Anders kijken naar illegale downloads: het zijn de nieuwe kijkcijfers!

game of thrones
In 2012 was Game of Thrones de meest gedownloade tv serie. Illegaal wel te verstaan. De seizoensfinale werd maar liefst 4,2 miljoen keer gedownload via bittorrent en daar konden de overige tv series niet aan tippen. Het feit dat de serie uitgezonden wordt op een (betaalde) kabelzender, en de beschikbaarheid daarmee relatief beperkt is, werd ingeschat als een waarschijnlijke reden voor de twijfelachtige eer die Game of Thrones daarmee ten deel viel.

Daar waar de meeste tv- en filmstudio’s hun uiterste best doen om illegale downloads van ‘hun’ tv series koste wat het kost te bestrijden pakt HBO – de zender die Game of Thrones uitzendt – het net iets anders aan. Niet dat ze blij zijn met illegale downloads maar ze erkennen dat je er wel voor moet zorgen om je serie dan ook wereldwijd beschikbaar te krijgen en dat er zo min mogelijk tijd moet zitten tussen de uitzending van een aflevering in Amerika en elders in de wereld. Zodat mensen in ieder geval de optie hebben om het legaal te kijken.

De regisseur van Game of Thrones ging nog een stapje verder en stelde dat er door het downloaden juist veel aandacht voor de serie is op sociale media. Dat zou aanzienlijk belangrijker zijn dan kijkcijfers om het voortbestaan van de serie te garanderen. Het lijkt wel of iedereen de serie kijkt en het erover heeft terwijl die, ook in Nederland, alleen maar via HBO wordt uitgezonden op tv.

En die mensen kopen schijnbaar alsnog de dvd’s en blurays. Grote stapels van beide seizoenen zag ik vorige week in de Mediamarkt liggen en het gaat goed met de verkoop ervan. Ook in Amerika want zelfs de zendercoöordinator van HBO sloot zich vorige week aan bij de opmerkingen van de Game of Thrones regisseur. Ondanks alle illegale downloads is de serie met afstand de topverdiener voor de kabelzender.

“I probably shouldn’t be saying this, but it is a compliment of sorts,” Lombardo said. “The demand is there. And it certainly didn’t negatively impact the DVD sales. [Piracy is] something that comes along with having a wildly successful show on a subscription network.”

Illegale downloads als kijkcijfers beschouwen en als mogelijkheid zien om de afzetmarkt voor de dvd’s en blurays te vergroten. Nieuwe distributiemodellen bedenken om in te spelen op de redenen waarom mensen je series uberhaupt downloaden. Het kan dus wel.

HBO hoeft zich overigens in 2013 geen zorgen te maken over de titel van meest gedownloade tv serie. Ook de eerste aflevering van het nieuwe seizoen brak vorige week records.

Wanneer kan ik de blurays kopen? ;)

#

Datajournalistiek bij RTL Nieuws

datajournalistiek bij RTL Nieuws

RTL Nieuws maakt (mooi) werk van datajournalistiek en heeft vandaag RTL Nieuws Facts gelanceerd op hun site. Daar zijn inmiddels enkele items te vinden over o.a. de griep in Nederland en de stijging van woningprijzen maar centraal op de pagina staat de zoekbalk Facts in jouw buurt.

Als je hier je postcode of naam van je gemeente invult krijg je enkele statistieken te zien die voor jouw gemeente gelden. Ook verandert het kopje dan in Facts in <je gemeente> (Deventer bij mij) en wordt zo te zien een deel van de RTL Nieuws site gepersonaliseerd hierop. Het artikel over de stijging van woningprijzen bevat na het opgeven van je gemeente dan ook ineens de lokale woningprijzen.

Hopelijk gaan we nog veel meer van dit soort toepassingen zien. RTL Nieuws is in elk geval goed bezig en zijn zelfs op Twitter gegaan met een apart RTL Nieuws Facts account. Waar we hopelijk ook veel statistieken en feitjes op te lezen gaan krijgen ;)

#

Twittervisualisatie in realtime met Tweetping

tweetping

Heel praktisch is het misschien niet. Een wereldkaart waar, vanaf het moment dat je naar de site gaat, in realtime de tweets voorbij flitsen in moordend tempo. Maar Tweetping pakt het prachtig aan. Een permanent donkere kaart waar elke clustering van tweets een lichtpuntje oplevert en waar geleidelijk geheel Noord Amerika, Europa en Azië beginnen op te lichten.

Ondertussen zie je de tellers per werelddeel snel oplopen die de aantallen tweets, woorden en karakters weergeven. De laatste tweets, hashtags en mentions zappen zo snel voorbij dat je het niet meer volgen kunt.

Nee, praktisch is het niet maar het is wel enorm Zen. Ik was ineens een half uur verder terwijl ik poogde te achterhalen in welke landen de tweets opdoken, langzaam hele gebieden verlicht zag worden en geïntrigeerd was door de gigantische hoeveelheden data die dus alleen al via Twitter de wereld rond gaan. Het dashboard met de tellers kun je ook wegklappen waardoor je even weg kunt dromen bij deze leuke site.

Het enige wat nog ontbreekt aan Tweetping is de mogelijkheid om een goed muziekje erbij te kunnen luisteren. Maar die kun je er zelf bij zoeken natuurlijk.

(Getipt door datajournalistiek.nl)

#

Nog meer Twitter analyse en visualisatie sites

Nadat ik gisteren uitgespeeld was met Tweet Archivist ging ik op zoek naar andere tools om meer te doen met tweets. Enerzijds om te kijken of er handige manieren waren om tweets met een specifieke hashtag leuk/mooi te presenteren zoals je dat bij congressen of andere bijeenkomsten wel eens ziet. Anderzijds leek het me wel aardig om tools te vinden waarmee je tweets kunt analyseren en visualiseren met behulp van grafieken en statistieken. Het zal je waarschijnlijk niet verbazen dat er veel van dit soort sites zijn maar ik heb de onderstaande in ieder geval allemaal uitgeprobeerd en die gaan zeker nog wel een keer gebruikt worden.

Presenteren van tweets
Ooit had je het hele handige Twitterfountain die alle tweets met een bepaalde hashtag één voor één liet zien alsof het, jawel, een fontein van losse tweets was. Die site is inmiddels verleden tijd maar er zijn gelukkig andere sites die nu hetzelfde doen. Zo heb je het degelijke maar beetje saaie twitterwall.me en het visueel aantrekkelijke anothertweetonthewall.com waar je beeldvullend alle tweets individueel voorbij ziet komen.

Visible Tweets is echter mijn favoriet. OK, de achtergrondkleuren zijn wel heel erg fel maar je kunt behalve hashtags alle tweetzoekacties uitvoeren die je bij twitter ook kunt uitvoeren, het wordt realtime bijgewerkt en je kunt kiezen uit drie verschillende soorten animaties. Ook Visibletweets kun je schermvullend maken om handig alle (gezochte) tweets te tonen tijdens een presentatie, conferentie of welke bijeenkomst dan ook.

Analyseren van tweets
Hoewel de meeste sites die ik al eerder besproken heb -waarmee je tweets kunt archiveren-  ook wel enkele basale functionaliteiten hebben voor het analyseren van tweets, zijn er diverse tools die je tweets (of die van een ander) helemaal kunnen uitpluizen. TweetStats is een site die de laatste 3200 tweets pakt (dat is de limiet van twitter zelf) en waar je vervolgens meerdere grafieken krijgt van gemiddelde tweets per dag, per uur, per gebruikte twitterclient, welke gebruiker jij het meest retweet enz. Het is kennelijk een hele populaire (of langzame) site want het duurt een flinke poos voordat alle wachtenden hun statistieken geserveerd krijgen door TweetStats. Ook Tweet Archivist laat een negental grafieken zien als je tweets zoekt via hun website en ook daar kun je op alle tweets zoeken waar je bij twitter.com ook op kunt zoeken.

Ik had nog een paar andere sites gevonden maar toen kwam ik Twitonomy tegen en eigenlijk was ik meteen klaar. Twitonomy is een enorm uitgebreide site waar je hele twitterprofiel volledig (nou ja, wederom alleen met behulp van de laatste 3200 tweets) geanalyseerd wordt met statistieken en grafieken maar die ook kan dienen als twitterclient. Oftewel, je kunt je tijdlijn -en die van anderen- opnemen in je dashboard en de meeste dingen doen die je ook in andere twitterclients kunt doen. Grafieken en statistieken kun je downloaden en je eigen tweets zijn te exporteren naar Excel toe. Eigenlijk is Twitonomy een alles in 1 tool voor alle twitteraars die van statistieken en overzichtjes houden.

Heb je aanvullingen of zijn er tools die volgens jou beter werken, laat het me weten.

@ foto: id-iom via photopin cc

#

Over (illegaal) downloaden in Nederland

In plaats van alleen maar eindeloze speculaties en aannames via de media te verspreiden, kan iedereen nu zijn of haar eigen mening onderbouwen met een recent onderzoek over downloaden in Nederland (het vorige, Ups and Downs, stamt alweer uit 2008 en bevatte geen gegevens over ebooks) dat op initiatief en onder verantwoordelijkheid van het IViR en CentERdata is uitgevoerd.

Dit rapport doet verslag van een consumentenonderzoek naar het downloaden en streamen van muziek, films, tv-series en tv-programma’s, games en boeken. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen vier kanalen: het kopen van materiaal op fysieke dragers in een winkel of webwinkel, betaald downloaden of streamen uit legale bron, onbetaald downloaden of streamen uit legale bron en het downloaden of streamen uit illegale bron (filesharing).

Downloaden
Ruim een kwart van de bevolking (27,2%) van 16 jaar en ouder blijkt dan wel eens iets uit illegale bron gedownload te hebben. Interessant is wel dat muziek, films en series 1 op de 5 keer uit illegale bron wordt gedownload terwijl bij games en boeken dit nauwelijks 1 op de 18 keer is (6,3%).

Dit is vooral interessant omdat er voor muziek en games beide al een uitgebreid en gangbaar legaal aanbod is met meerdere aanbieders. Muziek wordt nog steeds wel frequent uit illegale bron gedownload (hoewel het minder wordt en de legale alternatieven verreweg populairder zijn) maar met games heeft het legale aanbod het illegale circuit -dat 10 jaar geleden bijna de gamesindustrie op zijn knieën bracht- zo’n beetje gedecimeerd. 27,7% maakte het voorgaande jaar gebruik van het legale aanbod versus 6,3% van het illegale aanbod.

Ebooks
De vreemde eend in de bijt is dan toch wel het ebook. Maar liefst 69% koopt (fysieke) boeken in de winkel of webwinkel tegenover een grote minderheid die ooit wel eens iets gedownload hebben uit legale of illegale bron.

De legale wegen samen zijn verreweg dominant in verhouding tot het illegale aanbod, vooral dankzij de vooralsnog sterke positie van het gedrukte boek. In het afgelopen jaar maakte 70,5% gebruik van het legale aanbod, versus 6,3% van het illegale aanbod.

In het onderzoek is doorgevraagd op het laatst aangeschafte boek of ebook, zowel in de 4 categoriën maar ook onderverdeeld naar het genre.

Hier zie je ten eerste het enorme verschil tussen aanschaf van fysieke en digitale boeken mooi terug. Driekwart van de bevolking (75,8%) kocht de laatste keer een gedrukt boek terwijl het bij een kwart dus om een ebook ging. Ook het genre is bepalend voor wat er gedownload kan worden: de kinderboeken worden bijna niet illegaal gedownload (1.7%) en dat komt ongetwijfeld omdat het aanbod als ebook ook fors lager ligt dan de andere genres. School- en studieboeken en fictie zijn juist iets oververtegenwoordigd in het illegale kanaal.

Kopen nadat je iets gedownload hebt uit illegale bron
Eén op de drie heeft ooit wel eens muziek gekocht nadat ze dit illegaal gedownload hadden. Voor ebooks ligt dit percentage iets lager: (19,4%) blijkt wel eens een papieren boek te hebben gekocht nadat ze de ebook versie uit illegale bron hadden gedownload. 6,2% is wel eens tot aanschaf van een ebook overgegaan nadat ze deze eerst uit niet-legale bron hadden gedownload. Het omgekeerde is ook gevraagd, of respondenten wel eens een boek gedownload hebben uit illegale bron, nadat ze het in gedrukt vorm gekocht hadden. Dit blijkt ook veel  voor te komen: één op de vijf (21,2%) van degenen die wel eens boeken downloaden uit illegale bron, geeft aan dat ze een gedrukt exemplaar van deze titel in hun bezit hadden.

Dat geeft aan dat voor een grote groep mensen meerwaarde bestaat om dezelfde content in meerdere formaten ter beschikking te hebben, waarschijnlijk om het ook op meerdere manieren te (kunnen) lezen. Aangezien men opnieuw zou moeten betalen voor de 2e versie van hetzelfde ebook, wordt er gebruik gemaakt van de minder legale route.

Betalingsbereidheid
De aanname dat mensen minder bereid zijn te betalen voor digitale content dan voor fysieke dragers blijkt wel correct te zijn. Ongeveer een derde tot de helft van de respondenten heeft geen betalingsbereidheid voor de laatste download uit illegale bron. De rest heeft een maximale betalingsbereidheid die gemiddeld in de buurt ligt van de typische verkoopprijs. Ook voor het lenen van e-boeken via de bibliotheek of de boekhandel bestaat belangstelling en betalingsbereidheid. Desgevraagd beoordelen respondenten de fysieke dragers nog altijd het hoogste op technische kwaliteit, beschikbaarheid van titels en prijs. Het illegale aanbod wordt op technische kwaliteit het minst gunstig beoordeeld. Respondenten zijn in meerderheid van mening dat de diverse partijen in de waardeketen nadeel ondervinden van downloaden uit illegale bron.(zie pagina 24 van het rapport)

Lenen van ebooks
Ook al is 68,4% niet bereid veel te betalen voor het kopen van ebooks, het lenen van ebooks via bibliotheek of boekhandel (huren) lijkt beter te passen bij de bedragen die men hiervoor bereid is te betalen.

Ongeveer een derde van hen heeft in beginsel belangstelling en betalingsbereidheid voor het lenen van ebooks. Daarbij lijkt een lichte voorkeur te bestaan voor de bibliotheek als kanaal, en voor een vast bedrag per jaar. Het gemiddelde van de genoemde maximale betalingsbereidheid is € 30,11 voor een ‘flat rate’ bij de bibliotheek en € 33,07 bij de boekhandel. In een model waarbij per boek wordt afgerekend is de gemiddelde betalingsbereidheid € 2,03 via de bibliotheek en € 2,48 via de boekhandel.

Vooral bovenstaande gegevens zijn best interessant in de discussies over de rol die bibliotheken (nog) kunnen spelen bij het uitlenen van ebooks maar ook over de haalbaarheid van verhuren van ebooks door uitgevers via bijv. het CB platform en streaming ebooks modellen zoals die door Yindo gehanteerd worden.

Het volledige rapport (PDF, 61 pagina’s) gaat ook nog verder in over profielen van kopers versus downloaders, ontwikkelingen in het downloaden en het effect van de Pirate Bay blokkade op het downloaden uit illegale bron. Het is gratis te downloaden. Uit legale bron.

@ foto: roberthuffstutter via photo pin cc

#

Meten van de (meer)waarde van een onderwijsbibliotheek

In de ruim 17 jaar dat ik in een HBO bibliotheek werk heb ik veel zien veranderen in het hoger onderwijs. Nieuwe onderwijsvormen, een permanente cyclus van organisatiewijzigingen en steeds meer focus op het zichtbaar maken van de resultaten van alle kwaliteitsslagen die er moesten komen. Onderwijsmanagers die over performance indicatoren spraken, strakke begrotingen en het meetbaar (en vergelijkbaar) maken van zaken als studenttevredenheid, contacttijden, doorstroom, rendement enz enz. Bij opleidingsaccreditaties wordt er naar veel meer gekeken maar harde cijfers geven nu eenmaal een beter beeld dan subjectieve belevingen.

Daar waar het onderwijs zelf een hele slag gemaakt heeft om de effecten en kwaliteit van hun opleidingen meer kwantificeerbaar te maken, zijn de onderwijsbibliotheken daar toch wel grotendeels gevrijwaard van gebleven. Dat is aan de ene kant prettig en ook wel enigszins logisch. Ook als onderwijsvoorziening moet je vanzelfsprekend de zaken op orde hebben maar het bestaansrecht van een bibliotheek staat eigenlijk nimmer ter discussie. Ja, je moet je focussen op de informatievoorziening binnen het onderwijs en naar de studenten. Ja, je moet voorzien in studieplekken. Maar met uitzondering van soms strenge financiële afspraken wordt er geen keiharde lat neergelegd waar de dienstverlening aan moet voldoen. Niet eentje die het bestaansrecht van een bibliotheek in gevaar zou brengen.

De vraag is hoe blij je hier mee moet zijn.

Het maakt het namelijk ook onmogelijk om zelf als bibliotheek keiharde afspraken te maken. Met het onderwijs maar ook met je onderwijsinstelling. Duidelijkheid over welke diensten je levert, wat je toevoegt aan de kwaliteit van het onderwijs, je meerwaarde voor instelling en opleidingen.

Het enige waar we nu veelvuldig afspraken over maken is over hoeveel middelen we mogen gebruiken. Hoeveel boeken, tijdschriften en andere informatiedragers er in de collectie staan. Hoeveel digitale informatiebronnen aangeschaft kunnen worden. Hoeveel er bezuinigd moet worden op de begroting. Dat levert hele concrete doelstellingen op, dat is waar, maar het is op geen enkele wijze gerelateerd aan wat opleidingen en instelling nodig (zouden moeten) hebben aan dienstverlening. Laat staan dat je het over de consequenties van die financiële afspraken kunt hebben.

En zo blijven onderwijsbibliotheken en het onderwijs twee gescheiden werelden.

Maar het kan ook anders. Als je als onderwijsbibliotheek serieus bent over je toegevoegde waarde, dan kun je die laten zien. Dat moet niet vanuit je instelling maar je zou het zelf moeten willen. Je doelen en resultaten herformuleren en koppelen aan die van de onderwijsinstelling en de opleidingen. Immers, uiteindelijk streven we gezamenlijk dat ene doel na van het afleveren van gekwalificeerde afgestudeerden. Er bestaat al een uitgebreid stelsel van kwaliteitsafspraken en accreditaties om dit te toetsen en bij te sturen en daar zou je bij aan moeten haken als onderwijsbibliotheek.

Ik zie geen enkele reden waarom er geen accreditatie beoordelingskader opgesteld kan worden voor een onderwijsbibliotheek. Laten we werk maken van het aantonen van onze toegevoegde waarde voor de opleidingen inclusief consequenties als die waarde er niet zou zijn. Bij enkele opleidingen in mijn eigen instelling is die interesse er in ieder geval. Ook zij worden bij accreditaties beoordeeld op hoe informatievaardig hun afgestudeerde studenten zijn. Ook zij zien dat onderwijsbibliotheken kunnen helpen met (open) leermiddelen voor docenten.

En het kan nog concreter. Ik werd door een collega verwezen naar een interessant artikel over het zichtbaar maken van de impact van bibliotheekgebruik op studentresultaten. Over een universiteitsbibliotheek in Australië die geen genoegen nam met de problematiek om goede gebruiksdata te verzamelen uit zowel bibliotheek- als onderwijssystemen en daar zelf een tool voor ontwikkelde. Zodat gebruiksgegevens van zowel fysieke als digitale informatiebronnen gekoppeld konden worden aan de studievoortgangsinformatie.

In dit geval werd een sterk verband geconstateerd tussen gebruik van met name de digitale informatiebronnen van de universiteitsbibliotheek en de studieresultaten. Studenten die frequent gebruik maakten van informatiebronnen scoorden hoger dan studenten die zelden of nooit gebruik maakten van de bibliotheek.

Dan kun je nog zo veel praten over hoe goed en vooruitstrevend je bent als bibliotheek, dit zijn gegevens waar je echt wat mee kunt. Hier kun je mee naar je instelling en naar je opleidingen gaan om betere afspraken te maken met elkaar. Als je aantoonbaar wat toevoegt aan studieresultaten en gezamenlijk streeft om dat alleen nog maar te verbeteren. Minder bezig zijn met je bibliotheekdingen en meer de onderwijsbril opzetten.

Onderwijs is namelijk wat een onderwijsbibliotheek onderscheidt van een reguliere bibliotheek.

@foto: HeyThereSpaceman. via photo pin cc

#

Geïnformeerd stemmen is de echte uitdaging deze verkiezingen

Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen

De tijd dat je zeker kon zijn welke politieke partij zich hard maakte voor idealen waar jij je ook achter kon scharen, die is echt definitief voorbij. Nou is politiek altijd al een spel geweest waarbij de boodschap verkopen minstens zo belangrijk was als het hebben van een goede boodschap maar alle spelregels die vroeger nog leken te gelden zijn inmiddels zonder blikken of blozen losgelaten. Zo’n beetje elke avond wordt de essentie van het overwogen afwegen van de verschillende wensen, ideeën en voorstellen van de politieke partijen teruggebracht tot een ordinair mediaspektakeltje waarin de lijsttrekkers op elkaar staan af te geven met one liners. De enige indruk die ik hier aan overhoud is de conclusie dat ze allemaal eens flink op hun donder zouden moeten krijgen van de Nederlandse kiezer. Eenzijdige uitspraken, persoonlijke aanvallen en onderbouwingen met wat gerust leugens genoemd mogen worden.

Behalve NRC Next (met Next.Checkt) is menig tv programma nu ook begonnen om al die uitspraken en onderbouwingen te controleren op het waarheidsgehalte. Dat dit vaker wel dan niet op complete nonsens gestoeld blijkt te zijn weerhoudt noch de Nederlandse kiezer noch politici zelf om gewoon door te gaan met uitspraken die de eigen partij in het goede licht zetten. Waarheden zijn vloeibaar, rekbaar en persoonlijk geworden.

In een poging om toch nog iets aan inzicht te krijgen waar een politieke partij voor staat in deze verkiezingen, greep ik terug op hun verkiezingsprogramma’s. Toegegeven, die zijn ook niet altijd even concreet en het is maar de vraag wat er van overblijft na de verkiezingsuitslag, maar het is tenminste iets concreets waar je de politieke partij op kunt afrekenen. Ook al heb je wel wat leeswerk voor de boeg, het is oneindig te prefereren boven de venijnige statements van de lijsttrekkers of de verkiezingswijzers waar slechts miniscule onderdelen van zo’n programma zichtbaar in zijn.

Ik wilde eerst een overzicht maken van alle verkiezingsprogramma’s maar ik werd deze week getipt op het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen. Zij hebben als doel om de historische ontwikkelingen van de Nederlandse politieke partijen te documenteren tbv bijvoorbeeld onderzoek. Daar zijn dus ook alle verkiezingsprogramma’s van verleden en heden te vinden bij de pagina’s van de individuele politieke partijen. Allemaal netjes bij elkaar, alle informatie geordend bij de hand.

Stemwijzers gebruiken, je laten leiden door de debatten, het kan een prima manier zijn om een eerste beeld te krijgen waar je voor wilt stemmen maar laat dat alsjeblieft niet het enige zijn. Neem ook het verkiezingsprogramma van de partij door zodat je ook weet wat de partij waar je op stemt echt voor staat. Gebruik de mogelijkheden om jezelf goed te informeren over de standpunten van een politieke partij. Zodat je echt weet waar je jouw stem aan geeft.

En dat is meer dan die paar one liners die de lijsttrekkers op tv nonstop herhalen.

#

 

Je USB stick in cijfers via sociaal benchmarken

Ik heb inmiddels een aardig voorraadje USB sticks verzameld maar dat weerhield me er niet van een 32GB stick op de kop te tikken afgelopen week. Dat was een aanbieding van een lokale computerwinkel en dat bracht me ineens op de gedachte hoe je nou het beste USB sticks kunt vergelijken. Natuurlijk kijk je naar hoeveel er op past maar de ene 16GB of 32GB is de andere 16GB of 32GB stick niet. Hoe snel kun je bestanden schrijven naar een USB stick en hoe snel kun je bestanden lezen van die stick?

Daar blijken ook benchmarks voor te zijn. Veelal gratis programma’s die tientallen grote, middelgrote, kleine en hele kleine bestanden wegschrijven naar een USB stick en die vervolgens ook weer lezen. Hoe beter de kwaliteit van de USB stick, hoe sneller ze kunnen lezen en schrijven.

Via USBFlashSpeed.com kun je zo’n gratis (piepklein) benchmark programma downloaden. Het grappige is dat de site als doel heeft om benchmarks van alle bestaande USB sticks in de eigen database te krijgen en daarvoor gebruiken ze dus alle rapportjes die het gratis benchmarkprogramma maakt. Oftewel, iedere keer als iemand dat programma gebruikt om een benchmark van de eigen USB stick te draaien wordt het rapport (optioneel) geupload naar de site van USBFlashSpeed.com. Je kunt dat rapport dan ook zelf via de site raadplegen en tegelijkertijd vul je de database. Zodat anderen wellicht voordat ze een USB stick aanschaffen kunnen zien hoe snel -of langzaam- die is. Sociaal benchmarken eigenlijk.

#

Vakblog van 2010 en 2011 in getallen

Ik ben dan weliswaar dol op cijfertjes maar besteed maar weinig aandacht aan de stats van mijn eigen blog. Het is altijd leuk om gelezen te worden maar het is voor mij minder interessant om dat allemaal in reeksen cijfertjes en grafiekjes terug te zien.

Dat gezegd hebbende ben ik echter wel nieuwsgierig of iedere dag bloggen nou ook impact heeft op het aantal bezoekjes aan Vakblog. ‘Ze’ zeggen altijd dat regelmatig met nieuwe posts komen heel belangrijk is voor een blog en ook al is dat niet de reden voor mijn dagelijkse blogactiviteiten die ik sinds half januari ben gestart, meten is natuurlijk weten.

In WordPress kun je Jetpack gebruiken voor een groot aantal functionaliteiten die je ook bij de gehoste versie op WordPress.com hebt. Eén daarvan zijn statistieken en dat ziet er voor de afgelopen twee jaar dan zo uit als samenvatting:

In 2010 67.648 views en in 2011 89.051 voor wie die priegelige tabel niet makkelijk kan lezen.

Ik bedacht me dat ik ergens in 2009 ook Google Analytics had aangezet mbv een plugin en die levert, vanzelfsprekend zou ik al willen zeggen, totaal andere getallen op. Die maakt er voor 2010 49.156 visitors van en in 2011 67.799. Ik heb geen idee welke betrouwbaar(der) is of dat het aan een verschillende interpretatie van views versus visitors ligt maar beide metingen geven iig een vergelijkbare trend aan, namelijk dat ik resp. 32% meer views en 37% meer bezoekers heb gehad in 2011 tov 2010.

Dat is al interessant met mijn nieuwsgierigheid naar de impact van dagelijks bloggen in het achterhoofd want in 2011 heb ik minder blogposts geproduceerd dan in 2010. Om precies te zijn waren het er 47 in 2011 terwijl het er precies 100 waren in 2010. Meer dan de helft minder dus.

Als minder blogposts schrijven meer bezoek oplevert, dan wordt 2012 een dramatisch jaar voor Vakblog als ik meer dan 350 blogposts weet te produceren. We zullen het volgend jaar zien maar ik heb natuurlijk wel even stiekem naar januari 2012 gekeken en Jetpack en Google Analytics laten een stijging zien in zowel views als visitors t.o.v. 2011. Snap jij het, snap ik het? ;-)

@foto via RGBstock

E-content en Hoger Onderwijs : Mundaneum revisited

Bij deze wil ik Raymond bedanken voor het feit dat ik voor een keer gebruiken mag maken van zijn volprezen Vakblog. Ik ben Appie Bieze en werkzaam als coordinator Digitale Bibliotheek aan de Hogeschool Utrecht en evenals Raymond lid van de werkgroep licenties van het SHB. Onderstaande tekst is geschreven naar aanleiding van desktop research naar het aanbod van digitale (betaalde) informatiebestanden van 13 Universiteiten en 20 Hogescholen in het voorjaar van 2011. Een aantal gegevens kunnen dus licht verouderd zijn.

E-content en Hoger Onderwijs: “Mundaneum Revisited” ?

 In 1910 richtte de Belgische advocaat Paul Otlet en Henri la Fontaine het Mundaneum op. In een tijdperk van een sterke toename van het aantal gedrukte informatiematerialen en een sterke verbetering van de internationale communicatie trachtte hij een wereldbibilotheek te stichten. 24 jaar later moest hij zijn pogingen staken door een letterlijke “information overload” en de stopzetting van subsidies.

Een eeuw later bevinden we ons in een vergelijkbare situatie. Het grote verschil is dat het web niet alleen dient ter communicatie en informatie maar bij uitstek ook geschikt is als publicatieplatform.

In dit artikel wordt de vraag gesteld hoe de bibliotheken aan het Hoger Onderwijs in Nederland omgaan met de sterke toename van digitalisering van kennis en informatie. Dit wordt bezien vanuit de aanbodkant.

Uitgaande van deze vraag is in het najaar van 2010 een inventarisatie gemaakt van de websites van 13 Universiteiten en 20 Hogescholen waar al dan niet betaalde informatie wordt aangeboden. Sommige instellingen publiceren hun aanbod  Open Access bronnen  via de “databankensite” van de instelling, anderen  verwijzen naar een apart gedeelte van hun intranet ( en dus niet vrij toegankelijk). Als naast vrij toegankelijke informatie ook betaalde informatie wordt aangeboden is de betreffende bron als Open Acces aangemerkt. Ditzelfde geldt als er sprake is van een gratis eenmalige registratie.

Uit recent Amerikaans onderzoek (1) blijkt dat 83% van de studenten hun zoektocht naar informatie starten bij een zoekmachine. 7% gebruikt hiervoor Wikipedia en slechts 1% start met 1 van de online databases aangeboden door de bibliotheek. Desondanks waardeert 60 % van die zelfde studenten het algehele aanbod van de bibliotheek als meer accuraat  en betrouwbaarder. Gevraagd naar de waardering van de resultaten van zoekmachine is men de laatste jaren echter steeds minder tevreden (2005: 82% – 2010 : 55%).

Wat treft men nu aan bij een bezoek aan de “digitale bibliotheek” van een instelling voor Hoger Onderwijs in Nederland? Volgens een definitie (2) uit de Staatscourant uit 2009 is een digitale bibliotheek een openbare bibliotheekvoorziening die in ieder geval twee hoofdbestanddelen omvat:

• de plaats- en tijdonafhankelijke centrale publieke toegang tot gestructureerde, verzamelde digitale informatie in primaire en bewerkte vorm; en

• het langs digitale weg faciliteren van het gebruik van fysieke media.

Wat direct opvalt is de diversiviteit van de naamgeving van de websites met verwijzingen naar de digitale bronnen. Zo spreekt men over A-Z zoeksystemen, databanken en links, informatiebronnen, e-bronnen databank, informatie bestanden en digitale bestanden en is de plaats op de site niet altijd logisch en snel te vinden. Eenmaal op de juiste site aangekomen blijken ook regelmatig de namen en annotaties van de digitale bestanden sterk te verschillen. Dit schept dan direct extra verwarring doordat voor de eindgebruiker maar zelfs ook voor menig informatiespecialist vaak niet snel duidelijk is wat voor een soort informatie men achter de naam van het bestand kan aantreffen. Het ligt dan ook voor de hand om hier een hier een betere metadatering toe te passen.

Weinig eenduidigheid is eveneens te onderkennen in wat dan vervolgens word aangeboden: wel of geen losse e-Journals en/of e-Books. Daarnaast worstelt men veelal met het dilemma tussen overzichtelijkheid en volledigheid: moeten verwijzingen naar “openbare” links hier worden opgenomen of worden aangeboden op een apart gedeelte van de website van de bibliotheek? Bij 1 instelling werden maar liefst 929 databanken en verwijzingen naar openbare bronnen  aangetroffen. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat de links vaak ook per vakgebied worden aangeboden.

In de volgende tabel een overzicht van de meest significante verschillen tussen mediatheken aan  HBO instellingen en de Universiteitsbibliotheken:

Wat direct opvalt is dat de HBO instelling met het grootste aanbod aan digitale bronnen nog altijd kleiner is  als de Universiteit met het kleinste aanbod. Dit wordt nog duidelijker als gekeken wordt naar de volgende indicatoren:

  • Uitgave aan digitale collectie per student/medewerker: dit was in 2009 € 145 bij de Universiteitsbibliotheken ( 2006: € 125,-) en bij de HBO Mediatheken € 9,- (2006 € 6,-
  • Uitgave aan digitale collectie ten opzichte van totale uitgaven aan collectievorming: voor de UB’s was dit in 2009 76% (2006 : 65%) en bij het HBO 38% (2006: 30%)

Geconcludeerd kan worden dat er bij het HBO er een kleiner budget voor collectievorming per student beschikbaar is en dat er binnen dat budget aanzienlijk minder wordt uitgegeven aan digitale bronnen.

Daarnaast heeft men in HBO-land nog altijd een sterke voorkeur voor Nederlandstalige content en komt er naast het Engels geen enkele ander taal voor. Eveneens is er een sprake van een enorme versplintering: 78% van de databanken aan het WO ( HBO 60%) wordt maar door 1 enkele UB aangeboden ( en slechts 5 databanken door alle 13 Universiteiten). Ongeveer de helft van het aantal digitale bronnen die bij het HBO worden aangeboden treft men ook aan bij de UB’s.

Veel instellingen onderkennen het probleem van de multi-doorzoekbaarheid van de veelheid aan digitaal content. De meest gekozen oplossingen, federated search en discovery services, kennen beide zo hun beperkingen. Een combinatie van beide zou uitkomst bieden en ondervangt direct de volgende actualiteit: “If libraries are going to ‘trump’ Google …we will need to provide a default search that works much like Google for our less expererienced users, but also a more advanced, fielded, and Boolean-capable search for those of our users who know more about what they are doing” (3)

Een kenniseconomie is gebaat bij kennisdeling. De huidige situatie, met een veelheid aan licenties die vervolgens gebonden zijn aan een enkele instelling, behoeft revisie. Met de groei van het aantal lectoraten en kenniscentra bij het HBO ontstaat daar meer en meer de behoefte aan toegang tot onderzoeksdatabanken. Nationale licenties al dan niet gecombineerd met een pay-per-view systeem, waartoe bij SURF en de KB voorzichtige pogingen toe worden ondernomen, zouden dit probleem kunnen ondervangen. Het is hoog tijd dat ook de aanbieders van digitale content hiervan doordrongen raken.

Teruglopende budgetten en een stijgende vraag naar digitale informatie zijn nog een extra argument om te streven naar nationale licenties.

Herhaalt de geschiedenis zich en wordt er geen 21ste eeuw variant van het Mundaneum gecreëerd? Paul Otlet zou zich in dat geval in zijn graf omdraaien.

 

Literatuur:

  1. Perception of Libraries: Context and Community. Een recent verschenen rapport van OCLC en aldaar gratis te downloaden.
  2. Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 10 juli 2009, nr. WJZ/139906 (8262), houdende subsidiëring van innovatie van bibliotheken (Subsidieregeling bibliotheekinnovatie)
  3. Bennet  Claire Ponsford and Wyoma vanDuinskerken, “User Expectations in the Time of Google: Usability Testing of Federated Searching” . Internet Reference Services Quartarly 12, nr. 1/2 , (2007) pg. 17
Pagina 1 of 212
  • 2006- 2013 Vakblog – werken met informatie
    Powered by WordPress // Theme: Tatami by Elmastudio
Top