Archive for the 'Meten is weten' category

Vakblog van 2010 en 2011 in getallen

02/02/2012 om 5:54 Geplaatst door in Ego, Meten is weten

Ik ben dan weliswaar dol op cijfertjes maar besteed maar weinig aandacht aan de stats van mijn eigen blog. Het is altijd leuk om gelezen te worden maar het is voor mij minder interessant om dat allemaal in reeksen cijfertjes en grafiekjes terug te zien.

Dat gezegd hebbende ben ik echter wel nieuwsgierig of iedere dag bloggen nou ook impact heeft op het aantal bezoekjes aan Vakblog. ‘Ze’ zeggen altijd dat regelmatig met nieuwe posts komen heel belangrijk is voor een blog en ook al is dat niet de reden voor mijn dagelijkse blogactiviteiten die ik sinds half januari ben gestart, meten is natuurlijk weten.

In WordPress kun je Jetpack gebruiken voor een groot aantal functionaliteiten die je ook bij de gehoste versie op WordPress.com hebt. Eén daarvan zijn statistieken en dat ziet er voor de afgelopen twee jaar dan zo uit als samenvatting:

In 2010 67.648 views en in 2011 89.051 voor wie die priegelige tabel niet makkelijk kan lezen.

Ik bedacht me dat ik ergens in 2009 ook Google Analytics had aangezet mbv een plugin en die levert, vanzelfsprekend zou ik al willen zeggen, totaal andere getallen op. Die maakt er voor 2010 49.156 visitors van en in 2011 67.799. Ik heb geen idee welke betrouwbaar(der) is of dat het aan een verschillende interpretatie van views versus visitors ligt maar beide metingen geven iig een vergelijkbare trend aan, namelijk dat ik resp. 32% meer views en 37% meer bezoekers heb gehad in 2011 tov 2010.

Dat is al interessant met mijn nieuwsgierigheid naar de impact van dagelijks bloggen in het achterhoofd want in 2011 heb ik minder blogposts geproduceerd dan in 2010. Om precies te zijn waren het er 47 in 2011 terwijl het er precies 100 waren in 2010. Meer dan de helft minder dus.

Als minder blogposts schrijven meer bezoek oplevert, dan wordt 2012 een dramatisch jaar voor Vakblog als ik meer dan 350 blogposts weet te produceren. We zullen het volgend jaar zien maar ik heb natuurlijk wel even stiekem naar januari 2012 gekeken en Jetpack en Google Analytics laten een stijging zien in zowel views als visitors t.o.v. 2011. Snap jij het, snap ik het? ;-)

@foto via RGBstock

Nog geen reacties

E-content en Hoger Onderwijs : Mundaneum revisited

31/01/2012 om 4:28 Geplaatst door in Databanken, Gastbloggers, Meten is weten

Bij deze wil ik Raymond bedanken voor het feit dat ik voor een keer gebruiken mag maken van zijn volprezen Vakblog. Ik ben Appie Bieze en werkzaam als coordinator Digitale Bibliotheek aan de Hogeschool Utrecht en evenals Raymond lid van de werkgroep licenties van het SHB. Onderstaande tekst is geschreven naar aanleiding van desktop research naar het aanbod van digitale (betaalde) informatiebestanden van 13 Universiteiten en 20 Hogescholen in het voorjaar van 2011. Een aantal gegevens kunnen dus licht verouderd zijn.

E-content en Hoger Onderwijs: “Mundaneum Revisited” ?

 In 1910 richtte de Belgische advocaat Paul Otlet en Henri la Fontaine het Mundaneum op. In een tijdperk van een sterke toename van het aantal gedrukte informatiematerialen en een sterke verbetering van de internationale communicatie trachtte hij een wereldbibilotheek te stichten. 24 jaar later moest hij zijn pogingen staken door een letterlijke “information overload” en de stopzetting van subsidies.

Een eeuw later bevinden we ons in een vergelijkbare situatie. Het grote verschil is dat het web niet alleen dient ter communicatie en informatie maar bij uitstek ook geschikt is als publicatieplatform.

In dit artikel wordt de vraag gesteld hoe de bibliotheken aan het Hoger Onderwijs in Nederland omgaan met de sterke toename van digitalisering van kennis en informatie. Dit wordt bezien vanuit de aanbodkant.

Uitgaande van deze vraag is in het najaar van 2010 een inventarisatie gemaakt van de websites van 13 Universiteiten en 20 Hogescholen waar al dan niet betaalde informatie wordt aangeboden. Sommige instellingen publiceren hun aanbod  Open Access bronnen  via de “databankensite” van de instelling, anderen  verwijzen naar een apart gedeelte van hun intranet ( en dus niet vrij toegankelijk). Als naast vrij toegankelijke informatie ook betaalde informatie wordt aangeboden is de betreffende bron als Open Acces aangemerkt. Ditzelfde geldt als er sprake is van een gratis eenmalige registratie.

Uit recent Amerikaans onderzoek (1) blijkt dat 83% van de studenten hun zoektocht naar informatie starten bij een zoekmachine. 7% gebruikt hiervoor Wikipedia en slechts 1% start met 1 van de online databases aangeboden door de bibliotheek. Desondanks waardeert 60 % van die zelfde studenten het algehele aanbod van de bibliotheek als meer accuraat  en betrouwbaarder. Gevraagd naar de waardering van de resultaten van zoekmachine is men de laatste jaren echter steeds minder tevreden (2005: 82% – 2010 : 55%).

Wat treft men nu aan bij een bezoek aan de “digitale bibliotheek” van een instelling voor Hoger Onderwijs in Nederland? Volgens een definitie (2) uit de Staatscourant uit 2009 is een digitale bibliotheek een openbare bibliotheekvoorziening die in ieder geval twee hoofdbestanddelen omvat:

• de plaats- en tijdonafhankelijke centrale publieke toegang tot gestructureerde, verzamelde digitale informatie in primaire en bewerkte vorm; en

• het langs digitale weg faciliteren van het gebruik van fysieke media.

Wat direct opvalt is de diversiviteit van de naamgeving van de websites met verwijzingen naar de digitale bronnen. Zo spreekt men over A-Z zoeksystemen, databanken en links, informatiebronnen, e-bronnen databank, informatie bestanden en digitale bestanden en is de plaats op de site niet altijd logisch en snel te vinden. Eenmaal op de juiste site aangekomen blijken ook regelmatig de namen en annotaties van de digitale bestanden sterk te verschillen. Dit schept dan direct extra verwarring doordat voor de eindgebruiker maar zelfs ook voor menig informatiespecialist vaak niet snel duidelijk is wat voor een soort informatie men achter de naam van het bestand kan aantreffen. Het ligt dan ook voor de hand om hier een hier een betere metadatering toe te passen.

Weinig eenduidigheid is eveneens te onderkennen in wat dan vervolgens word aangeboden: wel of geen losse e-Journals en/of e-Books. Daarnaast worstelt men veelal met het dilemma tussen overzichtelijkheid en volledigheid: moeten verwijzingen naar “openbare” links hier worden opgenomen of worden aangeboden op een apart gedeelte van de website van de bibliotheek? Bij 1 instelling werden maar liefst 929 databanken en verwijzingen naar openbare bronnen  aangetroffen. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat de links vaak ook per vakgebied worden aangeboden.

In de volgende tabel een overzicht van de meest significante verschillen tussen mediatheken aan  HBO instellingen en de Universiteitsbibliotheken:

Wat direct opvalt is dat de HBO instelling met het grootste aanbod aan digitale bronnen nog altijd kleiner is  als de Universiteit met het kleinste aanbod. Dit wordt nog duidelijker als gekeken wordt naar de volgende indicatoren:

  • Uitgave aan digitale collectie per student/medewerker: dit was in 2009 € 145 bij de Universiteitsbibliotheken ( 2006: € 125,-) en bij de HBO Mediatheken € 9,- (2006 € 6,-
  • Uitgave aan digitale collectie ten opzichte van totale uitgaven aan collectievorming: voor de UB’s was dit in 2009 76% (2006 : 65%) en bij het HBO 38% (2006: 30%)

Geconcludeerd kan worden dat er bij het HBO er een kleiner budget voor collectievorming per student beschikbaar is en dat er binnen dat budget aanzienlijk minder wordt uitgegeven aan digitale bronnen.

Daarnaast heeft men in HBO-land nog altijd een sterke voorkeur voor Nederlandstalige content en komt er naast het Engels geen enkele ander taal voor. Eveneens is er een sprake van een enorme versplintering: 78% van de databanken aan het WO ( HBO 60%) wordt maar door 1 enkele UB aangeboden ( en slechts 5 databanken door alle 13 Universiteiten). Ongeveer de helft van het aantal digitale bronnen die bij het HBO worden aangeboden treft men ook aan bij de UB’s.

Veel instellingen onderkennen het probleem van de multi-doorzoekbaarheid van de veelheid aan digitaal content. De meest gekozen oplossingen, federated search en discovery services, kennen beide zo hun beperkingen. Een combinatie van beide zou uitkomst bieden en ondervangt direct de volgende actualiteit: “If libraries are going to ‘trump’ Google …we will need to provide a default search that works much like Google for our less expererienced users, but also a more advanced, fielded, and Boolean-capable search for those of our users who know more about what they are doing” (3)

Een kenniseconomie is gebaat bij kennisdeling. De huidige situatie, met een veelheid aan licenties die vervolgens gebonden zijn aan een enkele instelling, behoeft revisie. Met de groei van het aantal lectoraten en kenniscentra bij het HBO ontstaat daar meer en meer de behoefte aan toegang tot onderzoeksdatabanken. Nationale licenties al dan niet gecombineerd met een pay-per-view systeem, waartoe bij SURF en de KB voorzichtige pogingen toe worden ondernomen, zouden dit probleem kunnen ondervangen. Het is hoog tijd dat ook de aanbieders van digitale content hiervan doordrongen raken.

Teruglopende budgetten en een stijgende vraag naar digitale informatie zijn nog een extra argument om te streven naar nationale licenties.

Herhaalt de geschiedenis zich en wordt er geen 21ste eeuw variant van het Mundaneum gecreëerd? Paul Otlet zou zich in dat geval in zijn graf omdraaien.

 

Literatuur:

  1. Perception of Libraries: Context and Community. Een recent verschenen rapport van OCLC en aldaar gratis te downloaden.
  2. Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 10 juli 2009, nr. WJZ/139906 (8262), houdende subsidiëring van innovatie van bibliotheken (Subsidieregeling bibliotheekinnovatie)
  3. Bennet  Claire Ponsford and Wyoma vanDuinskerken, “User Expectations in the Time of Google: Usability Testing of Federated Searching” . Internet Reference Services Quartarly 12, nr. 1/2 , (2007) pg. 17

2 reacties

#rickatnvb Meet Rick Anderson: de bibliotheekgebruiker als chauffeur

21/10/2011 om 1:32 Geplaatst door in Collectionering, DRM, Ebooks, evenementen, Gastbloggers, Licenties, Meten is weten

Als gastblogger op ‘Vakblog’ zal ik me eerst even voorstellen. Ik ben Leen Liefsoens en werk als documentair informatiespecialist op De Haagse Hogeschool. Normaal blog ik op http://leenlief.weblog.nl maar helaas is mijn blog al twee maanden offline wegens een technische aangelegenheid. Omdat ik het bloggen miste heeft Raymond me aangeboden een gastblog te schrijven voor zijn blog en dat aanbod neem ik bij deze met veel plezier aan.

Raymond en ik komen elkaar regelmatig tegen op gezamenlijke werkgerelateerde activiteiten, zo ook een maand geleden op de NVB bijeenkomst ‘Meet Rick Anderson!‘. Rick Anderson is een Amerikaanse bibliothecaris, werkzaam bij de University of Utah. De afdelingen HB en WB van de NVB hadden hem uitgenodigd voor een Meet-the-Expert bijeenkomst vanwege zijn verfrissende nieuwe inzichten over collecties, collectievorming, dienstverlening en de toekomst van hoger onderwijs-bibliotheken. Anderson verzorgde die middag twee presentaties en we werden ondergedompeld in ‘The American way’.

Rivers vs. Ponds. The Future of the Collection Is Not a Collection

De bibliotheek was ooit een tempel, maar is nu één van de vele ‘Information Stores’. Anderson laat er geen gras over groeien, we zullen ons beleid moeten aanpassen aan het feit dat de bibliotheek in de toekomst geen grote rol meer zal spelen in het geven van toegang aan informatie en dat terwijl gebruikers juist meer informatie tot zich zullen krijgen. De bibliotheek is nu al de minst gekozen plaats om een zoekopdracht de starten.

Daarnaast heeft full-text search het catalogiseren van bibliotheken achterhaald. In tegenstelling tot Google vergt onze catalogus slimme gebruikers. En we zijn slecht in het raden van de behoeften van onze gebruikers. Dat was ook niet nodig, want we konden ons richten op de kwaliteit van de collectie. Maar door de economische crisis worden budgetten gekort en worden uitleencijfers fundamentele meetinstrumenten. Gedaan met speculeren.

We moeten dus minder gaan verzamelen (creëren van vijvers) en meer als makelaar optreden (real-time toegang tot de rivier bieden). Het beleid moet hierop worden aangepast:

  • Online informatie, betere meetinstrumenten, hogere prijzen en minder budget leiden tot het einde van de ‘Big deals’ (pakketlicenties) en ‘Medium deals’ (licenties op titelniveau) in het voordeel van ‘Tiny Deals’ (licenties op artikelniveau)
  • e-first/patron-first collectievorming en demand-driven acquisition (ook wel PDA genoemd): de gebruiker bepaald wat de bibliotheek aankoopt (zie verder)
  • Espresso Book Machine: printing on demand
  • Interdisciplinaire teams

Dit leidt tot bibliotheken met een kleine lokaal-gerichte fysieke collectie boeken die daarnaast toegang bieden tot enorm grote openbare digitale collecties.

Tenslotte maakt Anderson de vergelijking tussen de muziekindustrie en uitgevers:
In de jaren ’60 kochten we een plaat omdat we dat liedje mooi vonden (er kon maar 1 liedje op 1 plaat). Daarna kwamen de langspeelplaten en nog later de cd’s en moesten we het hele album kopen voor dat ene mooie liedje. Door het internet is de muziekindustrie weer verplicht om liedje per liedje te verkopen. Hetzelfde zal gebeuren met tijdschriftuitgevers: van titelniveau naar artikelniveau.

In reactie op deze eerste presentatie van Anderson schetst Kurt De Belder de bijwerkingen van patron-driven acquisition: PDA zorgt voor een te beperkte basis voor onderzoeksinstellingen want materialen die niet door veel bezoekers worden geleend kunnen toch heel waardevol zijn voor onderzoekers en PDA zorgt voor een te homogene markt en bedient dus alleen de grote commerciële uitgevers. De Belder vraagt zich ook af welk effect PDA zal hebben op wetenschappelijk publiceren en wie in een PDA-wereld de verantwoordelijkheid heeft over het bewaren van materialen. Terechte vragen, maar volgens Anderson achterhaald door de werkelijkheid, we zullen ons moeten concentreren op informatie en niet op publicaties. De uitgevers beslissen nu al tot wat we toegang krijgen. Daarnaast is PDA geen prijsmechanisme.

Putting the Patron in the Driver’s Seat. PDA in Theory and Practice.

Bij patron-driven acquistion gaat het om toegang bieden tot alles wat / waar / wanneer / hoe de gebruiker wil. Maar hoe pak je dat aan? In zijn tweede presentatie geeft Anderson ons hiervoor handvaten. Maar eerst geeft hij aan tegen welke problemen we kunnen aanlopen als we PDA gaan toepassen:

  • Wat met budget management?
  • ‘Elk boek dat ooit is verschenen is gemakkelijk en onmiddellijk vindbaar en kan wanneer er behoefte is door de bibliotheek onmiddellijk voor de gebruiker worden geworven (via aankoop of uitleen)’… elk boek?
  • Wat als de gebruiker rommel selecteert?
  • Collectievorming is een essentieel onderdeel van de functie van bibliothecaris… wat nu?

Door bekorting op zijn budget (in Amerika zijn de budgetten nog meer gekort dan in Nederland) is Anderson toch genoodzaakt om veranderingen aan te brengen in zijn collectiebeleid en ondanks bovenstaande kanttekeningen PDA in te voeren. Dit heeft hij gedaan door eerst e-first/patron-first richtlijnen in te voeren en PDA projecten op te starten. Zo worden ebooks van boekleverancier YBP die in het profiel van de bibliotheek passen opgenomen in de catalogus en worden deze pas echt aangekocht wanneer de gebruiker ze daadwerkelijk gaat gebruiken: demand-driven acquisition.

Er is dus minder bemiddeling van bibliothecarissen nodig en collectievorming wordt daardoor minder afhankelijk van speculaties. Just-in-time collectievorming die in mindere mate betrekking heeft op fysieke materialen.

Aan het einde van de middag gaf Peter van Laarhoven een uitgebreide samenvatting en zijn visie op PDA: niet lage uitleencijfers, maar kosten/tijd zijn argumenten voor PDA en DRM staat PDA in de weg.

 

Uitleencijfers gebruik ik al als meetinstrument bij het afschrijven van mijn deel van de bibliotheekcollectie, toch vraag ik me af hoeveel boeken wij nog zouden overhouden als we PDA ‘hard’ zouden gaan toepassen daar het onderwijs op HBO niveau toch nog vooral gericht is op die enkele voorgeschreven studieboeken. Deze middag heeft mij vooral bewust gemaakt van de noodzaak om als bibliotheek nu toch eindelijk optimaal te gaan profiteren van ‘die rivier’ aan informatie.

2 reacties

Begrijp je followers op Twitter

18/12/2009 om 10:34 Geplaatst door in Meten is weten, twitter

Juist op een ‘fenomeen’ als Twitter is het vooral de kwantiteit die telt. Het aantal mensen dat je volgt, het aantal mensen dat jou volgt, het aantal lijsten waar jouw twitteraccount op staat en natuurlijk het aantal tweets dat je losgelaten hebt op de wereld.

Natuurlijk zou het de kwaliteit van wat je te melden hebt moeten zijn wat echt mee telt maar aan de andere kant kun je zo lekker statistiekjes los laten op Twitter. Er zijn vele diensten de laatste jaren ontsproten die koppelen dan wel gebruik maken van je Twitter gegevens, zoals o.a. Twittercounter of Twistory, maar er is weer eentje bij. Ad.ly Analytics heeft nog het probleem dat ze denken geld te kunnen verdienen met de wat meer diepgravende statitische rapportjes over je Twitteraccount & tweets maar er zijn er gelukkig ook een paar gratis te bekijken.

Even toestemming geven, minuutje wachten en in elk geval worden er enkele dingen duidelijk.

adly_twitter1
79% van mijn followers zijn betrokken, als in dat ze op enige wijze gereageerd hebben middels een reply, retweet of direct message. Zelf vertaalt de site dat naar ‘echte mensen’ hoewel ik me best kan voorstellen dat er enkelen zijn die alleen maar lezen en nooit reageren (hoewel dat ook weer wishful thinking kan zijn natuurlijk). Over de man-vrouw verhouding bij mijn followers ben ik eigenlijk best wel tevreden hoewel ik ook daar niet echt een beeld bij had. Bij deze nu dus wel.

adly_twitter2
Dat ik mijn tweets vooral tussen 7 uur ‘s ochtends en middernacht het interweb op stuur is niet verrassend. Ik probeer toch meestal ‘s nachts een paar uur slaap mee te pakken en ook richting werk twitter ik eigenlijk maar zelden.
Wel wekte het staatje met ‘most influental followers’ wat verbazing op. Dat zijn diegenen die jou volgen die zelf de meeste followers hebben. Ik wist dat Gerard top 3 potentie had maar had vermoed dat Edwin bovenaan zou staan aangezien hij royaal meer followers heeft. Wie weet volgt hij me niet meer ;-)

Toch even leuk om deze statistiekjes te zien.

4 reacties

SHB benchmark 2008

27/03/2009 om 8:20 Geplaatst door in Meten is weten

Ook al heb ik het zelf druk genoeg met het ShareNet project, de rest van de wereld gaat natuurlijk gewoon door. Zo staat de 7e editie van de SHB Benchmark inmiddels in de startblokken klaar om met het hoogste deelnemersaantal ooit, een groot aantal kwantitatieve gegevens te inventariseren, te analyseren en te vergelijken van hogeschoolbibliotheken.

Ging dat de eerste 5 edities nog met papieren instructies en formulieren, sinds de 2007 benchmark maken we gebruik van een (pb)wiki om de gegevens in te laten vullen.

Dit beviel uitstekend maar voor de nieuwe 2008 editie kon/moest de versie 2.0 van pbwiki gebruikt worden en dat was gelijk een goede aanleiding om de layout op maat te maken voor het SHB en de oude pagina’s/formulieren te verhuizen naar een aparte folder in de wiki. Pbwiki blijft een aanrader voor een gratis en zeer functionele wiki wat mij betreft.

Het resultaat?

Vergelijk de 2007 wiki maar met de 2008 versie.

shbbenchmarkwiki2007

shbbenchmarkwiki2008

2 reacties

SHB Benchmark

20/06/2008 om 9:32 Geplaatst door in Divers, Imago, Meten is weten

Meerdere adviezen die gisteren door de sprekers en de forum leden werden gegeven hadden betrekking op het goed onderbouwen van de eigen (hogeschoolbibliotheken) wensen en adviezen aan beleidsmakers. Niet alleen maar de meerwaarde van uitbreiding van formatie of aanschaf van nieuwe (digitale) bronnen uitgebreid uit de doeken doen, maar ook cijfermatig onderbouwen wat het verwachte gebruik is en waarvoor zo’n advies nou feitelijk dient.

Het feit dat de SHB de laatste jaren met een benchmark bezig is geweest werd dan ook als pluspunt gezien en dat mocht ik natuurlijk graag aanhoren. De komende maand wordt de benchmark 2007 hopelijk afgerond en voor de komende jaren zou met name het proces van betere analyse van de cijfers (wat betekenen ze nu feitelijk en wat kun je er mee) meer aandacht gaan krijgen maar ook het breder trekken van de benchmark met meer hogescholen, vergelijken met de UKB benchmark en ook internationale vergelijkingen.

Gisteren bleek in elk geval vanuit Wageningen en de hogeschool Antwerpen al dat die laatste 2 aspecten ook draagvlak hebben. Ook met de benchmark hebben we de uitdaging voor ons liggen!

Nog geen reacties

De googleficatie van Feedburner

10/06/2008 om 5:24 Geplaatst door in Meten is weten

Ik ben dol op FeedBurner.

Het is een handige dienst die je rss feed pakt van bijv. je weblog, aanpast, toevoegt en opleukt om het vervolgens onder een nieuwe url terug te geven. Niet alleen heel handig om een permanente RSS feed te hebben die hetzelfde blijft, ook al verander / verhuis je van weblog (zoals ik zelf recent) maar hij houdt ook leuk statistieken bij en zoals ik al eerder meldde hier, ik ben dol op statistieken.

Toen Google vorig jaar FeedBurner opkocht had ik even mijn bedenkingen maar ze maakten gelijk de slimme zet om alle betaalde diensten van FeedBurner vanaf dat moment ook gratis aan te bieden en tja, dat sust alle duistere vermoedens van een zuunige Hollander gelijk natuurlijk. Voorspelbaar kondigde Google wel aan eind april dat FeedBurner onderdeel zou gaan uitmaken van de stevig groeiende portefeuille aan eigen diensten en daar dan ook mee zou gaan integreren zodat de gebruikers met hun Google account zouden moeten inloggen ipv de aparte FeedBurner login.

Het Google System blog meldt dat dit inmiddels in gang is gezet en dat vanaf nu de migratie gradueel zal gaan plaatsvinden naar een nieuwe url: feedburner.google.com die ook al in de lucht is, al werkt het inloggen of aanmaken van een nieuw account daar nog niet.

Een nieuw domein betekent ook dat straks dus de url’s van de bestaande kennelijk-niet-zo-permanente FeedBurner feeds gaat veranderen van, in mijn geval, feeds.feedburner.com/Vakblog naar feeds.feedburner.google.com/Vakblog. Daar ben ik wat minder gelukkig mee maar we zullen zien hoeveel last dat gaat opleveren en hoeveel van de 85 lezers er nog overblijven :)

1 reactie

Statistieken voor Vakblog

25/05/2008 om 10:33 Geplaatst door in Ego, Meten is weten

Sinds deze maand gebruik ik Woopra op deze site en heb ik ook eindelijk, met een nieuwe versie van de Google XML Sitemap plugin die niet op hol sloeg op mijn server, de Google Analytics statistieken hopelijk wat verbeterd.

Daar komen dan al snel aardige statistieken uit en hoewel het interessant is om te zien wat mensen aan browsers en besturingssystemen gebruiken, is het vooral wel grappig om te zien hoe mensen op je site komen vanuit zoekacties in searchengines. Woopra en Google Analytics pakken dit niet hetzelfde aan qua tijdsperiode en meettechnieken (volgens mij) dus heb ik ze naast elkaar gelegd:

Hierboven dus de zoekacties zoals Woopra ze weergeeft, gemeten over de periode dat ik het gebruik (vanaf 30 april tot vandaag). Op ‘Vakblog’ na als zoekterm komen de meeste termen maar 1 of 2 keer voor, wat betekent dat ik een mooie kleine doelgroep bedien volgens mij. Dat de douane, de iLiad en ebook(readers) hierin voorkomen, is een bevestiging van dat in elk geval sommige postjes van me gevonden en gelezen worden. Leuk.

Google Analytics toont ze per maand of per week en hoewel het dus pas zinnig zou zijn om deze exercitie over een klein weekje te doen als beide een maand omvatten, was ik wel nieuwsgierig naar de afgelopen 2 weken. GA toont de zoekacties waarin Vakblog voorkwam in de resultaten, zonder dat een zoeker (volgens mij) ook daadwerkelijk op Vakblog terecht gekomen is. Enkele queries zijn hetzelfde als bij Woopra, wat dan betekent dat sommigen in elk geval wel op Vakblog zijn beland, maar anderen komen niet voor. Logisch natuurlijk maar wel leuk om even naar te kijken.

Ik zie nu ook dat waar zoeken op Vakblog me vorig jaar nog niet eens bij de eerste 10 resultaten bracht, dit nu kennelijk al de 2e in de ranking is geworden. Nog even doorbloggen dus voor die eerste plek.

Nog geen reacties

Nieuwe archief pagina

07/05/2008 om 8:07 Geplaatst door in Ego, Meten is weten

Ik zag een link staan op 1 van die sites met ‘top zoveel essentiele WordPress plugins’ naar de Clean Archives Reloaded plugin en ondanks het feit dat ik al een archief rechts heb staan per maand geordend, vond ik deze bijzonder simpel en fraai. Dus .. is vanaf vandaag bovenaan Vakblog de link naar het nieuwe Archief te vinden! De oude is verwijderd.

Zie ik in 1 oogopslag ook dat mijn postfrequentie de laatste 2 maanden gestegen is.

Nog geen reacties

Woopra

30/04/2008 om 10:09 Geplaatst door in Ego, Meten is weten

Een paar weken geleden had Cali Lewis in Geekbrief TV een interview met de maker van Woopra. Het was een flitsende demo van werkelijk alles wat je maar kon bedenken als het gaat om statistieken en volgen van gebruik(ers) op je website. Google Analytics maar dan opgevoerd om asociaal hard te rijden zal ik maar zeggen.

Live en realtime statistieken in een hele gelikte client en dat komt goed uit want ik ben *dol* op statistieken.

Omdat het in beta is kon je je alleen maar opgeven maar na meer dan 3 weken wachten kwam vanochtend een bevestigingsmail en kon ik aan de slag. Er is een aparte WordPress plugin om het te integreren in je blog en toen was het spelen geblazen.

Nou, dat valt dus niet tegen. Bezoekers worden herkend als ze ooit eerder hier zijn geweest (en een comment achtergelaten hebben), alle bekende statistieken als browser, besturingssysteem, resolutie enz komen natuurlijk te voorschijn maar ook realtime welke pagina’s bekeken worden, hoe lang mensen op die pagina blijven en tot schok van 1 van de bezoekers, is er de mogelijkheid om een chatverzoek te doen bij bezoekers. Ik denk dat ik dat maar niet ga gebruiken want dat zou ik als bezoeker knap confronterend vinden :)

Google Analytics ziet er nu wel heel verouderd oud, mijn Counterize II plugin voor de statistieken gaat ook de digitale prullenbak in en ik, ik blijf gehynotiseerd kijken naar de tellers en ticker die onder het scherm nu meeloopt. Tenminste, tot ik dat zat ben. Als je ook dol bent op statistieken, dan kan ik je Woopra alvast aanraden. De beta is gratis en ik hoop dat het ook zo blijft natuurlijk.


GBTV #337 | Introducing Woopra from Neal Campbell on Vimeo.

6 reacties