Fast track to the cloud: Andres Steijaert over cloud ontwikkelingen #owd12

De eerste sessie waar ik dinsdag bij aanschoof was van Andres Steijaert (SURFnet) die een inleiding op ‘de cloud’ hield, gevolgd door een beginnerscursus en een gevorderden cursus .. en dat alles in nauwelijks 40 minuten!

Het publiek was, zoals het in een klaslokaal traditioneel hoort, keurig zo ver mogelijk achterin gaan zitten waardoor de voor mij gereserveerde zitplaats helemaal vooraan bijna eenzaam afstak maar bang voor een overhoring hoefden we geen van allen te zijn. Hoogstens voor een information overload ;)

Vanuit het perspectief (en afbeelding) dat zelfs bejaarden tegenwoordig met een iPad in de cloud werken is de hele cloud ontwikkeling er eentje die door de gebruikers ook gepushed wordt. Meer dan 2 miljard mensen zijn wereldwijd online en met het overweldigende aanbod van diensten kunnen -en willen- die gebruikers tegenwoordig kiezen. Kiezen tussen verschillende soorten diensten (of het nou GMail of Hotmail is) maar ook in de wijze hoe die diensten en producten gedistribueerd worden. Alles kan en moet via de cloud.

Met diensten als Skype, Dropbox, CloudOn en Evernote is niet alleen software as a service ontstaan maar ook infrastructure as a service. Transactiegegevens worden digitaal over de gehele wereld verstuurd maar dat geldt ook voor alle andere vormen van data zoals persoonsgegevens en andere vertrouwelijke data die gekoppeld zijn aan identiteiten van mensen.

SURF ziet het belang en de noodzaak van de cloudontwikkelingen en heeft als doel om gezamenlijk onderwijs- en onderzoeksinstellingen naar de cloud toe te brengen.

Daarvoor hanteert SURF een aantal cloud principles in hun SURF-cloudstrategie. De eerste is een zgn. cloud first strategy dat stelt dat IT diensten waar mogelijk via de cloud worden gefaciliteerd. Een tweede is dat gebruikers die keuze ook kunnen maken welke apparaten en apps ze willen gebruiken. Zij moeten bij elke IT dienst kunnen kiezen welke diensten en welke leveranciers ze willen gebruiken. Google Apps of Office 365.

Een derde belangrijk principe is de verbindende factor tussen de diensten zijn. Het ontwikkelen en toevoegen van een samenwerkingsinfrastructuur die niet alleen al die cloud diensten aan elkaar rijgt maar ook de gebruikers integreert. SURFconext is die infrastructuur die SURF voor het hoger onderwijs ontwikkeld heeft.

Met behulp van SURFconext hebben en houden de instellingen alle zeggenschap over de gebruikersgegevens van hun medewerkers en studenten en belanden die niet rechtstreeks bij alle cloudaanbieders. Groepen gebruikers kunnen centraal beheerd worden en rollen/rechten gegeven worden bij meerdere aanbieders tegelijkertijd.

Bescherming persoonsgegevens
Over hoe veilig er met persoonsgegevens omgegaan wordt door binnenlandse en vooral buitenlandse partijen, daar is veel over te doen geweest. SURF heeft het College Bescherming Persoonsgegevens gevraagd om een uitspraak en 10 september heeft deze naar buiten gebracht dat onderwijsinstellingen zelf verantwoordelijk zijn en blijven hoe met de persoonsgegevens omgegaan wordt door cloudleveranciers. Ondanks alle procedures, zoals het Safe Harbor beginsel (waarin Amerikaanse bedrijven een procedure moeten volgen om te voldoen aan de Europese richtlijn voor bescherming van persoonsgegevens) kan volgens het CBP niet gegarandeerd worden dat er aan de Nederlandse privacywetgeving wordt voldaan.

Als Nederlandse afnemer van een cloud dienst ben je zelf verantwoordelijk om te controleren of cloud aanbieders zich correct aan de Safe Harbor beginselen houden en er dus goed met persoonsgegevens wordt omgegaan. Hiervoor moet je als organisatie dus specifiek afspraken maken die meestal niet in het standaard contract met die leverancier staan. Dit moet je dus expliciet zelf bespreekbaar maken en vastleggen met die leverancier.

En dan ben je er nog niet
Want ook overheden willen toegang tot data in de cloud en dus tot de cloudaanbieders. SURF heeft daarom het institituut voor informatierecht (IViR) een onderzoek laten doen naar de toegang van overheden tot clouddata. Hierin werd duidelijk dat zowel in de VS als in Nederland de overheid de mogelijkheid heeft om allerlei data vrijelijk op te vragen. Daar heeft de VS onder bepaalde omstandigheden zelfs de mogelijkheid bij om instellingen of individuen niet eens op de hoogte te hoeven stellen dat ze dat doen. Iedereen die onder de Amerikaanse jurisdictie valt -en dat zijn alle organisaties die structureel zaken doen in de VS- kunnen en worden rechtstreeks benaderd indien gewenst.

SURF heeft hieruit de conclusie getrokken om een gegevensclassificatie voor de cloud te ontwikkelen waarbij bepaalde soorten (gevoelige) gegevens niet perse in een publieke clouddienst opgeslagen zou kunnen/mogen worden.

Clouddiensten voor het onderwijs in de praktijk
Er zijn inmiddels ontzettend veel clouddiensten -via SURFconext- beschikbaar voor het hoger onderwijs. De opvolger van SURFgroepen is inmiddels gereed en met EDUgroepen kan nu iedereen die werkzaam is in het hoger onderwijs (weer) een teamsite aanmaken in de Sharepoint 2010 omgeving die achter EDUgroepen zit.

Ook met Google Apps (for Education) en Microsoft Office 365 zijn via SURFconext overeenkomsten te sluiten en dat geldt eveneens voor SAP producten, communicatiedienst Cisco Webex, Sharespace en zelfs Joomla, Drupal en WordPress.

De door Andres gebruikte presentatie kun je hieronder ook nog bekijken:

Deze blogpost verscheen eerder op het blog van Dé Onderwijsdagen

#

Aarzelingen bij open en online onderwijs? De keynote van Anka Mulder #owd12

De bovenstaande foto had ik graag zelf willen nemen. Ik was erg benieuwd wat Anka Mulder te vertellen had, juist vanuit het perspectief van Open Educational Resources / Open CourseWare, over de ontwikkelingen in het hoger onderwijs. Over hoe we in Nederland toch moeite hebben om de ontwikkelingen rondom open en online onderwijs te omarmen en telkens weer bezwaren vinden om er echt mee aan de slag te gaan.

Ik werd echter, bijna poëtisch, belemmerd door de NS om op tijd aanwezig te zijn. Onze Spoorwegen die toch moeite heeft met de wissels en telkens weer bezwaren vindt om reizigers tijdig op de plaats van bestemming te laten arriveren.

Gelukkig hoef ik daar verder helemaal geen last van te hebben. Marcel Smitz plaatste zo’n beetje tijdens de keynote al een verslagje (met dank aan hem ook voor de bovenstaande foto) en Wilfred Rubens, die volgens mij een fotografisch geheugen moet hebben, vatte het hele verhaal van Anka samen op het blog van de Onderwijsdagen zelf.

“Ja maar dat is niet hetzelfde als in de zaal zitten en naar haar luisteren”, hoor ik je misschien nu zeggen. En dat klopt natuurlijk maar een deel van de sessies *en* beide keynotes worden ook opgenomen. Als weblecture zeg maar zodat je nog even ‘Keynote Gemist’ kunt kijken als de NS niet meewerkt of als je nog even dat half uur helemaal wilt bekijken en luisteren.

Alle video’s van vandaag, morgen en overmorgen kun je vinden op de speciale videopagina van de Onderwijsdagen site. De keynote van Anka kun je meteen hieronder kijken zelfs. Neem er in alle rust de tijd voor en het is net alsof je (weer) aanwezig was.

Deze blogpost verscheen eerder op het blog van Dé Onderwijsdagen

#

Dé (Hoger) Onderwijsdagen 2012 #owd12

De komende drie dagen vinden Dé Onderwijsdagen 2012 plaats. Drie dagen met interessante keynote sprekers, tientallen (hopelijk boeiende) sessies en vooral veel zien, leren en spreken met collega’s die in het onderwijs werkzaam zijn. De eerste dag is specifiek gericht op het hoger onderwijs, de tweede dag is voor zowel hoger onderwijs als mbo bedoeld terwijl de derde dag zich vooral richt op het voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs en primair onderwijs. Aangezien donderdag 15 november ook het NVB100 congres plaatsvindt komt het mij dus goed uit dat ik in het hoger onderwijs werkzaam ben. Ik kan me dus richten op die ene dag vandaag, morgen even uithijgen en dan donderdag me vol op het NVB congres storten.

Ik ben ook als één van de edubloggers aanwezig die verslag gaat doen van de Onderwijsdagen op het bijbehorende blog. Met negen bloggers zullen daar flink wat artikelen gaan verschijnen verwacht ik, dus daar kun je terecht als je alle verslagen en sfeerimpressies wilt lezen van alle drie de dagen.

Zelf had ik aardig wat moeite om te kiezen uit alle sessies die werden aangeboden maar, met wat ‘hulp’ van een sessie over auteursrecht en weblectures die helaas niet doorgaat, heb ik toch mijn definitieve programma weten samen te stellen. Vanavond en vooral morgen zul je dan zowel hier als op het blog van de Onderwijsdagen verslagen aantreffen van:

  • De keynote van Anka Mulder. Ze is directeur Onderwijs en Secretaris van de TU Delft en voorzitter van het OpenCourseWareConsortium en schetst onder andere met welke trends en ontwikkelingen de hoger onderwijsinstellingen de komende jaren geconfronteerd worden en hoe de instellingen hierop in kunnen springen. Bijvoorbeeld door inzet van open educational resources (OER) maar ook eventuele andere (ICT-)ontwikkelingen;
  • De kickstartsessie van Andres Steijaert (van SURFnet) over wat cloud computing precies is en hoe hiervan gebruik gemaakt kan worden in het onderwijs. Hoe online diensten benut kunnen worden bij projecten en in lessituaties;
  • Alexander Klöpping vertelt over het nieuwe initiatief van hem en Marten Blankesteijn: de Universiteit van Nederland. Een online universiteit, met het doel de kennis van de allerbeste hoogleraren van Nederland  beschikbaar en voor altijd toegankelijk te maken voor heel Nederland als weblectures;
  • De sessie over Wikiwijs, het platform waar docenten in Nederland open leermaterialen kunnen zoeken, delen, bewerken en mixen met andere leermaterialen. In deze sessie wordt een overzicht gegeven van hoe Wikiwijs te gebruiken is door het hbo en wo en welke plannen er bestaan voor de toekomst.

Als iemand zin heeft in een gastblog over auteursrecht en weblectures dan houd ik me beleefd aanbevolen want ik baal er wel een beetje van dat nou net deze sessie niet doorgaat. Wie weet lezen er nu een paar experts mee.

Of ga ik Alexander Klöpping met dit onderwerp lastig vallen tijdens zijn sessie? ;)

#

EPUB ebooks lezen in Chrome met behulp van Readium

Ebooks kun je lezen op je tablet, ereader en online tegenwoordig. Er zijn zelfs diensten waar je je ebooks in de cloud kunt bewaren en waarmee je je eigen digitale bibliotheek kunt maken. Maar als je ebooks liever niet toevertrouwd aan de cloud, en een goede -en gratis- app zoekt waarmee je op je pc ebooks goed kunt lezen, dan is Readium een aanrader.

Readium is een project van het International Digital Publishing Forum (IDPF) dat als doel heeft om open source software beschikbaar te stellen waarmee EPUB 3 publicaties (ebooks) mee gelezen kunnen worden. Dit dan vooral om EPUB 3 zo snel en eenvoudig mogelijk geadopteerd te krijgen als de standaard voor laagdrempelige digitale publicaties. Het is ook logisch want het IDPF beheert ook de open EPUB standaard zelf en dan is het handig om ook de middelen om deze te kunnen lezen beschikbaar te hebben.

EPUB 3 ebooks zijn er nog slechts in beperkte mate maar ze hebben enkele voordelen en vernieuwingen ten opzichte van de oudere EPUB 2 ebooks die eigenlijk alleen eenvoudig tekst en afbeeldingen konden bevatten. Met ebooks in EPUB 3 formaat kunnen animaties, video en audio gebruikt worden, er kan veel preciezer gewerkt worden met de layout van ebooks en ook links binnen & tussen ebooks voor navigeren en annoteren werken veel beter. Hoewel Apple’s iBooks inmiddels EPUB 3 ondersteunt is bijvoorbeeld Adobe Digital Editions nog niet zo ver dat het alle opties netjes weergeeft.

Eerder dit jaar probeerde ik Readium al een keer toen het als extension voor Google Chrome werd uitgebracht. Ik vond het zelf niet heel goed werken maar inmiddels is men een stuk verder in de ontwikkeling ervan. Readium wordt gebouwd op de WebKit software, waar ook Chrome mee gemaakt wordt, en dat maakt het nu mogelijk dat Readium als web app (voorlopig exclusief?) beschikbaar is in de Chrome Web Store. Dit keer vind ik het een stuk beter bevallen en worden zowel EPUB 2 als EPUB 3 ebooks mooier weergegeven dan in Adobe Digital Editions. Een goede reden om deze web app te installeren als je Chrome gebruikt of als je ebooks op je pc of Android toestel/tablet wilt lezen (Chrome is ook beschikbaar op alle Android apparaten vanaf Android versie 4).

In de Chrome Web Store kun je Readium installeren als app waarna het standaard getoond wordt -samen met andere geïnstalleerde apps- als je een nieuw tabblad opent in Chrome.

Als je de Readium web app opent dan wijst de volgende stap zich letterlijk zelf. Standaard wordt je bibliotheek getoond met alle ebooks die je hieraan toegevoegd hebt. De eerste keer word je subtiel gewezen waar je ebooks kunt toevoegen aan je bibliotheek. Als je Chrome op meerdere pc’s of apparaten geïnstalleerd hebt, en je ook mbv een Google account alle instellingen, apps en extensions synchroniseert, dan wordt de Readium app wel gesynchroniseerd maar de ebooks in je Readium bibliotheek niet. Die blijven apparaatgebonden.


Je kunt ebooks toevoegen als ze ergens online staan (op je site of als gedeelde link in je Dropbox bijvoorbeeld) of een ebook selecteren vanaf je harde schijf. Het aanvinken van de validate optie is niet verplicht maar helpt wel om vast te stellen als je ebook niet voldoet aan de standaarden. Ik kreeg bijvoorbeeld bij een specifiek ebook een blanco scherm en dat bleek dus te liggen aan het feit dat deze niet conform de standaarden was opgemaakt. Ook belangrijk om te onthouden is dat met DRM beveiligde ebooks wel geladen kunnen worden maar niet getoond kunnen worden. Adobe DRM is geen onderdeel van de (open) EPUB standaard en het is dus maar de vraag of die mogelijkheid er ook gaat komen.

Na het uploaden van je ebook(s) worden ze gelijk getoond in Readium. De tekst past zich, zoals het hoort, netjes aan afhankelijk van hoe groot het Chrome venster is en je kunt grootte van het lettertype, de marges en de kleur van de tekst & achtergrond aanpassen naar eigen smaak. Als je op een grote monitor leest kun je ook nog kiezen om dubbele pagina’s te tonen.

Romans zul je niet snel gaan lezen op een monitor denk ik (hoewel het in Readium een aanzienlijk betere ervaring is dan met Adobe Digital Edition) maar deze maken ook nauwelijks gebruik van de EPUB 3 voordelen. Ebooks die hier wel gebruik (gaan) maken zullen vooral studieboeken, interactieve kinderboeken of naslagwerken zijn die ook profiteren van de mogelijkheden die de nieuwe standaard biedt. En dan is het prettig dat je ze zonder problemen op je pc of Android toestel kunt lezen in Chrome, toch?

#

U wilt iets nieuws gaan doen in de bibliotheek. Mag dat? Over ethiek, auteursrecht en een beetje lef

Bovenstaande afbeelding heb ik ooit gebruikt in een discussie over het imago van de bibliotheek. Minder knotje en wat meer attitude als het gaat over het beeld van de bibliothecaresse dat iedereen nog steeds associeert met de bibliotheeksector in zijn geheel. Een leren broek is optioneel wat mij betreft maar die houding aanmeten van ‘ik zie dat we een probleem hebben, ik weet wat er moet gebeuren en ik ga het doen ook!’, daar zou tijdens opleidingen en sollicitaties echt geen ontkomen aan moeten zijn idealiter.

Erkennen dat je een probleem hebt
Dat we problemen hebben als bibliotheken, daar kunnen we het allemaal wel over eens zijn. We komen slecht (of niet) los van de koppeling tussen bibliotheken en boeken, en als het gaat om vernieuwingen en innovatie blijkt te vaak dat we onze oude rollen ook helemaal niet los willen laten. We stoppen dan de oude wijn in nieuwe digitale zakken maar elke stap gaat gepaard met voorzichtig kijken of er iemand bezwaar maakt tegen de veranderende rol en taken die we willen gaan vervullen. En er zijn dan wel altijd meer redenen om iets niet te doen dan wel te doen helaas.

Dat is helaas want de digitale wereld biedt gigantisch veel kansen. Iedereen met een internetverbinding kan informatie vinden maar het goed kunnen zoeken, beoordelen, verwerken, interpreteren en toepassen van informatie zijn geen vaardigheden die een internetprovider bij een abonnement meelevert. Een goede kennis van bronnen is essentiëler dan ooit en juist met alle technische, multimediale en juridische aspecten die zo belangrijk zijn in de digitale informatievoorziening zou je met elkaar als beroepsgroep moeten experimenteren welke diensten hier uit kunnen voortvloeien. Welke kennis gedeeld zou moeten worden met je klanten, welke instructies er nodig zijn, welke vaardigheden je als bibliothecaris/informatiespecialist moet hebben en welke vaardigheden je wilt overbrengen. Wat je toegevoegde waarde is en wat je kan betekenen voor je klanten.

Dat is niet per se gemakkelijk. Dat is soms zelfs confronterend als je niet zeker weet of je zelf over de kennis en vaardigheden beschikt weet ik uit ervaring. Maar je moet je niet laten leiden door angsten, mensen die je boos zou kunnen maken of andermans belangen die je mogelijk zou kunnen schaden. Natuurlijk moet je over de ethiek in ons vak ook nadenken maar laten we eerlijk zijn, over de ethische aspecten van de informatievoorziening maakte zich niemand echt druk de afgelopen dertig jaar. Nu ineens zouden we dan de verantwoordelijkheid moeten dragen over wat anderen zouden doen met de informatie en vaardigheden die wij ze aandragen? Braaf binnen de veilige en afgebakende kaders blijven van waar niemand aanstoot aan ons neemt? Je verantwoordelijkheid nemen is belangrijk maar het moet geen beer op de weg worden om er zelfs maar niet aan te beginnen. We zijn informatiespecialisten, geen artsen dus die Hippocratische eed hoeven we niet af te leggen.

Hippocratisch of hypocriet?
Vorige week legde ik wederom aan een groep docenten uit hoe ze het beste konden zoeken in -en gebruik konden maken van- bronnen voor video en afbeeldingen. Wetende dat de meeste docenten (en studenten) alles op internet bij elkaar sprokkelen, legaal en illegaal. Ook al houd ik daar meteen een uitgebreid verhaal over auteursrechten en licenties bij. Moet ik mezelf beperken tot alleen de ‘goedgekeurde’ legale bronnen waar een gebruiker zo’n beetje niets verkeerds mee kan doen? Ben ik door mijn gekozen professie verantwoordelijk voor het naleven van de Auteurswet? Of is dat de verantwoordelijkheid van die gebruiker zelf om na te denken over hoe je iets gebruikt, ongeacht of die bron illegaal is of er bepaalde spelregels voor gelden?

Dat laatste natuurlijk. Ik wijs, en gelukkig vele collega’s met me, op die aspecten maar het blijft de verantwoordelijkheid van anderen om dit ook op te pakken. Dus ik verwijs mensen zonder problemen naar databanken die we aanbieden, ook al zijn enkele beperkt in hun licentie dat je de inhoud niet mag hergebruiken in het onderwijs. Ik wil mensen best uitleggen hoe je het beste kunt zoeken in Google, ook al leer ik je daarmee ook hoe je torrents kunt vinden. Ik vertel je niet precies waar je illegale ebooks kunt vinden maar doe ook niet alsof ze niet bestaan en dat ik ze zelf nooit heb gedownload. Ik geef je met plezier instructie hoe je een ereader kunt gebruiken maar wil je ook best daarbij uitleggen hoe je snel die DRM van je gekochte ebooks afkrijgt. Zodat je niet op zoek hoeft naar illegale ebooks.

Meer doen, minder denken
Waar zitten je gebruikers op te wachten? Wat zouden ze het liefste van je willen? Vragen waar je best wel het antwoord op weet en dus is de enige vraag van belang, waarom doe je dat dan niet? Er is plek voor een workshop over downloaden zolang dat in Nederland gewoon legaal is. Of een handleiding converteren en DRM vrij maken van ebooks, ook al is dat een zeer grijs gebied. Natuurlijk zal niet iedereen er blij mee zijn maar het is niet onze taak om iedereen blij te maken en te houden.

Laat die voorzichtigheid los die er voor zorgt dat als je een dienst wil gaan aanbieden aan je klanten om zelf hun eigen boeken te kunnen scannen, je eerste reactie is:

“Mag dat wel?”

@ foto: *eddie via photopin cc

#

Publiceren van je blogposts op sociale netwerken

Als je regelmatig uren zit te zwoegen op nieuwe artikelen voor je blog dan is er nauwelijks een beter gevoel dan helemaal voldaan op de publish knop te drukken. Het kostte allemaal veel tijd (meer dan je gedacht had) maar nu kan de hele wereld genieten van de resultaten van al die inspanningen. Toch?

Maar ja, dan moet de wereld wel weten dat je iets nieuws gemaakt hebt dat lezenswaardig is. Je kunt wachten tot de mensen het via je RSS feed vinden, hopen dat vaste lezers de moeite nemen om die dag je blog een bezoekje te brengen of dat googelend Nederland toevallig op je blog terecht komt. Goede blogs, goede content worden altijd wel gelezen, nietwaar?

De essentie van blogs is echter dat, hoe zakelijk of vakinhoudelijk ook, de schrijver enorm bepalend voor anderen om dat blog daadwerkelijk te gaan lezen. Je kunt nog zo’n hoge pagerank hebben in Google, je (vaste) lezers zijn waarschijnlijk mensen die vroeger of laat ook in je sociale netwerken opduiken. Waarom dan niet je vrienden, followers en connections laten weten dat die nieuwe blogpost klaar staat om gelezen te worden? Daar moet je niet meteen in doorslaan door, zoals ik soms op twitter tegenkom vlak voordat ik ze unfollow, drie of vier keer per dag iedereen lastig te vallen maar 1 keertje laten weten dat je ipv een update op dat sociale netwerk een hele blogpost hebt geschreven, dat is alleen maar handig.

Handmatig of geautomatiseerd?
Het gaat om sociale netwerken en die draaien vooral om het sociale aspect natuurlijk. De persoonlijke interactie is belangrijk en dat betekent dat je er echt even goed over moet nadenken. Je kunt automatisch een linkje met beschrijving van je nieuwe blogpost op alle mogelijke sociale netwerken laten verschijnen maar als mensen daar -op dat netwerk- op willen reageren, dan moet je dus wel zelf ook ‘beschikbaar’ zijn om daar weer op te kunnen reageren. Het heeft dus de voorkeur om handmatig zelf te melden op dat sociale netwerk dat je een nieuwe blogpost hebt met de link erbij. Vooral als het sociale netwerk de plek is waar je het meest te vinden bent, is het verstandig je blogpost zelf toe te lichten en te reageren op anderen. Voor mij is dat bijvoorbeeld Twitter.

Facebook, App.net en LinkedIn zijn, bij mij tenminste, sociale netwerken waar ik minder te vinden ben en waarbij ik het minder belangrijk vind om meteen te kunnen reageren. Voor deze maak ik dan ook gebruik van enkele (gratis) webdiensten om wel automatisch een berichtje te plaatsen over een nieuwe blogpost. Het is belangrijk om ook (juist!) bij dit soort middelen goed na te denken of, hoe en hoe vaak je er gebruik van maakt.

Dlvr.it
You publish, we deliver is het motto van dlvr.it. Deze dienst maakt gebruik van je RSS feed om op gezette tijden (instelbaar) nieuwe blogpost te bezorgen bij de grote sociale netwerken. Met een gratis account kun je maximaal 5 feeds als input gebruiken en doorgeven aan drie sociale netwerken. Er zit minimaal 30 minuten vertraging tussen het publiceren van je blogpost en dat het door dlvr.it wordt bezorgd bij de sociale netwerken die je ingesteld hebt maar dlvr.it heeft het grote voordeel dat 1 blogpost dan ook gelijk naar (max) drie sociale netwerken wordt doorgegeven.

Linkjes worden via de dlvr.it servers verstuurd en daardoor kan de dienst ook een beperkt aantal statistieken bijhouden. Het aantal blogposts, het aantal keren dat er op een linkje geklikt is en het aantal bereikte personen wordt wekelijks in een overzichtje naar je verstuurd. Met een betaald account krijg je o.a. de mogelijkheid om realtime je blogposts door te sturen of juist precies in te plannen op welke (vaste) tijdstippen dat plaats vindt maar de gratis versie voldoet ook al prima als je niet al te hoge eisen hebt.

IFTTT
Over IFTTT, If This Then That, schreef ik al eerder als een mooie webdienst waarmee je heel handig vele webdiensten aan elkaar kunt verbinden. Het basisidee van IFTTT is dat een specifieke actie, een trigger, in één webdienst een vervolgactie kan geven in een andere webdienst. Zowel Blogger,WordPress als RSS feed zijn beschikbaar als kanalen waar triggers voor gemaakt kunnen worden en de logische trigger is hier dan dat er een nieuwe blogpost is verschenen. Je kunt dan als vervolgactie aangeven dat deze nieuwe blogpost als update op o.a. Twitter, Facebook, LinkedIn of App.net wordt geplaatst.

IFTTT controleert elke 15 minuten of er wat nieuws is en stuurt het dan door naar de aangegeven plek. Als je je blogpost naar meerdere sociale netwerken wilt sturen, dan zul je per sociaal netwerk een zogenaamd recipe moeten aanmaken, die elk eens in de 15 minuten gecontroleerd worden. Dat stelt je wel in staat om heel precies per sociaal netwerk aan te passen wat er precies wel of niet weergegeven wordt. Zo kun je dus aparte aankondigingen per sociaal netwerk maken waardoor het toch iets persoonlijker kan overkomen. Statistieken e.d. krijg je echter niet bij IFTTT.

Jetpack Publicize
WordPress.com gebruikers hebben standaard een groot aantal diensten die ze erbij krijgen als ze een bloggen bij deze bekende dienst. Ook als je zelf een WordPress blog op een eigen domein hebt kun je via de Jetpack plugin gebruik maken van een groot aantal diensten waar WordPress.com gebruikers ook toegang tot hebben, zoals blogstatistieken en integratie van Twitter. Sinds versie 2.0 afgelopen week uitkwam zijn daar ook de Publicize opties bij gekomen waarmee je meteen vanuit je WordPress blog je nieuwe blogposts kunt publiceren naar o.a. Twitter, Facebook en LinkedIn. Na het activeren van deze opties krijg je enkele nieuwe instellingen erbij in je Dashboard en kun je kiezen welke sociale netwerken je wilt gebruiken.

Het voordeel is dat nieuwe blogposts letterlijk tegelijkertijd op je blog en de sociale netwerken worden gepubliceerd. In het scherm waar je je nieuwe blogposts schrijft kun je per blogpost bepalen welke aankondiging wordt gebruikt of zelfs per keer aan of uit zetten. Ik plaats bijvoorbeeld niet alle blogposts op LinkedIn.

Of je nou alleen voor jezelf blogt of probeert een zo groot mogelijk publiek te vinden, gebruik maken van de sociale netwerken waar je toch al actief bent is een goede manier om potentiële lezers te vertellen dat je meer te vertellen hebt dan wat je op die sociale netwerken al deelt. Mits met gezond verstand gebruikt natuurlijk want mensen hebben het snel door als je die sociale netwerken alleen maar gebruikt voor het promoten van je blog. Maak dus geen misbruik van de mogelijkheden.

#

Nieuw en verbeterd: Evernote 5 op je iPad/iPhone/iPod Touch

Ik ben Evernote pas echt veel gaan gebruiken toen ik met een iPad ging werken. Al je notities en notitieboeken altijd bij de hand voor afspraken, vergaderingen of als ik iets wilde gaan schrijven bleek de beste reden te zijn om zo goed als papierloos te gaan werken mbv Evernote. Het enige wat me een beetje tegenviel was het grote verschil in functionaliteiten en uiterlijk tussen de verschillende clients van Evernote. De desktop software leek nauwelijks op de app die voor iOS beschikbaar was en die op zijn beurt leek weer niet op de Android app.

Die grote verscheidenheid zou nog niet eens een nadeel hoeven te zijn want elk platform heeft zijn eigen sterke punten en het zou alleen maar fijn zijn als Evernote client ze dan ook optimaal wist te benutten. Helemaal ideaal was dat echter nog niet. De iOS app zag er weliswaar bijzonder fraai uit en er was echt wel goed mee te werken maar er zaten wel degelijk enkele onhandige dingen bij. Zo was het wisselen tussen notities, tags en notitieboeken niet even logisch, ik zat altijd te zoeken -ook al had ik het vele keren eerder gedaan- hoe ik snel een nieuwe notitie of foto kon maken in het notitieboek naar keuze en werden notitieboeken in een stack niet apart maar op 1 hoop met alle andere notitieboeken weergegeven.

Gisteren kwam de al eerder aangekondigde vernieuwde versie uit van de Evernote client voor iOS en ze hebben in ieder geval mijn grootste probleempunten opgelost.

De Quick buttons bieden je meteen toegang tot het maken van een nieuwe notitie, nieuwe foto of nieuwe scan van een document. Daarnaast staan de meest recente toegevoegde notitie zodat je die altijd meteen bij de hand hebt aangezien je die in de praktijk het vaakst zult gebruiken. Eronder staan tabbladen weergegegeven die als views dienen. Als je ze aantikt worden ze schermvullend en zie je bijvoorbeeld al je notitieboeken weergegeven. Je kunt door op het Evernote icoontje te tikken meteen wisselen naar een andere view met alleen de losse notities of die met alle tags. De view met plaatsen is nieuw volgens mij en toont per plaats (veel notities hebben locatie-informatie erbij opgeslagen) welke notities of foto’s je daar gemaakt hebt. De view met Premiumfuncties is ook nieuw en is een permanente herinnering aan de voordelen van een betaald Premium account bij Evernote. Tja, de rekening moet ook betaald worden natuurlijk hoewel die view op zijn minst verwijderbaar had mogen zijn als je zoals ik al een Premium account heb.

Er zijn vele verbeteringen en nieuwe dingen toegevoegd maar mijn favoriet is toch wel dat stacks van notitieboeken ook als zodanig getoond worden met netjes alle onderliggende notitieboeken apart weergegeven. Eindelijk!

#

Pagina 68 of 192« Eerste...153045...676869...7590105...Laatste »
  • © 2006- 2014 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top