TV kijken via YouTube

youtube

Eigenlijk is heel geleidelijk gegaan. Ik weet nog dat je alleen Nederland 1, Nederland 2 en drie Duitse zenders had om te kijken. ‘s Avonds zat ik met mijn kleine zwart-wit tv’tje te kijken en was ik jaloers op die Amerikanen. Bruce Springsteen constateerde al zingend dan wel dat hij 57 tv zenders had - maar dat er nog steeds niets (goeds) op was -, ik kon echter alleen maar dromen van zoveel zenders.

Die achterstand heb ik inmiddels ruim ingehaald, die droom is waarheid geworden. Nederland 3 kwam, toen volgden de commerciële zenders en daarna nog tientallen anderen. Jaren geleden zag ik mezelf op de bank zitten en begreep ik waar The Boss het over had. Meer dan 100 zenders en nog steeds niets te vinden wat ik wilde kijken.

Toen ik eenmaal de les had geleerd dat kwantiteit in tv zenders niets zegt over de kwaliteit van de content werd ik ook meteen kritischer. Liever investeren en betalen  voor goede tv content dan urenlang zappen en hopen wat interessants tegen te komen. Ik ging (Amerikaanse) TV series downloaden, nam een abonnement op de BBC iPlayer app, keek alleen selectief naar de ‘echte’ tv en pakte via Uitzending Gemist die dingen mee waar ik geen tijd voor had om live te kijken of die ik simpelweg ook gemist had. TV on demand dus.

Ook heel geleidelijk ben ik meer webshows gaan kijken. Steeds meer videocontent is beschikbaar geworden als YouTube kanalen. Ik ben geabonneerd op zo’n 20 kanalen, van muziekvideo’s en gameshows tot de TEDtalks. Cartoons, videoclips, tv afleveringen, complete films, documentaires, instructievideo’s .. noem het maar op en het staat op YouTube. Elke minuut wordt er 72 uur video geupload bij YouTube. Onvoorstelbaar.

Ik zap ‘s avonds nooit meer langs alle beschikbare tv kanalen. Ik zap langs de kanalen (en populaire video’s) van  YouTube. Op de laptop, op een YouTube app op een tablet, de YouTube app op mijn blurayspeler maar nog vaker via de (fijne) YouTube app op mijn PS3. Niks geen 5 zenders, 57 zenders of zelfs honderden zenders. Het is een oneindige stroom aan videomateriaal waar je naar kunt kijken. TV kijken via YouTube.

En nu lijken de betaalde abonnementen er ook nog aan te komen. De geruchten gingen al geruime tijd maar het zal binnenkort zo ver zijn dat je voor enkele dollars per maand betaaltv gaat krijgen op YouTube. Betaalkanalen die zich zullen moeten onderscheiden van het al aanwezige – en oneindige – aanbod. Mijn hoop, en verwachting, is dat TV zenders en filmmaatschappijen daar uiteindelijk hun content ook gaan aanbieden. Die TV series die ik wil zien, films die me boeiend lijken en documentaires waar ik het bestaan nog niet van af weet. Een betaalbare pay-per-view constructie zonder meteen aan dure abonnementen vast te zitten vol content die me voor 90% niet boeit.

Daar zal het zeker niet mee beginnen, die betaalkanalen op YouTube. Maar dat geeft niet. Ik weet nog hoe ik op dat zwart-wit tv’tje zat te kijken 25 jaar geleden naar die vijf zenders. Ik weet hoe dit soort dromen uit kunnen komen dus ik droom nu gewoon verder.

#

Infographics maken met infogr.am en visual.ly

infographics

Bijna een jaar geleden schreef ik al over infogr.am. Met slechts een paar templates en verplicht inloggen met je twitter of Facebook account was het nog verre van perfect maar zelfs toen vond ik het al handig om zelf makkelijk aan de slag te gaan met eigen infographics. Hoewel je er mee dood gegooid wordt op internet blijven infographics een fraaie manier om (grote hoeveelheden) data te visualiseren zonder dat je lange teksten en opsommingen hoeft te gebruiken. Je verhaal kunnen vertellen met afbeeldingen in plaats van duizend woorden.

Vanaf vandaag is infogr.am naar versie 1.0 gegaan en zal het beta labeltje binnenkort verdwijnen. Je kunt – behalve met de social media accounts – nu ook met een eigen infogr.am account inloggen. Er zijn nieuwe templates geïntroduceerd en diverse functionaliteiten die deels ondergebracht zijn in een betaalde versie van de dienst. Alleen met een Pro account kun je gemaakte infographics downloaden en krijg je een extra aanbod van templates.

infographics

Afgelopen jaar zijn er ook tientallen grafieken toegevoegd die zo te zien alle (nog?) steeds beschikbaar zijn in het gratis account. Zowel de infographics als de grafieken kun je zelf ‘vullen’ of aanpassen in een soort mini spreadsheet venster. Het is kinderspel om je gegevens uit Excel hiervoor te gebruiken.

infographics

Infogr.am is niet de enige webdienst die je infographics laat maken. Ook visual.ly timmert aan de weg hoewel je daar aanzienlijk minder keuze en functionaliteiten hebt als je zelf geen ontwerper bent. Visual.ly richt zich vooral op de community van ontwerpers hoewel ze ook enkele templates aanbieden waarmee eindgebruikers zelf eenvoudige infographics kunnen maken.

visuallyEn als ik zeg dat je ze zelf kunt maken bedoel ik bij visual.ly vooral dat je ze kunt laten generen aan de hand van data uit je social media accounts. Zo zijn er 5 templates voor een visueel aantrekkelijke CV die gevuld wordt door een koppeling te maken met je LinkedIn account. Ook zijn er templates om enkele aspecten uit je Facebook of Twitter account te visualiseren en vorige maand kwam daar een automatisch gegenereerde infographic bij die je Google Analytics maandstatistieken visualiseert.

infographic-googleanalytics

Als je regelmatig met een brei aan getallen en data werkt die je moet uitleggen aan een ander, dan heb je met infogr.am en visual.ly in elk geval twee webdiensten tot je beschikking om dat met minder woorden te doen. En met meer infographics.

#

Wayback Machine: nog eens kijken naar websites en content van vroeger

wayback machineTerug kunnen zoeken naar tweets die je jaren geleden verstuurd hebt kan een handige functionaliteit zijn maar het is vooral confronterend interessant om terug te zien hoe je vroeger twitterde, met wie je twitterde en waarover je twitterde. Een blik op het verleden als het ware waarmee je vaak dingen herontdekt waarvan je dacht dat je ze nooit zou vergeten (en toch vergat).

Nou is het fenomeen tweets nog een redelijk recent iets natuurlijk. Wat als je op zoek bent naar teksten die je voor je websites of blog geschreven hebt? Vijf jaar geleden. Of tien jaar geleden. Misschien heb je zelf nog backups gemaakt of heb je nu nog dezelfde site of blog als toen. Maar wat als je nog eens een blik wilt werpen op je oude blog uit 2002 die je al lang verwijderd hebt en waarvan de domeinnaam al lang niet meer in je bezit is? Wat als je op zoek bent naar die site die je in 2008 als bibliotheek had en die je moest opdoeken omdat je naar een nieuwe intranetsite overstapte?

Wayback Machine
The Internet Archive is een organisatie en webdienst die websites archiveert in de vorm van snapshots. Ze streven ernaar om alle websites op het internet volledig te archiveren door met enige regelmaat alle webpagina’s te kopieren naar hun archief inclusief scripts, afbeeldingen enz. De Wayback Machine is een zoekmachine waarmee vervolgens door de huidige 240 miljard webpagina’s (vanaf 1996 tot enkele maanden geleden) gebladerd kan worden aan de hand van de (toenmalige) URL.

En dat is pas echt een blik op het verleden!

wayback machine

Vul de URL in van de site die je zoekt en de Wayback Machine toont hoeveel captures ze hebben van de site die op de URL in kwestie te vinden was/is. Je kunt terugbladeren naar hoe die site er uit zag op een specifieke datum waarop zo’n archiefexemplaar aangemaakt is en zelfs doorklikken op de linkjes en menu-opties die indertijd aanwezig waren.

Roeien met de riemen
Een perfecte weergave levert dat maar zelden op. Lang niet alle bestanden die door de webpagina’s gebruikt worden, of waar naar wordt verwezen met linkjes, zijn aanwezig. Eenvoudige websites die (handmatig) in HTML gemaakt zijn werken het beste en sites (en dus ook veel blogs) die een CMS gebruiken het slechtste. Logischerwijs stikt het natuurlijk van de gebroken links en ook de afbeeldingen op pagina’s zelf worden niet altijd getoond.

Maar zelf vind ik het nog steeds een feest om die oude sites terug te zien.

Zoals mijn website uit 2002 waar ik op blogde, ook al hield ik de site bij in Dreamweaver in gewoon HTML. Mooie herinneringen maar ook gruwelen van mijn blogstijl. Waarom schreef ik in godsnaam over mezelf in de derde persoon?

En de website van de nieuwsgroep nl.kunst.sf+fantasy waar ik behalve lijsten met reviews ook mijn enige fan fiction verhalen had staan.

Maar dus ook de door mij gezochte website – door een oudcollega eveneens in HTML gemaakt – van de hogeschoolbibliotheek waar ik werk. Even terugkijken naar hoe het in 2008 ook al weer was.

wayback machine

De Wayback Machine is een prachtige webdienst die precies doet wat de naam zegt: het brengt je terug naar het internet van het verleden en je content van toen. Als dat geen mooie manier is om een avondje achter je pc door te brengen?

#

Alerts maken met Talkwalker Alerts

Na mezelf jaren (kennelijk) blind gestaard te hebben op Google Alerts blijken er nog veel meer van dat soort diensten te zijn die je attenderen op nieuwe zoekresultaten aan de hand van eigen zoektermen. Een paar dagen geleden kwam ik Mention al tegen maar hoewel de gratis versie prima voldeed was ik toch benieuwd of er andere alternatieven te vinden waren.

talkwalker alerts

Talkwalker Alerts is zo’n alternatief. Ze presenteren zich als het beste gratis en makkelijkste alternatief voor Google Alerts en het is duidelijk dat ze heel goed gekeken hebben naar de vormgeving van hun concurrent. Het scherm waarin je een nieuwe alert aanmaakt lijkt meer dan oppervlakkig op dat van Google Alerts. Behalve je zoektermen/zoekactie hoef je slechts nog het soort resultaten, taal, frequentie en een filter(tje) te kiezen uit een pulldown menu. Precies zoals bij Google Alerts.

Met Talkwalker Alerts doorzoek je eveneens de Google zoekresultaten en dat betekent dat je bij je zoekactie behalve losse zoektermen gebruik kunt maken van alle zoekoperatoren die je ook in de Google zoekmachine tot je beschikking hebt. Een handige Preview optie geeft je een voorproefje van de zoekresultaten die het ingevulde formuliertje oplevert. Hiermee kun je de zoekactie en opties eventueel aanpassen – en kijken wat het verschil is –  voordat je de alert definitief aanmaakt.

talkwalker alerts

Nadat je een alert hebt aangemaakt krijg je op het mailadres dat je opgegeven hebt een wachtwoord binnen waarmee je (al je) alerts kunt beheren en aanpassen. Ook dit beheerscherm blinkt uit door eenvoud maar biedt wel verrassend veel opties. Net zoals bij Google kun je overschakelen naar alleen emails met tekst en je aangemaakte alerts exporteren naar een CSV bestand maar bij Talkwalker kun je ook de emails van individuele alerts uitzetten.

Die optie zit er bij omdat, daar waar Google bezig lijkt alles wat met RSS te maken heeft uit hun diensten te schrappen, er ook een RSS feed voor elk alert aanwezig is. In plaats van periodiek mailtjes te krijgen kun je dus ook ervoor kiezen om – met de link onder het RSS icoontje – je te abonneren op de feed.

Of Google in de toekomst Alerts gaat schrappen weet ik natuurlijk niet. Talkwalker Alerts is nu al effectief een kloon van Google Alerts maar dan wel eentje waar de makers nog steeds regelmatig verbeteringen in aanbrengen. Alleen al de mogelijkheid van een RSS feed voor een alert maakt Talkwalker Alerts de moeite van het uitproberen waard. Ik heb nu in ieder geval mijn alerts bij Google Alerts weggehaald en in Talkwalker Alerts gezet.

En mezelf geabonneerd op de RSS feeds. In Google Reader voor zo lang dat nog kan.

#

Alerts maken met Mention: omdat je nu eenmaal niet alles zelf kunt bijhouden op het web

Als je net zoals ik gebruik maakt van RSS feeds en (Google) alerts om nog een beetje overzicht te krijgen (houden) op alle interessante nieuwtjes die dagelijks op het web verschijnen, dan weet je ook dat het steeds lastiger wordt met die twee tools. Google trekt de stekker uit Google Reader – en het is nog maar afwachten wat ze met Feedburner gaan doen – en hoewel dat RSS feeds niet meteen de nek omdraait, helpt het ook zeker niet.

Een andere dienst van Google, Google Alerts, heeft dan wel niets met RSS te maken maar het geeft je de mogelijkheid om aan de hand van willekeurige zoektermen op de hoogte gehouden te worden van (alle) nieuwe sites en bronnen die door Google geïndexeerd worden. Je krijgt een mailtje met updates van nieuwe Google zoekresultaten op basis van je zoekopdrachten. Heel handig om een specifieke ontwikkeling in het nieuws te volgen of om te kijken of je zelf nog ergens genoemd wordt op internet ;)

Nou zou het alleen wel een stuk handiger zijn als dat ook echt goed zou werken. En met Google Alerts kun je daar wel aan twijfelen. De laatste maanden werkt het zelfs zo wisselvallig en slecht dat gebruikers nattigheid beginnen te voelen. Zal Google Alerts één van de volgende diensten zijn van Google die het loodje legt? Tijd om naar een alternatief om te kijken?

Mention
Eén van die alternatieven is Mention. In tegenstelling tot Google Alerts is dit zowel via het web te gebruiken als met Windows/Mac/Linux en zelfs iOS en Android applicaties. De essentie is echter net zo eenvoudig: je voert termen in, vinkt de gewenste taal aan en je wordt in de (web)applicaties en via email op de hoogte gehouden van al het nieuws waar die termen in voorkomen.

mention

Je kunt eventueel nog wat verfijningen aanbrengen in de zoekresultaten die je van Mention terugkrijgt als je een alert aanmaakt. Je kunt specifieke bronnen afvinken, eventuele sites die je perse niet meegenomen wilt hebben toevoegen en twee opties afvinken die Mention gebruikt om je resultaten zo relevant mogelijk te maken. Ik zou ze eigenlijk altijd aangevinkt laten maar je kunt er natuurlijk mee experimenteren.

mention

Vanaf dat moment is je alert aangemaakt en krijg je meteen de resultaten te zien. Voor mijn test ziet dat er dan zo uit waarbij ik een alert heb op mijn eigen naam (egosearching blijft leuk) en eentje op Vakblog.

mention

Als je je Twitter en/of Facebook account koppelt aan Mention krijg je zelfs realtime updates binnen op je zoektermen en 1x per dag ontvang je een mail met alle nieuwe mentions. Voordat je helemaal los gaat op alle mogelijkheden is het zaak te beseffen dat het geen volledig gratis dienst is. De gratis variant stelt je in staat om maximaal drie alerts aan te maken die per maand maximaal 500 mentions mogen/zullen genereren. Voor privegebruik zal dat al snel voldoende zijn en je kunt je zoektermen aanpassen in je alerts (specifieker maken) om het aantal mentions lager te krijgen. De eerste maand heb je automatisch een proefversie voor de betaalde variant maar die is vanzelfsprekend uitgebreider. Je verliest na die maand dus wel die extra functionaliteiten als je het bij de gratis versie houdt.

De betaalde versie kost meteen 20 dollar per maand maar geeft je een onbeperkt aantal alerts en maximaal 50.000 mentions elke maand. Het zal vooral handig zijn als je je (intensief) met merken of marketing bezig houdt. Ook voor statistieken en de mogelijkheid om gevonden data te exporteren voor verdere bewerking moet je helaas (maar logisch) de betaalde variant hebben. Wil je er echt een beetje professioneel mee werken dan is het duidelijk dat je daar 20 dollar per maand voor mag betalen.

Mention is echter ook als gratis versie nog steeds een handige tool en een prima alternatief voor Google Alerts. Met als grootste voordeel dat Google tenminste Mention niet uit de lucht kan halen ;)

#

Archiveren van webpagina’s met PDF, Evernote en MAFF

Hoewel ik meestal voldoende heb aan een bookmark om interessante sites te bewaren voor later, is dat eigenlijk vooral geschikt om ze tot enkele maanden daarna nog eens te kunnen nalezen of raadplegen. Als ik echter bij de wat oudere bookmarks in mijn browser (of delicious) kijk, dan is er al redelijk snel sprake van link rot: niet meer werkende links. Websites die verdwenen zijn, van domein zijn veranderd, die een grote schoonmaak in hun archieven gehouden hebben of die hun content nu achter een betaalmuur gezet hebben.

Ook al heb je bij bijna alle nieuws-, informatieve en wetenschappelijke websites tegenwoordig wel de beschikking over permalinks die in ieder geval een vaste en stabiele link geven naar de content, het is geen garantie dat je volgende maand of volgend jaar nog steeds de informatie op webpagina’s kunt raadplegen. Tel daar bij op dat het taggen van bookmarks -zodat je ook nog weet wat voor interessante informatie op die site stond- soms meer werk is dan eenvoudigweg de hele pagina te bewaren en dan heb je goede redenen om eens te kijken hoe nou het makkelijkste volledig webpagina’s bewaard kunnen worden.

PDF
Vroeger printte ik webpagina’s allemaal uit maar daar kun je natuurlijk tegenwoordig niet meer mee aankomen. Alternatief voor het printen is het installeren van een PDF printer waarmee je webpagina’s ‘uitprint’ naar PDF toe. Zelf heb ik daar jaren Adobe Acrobat voor gebruikt maar er zijn ook diverse gratis PDF programma’s beschikbaar waarbij je PDF’s kunt maken vanuit een browser. In Acrobat kun je zelfs hele sites importeren en de PDF’s zijn allemaal goed te doorzoeken aangezien zo’n beetje alle zoektools het formaat ondersteunen. Het nadeel van PDF is dat het uiteindelijk een papiergebaseerd iets is. Het is een leesbaar digitaal printje en dat betekent dat je op sites alle (ongewenste) opmaak mee krijgt zoals advertenties, menu’s enz. Ook werken niet alle links meer goed vanuit een PDF en zullen videobestanden genegeerd worden. Het is echter nog steeds beter dan kilo’s papier uit je printer laten komen.

Evernote
Je hebt meerdere programma’s die met zogenaamde webclippers selecties van (of hele) webpagina’s kunnen importeren maar mijn favoriet is Evernote. Je selecteert op een pagina wat je wil bewaren en het wordt meteen geïmporteerd in een nieuwe notitie in Evernote. De opmaak blijft behouden, afbeeldingen gaan netjes mee en het is natuurlijk gelijk volledig doorzoekbaar in Evernote zelf. Voor hele pagina’s gebruik ik meestal Evernote Clearly aangezien je hier juist alle opmaak, advertenties, menu’s enz met 1 druk op de knop verwijdert zodat je alleen de tekst (en afbeeldingen) overhoudt die je wilt lezen en bewaren. Uiteindelijk is Evernote echter vooral bedoeld om (stukken) informatie te bewaren die op webpagina’s te vinden is voor later gebruik, niet de hele webpagina zelf.

MAFF
Soms wil ik echter wel webpagina’s 1 op 1 archiveren zoals ze op dat moment zijn. Omdat ik juist ook de layout wil bewaren of omdat de koppeling met de precieze datum interessant is (nieuws op een specifieke dag). Of omdat ik alle afbeeldingen op 1 pagina in 1x keer wil bewaren.

In Internet Explorer kun je er dan voor kiezen om een pagina op te slaan in een Web Archive formaat (mht). Dat is een containerbestand waarin dan alle html, css, scriptjes en afbeeldingen opgeslagen worden zodat je later de pagina opnieuw kunt bekijken met precies dezelfde opmaak. Deze bestanden zijn normaliter alleen te maken en te openen in Internet Explorer maar met extensions kun je ze ook in andere browsers gebruiken.

De Mozilla Archive Format extension zorgt niet alleen voor ondersteuning van mht bestanden in Firefox maar voegt daar zijn eigen webarchief formaat aan toe met MAFF. MAFF lijkt op het MHT formaat maar heeft als voordeel dat het een open standaard is dat gebaseerd is op ZIP. Niet alleen dat, ook video en audio die in een pagina opgenomen is wordt opgeslagen in het archiefbestand en bij het openen van een MAFF bestand krijg je keurig de titel van de pagina te zien en de datum waarop dat archiefbestand is aangemaakt.

Na installatie van de extension heb je wat meer opties om pagina’s op te slaan in het Firefox menu. Zo kun je de huidige pagina opslaan als MHT of MAFF maar ook (een selectie van) alle openstaande tabs in 1 archiefbestand bewaren.

Ideaal voor al die keren dat je niet de url’s wilt bewaren maar de webpagina’s zelf.

#

Een eigen startpagina op je tablet met Symbaloo

Jaren geleden, toen startpagina’s nog helemaal hip en vers waren, was Symbaloo er al. Een eenvoudig concept waarbij je een startpagina kon maken die opgedeeld was in zo’n 50 blokjes. Elk blokje kon je invullen met een website of RSS feed en jouw startpagina kon meerdere pagina’s bevatten die telkens weer opnieuw 50 lege blokjes had om te vullen. Pagina’s kon je ook nog delen met anderen en op die manier was het ook nog een social bookmarking dienst.

Hoewel dat prima werkte heb ik er toen maar weinig tijd aan besteed. Ik had meer dan 1000 bookmarks verzameld en ik zag geen enkele reden waarom ik die allemaal handmatig zou moeten migreren naar Symbaloo toe. Zo’n startpagina is visueel erg leuk maar voor op de pc zag ik veel meer nut in een goede zoekfunctie en het kunnen taggen van bookmarks. Ik probeerde Delicious daarna uit en heb nooit meer omgekeken naar Symbaloo.

Ik geloof dat het zelfs een tijdje verdwenen is maar ergens vorig jaar of begin dit jaar kreeg ik weer mailtjes van ze. Kennelijk had ik me nooit afgemeld en ik vond het nu wel interessant omdat ik er inmiddels achter was gekomen dat een startpagina voor mij een stuk nuttiger is op een tablet. Daar wil ik geen duizenden bookmarks bij de hand maar kan ik met een stuk of 20 veelgebruikte sites prima uit de voeten. Zowel voor iOS als Android heeft Symbaloo ook apps maar hoewel die op zich prima werkten vond ik het erg lastig dat het losse apps waren. Waarom niet gewoon als mobiele website die ook op een iPad en Android tablet dezelfde functionaliteiten heeft als de reguliere site?

Sinds gisteren is Symbaloo dan eindelijk ook helemaal geschikt voor mobiel gebruik. Gewoon naar de site gaan, inloggen met je account en jouw startpagina is meteen te zien. Als je meerdere pagina’s hebt aangemaakt zijn die niet meteen zichtbaar als tabblad maar wel snel op te roepen door op het menuknopje te klikken. Je moet eigenlijk wel verplicht je tablet in landscape standje vasthouden maar met die enige kanttekening werkt Symbaloo nu net zo prettig als je zou verwachten. De blokjes zijn lekker makkelijk aan te tikken op een tablet, een long press zorgt ervoor dat je ze kunt verplaatsen en via de settings kun je eenvoudig kolommen met blokjes toevoegen, achtergronden veranderen enz.

Voor op de pc kan Symbaloo een mooie vervanging zijn voor iGoogle maar voor mij levert het nu pas echt nut op. Ik hoef geen verschillende apps voor iOS en Android meer te gebruiken maar kan gewoon op 1 plek mijn meestgebruikte sites en feeds bij elkaar zetten. Een handige nieuwe startpagina voor op mijn iPad en Sony Tablet S.

#

App.net: een open sociaal netwerk voor 50 dollar per jaar

Het zou eigenlijk een ontzettend slecht idee moeten zijn. Een nieuw sociaal netwerk lanceren terwijl de markt met LinkedIn, Google+, Twitter en Facebook al aardig verzadigd is, en de aandelen van de laatste elke dag verder lijken te kelderen in waarde. En dan niet zomaar een sociaal netwerk maar eentje die erg op twitter lijkt maar waar het idee is dat je nooit en te nimmer geconfronteerd gaat worden met advertenties of andere vormen van vercommercialisering. Doordat je een jaarlijks abonnementstarief gaat betalen van 50 dollar per jaar.

We’re building a real-time social service where users and developers come first, not advertisers.

We believe that advertising-supported social services are so consistently and inextricably at odds with the interests of users and developers that something must be done.

Toch bleek het geen gek idee te zijn. Dalton Caldwell, de oprichter, begon met een crowdfunding project om App.net, zoals het sociale netwerk gedoopt is, te financieren voor een streefbedrag van 500.000 dollar. Dat eindigde zelfs in meer dan 800.000 dollar van bijna 8000 donateurs. Inmiddels is App.net beschikbaar als alpha versie, wat zoveel inhoudt als dat er nog dagelijks volop gesleuteld wordt aan functionaliteiten en dat er regelmatig dingen niet (correct) meer werken. Voor 50 dollar per jaar kun je lid worden terwijl je voor 100 dollar per jaar toegang krijgt tot alle tools om te kunnen ontwikkelen voor App.net.

En er wordt veel ontwikkeld voor App.net. In tegenstelling tot bijvoorbeeld Google+ kunnen andere partijen eenvoudig tools maken die App.net gebruiken. Ook Twitter begint de teugels steeds meer aan te trekken en beperkt de mogelijkheden voor externe ontwikkelaars om Twitter te kunnen gebruiken en te integreren in hun eigen producten. Die ontwikkelaars zullen niet meteen wegrennen naar App.net toe maar het is niet moeilijk om te zien welke kansen er liggen. Nu al zijn er tientallen (alpha en beta) apps en clients te vinden voor App.net en het heeft de potentie om inderdaad veel breder en opener te zijn dan de overige sociale netwerken.

Maar dan zal dat tarief toch wel stevig moeten zakken denk ik. Vergeleken met de meer dan 500 miljoen twitteraars komt App.net er niet aan te pas met zijn 20.000 gebruikers. Dat zullen er ongetwijfeld nog wel (enkele) honderdduizenden worden maar een sociaal netwerk moet het toch vooral hebben van zijn gebruikersbasis. Als jouw vrienden, familie of collega’s niet op dat netwerk zitten, dan ga je er ook niet alleen sociaal zitten doen voor 50 dollar per jaar.

En toch. Ook Twitter begon ooit klein en ik heb zelf de eerste jaren ook nauwelijks getwitterd omdat ik op andere plekken zat en ik niemand ‘kende’ op twitter. Juist nu Twitter zo groot is geworden komen ook de scheurtjes voor mij er in: gesponsorde tweets, restricties op de twitter apps die ik graag gebruik en na al die jaren nog steeds geen goede oplossingen voor de zo goed als afwezige zoekfunctie of het bestrijden van spamtweets. Ik wil eigenlijk gewoon dat App.net zijn beloftes waarmaakt en dat het een prettig sociaal netwerk wordt waar je zelf meer grip hebt op de functionaliteiten. Waar je met tooltjes wel je eigen postjes kunt archiveren, goed kunt zoeken, spammers kunt bestrijden en natuurlijk interessante mensen kunt vinden.

Daar heb ik dan best wel geld voor over.

#

PS. Als je ook op App.net zit, zoek me gerust op

Algemene voorwaarden niet gelezen? Gelukkig doen anderen dat voor je!

Het is nooit het leukste klusje om te doen maar het loont zich echt om de algemene voorwaarden te lezen van een dienst waar je gebruik van wilt maken. Ja, het lijkt wel alsof ze hun uiterste best doen om het zo onleesbaar mogelijk te maken maar in die lappen tekst -die je alleen maar ziet terwijl je omlaag scrollt naar de Akkoord knop- zitten soms dingen verstopt die je echt vooraf zou willen weten.

Pinterest, Facebook, Dropbox, Google, Paypal. Het zijn slechts vijf partijen die toevallig in het nieuws kwamen met privacy kwesties en waarbij dan (achteraf) bleek dat je met het akkoord verklaren met hun voorwaarden ze ook vrijwaarde van alles en nog wat. Ik spit tegenwoordig echt niet alles van voor naar achter door maar die diensten die ik belangrijk genoeg acht, ja, reken er op dat ik elke paragraaf van hun voorwaarden goed gelezen heb.

Het daadwerkelijk vertalen wat er staat naar gewoon Nederlands (of Engels), dat is nog steeds geen sinecure. Reden voor de makers van de site Terms of Service; Didn’t Read om hier een project van te maken met als doel al die voorwaarden te (laten) lezen door geïnteresseerden, ervaringsdeskundigen en juristen en alle sites vervolgens te classificeren in 5 categoriën.


Deze gaan van Class A tot Class E waarbij je bij die laatste wel voorzichtig moet zijn als je zo’n dienst gaat gebruiken. Hoewel elke voorwaarden weer uniek zijn wordt er toch gestreefd om globaal dezelfde punten er uit te halen zodat je ook nog eventueel kunt vergelijken tussen soortgelijke diensten. Elke constatering wordt apart benoemd en kent ook elk zijn eigen discussie op een forum waar iedereen aan kan deelnemen. Zeker bij de veelgebruikte en populaire diensten zie je daar stevige discussies ontstaan en vaker wel dan niet is er dan ook nog geen classificatie toegekend. Dat wil echter niet zeggen dat alle constateringen niet informatief zijn!

Deel van de constateringen uit de voorwaarden van Facebook

Of je je nu wel of niet zorgen maakt over wat er in de voorwaarden van al die diensten staat waar je een account hebt, op zijn minst is het leerzaam om te weten wat ze met je data (kunnen!) doen, of je uberhaupt wel je account weer kunt verwijderen en wat ze doen met de gegevens die ze over jou verzamelen. Ben je daar echt niet gerust op, dan hebben ze ook nog een plugin voor Firefox en Chrome waarbij meteen in de adresbalk met een icoontje wordt aangegeven welke classificatie voor die site geldt.

Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald moet je maar denken.

#

Grote en HELE grote bestanden versturen via de mail

Deze week moest ik meerdere keren grote bestanden versturen naar collega’s en een docent. Natuurlijk, ik kan via de samenwerkomgeving van mijn onderwijsinstelling een plekje aanmaken waar die bestanden gedeeld kunnen worden maar voor ad hoc even snel versturen van die bestanden werkt dat niet prettig. Plus, hoe vaak ik ook het voordeel van Dropbox uitleg, ik heb kennelijk de limiet bereikt van mensen die ik nog kan overtuigen één van mijn resterende invites te gebruiken ;-)

Het delen van bestanden in Dropbox werkt weliswaar heel prettig maar ook dat kent zijn grenzen. Enkele honderden MB’s, dat is geen enkel probleem maar meerdere GB’s, die moet je maar kwijt kunnen (en willen) in je Dropbox account. Gelukkig zijn er meerdere webdiensten die specifiek gericht zijn op het versturen van grote bestanden. Daar upload je je bestanden, je geeft het mailadres op van de ontvanger en deze krijgt vervolgens een mailtje met link naar die bestanden toe. Simpel en eenvoudig.

Wetransfer
Voor Wetransfer heb je geen account nodig. Je kunt 2 GB uploaden en zowel de ontvanger als jezelf krijgen een duidelijk mailtje waarin de afzender, de bestanden en de verloopdatum genoemd worden. De bestanden blijven 2 weken bewaard en daarna worden ze zonder pardon verwijderd.

Ge.tt
Een account heb je wel nodig voor ge.tt maar die is gelukkig gratis. Ook hier krijg je 2 GB ruimte voor upload maar worden de bestander niet automatisch verwijderd. Heb je meer ruimte nodig, dan zijn er ook betaalde opties.

Stuurdieshit
Een ludiek alternatief is het door studenten bedachte Stuurdieshit.nl. Ze richten zich specifiek op de Nederlandse markt en hebben meer energie gestoken in het opleuken van de site zelf -waar je telkens een andere schone dame als achtergrond te zien krijgt- dan in de mail die je krijgt (dat zijn enkele woorden met een link er in). Je kunt wel tot 10GB aan bestanden hiermee versturen en je hebt geen account nodig. Je moet in de algemene voorwaarden terugvinden dat ook bij stuurdieshit de bestanden 2 weken bewaard worden maar voor de rest is er weinig op af te dingen.

Filesender
Als het echt HEEL groot moet dan kun je gebruik maken van Filesender. Hier heb je echter wel een account voor nodig en niet zo maar één want het is een (beta) dienst van Surfnet voor SURFconext. Dat betekent dat je student of medewerker moet zijn bij 1 van de deelnemende onderwijsinstellingen. Bij het inloggen op Filesender krijg je een lijst te zien van alle onderwijsinstellingen die toegang hebben en als die van jou er bij zit, dan kun je inloggen met je instellings gebruikersnaam en wachtwoord.

HEEL groot betekent bij Filesender dat je tot 200GB aan bestanden kwijt kunt en dat is natuurlijk bedoeld voor versturen van grote datasets en onderzoeksgegevens. Niet voor die onbewerkte video of die bluray rip ;-)


Ook bij Filesender geef je het mailadres van de ontvanger op maar kun je zelf de verloopdatum instellen. Tenminste, tot 2 weken in de toekomst want ook dat is hier de uiterste datum.

Hoe dan ook werken alle vier de diensten uitstekend om grotere bestanden te versturen naar anderen en is er geen reden meer om ooit nog grote attachments aan die mails te hangen.

#

Pagina 1 of 3123
  • 2006- 2013 Vakblog – werken met informatie
    Powered by WordPress // Theme: Tatami by Elmastudio
Top