Archive for the 'open access' category

Over publiceren van afstudeerwerken die vertrouwelijke informatie bevatten

14/05/2012 om 1:57 Geplaatst door in HBO bibliotheek, open access

Het probleem is eigenlijk van alle tijden voor een hbo bibliotheek. Scripties die niet in de bibliotheek geplaatst werden omdat ze vertrouwelijke informatie bevatten. Je kwam er nooit precies achter wat voor soort vertrouwelijke informatie er dan wel niet in zou moeten staan dat het betekende dat het niet in de bibliotheek mocht staan maar ja, vertrouwelijk he? Je kon dan nog wel wat tips geven om te voorkomen dat het niet geschikt was voor opname in de bibliotheekcollectie maar studenten, onderwijs en de organisaties waar afgestudeerd werd hadden weinig belang om daar acties op te ondernemen.

Toen in 2006 de HBO Kennisbank tot stand kwam veranderde daar niet veel aan. De hogescholen hadden natuurlijk toestemming nodig van de studenten om hun afstudeerwerken in de HBO Kennisbank te plaatsen en onderdeel van die toestemming was dat de organisatie waar de afstudeeropdracht was uitgevoerd geen bezwaar had tegen het openbaar maken van dat afstudeerwerk. En ook al zitten er (zeker tegenwoordig) veel voordelen aan voor een student, hogeschool en ook organisatie dat een afstudeerwerk gepubliceerd wordt, nog steeds nemen vele studenten het zekere voor het onzekere en publiceren ze het niet in de HBO Kennisbank.

Dat komt vooral omdat je nogal verschillend kunt kijken naar het begrip vertrouwelijke informatie. Dat concurrentiegevoelige jaarcijfers vertrouwelijk zijn, dat snapt iedereen. Maar zijn namen en/of telefoonnummers van medewerkers vertrouwelijk? Organisatorische gegevens dan? En productgegevens? Daar moet je niet achteraf over discussiëren, daar moet je vooraf als student afspraken over maken. Als student heb je zeker voordeel bij het publiceren van je afstudeerwerk. Het is je visitekaartje voor de arbeidsmarkt dat door toekomstige werkgevers bekeken kan worden. Het is jouw introductie waarmee je zichtbaar wordt voor vakgenoten en in je gekozen vakgebied. Als een student vooraf rekening houdt met dit aspect kan bijvoorbeeld de structuur van het verslag meteen zo ingericht worden dat publicatie van het afstudeerwerk én geheimhouding van vertrouwelijke informatie op een juiste manier samen kunnen gaan.

Heb je als student toch te maken met vertrouwelijke informatie, dan kun je er o.a. voor kiezen om een aangepast en bewerkt afstudeerwerk aan te leveren waar je de voor het oorspronkelijke werk essentiële vertrouwelijke informatie uit verwijderd hebt. Hierbij kun je denken aan verschillende scenario’s om een aangepast afstudeerwerk te maken:

  1. Vertrouwelijke gegevens zo mogelijk niet opnemen.Het is altijd goed om eerst grondig te bekijken of opname van dit soort informatie in het afstudeerverslag überhaupt wel nodig is. Persoonlijke informatie als telefoonnummer of adres vormen geen onderdeel van het afstudeerverslag. Indien gewenst voor het bedrijf,  kan deze informatie als een apart inlegvel in het verslag gevoegd worden. Waarschijnlijk worden de begeleiders vanuit de opleiding in het afstudeerverslag genoemd. Maar ook van hen worden geen persoonlijke gegevens opgenomen en daarnaast ook bijv. geen interne telefoonnummers van de opleiding.
  2. Verwijderen van tekstdelen. Het verwijderen van tekstdelen kan vooral toegepast worden indien het om weinig vertrouwelijke gegevens gaat. Op de betreffende plaatsen komt dan een vermelding, dat de informatie vanwege vertrouwelijke aard verwijderd is.
  3. Vertrouwelijke gegevens in één bijlage, die niet gepubliceerd wordt. Gaat het om een grotere hoeveelheid vertrouwelijke gegevens, dan kunnen deze in een aparte bijlage geplaatst worden. Bij publicatie wordt die bijlage niet opgenomen;  in het verslag staat bij de vermelding van de bijlage dat deze wegens vertrouwelijkheid niet beschikbaar is.
  4. Anonimiseren. De naam en vestigingsplaats van het afstudeerbedrijf worden vervangen door een teken of eventueel een andere naam. Het kan zijn dat er naast gegevens van student, opleiding en bedrijf ook gegevens  van een vierde partij bij het afstudeerwerk betrokken zijn. De vertrouwelijkheid van privé-informatie van patiënten en cliënten kan gewaarborgd worden door het anonimiseren van de namen en woonplaatsen. Indien informatie eventueel toch nog ter herleiden zou zijn kan bij publicatie ook de naam van de betreffende instelling geanonimiseerd worden.
  5. Embargotermijn. Sommige informatie is slechts beperkte tijd vertrouwelijk en mag bijv. na het publiceren van een jaarverslag of een patentaanvraag wèl gepubliceerd worden. Het is dan mogelijk het afstudeerverslag te publiceren met inachtneming van een embargotermijn. De datum waarop deze embargotermijn verloopt kan aangegeven worden op het toestemmingsformulier voor de publicatie.
  6. Artikel voor een (branche)tijdschrift. Daarnaast is het vaak mogelijk om het afstudeerwerk te vertalen in een artikel voor bijv. een vaktijdschrift of brancheportaal. Bij gebruik van de licence to publish van Surf behoudt de student het recht om het artikel tegelijk ook in de eigen hogeschoolrepository te (laten) plaatsen.
  7. Kennisverslag. Naast of in plaats van het afstudeerverslag kan een kennisverslag gemaakt worden. Hierin wordt puur de verworven kennis beschreven; de context van het afstudeerbedrijf wordt daarbij weggelaten. De kennisvraag kan vanuit de eigen opleiding maar ook vanuit bijvoorbeeld een lectoraat komen. Een kennisverslag bevat hierdoor in de praktijk vaak weinig tot geen vertrouwelijke informatie.

Het is vooral belangrijk om bij de bespreking van de afstudeerstage of het -project, naast bovengenoemde suggesties, ook de ruimte te verkennen om je afstudeerwerk gepubliceerd te krijgen. “Onder welke voorwaarden kan het afstudeerwerk of delen hiervan beschikbaar gesteld worden voor publicatie?” Dit is een onderdeel van de stageafspraken waarin student, bedrijf en opleiding samen bepalen welke mogelijkheden er voor publicatie zijn en hoeveel ruimte er is.

Uiteindelijk is met het openbaar en beschikbaar maken van kennisproducten iedereen gebaat maar het gaat niet vanzelf en is niet vanzelfsprekend. Kritisch nadenken over het verantwoord omgaan met kennis en informatie speelt een belangrijke rol, ook voor een student!

@ foto via RGBstock, publicatiescenario’s met dank aan Diny in ‘t Groen, Avans Hogeschool

#

11 reacties

Kennis delen door hogescholen met de HBO Kennis Communicatie Kit

09/05/2012 om 8:13 Geplaatst door in Auteursrecht, HBO bibliotheek, Onderwijs, open access

Ook kennis over het delen van kennis in het HBO moet je natuurlijk delen. Marijke Mentink tipte me op het bestaan van de HBO Kenniskit waarin communicatiemiddelen, artikelen en rapporten over de HBO Kennisbank en Open Access & auteursrechten ontwikkelingen bij hogescholen verzameld worden. Zoals dat hoort natuurlijk gaat dat in een wiki en wordt er voor vier doelgroepen (student, docent, lector en bedrijf/organisatie) aangegeven welke (voorlichtings)materialen er beschikbaar zijn.

Ik zag dat er toch al een aardig aantal artikelen, rapporten, folders en presentaties te vinden zijn maar dat er ook beeldmateriaal en praktische tools zijn opgenomen dat de afgelopen jaren is geproduceerd. Als je nog dingen mist of zelf aanvullingen hebt kun je een mailtje sturen naar de beheerders maar ook nu al is het een mooie verzamelplaats om zelf geproduceerd materiaal te delen met anderen als je je met publicaties, open access of auteursrechten bezig houdt in een hogeschool.

Wellicht eveneens een handige plek voor de leden van het Netwerk Auteursrechten Informatiepunten-hbo om dingen te delen?

#

7 reacties

Maak gebruik van Wikiwijs met je eigen instellingsaccount

28/04/2012 om 10:45 Geplaatst door in open access

Hoewel Wikiwijs al enkele jaren bestaat wordt er, zeker in het hbo, nog niet ontzettend veel gebruik van gemaakt. Dat is jammer want door ontwikkeld leermateriaal beschikbaar te stellen (onder een Creative Commons licentie) kun je in het onderwijs voortbouwen op elkaars ideeën en werk. Dat kan de kwaliteit alleen maar ten goede komen natuurlijk en zorgt er ook voor dat je als docent eenvoudiger nieuw leermateriaal kan vinden waar anderen -lees, collega’s- zich al in verdiept hebben.

Zoals Wikiwijs zichzelf omschrijft:

Wikiwijs is in Nederland een plek op internet waar iedere docent leermateriaal kan vinden, gebruiken en aanpassen, van basis- tot universitair onderwijs. Je kunt ook zelf leermateriaal ontwikkelen, bewaren en delen met collega’s. Wikiwijs is een platform waar docenten kennis over en ervaringen met open leermateriaal kunnen uitwisselen en zo nodig professionele ondersteuning vinden.
Onder de naam Wikiwijs wordt een geheel van digitale collecties, webapplicaties en functionaliteiten aangeboden op internet. Alle open, digitale leermaterialen zijn vrij in het onderwijs te gebruiken. [..] Achterliggende doelen zijn verbetering van de kwaliteit van onderwijs, professionalisering in het onderwijs, beschikbaarheid van onderzoeksgegevens over open leermiddelen verrichten en het beroep van docent aantrekkelijker te maken.

Twee weken geleden introduceerde Wikiwijs de nieuwe functionaliteit om online samen te werken bij het maken van leermateriaal voor Wikiwijs. Dat vereist natuurlijk wel (snelgids, PDF) dat je zowel zelf als docent een profiel hebt bij Wikiwijs maar ook dat diegenen met wie je wilt samenwerken een Wikiwijs account hebben.

Nu kun je rechtstreeks bij Wikiwijs een profiel aanmaken maar kun je ook gebruik maken van je personeelsaccount bij de onderwijsinstelling waar je werkt. Wikiwijs is via Kennisnet aangesloten op de SURFfederatie en daarmee is het dus mogelijk om met je eigen instellingsaccount een profiel aan te maken bij Wikiwijs. Op die manier is het eenvoudig om als docent collega’s te vinden die beschikken over een Wikiwijs profiel maar ook om collega’s die daar nog niet over beschikken een profiel aan te laten maken. Ik beschrijf de stappen hieronder:

1. Ga naar Wikiwijs.nl toe en klik rechtsboven op Aanmelden.

2. In het vervolgscherm kies je voor ‘Log in met je schoolaccount’. Je kunt uit een hele lange lijst je eigen instelling kiezen of simpelweg de naam typen. Als je instelling in de lijst staat, dan zal die getoond worden. In mijn voorbeeld is dat dus Hogeschool Windesheim

3. Vink eventueel aan dat de instelling onthouden wordt voor een volgende keer en klik op Verder. Je komt dan bij de SURFfederatie terecht en, als het goed is, met je instelling al voorgeselecteerd.

4. Klik op Bevestig en log in dan in bij het vervolgscherm met je instellingsaccount en het wachtwoord dat je daarvoor hebt.

5. Na inloggen kom je in Wikiwijs. Daar vul je vervolgens je profiel in met enkele verplichte gegevens waarbij je in elk geval een mailadres moet opgeven. Dat kan je werkmailadres zijn maar dat hoeft niet per se.

Klik op ‘wijzigingen opslaan‘ in de rechterkolom als je je profiel hebt ingevuld. Je krijgt dan een activatie mail op het ingevulde mailadres met een link die je moet aanklikken om te bevestigen dat je je profiel wilt aanmaken.

6. Na het klikken op die link is je profiel geactiveerd en zie je alle functionaliteiten en mogelijkheden in het linkermenu staan. Je kunt nu aan de slag in Wikiwijs!

Handige links:

#

2 reacties

(Open access) publiceren van onderzoekspublicaties: over auteurs- en exploitatierechten

20/04/2012 om 7:24 Geplaatst door in Auteursrecht, onderzoek, open access

Onderstaand stuk maakt onderdeel uit een adviesbrief over hoe onze hogeschool invulling zou kunnen geven aan open access. Specifiek gaat het hier over de auteursrechtelijke kant waarbij ik van mening ben dat je als hogeschool je niet blind moet staren op het feit dat het auteursrecht van publicaties van medewerkers bij de instelling ligt. De focus zou moeten liggen bij het faciliteren van publiceren door de eigen medewerkers.

Het gaat immers niet om het discussiëren over wie het auteursrecht heeft (daar is zowel de Auteurswet als de CAO-hbo helder in) maar hoe je verstandig met die rechten omgaat zodat je (open access) publiceren stimuleert. Het leek me dat ik mijn standpunt en meningen ook buiten een interne adviesbrief zou moeten verkondigen dus vandaar, met slechts kleine aanpassingen, deze blogpost.

Algemeen

Of het nu gaat om lesmateriaal, boeken of beleidsnota’s, zolang medewerkers van een hogeschool een arbeidsovereenkomst hebben met hun hogeschool is de laatste auteursrechthebbende van werken die door haar medewerkers gemaakt worden. De Auteurswet stelt dat in principe de maker van een werk ook aangemerkt wordt als de auteursgerechtigde (Auteurswet, artikel 1). Dezelfde wet stelt echter ook dat indien een werk gemaakt is in dienst van de werkgever de auteursrechten overgaan naar de werkgever tenzij anders is afgesproken (Auteurswet, artikel 7).

In de CAO-hbo bepalingen (artikel E-7) is expliciet opgenomen dat de instelling auteursrechthebbende is. De rechten op het auteursrecht die voortvloeien uit het vervaardigen van een werk in de zin van de Auteurswet komen toe aan de werkgever indien het vervaardigen door de werknemer in de uitoefening van zijn functie is of wordt verricht ten behoeve van de werkgever. Het is niet van belang of het werk wel of niet is vervaardigd binnen de officiële arbeidstijden. Wat relevant is, is of het werk is vervaardigd in het kader van de door de werkgever opgedragen werkzaamheden.

Tenzij anders is overeengekomen komt de hogeschool dus het auteursrecht toe van haar werknemers. Als werknemers worden diegenen beschouwd die op grond van een arbeidsovereenkomst bij de hogeschool werkzaam zijn.  Freelancers vallen daar buiten en leden van het college van bestuur worden eveneens niet tot werknemers gerekend. Met freelancers kunnen in overeenkomsten afspraken hierover gemaakt worden die het auteursrecht ook overdragen aan de opdrachtgever (de hogeschool).

Op studentwerken die beogen de kennis en vaardigheden van de student te toetsen, berust het auteursrecht bij de student zelf. Artikel 6 van de Auteurswet kan hier niet toegepast worden en de hbo instelling kan in deze geen claim leggen op het auteursrecht. Een student kan alleen beoordeeld worden op een werk dat aantoonbaar van de student zelf is.

Volgens de Auteurswet is het auteursrecht het uitsluitend recht van de maker om zijn of haar werk openbaar te maken en te verveelvoudigen. De rechten op deze twee handelingen worden ook wel aangeduid als exploitatierechten. Volgens de Auteurswet en de CAO-hbo vallen de exploitatierechten toe aan de hogeschool als auteursrechthebbende werkgever.

Huidige situatie bij hogescholen

Ondanks het gegeven dat de hogeschool  het auteursrecht toekomt op boeken, artikelen en andere werken van haar werknemers worden er al jarenlang afspraken gemaakt tussen docenten, onderzoekers en uitgevers over het openbaar maken en verveelvoudigen van die werken: het publiceren. Diverse docenten hebben studieboeken geschreven die door uitgevers op de markt worden gebracht. In alle gevallen zijn de exploitatierechten via een overeenkomst overgedragen naar een uitgever en in voorkomende gevallen is dit ook met de auteursrechten gebeurd. In afwezigheid van een publicatiebeleid en het handhaven van het eigendom van auteurs- en exploitatierechten door de hogeschool zijn deze rechten dus feitelijk onrechtmatig overdragen door hogeschoolmedewerkers aan uitgevers.

Bij lectoren en onderzoekspublicaties spelen nog enkele additionele zaken. Veel lectoren hebben niet alleen een arbeidsovereenkomst met een hogeschool maar ook een tweede arbeidsovereenkomst met een wetenschappelijke onderwijsinstelling. De cao van de universiteiten kent geen soortgelijk artikel E-7 terwijl de aard van de werkzaamheden bij deze universiteiten veelal wel een grote overlap heeft met de werkzaamheden bij de hogeschool.  Daarnaast is te verwachten dat lectoren bij hun aanstelling als lector expliciet afspraken hebben gemaakt met betrekking tot het auteursrecht over werken welke geschreven worden gedurende het dienstverband, daarmee afwijkend van het automatische auteursrecht van werkgevers op grond van de Auteurswet. Dit betekent dat er maar zelden een eenduidige uitspraak gedaan kan worden wie het auteursrecht toekomt van een publicatie door een lector.

Lectoren publiceren in een grote verscheidenheid van kanalen: erkende en prestigieuze tijdschriften van commerciële uitgevers waarin alleen gepubliceerd kan worden na overdracht van zowel auteursrechten als exploitatierechten. Boeken bij commerciële uitgevers met eveneens overdracht van rechten als randvoorwaarde maar ook tijdschriften en boeken bij uitgevers waar overdracht van rechten niet of nauwelijks een rol speelt.

In 2011 zijn er gesprekken gevoerd met alle lectoren van Windesheim over de wijze waarop deze thans publiceren en de mogelijkheden/knelpunten van open access publiceren. Hieruit kwam niet alleen de hierboven genoemde verscheidenheid naar voren, ook bleek dat de meerderheid van de lectoren nauwelijks of niet afspraken maken met een uitgever om zelf het gebruiksrecht op de eigen publicaties te kunnen behouden. Dit leidde tot concrete voorbeelden dat lectoren hun eigen boeken en artikelen niet (meer) konden gebruiken voor hun huidige werkzaamheden binnen de hogeschool.

De rol van uitgevers

Uitgeverijen hebben alleen die rechten die door de auteursrechthebbenden aan hen zijn overgedragen. Zij leveren immers (alleen) de dienst om een werk te openbaren en te verveelvoudigen en hebben daar ten minste de exploitatierechten voor nodig. Historisch is het echter zo gegroeid dat, met name de wetenschappelijke, uitgevers de volledige auteursrechten opeisen als voorwaarde voor publiceren.  Met Open Access publiceren begint hier een kentering in te komen. Wereldwijd worden uitgevers geconfronteerd met de wensen en eisen van auteurs om onder Open Access te kunnen publiceren waarbij de auteursrechthebbende zeggenschap houdt over het werk zelf en de uitgever, via het in licentie krijgen van de exploitatierechten, alleen zeggenschap heeft over de specifieke versie die door hen gepubliceerd wordt. In de Tweede Kamer ligt sinds vorig jaar een wetsvoorstel over auteurscontractenrecht die de onderhandelingspositie van auteursrechthebbenden richting uitgevers moet verbeteren.

Gewenste situatie m.b.t. de onderzoekspublicaties

Teneinde onderzoekspublicaties onder open access beschikbaar te kunnen stellen via de HBO Kennisbank of de website van de hogeschool, is het noodzakelijk om auteursrechtelijke zeggenschap te behouden over de publicaties. Dit is eveneens een vereiste als de hogeschool de optie wil behouden om deze publicaties in de toekomst door een andere partij (al dan niet commercieel) te laten exploiteren maar ook om deze eenvoudigweg te kunnen inzetten in het onderwijs dat op de hogeschool gegeven wordt.

Het behouden van die zeggenschap betekent niet dat er een uitspraak gedaan hoeft te worden over wie auteursrechthebbende is van een werk. Dit is immers al vastgelegd in de Auteurswet en de CAO-hbo. Voor de lectoren, met dubbele aanstellingen, blijft het onduidelijk of zij zelf auteursrechthebbenden zijn of dat de hogeschool dit is. Een besluit hierover, dat alleen maar kan bestaan uit het vastleggen van dit gegeven in bijv. een addendum op hun arbeidsovereenkomst,  leidt echter nog steeds niet tot het gewenste resultaat van publiceren onder open access. Lectoren moeten minimaal beschikken over de mogelijkheid de eigen publicaties te laten publiceren en daarvoor hebben ze de exploitatierechten nodig.

Auteurs, of het nou onderzoekers of lectoren zijn, maken nu al afspraken met uitgevers en sluiten overeenkomsten met ze. Bij besluit van het College van Bestuur zou vastgelegd moeten worden hoe onder verschillende omstandigheden omgegaan wordt met het al dan niet geheel of gedeeltelijk overdragen van de rechten uit de Auteurswet.

In het geval van onderzoekspublicaties zou de uitspraak nodig zijn om bij het publiceren ervan alleen de exploitatierechten over te dragen naar de uitgever. Dit betreft dan vanzelfsprekend die gevallen waarin de auteurs- en exploitatierechten in bezit van de hogeschool zijn

Met deze uitspraak kunnen auteurs van onderzoekspublicaties blijven publiceren zoals ze dat in het verleden ook al deden maar zullen met uitgevers aanvullende of nieuwe afspraken gemaakt moeten worden indien men voorheen ook de auteursrechten overdroeg. Daarnaast biedt het de gelegenheid om met zowel de auteurs als de uitgevers een dialoog te voeren over:

  1. De mogelijkheid om alleen het exploitatierecht aan de uitgever over te dragen.
  2. De mogelijkheid om Open Access te publiceren.
  3. De mogelijkheid om de publicatie intern te mogen (her)gebruiken.

Het Auteursrechten Informatiepunt van de hogeschool(bibliotheek) kan, in samenwerking met de onderwijsjuristen, de auteurs hierbij faciliteren.

Welke besluiten kan een College vervolgens nemen?

  • Het College besluit dat auteurs van onderzoekspublicaties kunnen beschikken over de exploitatierechten en daarmee de mogelijkheid om de eigen publicaties te publiceren.
  • Het College besluit dat auteurs van onderzoekspublicaties, voor zover de auteurs- en exploitatierechten in bezit van de hogeschool zijn, alleen het recht op exploitatie mogen overdragen aan uitgevers.

#

10 reacties

Open Access bij hogescholen: de eerste ervaringen rondom beleid en uitvoering bij Windesheim

17/04/2012 om 7:30 Geplaatst door in evenementen, open access

Dat had het hoorcollege moeten zijn dat door collega Esther en mezelf gegeven zou worden tijdens het Jaarcongres HBO-raad ‘De rijke leeromgeving’ dat gisteren plaatsvond. Eind vorig jaar droegen we dit onderwerp aan en tot onze verrassing werd het geselecteerd. Esther houdt zich al geruime tijd bezig met Open Access bij Windesheim en ik met auteursrechten waar je ook met Open Access frequent mee te maken hebt. Na de ondertekening van de Berlin Declaration in november 2009 hebben we gepoogd samen met beleidsmakers, lectoren, onderzoekers en promovendi vast te stellen wat de ondertekening van die Berlin Declaration nou precies in zou moeten houden voor hbo instellingen. Gedurende die bijna 2,5 jaar hebben we misschien niet enorm veel praktische resultaten geboekt maar we hebben wel goed zicht gekregen op de knelpunten en de eerste aanzet gedaan voor een beleidsstuk over publicatiebeleid, publiceren onder open access en auteursrecht op onderzoekspublicaties.

En waar kun je beter met collega hbo instellingen je bevindingen delen en bewustwording verder op gang helpen dan bij het jaarcongres van de HBO-raad? Het programma boekje was al naar de drukker echter (vandaar bovenstaande afbeelding daaruit) toen helaas mijn collega wegens ziekte langere tijd uitviel. Ik heb nog even overwogen om het alleen te doen maar OA is echt haar onderwerp zoals auteursrecht de mijne is en dus besloot ik het hoorcollege af te zeggen. Dat het beleidsstuk op dit moment nog steeds bij ons college van bestuur ligt ter besluitvorming over (alleen) de twee besluiten  t.a.v. auteursrechten van onderzoekspublicaties was eigenlijk de laatste druppel. Juist dat had ik graag willen presenteren als een concreet resultaat maar dat mocht dus niet zo zijn.

Geen reden echter om te treuren want we dienen het volgend jaar vast weer opnieuw in. Hoe dan ook, we gaan dit verhaal vast nog wel uitwerken tot een artikel en dat komt dan vanzelfsprekend onder open access ook op dit blog te staan. Over hoe we veel onderzoekspublicaties nu al intern op een teamsite op ons Sharepoint intranet hebben staan. Dat we nu ook gaan starten met het opnemen van onderzoekspublicaties in de HBO Kennisbank. Dat we samen met de onderwijsdomeinen en onze marketing & communicatie afdeling publicatiebeleid gaan formuleren. En hopelijk dat Windesheim onderzoekers als auteurs kunnen beschikken over de exploitatierechten en daarmee de mogelijkheid krijgen/behouden hun eigen publicaties te (laten) publiceren. Plus dat het overdragen van auteursrechten aan uitgevers een benoemde uitzondering gaat worden ipv de regel die het helaas nog steeds is.

Tot die tijd kun je ons ook altijd vragen naar onze ervaringen en meningen. Die delen we met iedereen. Vrijelijk onder Open Access natuurlijk.

#

6 reacties

Op de leeslijst: Sharing: Culture and the Economy in the Internet Age

14/04/2012 om 8:00 Geplaatst door in Op de leeslijst, open access

Via mail werd ik getipt (dank, Tineke!) op een boek van Philippe Aigrain, Sharing: Culture and the Economy in the Internet Age. In dit boek wordt een pleidooi gehouden voor het delen van teksten en afbeeldingen die een culturele waarde hebben en dat dit niet als piraterij bestempeld moet worden. Behalve het signaleren van de noodzaak hiertoe komt hij ook met nieuwe verdienmodellen in de digitale culturele wereld om niet-commercieel delen van bestanden juist als aanjager hiervoor te gebruiken. Hopelijk leest de content industrie ook mee .

Uit de omschrijving op de site van de Amsterdam University Press:

In het pre-internettijdperk was delen al de gewoonste zaak van de wereld: teksten en afbeeldingen werden uitgewisseld, gekopieerd en samengevoegd. Alleen gebeurde dit op lokaal niveau. Nu dit fenomeen door de komst van het internet zoveel makkelijker is geworden, groeit de angst van grote uitgevers en distributeurs om de controle over hun digitale producten te verliezen.

Aigrains standpunt – legaliseren van het delen van bestanden – is radicaal. In Sharing ondersteunt hij zijn uitgangspunt met empirisch onderzoek, waaruit blijkt dat het niet-commercieel delen tot bredere aandacht voor verschillende culturele werken leidt. Bovendien komt de auteur met goed onderbouwde voorstellen en oplossingen voor het opzetten en implementeren van nieuwe verdienmodellen in de digitale culturele wereld. Deze maken het voor ieder individu mogelijk om (kunst)werken vrijelijk te delen.

Je kunt het niet over vrijelijk delen van bestanden hebben zonder dat je zelf ook als auteur het goede voorbeeld geeft. Daarom valt het boek zowel in papieren als digitale vorm onder een Creative Commons licentie (CC BY NC ND) en is het vanaf de site van de AUP ook gratis als PDF te downloaden.

Eén van de verdienmodellen die Aigrain bespreekt in het boek is wat hij Creative Contribution noemt. In een interview licht hij dat toe. In ‘Allo ‘Allo Engels maar het is te verstaan.

Met 243 pagina’s kan ik nog even vooruit!

#

2 reacties

Met open toegang tot Nederlandse onderzoekspublicaties schiet het ook nog niet op

22/03/2012 om 7:29 Geplaatst door in onderzoek, open access

Open toegang tot Nederlands onderzoek hapert: Hoger onderwijs moet beleid en werkafspraken Open Access formuleren. Dat was de kop van een artikel dat gisteren op surffoundation.nl verscheen naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek Monitor Nederlandse Onderzoek Repositories 2011.

Hoewel de Berlin Declaration on Open Access ondertekend is door alle universiteiten, de HBO-raad, en ook de KNAW en NWO, heeft zich dat nergens vertaald in concrete doelstellingen. Het aandeel Open Access publicaties komt voor weinig universiteiten boven de 20% uit. In de HBO Kennisbank, waar kennisproducten van hogescholen worden ontsloten, blijft het aantal open toegankelijke publicaties en afstudeeropdrachten achter bij het aantal lectoraten en afgestudeerden.

Verder stelt het rapport voor het HBO dat:

De HBO Kennisbank oogst en toont de inhoud van 21 hbo-repositories. In totaal gaat het eind 2011 om bijna 20.000 publicaties, waarvan 15.000 publicaties Open Access beschikbaar zijn. Hoe zich dat verhoudt tot het totaal aantal publicaties van een instelling is niet na te gaan omdat noch de HBO-raad noch de instelling deze cijfers hebben.  Maar het lijkt er op dat maar een beperkt deel van de onderzoekspublicaties in de HBO Kennisbank terecht komt. De beschikbare afstudeeropdrachten van studenten zijn allemaal Open Access. De aantallen zijn blijven stijgen over de afgelopen jaren tot bijna 2000 in 2010.  Maar het aantal beschikbare afstudeeropdrachten is maar een fractie van het totaal aantal afgestudeerde studenten.

Tja, ik snap de constateringen maar zeker voor de HBO Kennisbank vind ik het helemaal niet verkeerd dat er inmiddels al 20.000 publicaties te vinden zijn. We zijn immers net (ruim) 5 jaar bezig en hoewel het inderdaad voor het overgrote deel om afstudeeropdrachten gaat (en maar een zeer klein deel onderzoekspublicaties), is de toegankelijkheid van afstudeeropdrachten in het HBO nog nooit zo groot geweest. Het onderzoek lijkt ook voorbij gegaan te zijn aan het gegeven dat in het HBO het eerder regel dan uitzondering is dat meerdere afgestudeerde studenten samen aan 1 afstudeeropdracht hebben gewerkt dus om nou dat aantal afstudeeropdrachten te relateren aan het totaal aantal afgestudeerde studenten, dat lijkt me niet helemaal correct. Maar enfin.

Wel kan ik me helemaal scharen achter de aanbevelingen uit het onderzoek: formuleer gezamenlijk beleid en maak het makkelijk voor auteurs om publicaties te deponeren. T.a.v. afstudeeropdrachten zou best het beleid geformuleerd kunnen worden dat deze standaard in de HBO-Kennisbank beschikbaar gesteld dienen te worden, tenzij er zwaarwegende redenen zijn dit niet te doen. Dit kan echter geen dwingend beleid zijn want het auteursrecht van afstudeeropdrachten ligt niet bij de hbo instellingen maar bij de studenten en dat betekent dat ze zelf bepalen of ze dit willen doen of niet. Hbo instellingen en opleidingen zouden dit wel aantrekkelijker kunnen maken door meer aandacht te geven aan de positieve effecten -ook voor de auteurs- van het publiceren en toegankelijk maken van de eigen afstudeeropdracht.

Onderzoekspublicaties blijven een bijzonder fenomeen in het hoger beroepsonderwijs, om meer dan 1 reden. Vaak zijn ze geschreven door lectoren die frequent uit de universitaire wereld afkomstig zijn maar die daardoor ook dubbele aanstellingen hebben. Hierdoor is het ook geenszins eenduidig te stellen wie nou precies de auteursrechten heeft en hoe/of je als hbo instelling hier handig beleid op kunt maken. Auteurs willen hun publicaties graag publiceren maar treffen bij hogescholen nauwelijks of geen publicatiebeleid aan die recht doet aan publiceren onder open access of publiceren in erkende vaktijdschriften die tot de dag van vandaag eisen dat het auteursrecht overgetekend wordt naar de uitgever. Bij gebrek aan doelstellingen en beleid gaan auteurs noodzakelijkerwijs hun eigen gang en publiceren zoals ze gewend zijn te publiceren. Soms open access, soms in de HBO-Kennisbank maar veel vaker niet.

In de aanbeveling om gezamenlijk beleid te maken kan ik me dan wel vinden, ik voeg er wel de nuance aan toe dat de eerste stap zou moeten zijn om als hogescholen individueel na te denken en beleid te maken over hoe je met de kennisproducten van je eigen instelling wenst om te gaan. Hoe essentieel vind je het om met jouw auteurs in internationale erkende en prestigieuze tijdschriften zichtbaar te zijn? Wil je expliciet zorgdragen dat publicaties ook (later) te gebruiken zijn in het eigen gegeven onderwijs? Hoe ferm wil je sturen op publiceren onder open access en beschikbaar maken van publicaties in de HBO-Kennisbank? Die antwoorden moeten verwerkt worden in een eigen publicatiebeleid waarin je auteurs van je instelling faciliteert zodat het mes aan twee kanten snijdt.  Alleen maar streven naar een 100% open access beschikbaarheid van publicaties is onrealistisch en mijns inziens zelfs ongewenst.

Een belangrijke stap is ook om als hogeschool een uitspraak te doen hoe je auteurs van onderzoekspublicaties wilt/moet faciliteren qua rechten. Enerzijds heeft de hogeschool conform de Auteurswet (artikel 7) het auteursrecht op werken die door haar werknemers zijn gemaakt en wordt dat zelfs nog ruimer gemaakt door de CAO-hbo in artikel E-7. Anderzijds moet je dan wel beleid en praktijk ontwikkelen hoe je met dat auteursrecht omgaat en hoe je dan de werken exploiteert en daar hebben hogescholen ook geen ervaring mee. Plus, voor lectoren geldt dat je een aardige discussie kunt beginnen over wie nu precies dat auteursrecht heeft.

Die discussie moet je zien te voorkomen want uiteindelijk is daar niemand bij gebaat. Juist bij publiceren onder open access, juist als je publicaties ook voor je eigen onderwijs wilt inzetten, moeten auteurs niet de auteursrechten overdragen aan uitgevers maar afspraken maken om alleen het recht op exploitatie (voor die specifieke publicatie in dat specifieke tijdschrift of ander medium) over te dragen. Geef als hogeschool dus onvoorwaardelijk de mogelijkheid aan auteurs van onderzoekspublicaties om die afspraken ook te kunnen maken en geef ze de mogelijkheid om exploitatierechten op hun eigen publicaties over te dragen zodat ze kunnen publiceren. Natuurlijk, dat zal in sommige gevallen een sigaar uit eigen doos zijn omdat de auteur die rechten al had maar het vermijdt die zinloze discussie over wie het auteursrecht heeft, stimuleert auteurs om (betere) afspraken te maken met uitgevers en bevordert ook nog open access.

Win win, nietwaar? Ik hoop het tenminste want precies dit voorstel ligt nu bij ons college van bestuur.

#

4 reacties

[intranetblog] Van wie is het? Eigenaarschap in het hbo

Gebruik van materiaal in het onderwijs van anderen is één ding maar, zeker als we het over Open Access of Open Educational Resources (onderwijsmateriaal) hebben, is het minstens zo interessant om te kijken waar je gebruik kunt maken van zelf ontwikkeld materiaal. Immers, de beste manier om van al dat nadenken over andermans rechten af te komen is materiaal gebruiken dat je zelf geschreven hebt. Dan heb je als medewerker zelf het auteursrecht en kun jij bepalen wat je er mee doet.

Helaas is dat minder logisch dan het wellicht lijkt.

Of je nou als docent je eigen boek geschreven hebt (en dit door een uitgever op de markt laat brengen), als onderzoeker een artikel publiceert of als student je scriptie op internet zet, je kunt pas gebruik maken van je rechten als je ze ook daadwerkelijk hebt. En daar is wat meer over te zeggen dan alleen het eerste artikel van de Auteurswet waarin staat dat je als maker de auteursrechthebbende bent.

Dezelfde Auteurswet zegt namelijk een paar artikelen verderop (in art. 7) dat als een werk gemaakt is in dienst van een werkgever, de auteursrechten bij die werkgever komen te liggen tenzij dat vooraf expliciet anders is afgesproken.

De CAO-hbo 2007-2010, die overigens verlengd is en daardoor een looptijd kent tot 1 februari 2012, bevat zelfs een apart artikel over dit onderwerp. Artikel E-7 Auteursrechten en industriële eigendom stelt dat:

De rechten op het auteurs-, octrooi- of kwekersrecht alsmede de baten voortvloeiend uit
• het vervaardigen van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst in de zin van de Auteurswet,
• het uitvinden van een nieuw voortbrengsel of een nieuwe werkwijze in de zin van de Rijksoctrooiwet of
• het kweken of winnen van een ras waarop een kwekersrecht kan worden gevestigd als bedoeld in de Zaaizaad- en Plantgoedwet komen toe aan de werkgever indien het vervaardigen, uitvinden, kweken of winnen door de werknemer in de uitoefening van zijn functie is of wordt verricht ten behoeve van de werkgever.

Vooral die laatste zin is essentieel: het maakt dus niet uit of een werk is gemaakt binnen werktijden (een veel gehoord argument) maar of het is vervaardigd in het kader van de door de werkgever opgedragen werkzaamheden. Schrijf je een boek of artikel in je vrije tijd over een onderwerp wat een link heeft met je werkzaamheden, dan komen de auteursrechten toe aan je hbo instelling! Ben je docent wiskunde en schrijf je onder werktijd een boek over breien, dan heb je het auteursrecht zelf .. en een mogelijk arbeidsconflict omdat je dit boek onder werktijd geschreven hebt maar dat is een ander verhaal.

Wel van belang hier is dat dit geldt voor werknemers met een arbeidsovereenkomst met een werkgever op grond van deze cao. Dit geldt niet voor freelancers, dit geldt niet voor colleges van bestuur en dit geldt ook niet voor studenten. Zij hebben zelf het auteursrecht op hun eigen publicaties. Ook wordt het een grijs gebied als werknemers een dubbele aanstelling hebben of bepaalde nevenactiviteiten. Vaker wel dan niet hebben nevenaanstellingen en -activiteiten overlap met de werkzaamheden bij een hogeschool en dan is het bijzonder lastig om vast te stellen voor wie welk werk is gemaakt en wie dus precies de rechthebbenden zijn.

Nu wordt de soep nog niet zo heet gegeten als die wordt opgediend. Hoewel zowel de Auteurswet als de CAO-hbo duidelijk maken wie eigenaar is van vervaardigde werken in het hbo, zijn mij nauwelijks voorbeelden bekend waar hogescholen ook deze rechten en het eigenaarschap daadwerkelijk claimen.

Dat wil echter niet zeggen dat het zo gaat blijven.

Hogescholen willen kennisinstellingen zijn, willen ondernemen (met hun kennisproducten), willen een bijdrage leveren aan kenniscirculatie via ondermeer Open Access publicaties en worden ook steeds meer geconfronteerd met problemen rondom auteursrechten van anderen bij gebruik van materiaal in het eigen onderwijs. Het zal essentieel zijn om niet alleen duidelijk beleid maar ook goede afspraken met de eigen werknemers te maken hoe een hogeschool omgaat met het stimuleren van die kenniscirculatie. Hierbij is een uitspraak hoe er met het eigenaarschap omgegaan wordt een vitaal onderdeel. Hogescholen kunnen niet rücksichtslos het eigenaarschap opeisen zonder dat ze ook helder maken wat ze er mee willen en gaan doen. Het mes moet aan twee kanten snijden zodat zowel de medewerker als de hogeschool profiteert van wat er gemaakt wordt.

@foto via Flickr door Paul Gallo

2 reacties

[intranetblog] Open Access in het hoger onderwijs

08/10/2010 om 11:26 Geplaatst door in Onderwijs, open access, Uit mijn andere blog gegrepen


Open Access. Vrije toegang. Het is het tweede onderdeel van zowel de naam als inhoud van dit weblog en ze liggen enorm in elkaars verlengde. Auteursrecht heeft echter de invalshoek van het beschermen van de rechten van de maker van een werk terwijl bij Open Access vooral gekeken wordt naar de wijze waarop iets toegankelijk en beschikbaar gemaakt wordt. Bij auteursrecht kijk ik in dit weblog ook vooral naar wat je er als gebruiker allemaal wel mee mag maar zitten daar logischerwijs wat beperkingen aan. Bij Open Access kijk ik ook nog steeds naar wat je er allemaal mee kan maar verdwijnen de auteursrechten echt niet uit beeld.

Open Access is op meerdere punten te vergelijken met iets als Creative Commons. Bij beide worden er duidelijke afspraken en licenties afgesproken en bij beide is het net zo zeer een filosofie, een houding, een principe als dat het alleen om rechten gaat.

Wat is Open Access dan eigenlijk?
Bij Open Access heb je het primair over onderzoeksresultaten en is het vooral ‘bekend’ uit de universitaire wereld. Open Access (OA) van onderzoeksresultaten is het zonder beperkingen beschikbaar stellen via internet van de resultaten (zowel publicaties als onderzoeksdata), in het bijzonder resultaten van onderzoek die met publieke middelen zijn gefinancierd.

De principes van Open Access zijn in drie verschillende declaraties neergelegd: die van Boedapest, de Bethesda Statement on Open Access Publishing en Berlijn (Berlin Declaration on Open Access to Knowledge in the Sciences and Humanities).  Deze drie declaraties verschillen op onderdelen iets van elkaar maar hebben gemeen dat:

1. Open Access-publicaties voor iedereen – onderzoekers, studenten en het algemene publiek – kosteloos toegankelijk moeten zijn en blijven;
2. Open Access-publicaties online worden gepubliceerd en in minimaal één online repository worden opgenomen;
3. de auteur van een Open Access -publicatie de gebruiker toestemming geeft om de content te mogen (her)gebruiken voor onderzoek;
4. die toestemming voor (her)gebruik twee voorwaarden heeft: er is een correcte bronvermelding en er mag geen plagiaat worden gepleegd.
5. de auteur vooraf die toestemming voor het vrije, wereldwijde en onherroepelijke gebruik moet geven via een niet-exclusieve licentie.

Voor het hoger onderwijs geldt dat in eerste instantie alle universiteiten de Berlin declaration getekend hebben. Eind vorig jaar kwamen daar ook alle HBO’s bij toen Doekle Terpstra, namens de HBO Raad, deze eveneens ondertekende. Daarmee hebben ook alle hogescholen zich achter de filosofie en uitgangspunten van Open Access geschaard om onderzoeksoutput van hogescholen beschikbaar te maken.

Hoewel Open Access mijns inziens een groot goed is, betekent dat niet dat geheel Nederland in rap tempo volgens dit principe is gaan werken. Er zijn flink veel hobbels die genomen moeten worden en overal voorkomen:

  • bij universiteiten en onderzoekers is nog veel onwetendheid over de mogelijkheden van open access;
  • er heerst een cultuur van het weggeven van alle publicatierechten door auteurs naar de traditionele uitgevers. In dat geval mogen onderzoekers dus zelf niet eens hun eigen artikelen beschikbaar maken voor de instelling waarvoor ze werken (dat is de zgn groene route in Open Access);
  • Het publiceren van artikelen in Open Access tijdschriften (dat is de zgn gouden route in Open Access) heeft minder prestige, allure en ‘smoel’ dan in de gevestigde papieren tijdschriften. Onderzoekers en lectoren worden vooral hier op beoordeeld en dat maakt het lastig die gouden route te bewandelen;
  • in het HBO is er sowieso bijna geen onderzoeks- en publiceercultuur, om van de ‘deel-cultuur’ nog maar niet te spreken. Alleen de HBO Kennisbank zou je nog onder deze noemer kunnen scharen en zelfs daar ontbreekt bij de meeste hogescholen beleid over.

Kortom, zeker voor hogescholen geldt dat met het ondertekenen van de Berlin Declaration weliswaar een eerste belangrijke stap is gezet, maar dat er nog heel wat moet gebeuren voordat Open Access ook gaat leven.

Wordt vervolgd …

1 reactie

Beroemd worden via de HBO Kennisbank

14/03/2010 om 12:10 Geplaatst door in Imago, open access

Gisteren dook er een 40 seconden tellend filmpje op waarin het publiceren/delen van je afstudeerscriptie via de HBO Kennisbank gepromoot wordt. Nu denk ik niet dat roem en glorie je te wachten staan als je je kennisproducten deelt, noch dat dit de motivatie moet zijn om het uberhaupt te doen maar het geeft wel een leuke prikkel mee om even na te denken over het plaatsen van je afstudeerscriptie in de HBO Kennisbank.

Ik vind het wel jammer dat er enerzijds geinvesteerd wordt in een ‘bekende Nederlander’ in het filmpje (en ja, ik weet wel wie Nicolette Kluijver is omdat ik zo af en toe naar BNN kijk) maar dat anderzijds er geen enkele tekst gesproken wordt waardoor de kracht van het filmpje niet zo sterk is als het had kunnen zijn mijns inziens. Het budget zal vrees ik niet toereikend zijn geweest om haar ook nog een wervende tekst te laten uitspreken.

Het is echter wel nitpicken aan mijn kant want er kan geen aandacht genoeg gegeven worden aan het actief delen van afstudeerscripties en andere onderzoekspublicaties. Wat heb je nou echt aan jouw publicatie als het niet gelezen en gebruikt wordt? Hollywood beroemd wordt je er allicht niet van maar weten dat anderen wat hebben gehad aan jouw publicatie, dat is toch die eeuwige roem waar iedereen het altijd over heeft. Gewoon doen.

Nog geen reacties