Archive for the 'Uit mijn andere blog gegrepen' category

Werken met muziek in filmpjes

15/01/2012 om 7:41 Geplaatst door in Auteursrecht, Uit mijn andere blog gegrepen

Ik kreeg een mail met een vraag over muziekrechten bij filmpjes die door studenten gemaakt zijn. De tijd van alleen getikte opdrachten inleveren hebben we al weer achter ons gelaten en tegenwoordig is het de normaalste zaak van de wereld om in het kader van projecten filmpjes in te leveren.

Zolang die filmpjes niet gepubliceerd/openbaar gemaakt worden is er weinig aan de hand qua rechten. Idealiter zou een gemaakt filmpje ook niet zichtbaar zijn voor de buitenwereld ware het niet dat studenten dat (natuurlijk) op YouTube zetten en de docent een link sturen naar het filmpje daar. Deze wordt vervolgens zo enthousiast dat er vanaf websites actief gelinkt wordt naar het filmpje als showcase voor een onderwijsmodule en ineens wordt het allemaal lastig met de rechten. Heb je geinterviewden wel om toestemming gevraagd? Heb je niet creatief zitten monteren met fragmenten van Star Wars films erin? En die spannende muziek onder je filmpje stond niet toevallig op je harde schijf in een Top 2000 mapje?

Of het nou voor het onderwijs is of niet, op het moment dat je iets op YouTube zet is het gewoon een openbaarmaking. Onderwijsexcepties zijn dan niet meer van toepassing en je hebt te maken met de regels van YouTube die je (toegegeven niet bepaald duidelijk) waarschuwen geen auteursrechtelijk beschermd materiaal te uploaden.

De muziek die in filmpjes gebruikt wordt is 1 van de punten waar het vaak misgaat. Met alle aandacht voor het maken van filmpjes is het selecteren van muziek vaak een bijzaak. Ook nog letten op welke muziek je wel of niet mag gebruiken is zeker geen leuk aspect van het maken van een filmpje maar eigenlijk wel 1 van de meer essentiële zaken. YouTube screent bijvoorbeeld van een groot aantal rechthebbenden of die muziek voorkomt bij het uploaden van een filmpje en als het aangetroffen wordt kan het goed zijn dat je filmpje ineens zonder audio op YouTube te vinden is, als het al niet in zijn geheel geweigerd wordt.

Let bij het maken van filmpjes die je op YouTube wilt zetten dus op een paar basale zaken:

- Bekijk je filmpje even goed voordat je het gaat uploaden. Zitten er bioscoopfilmfragmenten in? Heb je dat spannende moment voorzien van Eye of the Tiger muziek? Hoe nodig is dat nou echt en kun je niet zonder? Meer muziek en andermans videofragmenten maakt een filmpje niet perse beter en je lost tegelijk het rechtenprobleem op;

- Je wilt toch muziek gebruiken? Prima maar gebruik dan rechtenvrije muziek of muziek die je voor dit doeleinde mag gebruiken. Net als bij foto’s kun je zelf wat produceren en dus gebruiken of gebruik maken van een stockmuziek site waar je gratis of goedkoop muziek kunt vinden. Ook is er op internet best veel muziek te vinden waar geen rechten (meer) op zitten.

- Je al dan niet goed gecontroleerde filmpje kun je ook uploaden bij YouTube en afschermen door slechts 1 of enkelen toegang te geven tot het filmpje. Als je het niet kon laten om een bekend nummer in je filmpje te gebruiken -en YouTube liet het wel door tijdens uploaden- dan is er nog geen reden om het publiekelijk te zetten. Geef dan alleen je docent of projectgroep toegang en beperk tenminste het risico.

@foto via Flickr

2 reacties

Over hergebruik van nieuwsberichten en content van anderen

24/08/2011 om 12:52 Geplaatst door in Auteursrecht, Uit mijn andere blog gegrepen

Over het kunnen hergebruiken van boeken of artikelen in het onderwijs heb ik al het een en ander geblogd het afgelopen jaar. Hierbij is het uitgangspunt telkens geweest dat content (her)gebruikt wordt in Blackboard of een reader maar dat zijn anno 2011 natuurlijk niet de enige plekken waar je informatie en (andermans) content presenteert aan je doelgroep. Er zijn tientallen websites, weblogs (zoals deze) maar ook wiki’s en sociale netwerken waar vanuit de invalshoek van onderwijs content gedeeld wordt.

Nu geldt voor alle websites het adagium ‘content is king‘ wil je enig succes hebben en lezers bereiken. Dat houdt in dat je content actueel, visueel aantrekkelijk, goed leesbaar moet zijn en bovenal, zeer frequent ververst moet worden. Elke blogger, of webmaster, kan je vertellen hoe moeilijk het is om met grote regelmaat nieuwe stukjes te schrijven en het is dan ook zeer gebruikelijk om content van anderen te recyclen en te hergebruiken op een eigen site.

Die content van anderen is natuurlijk ook auteursrechtelijk beschermd en hoewel vele mensen (die mijn voorgaande blogposts niet gelezen hebben natuurlijk) denken dat alles wat op weblogs en nieuwssites staat gratis te jatt.. hergebruiken is, gelden ook hiervoor de reguliere spelregels van intellectuele eigendom. Rechten zijn voorbehouden en, zoals in de Auteurswet verwoordt, zijn daar een aantal excepties op. Uitzonderingen die mogelijkheden geven om wel degelijk content van anderen te mogen hergebruiken.

Eentje daarvan is de zgn. persexceptie en die komt uit artikel 15 van de Auteurswet. Kort gezegd komt dit artikel er op neer dat het overnemen van nieuwsberichten, gemengde berichten of artikelen over actuele onderwerpen toegestaan is als dat gebeurt door een medium dat een zelfde functie vervult. Oftewel, een website mag nieuwsberichten van een andere website overnemen zolang er maar aan bronvermelding wordt gedaan en het auteursrecht niet uitdrukkelijk is voorbehouden. Lid 2 van het artikel zwakt die laatste voorwaarde ook meteen weer af en stelt dat auteursrecht niet uitdrukkelijk kan worden voorbehouden als het om nieuwsberichten of gemengde berichten gaat.

Deze persexceptie bestaat al vele decennia maar is de laatste 10 jaar stevig onder druk komen te staan. Het is de media een doorn in het oog dat anderen nieuwsberichten klakkeloos mogen overnemen en begin van deze maand concludeerde het Hof in Leeuwarden dat die uitzondering in strijd is met de Europese Auteursrechtenrichtlijn en is effectief de persexceptie nutteloos geworden: als het auteursrecht voorbehouden wordt, mag je het niet meer zo maar overnemen. Aangezien je geen nieuwssite zult vinden waar deze passage niet staat, is het over en uit.

Wil dat zeggen dat je niets meer kunt overnemen van anderen? Nee, er zijn nog andere uitzonderingen in de Auteurswet die het mogelijk maken andermans content her te gebruiken maar het is wel omslachtiger en beperkter geworden.

Het volledig overnemen van artikelen op je eigen site of weblog kan dus niet meer met dank aan het effectief verdwijnen van de persexceptie. Dat betekent dat je alleen maar nog mag citeren: een titel en een heel kort stukje overnemen (zoals de eerste of eerste twee regels), daar kom je nog wel mee weg. Vanzelfsprekend met bronvermelding en idealiter een link naar de site waar het artikel te vinden is.

Parafraseren is nog beter: schrijf je eigen toelichting of versie van het artikel, eventueel bij het citaat dat je van het oorspronkelijke artikel doet. Ja het is meer werk maar je loopt geen juridisch risico en het is gelijk ook je eigen content geworden.

Een andere route is het vinden van nieuwssites en weblogs die hun auteursrechten niet allemaal voorbehouden. Steeds meer sites maken gebruik van Creative Commons (of soortgelijke) licentiemodellen waarbij overname onder bepaalde voorwaarden wel is toegestaan. Wikipedia is daar een voorbeeld van maar ook bijzonder veel weblogs maken daar gebruik van. Ook hier blijft het zaak om aan een goede bronvermelding te blijven doen want dat is 1 aspect dat alle licentiemodellen met elkaar gemeen hebben.

@foto / @foto2 via Flickr

Nog geen reacties

[intranetblog] Van wie is het? Eigenaarschap in het hbo

Gebruik van materiaal in het onderwijs van anderen is één ding maar, zeker als we het over Open Access of Open Educational Resources (onderwijsmateriaal) hebben, is het minstens zo interessant om te kijken waar je gebruik kunt maken van zelf ontwikkeld materiaal. Immers, de beste manier om van al dat nadenken over andermans rechten af te komen is materiaal gebruiken dat je zelf geschreven hebt. Dan heb je als medewerker zelf het auteursrecht en kun jij bepalen wat je er mee doet.

Helaas is dat minder logisch dan het wellicht lijkt.

Of je nou als docent je eigen boek geschreven hebt (en dit door een uitgever op de markt laat brengen), als onderzoeker een artikel publiceert of als student je scriptie op internet zet, je kunt pas gebruik maken van je rechten als je ze ook daadwerkelijk hebt. En daar is wat meer over te zeggen dan alleen het eerste artikel van de Auteurswet waarin staat dat je als maker de auteursrechthebbende bent.

Dezelfde Auteurswet zegt namelijk een paar artikelen verderop (in art. 7) dat als een werk gemaakt is in dienst van een werkgever, de auteursrechten bij die werkgever komen te liggen tenzij dat vooraf expliciet anders is afgesproken.

De CAO-hbo 2007-2010, die overigens verlengd is en daardoor een looptijd kent tot 1 februari 2012, bevat zelfs een apart artikel over dit onderwerp. Artikel E-7 Auteursrechten en industriële eigendom stelt dat:

De rechten op het auteurs-, octrooi- of kwekersrecht alsmede de baten voortvloeiend uit
• het vervaardigen van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst in de zin van de Auteurswet,
• het uitvinden van een nieuw voortbrengsel of een nieuwe werkwijze in de zin van de Rijksoctrooiwet of
• het kweken of winnen van een ras waarop een kwekersrecht kan worden gevestigd als bedoeld in de Zaaizaad- en Plantgoedwet komen toe aan de werkgever indien het vervaardigen, uitvinden, kweken of winnen door de werknemer in de uitoefening van zijn functie is of wordt verricht ten behoeve van de werkgever.

Vooral die laatste zin is essentieel: het maakt dus niet uit of een werk is gemaakt binnen werktijden (een veel gehoord argument) maar of het is vervaardigd in het kader van de door de werkgever opgedragen werkzaamheden. Schrijf je een boek of artikel in je vrije tijd over een onderwerp wat een link heeft met je werkzaamheden, dan komen de auteursrechten toe aan je hbo instelling! Ben je docent wiskunde en schrijf je onder werktijd een boek over breien, dan heb je het auteursrecht zelf .. en een mogelijk arbeidsconflict omdat je dit boek onder werktijd geschreven hebt maar dat is een ander verhaal.

Wel van belang hier is dat dit geldt voor werknemers met een arbeidsovereenkomst met een werkgever op grond van deze cao. Dit geldt niet voor freelancers, dit geldt niet voor colleges van bestuur en dit geldt ook niet voor studenten. Zij hebben zelf het auteursrecht op hun eigen publicaties. Ook wordt het een grijs gebied als werknemers een dubbele aanstelling hebben of bepaalde nevenactiviteiten. Vaker wel dan niet hebben nevenaanstellingen en -activiteiten overlap met de werkzaamheden bij een hogeschool en dan is het bijzonder lastig om vast te stellen voor wie welk werk is gemaakt en wie dus precies de rechthebbenden zijn.

Nu wordt de soep nog niet zo heet gegeten als die wordt opgediend. Hoewel zowel de Auteurswet als de CAO-hbo duidelijk maken wie eigenaar is van vervaardigde werken in het hbo, zijn mij nauwelijks voorbeelden bekend waar hogescholen ook deze rechten en het eigenaarschap daadwerkelijk claimen.

Dat wil echter niet zeggen dat het zo gaat blijven.

Hogescholen willen kennisinstellingen zijn, willen ondernemen (met hun kennisproducten), willen een bijdrage leveren aan kenniscirculatie via ondermeer Open Access publicaties en worden ook steeds meer geconfronteerd met problemen rondom auteursrechten van anderen bij gebruik van materiaal in het eigen onderwijs. Het zal essentieel zijn om niet alleen duidelijk beleid maar ook goede afspraken met de eigen werknemers te maken hoe een hogeschool omgaat met het stimuleren van die kenniscirculatie. Hierbij is een uitspraak hoe er met het eigenaarschap omgegaan wordt een vitaal onderdeel. Hogescholen kunnen niet rücksichtslos het eigenaarschap opeisen zonder dat ze ook helder maken wat ze er mee willen en gaan doen. Het mes moet aan twee kanten snijden zodat zowel de medewerker als de hogeschool profiteert van wat er gemaakt wordt.

@foto via Flickr door Paul Gallo

2 reacties

De readerregeling in het digitale tijdperk: links en licenties

25/02/2011 om 1:29 Geplaatst door in Auteursrecht, Uit mijn andere blog gegrepen

Nou had ik keurig een post-it naast me liggen toen ik de vorige blogpost schreef waarin bovenaan stond dat ik het over linken naar content wilde hebben maar op de 1 of andere manier is het volledig buiten beeld gebleven. Dat weerhield Bert er niet van om daar gelijk een opmerking over te plaatsen en Judith deed hetzelfde. Zij legde ook nog even de nadruk op een detail dat ik eigenlijk expres had overgeslagen in de post zelf maar dat, achteraf gezien, wel gewoon door mij gemeld had moeten worden. De meerwaarde van feedback zullen we maar zeggen en een goede reden om toch nog een aanvulling te schrijven op de vorige post. Ik ga de punten stuk voor stuk even af.

Linken naar content
Zoals zowel Bert als Judith opmerken is er 1 werkwijze die niet alleen met afstand het minste werk oplevert voor een docent maar die ook volledig vrijgesteld is van de voorwaarden in de readerregeling: het simpelweg linken naar digitale content elders. In plaats van een digitale reader samen te stellen met de daadwerkelijke artikelen erin kun je, zeker in een digitale leeromgeving, eenvoudig links aanbrengen naar die content waar je naar wilt verwijzen. Dat kan een internetbron zijn, dat kan een Open Access tijdschriftartikel zijn, dat kan een artikel zijn uit een databank maar kan zelfs een link zijn naar auteursrechtelijk beschermde materialen zijn die onrechtmatig op internet te vinden zijn. Hyperlinks zijn geen openbaarmaking en maken geen deel uit van de werken die in artikel 16 AW benoemd worden.

Het nadeel van linken naar content is dat je je bewust moet zijn van de toegankelijkheid en houdbaarheid van de link zelf. Als je verwijst naar een internetbron, kan het zijn dat deze volgende week verdwenen is of een andere url gekregen heeft. Links naar artikelen in databanken zijn vaak persistent maar hebben meestal restricties qua toegang. In de meeste gevallen zullen de studenten van de instelling automatisch ook toegang hebben maar dat hoeft niet perse zo te zijn. Het is in elk geval een aandachtspunt om niet simpelweg een gevonden url te gebruiken als link in je module.

Gebruik van content uit licenties (databanken)
In de vorige post zei ik dat je ook gebruik kan maken van databanken waar je instelling over beschikt. Dat klopt ook maar zoals Judith terecht constateerde bevat de readerregeling een passage over dit specifieke gebruik: “Instellingen sluiten ook licenties af met uitgevers of andere leveranciers van auteursrechtelijk beschermd materiaal. In sommige gevallen mag de instelling dit materiaal ook opnemen in readers. Let op, dit moet expliciet worden gemeld in de licentievoorwaarden. Indien dit het geval is, is er al een redelijke vergoeding betaald aan de rechthebbenden en hoeft er niet nogmaals aan Stichting PRO een bedrag worden afgedragen voor deze overname. Om vast te kunnen stellen dat er een licentieovereenkomst is afgesloten, dient een kopie van de licentie bij de reader worden toegevoegd (het is niet nodig om de gehele licentie mee te sturen, alleen dat deel waaruit blijkt dat het materiaal in readers mag worden opgenomen)” Mijn persoonlijke mening is dat een onwerkbare en onredelijke voorwaarde is. Ik ben zelf verantwoordelijk voor de licenties van de databanken bij mijn instelling en zelfs ik heb die licentieteksten niet paraat. Het legt daarbij ook nog de bewijslast van de uitzondering bij de docent neer terwijl ik van mening ben dat als artikel 16 AW niet geldt, de readerregeling dus ook niet van toepassing is. Naast content uit licenties geldt dit ook bijv. voor internetbronnen of open access tijdschriftartikelen waar een (relevante) Creative Commons bij hoort en je kunt toch ook moeilijk een setje uitgeprinte CC licentieteksten gaan meesturen.

Maar goed, als je je aan de readerregeling moet houden, dan moet je dit kennelijk wel doen. Ook al zou ik het weigeren te doen …

Overzicht licenties waaruit content gebruikt mag worden in course packs
Judith vroeg ook of er een overzicht is van licenties waarin specifiek toegestaan is dat je content mag gebruiken in ELO modules. Zo’n overzicht ken ik niet maar dat wil niet zeggen dat die niet te maken is natuurlijk. Een aardig deel van de licenties bij bibliotheken van onderwijsinstellingen worden afgesloten via SURFdiensten. In de mantelovereenkomst die gesloten wordt met een uitgever, wordt standaard het kopje kopieerrecht meegenomen waarin afspraken gemaakt worden over zowel mogelijkheden voor (verstrekking van) IBL als het opnemen van artikelen in (digitale) course-packs. Als ik dan even het lijstje met content licenties doorneem kom ik uit op de volgende licenties waarbij dat laatste expliciet toegestaan is:

  • Academic Search Elite/Premium
  • Keesings Historisch Archief
  • Kluwer Navigator
  • Lexis Nexis Newsportal
  • Science Direct
  • Wiley content
  • Springer
  • Rechtsorde

Ik heb 1 licentie gevonden waarbij het expliciet niet toegestaan is:

  • JSTOR

Bovenstaande lijst zal ik tzt aanvullen maar mocht je zelf aanvullingen hebben, laat het me weten. Dat geldt trouwens ook als je ervaring hebt met het opgeven van overnames van content uit ofwel databanken of waar via een Creative Commons licentie hergebruik toegestaan is, aan Stichting PRO. Ik ben daar best benieuwd naar.

9 reacties

Risico’s inschatten rondom auteursrecht

22/02/2011 om 4:17 Geplaatst door in Auteursrecht, Uit mijn andere blog gegrepen

Als mensen weten dat je ook maar iets meer kennis hebt dan zij over auteursrecht, dan komen de vragen vanzelf. Een weblog over auteursrecht en open access beginnen op het intranet van de onderwijsinstelling waar ik werk was natuurlijk ook wel een uitnodiging daarvoor. Langzaam beginnen er ook meer vragen daadwerkelijk binnen te druppelen en ik merk dat het onderwerp op zijn minst leeft bij veel mensen in de organisatie.

Als ik zeg, leeft, dan bedoel ik dat ze getriggerd worden door de problemen die ze ermee ervaren. Hoe graag ik het ook vanuit ideologie of principieel standpunt zou willen benaderen, feit blijft natuurlijk dat mensen pas echt in beweging komen voor een onderwerp als ze er iets mee moeten. Of, in dit geval, denken dat ze last hebben of gaan krijgen met iets dat ze niet goed geregeld hebben. In het gehele hbo komt auteursrecht bijvoorbeeld nu pas echt op de agenda wegens alle commotie en onduidelijkheden rondom de readerregeling en de rol van de elektronische leeromgeving en Stichting PRO daarin, maar ook kleinschaliger krijg ik bijna altijd vragen die uiteindelijk neerkomen op ‘ik weet wel dat ik niet goed zit maar welk risico loop ik als medewerker of instelling nu’.

Een collega stuurde en twitterde een link naar de Risk Management Calculator. Een tool en wizard die ontwikkeld is in het kader van het OER IPR Support Project, gesubsidieerd door de Engelse zusterorganisatie van SURF, JISC. Deze tool is bedoeld om de verschillende aspecten van auteursrecht van gebruik van diverse typen auteursrechtelijke werken in Open Educational Resources te benoemen en een inschatting te maken van het risico dat je loopt als je bepaalde dingen wel of niet (goed) geregeld hebt.

In een eenvoudig stappenplan kun je het soort materiaal kiezen dat je wil (her)gebruiken kiezen en aan de hand van een paar heel eenvoudige vragen wordt je langs die aspecten geloodst die invloed hebben op het risico dat je loopt. Omdat het om OER gaat heeft het een sturende werking naar Creative Commons licenties toe maar dat is natuurlijk alleen maar een positief iets mijns inziens.

Is het oorspronkelijke werk commercieel uitgegeven? Welke licentie wil je zelf op het eindproduct zetten? Is de maker van het werk bekend of niet en heb je wel of niet toestemming gevraagd? Het vereenvoudigt die lastig geformuleerde begrippen in wetgeving en brengt het samen in een makkelijk in te vullen wizard met pulldown menuutjes.

Aangezien de tool vanzelfsprekend niet op het Nederlandse recht is gebaseerd zou ik hem niet snel aanbevelen als makkelijk antwoord naar een vragensteller toe maar het kan zeker helpen om een lastige kwestie en een lastig antwoord te verduidelijken. Daarnaast heb ik me er toch zeker een half uur mee vermaakt om het hoogst mogelijke Risk Level eruit te krijgen en alleen al die werkvorm ga ik meenemen in het eerstvolgende praatje dat ik over auteursrecht ga houden. Auteursrechtelijke aspecten als serious gaming, wie had het gedacht?

Oh ja, laat even via de comments weten als je een hoger Risk Level dan 816.000 weet te krijgen.

2 reacties

[intranetblog] De readerregeling in het digitale tijdperk: maak gebruik van de goede content!

11/02/2011 om 4:16 Geplaatst door in Auteursrecht, Licenties, Uit mijn andere blog gegrepen

Vorige maand beschreef ik eerst hoe het met de papieren readers allemaal geregeld is in de readerregeling en twee weken geleden ging ik in op hoe deze regeling gebruikt wordt met digitale artikelen en boeken. In deze voorlopig laatste post over dit onderwerp laat ik de regeling helemaal los en ga ik het hebben over de opties die je hebt om Stichting PRO volledig buiten beeld te laten met readerregeling en al.

De Stichting PRO, is een voorbeeld van een collectieve beheerorganisatie die er voor zorgdraagt dat de betalingen van de in artikel 16 Auteurswet bedoelde vergoedingen, collectief geïnd worden. Artikel 16 beschrijft namelijk de onderwijsuitzondering en stelt dat het overnemen van (korte) werken of korte gedeelten van werken toegestaan is ter toelichting van het onderwijs. De readerregeling geeft hier invulling aan en werkt dit op detailniveau uit voor het hbo.

Daarmee gaat de gehele regeling dus uit van werken die onder de bescherming vallen van de Auteurswet. Maar wat als de auteur of uitgever expliciet aangegeven heeft dat je zijn werken mag hergebruiken, bijvoorbeeld via de eerder besproken Creative Commons licentie? Ook staan overeenkomsten met databankleveranciers soms toe dat de inhoud van die databanken voor onderwijsdoeleinden gebruikt mag worden. Dan kunnen dan bijvoorbeeld nog steeds auteursrechtelijk beschermde artikelen zijn maar omdat toestemming is gegeven via een licentieovereenkomst, mag je deze vrijelijk in Blackboard of je reader gebruiken zonder dat de readerregeling of Stichting PRO in beeld komt. Contractrecht (waar deze overeenkomsten onder vallen) weegt zwaarder dan de Auteurswet.

Dat betekent dus feitelijk dat je een keuze hebt als je digitaal materiaal in je Blackboard omgeving of digitale reader wilt opnemen. De weg van de ogenschijnlijk minste weerstand, waarin je (snel) artikelen en ebooks bij elkaar verzamelt en dit doorgeeft aan stichting PRO. Of de weg waarin je kijkt naar, en selecteert op, wat de auteur of uitgever je toestaat bij een specifiek artikel of ebook. Zoeken naar materiaal op Wikiwijs bijvoorbeeld, voorzien van een Creative Commons licentie of materiaal in een databank waar de rechten al voor geregeld zijn. Geen van deze typen materialen vallen onder de readerregeling.

Windesheim beschikt, via het Mediacentrum, over een groot aantal databanken met digitale informatie in de vorm van artikelen, ebooks en videomateriaal. Hoewel het niet voor alle geldt, is het voor het merendeel van deze databanken toegestaan de content te gebruiken in de digitale leeromgeving. Een mooi voorbeeld is Lexis Nexis Newsportal, een databank waarin nieuwsartikelen uit alle landelijke en regionale dagbladen zijn opgenomen, aangevuld met een groot aantal buitenlandse kranten. Ook al zijn de artikelen zelf allemaal auteursrechtelijk beschermd en zou je bij opname van de oorspronkelijke papieren versie in een reader dit moeten opgeven bij stichting PRO, het opnemen van artikelen in (digitale) coursepacks is specifiek toegestaan bij Lexis Nexis. Je hoeft dus niets op te geven bij stichting PRO als je het digitale artikel uit deze databank in je Blackboard module zet.

Eigenlijk is dat toch de weg van de minste weerstand? Je kunt veel werk besparen door even goed van te voren na te denken welk materiaal behalve inhoudelijk, ook qua mogelijkheden t.a.v. gebruik, het meest geschikt is.

5 reacties

[intranetblog] De readerregeling in het digitale tijdperk: Stichting PRO en Blackboard

28/01/2011 om 11:42 Geplaatst door in Auteursrecht, Uit mijn andere blog gegrepen

Dat het voor gebruik van (hoofdstukken uit) boeken en artikelen in papieren readers allemaal wel goed geregeld is, meldde ik al in een vorige blogpost. Nou zijn readers/syllabi op papier hard op weg om de dodo achterna te gaan en moet je tegenwoordig toch wel redelijk je best doen om er nog eentje in het wild te vinden. Een reader op papier dan, niet een dodo natuurlijk.

Alles digitaal
Al heel veel jaren worden, met name tijdschriftartikelen, digitaal aangeboden door de uitgevers. Via de websites van de tijdschriften of, nog veel makkelijker, in grote databanken waar duizenden ejournals in opgenomen zijn. Ook binnen Windesheim beschikken we via het Mediacentrum over vele duizenden digitale tijdschriften en het is dan ook wel logisch dat deze artikelen gebruikt worden.

Ook de reader zelf is gedigitaliseerd. Enerzijds wordt een reader als digitaal bestand aangeboden (PDF) en kan een student kiezen om het digitaal te lezen of zelf uit te prunten, anderzijds verdwijnt het hele fenomeen reader en wordt relevant achtergrondmateriaal in Blackboard modules geplaatst. Digitaal natuurlijk.

Vooral bij dat laatste, het gebruik van digitaal materiaal in een digitale leeromgeving, ontstaat er natuurlijk een probleem met de klassieke readerregeling. Je kunt een Blackboard module niet als een reader beschouwen, laat staan dat je een kopie van de ‘reader’ kunt opsturen naar stichting PRO om aan te tonen welk gebruik je precies gemaakt hebt. Jarenlang is er een groot grijs gebied geweest terwijl langzaam de oude reader verdween en het gebruik van materiaal in Blackboard toenam. Jarenlang zat PRO te bedenken en te verkennen hoe zij om moest gaan met deze ontwikkelingen.

En nu?
Een innovatieve nieuwe regeling, die recht doet aan de fundamenteel andere wereld van digitalisering, nee, die kwam er niet. PRO heeft er voor gekozen om de bestaande regeling feitelijk wat op te rekken vanuit het (wel terechte overigens) idee dat er geen wettelijk onderscheid is tussen papier en digitaal als het gaat om gebruiksvoorwaarden. Beide vallen namelijk binnen de onderwijsexceptie in de auteurswet, zoals trouwe lezers van dit blog natuurlijk al lang weten.

Voor de digitale readers hanteert stichting PRO de definitie van 1 digitaal bestand waarin twee of meer artikelen zijn opgenomen. Ze noemen zelf als voorbeeld één PDF bestand met daarin verschillende gescande artikelen. Deze moeten trouwens doodleuk in papieren vorm opgestuurd worden naar PRO ter controle, het kan niet digitaal opgestuurd worden.

Digitaal materiaal in Blackboard is echter een heel ander verhaal. De toelichting van PRO blijft er hogelijk vaag in hoe dit precies geregeld moet worden en dit heeft van alles te maken dat men ook hier wil uitgaan van de ouderwetse kenmerken van een ‘reader’, zoals bijvoorbeeld een oplage. Dat definieert men als het aantal studenten dat toegang heeft tot het digitale materiaal (en daarmee dus het max. aantal studenten dat toegang heeft tot een course) maar dat dit een enorme kunstgreep is vol haken en ogen moge duidelijk zijn: allereerst al het gelijktrekken van een Blackboard module met een reader en daarnaast het gegeven dat een module natuurlijk over meerdere jaren aan meerdere en verschillende groepen studenten gegeven wordt. In tegenstelling tot een papieren reader is een module verre van statisch.

Het rommelt
Stichting PRO wil, ter controle op de regeling, het liefst ook toegang krijgen tot de digitale leeromgevingen van alle hoger onderwijsinstellingen. Dit leidde vorig jaar al tot een reeks gesprekken tussen stichting PRO, Blackboard en vooral de universiteiten die dit totaal niet zagen zitten en ook de voorgestelde aanpak van PRO rondom het regelen van rechten op digitaal materiaal niet adequaat vonden. Ook speelde het een belangrijke rol dat de instellingen via licenties op de databanken vaak al toestemming hadden digitale artikelen te gebruiken in hun onderwijs zonder daarvoor nog een keer te moeten betalen bij PRO. Dit heeft uiteindelijk zelfs er toe geleid dat de universiteiten de readerregeling met PRO opgezegd hebben.

Oplage, aantal pagina’s (terwijl digitale teksten lang niet altijd gebruik maken van pagina’s), de definitie van reader maar specifiek het gegeven dat digitaal materiaal lang niet altijd onder de readerregeling hoeft te vallen, zijn allemaal redenen waarom de discussie over die readerregeling ook nog wel even zal voortduren.

Dat je dus dan ook redelijk eenvoudig kunt sturen om onder deze regeling uit te komen, door gebruik te maken van materiaal waar de rechten al voor geregeld zijn, is het onderwerp van de volgende blogpost.

1 reactie

[intranetblog] Auteursrechten en de readerregeling: de klassieke reader

14/01/2011 om 10:55 Geplaatst door in Auteursrecht, Uit mijn andere blog gegrepen

Vele collega’s denken nog steeds maar weinig met auteursrechten te maken te hebben zolang ze maar niet hun Blackboardmodules voorzien van foto’s, video’s of teksten van anderen. In de praktijk is er voor bijna iedereen die onderwijs geeft een specifiek voorbeeld te vinden waar je expliciet met auteursrechten te maken hebt. Bij het samenstellen van een reader voor je module.

Voor de opname van tijdschriftartikelen en gedeelten van boeken in readers voor het hoger onderwijs moet een ‘billijke vergoeding’ aan de rechthebbende(n) -de uitgever of de auteur- betaald worden. De HBO Raad heeft hiervoor een regeling getroffen met het Nederlands Uitgeversverbond en de Stichting International Publishers Rights Organisation. Deze is neergelegd in de ‘Readerovereenkomst’, voluit Overeenkomst voor de overname van korte auteursrechtelijk beschermde werken en van (korte) gedeelten uit auteursrechtelijk beschermde werken in onderwijspublicaties van hogescholen, waaronder readers.  De uitvoering van deze readerregeling is in handen van de Stichting PRO, de
auteursrechtenorganisatie voor uitgevers. PRO incasseert de readerafdrachten en verdeelt ze onder de uitgevers, zowel de Nederlandse als de buitenlandse.

Deze readerregeling voorziet in essentie in een afkoopsom voor die billijke vergoeding daar waar het om gebruik en overname van korte werken en gedeelten gaat in readers. Zolang je binnen de grenzen blijft van de gedefinieerde begrippen van korte gedeelten en korte werken, hoef je (en de hogeschool) geen vergoeding te betalen aan de rechthebbenden, dat is dan namelijk al geregeld in deze readerregeling.

• Uit niet-literaire boeken: maximaal 10.000 woorden, mits niet meer dan een derde deel van het hele werk.
• Uit tijdschriften etc.: maximaal 8.000 woorden, mits niet meer dan een derde deel van de hele aflevering.
• Uit literaire geschriften: maximaal 100 regels poëzie of 2.500 woorden proza, mits niet meer dan een tiende deel van het hele werk.
• Grafieken, tabellen, schema’s e.d. mogen in hun geheel als kort werk worden overgenomen, met een maximum van 25 werken uit dezelfde oorspronkelijke uitgave.
• Foto’s en illustraties tellen ieder als 200 woorden, met een maximum van 25 werken uit dezelfde oorspronkelijke uitgave.
(bron: Procedure auteursrechten en readers, Caroline Bakker, Windesheim, 2010) [Windesheim intranetlink]

Maak je voor je reader (elke bundeling van onderwijsmateriaal waarin 1 of meer auteursrechtelijk beschermde werken zijn overgenomen) gebruik van niet-korte gedeelten of niet-korte werken, dan moet je een Toestemmingsaanvraag formulier invullen en indienen bij Stichting PRO voordat je je reader in gebruik neemt. Voor Windesheim is die gehele procedure netjes en volledig beschreven in de hierboven genoemde Procedure auteursrechten en readers.

Tot zover niks nieuws eigenlijk. Wat wel interessant is, is dat deze readerregeling van oudsher natuurlijk specifiek op een papieren reader is gericht en er gebruik wordt gemaakt van papieren gedeelten en werken. De tijd is echter voortgeschreden met niet alleen digitale readers en gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal in Blackboard, maar ook dat er veel digitaal materiaal gebruikt wordt/kan worden waarvoor geen billijke vergoeding betaald hoeft te worden. Bijvoorbeeld omdat je artikelen gebruikt met een Creative Commons licentie of omdat deze artikelen al met een licentie betaald zijn in een databank.

Over de readerregeling, Stichting PRO en Blackboard gaat de volgende post en daarna zal ik inzoomen op mogelijke vrijstellingen van readerafdrachten voor artikelen uit licenties.

@foto

3 reacties

[intranetblog] Digitale privé-kopie uit een illegale bron mag gewoon

19/11/2010 om 11:10 Geplaatst door in Auteursrecht, Uit mijn andere blog gegrepen

Twee weken geleden had ik het al over het maken van een digitale privé-kopie en dat je volgens de uitzondering in de Auteurswet daarbij niet beperkt bent tot legaal materiaal. Ook downloaden (en gebruiken) uit illegale bron is toegestaan als je het voor eigen gebruik doet.

Op 15 november 2010 speelden toevallig twee hoger beroep zaken waarin aan de orde kwam of downloaden uit illegale bron voor privé-doeleinden al dan niet is toegestaan. Het Gerechtshof in Den Haag heeft hierin uitgespraak gedaan wat als volgt samen te vatten is:

Downloaden uit illegale bron is het downloaden van muziek- of filmbestanden die zonder toestemming van de auteursrechthebbenden op internet zijn geplaatst. Het hof heeft hierover het volgende beslist. Het downloaden uit illegale bron voor privé-gebruik is naar Nederlands recht toegestaan, omdat de Nederlandse regering bij de aanpassing van de Nederlandse Auteurswet aan de Europeesrechtelijke Auteursrechtrichtlijn uitdrukkelijk en herhaaldelijk heeft verklaard dat downloaden uit illegale bron voor privé-gebruik niet is verboden.
[bron: Rechtspraak.nl]

Beide zaken zijn wel erg interessant. De eerste was tegen de Stichting Thuiskopie aangespannen omdat een groot aantal partijen af wilden van de Thuiskopievergoeding. Deze laatste vergoeding is er een die geheven wordt op blanco media zoals dvd+r’ en cd-r’s. Het idee daarachter is dat als het toegestaan is om uit illegale bron te downloaden, er tenminste nog inkomsten naar rechthebbenden gaan via deze ‘blanco media belasting’. De gehele uitspraak is te lezen op Rechtspraak.nl maar de essentie is dat het hof de interpretatie van de minister van Justitie volgt in dat er onvoldoende technische voorzieningen zijn om een verbod op downloaden uit illegale bron te handhaven en dat er dan sowieso geen vergoedingen naar rechthebbenden zullen plaatsvinden. De belangen van rechthebbenden zijn beter gediend bij een systeem waarin het downloaden uit illegale bron is toegestaan, aangezien dat met zich brengt dat daarvoor in ieder geval thuiskopievergoeding aan de rechthebbenden is verschuldigd.

De tweede uitspraak is naar aanleiding van een specifiek voorbeeld. Producent Eyeworks Films had eerder een zaak aangespannen tegen Usenet platform FTD. Op dit platform attenderen gebruikers elkaar waar specifieke films, muziek, spellen enz te vinden zijn op Usenet. Ook de film ‘Komt een vrouw bij de dokter’ werd veelvuldig gespot en in juni van dit jaar oordeelde de rechtbank dat het FTD platform ook verspreider van de film zou zijn: melden waar een film te downloaden is zou hetzelfde zijn als deze zelf openbaar maken en verspreiden. Een geruchtmakend oordeel want aangezien FTD zelf niet linkt naar die bestanden kwam het er op neer dat het openbaar maken van de bestandsnaam hetzelfde zou zijn als het openbaren van het bestand zelf.

Deze uitspraak is nu echter vernietigd in hoger beroep. ‘FTD pleegt geen auteursrechtinbreuk en is evenmin een tussenpersoon als bedoeld in artikel 26d Aw. Wel handelt FTD onrechtmatig jegens Eyeworks nu zij het illegaal uploaden van de film ‘Komt een vrouw bij de dokter’ van Eyeworks stimuleert. Het downloaden uit illegale bron is naar Nederlands recht toegestaan, daarom kan geen onrechtmatig handelen van FTD worden gezien in het faciliteren van het downloaden van die film.’ De gehele uitspraak is eveneens te lezen op Rechtspraak.nl

Samengevat
Ook al vertellen belangenorganisaties, commerciele partijen en wellicht je omgeving je dat je niet illegaal mag downloaden, downloaden is simpelweg niet illegaal in Nederland zolang je geen software downloadt. Of je daarbij vrij te gebruiken materiaal downloadt, auteursrechtelijk beschermd materiaal downloadt of downloadt uit illegale bron maakt geen enkel verschil.

@Foto Stock.xchng

1 reactie

[intranetblog] Hindernis voor de privé-kopie: DRM

05/11/2010 om 8:34 Geplaatst door in DRM, Uit mijn andere blog gegrepen

Hoewel je binnen de Nederlandse wetgeving dus het recht hebt om, onder specifieke voorwaarden, een privé-kopie te maken van digitale bestanden, wil dat niet zeggen dat leveranciers dit een geweldig idee vinden. Gedreven door, vooral, de Amerikaanse entertainment industrie (in de Amerikaanse wetgeving kent men een zgn. fair use bepaling die ook mogelijkheden biedt om beschermd materiaal te gebruiken) zijn leveranciers, uitgevers en andere rechthebbenden al sinds de jaren 80 in een strijd verwikkeld met hun eigen klanten als het gaat om hoe hun (digitaal)materiaal gebruikt kan en mag worden.

Even de batterij aan rechtszaken voor het illegale gebruik buiten beschouwing latend, gebruiken deze partijen diverse technische mogelijkheden om zowel het gebruik van digitale content als de apparaten waarop deze afgespeeld kunnen worden, te beperken. ‘Leuk dat je een kopie voor eigen gebruik mag maken volgens de wet maar dan zorgen wij er simpelweg voor dat je geen kopie kunt maken’, is de achterliggende redenering.

Al die technieken samen wordt digital rights management genoemd, of kort DRM, en is één van de meest controversiële aspecten bij de opkomst van digitale media en de technieken om analoog naar digitaal om te zetten. Het wordt daarom ook vaak digital restrictions management genoemd. Als je denkt dat je het nog nooit tegen bent gekomen dan heb je dat waarschijnlijk mis want het is overal. Een paar voorbeelden:

  • De Content Scrambling System (CSS) als kopieerbeveiliging op dvd’s en de AACS variant daarvan op bluray schijfjes. Wie ooit gepoogd heeft een VHS videoband te kopieren of te digitaliseren is tegen de Macrovision beveiliging aangelopen;
  • DRM gebruik op tv in de vorm van betaalkanalen met benodigde decoders;
  • DRM op audiocd’s wat vooral Sony deed/had tussen 2002 en 2007 waardoor je je eigen cd’s niet meer kon kopieren of rippen naar mp3;
  • Online muziek winkels, zoals de iTunes Store van Apple waar je tot 2009 ook beperkt werd in het aantal apparaten waar je de gekochte muziek kon afspelen incl. kopieerbeveiliging;
  • Computer spellen die al sinds de jaren 90 bijna standaard diverse soorten DRM kopieerbeveiligingen kennen en die ook steeds strenger en ingrijpender worden;
  • Ebooks die door uitgevers gekoppeld worden aan specifieke apparaten (ereaders) en kopieerbeveiliging kennen.

Hoe restrictief DRM kan werken voor een gebruiker van digitale content is wellicht iets dat zelf ervaren moet worden maar het vertegenwoordigt hoe dan ook een grote tegenstelling: het recht van de gebruiker om het voor eigen doeleinden te mogen gebruiken zoals hij of zij dat wil, tegenover het recht van de eigenaar van de content te bepalen wat er met zijn of haar content gebeurt.

Toch doet deze versimpeling van die tegenstelling ook geen recht aan die discussie en zijn er vele andere factoren die meespelen. Iedereen snapt dat commercieel misbruik van illegale content bestreden moet/mag worden en iedereen snapt ook wel dat een gebruiker recht heeft om content te gebruiken waar hij of zij gewoon voor betaald heeft. Zoals met bijna alles in het leven is dat laatste punt ook gelijk het belangrijkste punt: geld.

Consumenten zijn namelijk steeds minder bereid om digitale content te kopen waarmee ze vervolgens alleen maar tegen beperkingen aanlopen en waar ze niet zelf kunnen bepalen hoe ze er gebruik van kunnen maken. Vele incidenten en boze reacties hebben er voor gezorgd dat Sony stopte met DRM op audiocd’s en dat Apple geen DRM meer op muziek in de iTunes Store heeft. Niet om het publiek te vriend te houden maar om sterk dalende inkomsten te voorkomen. Wie betaalt bepaalt nog steeds (een beetje).

En wat betekent dit nu voor de privé-kopie?
Voor het maken van een privé-kopie blijven er hindernissen bestaan met DRM. De legale status om DRM te verwijderen is echter niet helemaal duidelijk en er zijn vele middelen beschikbaar om dvd’s (of blurays) te kopieren ongeacht de gebruikte DRM systematiek en ebooks of muziek te ontdoen van hun DRM. Daarnaast staat de Nederlandse wetgeving, in tegenstelling tot bijv. de Amerikaanse, impliciet toe dat een privé-kopie ook gemaakt mag worden van illegaal verspreid materiaal. Laat nu het internet nog steeds vol staan met boeken, video en muziek waar de DRM al van verwijderd is.

Overigens blijft het altijd netjes, makkelijk en gegarandeerd probleemvrij om materiaal te gebruiken (of te privé-kopieën) waarvoor de rechten geregeld zijn en waar DRM technieken niet voor gebruikt zijn. Ook al betaal je er niet altijd met geld voor, uiteindelijk is het daadwerkelijk gebruiken van materiaal wel de beste stimulans voor een leverancier of uitgever om je ook te bieden waar je naar vraagt.

Noot: in het bovenstaande stukje mijd ik alle voorbeelden en praktijken rondom software. Dat komt omdat dit enerzijds expliciet geen uitzondering is als digitale privé-kopie maar anderzijds het doorbreken van DRM technieken bij software wel strafbaar is. Illegale software is altijd … illegaal.

@Foto via Flickr (GregoryH)

9 reacties

Older posts »