Over toegang tot gelicenseerde content

Icon_no_license_svgDat je voor waardevolle content vaak moet betalen, dat weet iedereen wel. Of het nou gaat om vrij te gebruiken content of content waarvoor je moet betalen, er zitten bijna altijd voorwaarden aan de toegang. Websites met content hebben (algemene) voorwaarden en meestal wordt die content alleen maar vrijgegeven met een licentie waarin een (groot) aantal voorwaarden genoemd worden over wat je wel en wat je niet mag doen met die content.

Content op het web
Als het gaat om content die je op internet kunt vinden dan moet je vooral op Creative Commons licenties letten. Dit zijn verhoudingsgewijs hele eenvoudige licenties waarbij rechthebbenden van afbeeldingen, foto’s of teksten aangeven hoe je hun content mag gebruiken. Op het moment dat je daadwerkelijk betaalt voor content dan heeft de site waar je het koopt waarschijnlijk een kopje met voorwaarden die aanzienlijk meer regeltjes en restricties meegeeft. Dat natuurlijk om te voorkomen dat jij het zelf gratis gaat verspreiden zodat ze er zelf niets meer aan kunnen verdienen.

Dure databanken
De *echt* waardevolle content vind je echter in databanken terug. Hierin bieden leveranciers hele contentverzamelingen aan en komen ook de contentlicenties om de hoek kijken. Uitgebreide documenten, contracten, waarin de verantwoordelijkheden van de leverancier en (nog uitgebreider) de verantwoordelijkheden van de afnemer worden beschreven. Met clausules waarin de abonnementstermijn wordt beschreven, precies wordt vastgelegd hoe het zit met intellectuele eigendomsrechten en gebruiksrechten en de afspraken over de toegang en beschikbaarheid. Vanzelfsprekend ontbreekt een paragraaf over de financiële aspecten niet.

Dit soort contentlicenties worden vaak afgesloten door bedrijven of, in mijn geval, door bibliotheken. Zij willen die content en informatie toegankelijk maken voor hun eigen gebruikers omdat hier behoefte aan is. Het duidelijk maken aan die eigen gebruikers onder welke voorwaarden die informatie, die content, gebruikt mag worden valt echter nog niet mee. Bibliotheken worden door hun eigen gebruikers vaak gezien als de leverancier van die databank waarbij het dan misschien wel goed voor het imago is van een bibliotheek dat ze als de aanbieder gezien worden maar het wel lastig wordt om uit te leggen dat er restricties zitten op die content. Restricties die je als bibliotheek liever niet zou willen opleggen aan je eindgebruikers.

In de praktijk
De realiteit is dat bibliotheken steeds meer en meer content van anderen toegankelijk maken via licenties in plaats van het zelf (fysiek) aan te bieden. Waarbij elke databank zijn eigen unieke randvoorwaarden, mogelijkheden en restricties heeft. Technisch, financieel en dus ook qua toegang en gebruik. Waarbij je dus eigenlijk als bibliotheek zelf heel goed in kaart moet hebben wat je precies aanbiedt en welke randvoorwaarden daar allemaal aan vast zitten. In de praktijk is dat niet altijd even duidelijk laat staan dat eindgebruikers snappen waarom ze iets wel of niet mogen gebruiken zoals ze voornemens waren te doen.

En dat gaat wringen.

De afgelopen jaren hebben uitgevers meerdere malen maatregelen genomen tegen eindgebruikers (en dus de bibliotheken) die in overtreding waren van de overeenkomsten. In licentieonderhandelingen worden steeds strengere eisen gesteld door uitgevers aan hoe de content gebruikt mag worden en wordt van de bibliotheken verwacht dat ze zich niet alleen conformeren aan die eisen -je bent als leverancier monopolist of je bent het niet natuurlijk- maar dat ze die eisen zelfs handhaven naar de eindgebruikers toe.

Koninklijk voorbeeld
Een ‘mooi’ voorbeeld van het handhaven van een overeenkomst is sinds vorige week te zien als je lid bent van de Koninklijke Bibliotheek. Middels een lidmaatschap heb je ook toegang tot hun digitale bibliotheek en kun je bij een aantal (dure) databanken. Een tweetal uitgevers (als ik het goed geteld heb) zag het kennelijk als een probleem dat hun databanken ook gebruikt konden worden door KB leden voor zakelijke of commerciële doeleinden. Dat is niet de bedoeling als een niet-commerciële bibliotheek een overeenkomst afgesloten heeft waarin zakelijk gebruik uitgesloten is en de KB leden worden nu zowel bij gebruik van Kluwer Navigator als Lexis Nexis Academic gedwongen expliciet aan te geven dat ze het niet voor zakelijke of commerciële doeleinden gaan gebruiken.

lexisnexis

En daar gaat het de verkeerde kant op. Hoewel ik vind dat bibliotheken een rol hebben in het bewust maken van haar gebruikers om verantwoord om te gaan met gelicenseerde content moet zich dat niet gaan vertalen in het bewaken van de belangen van de aanleverende partijen. Bibliotheken hebben hun eigen rol, hun eigen belang en eigen dienstverlening en ook al kun je -en moet je- de eindgebruikers van die diensten informeren over de voorwaarden van gebruik van externe gelicenseerde content, die eindgebruikers zijn zelf verantwoordelijk voor het naleven ervan. Bibliotheken moeten niet die voorwaarden gaan handhaven, dat moet de uitgever zelf doen. Op het moment dat een overtreding gesignaleerd wordt en niet met dwang vooraf!

Klik je echter bij de bovenstaande melding niet op het linkje met ‘Ik ga akkoord’ dan krijg je dus ook geen toegang als lid. De bibliotheek handhaaft daarmee dus de voorwaarden die de leverancier heeft gesteld. Niet op basis van een geconstateerd misbruik maar op basis van een intentie van gebruik. Het lijkt Minority Report wel.

Niet alleen principes
Waarom ik me druk maak hierover terwijl iedereen -zonder twijfel- op akkoord klikt ook al ben je van plan het zakelijk te gaan gebruiken? Omdat eindgebruikers zelf verantwoordelijk dienen te zijn hoe ze met andermans content omgaan. Omdat leveranciers zich moeten realiseren dat angstvallig rechten en belangen handhaven vroeger of laat leidt tot minder gebruik van hun producten. En dat leveranciers met flexibelere voorwaarden moeten komen. Omdat bibliotheken moeten nadenken hoe hun eigen dienstverlening en bestaansrecht zich verhouden tot al die belangen, rechten en restricties die andere partijen hun pogen op te leggen. Omdat bibliotheken niet alleen maar nee hoeven te verkopen naar hun klanten toe maar ook wel eens nee kunnen zeggen tegen anderen als ze te veel concessies moeten doen aan hoe ze dit zelf willen aanbieden aan hun gebruikers.

Zo eenvoudig is het nog niet om gelicenseerde content aan te bieden of te gebruiken.

@ afbeelding ‘geen licentie aanwezig': door Bibi Saint-Pol [CC-BY-SA-2.5], via Wikimedia Commons

#

App bespreking: Goodreads

goodreads1

Ook al vind ik LibraryThing eigenlijk een veel interessantere webdienst om je eigen boeken in te catalogiseren en aan de hand daarvan ook over boeken te praten, de meest bekende online boekenclub zijn ze niet meer. Die titel gaat toch wel naar Goodreads die met vele miljoenen gebruikers inmiddels de basis vormt van vele online en offline boekenclubs en waar je eigenlijk een sociaal netwerk met boekenliefhebbers hebt die zich minder bezig houden met het maken van hun eigen bibliotheekjes.

Ergens is dat doodzonde natuurlijk want creëren van je eigen bibliotheken met goede metadata, dat zouden veel meer mensen moeten doen maar vooruit, het heeft ook zeker wat om over de (inhoud van de) boeken te praten en via de voorkeuren en reviews van je vrienden nieuwe boeken te ontdekken om te lezen. En dat is precies wat Goodreads goed doet. In het december nummer van het tijdschrift Informatie Professional besprak ik in de laatste editie van de rubriek tablet apps de Goodreads apps die samenwerken met de Goodreads website.

Goodreads

Leverancier: Goodreads
Beschikbaar voor iOS en Android
Prijs: gratis
Waardering: 3 sterren

Goodreads is de gratis app voor zowel iOS als Android en hoort bij de gelijknamige webdienst. Meer dan 8 miljoen leden van dit sociale netwerk voor boekenlezers hebben ruim 300 miljoen boeken toegevoegd. Via de site en de app kun je je eigen boekencollectie samenstellen.

Je kunt titels waarderen, bespreken en delen met je vrienden op Goodreads. Alle basisfuncties van de site zijn aanwezig in de Android app, al voegt de iOS app hier nog eigen functies aan toe. Zo beschikt de iOS versie over een koppeling met de Feedbooks-catalogus waaruit je gratis ebooks kunt importeren en openen in Goodreads. Daarnaast kun je in deze catalogus eenvoudig op genre bladeren.

Het vreemde is dat je Goodreads wel kunt koppelen aan je Facebook-account maar niet aan je Twitter-account. Dat betekent dat je vanuit beide versies van deze app geen updates kunt versturen naar andere sociale netwerken waar je over boeken zou willen praten. Dit blijft dan beperkt tot Facebook en de verder prima werkende. Goodreads is daarmee je eigen online leesclub.

goodreads2

Mocht je nog iemand zoeken om toe te voegen aan je lijstje met boekenvrienden, dan kun je mij ook vinden op Goodreads.

#

App bespreking: Newsify

newsify1

Over Newsify heb ik het al eerder hier gehad. Als je gebruik maakt van Google Reader om RSS feeds te lezen en bij te houden dan heb je eigenlijk niet eens heel veel keuze uit goede apps waarmee je Google Reader feeds op je iPad of iPhone kunt lezen. Bijna alle nieuwsprogramma’s zoals Pulse, Flipboard en Zite kunnen ook wel overweg met je Google Reader account maar die richten zich vooral op een mooie magazine-achtige presentatie en daar zit je echt niet op te wachten als je een paar honderd feeds even snel wilt doorwerken.

Newsify doet echter precies wat je hoopt van een Google Reader app voor iOS. Het neemt je mappenstructuur uit Reader over en toont je alle nieuwe items die je gemakkelijk kunt overzien, snel kunt markeren als gelezen (of om later te lezen) en natuurlijk kun je makkelijk het nieuws delen via mail, Facebook of twitter. Reden genoeg om in het november nummer van het tijdschrift Informatie Professional even kort stil te staan bij deze app met een 200 woorden-review.

Newsify

Leverancier: Newsify RSS Reader
Beschikbaar voor iOS
Prijs: € 0,89 (gratis versie met reclame ook beschikbaar)
Waardering: 5 sterren

Als je, als informatieprofessional, nieuws leest via RSS feeds dan maak je waarschijnlijk gebruik van Google Reader. De site van Google Reader komt echter niet goed tot zijn recht op een tablet maar gelukkig voorziet Newsify in een app waarmee je uitstekend je Google Reader feeds kunt lezen.

Newsify synchroniseert met je Google Reader account en houdt dezelfde structuur aan die je daar hebt. RSS feeds worden gecombineerd per label weergegeven als je deze gebruikt of individueel als dat niet het geval is. Bij de weergave kun je kiezen tussen een lijst- of een krantenview die ook beide in landscape stand te gebruiken zijn.

Prettig is dat je nieuwe feeds kunt toevoegen en bestaande kunt verwijderen binnen de app. De ingebouwde browser werkt uitstekend om het originele bericht te lezen en vanzelfsprekend kun je berichten mailen of delen via o.a. Twitter, Facebook en Evernote. Vergeet echter niet om naderhand Newsify weer te synchroniseren zodat de feeds ook in Google Reader als gelezen gemarkeerd worden. Newsify is ongetwijfeld de beste Google Reader client voor op je Apple apparaat.

newsify2

#

De berichten over de dood van ereaders zijn in hoge mate overdreven

kobo_glo_ereaderThe reports of my death are greatly exaggerated.”
Mark Twain, 1897

Eergisteren bracht onderzoeksbureau iSuppli sombere cijfers naar buiten waaruit ze concluderen dat het al heel snel over en uit is voor de arme e-ink ereader. Werden er in 2011 nog 23,1 miljoen ereaders verkocht wereldwijd, dit jaar zouden het er volgens hun 14,9 miljoen zijn en ze voorspellen een verdere daling naar 10,9 miljoen voor komend jaar.

In krachtige formuleringen constateert het onderzoeksbureau dat het in de geschiedenis van de consumentenelektronica nog niet eerder voorgevallen is dat na een explosieve stijging van de verkoop van apparaten er al zo snel een net zo drastische daling zichtbaar wordt. Ereaders gaan de dinosaurussen achterna en de volgende stap in de evolutie, de tablets, nemen het over van de kleurloze voorganger waar je slechts één ding mee kunt doen. Nee, de toekomst is voor tablets waar je behalve lezen ook mee kunt Angry Birden en zelfs Amazon is al overtuigd want waarom zouden ze anders met de Kindle Fire tablets zijn gekomen? Lezen en ebooks zijn sowieso over hun hoogtepunt heen volgens iSuppli want:

Sadly for ebooks, which looked like the “Next Big Thing” just a few years ago, its moment of glory came and went all too quickly, the expectations of explosive growth suddenly quashed by the arrival of a much more agile—and insurmountable—rival.

Voorbarige conclusies?
Het lijkt me logisch dat er aanzienlijk minder ereaders verkocht worden. Ze doen inderdaad maar 1 ding en dat betekent dat ze door boekenlezers gekocht worden. Zowel het apparaat als het fenomeen lezen heeft al jaren concurrentie van andere vormen van media en natuurlijk zul je als gemiddelde consument minder genegen zijn een ereader te kopen als je al een tablet (of twee) in huis hebt. Zelfs de fors lagere prijs van een ereader is geen reden om daarvoor te kiezen als je twijfelt tussen een ereader of een tablet.

Maar wie leest er nou urenlang op een iPad? Hele boeken? Kiezen ‘echte’ boekenlezers voor een tablet en niet voor een ereader? Ik betwijfel het ten zeerste.

Ereaders zijn niet sexy. Er wordt maar weinig in geïnnoveerd. Een beter (touch)scherm en een ingebouwde leeslamp  is feitelijk alles wat mijn Kobo Glo onderscheidt van mijn 5 jaar oude iLiad ereader -met wifi- en dus is het begrijpelijk dat de consument weinig reden heeft om een nieuwe ereader aan te schaffen als ze er eenmaal eentje hebben. Vergelijk dat eens met tablets die zo’n beetje elke 6 maanden een hele generatie opschuiven qua hardware en software.

Mijn eigen conclusies
Ik denk dat ebooks en ereading (heel) langzaam volwassen beginnen te worden. Met diversiteit in soorten ebooks (gedownloade ebooks en streaming ebooks) en apparaten waarop je ze leest. Casuele lezers zullen in de praktijk kiezen voor tablets ipv ereaders en zelfs fanatieke lezers zullen vaker op een kleinere tablet gaan lezen. Streaming ebooks kun je ook alleen maar op tablets of pc’s lezen en dan zal de ereader automatisch meer en meer een niche product worden. Iets voor de veel-lezer, die ook buiten in de zon wil kunnen lezen en die ook echt waarde hecht aan de aanzienlijk langere accuduur en lagere prijs. Heb je er eenmaal eentje, dan vervang je die zeker niet jaarlijks.

Ereaders en tablets zijn ook helemaal geen rivalen dus moet je die vergelijking ook niet maken. Ze vervullen in verschillende behoeftes ook al is er natuurlijk een overlap. Ja, je kunt ook digitaal lezen op een tablet maar je kunt ook live televisie kijken met apps en ik zie nergens vergelijkingen staan tussen de verkoopcijfers van tablets en tv’s. Of er over 5 jaar nog ereaders gemaakt worden, wie zal het zeggen, maar al te voorbarig hoef je ze nog niet dood te verklaren.

Die berichten zijn in hoge mate overdreven.

#

Kennis delen en laten zien via LinkedIn

linkedin-logo

Begin dit jaar was ik er eigenlijk wel over uit. LinkedIn was voor mij meer een digitale rolodex dan een zakelijk sociaal netwerk. Al die mensen die ik had toegevoegd aan mijn netwerk plaatsten nauwelijks updates via LinkedIn en als ze dat al deden dan waren het vaak automatische updates die oorspronkelijk via twitter waren geplaatst. Niet dat ik zelf veel meldde op LinkedIn want op hoeveel sociale netwerken kan een mens nou eigenlijk actief zijn? Nee, LinkedIn was vooral handig om zakelijke relaties bij elkaar te sprokkelen in je digitale rolodex en dat was het eigenlijk wel.

Evolutie
Ik denk ook niet dat ik de enige was die er zo tegenaan keek maar ze hebben er niet stil gezeten. LinkedIn groepen werden geïntroduceerd en dat voorzag duidelijk in een behoefte. Eigenlijk niet meer dan de klassieke bulletin boards en forums van weleer in een nieuw jasje maar het werd de plek om eenvoudig met elkaar van gedachten te wisselen, ervaringen en kennis uit te wisselen en al dan niet gesloten een mini community te vormen. Iedereen die zakelijk ‘iets’ online doet heeft wel een LinkedIn account en daarmee kun je meteen deelnemen aan duizenden LinkedIn groepen mocht je daartoe genegen zijn.

Alleen je CV gegevens online zetten bij LinkedIn, daar kom je ook steeds minder makkelijk mee weg. LinkedIn legde veel minder de nadruk op de aanbevelingen en begon met het stimuleren dat je je skills ging opnemen in je profiel. Minder dan 50 connections? Zoek er nog een paar bij want anders kom je niet aan de 100% compleetheid van je profiel. Meer netwerken en meer zichtbaar maken van wat je doet en kunt ipv de kale feiten van je functie(s) en taken.

Van CV naar een portfolio
En eigenlijk is er best geleidelijk en stiekempjes steeds meer de focus komen te liggen op het laten zien van je vaardigheden ipv het alleen maar te omschrijven. Vele nieuwe applicaties zijn beschikbaar gemaakt voor je profiel en je wordt nu aangemoedigd om je geweldige presentaties te tonen, video’s en rapporten te delen, te vertellen over de projecten die je gedaan hebt en de publicaties die je geschreven hebt. Content is belangrijker geworden en LinkedIn wil graag je portfolio zijn.

Dus laat maar zien waarin je gepubliceerd hebt, deel zo veel mogelijk relevante informatie als updates en etaleer je zakelijke blog als belangrijk onderdeel van dat portfolio. Andere LinkedIn gebruikers kunnen je portfolio beoordelen door updates te liken en je te endorsen voor de skills die je hebt aangegeven. Sterker nog, LinkedIn geeft je ook graag nog een duwtje om anderen te beoordelen. Het is peer assessment geworden en ineens kijk je anders naar LinkedIn. Het zijn niet alleen (toekomstige) werkgevers meer die je profiel beoordelen, nu kijkt iedereen met een kritische blik naar je portfolio.

Wat is er gebeurd met die eenvoudige digitale rolodex waarin ik alleen nog iemand zocht (zoek!) wiens achternaam met een X begint om mijn verzameling compleet te krijgen? LinkedIn is ineens weer relevant geworden. Dus laat de wereld maar zien wat je doet en wat je kunt. Deel je kennis en maak dat portfolio. Oh en gooi die oude visitekaartjes maar weg, tenzij je de url van je LinkedIn profiel er op hebt staan ;-)

#

Professionalisering in het hbo met dank aan de cao

Levenslang leren is iets dat eigenlijk voor ons allemaal zou moeten gelden onafhankelijk van welk beroep je hebt en waar je werkt. Ontwikkelingen gaan dermate snel dat zelfs praktijkervaring niet voldoende is om je diploma al zo’n beetje achterhaald te maken op het moment dat je het in ontvangst mag nemen. Toch blijkt telkens weer dat (permanente) bijscholing stevig gefaciliteerd moet worden door een bedrijf of sector willen beroepsbeoefenaars ook structureel aan de slag gaan met blijvende professionalisering.

In de advocatuur is er een puntenstelsel waarbij iedere beoefenaar jaarlijks een minimum aantal punten moet behalen en waarbij deelname aan o.a. cursussen en congressen essentieel is wil je aan deze eis tegemoet kunnen komen. Zo streng is het in het hoger beroepsonderwijs nog niet maar door de aanhoudende kwaliteitsdiscussies van het onderwijs is er wel een praktijk ontstaan waarin alle hogescholen het professionaliseringsniveau van hun medewerkers onderdeel hebben gemaakt van de prestatieafspraken met de minister van onderwijs.

Hierbij gaat het bijna zonder uitzonderingen om al het onderwijsgevend personeel een master te laten behalen. Dit past in de perceptie van hogescholen -terecht-  ook bij de ambitie en doelstellingen van het hbo om met (toegepast) onderzoek een slag te slaan maar doet mijns inziens niet helemaal recht aan het idee van permanente scholing aangezien professionalisering van docenten toch echt niet alleen gezocht moet worden in een master- en promotietraject. Het onderwijsondersteunend personeel krabt zich ook nog even achter de oren en vraagt zich af waar zij blijven in de scholingstrajecten. Moeten we in de onderwijsbibliotheek ook aan de master of kunnen we ook professionaliseren op een andere manier?

De vakbonden en de HBO-raad maakten vandaag een principe akkoord (pdf) bekend over de cao-hbo waarin precies dit onderwerp de hoofdrol speelt. In dit akkoord dient elke hogeschool met een eigen en individueel professionaleringsplan te komen waarbij 6% van het jaarinkomen van elke werknemer beschikbaar gesteld wordt om de uitvoering te realiseren. Geen onderscheid tussen onderwijsgevend en onderwijsondersteunend personeel, het gehele budget komt in 1 professionaliseringsfonds en die 6% is het minimumbedrag dat een hogeschool moet besteden aan professionaliseren van de eigen medewerkers. Master- en promotietrajecten zullen ongetwijfeld de kern gaan vormen van een dergelijk professionaliseringsplan maar er zal ongetwijfeld ook meer in opgenomen moeten worden voor (in ieder geval) het onderwijsondersteunend personeel.

Het goede nieuws is daarbij dat de facilitering van medewerkers specifiek benoemd is in dit akkoord. Als een scholingsafspraak met een werknemer past in het professionaliseringsplan dan wordt maar liefst 75% van de studielast in tijd gefaciliteerd en dat zou toch een mooie prikkel moeten zijn.

In een salarisstijging voorziet de nieuwe cao dan weer niet maar als je in jezelf wilt investeren met scholing dan heeft je instelling er nu net zo veel belang bij als jij om dat te doen. Voor kennisinstellingen zou dat eigenlijk heel vanzelfsprekend moeten zijn, net als voor de mensen die er werken. Maar het kan geen kwaad dat het straks ook in de cao geregeld is.

@ foto: mimax via photopin cc

#

Weg met alle DRM en niet alleen die van Adobe

Gisteren zag ik de petitie van ereaders.nl om (Nederlandse) uitgevers te bewegen gebruik te maken van de regeling die het CB heeft ingesteld om met Adobe DRM beveiligde boeken om te laten zetten naar een andere, minder strenge, vorm van DRM met een watermerk. Tot het eind van dit jaar kunnen uitgevers dit doen zonder dat er een nieuw ISBN aangevraagd hoeft te worden en dat scheelt in de kosten.

Dat is natuurlijk een prima ontwikkeling waar zowel de uitgevers als de kopers van hun ebooks baat bij hebben. Een minder restrictieve beveiliging is waarschijnlijk iets goedkoper voor de uitgever maar vooral een opluchting voor al die mensen die menen een ebook te kunnen kopen en dat eenvoudig op hun ereader of tablet te kunnen gaan lezen. Drie jaar nadat ik blogde over het verwijderen van Adobe DRM blijft dit een regelmatig terugkerend onderwerp in de mailtjes met vragen die ik krijg en het is me eigenlijk nog steeds een raadsel waarom die vorm van DRM niet eerder is verdwenen. Ik ben er van overtuigd dat het grotendeels verantwoordelijk is voor de trage introductie en acceptatie van ebooks in de Nederlandse markt en op zijn minst deels een reden waarom mensen zonder enige gewetensbezwaren gebruik maken van het beschikbare illegale aanbod van ebooks. Zonder DRM.

Maar sociale DRM is nog steeds DRM
Het ene kwaad inruilen voor een ander, iets minder groot, kwaad is misschien dan wel een stapje in de goede richting maar nog steeds geen ideale situatie. Een watermerkbeveiliging waarbij je naam als koper op elke pagina weergegeven wordt beperkt je misschien niet als het gaat om het makkelijk kunnen lezen van je gekochte ebook op het apparaat van je keuze maar het blijft een vorm van beveiliging die nog steeds een gigantische minachting en wantrouwen aangeeft naar die koper toe. Dat je op een titelblad of ergens in het begin van een boek de koopgegevens hebt staan inclusief je naam is nog daar aan toe maar elke pagina van een boek bezoedelen met mijn naam? Ik mag betalen voor de territoriumdrift van angstige uitgevers en rechthebbenden? Ik weiger in gekochte papieren boeken zelf mijn naam te zetten omdat ik het een aantasting vind van dat boek maar zou wel moeten accepteren dat in het ebook tijdperk het OK zou moeten zijn dat een verkoper dat voor me bepaalt? Ik dacht het toch niet.

Geen DRM of anders makkelijk verwijderbare DRM
Vanuit het perspectief van een uitgever kan ik de wens begrijpen enige controle te houden op ebooks zodat ze niet eenvoudig illegaal verspreid kunnen worden. Dat DRM op geen enkel niveau werkt behalve als het gaat om goedwillende klanten af te schrikken die meenden iets te kopen dat hun eigendom zou worden ipv te moeten conformeren aan regeltjes van een uitgever, zou inmiddels toch wel duidelijk moeten zijn. Ebooks verschijnen hoe dan ook wel in het illegale circuit, onafhankelijk van welke beveiliging gebruikt wordt, dus waarom val je je betalende klanten er dan mee lastig?

Ik las gisteren ook een tweet met de opmerking om als uitgevers gewoon Adobe DRM te blijven gebruiken aangezien dit tegenwoordig in luttele seconden te verwijderen is en je dan tenminste een gewoon -niet ondergekliederd- ebook overhoudt. Zo ver wil ik zelf niet gaan maar ik blijf me wel houden aan mijn eigen principes bij het kopen van ebooks: als het even kan koop ik ebooks bij uitgevers die geen enkele vorm van DRM gebruiken en anders alleen ebooks met DRM die inderdaad eenvoudig te verwijderen is. Ik koop alleen Engelstalige ebooks dus ik ben nog niet tegen ebooks aangelopen met watermerkbeveiliging maar deze zal ik dus niet aanschaffen als er geen methode is om de ebooks weer in schone en oorspronkelijke staat te krijgen.

En zodra ik die methode wel gevonden heb laat ik het weten.

#

Pagina 68 of 197« Eerste...153045...676869...7590105...Laatste »
  • © 2006- 2014 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top