Over open source lettertypes, Dyslexie en auteursrecht op lettertypes

Als je denkt dat het wel een hele lange en rare titel voor een blogpost is, dan kan dat kloppen. Ik had drie blogpostjes, nou ja kladjes met wat korte zinnen en steekwoorden, nog als concept staan en alle drie gingen ze over lettertypes. Ik bleef steken bij de eerste omdat ik niet beschreven kreeg wat ik er nou mee wilde zeggen en dan is dat net alsof er iets in het afvoerputje blijft zitten want het blokkeerde ook de tweede en derde. Nu dacht ik echter dat ik het maar gewoon eens in 1 nieuwe blogpost ga proberen. Nieuwe ronde, nieuwe kansen.

De aanleiding van dit alles was dat ruim een jaar geleden een Nederlandse ontwerper een lettertype had ontwikkeld dat het voor dyslectici makkelijker maakte om teksten goed te lezen en te schrijven. Christiaan Boer haalde er de Nederlandse pers mee, kreeg zijn 10 minuten faam in de wereldpers en zowel op het grotemensen journaal als het Jeugdjournaal kwam dat nieuws voorbij. Terecht natuurlijk want dat je dyslectici kunt helpen door een lettertype op maat, dat was en is groot nieuws. Plus, hoe vaak zie je nou een lettertype het nieuws halen?

Mijn enthousiasme werd wel een stukje minder toen duidelijk werd dat dit lettertype, Dyslexie genaamd, niet vrijelijk aan de gemeenschap beschikbaar werd gesteld. De miljoenen dyslectici wereldwijd kregen een licentiestructuur voorgeschoteld waarin je van particulier tot instelling een licentie op het gebruik van het lettertype kon nemen. Particulieren betalen 69 euro en kunnen dan dat lettertype op hun pc gebruiken, instellingen betalen wat meer en er is zelfs een plugin die je op sites kunt installeren zodat bezoekers alle tekst met een druk op de knop kunnen omzetten naar het Dyslexie lettertype.

Ik snap natuurlijk best dat je als ontwerper de vruchten mag en wilt plukken van je arbeid. Ik geef toe wel even nagekeken te hebben hoe het nou zit met auteursrecht op lettertypes maar ook dat is netjes geregeld in onze wetgeving. Dat geplande blogpostje-als-klad werd overbodig toen Arnoud Engelfriet het eind vorig jaar veel beter toelichtte dan ik en helder aangaf dat je een auteursrechtelijk beschermd lettertype alleen maar mag gebruiken zoals het in de licentie wordt voorzien.

Ook al is er auteursrechtelijk niks op te merken over het commercieel exploiteren van een nuttig lettertype als Dyslexie, ook al weet ik dat ik misschien hetzelfde gedaan had als ik het ontworpen had, toch stoort het me. Dat iets dat een positieve bijdrage kan leveren aan de ongemakken waar dyslectici nu eenmaal mee te maken hebben nu niet laagdrempelig toegankelijk is. Dat kennelijk geen onderscheid gemaakt wordt tussen commercieel en niet-commercieel gebruik van zo’n lettertype.

Misschien zegt het al genoeg dat ik in die bijna anderhalf jaar na de introductie van het lettertype nauwelijks websites ben tegengekomen die zo’n knop hebben om het makkelijker leesbaar te maken voor dyslectici. Ja, er zijn (educatieve) uitgevers die het lettertype gebruiken om hun boeken voor dyslectici te verbeteren en ook Kluitman maakte bekend enkele kinderboeken nu te gaan herdrukken met dit lettertype maar dit zijn druppels op een gloeiende plaat en deze commerciële -papieren- toepassing staat ook in geen verhouding met hoe het op internet gebruikt zou kunnen worden.

Zelfs Adobe, ontwerper en rechthebbende van vele lettertypes, introduceerde begin augustus 2012 hun eerste open source lettertype, Source Sans Pro. Geen kosten, je mag er mee doen wat je wilt en je mag het zelfs aanpassen als je wilt, mits je de nieuwe bestanden dan zelf ook weer vrijelijk verspreidt. O.a. Google maakt honderden open source lettertypes beschikbaar als Google Webfonts waardoor Source Sans Pro -en op moment van schrijven nog 520 andere lettertypes- eenvoudig op alle websites gebruikt kunnen worden en bijvoorbeeld ook beschikbaar zijn in Google Drive voor documenten.

Met Dyslexie is de afweging tussen verregaande verspreiding en gebruik aan de ene kant en het er aan willen verdienen aan de andere kant, in het nadeel van het eerste uitgevallen. Dat is jammer want de reden dat er zoveel terechte ophef om werd gemaakt was niet om het businessmodel te promoten van de ontwerper maar de hoop en het enthousiasme dat dyslectici er wat mee zouden opschieten. Ik zou het journaal echter meteen weer aanzetten als een dergelijk lettertype als open source variant beschikbaar zou komen. Zodat je binnen enkele maanden honderden, zo niet duizenden, websites zou gaan zien die er gebruik van maakten. Zodat je niet alleen in boeken maar ook in software (menu’s en helpteksten) en overal op het internet dat lettertype zou aantreffen. Commercieel en niet commercieel.

Maar ja, dat is naïef gedacht van me.

@foto: jm3 via photo pin cc

#

Comics lezen op je iPad met Comic Zeal

Eén van de redenen voor mij om uberhaupt een iPad aan te schaffen twee jaar geleden was dat ik graag mijn comics digitaal wilde lezen. Het leek me geweldig om eens wat kastruimte te besparen en het scherm van een iPad is bijna 1 op 1 even groot als dat van de gemiddelde Amerikaanse comic.

Als jongetje van 11 jaar oud raakte ik verslingerd aan het hele genre en in de 20 jaar daarna heb ik duizenden uren (en euro’s) besteed aan wat toch wel een passie genoemd mag worden. Andere prioriteiten en passies zorgden ervoor dat het jaren geleden allemaal wat minder werd maar zoals de ereader bij mij ook zorgde voor (weer) meer lezen van boeken, heeft de iPad hetzelfde gedaan met comics.

Er zijn meerdere apps voor de iPad om comics te lezen. Comixology is zo’n beetje de iTunes van de comics en is zowel de site als app om je comics digitaal te kopen en te lezen. De grote twee (Marvel en DC Comics) verkopen ook daar hun comics terwijl je voor bijvoorbeeld Dark Horse bij hun eigen app terecht kunt. Al deze apps verkopen hun comics echter met DRM, gekoppeld aan je account, en daar heb ik moeite mee. Ik ben blij dat de uitgevers de overstap maken naar digitaal en wil daar met plezier voor betalen maar dan wil ik echt mijn eigen exemplaar in bezit hebben.

DRM vrije comics zijn er gelukkig ook. Enerzijds van kleinere uitgevers en anderzijds in het illegale circuit. Jawel, ook -of misschien moet ik wel zeggen juist- voor comics en strips in het algemeen is bijna alles wat op papier uitgegeven is inmiddels gedigitaliseerd door fans. Ook voor eigen gebruik is het zeer eenvoudig om de pagina’s van comics in te scannen als afbeeldingen en deze te bundelen als een CBR of CBZ bestand. Dit zijn namelijk niets meer dan RAR of ZIP bestanden waar de gescande pagina’s in zitten. Met boekenkasten vol met comics kun je je scanner flink overuren laten draaien.

Het lezen van DRM vrije comics, of het nou CBR, CBZ of PDF bestanden zijn, kan ook met diverse apps op de iPad. Je hebt gratis apps als Cloudreaders en (het betere) SideBooks maar de beste mijns inziens is er eentje waar je voor moet betalen: Comic Zeal. Die 4 euro levert je een app op die niet alleen qua vormgeving ver boven de gratis concurrentie uitsteekt maar waarin vooral het beheer en organiseren van wat grotere verzamelingen erg goed werkt. Zowel via iTunes of vanuit andere apps op je iPad (zoals Dropbox) kun je de comics importeren in Comic Zeal waarna je ze kunt organiseren in bakken, vergelijkbaar met hoe je ze vroeger in de stripwinkels aantrof.

Wat je leesvoorkeuren ook mogen zijn, het is allemaal naar eigen smaak aan te passen

Voor mij is het fijne aan comics (her)lezen dat je je eigen verzameling bij de hand hebt. De ca. tienduizend comics die in de boekenkasten staan komen echter niet zo vaak meer eruit nu het zo handig is geworden om ze digitaal te lezen. Comic Zeal is de beste app om ook grote verzamelingen digitale comics te beheren en te lezen en het bespaart in elk geval enorm zoekwerk in de kasten om alle nummers van een serie bij elkaar te zoeken. Het enige kritiekpuntje is dat de integratie met cloudopslagdiensten ontbreekt. De app opent dan weliswaar keurig comics uit de clients van die diensten maar kan zelf niet rechtstreeks overweg met Dropbox en zijn soortgenoten. Wil je veel comics tegelijk op je iPad zetten, dan zul je dit via iTunes moeten doen of flink de tijd te nemen om dit 1 voor 1 via een clouddienst te doen. Hopelijk volgt een integratie met dit soort diensten nog in een volgende update van Comic Zeal.

#

 

De evolutie van Evernote

Evernote wil graag de plek zijn waar je zo’n beetje al je digitale informatie bewaart. Aantekeningen, mail, foto’s, recepten, digitale visitekaartjes, linkjes en artikelen/blogposts. Het is nog maar het begin volgens Evernote zelf en ze leveren een constante stroom van updates en verbeteringen aan die niet alleen bestaande functionaliteiten in hun apps & webdienst toevoegen maar ook telkens wat nieuws brengen.

Ik ben fan, dat moge duidelijk zijn, maar ik ben het pas echt gaan gebruiken toen Evernote wat verder was met het kunnen koppelen met andere diensten die ik gebruik. Inmiddels gebruik ik het -via IFTT- om selecties van tweets, delicious links, instagram foto’s en items uit Google Reader bij elkaar te houden. Maak ik er aantekeningen in en verzamel ik van alles en nog wat ter voorbereiding van vergaderingen en blogposts.

Al die toepassingen die gebruik (kunnen) maken van Evernote en vice versa worden verzameld in wat Evernote de Trunk noemt. De kofferbak, volgeladen met tientallen apps van Evernote zelf maar vooral van anderen die op de 1 of andere manier kunnen koppelen met je Evernote account voor het opslaan van informatie. Zoals het gratis Skitch voor Mac, Android en iPad waarmee je screenshots kunt maken, bewerken en opslaan in je Evernote account. Of Clearly, een browserplugin waarmee je webpagina’s kunt ontdoen van alle opmaak en de tekst meteen naar Evernote kunt versturen.

Gisteren hield Evernote een aparte conferentie voor ontwikkelaars van apps die samen kunnen werken met Evernote, de Trunk Conference 2012. Daar kwamen weer heel veel nieuwe aankondigingen, nieuwe apps en nieuwe verbeteringen aan bod. Te veel om op te noemen maar goed na te lezen op hun eigen blog.

Twee ervan pak ik er toch even uit. Niet omdat het hele grote fantastische dingen zijn maar omdat ze bestaande functionaliteiten net weer iets makkelijker maken. Daar houd ik van, geen revolutie maar een gestage evolutie van producten.
De eerste is vooralsnog alleen in de iOS apps beschikbaar en zal hopelijk ook vlot volgen in de Android apps. Als je in Evernote zelf een nieuwe notitie aanmaakt en daarvoor de camera gebruikt, heb je nu de beschikking over de Paginacamera. Die is speciaal bedoeld om aantekeningen van papier te digitaliseren. Binnen een aangegeven kader wordt de tekst beter herkend en je kunt meerdere fysieke pagina’s en foto’s maken om ze te combineren tot 1 notitie. De functie is geoptimaliseerd voor de Evernote Smart Notebook, een samenwerking die ze nu met Moleskine zijn aangegaan, maar werkt ook perfect voor mijn eigen A6 notitieboekje.

De tweede is de (geplande) update voor Clearly. Deze gebruik ik dagelijks om interessante artikelen, ontdaan van alle opmaak, op te slaan in Evernote. Deze krijgt nu een highlighter erbij zodat je tekst kunt markeren op de webpagina waarna het hele artikel automatisch in je Evernote account opgeslagen wordt, inclusief de geplaatste markering als zodanig. Ook een functie waarvan ik zeker weet dat ik hem ga gebruiken. Het is echter nog even wachten want zowel in Chrome als in Firefox is de plugin nog niet bijgewerkt bij mij.

Als je nog niet gebruik maakt van Evernote, dan is nu een goed moment om daar mee te beginnen ;)

#

Eén keer betalen voor dezelfde content?

Ik pretendeer niet alle redenen te begrijpen waarom mensen weinig problemen hebben met het downloaden en gebruik van content uit illegale bronnen. “Omdat het kan”, lijkt volgens mij de meest voor de hand liggende te zijn maar als je wat beter doorvraagt zit er soms ook een soort principiële reden bij. Waarom moet ik betalen voor een ebook als ik het papieren exemplaar al gekocht heb? Waarom moet ik spel digitaal opnieuw aanschaffen bij Steam terwijl ik het ook al in de winkel op een dvd’tje gekocht heb?

Dat is geen nieuw argument natuurlijk en komt terug bij iedere grote overgang van een medium. Met muziek van LP naar cassettes naar cd’s naar iTunes/Spotify. Met films van VHS naar dvd naar bluray. Het tegenargument vanuit de entertainment industrie was altijd dat het een nieuw en verbeterd product betrof en dat het product eigenlijk bestaat uit de drager plus de content. Onlosmakelijk opnieuw aan elkaar verbonden en, mijns inziens, een terecht argument omdat een nieuwe medium ook nieuwe toegevoegde waarde gaf.

Met digitale content gaan die argumenten toch een stuk minder op. Natuurlijk, ik verwacht heus niet dat als uitgevers nu hun oudere boeken gaan digitaliseren ik met een papieren boek in de hand dat ebook gratis of met korting krijg. Als oudere spellen worden toegevoegd aan de catalogus van Steam of GOG, dan hoef ik ook het ook niet gratis te krijgen op vertoon van mijn oude cd’s (of floppies!). Maar bij content die nieuw, die NU, beschikbaar komt … waarom moet ik doodleuk 2x betalen?

Het antwoord is dat ik dat gelukkig ook niet altijd meer hoef. Bij Steam kun je, nog niet voor alle spellen maar wel bij steeds meer uitgevers, de registratiecode van een fysiek gekocht spel invoeren waarmee je dan het spel in je Steam bibliotheek krijgt. Ik heb regelmatig een spel in de winkel gekocht om het vervolgens in de kast te zetten en het via Steam te spelen. Sony kondigde enkele maanden geleden Cross Play aan, de mogelijkheid dat als je een spel koopt voor de Playstation 3, je gratis dat spel ook voor de PS Vita krijgt. En andersom.

Sommige films bluray komen in een triple-play editie: dezelfde film op een bluray schijf, een dvd schijf en als digitale versie voor op je pc of mediaspeler. Vorige maand kocht ik een prentenboek en daar zat een code bij waarmee ik datzelfde prentenboek ook als app kon downloaden. Mooie initiatieven die niet alleen onderkennen dat je gekochte content op meerdere manieren wilt kunnen gebruiken maar daar ook goed op inspelen. Die je het idee geven dat je waar voor je geld krijgt en dat je niet nog een keer hoeft te betalen voor dezelfde content op een ander medium.

De vaste koppeling tussen content en drager is aan het verdwijnen. Niet alleen omdat de content digitaal wordt maar omdat we nu in een tijd leven dat er meerdere manieren van gebruik naast elkaar bestaan. Het is geen overgang van het ene medium naar het andere maar ze bestaan tegelijkertijd. Bluray heeft DVD niet volledig vervangen, iTunes heeft CD’s niet uitgeroeid en Steam heeft geen einde gemaakt aan pc spellen op DVD. Ebooks gaan papieren boeken ook niet volledig vervangen. Dus waarom denken uitgevers twee keer te kunnen verdienen aan beide versies? Mensen kopen het niet twee keer, die downloaden dat tweede digitale exemplaar dan wel.

Zou het niet mooi zijn, zou het niet verstandig zijn, als je -net als bij PC spellen- bij elk nieuw gekocht boek een code krijgt waarmee je het ebook kunt downloaden? Andersom zou het ook niet misstaan trouwens hoewel ik daar wat meer logistieke beren op de weg zie. En waarom moet ik in Nederland kiezen of ik een gekocht ebook wil downloaden of (alleen) online wil lezen? Als ik ebooks koop bij Amazon of Kobobooks kan ik ze zowel downloaden naar mijn ereader als via hun online reader lezen.

Vorige week had ik bijna een ebook gekocht. Ik kwam er net op tijd achter dat een papieren exemplaar van die titel al in de kast stond en, ondanks het feit dat ik dat boek echt op mijn ereader wilde lezen, ga ik dan niet nog een keer betalen voor datzelfde boek. Ik snap dan wel waarom mensen die vervolgens gaan downloaden uit illegale bron. Eén keer betalen voor dezelfde content is echt genoeg.

@foto: Bahi P via photo pin cc

#

Over het opladen van je ereader met USB laders

Zo min mogelijk accessoires meeleveren. Dat lijkt toch wel de universele oplossing te zijn van leveranciers om niet alleen enkele euro’s van de verkoopprijs af te schaven maar ook om er extra aan te verdienen. Door die accessoires, die je eigenlijk wel erbij wilt hebben, voor een hogere prijs apart te verkopen.

Met ereaders is dat niet anders. Hoewel mijn eerste ereader, de iLiad, standaard nog geleverd werd met een hoes en een AC adapter moet je het tegenwoordig met heel wat minder doen. Of het nou een Kobo, Kindle of Sony ereader is, je koopt een ereader en je krijgt er nog een usb kabeltje bij om hem aan te kunnen sluiten op je pc. Om de ebooks er op te zetten en tegelijkertijd de ereader te kunnen opladen. Ideaal want zo’n kabeltje kost bijna niets. En een goede hoes zodat de ereader daadwerkelijk dagelijks gebruik overleeft? Die koop je er maar bij voor nog een 2 of 3 tientjes en anders doe je er maar een plastic zak omheen, lijken de leveranciers te willen zeggen. Graag of niet.

Maar terug naar dat opladen via de USB poort van je computer. Dit werkt op zich prima natuurlijk. Ereaders doen lang met een volle accu en dus hoef je niet elke avond je ereader aan je pc te hangen. Echter, dan nog kan het zijn dat je geen pc in de buurt hebt als je ereader leeg is. Bijvoorbeeld als je op vakantie bent. Of als je geen zin hebt om je laptop speciaal aan te zetten omdat de komende uren je ereader weer een nieuwe lading stroom nodig heeft. Kun je niet gewoon een stekker aan je ereader hangen en via het stopcontact opladen?

Ja dus.

Enkele leveranciers zijn je graag van dienst met een eigen oplader. Sony heeft bijv. een thuislader in de aanbieding voor “slechts” 30 euro terwijl je bij het bestellen van een Kindle voor 10 dollar een stroomadapter kunt toevoegen. Die wordt wel duurder dankzij de douane- en importkosten maar je hebt in elk geval de keuze bij het bestellen.

Nou zijn er behalve ereaders heel veel apparaten die tegenwoordig USB gebruiken om ook opgeladen te worden. Het is effectief een standaard geworden maar dat betekent dus ook dat ze allemaal van dezelfde soort USB laders gebruik moeten maken. Een USB poort in je PC levert 5V met 500mA vermogen en alle stroomadapters waar je een USB kabel in kunt prikken zal dus 5V leveren en minimaal 500mA.

Nu moet je weten dat dat het voltage het belangrijkste is. Beschouw de 5V als het soort stroom dat een USB apparaat nodig heeft en het aantal mA als de hoeveelheid. Zolang de soort stroom maar goed is kan het apparaat dat je gebruikt zelf bepalen hoeveel het nodig heeft. Ereaders laden al op met 500mA maar ook al heeft een USB lader 2A vermogen (4x zo veel dus), dan nog zal een ereader niet meer vermogen gebruiken dan het nodig heeft.

Waarom is dat handig om te weten?  Omdat dit betekent dat alle USB laders die er bestaan werken op alle USB aangedreven apparaten, zolang die maar minimaal voldoende mA levert. Voor ereaders ligt die lat laag en dus kun je alle USB laders gebruiken die er bestaan om ze op te laden. Het kan goed zijn dat je voor je telefoon of camera namelijk ook al USB laders hebt liggen. In bovenstaande foto zie je er 2 van mij: mijn Xperia Play telefoon heeft een USB oplader die een output heeft van 5V/850mA (onderaan) en mijn 7″ Galaxy Tab een USB oplader die 5V/2A geeft (bovenaan). Beide werken echter dus ook zonder problemen op mijn ereaders.

Heb je geen USB lader van een telefoon, tablet of camera liggen? Dan kun je zo’n beetje overal losse USB laders kopen. Die komen met de meest gevarieerde namen zoals o.a. thuisladers, reisladers, AC USB adapters, USB-laders of micro-USB laders maar zijn alle in essentie hetzelfde: een stekker met een usb poort erin. Op de foto zie je links een exemplaar die ik bij de Hema gekocht heb en rechts de USB reislader van Gecko, die zich specialiseert in accessoires voor ereaders. Beide geven een output van 5V/1A en daarmee kun je zonder problemen vlot je ereader opladen, ook zonder dat je een pc of laptop in de buurt hebt.

#

Vergeten we de RSS feeds niet?

Ik gebruik al zo lang RSS feeds om op de hoogte te blijven van nieuwe berichten op nieuwssites en blogs dat ik het vanzelfsprekend ben gaan vinden. Vanzelfsprekend dat nieuwssites en blogs ze duidelijk zichtbaar aanbieden en vanzelfsprekend dat mensen weten wat het is en dit handige middel ook gebruiken.

En toch krijg ik de laatste weken regelmatig vragen van andere bloggers hoe je het beste blogs kunt volgen en hoe je je nieuwe blogposts onder de aandacht kunt brengen. Bloglovin is een soort attenderingsdienst waar je je blog kunt aanmelden en waar anderen dan makkelijk je updates te zien krijgen. Commentluv is een premium WordPress plugin om je eigen blog te promoten via het frequent commentaar geven op andermans blogs en ik zie dat veel bloggers hier druk mee zijn.

Maar je RSS feeds onder de aandacht brengen zodat je lezers je eenvoudig kunnen volgen, daar heeft niemand het meer over. ‘RSS is stervende‘  dankzij Twitter en Facebook meldde Marketingfacts vorig jaar en als het om de bekendheid gaat van RSS, dan zou je kunnen constateren dat het inderdaad over en uit is voor de handige RSS feeds.

Maar dat hoeft niet zo te zijn natuurlijk. Blogs en RSS zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, zijn de eerste onderwerpen van diverse cursussen over web 2.0 en is nog net zo handig nu als dat het ooit al was.

Voor de lezer
Als je meerdere nieuwssites of blogs bij wilt houden, dan ben je eigenlijk al klaar als je een Google account hebt. Je hebt dan ook meteen een account bij Google Reader, de RSS lezer die effectief nu de standaard is geworden. Voeg daar de feeds toe en lezen maar. Zo simpel is het uiteindelijk.

Op veel blogs en sites met veel nieuws vind je wel een vermelding van wat het webadres is van hun RSS feed. Soms wordt het verwoord als een abonnement, soms wordt er gesproken over een feed en nog steeds zie je ook het oranje RSS icoontje op sites staan, zoals je dat ook bij mij rechtsbovenaan ziet staan.

Is de RSS feed niet te vinden op een blog? Grote kans dat de blogger niet eens weet dat het blog een RSS feed heeft maar de twee bekendere blogsystemen hebben het automatisch als je er gebruik van maakt. Onlosmakelijk verbonden, weet je nog?

  • Bij WordPress.com blogs kun je /feed/ achter het webadres van het blog zetten om automatisch de feed te krijgen, dus bij http://bijvoorbeeld.wordpress.com wordt dat http://bijvoorbeeld.wordpress.com/feed/
  • Bij zelf gehoste WordPress blogs is het ook vaak voldoende om er /feed/ achter te zetten maar als de blogger gebruik maakt de standaard instellingen voor de permalinks (dan zie je niet de datum en titel van de post in de url), dan is de feed te vinden door /?feed=rss2 achter het adres van het blog te zetten.
  • Blogger lijkt het standaard ook goed te verstoppen en daar kun je feeds/posts/default?alt=rss achter de url zetten. http://bijvoorbeeld.blogspot.com wordt dan http://bijvoorbeeld.blogspot.com/feeds/posts/default?alt=rss

Voor de blogger
Heb je zelf een blog, zorg er dan in ieder geval voor dat je lezers niet de bovenstaande trucs hoeven uit te voeren om je blog via RSS te kunnen volgen. Als je theme niet standaard voorziet in een RSS functie, dan is die in alle gevallen als widget toe te voegen.

Het is ook erg de moeite waard om eens naar Feedburner te kijken. Dit is een webdienst die 4 jaar geleden ook door Google is overgenomen. Het stelt je in staat om flink wat meer te doen met je RSS feed. Zo krijg je in elk geval een eigen feedadres van Feedburner zelf (de mijne is feeds.feedburner.com/vakblog) die altijd hetzelfde blijft, ook al verander je van blogplatform waarmee ook de standaard RSS feed url zou veranderen. Daarnaast kun je allerlei dingen toevoegen aan de RSS feed, zoals een Creative Commons licentie maar ook de mogelijkheid om je lezers te laten abonneren op je RSS feed via email. Dat is wat je bij mij ook rechtsbovenaan ziet staan. Last but not least zitten ook hier eenvoudige statistieken bij zodat je kunt zien hoeveel mensen zich geabonneerd hebben op je feed en hoe populair individuele blogposts zijn bij je abonnees.

Probeer dat allemaal maar eens met Bloglovin, Twitter, Commentluv of Facebook te doen.

@foto via damian nissa op flickr

#

En hoe zit het nou met digitale tijdschriften?

Over de beschikbaarheid van ebooks t.o.v. hun papieren voorgangers heb ik al vaak geschreven (en er zullen ongetwijfeld nog vele blogs volgen) maar aan tijdschriften heb ik nog maar weinig aandacht besteed. Afgelopen vrijdag zag ik een artikel voorbij komen bij marketingtribune dat ‘Nederlanders nog niet massaal aan het digitale tijdschrift’ waren. Dat was dan weliswaar slechts gebaseerd op 800 respondenten die allen bezoekers waren van één site waar je (alleen) digitale Nederlandstalige tijdschriften kunt kopen maar goed, zelfs dat ‘wij van wc eend onderzoeken of wc eend populair is onder wc eend website bezoekers’-onderzoekje levert het in ieder geval weer stof tot nadenken op.

Interessante constateringen van dat specifieke onderzoekje waren:

  1. Ruim 1 op de 4 respondenten beschikt over een tablet
  2. De respondenten hebben 15 x vaker een abonnement op een gedrukt tijdschrift dan op een digitaal tijdschrift
  3. Meer dan de helft van de respondenten is niet bereid te betalen voor een digitaal tijdschrift
  4. 1 Op de 25 respondenten leest tenminste eens per week een tijdschrift via een iPad of een andere tablet
  5. Bijna 1 op de 4 respondenten verwacht binnen 12 maanden een digitaal tijdschrift te lezen
  6. Meer dan 9 van de 10 respondenten prefereert een gedrukt tijdschrift

Conclusies kun je hier eigenlijk niet aan verbinden, zeker niet aangezien ik constatering 3 en 6 haaks vind staan op nummer 5 en meteen afvraag bij nummer 4 of het hier niet specifiek over digitale kranten gaat maar interessant vind ik het wel. Met ebooks is het aanbod nog steeds niet heel veelomvattend, liggen prijzen op minimaal 80% van papieren edities en werkt DRM veel frustraties op omdat kopers nu eenmaal de verwachting hebben een boek te kunnen bewaren voor o.a. herlezen.

Bij tijdschriften ligt die situatie totaal anders.

Of je nu Nederlandstalige of Engelstalige tijdschriften leest (zoals ik), bijna alle tijdschriftuitgevers hebben inmiddels een digitale editie van hun titels beschikbaar. Goed, een uniforme standaard of platform is er niet, Zinio is populair, je kunt zeer veel buitenlandse abonnementen vinden in Apple’s App Store en als het Google en Amazon ooit nog eens behaagt ook de Nederlandse markt te bedienen, dan mag je het aanbod gerust overweldigend gaan noemen. De prijzen lijken eerder op maximaal 80% te liggen van papieren edities met nog grotere voordelen bij buitenlandse tijdschriften die nu eenmaal een veel hogere winkelprijs in Nederland hebben (ik lees zelf 2 Britse gametijdschriften via de App Store en daar scheelt het tussen de 50 en 60% zelfs).

En die DRM is ook hier aanwezig maar het stoort minder. Hoewel ik echt nog wel eens ga zoeken naar hoe ik een backup maak van gekochte tijdschriften, zegt het veel dat ik dat nog steeds niet gedaan heb. Tijdschriften lees je 1 keer en daarna eigenlijk nooit meer. Papieren edities kwamen vroeger ook in een tijdschriftenbak terecht die eens in de zoveel maanden leeggekieperd werd bij het oud papier.

Misschien dat Nederlanders inderdaad nog niet massaal aan het digitale tijdschrift zijn maar dat ligt, in tegenstelling tot de ebooks, dan niet aan het aanbod of de prijs. Sterker nog, als je als tijdschriftenlezer een 10″ tablet hebt dan ligt het meer aan gebrek aan voorlichting en kennis van het aanbod denk ik. Waarom zou je een voorkeur hebben voor papieren tijdschriften die je (ook) na het lezen weggooit terwijl digitale versies goedkoper zijn en in mijn beleving geen enkel nadeel hebben t.o.v. die papieren editie. Natuurlijk, je hebt die tablet dan wel nodig en je hebt altijd mensen die gehecht zijn aan papier maar zo zijn er ook nog steeds mensen met een pick-up en een affectie voor vinyl.

Ik ben in elk geval overtuigd. Ik lees mijn 2 Engelse gametijdschriften digitaal, lees zo af en toe de PCM digitaal en schakel eind van het jaar ook over op alleen een digitale krant. Niet alleen goedkoper maar ook minder papier om weg te gooien. Nu nog wachten tot het vaktijdschrift dat ik maandelijks lees ook eindelijk komt met een goede digitale versie voor op mijn tablet.

@foto: bibliovox via photo pin cc

#

Pagina 68 of 181« Eerste...153045...676869...7590105...Laatste »
  • © 2006- 2014 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top