Hoe kun je als bibliothecaris bijdragen aan open access en open onderwijs?

open access

Onderwijsbibliotheken, en ik focus me hier even op hogeschoolbibliotheken want daar werk ik nu eenmaal, staan op de drempel van grote veranderingen. Natuurlijk, de leeromgeving (de studieplekken) en de collecties blijven onverminderd belangrijk voor deze bibliotheken maar in een tijdperk van grootscheepse bezuinigingen en een overdaad aan vrijelijk beschikbare informatiebronnen op internet valt het nog niet mee om je meerwaarde aan te (blijven) tonen. Wat dat betreft verschillen alle soorten bibliotheken uiteindelijk maar weinig van elkaar.

Oude taken maar nieuwe rollen
Hoe bijzonder is het dan dat onderwijsbibliotheken nu de gelegenheid krijgen om zichzelf opnieuw te definiëren? Om een nieuwe rol te pakken voor het onderwijs? Onderwijsinstellingen zijn tegenwoordig namelijk steeds drukker met het produceren van (open) onderwijsmateriaal en onderzoekspublicaties. Niet alleen wordt er meer en meer gewerkt met kennisproducten van anderen in het onderwijs, er wordt ook steeds meer zelf gemaakt. Onderwijsinstellingen zijn kennisinstellingen. Of willen dat heel graag zijn.

Nou zou elke medewerker van een dergelijke kennisinstelling idealiter prima in staat moeten zijn om ook adequaat, zorgvuldig en verantwoord om te kunnen gaan met al die kennisproducten. De realiteit dat dit niet het geval is – en het ook nooit zo gaat worden – geeft de bibliotheek een perfecte plek in een dergelijke instelling. Nietwaar?

In het trendrapport Open Educational Resources 2013 ziet Cora Bijsterveld wel nieuwe rollen voor juist de onderwijsbibliotheken. Die ziet ze vooral als content curator voor al het open onderwijsmateriaal dat inmiddels beschikbaar is maar in hetzelfde trendrapport gaat het ook over open leermiddelen, open access en de rol van uitgevers. De conclusies die Saskia de Rijk en Paul Vermeulen hierin maken sluiten prima aan bij mijn eigen: zowel het onderwijs als de bibliotheken moeten meer doen met hun eigen materiaal. Onderwijs- en onderzoeksmateriaal wordt aan de lopende band geproduceerd en het is aan de instellingen en bibliotheken zelf om hier het optimale uit te halen. Kennisproducten die niet bij uitgevers beschikbaar zijn en die zeker niet even via Google te vinden zijn. Een unieke monopoliepositie zo je wilt.

Eerlijk delen en beschikbaar stellen
Dat wil niet zeggen dat je er al bent als je besluit dat dit je nieuwe gat in de markt is. Want al die medewerkers van onderwijsinstellingen zijn niet zo ideaal als het gaat om het (willen) delen van al het materiaal dat ze produceren. Iedereen wil graag andermans materiaal gebruiken maar delen, daar zijn toch snel redenen voor te vinden om niet meteen het achterste van je tong te laten zien. In, jawel, datzelfde trendrapport schetsen Wilfred Rubens en Wim Didderen maar liefst 12 van dat soort redenen die belemmerend werken voor medewerkers in het onderwijs als het op delen aankomt.

Goed voorbeeld doet volgen?
De bibliotheek heeft een mooie uitdaging om samen met die medewerkers, ondersteund door te ontwikkelen beleid van de onderwijsinstellingen, aan de slag te gaan met het verwerven en beschikbaar maken van al dat materiaal. Ook als individuele bibliothecaris kun je nu al het goede voorbeeld geven. Niet alleen door zelf gebruik te maken van open access publicaties, materiaal met een Creative Commons licentie of publicaties uit een repository. Maar vooral door zelf je kennis te delen met anderen. En je eigen kennisproducten actief beschikbaar te maken voor anderen. Ook voor bibliothecarissen/informatiespecialisten is het niet perse vanzelfsprekend om dat te doen heb ik de afgelopen jaren ervaren.

Wat kan ik NU zelf doen?

  • Ga bloggen, twitteren, Googleplussen etc. en schrijf, twitter en update iedereen over de onderwerpen waar je iets over te vertellen hebt. Bibliothecarissen zijn traditioneel vraagbaken geweest en kunnen dat nog steeds zijn maar je moet jezelf wel laten zien!
  • Deel het onderwijsmateriaal dat je zelf gemaakt hebt voor trainingen, workshops en presentaties. Denk aan Slideshare voor je presentaties en wees niet te bescheiden om naar Wikiwijs te kijken om je workshopmateriaal te delen. Ook jij produceert producten waar anderen gebruik van zouden kunnen maken.
  • Deel je teksten, afbeeldingen, wat voor content dan ook onder een Creative Commons Naamsvermelding licentie of een Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen licentie. Het zijn de twee ruimste Creative Commons licentie waarbij een hergebruiker zelf verder kan bouwen op je content en alleen een naamsvermelding verplicht is (en dat bewerkt materiaal alleen verspreid mag worden met een soortgelijke licentie). Wat me doet beseffen dat ik de CC licentie van dit blog dan ook moet versoepelen eigenlijk.

Door zelf te delen, te delen en nog eens te delen. Zo kun je als bibliothecaris bijdragen aan zowel de ontwikkelingen binnen je onderwijsinstelling als de toekomst van de bibliotheek waar je werkt. Dat zou ons als informatieprofessionals toch heel eenvoudig moeten afgaan.

Nietwaar?

@foto: Carlos Maya via photopin cc

#

Op het nachtkastje: trendrapport Open Educational Resources 2013

trendrapport open educational resourcesDeze week vindt de internationale Open Education Week plaats die aandacht vraagt voor laagdrempelig onderwijs en toegang tot open leermaterialen. De Special Interest Group van SURF over Open Educational Resources bracht daarom op de eerste dag het Trendrapport Open Educational Resources 2013 uit met 15 bijdragen over diverse trends in Open Educational Resources voor de Nederlandse hoger onderwijs-, bibliotheek- en uitgeverswereld. Deze worden afgewisseld met 15 intermezzo’s die praktische voorbeelden en tips geven voor iedereen die geïnteresseerd is in Open Educational Resources.

Hoewel ze ongetwijfeld allemaal het lezen waard zijn, werd mijn aandacht vooral getrokken naar een drietal artikelen uit het trendrapport. Pierre Gorissen van Fontys schreef een artikel over de trends en kansen als het gaat om open tekstboeken (wat ik nog steeds geen geweldige vertaling vind van open textbooks). Cora Bijsterveld gaat in op een nieuwe rol bij content curation van de bibliotheek in het hoger onderwijs. En ook de trends, kansen en bedreigingen richting de uitgevers bij open access en open educational resources worden besproken door Saskia de Rijk en Paul Vermeulen. Alle drie de artikelen zijn verplichte kost als je in een onderwijsbibliotheek werkzaam bent wat mij betreft.

Zoals het hoort natuurlijk is ook dit rapport vrijelijk – en in meerdere versies – te downloaden en te lezen. Een Nederlandstalige PDF in lage resolutie, een Engelstalige PDF, in een online boekomgeving en zelfs als app voor iPhone of iPad.

Lezen maar!

#

kijkenkostgeld

Met toestemming films en tv programma’s kijken: de overeenkomst tussen Videma en de HBO-raad

HBO instellingen maken veel gebruik van auteursrechtelijk beschermde content, zowel rechtstreeks als indirect ten behoeve van het onderwijs. Voor het gebruik van artikelen en (delen uit) boeken hebben de HBO instellingen daarom via de HBO-raad een overeenkomst, een afkoopregeling, met de collectieve beheersorganisatie Stichting PRO. Daar valt nog wel het een en ander aan te verbeteren mijns inziens maar het is goed dat er een dergelijke regeling bestaat. Hogescholen zouden anders per overname, per gebruik, toestemming moeten vragen voor gebruik van andermans content. Een maatwerkregeling waarbij er gekeken wordt naar de specifieke omstandigheden en waarbij onder voorwaarden vrij gebruik mogelijk is, bespaart een hoop tijd en moeite.

Nu zijn teksten uit tijdschriften en boeken niet het enige beschermde materiaal dat gebruikt wordt. Foto’s en afbeeldingen worden, voor gebruik in onderwijsmateriaal, ook afgedekt door de regeling met Stichting PRO – die dat weer regelt met een andere organisatie Pictoright – maar voor televisieprogramma’s en films moest altijd per gebruik toestemming gevraagd worden. En betaald worden. In Nederland is daarvoor Stichting Videma de collectieve beheersorganisatie die namens rechthebbenden auteursrechtelijke toestemming verleent voor de openbaarmaking van tv- en filmbeelden.

Overeenkomst voor de openbaarmaking van filmwerken
Juni 2012 begonnen de gesprekken tussen Stichting Videma en de HBO-raad om te komen tot een overeenkomst waarbij door Videma toestemming verleend zou worden aan alle leden van de HBO-raad (de hogescholen) voor het gebruiken en vertonen van videofilms en televisieprogramma’s. Ik had het genoegen om de collegevoorzitter van Windesheim advies over het eerste voorstel te geven vanuit het Auteursrechten Informatie Punt en zag de voordelen van een dergelijke afkoopregeling wel voor me. In november van vorig jaar is de definitieve tekst opgesteld en de overeenkomst voor de openbaarmaking van filmwerken tussen de HBO-raad en Stichting Videma getekend.

Het ligt alleen wel wat lastiger met tv en film
Lang niet al het videomateriaal valt onder de overeenkomst. Videomateriaal dat gebruikt wordt in de digitale leeromgevingen is veelal afkomstig uit bronnen die buiten de scope van de overeenkomst vallen. Het gaat hier ondermeer om Academia, een videodatabank waarop diverse instellingen een licentie hebben en waarin tv uitzendingen van de publieke omroepen zijn opgenomen maar ook om videomateriaal van YouTube en zelfgemaakt videomateriaal. Hierover zijn geen rechten verschuldigd of zijn, in het geval van Academia, al afgekocht in de desbetreffende licentie.

Maar ook films op dvd’s hoeven niet perse onder de regeling met Videma te vallen. Video-, film of tv materiaal dat in de les(lokalen) wordt gebruikt is vrijgesteld van rechten in een onderwijssetting conform de Auteurswet artikel 12, lid 5, de zogeheten onderwijsexceptie. Daar hoefde je al geen toestemming voor te vragen als onderwijsinstelling, laat staan er voor te betalen.

Maar uitzonderingen waren en zijn er nog genoeg
Ook buiten de directe onderwijssetting wordt er echter veel gebruik gemaakt van tv-uitzendingen en films. TV’s in kantines of bij (journalistiek) opleidingen. Films die vertoond worden door studentenverenigingen (in de hogeschool) of die tijdens open dagen te zien zijn. De overeenkomst met Videma zorgt er nu in ieder geval voor dat er toestemming is voor deze openbaarmakingen en dat daar ook voor betaald is.

Niet meer hoeven na te denken of je tv-uitzendingen en videofilms mag vertonen in je hogeschool. Automatisch verantwoord omgaan met de auteursrechten van anderen. Dat legt een stuk gemakkelijker uit naar docenten, studenten en medewerkers van je hogeschool. Als je het Auteursrechten Informatie Punt bent natuurlijk.

Laat de film nu maar beginnen.

#

srie13

Onderzoek alles en behoud het goede tijdens het SURF Research and Innovation Event 2013

Waarom alle evenementen en grote gebeurtenissen altijd op dezelfde dag lijken te vallen weet ik niet maar volgende week donderdag 28 februari is kennelijk zo’n knooppunt. Niet alleen kun je er voor kiezen om – ademloos ongetwijfeld – toe te kijken op tv hoe de Paus terugtreedt maar er zijn voor informatieprofessionals twee gelijktijdige evenementen die als zaligmakend alternatief kunnen dienen: het SURF Research and Innovation Event 2013 en de Vogin-IP-lezing.

De Vogin-IP-lezing, bestaande uit workshops en lezingen over zoeken op internet, ligt misschien net iets meer in mijn straatje maar nieuwe dingen leren kun je volgens mij beter doen als het over onderwerpen gaat waar je maar nauwelijks iets van af weet. Het SURF Research and Innovation Event 2013 past met het programma definitief binnen die doelstelling. Omgaan met onderzoeksdata en andere grote dataverzamelingen is een terugkerend thema in het programma en hoewel onderzoek binnen het HBO nog geen hele grote rol speelt, groeit deze wel. Ook voor informatiespecialisten wordt het dan tijd om zich er verder in te verdiepen.

Programma
Het programma voor de #srie13 is opgebouwd uit meerdere tracks en twee keynotes. Ik moet mijn eigen programma nog samenstellen maar het zullen vooral onderdelen uit track 1 en track 4 worden die wat algemener over onderzoeksdata en social media data gaan. De onderwerpen uit de beide overige tracks spreken me minder aan.

Bloggen
Het is al helemaal lastig om nee te zeggen als ze ook nog specifiek bloggers zoeken om verslag te doen van het SURF Research and Innovation Event 2013. Kennis delen door te bloggen blijft eigenlijk toch ook een innovatie vind ik. Hopelijk wordt er ook veel geblogd over de Vogin-IP-lezing want dan heeft iedereen het beste uit twee werelden.

Zelfs diegenen die naar het aftreden van de paus willen kijken.

#

100procentdigitaal

Inholland streeft naar een digitale hogeschoolbibliotheek voor 2015. Maar wie zit daar op te wachten?

Ik had vorige week al vernomen dat de intentie er was van Inholland hogeschool om voor 2015 over te gaan naar een volledig digitale bibliotheek en dus afscheid te nemen van alle fysieke componenten die traditioneel bij een hogeschoolbibliotheek horen. Ik zou willen zeggen dat het een nieuw idee is maar enkele jaren geleden  was dat idee ook al bij mijn hogeschool gelanceerd. Met ongetwijfeld de gedachte in het achterhoofd dat het anno 2010 toch niet zo kan zijn dat je als bibliotheek uberhaupt nog afhankelijk bent van die fysieke collectie, studie- en werkplekken en uitleenapparatuur. Dat kan toch zeker allemaal wel digitaal? En bovenal, een stuk goedkoper? Vierkante meters zijn immers duur.

De feiten weerlegden deze gedachten gelukkig al snel. Een hogeschoolbibliotheek is gedienstig aan het onderwijs en niet (alleen) aan bezuinigingsvoorstellen. En dat onderwijs wil niet altijd digitale informatievoorziening. Als ze voor dat vakgebied uberhaupt al keuzes hebben overigens want de praktijk is dat het nog extreem karig gesteld is met het digitale aanbod van studieboeken en Nederlandstalige vaktijdschriften. Op het ene vakgebied zijn uitgevers er verder mee dan de andere.

Maar digitaal betekent niet automatisch toegankelijk en inzetbaar
Digitaal is een toverwoord geworden. Er hangen zo veel onuitgesproken verwachtingen aan dat er met een roze bril naar gekeken wordt. Daardoor valt het misschien niet goed op dat een groot deel van het digitale aanbod nauwelijks of zelfs helemaal niet te gebruiken is door een (hogeschool)bibliotheek. Of het onderwijs. Lesmethoden zijn beperkt digitaal beschikbaar en waar ze het wel zijn voorziet die constructie niet in het breed aanbieden van die content aan een instelling maar is die gericht op individuele afname door studenten. Nederlandstalige (vak) tijdschriften zijn bijna niet full-text digitaal beschikbaar voor breed gebruik. Dit blijft beperkt tot individuele abonnees.

De ontwikkelingen rondom e-studieboeken komen nu pas een beetje op gang. Uitgevers zijn zoekende maar ook hier heb je te maken met het onderwijs die eigenlijk nog moet beginnen met nadenken over en formuleren van wat ze nodig hebben. En in welke vorm. En met welke randvoorwaarden voor de toegang. Ontwikkelingen die nog vele jaren nodig hebben voordat ze leiden tot een breed, representatief en bovenal bruikbaar aanbod waar je als bibliotheek gebruik van kunt maken richting het onderwijs.

Terug naar Inholland
Wat precies de achterliggende redenen zijn voor Inholland om te kiezen voor een volledig digitale bibliotheekvoorziening op korte termijn, daar kan ik alleen maar naar speculeren. Feit is dat gisteren Doekle Terpstra, de voorzitter van het college van bestuur van Inholland, via Twitter bevestigde dat het niet bij een voornemen blijft maar het als besluit genomen is.

Het lijkt me inderdaad een hele stevige opdracht. Prachtige innovatie? Sorry maar zoals alle vernieuwingen niet perse verbeteringen zijn, zo zijn digitaliseringstrajecten niet perse innovaties. Misschien zijn ze dat per definitie niet zelfs.

Bert Zeeman, van de Universiteit van Amsterdam, durfde zelfs de weddenschap met zijn lezers aan te gaan over het behalen van dit doel voor 2015. De vragen en overpeinzingen die hij daar bij heeft zijn stuk voor stuk al valide. Ik las diverse reacties die in verschillende mates van voorzichtigheid niet veel vertrouwen uitspraken over de kans van slagen. Het is bijna onmogelijk voor te stellen hoe je de kwaliteit van de informatievoorziening vanuit je hogeschoolbibliotheek in stand kunt houden als je genoodzaakt bent om niet te kijken naar de inhoud van die informatie maar puur en alleen naar de vorm. Een vorm waar de overgrote meerderheid van uitgevers die content leveren voor hogeschoolbibliotheken nog stevig mee worstelt.

Maar wat wil je nou als hogeschoolbibliotheek?
Digitaliseren is niet het doel van een hogeschoolbibliotheek. Sowieso is de term digitaliseren ongelukkig want het lijkt aan te geven dat je je bestaande fysieke collectie gaat inscannen en digitaal aanbieden. Wat natuurlijk niet toegestaan is want daar overtreed je meerdere wetten mee.

De hogeschoolbibliotheek is, ik zei het al eerder, gedienstig aan het onderwijs. Er moet een directe link zijn tussen wat het onderwijs – docenten en studenten- nodig hebben binnen de tientallen opleidingen/curricula en wat je als bibliotheek levert, ontsluit en toegankelijk maakt. In 2008 vertelde de toenmalige voorzitter van de HBO Raad, dezelfde Doekle Terpstra die nu bij Inholland zit, tijdens een lustrumbijeenkomst van het Samenwerkingsverband Hogeschoolbibliotheken (SHB) over de noodzaak om betere verbindingen te maken met het onderwijs en de opleidingen waarvoor hogeschoolbibliotheken werken.

En ja, dat betekent dat je kritisch moet kijken naar je traditionele rol als bibliotheek. Andersoortige diensten en minder vanuit het belang van je bibliotheek handelen. Meer vanuit de belangen van je onderwijs(instelling). Minder focus op het hebben van een (fysieke) collectie en de aandacht verschuiven naar het toegankelijk maken van informatiebronnen voor die groepen binnen je instelling die deze bronnen ook daadwerkelijk nodig hebben.

Dat zou pas prachtige innovatie zijn voor hogeschoolbibliotheken als je het mij vraagt.

Maar alle inspanningen, je gehele focus, toespitsen op digitale dienstverlening en hopen dat er voor 2015 voldoende digitaal aanbod is vanuit de markt om dat ook naar je gebruikers in je hogeschool aan te kunnen bieden? Vanuit je visie nee zeggen tegen het onderwijs als ze fysieke informatiebronnen nodig hebben, om wat voor reden dan ook? Digitale informatiebronnen van uitgevers min of meer klakkeloos aan gaan bieden, ook al zijn er (licentie)technische beperkingen, puur omdat het past in de digitaliseringsdoelstelling?

Niet alleen durf ik de weddenschap niet aan te gaan met Bert, ik vrees dat alleen al dit besluit van Inholland negatieve impact gaat hebben op de ontwikkeling van een toekomstbestendige visie van zowel HBO instellingen als hogeschoolbibliotheken op de rol die bibliotheken kunnen en moeten spelen in onderwijsinstellingen. Waarom zou je het nog over verbindingen met het onderwijs hebben als je als bibliotheek al besloten hebt dat je alleen nog maar digitale diensten wilt gaan leveren? 100% digitaal is 100% onrealistisch.

Hoe je er ook naar kijkt.

#

horizon2013

Aan de horizon in 2013: trends in ICT en informatievoorziening

Ook dit jaar verschijnt er weer een Horizon rapport van het New Media Consortium ism EDUCAUSE dat huidige en opkomende technologieën in kaart brengt die relevant zijn voor het (hoger) onderwijs. Deze worden in het rapport verdeeld in ontwikkelingen of trends op de korte, middellange en de wat langere termijn. Het is niet perse een checklist waar je binnen het onderwijs mee bezig moet zijn maar zou wel vreemd (moeten) zijn als er ontwikkelingen tussenstonden waar je nog nooit van gehoord hebt.

Het rapport telt 44 pagina’s en is vanaf de site van NMC te downloaden als PDF.

In het Horizon rapport worden de volgende technologieën en ontwikkelingen geschetst, inclusief voorbeelden van waar en hoe ze nu al ingezet worden in het onderwijs.

  • Time-to-Adoption Horizon: One Year or Less
    • Massively Open Online Courses
    • Tablet Computing (die er vorig jaar ook in stond)
  • Time-to-Adoption Horizon: Two to Three Years
    • Games and Gamification (vorig jaar heette dat nog Game Based Learning)
    • Learning Analytics (ook deze stond er vorig jaar in)
  • Time-to-Adoption Horizon: Four to Five Years
    • 3D Printing
    • Wearable Technology

Trends
Technologieën zijn alleen relevant voor het onderwijs als ze aansluiten op trends die gaande zijn in het onderwijs. Het Horizon rapport beschrijft daarom dan ook 6 trends die bepalend zijn voor het gebruik en relevantie van vernieuwende technologieën. Ook al is dit vanzelfsprekend gericht op het Amerikaanse onderwijs, er zijn voldoende overeenkomsten te vinden met de Nederlandse situatie.

  1. Openness — concepts like open content, open data, and open resources, along with notions of transparency and easy access to data and information — is becoming a value
  2. Massively open online courses are being widely explored as alternatives and supplements to traditional university courses
  3. The workforce demands skills from college graduates that are more often acquired from informal learning experiences than in universities
  4. There is an increasing interest in using new sources of data for personalizing the learning experience and for performance measurement
  5. The role of educators continues to change due to the vast resources that are accessible to students via the Internet.
  6. Education paradigms are shifting to include online learning, hybrid learning, and collaborative models.

Uitdagingen en belemmeringen
Ook al zie je als onderwijsinstelling de kansen en onderken je de trends die gaande zijn, het adopteren van nieuwe ontwikkelingen en technologieën gaat niet vanzelf. In het rapport staan de makers ook even stil bij zes uitdagingen die ze zien binnen het onderwijs:

  1. Faculty training still does not acknowledge the fact that digital media literacy continues its rise in importance as a key skill in every discipline and profession.
  2. The emergence of new scholarly forms of authoring, publishing, and researching outpace sufficient and scalable modes of assessment.
  3. Too often it is education’s own processes and practices that limit broader uptake of new technologies.
  4. The demand for personalized learning is not adequately supported by current technology or practices.
  5. New models of education are bringing unprecedented competition to the traditional models of higher education.
  6. Most academics are not using new technologies for learning and teaching, nor for organizing their own research.

Bij deze uitdagingen (zeker de eerste twee en de laatste) komt ook de rol van de informatievoorziening binnen het onderwijs om de hoek kijken. Onderwijsbibliotheken kunnen een grote rol spelen bij het adviseren, ondersteunen en zelfs organiseren van oplossingen voor deze uitdagingen. Om samen met het onderwijs en ICT ondersteuners te kijken hoe je nu daadwerkelijk tot veranderingen en implementatie van vernieuwingen komt.

@ foto: Stuck in Customs via photopin cc
#

Eduapp: vinden, delen en ontdekken van educatieve apps

eduapp

Vanochtend las ik dat eduapp.nl live was gegaan, een portal voor vinden, delen en ontdekken van apps die te gebruiken zijn in het onderwijs. Een heel mooi initiatief want nu iPads en, in mindere mate heb ik het idee, Android tablets  in het onderwijs gebruikt worden is er veel behoefte aan een goed overzicht van apps die hiervoor bruikbaar zijn.

Eduapp biedt niet alleen een uitgebreide verzameling apps (meer dan 500 op dit moment), de toegevoegde waarde zit hem er in dat voor vele ook beschreven is hoe deze ingezet kunnen worden in de vorm van lesideeën. If content is king, context is queen.

Nog meer context wordt er geboden doordat Eduapp ook een sociaal platform is. Gebruikers worden aangemoedigd een profiel aan te maken (dat heb je nodig om alles te kunnen vinden op de site) en tijdens dat aanmaken doorloop je enkele stappen waarbij je o.a. andere gebruikers kunt volgen. Als gebruiker kun je zelf lesideeën maken voor de aanwezige apps en ook lijsten aanmaken met apps. Die lijsten kun je delen zodat anderen ook die weer kunnen volgen. Vergelijkbaar met afspeellijsten in Spotify dus.

Eduapp is nu al een mooie omgeving voor leerkrachten in het primair, voortgezet, speciaal en middelbaar onderwijs alsmede de lerarenopleidingen in het hbo. Als ouder van kinderen in het primair en speciaal onderwijs vind ik het eveneens een nuttige tool om apps te vinden die ik thuis op mijn tablet kan zetten. Ik ga er dan ook zeker goed rondsnuffelen.

Apps die voor het hoger onderwijs relevant (kunnen) zijn lijken nu ondervertegenwoordigd te zijn maar wie weet gaat dat nog veranderen. Het kan een kwestie zijn van aanmelden als gebruiker en suggesties doorgeven voor die apps. Met nieuwe lijsten en lesideeën erbij natuurlijk.

(Getipt via het persbericht)

#

Wat vinden studenten van e-studieboeken?

Begin deze maand schreef ik over de rol van onderwijsbibliotheken en docenten bij het vlot trekken van de beschikbaarheid van ebooks voor het onderwijs, de e-studieboeken. Daar valt nog veel meer over te zeggen natuurlijk. Vraag creëert aanbod en vanuit het onderwijs moet die vraag explicieter en beter gesteld worden aan de uitgevers wil je ooit tot goed en breed aanbod van e-studieboeken komen.

Eén van de argumenten die je vanuit docenten (en bibliotheken) nog wel eens hoort is dat studenten helemaal niet zitten te wachten op digitale studieboeken. Onderzoek zou aantonen dat studenten de voorkeur geven aan papieren studieboeken omdat ze het niet prettig vinden de lesstof te bestuderen vanaf een scherm. Hoewel ik onmiddellijk geloof dat studenten niet perse staan te trappelen betwijfel ik of je hieruit maar moet concluderen dat er geen noodzaak is voor e-studieboeken. Het onderwijs moet meer en meer digitaal gegeven kunnen worden en het voelt toch wel als een soort excuus om daar niet mee aan de slag te gaan omdat studenten er niet op zitten te wachten. Sterker nog, het is de uitdaging aan zowel het onderwijs als uitgevers om e-studieboeken ook aantrekkelijk(er) te maken voor studenten. We doen het immers niet voor de lol allemaal, nietwaar?

Dat studenten heus wel de voordelen (kunnen) inzien van e-studieboeken blijkt wel uit de enorme populariteit ervan in Amerika. Daar worden ook regelmatig onderzoeken uitgevoerd natuurlijk en uit één ervan heeft eCampus.com – een commerciële partij die e-studieboeken verkoopt- een infographic gedestilleerd.

Hieruit blijkt dat bijna drie kwart van de Amerikaanse studenten niet kan studeren zonder technologische hulpmiddelen. E-studieboeken zijn populair en worden door bijna de helft van de studenten gebruikt omdat ze eenvoudigweg een stuk goedkoper zijn dan de papieren tegenhangers. Het kunnen doorzoeken van e-studieboeken wordt als belangrijkste voordeel gezien en het niet willen leren vanaf een scherm speelt dan kennelijk ook niet (meer) want de ruime meerderheid raadpleegt de e-studieboeken met een laptop. Studenten laten het vooral van het vak afhangen of ze de voorkeur geven een e-studieboek te gebruiken maar slechts 7% houdt principieel vast aan het gebruiken van papieren studieboeken.

Natuurlijk is de Nederlandse situatie niet gelijk aan de markt in Amerika maar als het aanbod – en de prijsstelling! – maar goed genoeg is, dan kon je ook in Nederland best wel eens Amerikaanse toestanden krijgen ;)

students-etextbooks

Getipt via twitter door de HVA bibliotheek

#

Professionalisering in het hbo met dank aan de cao

Levenslang leren is iets dat eigenlijk voor ons allemaal zou moeten gelden onafhankelijk van welk beroep je hebt en waar je werkt. Ontwikkelingen gaan dermate snel dat zelfs praktijkervaring niet voldoende is om je diploma al zo’n beetje achterhaald te maken op het moment dat je het in ontvangst mag nemen. Toch blijkt telkens weer dat (permanente) bijscholing stevig gefaciliteerd moet worden door een bedrijf of sector willen beroepsbeoefenaars ook structureel aan de slag gaan met blijvende professionalisering.

In de advocatuur is er een puntenstelsel waarbij iedere beoefenaar jaarlijks een minimum aantal punten moet behalen en waarbij deelname aan o.a. cursussen en congressen essentieel is wil je aan deze eis tegemoet kunnen komen. Zo streng is het in het hoger beroepsonderwijs nog niet maar door de aanhoudende kwaliteitsdiscussies van het onderwijs is er wel een praktijk ontstaan waarin alle hogescholen het professionaliseringsniveau van hun medewerkers onderdeel hebben gemaakt van de prestatieafspraken met de minister van onderwijs.

Hierbij gaat het bijna zonder uitzonderingen om al het onderwijsgevend personeel een master te laten behalen. Dit past in de perceptie van hogescholen -terecht-  ook bij de ambitie en doelstellingen van het hbo om met (toegepast) onderzoek een slag te slaan maar doet mijns inziens niet helemaal recht aan het idee van permanente scholing aangezien professionalisering van docenten toch echt niet alleen gezocht moet worden in een master- en promotietraject. Het onderwijsondersteunend personeel krabt zich ook nog even achter de oren en vraagt zich af waar zij blijven in de scholingstrajecten. Moeten we in de onderwijsbibliotheek ook aan de master of kunnen we ook professionaliseren op een andere manier?

De vakbonden en de HBO-raad maakten vandaag een principe akkoord (pdf) bekend over de cao-hbo waarin precies dit onderwerp de hoofdrol speelt. In dit akkoord dient elke hogeschool met een eigen en individueel professionaleringsplan te komen waarbij 6% van het jaarinkomen van elke werknemer beschikbaar gesteld wordt om de uitvoering te realiseren. Geen onderscheid tussen onderwijsgevend en onderwijsondersteunend personeel, het gehele budget komt in 1 professionaliseringsfonds en die 6% is het minimumbedrag dat een hogeschool moet besteden aan professionaliseren van de eigen medewerkers. Master- en promotietrajecten zullen ongetwijfeld de kern gaan vormen van een dergelijk professionaliseringsplan maar er zal ongetwijfeld ook meer in opgenomen moeten worden voor (in ieder geval) het onderwijsondersteunend personeel.

Het goede nieuws is daarbij dat de facilitering van medewerkers specifiek benoemd is in dit akkoord. Als een scholingsafspraak met een werknemer past in het professionaliseringsplan dan wordt maar liefst 75% van de studielast in tijd gefaciliteerd en dat zou toch een mooie prikkel moeten zijn.

In een salarisstijging voorziet de nieuwe cao dan weer niet maar als je in jezelf wilt investeren met scholing dan heeft je instelling er nu net zo veel belang bij als jij om dat te doen. Voor kennisinstellingen zou dat eigenlijk heel vanzelfsprekend moeten zijn, net als voor de mensen die er werken. Maar het kan geen kwaad dat het straks ook in de cao geregeld is.

@ foto: mimax via photopin cc

#

Auteursrecht versus het recht op goed onderwijsmateriaal

Afgelopen donderdag had ik het genoegen om wederom een voorlichting/presentatie te mogen geven over auteursrechten in het hbo. Dit keer niet bij de onderwijsinstelling waar ik werk maar bij Van Hall Larenstein in Velp. De VHL mediatheek fungeert ook als Auteursrechten Informatie Punt en had een lunchpresentatie georganiseerd om zoveel mogelijk docenten tegelijk te voorzien van antwoorden op vragen op gebied van auteursrechten terwijl ze een broodje aten. Antwoorden die ik ze mocht verschaffen.

Dat leverde voor mij de uitdaging op om te kijken of het onderwerp inderdaad zo universeel was als ik denk dat het is. Kijken docenten van andere hogescholen hier anders tegen aan dan die van Windesheim? Een andere uitdaging was dat dit met 40 personen tevens de grootste groep docenten en medewerkers was die ik ooit heb mogen toespreken. Zo’n handmicrofoon ziet er best stoer uit maar het is wel wennen als je hem ook echt nodig hebt.

Enfin, de presentatie verliep goed, er kwamen veel vragen (ik blijf altijd een beetje verrast als docenten doorvragen op gebied van auteursrechten) en nadat ik enkelen ervan had verzekerd dat ik niet een vertegenwoordiger van Stichting PRO was werd de sfeer ook nog daadwerkelijk gezellig. De presentatie eindigen met een petje op, petje af quiz was een goede toevoeging van mijn collega bij VHL want men werd nog fanatiek ook aan het einde om te winnen.

De gestelde vragen gingen logischerwijs vooral over wat men als docent kon doen om zo min mogelijk last te hebben van alle procedures die gepaard gaan met de readerregeling. Hoewel ze tevreden waren met de aangedragen vuistregels om binnen de grenzen te blijven van die regeling als ze auteursrechtelijk beschermd materiaal gebruiken in hun onderwijs, keken meerdere docenten ook verder dan alleen de letters van de regeltjes en de wetten.

In hun vragen beschreven ze de geconstateerde frictie tussen het verantwoord willen omgaan met andermans auteursrechten maar tegelijkertijd door die invulling van een readerregeling beperkt te worden in hun keuzemogelijkheden om relevant en goed onderwijsmateriaal te produceren. Het levert docenten het minste werk op als ze binnen de gestelde limiet van 10.000 woorden blijven als ze een deel uit een boek zouden willen gebruiken in hun onderwijs (of 8000 woorden bij deel uit een tijdschrift) maar die arbitraire grens belemmert daardoor de selectie door een docent. Als een docent drie hoofdstukken uit een dik duur boek zou willen gebruiken in zijn onderwijs, dan zou die dat moeten kunnen doen vanwege de inhoudelijke relevantie van die drie hoofdstukken. Niet omdat die hoofdstukken in totaal minder dan 10.000 woorden bevatten of nog erger, moeten kiezen om maar twee hoofdstukken te gebruiken omdat die grens anders overschreden wordt.

Aan de ene kant heel goed dat docenten zich steeds meer bewust zijn van de noodzaak ook op auteursrechten te letten in hun onderwijs maar aan de andere kant moet het niet een extra restrictie worden die het nog moeilijker maakt om goed -en genoeg- materiaal te gebruiken in lesverband. Zonder aan het beginsel van auteursrechten te tornen zou er toch een betere oplossing mogelijk moeten zijn voor het onderwijs?

Misschien moet Stichting PRO ook maar eens dit soort presentaties gaan houden voor docenten. Inclusief een petje op, petje af quiz zodat het allemaal wat minder abstract wordt en er wellicht in oplossingen gedacht kan worden ipv in controles en boetes. Mogen zij docenten ervan verzekeren dat ze wel de vertegenwoordiger zijn ;-)

@ foto: Krissy.Venosdale via photopin cc

#

Pagina 1 of 6123...Laatste »
  • 2006- 2013 Vakblog – werken met informatie
    Powered by WordPress // Theme: Tatami by Elmastudio
Top