Juridische kwesties: Verdienen aan Open Access?

Een redacteur van de IP stelt de vraag:

Op 17 mei 2016 werd bekend dat het Social Science Research Network, een netwerksite met ruim 2 miljoen leden waar onderzoekers hun preprints kunnen plaatsen ter kennisneming, wordt overgenomen door Elsevier. Stel dat je een flink aantal preprints op SSRN hebt gezet in de loop der jaren. Dan heeft jouw werk bijgedragen aan de waarde van het netwerk, en daarmee aan het bedrijf dat nu gaat cashen door zichzelf aan Elsevier te verkopen. Heb je dan op geen enkele manier recht van inspraak bij een dergelijke overname?

Raymond Snijders antwoordt: Het Social Science Research Network (SSRN) is een populaire repository waar onderzoekers conference papers, preprints en andere wetenschappelijke publicaties gratis kunnen uploaden en delen. Het is daarmee een grote en belangrijke bron van Open Access publicaties geworden op het gebied van (vooral) economie, recht en de sociale wetenschappen. Het bijzondere van de SSRN is dat het sinds 1994 gerund wordt door een klein commercieel bedrijf Social Science Electronic Publishing. Het bedrijf heeft al die jaren een bescheiden verdienmodel gehanteerd door een attenderingsdienst te verkopen waarbij klanten via mail op de hoogte gehouden werden van nieuwe Open Access publicaties in de SSRN. Het was een verdienmodel waar geen van de twee miljoen leden bezwaar tegen had.

Dat zal nu dankzij de overname van SSRN door Elsevier wel anders zijn. De grote wetenschappelijke uitgever hanteert een verdienmodel waarbij bibliotheken zeer hoge bedragen moeten betalen voor de toegang tot onderzoekspublicaties terwijl er ook hoge bedragen (APC’s) gevraagd worden voor het publiceren in de eigen Open Access tijdschriften. De aankoop van SSRN stelt Elsevier in staat om met hun business model dichterbij de community van wetenschappelijke auteurs te komen waar ze minder last hebben van piraterij (van artikelen via Sci-Hub) en rechtstreeks invloed kunnen uitoefenen op die auteurs.

Het is zeer aannemelijk dat de meeste auteurs niet zitten te wachten op die invloed van Elsevier en voorzien dat Elsevier in de nabije toekomst aan hun vrijelijk gedeelde publicaties wil gaan verdienen. Maar hadden ze inderdaad geen inspraak?

Het antwoord op die vraag is terug te vinden in de algemene voorwaarden van SSRN. Hieruit wordt duidelijk dat iedereen die bestanden uploadt de SSRN een limited, non-exclusive, worldwide, royalty free, revocable licentie geeft voor dat materiaal. Dat betekent dat je dus weliswaar bijdraagt aan de waarde van het netwerk maar dat je geen zeggenschap (of inspraak) krijgt over het platform waar je jouw preprints op gepubliceerd hebt. Je hebt namelijk al toestemming gegeven dat zij de preprints mogen tonen en aanbieden op SSRN zoals zij dat zelf goedachten. En nu achten zij het goed dat Elsevier dat voor hen gaat doen.

De enige actie die onderzoekers nu resteert is het intrekken van die toestemming en licentie door hun preprints te verwijderen en geen nieuwe meer te uploaden. Als alle onderzoekers dit doen blijft er weinig toegevoegde waarde over en geeft dit een duidelijk signaal af. Je kunt je dan echter wel afvragen of de kuur niet erger is dan de kwaal: de preprints zijn uit handen van Elsevier maar ze zijn ook niet meer vrijelijk beschikbaar voor anderen. Bij gebrek aan goede alternatieven voor SSRN is er door deze overname in elk geval de behoefte ontstaan aan een nieuwe preprintserver waar niemand geld verdient aan Open Access.

Deze Juridische kwesties is ook gepubliceerd in IP 5 (2016).

 

Het begint wel wat gênant te worden dat de laatste twee vragen door redacteuren van de IP bedacht moesten worden. Er zijn meer dan duizend informatieprofessionals in Nederland die dagelijks te maken hebben met auteursrecht, licenties, portretrecht of een ander juridisch aspect van het werken met informatie. Dus beste collega’s, sla je slag, pak je kans en mail die vragen naar redactie (at) informatieprofessional.nl om het antwoord terug te lezen in de IP en op Vakblog. Als je liever je naam er niet bij vermeld wilt hebben dan kan dat ook! Of mail ze anders naar mij op rsnijders (at) gmail.com. Jullie input is mijn output enzovoorts.

#

open access in het hbo

Open Access in het hbo (vooraankondiging SURFacademy 27 september 2016)

Open Access staat hoog op de agenda van Nederland tijdens het voorzitterschap van ons land in de EU. Afgelopen vrijdag (27 mei 2016) besloten de Europese ministers van Onderzoek en Innovatie unaniem dat in 2020 alle wetenschappelijke publicaties over resultaten van publiek en publiek-privaat gefinancierd onderzoek voor iedereen vrij beschikbaar moeten zijn. En dat ook ingezet moet worden op optimaal hergebruik van onderzoeksdata.

Een prachtig besluit natuurlijk maar dat gaat allemaal niet vanzelf. Als er bijvoorbeeld over Open Access gesproken wordt dan lijkt het (alleen) om wetenschappelijke onderzoekspublicaties te gaan bij universiteiten en onderzoeksinstellingen. Onderzoek en publicaties in het hbo worden veelal niet meegenomen in de dialoog over open access terwijl er vanzelfsprekend ook in het hbo veel werken gepubliceerd worden. Enerzijds zijn dat afstudeerwerken van studenten en leermateriaal van docenten maar anderzijds wordt er ook veel onderzoek in het hbo gefinancierd met publiek en publiek-privaat geld.

De Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) nam op 1 december 2015 al het initiatief om haar subsidievoorwaarden te wijzigen zodat alle publicaties, die voortkomen uit een ‘call for proposals’, op het moment van publicatie direct openbaar toegankelijk moeten zijn. In het hbo wordt er veel gebruik gemaakt van subsidies van het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA. SIA zal eveneens de subsidieregelingen aanpassen en een Open Access voorwaarde opnemen en dat geldt nu al voor de subsidieregelingen van o.a. ZonMw en Horizon 2020. Die laatste is met het OpenAIRE initiatief aangehaakt bij de Open Access doelstellingen en ook hier geldt een OA verplichting als je van hun subsidieregeling gebruik maakt.

Maar hoe gaan we er met elkaar voor zorgen dat ook het hbo met Open Access aan de slag gaat. Zodat ook de publicaties uit het hbo in 2020 zoveel mogelijk vrij beschikbaar zijn?

Op 27 september a.s. organiseren een aantal hogescholen i.s.m. SURF, een dag over wat Open Access betekent voor het hbo en wat er voor nodig is om die bovenstaande doelstelling te halen. Samen met o.a. de Vereniging Hogescholen, onderzoeksfinanciers, beleidsmakers, docenten en de hogeschoolbibliotheken moeten we hier toch uit kunnen komen, toch? De nadere invulling van het programma volgt later maar reserveer alvast de datum als je ook mee wilt en kunt praten.

SURFacademy 27 september 2016 Open Access doen we samen

Hoe zorgen wij dat in 2020 alle publicaties van het hbo open access toegankelijk zijn? Op 27 september organiseren wij een SURFacademy rond deze ambitie.

Met het ondertekenen van de Berlin Declaration is door heel het Nederlands hoger onderwijs, waaronder de HBO-raad (nu: Vereniging Hogescholen), besloten dat open access publiceren voortaan de norm zou zijn. Zeven jaar later inventariseren wij op dezelfde locatie onze bevindingen en kijken wij vooruit. De SURFacademy is bedoeld voor iedereen die een bijdrage aan open access binnen het hbo wil leveren.

Saxion, Windesheim, het Netwerk Auteursrechten Informatiepunten-hbo, de HKI, Hogeschool Arnhem Nijmegen, HKU (Hogeschool voor de Kunsten Utrecht) en SURF organiseren deze dag sessies waarbij wij vanuit verschillende perspectieven actief met dit thema aan de slag gaan. Welke hindernissen ervaren wij? Waarom is open access publiceren nog niet de standaard? We zullen onder meer kijken naar; de (open)mindset in het hbo, auteursrechten, de benodigde infrastructuur en de kosten en baten van verschillende modellen van open access publiceren.

Welke rol spelen we daar nu zelf al in, en wat kunnen we nog meer ondernemen om de open access ambities waar te maken in het hbo?

Meer informatie over deze dag volgt binnenkort. Reserveer 27 september alvast in uw agenda!

Praktische informatie
Dinsdag 27 september 2016
09.30 – 16.00 uur
Domstad, Koningsweg, Utrecht
Meer informatie & aanmelden vanaf juni: www.surf.nl/agenda

Verder lezen? Over Green Open Access, NWO voorwaarden en trusted repositories (Vakblog) // Alle Europese wetenschappelijke artikelen in 2020 vrij toegankelijk (Rijksoverheid)

#

hbo kennisbank

Auteursrecht, Open Access en de HBO Kennisbank

Vanmiddag mocht ik tijdens het gebruikersoverleg van de HBO Kennisbank vertellen over de auteursrechtelijke aspecten van het publiceren van scripties en onderzoekspublicaties in die HBO Kennisbank. Dat was bijzonder treffend – vond ik – omdat tien jaar geleden tijdens het project van het opzetten van de HBO Kennisbank de werkgroep Auteursrechten en hbo werd opgericht. Die werkgroep ging aan de slag met het toestemmingsformulier voor het publiceren van scripties en werd jaren later het Netwerk Auteursrechten Informatiepunten-hbo toen er veel meer auteursrechtkwesties gingen spelen.

Er valt echter nog genoeg te zeggen over auteursrecht want behalve toestemmingsformulieren voor studenten spelen er nog vele andere zaken. En dus ging ik in op het werkgeversauteursrecht (omdat er ook publicaties van medewerkers op de site staan), legde uit dat als scripties of leermateriaal auteursrechtelijk beschermd materiaal van anderen bevat je daar op moet letten, behandelde de Open Access bepaling in het auteurscontractenrecht, gaf een toelichting op wat Open Access voor het hbo betekent en constateerde dat er nog onvoldoende gekeken wordt naar een gebruiksrecht voor alle publicaties in de HBO Kennisbank. Hergebruik van het materiaal blijkt maar in een minderheid van de gevallen mogelijk en ik hoop het gebruikersoverleg ervan overtuigd te hebben om, zo veel mogelijk, met Creative Commons licenties te gaan werken. Zodat Open Access ook echt Open Access wordt.

Auteursrecht en de HBO Kennisbank

Meer lezen over de verschillende onderwerpen die ik besproken heb?

#

Over de toegang tot de wetenschappelijke tijdschriften van Wiley, Big Deals en Open Access

open accessNederlandse universiteiten en de uitgeverij John Wiley and Sons, Inc. (Wiley) hebben een akkoord bereikt dat het ongelimiteerd open access publiceren van wetenschappelijke artikelen mogelijk maakt. Tegelijkertijd zorgt de overeenkomst voor uitgebreidere toegang tot wetenschappelijke tijdschriften. […]

De onderhandelingen tussen Wiley en de Nederlandse universiteiten hebben geleid tot een akkoord voor de periode 2016-2019. Het akkoord voorziet erin dat wetenschappers en studenten die verbonden zijn aan een Nederlandse universiteit, toegang hebben tot alle artikelen in de wetenschappelijke tijdschriften van Wiley. Daarnaast voorziet de overeenkomst in de mogelijkheid om open access te publiceren in alle circa 1.400 hybride tijdschriften van Wiley. Onderzoekers hoeven zelf geen aanvullende bedragen meer te betalen (APC’s) om open acces te publiceren. (bron: nieuwsbericht VSNU)

Big Deals

Nou zijn onderhandelingen met wetenschappelijke uitgevers op zich niet iets uitzonderlijks maar spelen er soms hele grote belangen als het om grote uitgevers gaat waarmee de meerderheid van de universiteiten en onderzoeksinstellingen zaken doen. Zelfs (alleen) in Nederland gaat het dan om tientallen miljoenen euro’s. Dergelijke Big deals zijn very big business als je Springer, Elsevier of Wiley bent.

Wie betaalt nou precies voor wat?

Het overgrote deel van de wetenschappelijke onderzoeksoutput wordt gepubliceerd in dure wetenschappelijke tijdschriften die commercieel geëxploiteerd worden door de wetenschappelijke uitgevers. Universiteiten betalen jaarlijks vele miljoenen euro’s om hun medewerkers en onderzoekers toegang te geven tot (een deel van) deze artikelen aangezien deze essentieel zijn voor de uitvoering van nieuw onderzoek en de productie van nieuwe wetenschappelijke artikelen.

En daarin zit ook de bijzondere relatie tussen de universiteiten en de wetenschappelijke uitgevers met wie dure Big Deals afgesloten worden. Het zijn namelijk de universiteiten en onderzoeksinstellingen die de meeste auteurs leveren die de artikelen schrijven voor die dure wetenschappelijke tijdschriften. Zij leveren ook de deskundigen en experts die bij de wetenschappelijke uitgevers de kwaliteitsbewaking – het zogeheten peer review proces – verzorgen en die juist de meerwaarde geven aan dat tijdschrift en wat wordt doorberekend aan de abonnees. En desondanks betalen universiteiten en onderzoeksinstellingen miljoenen euro’s – een substantieel deel van hun onderzoeksbudgetten – om de artikelen die door hun eigen onderzoekers geschreven zijn – en peer reviewed zijn door hun eigen onderzoekers – toegankelijk te maken voor, jawel, hun eigen onderzoekers.

Open Access

Maar het wordt nog een stukje complexer. Eind 2013 schreef staatssecretaris Dekker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) een brief aan de Tweede Kamer waarin hij zijn Open Access beleid aankondigde.

Mijn uitgangspunt is dat resultaten van publiek en publiek/privaat gefinancierd onderzoek altijd vrij beschikbaar moeten zijn. Omdat het om publiek geld gaat, en er voor de uitrol van Open Access technisch in principe geen belemmeringen zijn, acht ik het van belang dat dit binnen afzienbare tijd gebeurt.

Hiermee wilde hij de druk vergroten om nu ook echt werk te gaan maken van Open Access. In 2018 moet 60% en in 2024 moet zelfs 100% van de wetenschappelijke publicaties, die met publiek geld gefinancierd zijn, Open Access beschikbaar zijn. Zijn eigen voorkeur gaat uit naar de gouden route en dat is ook de insteek geworden van de onderhandelingen die met de wetenschappelijke uitgevers gevoerd worden door de universiteiten.

Binnen het Open Access publiceren worden er twee routes onderscheiden: de gouden route (Gold Open Access) waarbij artikelen door de uitgever zelf in Open Access gepubliceerd worden. Dat kan in volledig OA Journals of in hybride tijdschriften die zowel artikelen bevatten die vrij toegankelijk zijn als artikelen die alleen voor abonnees toegankelijk zijn – de auteur, diens werk- of subsidiegever betaalt dan een Article Processing Charge (APC).

Maar ook de groene route (Green Open Access) waarbij artikelen na peer review maar vóór definitieve opmaak door of namens de auteur zelf gearchiveerd worden in een open repository (van de eigen instelling). Daar heeft een uitgever vaak een embargo-periode voor ingesteld. Dit heet self-archiving, is gratis en maakt vaak onderdeel uit van het beleid van het tijdschrift.

Waar wordt nou precies voor betaald?

Met de eis om Open Access te kunnen publiceren in de tijdschriften van een wetenschappelijke uitgever botsen er eigenlijk twee (betaal)modellen. Voorheen werd er alleen fors betaald voor de toegang tot de artikelen van de uitgever – en waren de artikelen in de Open Access tijdschriften vanzelfsprekend gratis toegankelijk voor iedereen – maar nu gaat het om zowel de toegang tot de niet-Open Access en hybride tijdschriften als om de mogelijkheid om in al die tijdschriften Open Access te publiceren. Zonder dat onderzoekers en auteurs additionele article processing charges (APC’s) moeten betalen.

Alle nieuw afgesloten Big Deals (Springer, Elsevier en nu dus Wiley) zijn daarmee een combinatie geworden van een toegangsregeling tot de betaalde tijdschriften van de uitgever en een afkoopregeling van APC’s voor – een deel van – die tijdschriften die 100% of hybride Open Access moeten gaan worden.

Kijk je naar het streven van de staatssecretaris dan zou een Big Deal idealiter alleen nog maar een afkoopregeling van APC’s zijn. Maar de praktijk is veel grilliger. Zo werd er eind vorig jaar met Elsevier afgesproken dat er een selectie van Elsevier tijdschriften (tot 30%) wordt aangewezen door de universiteiten waarin Nederlandse onderzoekers hun artikelen Open Access kunnen publiceren. De APC’s voor het publiceren in die (en alleen maar die) tijdschriften zijn weliswaar afgekocht maar als je als onderzoeker in een ander (OA) tijdschrift van Elsevier wil publiceren dan zul je alsnog zelf moeten zorgen voor de financiering ervan.

Ook bij de deal met Wiley wordt het ideaal niet gehaald. In de toelichting (PDF) is te lezen dat de overeenkomst het Open Access publiceren in ca. 1400 hybride tijdschriften van Wiley mogelijk maakt maar dat ironischerwijs het publiceren in de ca. 60 full Open Access tijdschriften van de uitgever niet onder de deal valt.

Dat is ook wel logisch want de full OA tijdschriften zitten natuurlijk niet in het pakket van betaalde titels maar er ontstaat hierdoor een rare situatie: onderzoekers kunnen “gratis” Open Access publiceren in de 1400 hybride tijdschriften van Wiley omdat de APC’s afgekocht zijn maar moeten wel APC’s betalen als ze in de full Open Access tijdschriften van Wiley willen publiceren. Het is niet moeilijk voor te stellen dat Nederlandse onderzoekers nu eerder gaan publiceren in de hybride tijdschriften in plaats van in de full Open Access tijdschriften. Waarom een afkoopregeling van APC’s voor deze tijdschriften niet meegenomen is in de nieuwe overeenkomst, is niet duidelijk.

Het hbo vindt Open Access eveneens belangrijk

Ook al worden de onderhandelingen gevoerd tussen universiteiten en uitgevers, de hbo instellingen hebben er net zo goed mee te maken. Een groot aantal hogeschoolbibliotheken heeft, als onderdeel van de overeenkomst met de universiteiten, eveneens de wetenschappelijke content afgenomen van Springer, Elsevier en Wiley voor de onderzoekers in het hbo.

Het hbo legt weliswaar meer de nadruk op de groene route als het op Open Access aankomt maar er wordt wel degelijk gepubliceerd in wetenschappelijke tijdschriften van Springer, Elsevier en Wiley. Of onderzoekers in het hbo gebruik kunnen maken van dezelfde mogelijkheden voor Open Access publiceren als hun collega’s bij de universiteiten is nog maar de vraag. Het nieuwsbericht en de toelichting hebben het alleen over onderzoekers van universiteiten maar het zou mijns inziens een gemiste kans zijn als onderzoekers uit het hbo ontmoedigd worden om Open Access te gaan publiceren omdat voor hun de APC’s niet afgekocht zijn.

Met dit nieuwe akkoord is het behalen van de Nederlandse Open Access doelstelling wederom een stuk(je) dichterbij gekomen. Maar of het ook echt het beoogde resultaat gaat opleveren voor *alle* onderzoekers, dat valt nog te bezien.

#

Over Green Open Access, NWO voorwaarden en trusted repositories

green open access NWO repositories

Open Access publiceren

Je zou bijna gaan denken dat staatssecretaris Sander Dekker met het idee van Open Access is gekomen. Onzin natuurlijk want de Open Access-beweging maakt zich al heel wat jaren sterk voor het vrij toegankelijk maken van (actuele) wetenschappelijke informatie. Onderzoeksinstellingen en universiteiten steunen de Berlin Declaration – dat oproept om onderzoeksresultaten in open access te publiceren – en datzelfde geldt ook voor het hbo.

Binnen het Open Access publiceren worden er twee routes onderscheiden: de gouden route (Gold Open Access) waarbij artikelen door de uitgever zelf in Open Access gepubliceerd worden. Dat kan in volledig OA Journals of in hybride tijdschriften die zowel artikelen bevatten die vrij toegankelijk zijn als artikelen die alleen voor abonnees toegankelijk zijn – de auteur, diens werk- of subsidiegever betaalt dan een Article Processing Charge (APC).

Maar ook de groene route (Green Open Access) waarbij artikelen na peer review maar vóór definitieve opmaak door of namens de auteur zelf gearchiveerd worden in een open repository (van de eigen instelling). Daar heeft een uitgever vaak een embargo-periode voor ingesteld. Dit heet self-archiving, is gratis en maakt vaak onderdeel uit van het beleid van het tijdschrift.

Dat er meer nodig is om onderzoekers hun publicaties (artikelen en boeken) vrij beschikbaar te laten maken dan alleen goede wil, is inmiddels echter ook wel duidelijk geworden. Wetenschappelijke uitgevers staan niet te trappelen om hun verdienmodellen te ontmantelen maar ook onderzoekers zelf zien weinig redenen om te stoppen met het “ouderwets” publiceren van hun artikelen in de vooraanstaande peer-reviewed tijdschriften. Alle goede intenties en principes ten spijt.

Doel voor ogen

Eind 2013 schreef staatssecretaris Dekker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) een brief aan de Tweede Kamer waarin hij zijn Open Access beleid aankondigde. Hiermee wilde hij de druk vergroten om nu ook echt eens werk te gaan maken van Open Access. In 2018 moet 60% en in 2024 moet zelfs 100% van de wetenschappelijke publicaties, die met publiek geld gefinancierd zijn, Open Access beschikbaar zijn.

Zijn eigen voorkeur gaat uit naar de gouden route en dat is ook de insteek geworden van de onderhandelingen die met de wetenschappelijke uitgevers gevoerd worden door de universiteiten. Met succes want met de meeste wetenschappelijke uitgevers (Elsevier, SAGE, Springer en Wiley) zijn inmiddels afspraken gemaakt om Open Access te kunnen publiceren.

Maar dat is niet het enige zichtbare resultaat want de laatste paar jaren zijn de ontwikkelingen rondom Open Access snel gegaan. Er komen steeds meer kwalitatief goede tijdschriften waarin onderzoekers volgens Open Access-standaarden kunnen publiceren en waar de kwaliteitsbewaking eveneens middels peer review plaats vindt. Daarnaast staan heel veel niet-Open Access tijdschriften self-archiving toe van artikelen en inmiddels is het recht om als onderzoeker je artikelen Open Access te publiceren zelfs opgenomen in de Auteurswet. Green Open Access draagt ook flink bij aan het halen van de doelstelling van Dekker.

Open Access (niet omdat het kan maar) omdat het moet

Maar hoe zorg je er nou voor dat Open Access publiceren van onderzoeksresultaten (min of meer) gegarandeerd wordt? Door het als voorwaarde op te nemen in de financiering van onderzoek!

Tenminste, dat is wat de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) per 1 december 2015 gedaan heeft. NWO wijzigde haar subsidievoorwaarden zodat alle publicaties, die voortkomen uit een ‘call for proposals’, op het moment van publicatie direct openbaar toegankelijk moeten zijn. Oftewel, maak je gebruik van onderzoeksfinanciering van NWO, dan moet je je ook aan de Open Access voorwaarden houden van NWO.

In het hbo wordt er veel gebruik gemaakt van subsidies van het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA. SIA is onderdeel van NWO en hoewel het voor de hand ligt dat ook voor de SIA subsidieregelingen een Open Access voorwaarde gaat gelden, is dat op het moment van schrijven nog niet bevestigd. Dat geldt ook voor de subsidieregelingen van o.a. ZonMw (gezondheidsonderzoek).

Horizon 2020 is met het OpenAIRE initiatief inmiddels wel aangehaakt bij de Open Access doelstellingen en ook hier geldt een OA verplichting als je van hun subsidieregeling gebruik maakt.

NWO-voorwaarden

OK, je maakt dus gebruik van onderzoeksfinanciering van NWO maar wanneer voldoe je nou aan de voorwaarden voor Open Access publiceren? NWO zegt op haar site dat het dan om de volgende publicaties gaat:

  • Artikelen in Gold Open Access tijdschriften en boeken die op het moment van publicatie Open Access beschikbaar zijn;
  • Artikelen in abonnee-tijdschriften die meteen vrij beschikbaar gemaakt worden via betaling door de auteur of via een overeenkomst van de Nederlandse universiteiten met een uitgever;
  • Met het deponeren van een versie van de publicatie in een trusted repository, die op het moment van publicatie onmiddellijk voor iedereen toegankelijk is, wordt voldaan aan de NWO-voorwaarden.

T.a.v. de gouden route is de werkwijze relatief eenvoudig. De Gold OA tijdschriften en boeken zijn “bekend” en onderzoekers kunnen met een linkje naar het gepubliceerde artikel simpelweg aantonen dat aan de voorwaarde voldaan is. Dat geldt min of meer ook voor de artikelen in abonnee-tijdschriften want daar kan eveneens naar gelinkt worden door een auteur en als er een overeenkomst is tussen de universiteiten en de uitgever (zoals bij de vier hierboven genoemde wetenschappelijke uitgevers), dan voldoen alle publicaties in die tijdschriften automatisch aan de door NWO gestelde voorwaarden.

Voor de groene route geldt echter een extra voorwaarde. Het deponeren van (een versie van) de publicatie moet in een “trusted repository” gebeuren: een repository die zelf ook weer aan een aantal voorwaarden moet voldoen en die opgenomen moet zijn in de Directory of Open Access Repositories (DOAR). De repositories van de universiteiten lijken hier allemaal al in opgenomen te zijn maar die van de hbo instellingen zijn dat nog niet.

De hbo’s werken echter samen met het beschikbaar maken van de publicaties van hun eigen instellingen in de HBO Kennisbank. NWO ziet de HBO Kennisbank – gelukkig – ook als een trusted repository (A. Jolmers, persoonlijke mededeling, 8 december 2015) maar voegt er wel aan toe dat daarvoor idealiter de repositories van de instelingen ook zichtbaar moeten zijn in OpenDOAR.

Open Access in het hbo

Als er over Open Access gesproken wordt dan lijkt het automatisch (alleen) om wetenschappelijke onderzoekspublicaties te gaan bij universiteiten en onderzoeksinstellingen. Onderzoek en publicaties in het hbo worden veelal niet meegenomen in de dialoog over open access terwijl er vanzelfsprekend ook in het hbo veel werken gepubliceerd worden. De publicatierichtlijn van Windesheim legt bijvoorbeeld sterk de focus op open access van afstudeerwerken (van studenten), onderwijsmateriaal (studieboeken) en onderzoekspublicaties.

Zoals één van onze onderzoekers terecht opmerkte: er is maar één soort onderzoek en dat is goed onderzoek. De rare kunstmatige scheiding tussen wetenschappelijk onderzoek en praktijkgericht onderzoek heeft geen enkel nut. Kennis is kennis en dat is wat je vrij beschikbaar wilt/moet maken als het afkomstig is uit met (deels) publieke middelen gefinancierd onderzoek.

Dit jaar zullen de hbo-instellingen, samen met SURF, aan de slag (moeten) gaan om vast te stellen wat in het hbo onder open access verstaan wordt, welke doelen gezamenlijk nagestreefd worden en welke consequenties dit heeft voor de HBO Kennisbank (en instellingsrepositories).

Voor alle publicaties die afkomstig zijn uit door NWO (of Horizon 2020) gefinancierd onderzoek, betekent het o.a. nadenken over hoe je deze terugvindbaar kunt maken zodat er gemakkelijk naar verwezen kan worden en hoe deze publicaties zich – ook qua gebruiksrecht – onderscheiden van alle andere publicaties. En natuurlijk moeten er tientallen repositories aangemeld en opgenomen worden bij OpenDOAR. Voor de repository van Windesheim hebben we deze procedure inmiddels succesvol afgerond.

windesheim repository open access
Hoog tijd om nu eens echt werk te gaan maken van open access. Vooral in het hbo.

#

Pagina 1 of 7123...Laatste »
  • © 2006- 2016 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top