Archive for the 'Licenties' category

Open leermiddelen en de Readerregeling

25/09/2011 om 12:32 Geplaatst door in Auteursrecht, Licenties

Afgelopen week kreeg ik een vraag via de mail van een docent die zijn lesmateriaal graag online wil zetten. Vanuit een ideaal van kennisdeling wilde hij zijn leermiddelen als open educational resources beschikbaar stellen maar liep hij tegen de beperkingen van Stichting PRO en de readerregeling aan. Deze stelt dat materiaal alleen aan studenten beschikbaar gemaakt mag worden en dus vroeg de docent naar de definitie van student in die regeling en of daar ruimte in zat om een oplossing te vinden teneinde zijn leermiddelen vrijelijk beschikbaar te maken. Hieronder volgt mijn antwoord, lichtelijk bewerkt om het iets algemener te maken.

Als je bij het ontwikkelen van leermiddelen gebruik hebt gemaakt van auteursrechtelijk beschermd (tekst) materiaal -of het nou korte of lange overnames zijn- dan heeft er een afdracht plaatsgevonden conform de readerregeling van Stichting PRO. PRO, en daarmee de readerregeling, regelt de uitvoering (en invulling qua procedure) van artikel 16 van de Auteurswet, de zogeheten onderwijsexceptie. Die stelt dat geen toestemming nodig is van auteursrechthebbenden, mits dit voor onderwijsdoelstellingen is en mits er een billijke vergoeding betaald wordt. De readerregeling kent een lange reeks bepalingen en definities die echter allemaal uitwerkingen zijn van het basisidee dat het om leermiddelen gaat ten behoeve van het gegeven onderwijs in een onderwijsinstelling.

Op het moment dat leermiddelen niet (alleen) meer beschikbaar gesteld worden aan studenten -waar ik geen definitie van kan vinden maar waar ik toch wel de inhoud van mijn portemonnee om durf te verwedden dat dit eenvoudig opgevat wordt als alle (of een selectie van de) bij de eigen onderwijsinstelling ingeschreven studenten-  maar ook openbaar gemaakt wordt buiten de eigen instelling aan een doelgroep die niet de eigen studentenpopulatie is, dan geldt eenvoudigweg die onderwijsexceptie niet meer. Wat de precieze definitie van een student is wordt daarmee ook een irrelevante discussie.

Bij open educational resources, wat de benaming is van vrijelijk beschikbare, met de maatschappij gedeelde leermiddelen, wil je ook dat het echt open is. Dat het (her)gebruikt kan worden want wat heb je anders aan kennis die met je gedeeld wordt? Vanuit bijv. WikiWijs maar ook Nederlandse en Amerikaanse universiteiten, die er een punt van maken leermiddelen vrijelijk beschikbaar te maken, worden daarom ook Creative Commons licenties gebruikt zodat hergebruikers weten wat ze wel en niet mogen met deze leermiddelen. Echter, een CC licentie kan alleen maar worden afgegeven door de auteursrechthebbende van de leermiddelen: je kunt alleen maar toestemming geven voor gebruik als je zelf de rechthebbende bent. In jouw voorbeeld ben je dus niet de rechthebbende van je lesmateriaal want je hebt materiaal van anderen gebruikt. Voor onderwijsdoeleinden heb je daar toestemming voor conform de onderwijsexceptie maar die heb je niet om deze verder openbaar te maken en te verspreiden. Rechten die je niet hebt kun je vervolgens ook niet vrijgeven aan potentiele hergebruikers van je lesmateriaal. Aangezien er geen exceptie van toepassing is, gelden de reguliere bepalingen van de Auteurswet en dat betekent dat je apart en specifiek toestemming van rechthebbenden moet verkrijgen voor dit gebruik als open educational resource. Dat kan dus gelden als je voor je lesmateriaal gebruik hebt gemaakt van teksten uit databanklicenties waarover de hogeschool beschikt -ook hierbij zal voor de meerderheid gelden dat gebruik binnen het onderwijs toegestaan is maar daarbuiten niet- maar ook voor al het materiaal waarvoor je afdracht aan PRO hebt betaald onder de Readerregeling. Je zult dus opnieuw toestemming moeten regelen voor al het gebruikte materiaal voor dit specifieke gebruik.

Ga ik nog even een stap verder en dan kom ik ook nog bij het feit dat je per definitie als docent niet eens de auteursrechthebbende bent van je ontwikkeld lesmateriaal; dat is je hogeschool namelijk. Daar is zowel de Auteurswet (artikel 7) als de CAO voor het hbo glashelder in. Ook je eigen instelling zou bezwaar kunnen maken tegen de openbaarmaking van je lesmateriaal, ook al zou je de rechten geregeld hebben van materiaal dat je zelf daarin hergebruikt hebt. Mijn ervaring is dat hogescholen niets doen met dit recht maar ze hebben dit recht wel degelijk, al staat dit eigenlijk haaks op de geuite wens om een open access, kennisdelende instelling te zijn.

Dat wil echter niet zeggen dat je het niet moet of kan doen. Mijn suggestie zou zijn om het binnen je hogeschool na te vragen (er is hoogstwaarschijnlijk niks geregeld op dit gebied) en simpelweg schriftelijk toestemming vragen van je eigen leidinggevende als je het netjes wilt regelen. Het kan ook een goed startschot zijn om de discussie eens op te starten over de mate waarin kennis daadwerkelijk gedeeld wordt.
T.a.v. in je lesmateriaal hergebruikt materiaal van anderen heb je de keuze om ofwel bij uitgevers/auteurs toestemming te vragen voor gebruik van hun teksten in je lesmateriaal dat je publiekelijk beschikbaar wilt maken danwel die ‘problematische’ teksten te schrappen en te vervangen door zelfgeschreven teksten of materiaal dat zelf al met een Creative Commons licentie kwam die hergebruik mogelijk maakt (let daar wel op de naamsvermelding eis). Op die manier kun je het dan zonder problemen online zetten voor anderen.

Ruim 2 jaar geleden is er een onderzoek geweest naar precies dit onderwerp: auteursrecht bij open leermiddelen en dat rapport geeft bijzonder helder alle aspecten en invalshoeken weer en, als het goed is, zou mijn antwoord daar ook mee moeten overeenstemmen. Je vindt daar ook meer informatie (op pagina’s 14 en 15) over de niet-toepasbaarheid van de Readerregeling bij open leermiddelen.

@afbeelding via Wikimedia Commons

Nog geen reacties

Licenties: het nieuwe werken met digitale content

24/09/2011 om 3:40 Geplaatst door in Library_2.0, Licenties

Ik lees regelmatig blogposts en artikelen die, ook in het digitale tijdperk, een grote rol weggelegd zien voor de informatiespecialist. Leren omgaan met bronnen, informatievaardigheden, het leren zoeken, vinden en beoordelen van informatie. Ja, ik denk dat hier zeker nog een wereld te winnen valt maar ik ben van mening dat informatiespecialisten in (hogeschool)bibliotheken ook hier niet kunnen concurreren met de Google’s en Amazon’s van deze wereld.

Leveranciers van informatie, met Google als treffend voorbeeld voorop, doen namelijk hun uiterste best om hun systemen aan te passen zodat gebruikers eenvoudig informatie kunnen zoeken, vinden en beoordelen. Informatiespecialisten zijn al ruim 15 jaar bezig om hun gebruikers aan te passen aan de immer veranderende omgeving en persoonlijk beschouw ik dat als dweilen met de kraan open. Leveranciers van content en zoeksystemen hebben zelf meer belang bij het aansluiten bij hun gebruikers dan dat informatiespecialisten dat hebben. Het is een race waarin leveranciers aan 1 kant en informatiespecialisten aan de andere kant streven naar perfectie en, hoewel ik niet denk dat we er ooit komen, vraag ik me serieus af waarom we de moeite doen. Waarom moeten informatiespecialisten zoveel tijd, ambitie en bestaansrecht investeren om systemen van contentleveranciers toe te lichten en eindgebruikers te begeleiden in het gebruik ervan? We lijken wel vertegenwoordigers die langs de deuren gaan om eindgebruikers op te voeden optimaal gebruik te kunnen maken van andermans systemen.

En dat terwijl er een groot gapend gat in de markt is die door informatiespecialisten grotendeels genegeerd wordt.

Dat gat omhelst niet het zoeken, vinden of beoordelen van de content, of het leren omgaan met al die digitale bronnen, maar zit een stapje hoger, namelijk de toegang tot de content. Dat gapende gat is bijzonder goed verborgen want waarom zou toegang tot content een probleem zijn in een tijdperk waar je overspoeld wordt met informatie. Het probleem is echter dat, ondanks al die vrijelijk beschikbare informatie, er een gigantische laag verborgen zit met content waarvoor je moet betalen en waar je niet eenvoudig gebruik van kunt maken. Als je al weet dat die content bestaat natuurlijk.

Waardevolle content is nogal niet zelden content waar je voor moet betalen. Voor een bibliotheek is dit geen onbekend verschijnsel want al vele jaren nemen bibliotheken abonnementen op databanken zodat eindgebruikers daar zelf weer gebruik van kunnen maken. En geven we instructies in het gebruik van die databanken zodat gebruikers er ook daadwerkelijk in kunnen zoeken en vinden.

Maar het einde van databanken als grote bundelingen van content -de we geven je zoveel mogelijk en jij betaalt zoveel mogelijk constructies- is in zicht. Bibliotheken zijn niet meer in staat dit te bekostigen en kunnen zich letterlijk en figuurlijk niet meer veroorloven om gigantische hoeveelheden content-die-men-niet-wil af te nemen en aan te bieden teneinde een miniscule hoeveelheid content-die-men-wel-wil aan te bieden. Bibliotheken, informatiespecialisten *en* leveranciers moeten af van het collectie denken, de big deal praktijken, en toe naar het aanbieden en leveren van alleen die content die een gebruiker ook daadwerkelijk wil.

Dat klinkt logisch maar de consequenties zijn enorm. Voor (hogeschool)bibliotheken staan dan niet meer de bronnen centraal maar de inhoud ervan. Wanneer mag de klant gebruik maken van content? Hoe mag die het hergebruiken (binnen bijv. het onderwijs) en wie heeft er allemaal wel of niet toegang? Waar betaal je nu eigenlijk voor en wat krijg je er daadwerkelijk voor terug? En waarom zou een bibliotheek dat betalen en niet de klant zelf? Ineens gaat het niet meer om de eigen selectie van bibliotheken en de aanwezige bronnen & systemen maar verandert de dienstverlening in bemiddelen tussen de specifieke vraag van een klant en het schier oneindige aanbod van contentleveranciers. Ineens gaat het niet meer om het aanschaffen van content ten behoeve van die klant (hoewel dat nog best voor kan komen) maar staat maar 1 doel centraal: krijgt de klant zijn content en kan die daarmee doen wat hij of zij voor ogen had? Wat heeft een docent aan informatie die niet in de digitale leeromgeving gebruikt mag worden? Wat heeft een student aan informatie die niet gebruikt mag worden in een verslag?

De informatiespecialist van nu moet het aanbod van contentleveranciers toegankelijk kunnen maken voor zijn of haar klanten. Dat zullen soms groepen zijn, vaak individuen maar ook -zoals vroeger- de gehele instelling zijn. Dat betekent afspraken maken over en afsluiten van licenties voor content tbv deze doelgroepen zodat je zeker weet dat je klanten de content kunnen (her)gebruiken zoals ze dat willen en waar ze wellicht ook zelf voor betalen. Leveranciers, uitgevers maar ook andere bemiddelende partijen als SURFdiensten, werken steeds meer met maatwerklicenties die het steeds vaker mogelijk zullen maken dat je alleen betaalt voor die content die je wilt afnemen, gedurende de periode dat jij die content nodig hebt en dat je die content mag hergebruiken. Zowel op instellings-, groeps- als individueel niveau.

De informatiespecialist van straks is geen expert meer in het collectioneren, ontsluiten en aanbieden van fysieke en digitale content maar is expert in het just-in-time toegankelijk maken van content van verschillende contentleveranciers voor verschillende doelgroepen met verschillende randvoorwaarden. Een mix van bibliothecaris, ICT-er, onderhandelaar, auteursrechtenkenner, adviseur en licentiemanager.

@foto via Flickr met CC licentie

1 reactie

Terug naar de toekomst

24/09/2011 om 9:42 Geplaatst door in Collectionering, Divers, Licenties, Mediacentrum 2.0

Twee weken geleden hield ik een korte presentatie over enkele ontwikkelingen in de prachtige wereld van informatievoorziening en de impact die deze (kunnen) hebben op de veranderende rol van hogeschoolbibliotheken. Nou is een korte presentatie houden sowieso al geen eenvoudige opgave voor mij -ik ben de mening toegedaan dat “kort en bondig” vooral onnodige concessies zijn aan ongeduldige of ongeinteresseerde toehoorders- maar in dit geval vond ik het extra lastig. Vanuit welk perspectief kijk je naar de diverse ontwikkelingen?

Vanuit de aanbod kant? Waar uitgevers, tergend langzaam, nieuwe modellen bedenken voor het aan de man brengen van vooral digitale informatie? Ebook platformen als MyiLibrary, Netlibrary, Ebrary enz die de rol onverholen overnemen van bibliotheken en zichzelf ook zo noemen? Waar informatieleveranciers zich minder en minder richten op bibliotheken als tussenpersonen maar de eindgebruikers rechtstreeks benaderen in een B2C aanpak? Waar nieuwe licentiemodellen ontwikkeld worden vanuit SURFdiensten die het op termijn mogelijk zullen maken dat het onderwijs rechtstreeks digitale content kan afnemen just-in-time en beperkt tot een specieke groep afnemers?

Moet je kijken naar de klant kant van hogeschoolbibliotheken? Daar waar hogeschoolbibliotheken studenten als hun klanten zien terwijl deze niet bepalend zijn voor de rol die je als bibliotheek hebt binnen je onderwijsinstelling, laat staan dat deze impact op het budget hebben? Waar je instelling vindt dat je een bijdrage moet leveren aan de kennisdoelstellingen van de organisatie, brede projecten waar informatiemanagement, kennismanagement en informatieprocessen aan bod komen en waar ze naar de hogeschoolbibliotheek kijken? Waar steeds meer gekeken wordt naar de meerwaarde die je als bibliotheek eigenlijk hebt voor de organisatie?

Of moet je de hand in eigen boezem steken en de wereld aanschouwen vanuit je eigen perspectief als bibliotheek? Waar weliswaar nog steeds behoefte is aan een centraal aangeboden (fysieke en digitale) collectie maar waar het tegelijk steeds lastiger wordt om digitale content aan te bieden met verminderde financiële middelen. Waar we ook zelf blijven pogen om te concurreren met de Google’s en Amazon’s van deze wereld en zo dicht mogelijk de aansluiting te zoeken bij het onderwijs teneinde helder te krijgen wat van ons verlangd wordt anno 2011.

Voor mijn presentatie heb ik gekozen voor zoveel mogelijk het eerste en een klein beetje het laatste perspectief. Je moet nu eenmaal ergens beginnen. Het beeld dat na alle presentaties -ik was niet de enige- bij mij bleef hangen was echter wel veelzeggend. We hebben als hogeschoolbibliotheek een serieus probleem met het meeveranderen. Een bibliotheek als intermediair tussen vraag en aanbod die een eigen selectie van informatiebronnen aanbiedt, dat gaat achter de dodo aan richting uitsterven.

Onze klant -het onderwijs- wil geen bibliotheek meer in de klassieke zin van het woord maar vraagt om eindgebruikersdiensten van informatieleveranciers, expertise en bijdragen over hoe informatie gebruikt kan worden in digitale leeromgeving en onderwijs, en wil dat er meegedacht en meegeholpen wordt in de uitvoering van onderwijs, onderzoek en ondernemen.

Onze toeleveranciers van vroeger omzeilen ons waar het maar mogelijk is en benaderen onze eigen eindgebruikers rechtstreeks met content die niet of nauwelijks meer opgenomen kan worden in een centrale collectie die toegankelijk voor iedereen moet zijn. Dialogen gaan niet meer over bestellingen en prijzen (alleen) maar over licenties, gebruiksvoorwaarden en technische aspecten van toegang tot die content.

Zelf moeten we ook nog wennen als hogeschoolbibliotheek. We zijn goed in het runnen van een bibliotheek maar die nieuwe dienstverlening, daar zijn we nog niet over uit. Welke rol willen en kunnen we gaan oppakken binnen onze instellingen? Kunnen en willen we onze traditionele visies en werkwijzen loslaten en los komen van die diensten die feitelijk allemaal rondom aanschaf en beschikbaar maken van boeken waren geconcentreerd?

Waar is die toekomst en hoe komen we terug? Terug naar de intermediair rol die we hadden maar dan met een andere invulling. Terug naar de toekomst waar informatiespecialisten nog steeds nodig zijn.

@foto via Flickr

Nog geen reacties

Online content en fair use: auteursrecht in de Digitale Agenda.nl

17/05/2011 om 6:53 Geplaatst door in Auteursrecht, Licenties

Vandaag stuurde het kabinet de Digitale Agenda.nl naar de Tweede Kamer, een nota die het ICT-beleid schetst voor de periode 2011-2015 en zich daarbij focust op de bijdrage die ICT kan leveren aan de economische groei in Nederland. In het document ‘ICT voor innovatie en economische groei’ (PDF) wordt er echter ook een paragraaf (2.6) gereserveerd om twee auteursrechtelijke punten aan te kaarten die vorige maand ook al in de Speerpuntenbrief Auteursrecht 20©20 vermeld stonden.

De eerste poogt het probleem te tackelen waarom de markt zo achterblijft met legale online content die offline wel beschikbaar is en wil de belemmeringen hiervoor weghalen:

Creatieve content die offline is te verkrijgen, is vaak niet legaal online beschikbaar. Het kabinet vindt dat voldoende legaal aanbod het beste antwoord is tegen illegaal aanbod en wil dat in 2013 de creatieve content die offline in Nederland beschikbaar is en digitaal aangeboden kan worden, ook op legale wijze digitaal beschikbaar komt. Hiertoe moeten territoriale beperkingen van auteursrechtlicenties worden opgeheven zodat grensoverschrijdende  (pan-Europese) auteursrechtlicenties mogelijk worden. Versnipperde licentieverlening vormt op dit moment namelijk een drempel voor creatieve ondernemers die online content willen aanbieden door de gehele EU. Het kabinet steunt daarom de voornemens die de Europese Commissie in haar Digitale Agenda heeft geformuleerd. Daarnaast gaat het kabinet onderzoek doen naar het beleid dat rechthebbenden volgen voor het aanbieden van hun content op de online markt, de licentievoorwaarden die zij stellen en of zij bereid zijn financiële risico’s te delen met innovatieve bedrijven die deze producten online willen aanbieden. Nationaal zullen de uitkomsten op bestuurlijk niveau worden besproken in het kader van te maken afspraken over het structureel vergroten en verbeteren van het aanbod van nieuwe legale verdienmodellen, welke het kabinet wil maken met rechthebbenden, collectieve beheersorganisaties en Internet Service Providers.

Nu is ‘onderzoek doen naar’ heel wat anders dan concrete resultaten met elkaar afspreken (het blijft een politiek stuk natuurlijk) maar ik beschouw het als een goede ontwikkeling dat er wat meer druk komt om uberhaupt verdienmodellen te ontwikkelen waarbij content online en legaal beschikbaar komt. Zelfs bij de huidige partijen die goed bezig zijn, loop ik nog regelmatig tegen die territoriale beperkingen op. Muziek- (Spotify) en videodiensten (Crunchyroll) hebben afhankelijk van waar je woont een varierend aanbod en dit staat hoog op mijn lijstje van frustraties.

Het houdt echter nog niet op in de nota over auteursrecht. Met alle beperkingen, maar ook excepties, in de Auteurswet is het niet-commercieel hergebruiken van auteursrechtelijk beschermd materiaal nog geen sinecure. Daar waar het Amerikaans recht (o.a.) een fair use bepaling kent om dit soort hergebruik te faciliteren, wil nu ook het kabinet kijken of een fair use bepaling een oplossing kan zijn:

Naast het wegnemen van de barrières voor online aanbod van creatieve content is het kabinet van mening dat het auteursrecht moet worden aangepast op de 21e eeuw. De snelle technologische ontwikkelingen en de mogelijkheden die ontstaan voor consumenten zetten de bestaande limitatieve lijst van uitzonderingen op het auteursrecht onder druk. Het kabinet zet zich daarom in voor een ‘fair use’ uitzondering die in eerste instantie is gericht op het stimuleren van (nietcommercieel) creatief hergebruik van werken. Daarnaast wil het kabinet weten welke gevolgen het ontbreken van een ‘fair use’ uitzondering in de Europese richtlijn auteursrecht heeft voor commerciële exploitatie van beschermde werken en het innovatieklimaat in Nederland.

Ook hier formuleert het kabinet het zeer voorzichtig en is de actie om dit jaar te starten met een onderzoek naar dit onderwerp maar een fair use uitzondering in de Europese richtlijn auteursrecht zou best een potentieel ingrijpende wijziging kunnen opleveren in de Nederlandse intellectuele eigendomswetgeving.

@foto Jaremfan

Nog geen reacties

Soms moet je ook nee zeggen

01/04/2011 om 11:05 Geplaatst door in Licenties

Disclaimer: ook al gebruik ik natuurlijk mijn ervaringen vanuit zowel mijn rol bij Windesheim als mijn rol als lid van de SHB werkgroep licenties in onderstaande blogpost, ik wil benadrukken dat het hier om mijn persoonlijke mening gaat. Om het maar even duidelijk vooraf te hebben zeg maar.

Recentelijk werd ik er weer aan herinnerd dat je ook tijdens een (licentie)onderhandeling ‘nee’ kunt of moet zeggen. Dat kan natuurlijk een ‘nee’ zijn tegen prijsvoorstellen maar waar het eigenlijk veel vaker spannend wordt zijn de randvoorwaarden.

Als hogeschoolbibliotheek wil je vanzelfsprekend niet meer betalen dan dat je over hebt voor bepaalde content maar ook al is er wel beperkte onderhandelruimte, je bent toch relatief snel klaar met praten over de prijs. Take it or leave it aan beide kanten van de onderhandelingstafel.

De randvoorwaarden zijn interessanter: of het nu gaat om de mogelijkheid om content ook buiten de instelling te kunnen gebruiken (thuistoegang), het verkrijgen van gebruiksstatistieken (managementinformatie) of de mogelijkheid om digitale content vrijelijk te gebruiken in de elektronische leeromgevingen van de onderwijsinstellingen, hier ontstaat nog wel eens ruis op de lijn.

Een goed voorbeeld is het NEN. Zoals ze zelf op de site aangeven zijn ze ‘de betrouwbare partner in het opstellen van nationale, Europese en internationale normen‘ Het NEN is echter in Nederland ook de (monopolistische) partij die NEN normen op papier, en tegenwoordig digitaal, verkoopt in de markt. Ingenieursbureau’s, architectenbureau’s, organisaties die zich bezighouden met bouw of kwaliteitszorg maar ook het hoger onderwijs dat opleidt voor al die vakgebieden waar normen gebruikt worden. Dat maakt echter dat het NEN een beetje een tweekoppige draak is: ze hebben een commerciele insteek want normen worden niet gratis beschikbaar gesteld maar er zit ook een ideële kant aan het verhaal want ze vinden, en hebben belang bij, dat er in het hoger onderwijs goed en veel gebruik gemaakt wordt van normen. In de beroepspraktijk van veel vakgebieden zijn normen best belangrijk en als je al bekend bent met normen tijdens de opleiding, dan snijdt het mes aan twee kanten natuurlijk.

En toch is al jarenlang lastig om fatsoenlijke afspraken te maken tussen bibliotheken en NEN rondom die randvoorwaarden. Twintig jaar geleden stonden er voorwaarden bij de koopovereenkomsten van papieren normen dat er geen kopieerapparaten mochten staan in de bibliotheken waar papieren normen aanwezig waren. Dure normen zouden namelijk zo maar gekopieerd kunnen worden en zeker voor die kostbare normen (die volgens mij per gram papier duurder waren dan de toenmalige goudprijs) zou dat onacceptabel zijn. Derving van inkomsten voor het NEN? Ja, of toch niet want het NEN heeft geen winstoogmerk. Deed dat afbreuk aan de ideële doelstelling? Bepaald niet want als je wilt dat het gebruikt wordt in het onderwijs, zul je het toch niet alleen in de bibliotheek moeten hebben staan.

Anno 2011 is er niet veel veranderd aan dat hinken op twee gedachten. Normen zijn nu digitaal beschikbaar via het NEN en dat wordt enerzijds positief gebracht als laagdrempelige en eenvoudige toegang tot normen maar anderzijds dus niet zo positief gebracht als te laagdrempelig omdat kopieren en verveelvoudigen van digitale normen ook eenvoudiger is geworden. Tot de dag van vandaag blijken die randvoorwaarden lastiger te bespreken dan de kosten van die normen zelf.

Soms moet je ook nee zeggen, moet het NEN gedacht hebben na de recentste gesprekken tussen hogeschoolbibliotheken en NEN over het breed toegankelijk maken van alle (digitale) normen voor het hoger onderwijs. Zij gingen akkoord qua prijs maar niet qua randvoorwaarden. Wat het NEN precies wil is onduidelijk. Willen ze (strengere) DRM? Een HBO politie die als een soortement BREIN ongewenste verspreiding van digitale normen tegengaat? Wie zal het zeggen.

Soms moet je ook nee zeggen, denk ik nu ook zelf. Nee tegen alle beperkende randvoorwaarden die een leverancier stelt aan het kunnen gebruiken van digitale content in het onderwijs. Waar doen we dit anders voor?

@foto

Nog geen reacties

[intranetblog] De readerregeling in het digitale tijdperk: maak gebruik van de goede content!

11/02/2011 om 4:16 Geplaatst door in Auteursrecht, Licenties, Uit mijn andere blog gegrepen

Vorige maand beschreef ik eerst hoe het met de papieren readers allemaal geregeld is in de readerregeling en twee weken geleden ging ik in op hoe deze regeling gebruikt wordt met digitale artikelen en boeken. In deze voorlopig laatste post over dit onderwerp laat ik de regeling helemaal los en ga ik het hebben over de opties die je hebt om Stichting PRO volledig buiten beeld te laten met readerregeling en al.

De Stichting PRO, is een voorbeeld van een collectieve beheerorganisatie die er voor zorgdraagt dat de betalingen van de in artikel 16 Auteurswet bedoelde vergoedingen, collectief geïnd worden. Artikel 16 beschrijft namelijk de onderwijsuitzondering en stelt dat het overnemen van (korte) werken of korte gedeelten van werken toegestaan is ter toelichting van het onderwijs. De readerregeling geeft hier invulling aan en werkt dit op detailniveau uit voor het hbo.

Daarmee gaat de gehele regeling dus uit van werken die onder de bescherming vallen van de Auteurswet. Maar wat als de auteur of uitgever expliciet aangegeven heeft dat je zijn werken mag hergebruiken, bijvoorbeeld via de eerder besproken Creative Commons licentie? Ook staan overeenkomsten met databankleveranciers soms toe dat de inhoud van die databanken voor onderwijsdoeleinden gebruikt mag worden. Dan kunnen dan bijvoorbeeld nog steeds auteursrechtelijk beschermde artikelen zijn maar omdat toestemming is gegeven via een licentieovereenkomst, mag je deze vrijelijk in Blackboard of je reader gebruiken zonder dat de readerregeling of Stichting PRO in beeld komt. Contractrecht (waar deze overeenkomsten onder vallen) weegt zwaarder dan de Auteurswet.

Dat betekent dus feitelijk dat je een keuze hebt als je digitaal materiaal in je Blackboard omgeving of digitale reader wilt opnemen. De weg van de ogenschijnlijk minste weerstand, waarin je (snel) artikelen en ebooks bij elkaar verzamelt en dit doorgeeft aan stichting PRO. Of de weg waarin je kijkt naar, en selecteert op, wat de auteur of uitgever je toestaat bij een specifiek artikel of ebook. Zoeken naar materiaal op Wikiwijs bijvoorbeeld, voorzien van een Creative Commons licentie of materiaal in een databank waar de rechten al voor geregeld zijn. Geen van deze typen materialen vallen onder de readerregeling.

Windesheim beschikt, via het Mediacentrum, over een groot aantal databanken met digitale informatie in de vorm van artikelen, ebooks en videomateriaal. Hoewel het niet voor alle geldt, is het voor het merendeel van deze databanken toegestaan de content te gebruiken in de digitale leeromgeving. Een mooi voorbeeld is Lexis Nexis Newsportal, een databank waarin nieuwsartikelen uit alle landelijke en regionale dagbladen zijn opgenomen, aangevuld met een groot aantal buitenlandse kranten. Ook al zijn de artikelen zelf allemaal auteursrechtelijk beschermd en zou je bij opname van de oorspronkelijke papieren versie in een reader dit moeten opgeven bij stichting PRO, het opnemen van artikelen in (digitale) coursepacks is specifiek toegestaan bij Lexis Nexis. Je hoeft dus niets op te geven bij stichting PRO als je het digitale artikel uit deze databank in je Blackboard module zet.

Eigenlijk is dat toch de weg van de minste weerstand? Je kunt veel werk besparen door even goed van te voren na te denken welk materiaal behalve inhoudelijk, ook qua mogelijkheden t.a.v. gebruik, het meest geschikt is.

5 reacties

[intranetblog] Creative Commons in het onderwijs: WikiWijs

01/10/2010 om 10:34 Geplaatst door in Auteursrecht, Licenties, Uit mijn andere blog gegrepen


Dat er veel Open educational resources, leermateriaal, in de Engelse taal te vinden zijn, daar had ik het vorige week al over. Een behoorlijk compleet overzicht van overkoepelende collecties (zoals de vorige keer genoemde Connexions), hoger onderwijs instellingen die materiaal maken en aanbieden maar ook discipline specifieke collecties kun je vinden op de WikiWijs contentoverzichtspagina voor het hoger onderwijs.

Met zoveel internationale initiatieven kan Nederland natuurlijk niet achterblijven. Ook al dragen de TU Delft, de Open Universiteit en NARCIS al een stevig steentje bij, in december 2008 lanceerde Minister Plasterk het idee voor Wikiwijs, als antwoord op het advies ‘Onderwijs en open leermiddelen’ van de Onderwijsraad.’

Zoals WikiWijs zichzelf omschrijft:

Wikiwijs wordt in Nederland een plek op internet waar elke leraar leermateriaal kan vinden, gebruiken en aanpassen, van basis- tot universitair onderwijs. Je kunt ook leermateriaal zelf ontwikkelen, bewaren en delen met collega’s. Wikiwijs is een platform waar leraren kennis over en ervaringen met open leermateriaal kunnen uitwisselen en zo nodig professionele ondersteuning vinden.

Kortom, heb je leermateriaal over een bepaald onderwerp of vak gemaakt en wil je dit delen, zoek je leermateriaal dat aansluit bij specifieke leerdoelen of wil je gewoon bruikbare tips die jouw lessen nóg boeiender maken? Volg dan de ontwikkelingen op deze site!

Wikiwijs is gebaseerd op het basisprincipe van de wiki (gezamenlijke samenstelling van content over een bepaald onderwerp) en is, kort samengevat, een ‘open op internet gebaseerd platform, waar leraren open leermiddelen kunnen vinden, gebruiken (door)ontwikkelen en delen.’

In Wikiwijs staat het uitgangspunt centraal dat al het materiaal vrij in het onderwijs te gebruiken is en dat daarmee dus al het vrij te gebruiken materiaal elders op internet opgenomen kan worden in WikiWijs. WikiWijs is niet alleen een plek waar materiaal zelf wordt gemaakt en ontsloten, het sluit aan bij vele andere initiatieven die al via internet toegankelijk zijn en ondersteunt die door hun content beschikbaar te maken. Eigenlijk een soort Google van vrij te gebruiken onderwijsmateriaal. In WikiWijs kun je dan ook de bestaande collecties met leermaterialen individueel vinden. Voor het hoger onderwijs maakt WikiWijs gebruik van LOREnet dat daarmee dus inderdaad een nieuwe impuls krijgt en waar nu meer dan 150.000 materialen in te vinden zijn. Sinds 29 september is de hoger onderwijs pagina ook operationeel in WikiWijs dus is er geen reden om niet even een kijkje te nemen!

Al het onderwijsmateriaal is vrij te gebruiken onder de meest ruimte Creative Commons licentie, de CC-BY, wat inhoudt dat je alleen maar aan naamsvermelding hoeft te doen als je materiaal uit WikiWijs gebruikt. Zowel de gebruikers maar ook instellingen kunnen een beoordeling meegeven aan het materiaal in WikiWijs zodat je ook vooraf een indicatie hebt hoe het met de kwaliteit is gesteld.

Let op
Het is echter wel zo dat de ruime CC-BY licentie alleen geldt voor de content die in de eigen WikiWijs repository is opgenomen. Doordat het ook inhoud van andere collecties ontsluit en vele verwijzingen bevat naar modules, lesmethoden enz die elders in databases zijn opgenomen, zal het zo zijn dat daarvoor andere voorwaarden gelden en dat je tegen veel meer beperkende CC-licenties aan zult lopen. Zo bevat WikiWijs ook verwijzingen naar content van educatieve uitgevers waar je alleen maar tegen betaling gebruik van kunt maken en waar je absoluut niet vrijelijk mee je eigen onderwijsmateriaal kunt arrangeren. Het blijft goed opletten helaas welke voorwaarden gelden voor het materiaal dat je zou willen gebruiken aangezien zo’n beetje alle typen licenties voorkomen: bijna alle CC-licenties, de GNU licentie maar ook voorwaarden die door uitgevers zelf zijn geformuleerd. De disclaimer van WikiWijs licht dit toe en het is veelzeggend hoe lang deze is.

Volgende keer iets meer auteursrecht en wat minder promotie als ik poog samen te vatten welke mogelijkheden de (analoge en digitale) kopie voor eigen gebruik beperkingen bieden voor het onderwijs.

Nog geen reacties

[intranetblog] Creative Commons in het onderwijs: Open educational resources

25/09/2010 om 6:48 Geplaatst door in Licenties, Uit mijn andere blog gegrepen


Dat Creative Commons licenties gebruiken een goede manier is om mensen ook de mogelijkheid te geven je werken te (her)gebruiken, is natuurlijk vooral van toepassing als je veel materiaal maakt. Echter, juist voor het onderwijs waarin veel content wordt gecombineerd, aangepast en bijgewerkt, is Creative Commons een uitkomst. Immers, als docent zou je idealiter vrijelijk (dus met toestemming) gebruik willen maken van andermans materiaal en als je daar dan vervolgens op voortbouwt, is het ook redelijk om dat materiaal zelf beschikbaar te maken voor anderen.

Hoewel de cultuur van delen ook in het onderwijs nog niet echt prevaleert, zijn de meesten wel overtuigd van het voordeel om bij het ontwikkelen van eigen onderwijsmateriaal niet telkens het wiel zelf te hoeven uitvinden en gebruik te kunnen maken andermans materiaal.

Ontwikkelde onderwijsmaterialen die vervolgens vrijelijk gebruikt, aangepast en verspreid mogen worden worden Open educational resources genoemd. Wereldwijd zijn er vele initiatieven ontplooid om leraren en docenten in alle typen onderwijs te stimuleren en te faciliteren om hun zelfontwikkeld materiaal beschikbaar te maken voor anderen. Creative Commons licenties bieden de auteursrechtelijke mogelijkheden voor auteurs om deze materialen aan te bieden en daarmee dus gebruikers de mogelijkheden om deze te gebruiken. Materialen varieren van Powerpoints en eenvoudige documenten tot volledige lesmethoden met interactieve werkvormen maar ook complete studieboeken die door auteurs uit het onderwijsveld aangeboden worden.

In met name Engeland en Amerika gaat deze ontwikkeling erg hard. Dat betekent helaas ook dat het Engelstalige materiaal niet zo eenvoudig toepasbaar is voor het Nederlandse onderwijs maar toch kan het de moeite waard zijn om bij collega’s over de grens te kijken.

De Creative Commons site heeft een handige overzichtspagina waar men verwijzingen naar repositories met OER onderwijsmateriaal verzamelt. Deze ga ik niet allemaal apart bespreken maar Connexions en OER Commons zijn twee grote sites die veel materiaal hebben op veel vakgebieden, onder de ruime CC-BY licentie (alleen naamsvermelding). MIT (Massachusetts Institute of Technology) biedt zelfs hele modules aan onder een CC BY-NC-SA licentie (naamsvermelding, niet commercieel, gelijkdelen) sinds 2004 en heeft er inmiddels bijna 2000 modules digitaal staan.

In Nederland zijn ook pogingen gedaan om Nederlandstalig onderwijsmateriaal te verzamelen en beschikbaar te maken, eveneens met gebruik van CC licenties. LOREnet (Learning Objects REpository network) is daar de bekendste van maar ondanks veel goede wil en een goede technische infrastructuur struikelde dit initiatief op het grootste probleem, namelijk de bereidwilligheid van docenten om leermiddelen te delen met anderen.

Die deelcultuur, of beter gezegd het gebrek er aan, is een interessant fenomeen. Aan 1 kant vinden mensen het lastig dat er iets als auteursrecht bestaat waardoor je niet eenvoudig, gratis en zonder problemen andersmans materiaal mag gebruiken, aan de andere kant is er ook maar weinig zin te bespeuren om het eigen materiaal dan zelf te delen met anderen. Het lijkt een patstelling op te leveren die vooral op principes gebaseerd is. Gelukkig is er wel een voorbeeld in Nederland wat wel lijkt te werken, namelijk het zelfstudiemateriaal dat de Open Universiteit Nederland gratis ter beschikking stelt. Een mooie uitwerking waarmee de samenwerking met andere docenten (op afstand) vergroot wordt, studenten eenvoudiger met het materiaal kunnen werken, en er zelfs feedback te krijgen valt van buiten de onderwijswereld.

Volgende week de derde blogpost over Creative Commons in het onderwijs over het initiatief van voormalig minister van onderwijs Plasterk om een Nederlandse versie van een OER repository te lanceren die moet slagen waar LOREnet het niet voor elkaar kreeg: WikiWijs.

Verder lezen?

3 reacties

[intranetblog] Wat is Creative Commons?

17/09/2010 om 11:10 Geplaatst door in Licenties, Uit mijn andere blog gegrepen


Van rechten hebben tot rechten geven

Auteursrecht lijkt voor iemand die gewoon gebruik wil maken van andersmans creaties vaak erg lastig. Dat komt vooral omdat auteursrecht nu eenmaal een recht van de maker is om zijn of haar originele werk openbaar te maken en te verveelvoudigen. Dat recht heeft een maker automatisch en betekent dat een gebruiker van dat werk rekening te houden heeft met de wettelijke (on)mogelijkheden die daarmee gepaard gaan.

Als je echter de auteursrechthebbende bent van een werk mag je dus (tot zekere hoogte) zelf bepalen wat er met je werk gebeurt en dat hoeft niet perse zo dwingend te zijn voor een eindgebruiker. Het kan best zijn dat een auteur, kunstenaar, wetenschapper, docent of andere creatieve maker flexibeler om wil gaan met hun auteursrechten en anderen juist wel mogelijkheden wil bieden om gemaakte werken te (her)gebruiken voor bepaalde doeleinden. Het is immers beter om te geven dan om te nemen, nietwaar?

Creative Commons
Creative Commons biedt precies deze mogelijkheid via een zestal vrijelijk beschikbare standaardlicenties waarin de auteursrechthebbende kan bepalen in welke mate (en voor welke doeleinden) zijn of haar werk verder verspreid mag worden, en onder welke voorwaarden dit mag. Het gebruik van een dergelijke licentie doet niets af van alle rechten die je hebt maar je geeft eigenlijk vooraf al toestemming voor een specifiek gebruik van je werk. Je kunt zelfs middels een verklaring (de zgn CC0 verklaring) aangeven volledig afstand te doen van je auteursrechten en je werk voor het publieke domein vrij te geven.

Welke licenties en hoe onderteken ik die?

Alle Creative Commons licenties staan gebruikers toe om kopieën van het werk te maken en die verder te verspreiden. Er zijn vier bouwblokken die onderdeel van de licentievoorwaarden kunnen zijn:

  • Naamsvermelding (BY: Attribution by)by
    Je staat anderen toe om het werk waar jij auteursrecht op hebt te kopiëren, distribueren, vertonen, en op te voeren, en om afgeleid materiaal te maken dat op jouw werk gebaseerd is – maar uitsluitend als jij vermeld wordt als maker. Deze voorwaarde zit in alle licenties;
  • Niet-commercieel (NC: Non-Commercial)nc-eu
    Anderen mogen je werk kopiëren, vertonen, distribueren en opvoeren, alsmede materiaal wat op jouw werk gebaseerd is, mits niet voor commerciële doeleinden;
  • GeenAfgeleideWerken (ND: No Derivatives)nd
    Anderen mogen je werk kopiëren, distribueren, vertonen en opvoeren mits het werk in de originele staat blijft. Het is niet toegestaan dat anderen jouw werk gebruiken als basis voor nieuw materiaal;
  • GelijkDelen (SA: Share Alike)sa-1
    Je staat anderen toe om van jouw werk afgeleid materiaal te maken onder de voorwaarde dat zij het onder dezelfde licentie vrijgeven als het originele werk. Deze voorwaarde komt uiteraard nooit samen voor met ‘GeenAfgeleideWerken’.

Op volgorde van meest ruime tot meest beperkende, zijn er dan de volgende 6 licenties te onderscheiden. Ze hoeven niet getekend te worden door de maker of een gebruiker maar zijn toe te kennen (en te herkennen) via een logo met symbolen die de bouwblokken van de licentie aangeven.

Hoe geef ik zo’n CC licentie mee en wat kan ik er mee als gebruiker?
Creative Commons is behalve een set aan licenties ook een soort ideologisch goed geworden. Als niemand zijn documenten, artikelen, foto’s of andere werken zou willen delen met anderen, dan zou er ook nooit voortgebouwd kunnen worden op die werken. Vooral op internet zou dit grote consequenties hebben en dat betekent dat vooral op het web er diverse mogelijkheden zijn om Creative Commons licenties mee te geven. Op websites kan worden verwezen naar een CC licentie via bovenstaande symbolen en gebruik van zgn. metadata in de site zodat bijv. Google het ook als zodanig herkent. Bij sites als Flickr (voor foto’s) wordt expliciet aan iedereen gevraagd of men gebruik wil maken van deze mogelijkheden en het logo waarmee deze post begon is dan ook afkomstig van 2 losse afbeeldingen op Flickr. Bijna alle informatie op Wikipedia is eveneens vrijgegeven onder een CC licentie waardoor je inderdaad als eindgebruiker gewoon die teksten mag gebruiken in bijv. het onderwijs.

Doordat er steeds meer en meer Creative Commons licenties worden gebruikt, wordt het dus ook steeds eenvoudiger om informatie, afbeeldingen, documenten, video en nog veel meer te vinden die met zo’n CC licentie komt. Via de zoekmachines op internet maar ook allerlei gespecialiseerde websites wordt het dan mogelijk om materiaal te vinden wat je, veelal alleen met een bronvermelding (naamsvermelding), zonder problemen mag gebruiken en aanpassen voor eigen gebruik. Er is geen toestemming nodig en je bent dan niet illegaal bezig.

Prachtig toch?

In toekomstige blogposts zal ik nog verder in gaan op specifieke mogelijkheden om video, afbeeldingen en zelfs lesmateriaal te vinden die middels een Creative Commons licentie vrijelijk gebruikt mogen worden in het onderwijs.

@ blogpost logo is afkomstig van CC logo en CC:by-sa logo

1 reactie

Licenties zoals het hoort

04/08/2010 om 5:11 Geplaatst door in Licenties, Software

Lang geleden, toen ik nog een arme student was had ik nog wel eens illegale software op mijn pc staan. Weinig dingen vond ik leuker dan nieuwe tooltjes uit te proberen die ik dan met een crack ontdeed van de noodzaak ervoor te betalen. Daar had ik weinig gewetensbezwaren over want meestal ging die software na luttele dagen alweer van mijn pc af en met een studiebeursje kon ik moeilijk netjes gaan betalen voor al die software.

Inmiddels is er geen software op mijn pc’s meer te vinden waar ik niet netjes een licentie voor heb. Of ik heb er keurig voor betaald (het scheelt wel dat ik als medewerker in het onderwijs via Surfspot software goedkoop kan kopen), of het is open source software welke de laatste paar jaren ook explosief gegroeid is in omvang. Het is bijna onthutsend hoeveel goede software je gratis kunt gebruiken voor privegebruik.

Met open source software heb je het probleem in elk geval niet dat je moet opletten of je het wel op al je pc’s mag installeren. Veel betaalde software kent de beperking dat je het maar op 1 computer mag installeren en dan sta je toch wat zuur te kijken naar je voorraadje pc’s. Natuurlijk, we hebben misschien iets meer dan gemiddeld aan pc’s in huis staan (vier pc’s en twee laptops) maar je loopt al snel tegen problemen aan als je de nieuwe Office 2010 maar op 1 van die pc’s mag installeren met die goedkope Surfspot licentie.

Daarom kijk ik altijd erg goed (of vraag het na bij de leverancier) of je voor prive gebruik software op alle eigen pc’s mag gebruiken, voordat ik een pakket registreer en aanschaf. Jaren geleden kreeg ik nog een sympathiek mailtje van de maker van mIRC dat dit geen enkel probleem voor hem was bij registratie en vorige week mailde de supportafdeling van Rarlabs, de makers van WinRAR, met een quote uit hun End User License Agreement:

A single computer usage license. The user purchases one license to use RAR archiver on one computer.
Home users may use their single computer usage license on all computers which are in property of the license owner.
Business users require one license per computer RAR is installed on.

Zoals het hoort voordat ik er geld aan uitgeef!

Nog geen reacties

« Newer posts Older posts »