je een in Google Afbeeldingen gevonden foto ook daadwerkelijk kunt hergebruiken voor je eigen doel.

Ten eerste is de door Google gebruikte indeling in gebruiksrechten niet één op één te herleiden naar een specifieke gebruikslicentie die daadwerkelijk aan zo’n gevonden foto hangt (welke licentie hoort er nu bij een foto die je zou willen gebruiken?). Google benadrukt zelf ook in hun documentatie dat je moet verifiëren in welke mate de licentie ook klopt voordat je een afbeelding hergebruikt.

Nog belangrijker is dat het totaal niet te achterhalen is hoe Google de gebruiksrechten van geïndexeerde afbeeldingen en foto’s herkent en indeelt in de bovengenoemde categorieën. Losse afbeeldingen en foto’s op een website zijn zelf als bestand niet gemarkeerd met een licentie en dat zal in bijna alle gevallen op het niveau van de website of webpagina gedaan zijn. Een website kan voorzien zijn van een Creative Commons licentie maar dat wil meestal niet zeggen dat alle afbeeldingen op die site ook onder een Creative Commons licentie te gebruiken zijn. Mijn eigen blog is daar zelf een prima voorbeeld van: mijn teksten zijn voorzien van een Naamsvermelding-GelijkDelen licentie maar een groot deel van de door mij gebruikte foto’s heb ik zelf met een CC-licentie overgenomen van anderen. Die kun je niet van me overnemen onder de licentie die ik op mijn blog heb gezet want ik ben niet de rechthebbende van die foto’s.

Oftewel, het is leuk dat je nu kunt filteren op gebruiksrechten maar denk vooral niet dat de zoekgigant al het werk voor je gedaan heeft. Vind je een afbeelding of foto die je wilt gebruiken op je blog of website, klik dan door naar de website waar die afbeelding/foto op te vinden is en kijk of je daar duidelijk omschreven een gebruikslicentie of andere vorm van toestemming aantreft die overeenkomt met het doel waarvoor jij het wilt gebruiken. Kun je dat niet vinden op die site of webpagina, dan mag je aannemen dat je die afbeelding/foto niet zo maar mag gebruiken.

Zoek dan verder of stuur een mail naar de eigenaar van de site om alsnog toestemming te vragen. Bedenk dat, tenzij de afbeeldingen of foto’s in het publiek domein thuishoren, beeldmateriaal op websites gewoon auteursrechtelijk beschermd is en dat je dus eigenlijk dat materiaal jat als je niet de moeite neemt te controleren of je toestemming hebt om het te mogen gebruiken.

En dat bij eventuele problemen met verkeerd gebruik Google je geen garantie of hulp zal bieden. Of het moet zijn om te googelen op juridische bijstand ;-)

#

Unsplash: vrij te gebruiken foto’s met een CC0 verklaring

unsplash

Het valt nog niet mee om geschikte afbeeldingen of foto’s te vinden op internet voor je blog, website of presentatie. Er is veel te doen over auteursrechten op foto’s en je kunt problemen krijgen als je niet goed oplet en de verkeerde foto op je site gebruikt. Toch zijn er veel fotosites waar je goede foto’s kunt vinden die je ook daadwerkelijk mag gebruiken omdat rechthebbenden vooraf toestemming gegeven hebben. Dat kunnen betaalde stockfotosites zijn die je een gebruiksrecht voor een foto verkopen maar ook gratis fotosites die je middels een licentie toestemming geven voor (commercieel) hergebruik van foto’s. De sites die ik interessant vind zullen op dit blog besproken worden.

Unsplash

Als je bovenaan een site Free (do whatever you want) hi-resolution photos ziet staan dan ga je bijna denken dat er iets niet klopt. Het zijn namelijk prachtige foto’s die in grote resolutie te downloaden zijn. Unsplash is om meerdere redenen een bijzondere fotosite. De site is gemaakt door een webdesigner die graag goede foto’s deelt met anderen – en daar ook andere makers voor uitnodigt – zonder daarvoor iets terug te willen. Voor alle foto’s op de site geldt dat de maker afstand gedaan heeft van zijn of haar auteursrechten middels de Creative Commons 0 tool. Het is dan ook geen (Creative Commons) licentie maar een CC0 verklaring die meegegeven wordt waarmee de foto’s effectief door de rechthebbenden in het publiek domein worden geplaatst. No rights reserved in plaats van all rights reserved. En niet te verwarren met afbeeldingen in het publiek domein waar de beschermingstermijn van het auteursrecht op verlopen is.

unsplash _528c8f581f45e_1
De foto’s op Unsplash kun je dus gratis gebruiken, voor alle mogelijke doeleinden (commercieel en niet-commercieel) zonder dat je zelfs aan naamsvermelding hoeft te doen. Bij alle foto’s staat wel de naam van de maker met vaak een link erbij omdat deze hoopt dat je wellicht ook geïnteresseerd bent in andere foto’s van hem of haar, maar deze hoef je dus niet op te nemen als je een foto van Unsplash gebruikt.

Elke tien dagen komen er tien nieuwe foto’s bij (het zijn wel eens meer dan tien dagen overigens) en het is volledig willekeurig welke dat zullen zijn. Er wordt geen metadata meegegeven en de site beschikt dan ook niet over enige zoekfunctionaliteiten. Je kunt bladeren door het aanbod, elke tien dagen krijg je er weer tien nieuwe bij en je kunt de foto’s vrij gebruiken maar daar houdt het dan ook mee op. Als je een foto zoekt waar een specifiek iets op staat dan ben je bij Unsplash niet aan het goede adres maar het is zeer geschikt om bijvoorbeeld je eigen beelddatabank op te bouwen.

Je kunt jezelf op een mailinglijst laten zetten waardoor je een mailtje krijgt als er nieuwe foto’s zijn of de RSS feed toevoegen aan je feedreader. Zie je een interessante foto dan kun je die downloaden en bewaren voor later gebruik. Overigens is het verstandig om zelf wel te weten waar een foto vandaan komt als je die wilt gebruiken aangezien het lastig kan zijn om – jaren later – aan te tonen dat je een foto correct gebruikt hebt. Ook al hoeft het niet van de fotograaf, een bron- en naamsvermelding kan nog steeds handig zijn voor zowel je lezers als jezelf.

@foto door Galymzhan Abdugalimov via Unsplash CC0 (getipt via Inktspatten)

#

Creative Commons 4.0: een nieuwe generatie opencontentlicenties

creative commons 4.0“Die Powerpointpresentatie is voorzien van een Creative Commons licentie”, fluisterde een collega tegen me toen we twee weken geleden tijdens het KNVI congres naar een verhaal over zoekmachines luisterden. Dat klopte en gelukkig kom je dat ook steeds vaker tegen zowel bij online als offline content. Websites, foto’s, rapporten, presentaties, artikelen en natuurlijk blogs die een Creative Commons licentie gebruiken om vooraf meteen duidelijk te maken hoe jij als lezer en gebruiker die content mag hergebruiken.

Niet alle rechten voorbehouden, niet wachten tot je als maker een mailtje krijgt met een vraag of iemand (alsjeblieft) jouw werken mag gebruiken voor zijn of haar doeleinden maar duidelijk zichtbaar maken wat je er wel en dus ook wat je er niet mee mag. Het betekent dat je ook anderen kunt aanspreken als ze zich niet aan die afspraken houden. Als ze het gewoon jatten bijvoorbeeld. Natuurlijk is het niet verplicht om alles maar te delen wat je maakt maar het is goed om er even over na te denken of je een opencontentlicentie wilt meegeven met je content. Mijn blogteksten zijn bijvoorbeeld ook voorzien van een Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen 3.0 Nederland licentie (dat zie je op mijn blog onderin de rechterkolom staan) en daarmee heb je vooraf al toestemming om mijn blogteksten opnieuw te gebruiken mits je mijn naam erbij vermeld en je jouw werk ook weer deelt met anderen.

Van CC3 naar CC4
De zes verschillende Creative Commons licenties zijn tot stand gekomen met veel input, en na veel feedback, vanuit de gebruikers zelf. In december 2011 startte de eerste discussie – via een mailinglijst – over hoe de nieuwe vierde versie van de licenties eruit moesten gaan zien. Daarna volgden er diverse conceptversies waar op gereageerd kon worden maar eergisteren lanceerde Creative Commons de definitieve vierde versie van de verschillende licenties.

Welke licenties?
De essentie van alle Creative Commons licenties blijft ongewijzigd. Er blijven vier bouwblokken die onderdeel van de licentievoorwaarden kunnen zijn:

  • Naamsvermelding (BY: Attribution by)by
    Je staat anderen toe om het werk waar jij auteursrecht op hebt te kopiëren, distribueren, vertonen, en op te voeren, en om afgeleid materiaal te maken dat op jouw werk gebaseerd is – maar uitsluitend als jij vermeld wordt als maker. Deze voorwaarde zit in alle licenties;
  • Niet-commercieel (NC: Non-Commercial)nc-eu
    Anderen mogen je werk kopiëren, vertonen, distribueren en opvoeren, alsmede materiaal wat op jouw werk gebaseerd is, mits niet voor commerciële doeleinden;
  • GeenAfgeleideWerken (ND: No Derivatives)nd
    Anderen mogen je werk kopiëren, distribueren, vertonen en opvoeren mits het werk in de originele staat blijft. Het is niet toegestaan dat anderen jouw werk gebruiken als basis voor nieuw materiaal;
  • GelijkDelen (SA: Share Alike)sa-1
    Je staat anderen toe om van jouw werk afgeleid materiaal te maken onder de voorwaarde dat zij het onder dezelfde licentie vrijgeven als het originele werk. Deze voorwaarde komt uiteraard nooit samen voor met ‘GeenAfgeleideWerken’.

Op volgorde van meest ruime tot meest beperkende, zijn er dan nog steeds de volgende 6 licenties te onderscheiden. Ze hoeven niet getekend te worden door de maker of een gebruiker maar zijn toe te kennen (en te herkennen) via een logo met symbolen die de bouwblokken van de licentie aangeven.

Wat is er nieuw of anders?
Eén van de belangrijkste verschillen met de versie 3 licenties is dat de CC4 licenties nu universeel zijn. Tot nu toe werden de CC-licenties altijd aangepast aan de nationale wetgevingen. Dit ‘porteren’ gebeurde voor tientallen landen in het juridische taalgebruik voor die specifieke wetgevingen. Met de introductie van de 4.0-licenties zijn er geen ‘lokale’ versies van de licenties meer: er is nu per licentie slechts één, universele versie die begrippen en definities bevat die aansluiten bij de terminologie van de internationale auteursrechtenovereenkomsten. Wel worden de licentieteksten zelf nog vertaald in een groot aantal talen om ze beter leesbaar te maken maar inhoudelijk wordt de terminologie niet gewijzigd.

Daarnaast

  • worden databankrechten onder dezelfde voorwaarden in licentie gegeven als de auteursrechten. In versie 3 deed je als licentiegever afstand van je databankrechten maar in de 4.0-licenties breng je ze ook onder in de licentie;
  • wordt er nu duidelijker geformuleerd dat je als licentiegever afstand doet van je morele rechten, voor zover dat mogelijk is. Sommige persoonlijkheidsrechten behoud je altijd als rechthebbende en daarvan kun je geen afstand doen;
  • wordt een bestaande praktijk van naamsvermelding nu expliciet geaccepteerd in de licentie om te verwijzen naar een aparte pagina (of slide in een Powerpoint) waar de naamsvermelding(en) opgenomen is (zijn) voor de hergebruikte werken;
  • voorzien de 4.0-licenties nu specifiek in de mogelijkheid voor licentiegevers zich te distantiëren van nieuwe werken waar hun content in gebruikt is. In versie 3 kon een licentiegever al aangeven dat zijn of haar naam weggehaald moest worden bij een naamsvermelding bij een bewerking maar in versie 4 is dat uitgebreid. Een licentiegever kan zich nu distantiëren van alle werken waar zijn of haar naam bij vermeld wordt, ongeacht of het oorspronkelijke werk wel of niet bewerkt is;
  • zit er nu een hersteltermijn in de licentie ingebakken bij de ontbindende voorwaarden. In versie 3 werd de licentie permanent ontbonden als er door de licentienemer niet aan de voorwaarden werd voldaan maar in versie 4 is er een termijn van 30 dagen opgenomen waarin de licentienemer alsnog aan de voorwaarden kan voldoen. De licentie wordt dan weer van kracht mits er binnen die termijn van 30 dagen reparaties zijn gedaan;
  • is er sowieso flink aan de leesbaarheid en duidelijkheid gesleuteld van de licentieteksten.

Duizelt het je nu een beetje en heb je geen zin om al die beschrijvingen en licentieteksten te lezen? Dat is niet nodig want ook de ‘licentiekiezer‘ is bijgewerkt en verwijst inmiddels – netjes in het Nederlands – naar de Creative Commons licentie die het beste past bij hoe jij je content wil delen. Je hoeft alleen maar te kiezen of je afgeleide werken van jouw werk wel of niet wilt delen, of je daar nog een voorwaarde van gelijk delen aan wilt verbinden en of anderen jouw werk ook voor commerciële doeleinden mogen gebruiken. De wizard toont je vervolgens meteen de licentie die erbij hoort en geeft je ook de HTML code om de licentie bijvoorbeeld op je eigen website toe te voegen.

creative commons licentie kiezen

En dat ga ik nu ook maar gelijk doen om mijn versie 3 licentie op mijn blog te vervangen door een nieuwe Naamsvermelding-GelijkDelen 4.0 Internationaal licentie. Deel jij ook jouw content met anderen?

#

Wij zijn pas content als u dat bent

Wij zijn pas content als u dat bent. Een oude slogan uit een reclamespotje die je nog steeds prima kunt gebruiken. Zo ook voor hogeschoolbibliotheken. Wij zijn pas content als u dat bent. Met onze content. Die wij u aanbieden omdat we nu eenmaal onderwijsbibliotheken zijn en we het als onze taak zien om zo veel mogelijk fysieke content (we zijn dol op vroeger) en ook digitale content  over u uit te strooien.

Vroeger leverde al die tijd en energie die we staken in de fysieke collectie ook echt wat op. Elk boek, elk tijdschrift, elk rapport dat aangeschaft werd bouwde de collectie, het bezit en het aanbod van de bibliotheek verder uit. En omdat je niet onbeperkt ruimte had moest je daar goed over nadenken. Wat voegt echt wat toe, wat is inmiddels minder relevant geworden en waar kunnen we eigenlijk wel zonder? Natuurlijk moest er afgestemd worden met je gebruikers maar bibliothecarissen investeerden in hun collecties en op hun expertise konden de gebruikers vertrouwen.

Meer is niet beter
Tegenwoordig verdrinkt iedereen in het aanbod van digitale content. Bibliotheken hebben moeten leren om anders tegen hun collecties aan te kijken. Niet meer gebaseerd op bezit dat een immer stijgende waarde vertegenwoordigt maar op toegang. Toegang tot digitale content dat in het bezit is van externe leveranciers. Die ook vinden dat het een immer stijgende waarde vertegenwoordigt maar dat vooral tonen in immer stijgende prijzen die bibliotheken moeten betalen om hun gebruikers toegang te geven tot die content. Content die nog steeds beheerd moet worden, die ingepast moet worden in het kader van collectiekeuzes die een bibliotheek wil maken maar bovenal content die onmiddellijk kan verdwijnen als je er niet meer voor wilt (of kunt) betalen.

En dat laatste gaat steeds vaker gebeuren. Doordat onderwijsbibliotheken het als hun taak zien om, net als bij hun fysieke collecties, digitale content aan al hun gebruikers aan te bieden onderhandelen ze al vanaf het begin met leveranciers en uitgevers voor instellingsbrede campuslicenties. En dus wordt dezelfde digitale collectie instellingsbreed aangeboden aan eerstejaars studenten van lerarenopleidingen, medewerkers van de technische opleidingen en afstudeerders bij economische opleidingen. Maar in tegenstelling tot de fysieke collectie betalen bibliotheken dus ook al vanaf het begin voor de niet-gebruikers van de digitale collectie. Een databank met medische artikelen wordt niet gebruikt door studenten van een informatica opleiding maar je betaalt er desalniettemin voor. Bij instellingsbrede licenties betaal je nu eenmaal een bedrag per student van die instelling.

Helaas is dat niet het enige dat op één hoop gegooid wordt. Ook het zorgvuldig opbouwen van je eigen collectie door je eigen keuzes te maken over wat je daarin opneemt is eigenlijk verleden tijd. Leveranciers en uitgevers doen niet aan content op maat maar aan gigantische bundelingen van content. En dus betaal je niet alleen voor alle niet-gebruikers maar ook nog eens voor bergen content die je helemaal niet wilt aanbieden aan je gebruikers. Het mes is bot aan twee kanten zeg maar.

Natuurlijk proberen we die messen wel te slijpen. Duizenden uren worden gestoken in het bevragen van gebruikers wat ze precies willen, analyseren van gebruikstatistieken, het bijeenbrengen van alle hogeschoolbibliotheken voor dat gezamenlijk belang (want we doen allemaal hetzelfde) en het onderhandelen met uitgevers via hun vertegenwoordigers. Maar dat hele proces is een doodlopende weg en het is een spel dat niet te winnen is. Als één opleiding toegang wil tot databank A, drie opleidingen graag databank B willen en 20 opleidingen perse databank C moeten gebruiken dan zal de bibliotheek een licentie moeten nemen op alle drie de databanken voor alle studenten van alle opleidingen. Hoezo keuze en hoezo onderhandelingspositie? Uitgevers weten dat ze zelf de spelregels kunnen bepalen.

De kruik gaat net zo lang te water
Prijzen die elk jaar blijven stijgen. Steeds meer content afnemen en aanbieden als ware je alleen maar een doorgeefluik voor een uitgever. Steeds meer betalen voor niet-gebruik. Opleidingen die vragen om content zonder hierbij aan te geven waar hun belang precies zit. Bibliotheken maar ook opleidingen die geen keuzes (kunnen of willen) maken en de situatie laten voortbestaan. Het is een onhoudbare situatie geworden.

Met maatregelen als het opzeggen van te dure of te weinig gebruikte licenties kom je er niet. Het is tijd om te beseffen dat het aanbieden van alle content aan alle gebruikers niet meer mogelijk is. Onbetaalbaar. Maar leg je niet alleen met tegenzin neer bij deze realiteit want het is ook onnodig om maar alles aan te bieden aan iedereen.

Waarom veranderen we dat uitgangspunt van brede toegang niet? Naar alleen betalen voor de content die we daadwerkelijk willen aanbieden aan alleen die gebruikers die ook echt die content nodig hebben. Bemiddelen tussen dat idioot grote aanbod en de hele concrete vraag vanuit opleidingen. Waarbij je duidelijk bij je gebruikers gaat ophalen wat ze precies nodig hebben. En hoe ze dat nodig hebben. Waarom ze het nodig hebben en of er alternatieven zijn. Onder welke voorwaarden. En hoe dat bekostigd kan worden.

Dan pas ga je naar de uitgevers. Om met een duidelijk verhaal in de hand gaan praten hoe je die content beschikbaar kunt maken aan je gebruikers. Welke voorwaarden daar bij horen en wat je dus krijgt voor het geld dat je betaalt. Waarbij je dus niet extra gaat betalen voor al die gebruikers met wie je geen afspraken gemaakt hebt en die de content niet (hoeven) gebruiken. Allemaal extra duidelijkheid naar zowel je gebruikers als uitgevers toe die ook meteen de grenzen afbakenen. De grenzen die het punt zichtbaar maken van wanneer een bibliotheek niet meer meegaat in een onderhandeling en nee zal moeten zeggen. Om wat voor reden dan ook.

¡Viva la Revolución!
Te ver voor de muziek uitlopen. Te vooruitstrevend. Dat is wat ik soms terugkrijg als ik het met anderen over dit onderwerp heb. “Ook uitgevers mogen geld verdienen”, zei iemand laatst nog tegen mij. Natuurlijk maar je hoeft ze niet te laten graaien in jouw portemonnee. Wie is er nou de klant van wie? En zou die klant niet koning moeten zijn?

Dus moeten we ook als hogeschoolbibliotheken eens wat beter voor onze belangen opkomen. Niet alleen voor die van onze gebruikers (zonder daar echt naar te informeren) en zeker niet voor de belangen van uitgevers. Maar met een duidelijk nieuw uitgangspunt om namens onze gebruikers en met behulp van onze expertise aan tafel te gaan zitten met de uitgevers om die content te krijgen die onze gebruikers nodig hebben voor een prijs die wel redelijk en fair is.

En het idee los te laten van die instellingsbrede licenties als enig middel om toegang te (laten) geven. Door andere – meer flexibelere – soorten licenties te bespreken die beter passen bij dat nieuwe uitgangspunt. Op basis van gelijktijdige gebruikers, ook al betekent het dat soms gebruikers even geen toegang hebben omdat het ‘druk’ is. Met de mogelijkheid om nog steeds overeenkomsten voor meerdere jaren aan te gaan maar wel jaarlijks kunnen uitstappen omdat je gebruikers een databank niet meer nodig hebben. Of omdat je als bibliotheek andere keuzes wilt kunnen maken.

Maar ook om uitgevers duidelijk te maken dat hogeschoolbibliotheken niet tot één optie beperkt willen zijn. Flexibiliteit betekent kunnen kiezen. Sommigen willen misschien alle content van een uitgever terwijl anderen specifieke titels uit dat aanbod willen. Eén maat past niet iedereen. Van je supermarkt zou je het niet pikken als ze pakken melk alleen verkochten in combinatie met flessen cola dus waarom pikken we het wel van uitgevers?

De wereld is natuurlijk tegenwoordig ook veel groter dan alleen de commerciële uitgevers en bibliotheken als het om toegang tot digitale informatie gaat. Er zijn ontzettend veel bedrijven (waaronder ook diverse uitgevers) die zich bezig houden met digitale content voor een persoonlijke digitale bibliotheek. Eindgebruikers zijn al heel lang niet meer aangewezen op bibliotheken om toegang te krijgen tot ebooks, digitale kranten en tijdschriften of muziek. Denk maar aan Spotify, Netflix, Google Play of Apple iTunes maar ook aan alle initiatieven rondom digitaal nieuws en uitgevers die eindgebruikersdiensten aanbieden. Als je voor een paar tientjes een eigen toegang kunt kopen tot digitale content, waarom zou je dat dan nog via een bibliotheek moeten doen? En andersom geredeneerd, waarom zou een bibliotheek een onbetaalbare licentie afsluiten op een databank als eindgebruikers een gunstige overeenkomst voor zichzelf kunnen aanschaffen? Het zou geen revolutionaire gedachte moeten zijn dat je als bibliotheek kijkt naar alle mogelijke opties in plaats van die ene. Waarom zou een bibliotheek zich bij licentieonderhandelingen niet hard kunnen maken om ook een rechtstreekse eindgebruikerslicentie tot de mogelijkheden te laten behoren? Zeker als de andere opties minder gunstig uit dreigen te pakken. Elke optie is beter dan simpelweg geen toegang, toch?

Wij zijn pas content als u dat bent. Maar wij moeten het nog eens goed hebben over hoe we u tevreden krijgen met ons aanbod van content.

#

kijkenkostgeld

Met toestemming films en tv programma’s kijken: de overeenkomst tussen Videma en de HBO-raad

HBO instellingen maken veel gebruik van auteursrechtelijk beschermde content, zowel rechtstreeks als indirect ten behoeve van het onderwijs. Voor het gebruik van artikelen en (delen uit) boeken hebben de HBO instellingen daarom via de HBO-raad een overeenkomst, een afkoopregeling, met de collectieve beheersorganisatie Stichting PRO. Daar valt nog wel het een en ander aan te verbeteren mijns inziens maar het is goed dat er een dergelijke regeling bestaat. Hogescholen zouden anders per overname, per gebruik, toestemming moeten vragen voor gebruik van andermans content. Een maatwerkregeling waarbij er gekeken wordt naar de specifieke omstandigheden en waarbij onder voorwaarden vrij gebruik mogelijk is, bespaart een hoop tijd en moeite.

Nu zijn teksten uit tijdschriften en boeken niet het enige beschermde materiaal dat gebruikt wordt. Foto’s en afbeeldingen worden, voor gebruik in onderwijsmateriaal, ook afgedekt door de regeling met Stichting PRO – die dat weer regelt met een andere organisatie Pictoright – maar voor televisieprogramma’s en films moest altijd per gebruik toestemming gevraagd worden. En betaald worden. In Nederland is daarvoor Stichting Videma de collectieve beheersorganisatie die namens rechthebbenden auteursrechtelijke toestemming verleent voor de openbaarmaking van tv- en filmbeelden.

Overeenkomst voor de openbaarmaking van filmwerken
Juni 2012 begonnen de gesprekken tussen Stichting Videma en de HBO-raad om te komen tot een overeenkomst waarbij door Videma toestemming verleend zou worden aan alle leden van de HBO-raad (de hogescholen) voor het gebruiken en vertonen van videofilms en televisieprogramma’s. Ik had het genoegen om de collegevoorzitter van Windesheim advies over het eerste voorstel te geven vanuit het Auteursrechten Informatie Punt en zag de voordelen van een dergelijke afkoopregeling wel voor me. In november van vorig jaar is de definitieve tekst opgesteld en de overeenkomst voor de openbaarmaking van filmwerken tussen de HBO-raad en Stichting Videma getekend.

Het ligt alleen wel wat lastiger met tv en film
Lang niet al het videomateriaal valt onder de overeenkomst. Videomateriaal dat gebruikt wordt in de digitale leeromgevingen is veelal afkomstig uit bronnen die buiten de scope van de overeenkomst vallen. Het gaat hier ondermeer om Academia, een videodatabank waarop diverse instellingen een licentie hebben en waarin tv uitzendingen van de publieke omroepen zijn opgenomen maar ook om videomateriaal van YouTube en zelfgemaakt videomateriaal. Hierover zijn geen rechten verschuldigd of zijn, in het geval van Academia, al afgekocht in de desbetreffende licentie.

Maar ook films op dvd’s hoeven niet perse onder de regeling met Videma te vallen. Video-, film of tv materiaal dat in de les(lokalen) wordt gebruikt is vrijgesteld van rechten in een onderwijssetting conform de Auteurswet artikel 12, lid 5, de zogeheten onderwijsexceptie. Daar hoefde je al geen toestemming voor te vragen als onderwijsinstelling, laat staan er voor te betalen.

Maar uitzonderingen waren en zijn er nog genoeg
Ook buiten de directe onderwijssetting wordt er echter veel gebruik gemaakt van tv-uitzendingen en films. TV’s in kantines of bij (journalistiek) opleidingen. Films die vertoond worden door studentenverenigingen (in de hogeschool) of die tijdens open dagen te zien zijn. De overeenkomst met Videma zorgt er nu in ieder geval voor dat er toestemming is voor deze openbaarmakingen en dat daar ook voor betaald is.

Niet meer hoeven na te denken of je tv-uitzendingen en videofilms mag vertonen in je hogeschool. Automatisch verantwoord omgaan met de auteursrechten van anderen. Dat legt een stuk gemakkelijker uit naar docenten, studenten en medewerkers van je hogeschool. Als je het Auteursrechten Informatie Punt bent natuurlijk.

Laat de film nu maar beginnen.

#

100procentdigitaal

Inholland streeft naar een digitale hogeschoolbibliotheek voor 2015. Maar wie zit daar op te wachten?

Ik had vorige week al vernomen dat de intentie er was van Inholland hogeschool om voor 2015 over te gaan naar een volledig digitale bibliotheek en dus afscheid te nemen van alle fysieke componenten die traditioneel bij een hogeschoolbibliotheek horen. Ik zou willen zeggen dat het een nieuw idee is maar enkele jaren geleden  was dat idee ook al bij mijn hogeschool gelanceerd. Met ongetwijfeld de gedachte in het achterhoofd dat het anno 2010 toch niet zo kan zijn dat je als bibliotheek uberhaupt nog afhankelijk bent van die fysieke collectie, studie- en werkplekken en uitleenapparatuur. Dat kan toch zeker allemaal wel digitaal? En bovenal, een stuk goedkoper? Vierkante meters zijn immers duur.

De feiten weerlegden deze gedachten gelukkig al snel. Een hogeschoolbibliotheek is gedienstig aan het onderwijs en niet (alleen) aan bezuinigingsvoorstellen. En dat onderwijs wil niet altijd digitale informatievoorziening. Als ze voor dat vakgebied uberhaupt al keuzes hebben overigens want de praktijk is dat het nog extreem karig gesteld is met het digitale aanbod van studieboeken en Nederlandstalige vaktijdschriften. Op het ene vakgebied zijn uitgevers er verder mee dan de andere.

Maar digitaal betekent niet automatisch toegankelijk en inzetbaar
Digitaal is een toverwoord geworden. Er hangen zo veel onuitgesproken verwachtingen aan dat er met een roze bril naar gekeken wordt. Daardoor valt het misschien niet goed op dat een groot deel van het digitale aanbod nauwelijks of zelfs helemaal niet te gebruiken is door een (hogeschool)bibliotheek. Of het onderwijs. Lesmethoden zijn beperkt digitaal beschikbaar en waar ze het wel zijn voorziet die constructie niet in het breed aanbieden van die content aan een instelling maar is die gericht op individuele afname door studenten. Nederlandstalige (vak) tijdschriften zijn bijna niet full-text digitaal beschikbaar voor breed gebruik. Dit blijft beperkt tot individuele abonnees.

De ontwikkelingen rondom e-studieboeken komen nu pas een beetje op gang. Uitgevers zijn zoekende maar ook hier heb je te maken met het onderwijs die eigenlijk nog moet beginnen met nadenken over en formuleren van wat ze nodig hebben. En in welke vorm. En met welke randvoorwaarden voor de toegang. Ontwikkelingen die nog vele jaren nodig hebben voordat ze leiden tot een breed, representatief en bovenal bruikbaar aanbod waar je als bibliotheek gebruik van kunt maken richting het onderwijs.

Terug naar Inholland
Wat precies de achterliggende redenen zijn voor Inholland om te kiezen voor een volledig digitale bibliotheekvoorziening op korte termijn, daar kan ik alleen maar naar speculeren. Feit is dat gisteren Doekle Terpstra, de voorzitter van het college van bestuur van Inholland, via Twitter bevestigde dat het niet bij een voornemen blijft maar het als besluit genomen is.

Het lijkt me inderdaad een hele stevige opdracht. Prachtige innovatie? Sorry maar zoals alle vernieuwingen niet perse verbeteringen zijn, zo zijn digitaliseringstrajecten niet perse innovaties. Misschien zijn ze dat per definitie niet zelfs.

Bert Zeeman, van de Universiteit van Amsterdam, durfde zelfs de weddenschap met zijn lezers aan te gaan over het behalen van dit doel voor 2015. De vragen en overpeinzingen die hij daar bij heeft zijn stuk voor stuk al valide. Ik las diverse reacties die in verschillende mates van voorzichtigheid niet veel vertrouwen uitspraken over de kans van slagen. Het is bijna onmogelijk voor te stellen hoe je de kwaliteit van de informatievoorziening vanuit je hogeschoolbibliotheek in stand kunt houden als je genoodzaakt bent om niet te kijken naar de inhoud van die informatie maar puur en alleen naar de vorm. Een vorm waar de overgrote meerderheid van uitgevers die content leveren voor hogeschoolbibliotheken nog stevig mee worstelt.

Maar wat wil je nou als hogeschoolbibliotheek?
Digitaliseren is niet het doel van een hogeschoolbibliotheek. Sowieso is de term digitaliseren ongelukkig want het lijkt aan te geven dat je je bestaande fysieke collectie gaat inscannen en digitaal aanbieden. Wat natuurlijk niet toegestaan is want daar overtreed je meerdere wetten mee.

De hogeschoolbibliotheek is, ik zei het al eerder, gedienstig aan het onderwijs. Er moet een directe link zijn tussen wat het onderwijs – docenten en studenten- nodig hebben binnen de tientallen opleidingen/curricula en wat je als bibliotheek levert, ontsluit en toegankelijk maakt. In 2008 vertelde de toenmalige voorzitter van de HBO Raad, dezelfde Doekle Terpstra die nu bij Inholland zit, tijdens een lustrumbijeenkomst van het Samenwerkingsverband Hogeschoolbibliotheken (SHB) over de noodzaak om betere verbindingen te maken met het onderwijs en de opleidingen waarvoor hogeschoolbibliotheken werken.

En ja, dat betekent dat je kritisch moet kijken naar je traditionele rol als bibliotheek. Andersoortige diensten en minder vanuit het belang van je bibliotheek handelen. Meer vanuit de belangen van je onderwijs(instelling). Minder focus op het hebben van een (fysieke) collectie en de aandacht verschuiven naar het toegankelijk maken van informatiebronnen voor die groepen binnen je instelling die deze bronnen ook daadwerkelijk nodig hebben.

Dat zou pas prachtige innovatie zijn voor hogeschoolbibliotheken als je het mij vraagt.

Maar alle inspanningen, je gehele focus, toespitsen op digitale dienstverlening en hopen dat er voor 2015 voldoende digitaal aanbod is vanuit de markt om dat ook naar je gebruikers in je hogeschool aan te kunnen bieden? Vanuit je visie nee zeggen tegen het onderwijs als ze fysieke informatiebronnen nodig hebben, om wat voor reden dan ook? Digitale informatiebronnen van uitgevers min of meer klakkeloos aan gaan bieden, ook al zijn er (licentie)technische beperkingen, puur omdat het past in de digitaliseringsdoelstelling?

Niet alleen durf ik de weddenschap niet aan te gaan met Bert, ik vrees dat alleen al dit besluit van Inholland negatieve impact gaat hebben op de ontwikkeling van een toekomstbestendige visie van zowel HBO instellingen als hogeschoolbibliotheken op de rol die bibliotheken kunnen en moeten spelen in onderwijsinstellingen. Waarom zou je het nog over verbindingen met het onderwijs hebben als je als bibliotheek al besloten hebt dat je alleen nog maar digitale diensten wilt gaan leveren? 100% digitaal is 100% onrealistisch.

Hoe je er ook naar kijkt.

#

Pagina 1 of 7123...Laatste »
  • © 2006- 2014 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top