Vergeten we de RSS feeds niet?

Ik gebruik al zo lang RSS feeds om op de hoogte te blijven van nieuwe berichten op nieuwssites en blogs dat ik het vanzelfsprekend ben gaan vinden. Vanzelfsprekend dat nieuwssites en blogs ze duidelijk zichtbaar aanbieden en vanzelfsprekend dat mensen weten wat het is en dit handige middel ook gebruiken.

En toch krijg ik de laatste weken regelmatig vragen van andere bloggers hoe je het beste blogs kunt volgen en hoe je je nieuwe blogposts onder de aandacht kunt brengen. Bloglovin is een soort attenderingsdienst waar je je blog kunt aanmelden en waar anderen dan makkelijk je updates te zien krijgen. Commentluv is een premium WordPress plugin om je eigen blog te promoten via het frequent commentaar geven op andermans blogs en ik zie dat veel bloggers hier druk mee zijn.

Maar je RSS feeds onder de aandacht brengen zodat je lezers je eenvoudig kunnen volgen, daar heeft niemand het meer over. ‘RSS is stervende‘  dankzij Twitter en Facebook meldde Marketingfacts vorig jaar en als het om de bekendheid gaat van RSS, dan zou je kunnen constateren dat het inderdaad over en uit is voor de handige RSS feeds.

Maar dat hoeft niet zo te zijn natuurlijk. Blogs en RSS zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, zijn de eerste onderwerpen van diverse cursussen over web 2.0 en is nog net zo handig nu als dat het ooit al was.

Voor de lezer
Als je meerdere nieuwssites of blogs bij wilt houden, dan ben je eigenlijk al klaar als je een Google account hebt. Je hebt dan ook meteen een account bij Google Reader, de RSS lezer die effectief nu de standaard is geworden. Voeg daar de feeds toe en lezen maar. Zo simpel is het uiteindelijk.

Op veel blogs en sites met veel nieuws vind je wel een vermelding van wat het webadres is van hun RSS feed. Soms wordt het verwoord als een abonnement, soms wordt er gesproken over een feed en nog steeds zie je ook het oranje RSS icoontje op sites staan, zoals je dat ook bij mij rechtsbovenaan ziet staan.

Is de RSS feed niet te vinden op een blog? Grote kans dat de blogger niet eens weet dat het blog een RSS feed heeft maar de twee bekendere blogsystemen hebben het automatisch als je er gebruik van maakt. Onlosmakelijk verbonden, weet je nog?

  • Bij WordPress.com blogs kun je /feed/ achter het webadres van het blog zetten om automatisch de feed te krijgen, dus bij http://bijvoorbeeld.wordpress.com wordt dat http://bijvoorbeeld.wordpress.com/feed/
  • Bij zelf gehoste WordPress blogs is het ook vaak voldoende om er /feed/ achter te zetten maar als de blogger gebruik maakt de standaard instellingen voor de permalinks (dan zie je niet de datum en titel van de post in de url), dan is de feed te vinden door /?feed=rss2 achter het adres van het blog te zetten.
  • Blogger lijkt het standaard ook goed te verstoppen en daar kun je feeds/posts/default?alt=rss achter de url zetten. http://bijvoorbeeld.blogspot.com wordt dan http://bijvoorbeeld.blogspot.com/feeds/posts/default?alt=rss

Voor de blogger
Heb je zelf een blog, zorg er dan in ieder geval voor dat je lezers niet de bovenstaande trucs hoeven uit te voeren om je blog via RSS te kunnen volgen. Als je theme niet standaard voorziet in een RSS functie, dan is die in alle gevallen als widget toe te voegen.

Het is ook erg de moeite waard om eens naar Feedburner te kijken. Dit is een webdienst die 4 jaar geleden ook door Google is overgenomen. Het stelt je in staat om flink wat meer te doen met je RSS feed. Zo krijg je in elk geval een eigen feedadres van Feedburner zelf (de mijne is feeds.feedburner.com/vakblog) die altijd hetzelfde blijft, ook al verander je van blogplatform waarmee ook de standaard RSS feed url zou veranderen. Daarnaast kun je allerlei dingen toevoegen aan de RSS feed, zoals een Creative Commons licentie maar ook de mogelijkheid om je lezers te laten abonneren op je RSS feed via email. Dat is wat je bij mij ook rechtsbovenaan ziet staan. Last but not least zitten ook hier eenvoudige statistieken bij zodat je kunt zien hoeveel mensen zich geabonneerd hebben op je feed en hoe populair individuele blogposts zijn bij je abonnees.

Probeer dat allemaal maar eens met Bloglovin, Twitter, Commentluv of Facebook te doen.

@foto via damian nissa op flickr

#

En hoe zit het nou met digitale tijdschriften?

Over de beschikbaarheid van ebooks t.o.v. hun papieren voorgangers heb ik al vaak geschreven (en er zullen ongetwijfeld nog vele blogs volgen) maar aan tijdschriften heb ik nog maar weinig aandacht besteed. Afgelopen vrijdag zag ik een artikel voorbij komen bij marketingtribune dat ‘Nederlanders nog niet massaal aan het digitale tijdschrift’ waren. Dat was dan weliswaar slechts gebaseerd op 800 respondenten die allen bezoekers waren van één site waar je (alleen) digitale Nederlandstalige tijdschriften kunt kopen maar goed, zelfs dat ‘wij van wc eend onderzoeken of wc eend populair is onder wc eend website bezoekers’-onderzoekje levert het in ieder geval weer stof tot nadenken op.

Interessante constateringen van dat specifieke onderzoekje waren:

  1. Ruim 1 op de 4 respondenten beschikt over een tablet
  2. De respondenten hebben 15 x vaker een abonnement op een gedrukt tijdschrift dan op een digitaal tijdschrift
  3. Meer dan de helft van de respondenten is niet bereid te betalen voor een digitaal tijdschrift
  4. 1 Op de 25 respondenten leest tenminste eens per week een tijdschrift via een iPad of een andere tablet
  5. Bijna 1 op de 4 respondenten verwacht binnen 12 maanden een digitaal tijdschrift te lezen
  6. Meer dan 9 van de 10 respondenten prefereert een gedrukt tijdschrift

Conclusies kun je hier eigenlijk niet aan verbinden, zeker niet aangezien ik constatering 3 en 6 haaks vind staan op nummer 5 en meteen afvraag bij nummer 4 of het hier niet specifiek over digitale kranten gaat maar interessant vind ik het wel. Met ebooks is het aanbod nog steeds niet heel veelomvattend, liggen prijzen op minimaal 80% van papieren edities en werkt DRM veel frustraties op omdat kopers nu eenmaal de verwachting hebben een boek te kunnen bewaren voor o.a. herlezen.

Bij tijdschriften ligt die situatie totaal anders.

Of je nu Nederlandstalige of Engelstalige tijdschriften leest (zoals ik), bijna alle tijdschriftuitgevers hebben inmiddels een digitale editie van hun titels beschikbaar. Goed, een uniforme standaard of platform is er niet, Zinio is populair, je kunt zeer veel buitenlandse abonnementen vinden in Apple’s App Store en als het Google en Amazon ooit nog eens behaagt ook de Nederlandse markt te bedienen, dan mag je het aanbod gerust overweldigend gaan noemen. De prijzen lijken eerder op maximaal 80% te liggen van papieren edities met nog grotere voordelen bij buitenlandse tijdschriften die nu eenmaal een veel hogere winkelprijs in Nederland hebben (ik lees zelf 2 Britse gametijdschriften via de App Store en daar scheelt het tussen de 50 en 60% zelfs).

En die DRM is ook hier aanwezig maar het stoort minder. Hoewel ik echt nog wel eens ga zoeken naar hoe ik een backup maak van gekochte tijdschriften, zegt het veel dat ik dat nog steeds niet gedaan heb. Tijdschriften lees je 1 keer en daarna eigenlijk nooit meer. Papieren edities kwamen vroeger ook in een tijdschriftenbak terecht die eens in de zoveel maanden leeggekieperd werd bij het oud papier.

Misschien dat Nederlanders inderdaad nog niet massaal aan het digitale tijdschrift zijn maar dat ligt, in tegenstelling tot de ebooks, dan niet aan het aanbod of de prijs. Sterker nog, als je als tijdschriftenlezer een 10″ tablet hebt dan ligt het meer aan gebrek aan voorlichting en kennis van het aanbod denk ik. Waarom zou je een voorkeur hebben voor papieren tijdschriften die je (ook) na het lezen weggooit terwijl digitale versies goedkoper zijn en in mijn beleving geen enkel nadeel hebben t.o.v. die papieren editie. Natuurlijk, je hebt die tablet dan wel nodig en je hebt altijd mensen die gehecht zijn aan papier maar zo zijn er ook nog steeds mensen met een pick-up en een affectie voor vinyl.

Ik ben in elk geval overtuigd. Ik lees mijn 2 Engelse gametijdschriften digitaal, lees zo af en toe de PCM digitaal en schakel eind van het jaar ook over op alleen een digitale krant. Niet alleen goedkoper maar ook minder papier om weg te gooien. Nu nog wachten tot het vaktijdschrift dat ik maandelijks lees ook eindelijk komt met een goede digitale versie voor op mijn tablet.

@foto: bibliovox via photo pin cc

#

Gastpost: De tweetende toneelspeler

Ali Molenaar, informatiespecialist, enthousiast gebruiker van social media, amateurtoneelspeler en schrijvend hoofdredacteur van toneelblad ‘Haghespel’. In de vrije tijd verwoed lezer van fantasy en SF en daardoor heb ik Raymond leren kennen. In mijn wankele eerste passen op het internet, zo rond 1999, kwam ik bij de nieuwsgroep nl.kunst.sf+fantasy terecht, waar ik o.a. Raymond vond.

Voor het Haagse toneelblad Haghespel heb ik diverse stukken geschreven over het gebruik van internet. Nu schrijf ik over nut en noodzaak van het gebruik van Twitter in het Haagse amateurtoneel. Veel mensen kennen Twitter in hun privéleven, ik gebruik zelf Twitter ongeveer anderhalf jaar, niet alleen voor zenden, maar vooral voor ontvangen. Niet alleen in mijn hobby, cultuur, is men druk bezig door middel van Twitter informatie te verzenden maar ook in mijn beroepsleven, het informatieland. Ik ben ermee begonnen toen ik voor mijn werk een onderzoekje deed naar Twitter, want ‘daar moesten we ook maar wat mee gaan doen’. Twitter is een middel om beter in contact te kunnen komen met je doelgroep en hen beter te leren kennen. Zo kan je veel meer toegespitst reclame maken of hen benaderen met een aanbod dat bij hun interesses past. Maar dan moet je wel van tevoren nadenken over wat je wilt tweeten.

Zo ook in de theaterwereld. In de beroepstoneelwereld worden sociale media al volop gebruikt. Theaters en theatergroepen gebruiken Twitter voor promotie van de voorstellingen, verhogen van de beleving door achtergrondinformatie over de voorstellingen, kaartverkoop en klantenservice. Juist via Twitter is het eenvoudig een dialoog aan te gaan en de betrokkenheid van consumenten te vergroten.

In de amateurwereld staat het gebruik nog in de kinderschoenen. De meeste Haagse amateurtoneelgroepen zijn wel vertegenwoordigd op internet. Ze hebben eigen websites, een enkele groep gebruikt Twitter, enkele groepen gebruiken Facebook, en tot nu toe heb ik één groep gevonden op LinkedIn[1]. Toneelspelers zijn er wel te vinden, maar ook niet veel. Een bijkomend probleem is het afnemende verenigingsleven, er wordt enthousiast begonnen aan een website, en vervolgens gaat de webmaster weg bij de vereniging en wordt de site niet meer bijgehouden.

Het is belangrijk voor de amateurs publiek binnen te krijgen, ook in de amateurkunsten wordt behoorlijk gesnoeid in de subsidies. Veel groepen draaien op bekend publiek, vrienden, familie, buurtbewoners, etc. Om te blijven bestaan is het belangrijk nieuw publiek binnen te krijgen en dat ook te houden, maar veel groepen lukt dat niet. Het hangt ook van de kwaliteit van de groepen en van de gekozen stukken af. Daarbij wordt er in de media nauwelijks aandacht besteed aan amateurkunst. De Haagsche Courant had vroeger een recensent die naar voorstellingen ging, maar de recensies werden afgeschaft, AD besteedt er geen aandacht aan, Den Haag Centraal, de nieuwe Haagse weekkrant besteedt af en toe aandacht aan amateurkunst, maar dan moet het wel een bijzondere voorstelling wezen. Haghespel is het enige blad in Den Haag waar nog recensies in verschijnen en het blad heeft te maken met een abonnementenbestand dat elk jaar kleiner wordt.

Het Haagse publiek maakt het moeilijk, aan de ene kant heb je jonge enthousiaste mensen die gedrukte media nauwelijks meer gebruiken en hun informatie van het internet halen. Ze zijn vertrouwd  met sociale media als Facebook, Hyves, Twitter, YouTube, etc. Aan de andere kant heb je de oudere garde die met liefde de krant en het boek oppakt en de computer wel gebruikt, maar met mate. Voor de papieren versie van Haghespel geeft dit een dilemma, er wordt al jaren gevraagd om een digitale versie van het blad, maar de papieren Haghespel blijft bestaan omdat een groot deel van het lezerspubliek daar de voorkeur aan geeft.

Is er dan een publiek voor een Twitter-account van een toneelvereniging? Ja, op zich wel, als je dat publiek laat merken dat ze als eerste van alles te weten komen. Gebruik het actief. Laat weten waar je mee bezig bent als vereniging. Twitter niet alleen als er een voorstelling is, dat is twee keer in het jaar, maar laat bijvoorbeeld ook weten dat je een regisseur gevonden hebt, dat je bent begonnen met repetities, dat je de kostuums voor een voorstelling hebt gevonden. Tweet foto’s van repetities. Publiciteit is hard werken, iets dat vaak vergeten wordt. Geef bekendheid aan je Twitter-account in je flyers en je programmaboekjes.

Een Twitter-account voor Haghespel is ook mogelijk en nodig. Het blad heeft te maken met een afnemend abonneebestand en een wisselend aanbod aan kopij. Discussies die worden aangezwengeld in het blad sterven een vroegtijdige dood, dat kan anders worden met een medium als Twitter dat discussies juist aanmoedigt. De bekendheid van het blad is niet groot, alleen de inner circle van het Haagse amateurtoneel kent het blad, het potentiële lezerspubliek is veel groter. Haghespel kan bijvoorbeeld tweeten over voorstellingen, meldingen over deadlines en verschijning van het blad, voorproefjes van een nieuw nummer, foto’s van voorstellingen, en ook berichten van andere groepen kunnen worden geretweet. Mogelijkheden te over voor de publiciteit van één van de weinige tijdschriften die geheel over amateurtoneel gaan.



[1] Een lijst met Haagse groepen met hun website is te vinden op www.hvatoneel.nl

PDF’s vanuit de cloud lezen met GoodReader op je iPad

Ook al gebruik ik Evernote tegenwoordig voor zo’n beetje alles wat maar enigszins digitaal (te maken) is, heel geschikt om PDF”s in te lezen is het niet. Evernote is nu eenmaal geen programma om je bestanden mee te lezen, het is er eentje om ze op te slaan en terug te kunnen zoeken en het vertrouwt op andere programma’s om alle bijlagen die je er in stopt te kunnen lezen of te bewerken.

En PDF’s, daar maak ik heel veel gebruik van. Rapporten, notities, digitale tijdschriften, ebooks … alles wat ik vroeger (uitgeprint) op papier las probeer ik nu digitaal te lezen. Veel PDF’s zitten in mijn Evernote account maar zeker digitale tijdschriften en ebooks in PDF formaat, die staan elders. In mijn Dropbox bijvoorbeeld of Google Drive, Box en Skydrive. Stuk voor stuk online diensten waar je je bestanden kunt bewaren.

Net als Evernote beschikken ook die online opslagdiensten stuk voor stuk over apps voor zowel iPad als Android tablets (muv Skydrive waar de Android client nog even op zich laat wachten). Dit maakt het erg handig om op je tablet alle documenten te raadplegen die je in de cloud hebt geparkeerd maar op wat uitzonderingen na leunen al die apps ook op hun beurt weer op andere apps om bepaalde formaten goed te kunnen lezen of te bewerken.

Voor alle tablets geldt dat je daarom toch echt minimaal een fatsoenlijke Office app en een goede PDF app moeten installeren maar voor de iPad ben ik toch wel groot fan van GoodReader. Goed, daar betaal je wel 4 euro voor maar als je frequent PDF’s leest of wilt annoteren dan is het mijns inziens een essentiele aankoop en het is nog steeds de helft goedkoper dan de concurrerende apps.

Het grote voordeel van GoodReader voor mij is dat je het niet alleen uitmuntend kunt gebruiken om werkelijk alle soorten documenten te lezen en beheren vanaf je iPad maar dat het ook direct gebruik kan maken van zo’n beetje alle bestaande online opslagdiensten. Zoals je in de schermafdruk boven ziet heb ik alle 4 gekoppeld (die ik gebruik nu Skydrive sinds kort ook ondersteund wordt) en download ik alle PDF’s die ik daar heb opgeslagen rechtstreeks naar de app toe. Natuurlijk kan ik GoodReader ook gebruiken om de PDF’s te lezen die in Evernote zijn opgeslagen maar dat moet dan wel vanuit de Evernote app zelf gebeuren. Het wachten is nog op een rechtstreekse connectie tussen GoodReader en Evernote.

Papierloos werken is met deze beide apps in ieder geval een stuk eenvoudiger geworden.

#

Creative Commons foto’s van Flickr op je blog met Photo Pin en Xpert

Hoewel ik af en toe gebruik maak van zowel betaalde als gratis stockfotosites geef ik toch zo veel mogelijk de voorkeur aan foto’s met een Creative Commons licentie die door Flickr gebruikers beschikbaar worden gesteld. Ik houd van het idee dat anderen met plezier hun foto’s willen delen met de rest van de wereld en het is ook erg vermakelijk en interessant om te bladeren door de grote hoeveelheden beschikbare foto’s. Dat Flickr gebruikers ook in staat gesteld worden hun foto’s met Creative Commons licentie alsnog te laten licenseren door Getty Images staat me totaal niet aan maar het staat buiten kijf dat CC foto’s bij Flickr een waardevolle bron blijven voor hergebruik op het web. Zoals voor bloggers o.a.

Nu kun je de geavanceerde zoekoptie gebruiken van Flickr zelf en halverwege aanvinken dat je alleen foto’s en afbeeldingen wilt vinden die voorzien zijn van een Creative Commons licentie maar er zijn diverse websites die een speciale zoekfunctie aanbieden waarbij meteen -en alleen- gezocht wordt op Flickr foto’s met die CC licentie en die ook nog wat handige aanvullende mogelijkheden bieden. Enkele maanden geleden verwees ik al naar Let’s CC waar je allerlei soorten werken (ook muziek, video’s en andere documenten) kunt zoeken maar hieronder bespreek ik er twee waarmee je specifiek de Flickr CC foto’s kunt zoeken. En vinden.

Photo Pin

Photo Pin profileert zich als een site met gratis foto’s voor bloggers en maakt gebruik van de Flickr API om middels een eenvoudige zoekbalk meteen te zoeken bij Flickr. Tik je zoekterm in, klik op search en meteen zie je alle gevonden foto’s als grote thumbnails. Standaard wordt er gezocht in foto’s die een willekeurige Creative Commons licenties hebben aangezien die alle niet commercieel hergebruik toestaan maar in een menu aan de linkerkant van de zoekresultaten kun je je zoekactie opnieuw uitvoeren voor wel commercieel hergebruik. Hierbij worden de foto’s uit de resultaten gefilterd die 1 van de drie CC-licenties  hebben die expliciet niet commercieel gebruik vereisen.

Als je met je muis over een thumbnail gaat kun je ofwel een iets grotere preview te zien krijgen van de foto of klikken op de get photo knop. Bij die laatste krijg je onderstaand venster te zien waarin je, net als bij Flickr zelf, kunt kiezen om een specifiek formaat te downloaden van de foto. Deze foto kun je vervolgens gebruiken op je blog mits je terug verwijst naar fotopagina op Flickr. Photo Pin geeft zeer handig in het venster ook meteen de html code waarmee je gelijk de correcte verwijzing kunt maken naar Flickr en waarbij ze ook zichzelf even vermelden.

Xpert

Xpert Media Search and Attribution is onderdeel van een Engels project Xpert (Xerte Public E-learning ReposiTory) waarin een breed scala aan vrijelijk te gebruiken bronnen doorzocht wordt tbv hergebruik in het onderwijs. Xpert ontsluit tienduizenden zgn learning objects en zou je (een beetje) kunnen vergelijken met Wikiwijs in Nederland. De Xpert Media Search and Attribution subsite biedt echter een zoekfunctie voor specifiek Flickr foto’s met een Creative Commons licentie.

Tik je zoektermen in de balk, klik op search en alle gevonden afbeeldingen worden automatisch als thumbnails getoond in het standaard actieve tabblad Pictures. Bij elke foto krijg je ook een link te zien om de foto op Flickr te bekijken waarbij je dus doorverwezen wordt naar de betreffende Flickr fotopagina. Daarnaast kun je ook klikken op Select om een venster te krijgen met vervolgopties.

Hier zie je welke licentie er aan hangt, krijg je embed codes voor zowel Powerpoint (onderwijsdoeleinden natuurlijk) als voor je site of blog (html code met naamsvermelding) maar kun je ook de afbeelding downloaden met naamsvermelding al geïntegreerd. Dit is dan wel in het oorspronkelijke formaat dus bij Xpert valt er niet te kiezen voor meerdere formaten.

Zoals je kunt zien wordt de Creative Commons licentie dan in de foto zelf verwerkt samen met de naam van de fotograaf en de -niet klikbare- link naar de fotopagina op Flickr. Handig!

#

Waarom je moet weten wat DRM is

DefectiveByDesign.org

Ook de afgelopen weken kreeg ik weer enkele mailtjes van mensen die hulp vroegen bij het verwijderen van DRM zodat ze hun eerlijk gekochte ebooks konden lezen en gebruiken op de manier die ze zelf wilden. Daar krijg ik, sinds ik drie jaar geleden een uitgebreide blogpost plaatste over hoe je dat moet doen, nog steeds wekelijks vragen over en het bewijst voor mij telkens weer hoeveel impact het hanteren van DRM bij ebooks heeft voor een reguliere lezer en koper ervan. Het schrille contrast dat ontstaan is tussen de koper van ebooks en de lezer die “eventjes” een torrent binnenhaalt met alle Nederlandstalige ebooks. Zonder DRM vanzelfsprekend en je hoeft bijzonder weinig moeite te doen om gebruik te maken van dat breed beschikbare aanbod. De koper van ebooks blijft beteuterd achter, worstelend met Adobe Digital Editions, activeren van ereaders, aanmaken van Adobe ID’s en telkens tegen de restricties aanlopend die nu eenmaal gepaard gaan met deze vorm van DRM.

Peter Lee, werkzaam bij Disney, liet in september 2005 in The Economist optekenen: “If consumers even know there’s a DRM, what it is, and how it works, we’ve already failed.” Het mag duidelijk zijn dat de industrie als geheel met DRM jammerlijk gefaald heeft want het zijn precies de betalende consumenten die weten dat er DRM is, wat DRM is en hoe het werkt. Het werkt namelijk in het nadeel van betalende klanten en promoot het illegale aanbod waarbij je geen last hebt van DRM.

Gelukkig zijn er steeds meer uitgevers die inzien dat ebooks voorzien van DRM niet alleen de consument wegjaagt, maar dat het ook andersom werkt. Niet de oude gedachte dat consumenten alleen maar legaal ebooks kopen als alles tot de tanden beveiligd is maar dat het juist als reclame werkt als de ebooks vrij van DRM worden verkocht. Niet alleen kleinere uitgevers maar ook grotere stappen over op het volledig DRM vrij krijgen van hun digitale aanbod. Maar voor elke TOR -die DRM in de ban gedaan heeft- is er ook een Hachette die zwaar doordrukt op het handhaven van DRM. Er ontstaat een splitsing in de wereld van ebooks van pro en anti DRM uitgevers en hoewel dat al een hele verbetering is vergeleken met enkele jaren geleden, maakt dit het voor auteurs, bibliothecarissen en vooral de lezers er niet makkelijker op.

Defective by Design is een organisatie die fel gekant is tegen DRM en die probeert het bewustzijn over dit onderwerp te vergroten. Ze zijn nu met een nieuw logo gekomen (het bovenstaande is ook van hun) dat door aanbieders gebruikt kan worden om duidelijk te maken dat hun content geen DRM bevat. Een keurmerk zeg maar.

Zo’n keurmerk zul je nog lang niet overal aantreffen maar ik hoop wel dat steeds meer kopers van ebooks gaan eisen dat deze vrij zijn van DRM. Dat steeds meer kopers weigeren ebooks te kopen die wel enorme restricties met zich meebrengen. Uitgevers die ebooks aanbieden zonder DRM moeten beloond en gestimuleerd worden en zij die dit niet doen moeten het signaal krijgen het over een andere boeg te gooien. Het is geen principiele discussie, het is een kwestie van geld. En dat geld van de consument moet naar partijen die jou niet verhinderen legaal gekochte content te gebruiken zoals jij dat goed acht.

Misschien komt het dan nog wel zo ver dat ik niet meer wekelijks vragen krijg over scriptjes om DRM te verwijderen. Dat ik niet meer hoef te verwijzen naar ePubee om met enkele klikken hun ebooks DRM vrij te maken. Dat je als lezer en koper niet meer hoeft te weten wat DRM is en wat voor consequenties het voor je heeft.

Maar voor nu moet je dat nog wel. Je moet weten wat DRM is. Zodat je ook te weten komt hoe je er van af komt en je het weer kunt vergeten.

@ logo’s alle onder een Creative Commons licentie gebruikt via Defective by Design

#

Pagina 68 of 180« Eerste...153045...676869...7590105...Laatste »
  • © 2006- 2014 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top