De berichten over de dood van ereaders zijn in hoge mate overdreven

kobo_glo_ereaderThe reports of my death are greatly exaggerated.”
Mark Twain, 1897

Eergisteren bracht onderzoeksbureau iSuppli sombere cijfers naar buiten waaruit ze concluderen dat het al heel snel over en uit is voor de arme e-ink ereader. Werden er in 2011 nog 23,1 miljoen ereaders verkocht wereldwijd, dit jaar zouden het er volgens hun 14,9 miljoen zijn en ze voorspellen een verdere daling naar 10,9 miljoen voor komend jaar.

In krachtige formuleringen constateert het onderzoeksbureau dat het in de geschiedenis van de consumentenelektronica nog niet eerder voorgevallen is dat na een explosieve stijging van de verkoop van apparaten er al zo snel een net zo drastische daling zichtbaar wordt. Ereaders gaan de dinosaurussen achterna en de volgende stap in de evolutie, de tablets, nemen het over van de kleurloze voorganger waar je slechts één ding mee kunt doen. Nee, de toekomst is voor tablets waar je behalve lezen ook mee kunt Angry Birden en zelfs Amazon is al overtuigd want waarom zouden ze anders met de Kindle Fire tablets zijn gekomen? Lezen en ebooks zijn sowieso over hun hoogtepunt heen volgens iSuppli want:

Sadly for ebooks, which looked like the “Next Big Thing” just a few years ago, its moment of glory came and went all too quickly, the expectations of explosive growth suddenly quashed by the arrival of a much more agile—and insurmountable—rival.

Voorbarige conclusies?
Het lijkt me logisch dat er aanzienlijk minder ereaders verkocht worden. Ze doen inderdaad maar 1 ding en dat betekent dat ze door boekenlezers gekocht worden. Zowel het apparaat als het fenomeen lezen heeft al jaren concurrentie van andere vormen van media en natuurlijk zul je als gemiddelde consument minder genegen zijn een ereader te kopen als je al een tablet (of twee) in huis hebt. Zelfs de fors lagere prijs van een ereader is geen reden om daarvoor te kiezen als je twijfelt tussen een ereader of een tablet.

Maar wie leest er nou urenlang op een iPad? Hele boeken? Kiezen ‘echte’ boekenlezers voor een tablet en niet voor een ereader? Ik betwijfel het ten zeerste.

Ereaders zijn niet sexy. Er wordt maar weinig in geïnnoveerd. Een beter (touch)scherm en een ingebouwde leeslamp  is feitelijk alles wat mijn Kobo Glo onderscheidt van mijn 5 jaar oude iLiad ereader -met wifi- en dus is het begrijpelijk dat de consument weinig reden heeft om een nieuwe ereader aan te schaffen als ze er eenmaal eentje hebben. Vergelijk dat eens met tablets die zo’n beetje elke 6 maanden een hele generatie opschuiven qua hardware en software.

Mijn eigen conclusies
Ik denk dat ebooks en ereading (heel) langzaam volwassen beginnen te worden. Met diversiteit in soorten ebooks (gedownloade ebooks en streaming ebooks) en apparaten waarop je ze leest. Casuele lezers zullen in de praktijk kiezen voor tablets ipv ereaders en zelfs fanatieke lezers zullen vaker op een kleinere tablet gaan lezen. Streaming ebooks kun je ook alleen maar op tablets of pc’s lezen en dan zal de ereader automatisch meer en meer een niche product worden. Iets voor de veel-lezer, die ook buiten in de zon wil kunnen lezen en die ook echt waarde hecht aan de aanzienlijk langere accuduur en lagere prijs. Heb je er eenmaal eentje, dan vervang je die zeker niet jaarlijks.

Ereaders en tablets zijn ook helemaal geen rivalen dus moet je die vergelijking ook niet maken. Ze vervullen in verschillende behoeftes ook al is er natuurlijk een overlap. Ja, je kunt ook digitaal lezen op een tablet maar je kunt ook live televisie kijken met apps en ik zie nergens vergelijkingen staan tussen de verkoopcijfers van tablets en tv’s. Of er over 5 jaar nog ereaders gemaakt worden, wie zal het zeggen, maar al te voorbarig hoef je ze nog niet dood te verklaren.

Die berichten zijn in hoge mate overdreven.

#

Kennis delen en laten zien via LinkedIn

linkedin-logo

Begin dit jaar was ik er eigenlijk wel over uit. LinkedIn was voor mij meer een digitale rolodex dan een zakelijk sociaal netwerk. Al die mensen die ik had toegevoegd aan mijn netwerk plaatsten nauwelijks updates via LinkedIn en als ze dat al deden dan waren het vaak automatische updates die oorspronkelijk via twitter waren geplaatst. Niet dat ik zelf veel meldde op LinkedIn want op hoeveel sociale netwerken kan een mens nou eigenlijk actief zijn? Nee, LinkedIn was vooral handig om zakelijke relaties bij elkaar te sprokkelen in je digitale rolodex en dat was het eigenlijk wel.

Evolutie
Ik denk ook niet dat ik de enige was die er zo tegenaan keek maar ze hebben er niet stil gezeten. LinkedIn groepen werden geïntroduceerd en dat voorzag duidelijk in een behoefte. Eigenlijk niet meer dan de klassieke bulletin boards en forums van weleer in een nieuw jasje maar het werd de plek om eenvoudig met elkaar van gedachten te wisselen, ervaringen en kennis uit te wisselen en al dan niet gesloten een mini community te vormen. Iedereen die zakelijk ‘iets’ online doet heeft wel een LinkedIn account en daarmee kun je meteen deelnemen aan duizenden LinkedIn groepen mocht je daartoe genegen zijn.

Alleen je CV gegevens online zetten bij LinkedIn, daar kom je ook steeds minder makkelijk mee weg. LinkedIn legde veel minder de nadruk op de aanbevelingen en begon met het stimuleren dat je je skills ging opnemen in je profiel. Minder dan 50 connections? Zoek er nog een paar bij want anders kom je niet aan de 100% compleetheid van je profiel. Meer netwerken en meer zichtbaar maken van wat je doet en kunt ipv de kale feiten van je functie(s) en taken.

Van CV naar een portfolio
En eigenlijk is er best geleidelijk en stiekempjes steeds meer de focus komen te liggen op het laten zien van je vaardigheden ipv het alleen maar te omschrijven. Vele nieuwe applicaties zijn beschikbaar gemaakt voor je profiel en je wordt nu aangemoedigd om je geweldige presentaties te tonen, video’s en rapporten te delen, te vertellen over de projecten die je gedaan hebt en de publicaties die je geschreven hebt. Content is belangrijker geworden en LinkedIn wil graag je portfolio zijn.

Dus laat maar zien waarin je gepubliceerd hebt, deel zo veel mogelijk relevante informatie als updates en etaleer je zakelijke blog als belangrijk onderdeel van dat portfolio. Andere LinkedIn gebruikers kunnen je portfolio beoordelen door updates te liken en je te endorsen voor de skills die je hebt aangegeven. Sterker nog, LinkedIn geeft je ook graag nog een duwtje om anderen te beoordelen. Het is peer assessment geworden en ineens kijk je anders naar LinkedIn. Het zijn niet alleen (toekomstige) werkgevers meer die je profiel beoordelen, nu kijkt iedereen met een kritische blik naar je portfolio.

Wat is er gebeurd met die eenvoudige digitale rolodex waarin ik alleen nog iemand zocht (zoek!) wiens achternaam met een X begint om mijn verzameling compleet te krijgen? LinkedIn is ineens weer relevant geworden. Dus laat de wereld maar zien wat je doet en wat je kunt. Deel je kennis en maak dat portfolio. Oh en gooi die oude visitekaartjes maar weg, tenzij je de url van je LinkedIn profiel er op hebt staan ;-)

#

Professionalisering in het hbo met dank aan de cao

Levenslang leren is iets dat eigenlijk voor ons allemaal zou moeten gelden onafhankelijk van welk beroep je hebt en waar je werkt. Ontwikkelingen gaan dermate snel dat zelfs praktijkervaring niet voldoende is om je diploma al zo’n beetje achterhaald te maken op het moment dat je het in ontvangst mag nemen. Toch blijkt telkens weer dat (permanente) bijscholing stevig gefaciliteerd moet worden door een bedrijf of sector willen beroepsbeoefenaars ook structureel aan de slag gaan met blijvende professionalisering.

In de advocatuur is er een puntenstelsel waarbij iedere beoefenaar jaarlijks een minimum aantal punten moet behalen en waarbij deelname aan o.a. cursussen en congressen essentieel is wil je aan deze eis tegemoet kunnen komen. Zo streng is het in het hoger beroepsonderwijs nog niet maar door de aanhoudende kwaliteitsdiscussies van het onderwijs is er wel een praktijk ontstaan waarin alle hogescholen het professionaliseringsniveau van hun medewerkers onderdeel hebben gemaakt van de prestatieafspraken met de minister van onderwijs.

Hierbij gaat het bijna zonder uitzonderingen om al het onderwijsgevend personeel een master te laten behalen. Dit past in de perceptie van hogescholen -terecht-  ook bij de ambitie en doelstellingen van het hbo om met (toegepast) onderzoek een slag te slaan maar doet mijns inziens niet helemaal recht aan het idee van permanente scholing aangezien professionalisering van docenten toch echt niet alleen gezocht moet worden in een master- en promotietraject. Het onderwijsondersteunend personeel krabt zich ook nog even achter de oren en vraagt zich af waar zij blijven in de scholingstrajecten. Moeten we in de onderwijsbibliotheek ook aan de master of kunnen we ook professionaliseren op een andere manier?

De vakbonden en de HBO-raad maakten vandaag een principe akkoord (pdf) bekend over de cao-hbo waarin precies dit onderwerp de hoofdrol speelt. In dit akkoord dient elke hogeschool met een eigen en individueel professionaleringsplan te komen waarbij 6% van het jaarinkomen van elke werknemer beschikbaar gesteld wordt om de uitvoering te realiseren. Geen onderscheid tussen onderwijsgevend en onderwijsondersteunend personeel, het gehele budget komt in 1 professionaliseringsfonds en die 6% is het minimumbedrag dat een hogeschool moet besteden aan professionaliseren van de eigen medewerkers. Master- en promotietrajecten zullen ongetwijfeld de kern gaan vormen van een dergelijk professionaliseringsplan maar er zal ongetwijfeld ook meer in opgenomen moeten worden voor (in ieder geval) het onderwijsondersteunend personeel.

Het goede nieuws is daarbij dat de facilitering van medewerkers specifiek benoemd is in dit akkoord. Als een scholingsafspraak met een werknemer past in het professionaliseringsplan dan wordt maar liefst 75% van de studielast in tijd gefaciliteerd en dat zou toch een mooie prikkel moeten zijn.

In een salarisstijging voorziet de nieuwe cao dan weer niet maar als je in jezelf wilt investeren met scholing dan heeft je instelling er nu net zo veel belang bij als jij om dat te doen. Voor kennisinstellingen zou dat eigenlijk heel vanzelfsprekend moeten zijn, net als voor de mensen die er werken. Maar het kan geen kwaad dat het straks ook in de cao geregeld is.

@ foto: mimax via photopin cc

#

Weg met alle DRM en niet alleen die van Adobe

Gisteren zag ik de petitie van ereaders.nl om (Nederlandse) uitgevers te bewegen gebruik te maken van de regeling die het CB heeft ingesteld om met Adobe DRM beveiligde boeken om te laten zetten naar een andere, minder strenge, vorm van DRM met een watermerk. Tot het eind van dit jaar kunnen uitgevers dit doen zonder dat er een nieuw ISBN aangevraagd hoeft te worden en dat scheelt in de kosten.

Dat is natuurlijk een prima ontwikkeling waar zowel de uitgevers als de kopers van hun ebooks baat bij hebben. Een minder restrictieve beveiliging is waarschijnlijk iets goedkoper voor de uitgever maar vooral een opluchting voor al die mensen die menen een ebook te kunnen kopen en dat eenvoudig op hun ereader of tablet te kunnen gaan lezen. Drie jaar nadat ik blogde over het verwijderen van Adobe DRM blijft dit een regelmatig terugkerend onderwerp in de mailtjes met vragen die ik krijg en het is me eigenlijk nog steeds een raadsel waarom die vorm van DRM niet eerder is verdwenen. Ik ben er van overtuigd dat het grotendeels verantwoordelijk is voor de trage introductie en acceptatie van ebooks in de Nederlandse markt en op zijn minst deels een reden waarom mensen zonder enige gewetensbezwaren gebruik maken van het beschikbare illegale aanbod van ebooks. Zonder DRM.

Maar sociale DRM is nog steeds DRM
Het ene kwaad inruilen voor een ander, iets minder groot, kwaad is misschien dan wel een stapje in de goede richting maar nog steeds geen ideale situatie. Een watermerkbeveiliging waarbij je naam als koper op elke pagina weergegeven wordt beperkt je misschien niet als het gaat om het makkelijk kunnen lezen van je gekochte ebook op het apparaat van je keuze maar het blijft een vorm van beveiliging die nog steeds een gigantische minachting en wantrouwen aangeeft naar die koper toe. Dat je op een titelblad of ergens in het begin van een boek de koopgegevens hebt staan inclusief je naam is nog daar aan toe maar elke pagina van een boek bezoedelen met mijn naam? Ik mag betalen voor de territoriumdrift van angstige uitgevers en rechthebbenden? Ik weiger in gekochte papieren boeken zelf mijn naam te zetten omdat ik het een aantasting vind van dat boek maar zou wel moeten accepteren dat in het ebook tijdperk het OK zou moeten zijn dat een verkoper dat voor me bepaalt? Ik dacht het toch niet.

Geen DRM of anders makkelijk verwijderbare DRM
Vanuit het perspectief van een uitgever kan ik de wens begrijpen enige controle te houden op ebooks zodat ze niet eenvoudig illegaal verspreid kunnen worden. Dat DRM op geen enkel niveau werkt behalve als het gaat om goedwillende klanten af te schrikken die meenden iets te kopen dat hun eigendom zou worden ipv te moeten conformeren aan regeltjes van een uitgever, zou inmiddels toch wel duidelijk moeten zijn. Ebooks verschijnen hoe dan ook wel in het illegale circuit, onafhankelijk van welke beveiliging gebruikt wordt, dus waarom val je je betalende klanten er dan mee lastig?

Ik las gisteren ook een tweet met de opmerking om als uitgevers gewoon Adobe DRM te blijven gebruiken aangezien dit tegenwoordig in luttele seconden te verwijderen is en je dan tenminste een gewoon -niet ondergekliederd- ebook overhoudt. Zo ver wil ik zelf niet gaan maar ik blijf me wel houden aan mijn eigen principes bij het kopen van ebooks: als het even kan koop ik ebooks bij uitgevers die geen enkele vorm van DRM gebruiken en anders alleen ebooks met DRM die inderdaad eenvoudig te verwijderen is. Ik koop alleen Engelstalige ebooks dus ik ben nog niet tegen ebooks aangelopen met watermerkbeveiliging maar deze zal ik dus niet aanschaffen als er geen methode is om de ebooks weer in schone en oorspronkelijke staat te krijgen.

En zodra ik die methode wel gevonden heb laat ik het weten.

#

Auteursrecht versus het recht op goed onderwijsmateriaal

Afgelopen donderdag had ik het genoegen om wederom een voorlichting/presentatie te mogen geven over auteursrechten in het hbo. Dit keer niet bij de onderwijsinstelling waar ik werk maar bij Van Hall Larenstein in Velp. De VHL mediatheek fungeert ook als Auteursrechten Informatie Punt en had een lunchpresentatie georganiseerd om zoveel mogelijk docenten tegelijk te voorzien van antwoorden op vragen op gebied van auteursrechten terwijl ze een broodje aten. Antwoorden die ik ze mocht verschaffen.

Dat leverde voor mij de uitdaging op om te kijken of het onderwerp inderdaad zo universeel was als ik denk dat het is. Kijken docenten van andere hogescholen hier anders tegen aan dan die van Windesheim? Een andere uitdaging was dat dit met 40 personen tevens de grootste groep docenten en medewerkers was die ik ooit heb mogen toespreken. Zo’n handmicrofoon ziet er best stoer uit maar het is wel wennen als je hem ook echt nodig hebt.

Enfin, de presentatie verliep goed, er kwamen veel vragen (ik blijf altijd een beetje verrast als docenten doorvragen op gebied van auteursrechten) en nadat ik enkelen ervan had verzekerd dat ik niet een vertegenwoordiger van Stichting PRO was werd de sfeer ook nog daadwerkelijk gezellig. De presentatie eindigen met een petje op, petje af quiz was een goede toevoeging van mijn collega bij VHL want men werd nog fanatiek ook aan het einde om te winnen.

De gestelde vragen gingen logischerwijs vooral over wat men als docent kon doen om zo min mogelijk last te hebben van alle procedures die gepaard gaan met de readerregeling. Hoewel ze tevreden waren met de aangedragen vuistregels om binnen de grenzen te blijven van die regeling als ze auteursrechtelijk beschermd materiaal gebruiken in hun onderwijs, keken meerdere docenten ook verder dan alleen de letters van de regeltjes en de wetten.

In hun vragen beschreven ze de geconstateerde frictie tussen het verantwoord willen omgaan met andermans auteursrechten maar tegelijkertijd door die invulling van een readerregeling beperkt te worden in hun keuzemogelijkheden om relevant en goed onderwijsmateriaal te produceren. Het levert docenten het minste werk op als ze binnen de gestelde limiet van 10.000 woorden blijven als ze een deel uit een boek zouden willen gebruiken in hun onderwijs (of 8000 woorden bij deel uit een tijdschrift) maar die arbitraire grens belemmert daardoor de selectie door een docent. Als een docent drie hoofdstukken uit een dik duur boek zou willen gebruiken in zijn onderwijs, dan zou die dat moeten kunnen doen vanwege de inhoudelijke relevantie van die drie hoofdstukken. Niet omdat die hoofdstukken in totaal minder dan 10.000 woorden bevatten of nog erger, moeten kiezen om maar twee hoofdstukken te gebruiken omdat die grens anders overschreden wordt.

Aan de ene kant heel goed dat docenten zich steeds meer bewust zijn van de noodzaak ook op auteursrechten te letten in hun onderwijs maar aan de andere kant moet het niet een extra restrictie worden die het nog moeilijker maakt om goed -en genoeg- materiaal te gebruiken in lesverband. Zonder aan het beginsel van auteursrechten te tornen zou er toch een betere oplossing mogelijk moeten zijn voor het onderwijs?

Misschien moet Stichting PRO ook maar eens dit soort presentaties gaan houden voor docenten. Inclusief een petje op, petje af quiz zodat het allemaal wat minder abstract wordt en er wellicht in oplossingen gedacht kan worden ipv in controles en boetes. Mogen zij docenten ervan verzekeren dat ze wel de vertegenwoordiger zijn ;-)

@ foto: Krissy.Venosdale via photopin cc

#

Kiezen met welke dienst je online naar muziek luistert

Het is bijna niet meer voor te stellen dat je voor muziek luisteren ooit afhankelijk was van de radio en fysieke dragers zoals LP’s, cassettes en cd’s. De digitale muziekrevolutie kwam o.a. met iTunes maar misschien vooral wel door de introductie van het mp3 formaat en de eerste muziekdownloaddiensten Napster en (het Nederlandse) Kazaa. Ineens kon iedereen zijn cd collectie rippen naar mp3 en delen met de gehele wereld. En dat was een dermate groot succes dat beide illegale diensten weliswaar noodgedwongen de deuren moesten sluiten, maar het wel de doos van Pandora had opengezet. Consumenten wilden niet meer alleen (hele) cd’s kopen maar ook van digitale muziek kunnen genieten, bij voorkeur per los nummer dat ze ook de moeite waard vonden.

Van Napster tot Spotify
Als je bedenkt dat Napster van eind vorige eeuw is dan kun je nog niet eens zeggen dat de ontwikkelingen heel snel gegaan zijn. De oprichter van Napster, Sean Parker, is tegenwoordig een investeerder in Spotify en gisteren was een bijzonder moment toen hij samen met Lars Ulrich -drummer van Metallica- op een podium verscheen bij de aankondiging van Spotify dat de muziek van de metalband nu ook beschikbaar was. Een bijzonder moment omdat Metallica, met Ulrich als vertegenwoordiger, 12 jaar geleden diverse rechtszaken voerde tegen Napster in een strijd om hun muziek van het netwerk verwijderd te krijgen.

Spotify kondigde ook de volgende fase in hun ontwikkeling aan nu er vele miljoenen nummers te beluisteren zijn. Het toverwoord is discovery om ook de muziek die jij zou willen luisteren te kunnen vinden in dat gigantische aanbod. Middels koppelingen met muziekreviews, slimmere aanbevelingen aan de hand van de muziek die je al luistert en natuurlijk de suggesties van je vrienden wil Spotify meer dan ooit een sociaal muzieknetwerk worden. Ook al werd Spotify twee maanden geleden nog zo’n beetje dood verklaard, het is duidelijk dat de markt voor streaming muziekdiensten volwassen begint te worden.

Concurrentie op de muziekmarkt
Ook al is Spotify marktleider, er zijn genoeg alternatieven als je perse Spotify wilt vermijden. Dat levert je in de praktijk geen enkel financieel gewin op want alle muziekdiensten lijken hun modellen gebaseerd te hebben op ongeveer dezelfde bedragen. De tijd dat al die diensten niet in Nederland beschikbaar waren lijkt echter wel voorbij te zijn want zelfs de Amerikaanse muziekdienst Rdio maakte gisteren bekend dat vanaf vandaag ook in Nederland een abonnement genomen kan worden. Daarmee zijn ze één van vele muziekdiensten geworden die zich eigenlijk onderling niet eens heel erg onderscheiden.

Zo is er Deezer die in Nederland aan de weg timmert met hulp van T-Mobile en de 20 miljoen nummers via de browser streamt met twee abonnementen van 5 en 10 euro respectievelijk, dezelfde prijs die Spotify hanteert. Aangezien KPN met Spotify hun klanten probeert te verleiden tot een abonnement is Ziggo met zijn eigen muziekdienst gestart, via de browser met twee abonnementen van, jawel, 5 en 10 euro. Microsoft poogt de wereld MSN Music te laten vergeten en brengt met Xbox Music een muziekdienst die gekoppeld is aan zowel hun spelcomputer, Windows Phone telefoons en computers & tablets met Windows 8. En zat je met je spelcomputer nou net in het kamp van Sony, dan geeft dat niets want ook Sony heeft vanzelfsprekend een eigen muziekdienst, Music Unlimited, die je via de browser, mobiele apps, Playstation en natuurlijk alle andere Sony apparatuur kunt gebruiken.

Genoeg legaal aanbod toch?
Muziek loopt voorop als het gaat om een volwaardig en legaal alternatief te bieden voor het illegaal downloaden. Uit het rapport van het consumentenonderzoek naar het downloaden en streamen van muziek, films, games en boeken blijkt ook wel dat het legale aanbod van de andere media nog flinke verbeterslagen te maken heeft om meerdere redenen. Met muziek lijkt streaming aanbieden een acceptabele oplossing voor de oude DRM problemen op te leveren en met een voor de consument betaalbaar abonnement kan er zelfs concurrentie ontstaan tussen verschillende aanbieders.

Hopelijk hoeven we geen 10 tot 12 jaar te wachten tot we ook voor films, tv series en ebooks kunnen kiezen uit meerdere betaalbare diensten die ook wat toevoegen ten opzichte van het illegale aanbod nu.

@ foto: [phil h] via photopin cc

#

Zes jaar Vakblog

Zes december is weer gekomen en dat betekent dit jaar de zesde verjaardag van dit blog. Dat zesde jaar is heel anders verlopen dan ik vorig jaar meende te voorzien. Daar constateerde ik nog tevreden dat ik ondanks mijn onregelmatige bloggen toch 54o blogposts had weten te produceren in vijf jaar en was ik van plan om ook zo door te gaan in 2012.

In plaats daarvan ben ik juist veel meer gaan bloggen omdat ik toch wel vond dat het steeds moeilijker werd om prioriteit te geven aan mijn blog. Niet meer enkele keren per maand onregelmatig maar structureel en dagelijks. Met als gevolg dat de teller met deze jubileumblogpost op 900 staat. Oftewel, het afgelopen jaar heb ik exact 40% van alle blogposts op Vakblog geproduceerd.

Afgelopen jaar kwamen daardoor ook meer onderwerpen aan bod hoewel auteursrechten, ebooks, ereaders, bibliotheken en apps gewoon de boventoon bleven voeren. Er waren heel veel ontwikkelingen op die onderwerpsgebieden en bloggen bleek wederom een ideale manier te zijn om deze ontwikkelingen bij te houden.

Dat wil niet zeggen dat anderen die blogposts niet lazen. De grootste verrassing van het afgelopen jaar is het toegenomen aantal bezoekers. Nog steeds heel veel bezoekers via Google waar dit blog het kennelijk nu goed in doet maar, nog leuker, steeds meer vaste lezers. De bezoekersaantallen zijn de afgelopen maanden gestegen en inmiddels ongeveer het dubbele t.o.v. december 2011. Ook al schrijf ik nog steeds mijn blogposts niet met de lezers voor ogen, ik zal niet ontkennen dat het fantastisch is als je reacties krijgt en weet dat je gelezen wordt. Een bijna verslavend gevoel kan ik je vertellen.

Of ik in 2013 doorga met dagelijks bloggen, daar ben ik nog niet helemaal over uit. Enerzijds krijg ik er veel energie van maar anderzijds valt het me wel zwaar soms. Het idee dat ik enkele lange en arbeidsintensieve blogposts zou kunnen afwisselen met meerdere kortere is een illusie gebleken en eentje die ik ook niet meer nastreef. Het kost me nog steeds 1,5 a 2 uur per dag gemiddeld en daarmee raken soms andere zaken op de achtergrond die ook prioriteit verdienen. Maar of ik van die verslaving af kan komen? ;)

Hoe dan ook, op naar het zevende jaar nu!

@ foto: Leo Reynolds via photopin cc

#

Pagina 68 of 197« Eerste...153045...676869...7590105...Laatste »
  • © 2006- 2014 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top