Hyperlinken is geen auteursrechtelijke openbaarmaking

hyperlinkenAls je twijfelt of je een publicatie mag gebruiken voor je onderwijs, kijk dan of je er naar toe kan linken. Want linken naar een beschermd werk is geen nieuwe openbaarmaking en mag dus altijd“. Zo beantwoordde ik afgelopen maandag nog een vraag van een docent die opgelucht was dat hij dus zonder problemen kon linken naar rapporten en andere documenten die al vrijelijk via internet toegankelijk zijn. “Tenminste, tot nader order want of je onder alle omstandigheden mag hyperlinken naar een beschermd werk is nog wel onderwerp van discussie“, voegde ik er aan toe.

Normaliter zou het niet eens een discussie opleveren. Linken naar auteursrechtelijk beschermde werken zijn zelf geen openbaarmakingen in de zin zoals het in de Auteurswet staat beschreven. Als je een hyperlink aanbrengt naar een document, foto, website of wat voor ander werk dan ook dat elders op internet al gepubliceerd is dan is dat heel wat anders dan datzelfde werk opnieuw publiceren. Logisch. Maar zo zwart-wit is het tegenwoordig niet meer en de grenzen zijn in het verleden al aardig opgezocht.

Embedded links

Zo vinden eigenaren van content het niet even wenselijk als sites die naar hun linken doen voorkomen alsof die content op hun eigen site staan. Embedded links zijn ook hyperlinks maar tonen content die op een andere site staan op de eigen site zonder dat bezoekers op die oorspronkelijke sites komen. Buma Stemra heeft enkele keren geprobeerd embedded filmpjes en muziek als nieuwe openbaarmakingen te bestempelen in combinatie met het invoeren van een heffing. Wat zelfs lukte na een rechtszaak tegen Nederland.FM.

Sanoma

De grenzen van wat wel en niet mag met linken werden in Nederland nog wat strakker gedefinieerd toen Sanoma GeenStijl voor de rechter sleepte wegens het linken naar een uitgelekte fotorapportage van Britt Dekker. Het linken naar die foto’s zou niet alleen onrechtmatig zijn volgens Sanoma, maar ook een inbreuk op het portretrecht en zelfs op het auteursrecht vormen. Tot verrassing van velen ging de rechter mee in deze claim en deed de uitspraak dat door een link te plaatsen naar die fotorapportage GeenStijl inbreuk maakte op de auteursrechten van Sanoma. De rechter stelde wel duidelijk de uitzonderlijke randvoorwaarden hierbij vast want door het zeer actief promoten en onder de aandacht brengen van (de link naar) de foto’s was er bijna geen verschil tussen het linken naar een externe plek en de eigen GeenStijl server en de rechter rekende het GS (terecht) zwaar aan dat ze een link die anders volledig onvindbaar zou zijn geweest op deze manier openbaar gemaakt hadden.

Het Hof Amsterdam vernietigde (gelukkig) dat vonnis in november 2013 en stelde dat het plaatsen van een hyperlink naar een elders openbaar gemaakt werk in beginsel geen zelfstandige manier van openbaar maken is en geen inbreuk op auteursrecht oplevert.

Ook internationaal

Internationaal is er vooral veel te doen rondom de status van linken naar krantenartikelen. Er zijn diverse rechtszaken geweest tussen uitgevers en websites die doorlinken naar volledige (kranten)artikelen. Belgische kranten hebben al jaren ruzie met Google News hierover, in Duitsland is er zelfs wetgeving om licentievergoedingen te kunnen innen bij tonen van kleine stukjes content in o.a. Google en in 2012 startte er in Zweden een rechtszaak die door de Zweedse journalistenvakbond aangespannen tegen de nieuwsaggregatiedienst Retriever. Op de site van een krant werd er, via Retriever, gelinkt naar artikelen van bij de vakbond aangesloten journalisten waarbij betalende leden zelfs het volledige artikel konden lezen. De Zweedse rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van een openbaarmaking maar de journalistenvakbond ging in hoger beroep bij de Zweedse Hoge Raad. Die wilde de vingers er niet meteen aan branden en stelde zelf zgn. prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie om duidelijkheid te krijgen op de vraag of en wanneer een hyperlink een auteursrechtelijke openbaarmaking is.

1. Is sprake van mededeling aan het publiek in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij wanneer iemand anders dan de houder van het auteursrecht op een bepaald werk op zijn website een aanklikbare link plaatst naar het werk?

2. Is het voor het antwoord op de eerste vraag relevant of het werk waarnaar de link verwijst, is geplaatst op een website op het internet waartoe iedereen zonder beperkingen toegang heeft dan wel of de toegang op enige wijze is beperkt?

3. Moet bij de beantwoording van de eerste vraag onderscheid worden gemaakt tussen gevallen waarin het werk, nadat de gebruiker op de link heeft geklikt, wordt getoond op een andere website, en gevallen waarin het werk, nadat de gebruiker op de link heeft geklikt, aldus wordt getoond dat de indruk wordt gewekt dat het op dezelfde website verschijnt?

4. Kan een lidstaat een ruimere bescherming bieden aan het uitsluitende recht van auteurs door onder het begrip “mededeling aan het publiek” een groter aantal handelingen te verstaan dan die welke zijn genoemd in artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29?

Vragen die best wel heel duidelijk en gericht zijn. De eerste vraag gaat over puur en alleen een hyperlink als eventuele openbaarmaking, de tweede dekt het onderscheid af tussen openbare en (deels) niet publiek toegankelijke content waar naar toe gelinkt wordt terwijl de derde over inline linken oftewel embedden gaat. Deze vragen dekken dus eigenlijk het reguliere hyperlinken af maar ook de voorbeelden van Sanoma en Buma/Stemra. De vierde vraag tenslotte is effectief een verzoek om specifiek te benoemen welke handelingen (eventueel nog meer) gerekend worden onder het openbaar maken.

Twee jaar later

Dat was 2012 maar vandaag volgde dan eindelijk het arrest van het Hof van Justitie met de antwoorden op de vier gestelde vragen. Het Hof neemt de eerste drie vragen samen in haar antwoorden en stelt dat een hyperlink naar een beschermd werk wel degelijk een mededeling is aan een publiek, en daarmee een openbaarmaking. Er zou echter pas opnieuw toestemming nodig zijn van de rechthebbende(n) als dat een mededeling aan een nieuw publiek zou zijn, te weten een publiek dat door de houders van het auteursrecht niet in aanmerking werd genomen toen zij toestemming verleenden voor de oorspronkelijke mededeling aan het publiek.

Hieruit volgt dat als een werk gepubliceerd en openbaar gemaakt is op een voor het grote publiek toegankelijke website er naar toe gelinkt mag worden vanaf een andere site. Het is immers hetzelfde doelgroep (alle gebruikers van internet) die sowieso al toegang hadden tot dat beschermde werk. Het maakt hierbij volgens het Hof dan ook niet uit als door het klikken op een (embedded) link het werk rechtstreeks getoond wordt, ook al staat dat werk op een andere site. Deze bijkomende omstandigheid wijzigt immers niets aan de vaststelling dat het plaatsen op een website van een aanklikbare link naar een beschermd werk dat op een andere website is bekendgemaakt en vrij toegankelijk is, tot gevolg heeft dat dit werk ter beschikking van de gebruikers van eerstgenoemde website wordt gesteld en dus een mededeling aan het publiek vormt. Aangezien het niet gaat om een nieuw publiek, is evenwel in elk geval de toestemming van de houders van het auteursrecht niet vereist voor een dergelijke mededeling aan het publiek.

Als een werk openbaar gemaakt is op een site die een afgebakend publiek heeft doordat er bijvoorbeeld een betaalmuur aanwezig is met een inlogsysteem ten behoeve van abonnees, dan kan er echter niet gelinkt worden naar dat beschermde werk als dankzij die link die beveiliging omzeild wordt. Er is dan dus wel opnieuw toestemming nodig van rechthebbenden om dat werk breder beschikbaar te stellen dan oorspronkelijk bedoeld in. Indien daarentegen een aanklikbare link de gebruikers van de website waarop deze link zich bevindt, in staat stelt om beperkingsmaatregelen te omzeilen die op de website waar het beschermde werk zich bevindt zijn getroffen teneinde de toegang van het publiek te beperken tot de abonnees ervan, en aldus een interventie vormt zonder welke die gebruikers niet zouden kunnen beschikken over de verspreide werken, dienen al deze gebruikers te worden beschouwd als een nieuw publiek dat door de houders van het auteursrecht niet in aanmerking werd genomen toen deze toestemming verleenden voor de oorspronkelijke mededeling, zodat de toestemming van de houders vereist is voor een dergelijke mededeling aan het publiek. Dit is met name het geval wanneer het werk niet meer beschikbaar is voor het publiek op de website waarop het oorspronkelijk werd medegedeeld of wanneer het thans op die website enkel beschikbaar is voor een beperkt publiek, terwijl het op een andere website toegankelijk is zonder toestemming van de houders van het auteursrecht.

Het Hof van Justitie concludeert hiermee dat het plaatsen op een website van aanklikbare links naar werken die op een andere website vrij beschikbaar zijn, geen handeling bestaande in een mededeling aan het publiek vormt. Hyperlinken naar een auteursrechtelijk beschermd werk is dus niet hetzelfde als de openbaarmaking van dat werk en is – zonder nieuwe toestemming – geoorloofd, tenzij de toegang tot dat werk al beperkt was. In dat geval kan het hyperlinken wel een inbreuk op het auteursrecht zijn als die toestemming niet verkregen wordt.

Tot slot verklaart het Hof als antwoord op de vierde vraag dat lidstaten geen ruimere interpretatie mogen geven aan het begrip ‘mededeling aan het publiek’ om zo een bredere auteursrechtelijke bescherming te geven aan rechthebbenden. Samen met de constatering dat er qua publiek geen onderscheid is tussen een reguliere hyperlink en een embedded link kan dit nog wel interessante consequenties hebben voor de heffing die door Buma/Stemra van diverse sites wordt geïnd. Buma/Stemra hanteert de (zeer) ruime interpretatie dat een embedded link wel degelijk een nieuwe openbaarmaking is en met de uitspraak van het Hof lijkt er nu in elk geval geen basis meer te zijn voor de embedtaks. [update 27-2-2014: Buma/Stemra trekt inderdaad de embedtaks in per 1-1-2014]

En ik kan in het vervolg zonder enige twijfel aangeven dat linken naar beschermde werken op internet nog altijd mag. Mits ze niet achter een inlog zitten natuurlijk.

Verder lezen: Het internet is (weer) gered: hyperlinken of embedden geen auteursrechtinbreuk (SOLV) // HvJ EU Svensson: Hyperlinken naar beschermde werken kan zonder toestemming (IE-Forum) // Het volledige arrest (HvJ EU) // EU-Hof: hyperlink geen inbreuk op auteursrecht (Webwereld)

@foto via Vlado / FreeDigitalPhotos

#

Mag je nu wel of niet ebooks downloaden uit illegale bron?

illegale bronVandaag oordeelde het Gerechtshof Den Haag dat het opleggen van een blokkade aan internet service providers voor domeinnamen en ip-adressen die door bittorrentsites worden gebruikt, niet voldoet aan de daaraan gestelde (proportionaliteits)eisen. Daarmee kwam de in 2012 opgelegde blokkade van The Pirate Bay door Ziggo en XS4ALL te vervallen. De rechter baseerde zich o.a. op het feit dat een dergelijke blokkade niet effectief bleek te zijn en dat hierdoor providers buitenproportionele maatregelen moesten nemen. Ook al overweegt BREIN nog in cassatie te gaan, het lijkt er toch wel op dat de blokkade van The Pirate Bay tot het verleden gaat behoren.

Vlak nadat dit nieuws bekend werd zag ik de eerste berichten verschijnen over het weer kunnen downloaden van ebooks van de grootste torrentsite. Ongetwijfeld waren de berichten deels als grap bedoeld maar ik zag daar echter wel weer verschillende antwoorden op komen die elkaar tegenspraken. Volgens de één mag je wel ebooks downloaden uit een illegale bron, volgens een andere mag het pertinent niet. Tijd om uit te zoeken wie er gelijk heeft.

Kopiëren en downloaden in de wet
De Auteurswet voorziet in diverse uitzonderingen, excepties, op het auteursrecht van de maker. Eén daarvan is de thuiskopie-exceptie. Die vind je echter terug in twee verschillende artikelen van de Auteurswet. De eerste, artikel 16b, stelt dat: Als inbreuk op het auteursrecht op een werk van letterkunde, wetenschap of kunst wordt niet beschouwd de verveelvoudiging welke beperkt blijft tot enkele exemplaren en welke uitsluitend dient tot eigen oefening, studie of gebruik van de natuurlijke persoon die zonder direct of indirect commercieel oogmerk de verveelvoudiging vervaardigt of tot het verveelvoudigen uitsluitend ten behoeve van zichzelf opdracht geeft.

Wat staat hier nou eigenlijk? Hier staat dat je werken mag kopieren voor eigen privé gebruik, zoals bijv. voor (zelf)studie zolang je er maar niets aan verdient. De laatste regel maakt het zelfs mogelijk dat je zo’n kopie ook door anderen mag laten maken. In het tweede lid van het wetsartikel worden echter boeken specifiek uitgezonderd van die brede mogelijkheid en wordt gesteld dat je slechts een deel van het boek mag kopiëren. Een volledige kopie, ook voor eigen gebruik, mag alleen gemaakt worden als er geen (nieuwe) exemplaren meer te verkrijgen zijn.

Beschouw je dus een ebook als een boek, dan mag je daar geen volledige kopie van maken en zou ook een gedownload ebook (als kopie van het origineel) niet mogen.

Artikel 16b of 16c
Maar daarmee zijn we er nog niet want artikel 16b is (alleen) van toepassing als een thuiskopie niet onder artikel 16c geregeld wordt. Artikel 16c beschrijft de mogelijkheid van het maken van een thuiskopie op een drager die bestemd is om een werk ten gehore te brengen, te vertonen of weer te geven, zoals het zo fraai in het eerste lid gemeld wordt. Als inbreuk op het auteursrecht op een werk van letterkunde, wetenschap of kunst wordt niet beschouwd het reproduceren van het werk of een gedeelte ervan op een voorwerp dat bestemd is om een werk ten gehore te brengen, te vertonen of weer te geven, mits het reproduceren geschiedt zonder direct of indirect commercieel oogmerk en uitsluitend dient tot eigen oefening, studie of gebruik van de natuurlijke persoon die de reproductie vervaardigt.

Het heeft hiermee in de praktijk meestal betrekking op het kopiëren naar digitale informatiedragers voor eigen gebruik, hoewel het onderscheid tussen 16b en 16c vooral gaat tussen ‘generieke’ kopieën en kopieën die op een daartoe bestemde drager worden gemaakt. Het kopiëren van een fysiek boek valt onder 16b maar het kopiëren van een audiocd naar een blanco beschrijfbare cdrom valt onder 16c.

Artikel 16c is de wettelijke basis voor het gegeven dat het in Nederland niet verboden is om muziek en films te downloaden van het internet. Ook materiaal dat zonder toestemming van de rechthebbenden op internet is gezet mag namelijk gebruikt worden ‘tot eigen oefening, studie of gebruik van de natuurlijke persoon die de reproductie vervaardigt’. Daar komen de discussies rondom illegaal downloaden ook om de hoek kijken, of beter gezegd, de discussies over het downloaden uit illegale bron.

En downloaden uit illegale bron is niet verboden
Op 15 november 2010 speelde een hoger beroep waarin aan de orde kwam of downloaden uit illegale bron voor privé-doeleinden al dan niet is toegestaan. Het (zelfde) Gerechtshof in Den Haag deed hierin de uitspraak:

Downloaden uit illegale bron is het downloaden van muziek- of filmbestanden die zonder toestemming van de auteursrechthebbenden op internet zijn geplaatst. Het hof heeft hierover het volgende beslist. Het downloaden uit illegale bron voor privé-gebruik is naar Nederlands recht toegestaan, omdat de Nederlandse regering bij de aanpassing van de Nederlandse Auteurswet aan de Europeesrechtelijke Auteursrechtrichtlijn uitdrukkelijk en herhaaldelijk heeft verklaard dat downloaden uit illegale bron voor privé-gebruik niet is verboden.

Goed, dus je mag downloaden uit illegale bron maar dan is nog steeds de vraag wat er gedownload mag worden. Gaat het alleen om de in de uitspraak genoemde muziek- en filmbestanden of zouden ook ebooks hieronder kunnen vallen? Voor het beantwoorden van die vraag is lid 2 van artikel 16c van belang. Deze stelt de voorwaarde dat voor die thuiskopie uit lid 1 een billijke vergoeding betaald moet worden aan de rechthebbenden. Voor het reproduceren, bedoeld in het eerste lid, is ten behoeve van de maker of diens rechtverkrijgenden een billijke vergoeding verschuldigd. De verplichting tot betaling van de vergoeding rust op de fabrikant of de importeur van de voorwerpen, bedoeld in het eerste lid.

En dat is de thuiskopieheffing. Een bedrag die op de in het eerste lid genoemde dragers wordt geheven en geïnd door Stichting de Thuiskopie. In eerste instantie alleen op beschrijfbare cd’s en dvd’s maar nadat op 1 januari 2013 de regeling werd uitgebreid, ook op computers, externe harde schijven, tablets, smartphones, laptops en harddiskrecorders.

Door die uitbreiding naar al die andere dragers kun je – mijns inziens – concluderen dat als je digitale kopieën maakt op een harde schijf van een pc of laptop, of op een smartphone of tablet, dat dus ‘daartoe bestemde dragers’ zijn zoals in artikel 16c staat aangegeven. Ongeacht of het nou films zijn, muziek is of ebooks. Games en andere software vallen hier overigens buiten aangezien hierover in een ander wetsartikel specifieke voorbehouden gedaan zijn.

Downloaden van ebooks, ook die uit illegale bron zoals The Pirate Bay, valt dan ook volgens mij – dankzij de thuiskopieheffing op alle apparaten waarmee je ze kunt downloaden – onder artikel 16c. Waarmee het downloaden van ebooks toegestaan zou zijn in Nederland zolang je ze niet zelf uploadt (wat je met bittorrent overigens standaard wel doet!) of op andere manieren verder verspreidt.

Maar het laatste woord is aan een rechter
Nu ben ik geen jurist en kun je hoe dan ook van mening blijven verschillen over de interpretatie van de thuiskopie-exceptie als het om downloaden van ebooks gaat. Ik heb uitgebreid gezocht maar kon geen jurisprudentie/uitspraken vinden van een gerechtshof over deze kwestie. Valt het maken van een thuiskopie van ebooks onder artikel 16c en is het daarmee toegestaan, ook uit illegale bron? Of zijn ebooks auteursrechtelijk gezien boeken en moeten ze onder artikel 16b gerekend worden? In dat laatste geval zou je niet zo maar geen thuiskopie mogen maken resp. een exemplaar mogen downloaden.

Heb ik toch eens een interessante vraag voor de rijdende rechter ;-)

Update 29-1-2014
Ik had het expres weggelaten om in een latere blogpost er verder op in te gaan maar ik voeg het nu alsnog toe. Op 9 januari van dit jaar publiceerde de Advocaat Generaal van het Europese Hof van Justitie een Conclusie naar aanleiding van een cassatie van een zaak die bij de Hoge Raad was beland. Dit betrof een aantal importeurs en leveranciers van dragers waarop thuiskopieheffing wordt geheven. Zij betoogden dat de thuiskopieheffingniet gebruikt mag worden om te compenseren voor downloads uit illegale bron en dat de thuiskopieheffing daarom verlaagd moet worden. Het Gerechtshof in Den Haag gaf Stichting Thuiskopie echter gelijk waarop de eisende partijen in cassatie gingen bij de Hoge Raad, die vervolgens vragen van uitleg stelde aan de Advocaat Generaal.
Een lang verhaal kort: de Advocaat Generaal van het Europese Hof van Justitie concludeert dat de thuiskopieheffing niet geheven mag worden over illegale content en dat daarmee de thuiskopie-exceptie niet zo mag worden uitgelegd dat deze van toepassing is op downloads uit illegale bron. Dus niet legaal films, muziek en ebooks downloaden van The Pirate Bay.
Het is nu wachten op de niet rijdende rechters van het Europese Hof van Justitie of ze deze Conclusie van de Advocaat Generaal overnemen in een arrest. Als ze dat doen dan zal ook in Nederland het downloaden uit illegale bron als een inbreuk op het auteursrecht van de rechthebbenden beschouwd moeten worden en komt het downloadverbod zeer waarschijnlijk weer op tafel te liggen. Met een lagere thuiskopieheffing maar ook met hernieuwde discussies over zin en onzin van het handhaven van een dergelijk downloadverbod.

#

Nogmaals over het auteursrecht op ondertiteling (en wat je er zelf aan kunt doen)

auteursrecht op ondertiteling copywrongs

Als ik één goed voorbeeld zou moeten noemen van wat er verbeterd zou moeten worden in de auteursrechtwetgeving, dan is het wel het gedoe rondom auteursrecht op ondertiteling dat nu speelt. Er is op zich niks mis met de Auteurswet die stelt dat de dialogen uit een film of tv serie, net als de dialogen in een boek, auteursrechtelijk beschermd zijn. Iedereen snapt wel dat een script – waar alle dialogen in uitgeschreven zijn – een beschermd werk is. Het is ook juist goed dat in dezelfde Auteurswet staat dat zelfgemaakte samenvattingen van boeken, maar dus ook van de dialogen in films en tv series, geen inbreuk zijn op het auteursrecht van de makers van de boeken, films of tv series.

Het gaat echter fout op het moment dat een belangenorganisatie met de Auteurswet in de hand poogt om dat eigen belang er door te drukken. Zo trad BREIN op tegen twee ondertitelingssites die in haar ogen inbreuk maakten simpelweg omdat dialogen uit tv series en films auteursrechtelijk beschermd zijn. Zonder daarbij aandacht te schenken aan de mate waarin het waarschijnlijk wel degelijk samenvattingen (kunnen) zijn natuurlijk. En zonder duidelijk te maken wiens rechten hier nu daadwerkelijk geschonden worden. Het is niet alsof BREIN de scriptschrijvers uit Hollywood vertegenwoordigt om Nederlandse ondertiteling van het internet te verwijderen.

Nee, ik blijf erbij dat claims van auteursrecht op ondertiteling afleidingsmanoeuvres zijn.

Zelfs in de antwoorden door staatssecretaris Teeven op de Kamervragen van PvdA lid Oosenbrug naar aanleiding van de actie door BREIN lees je andere belangen terug. Dan wordt er niet ingegaan op de achterliggende vraag of BREIN haar boekje te buiten gaat en de rechtstreekse vraag of ondertitelingsbestanden inbreuk maken op het auteursrecht maar wordt de beschikbaarheid van ondertitelingsbestanden faciliterend beschouwd voor het “illegale” aanbod van film- en tv materiaal door de staatssecretaris.

Ik ben er beducht voor dat de legale markt voor muziek, films en e-boeken sterk wordt gehinderd door grootschalig en kosteloos aanbod van illegale bestanden, hoe innovatief de daaraan ten grondslag liggende uitwisselingsmethoden ook vaak mogen zijn. Dit geldt ook wanneer zelfgemaakte ondertitels ervoor zorgen dat illegaal, buitenlands, aanbod toegankelijk wordt voor Nederlandstaligen. De legale markt kan alleen een eerlijke kans krijgen als illegaal aanbod kan worden aangepakt.

Juist. Ondertitels zorgen ervoor dat mensen tv series en films downloaden (wat nog steeds niet illegaal is ook al zou de Advocaat Generaal van het Europese Hof van Justitie dat graag anders zien) en dat vindt Teeven, samen met BREIN, niet wenselijk. En dus maakt het niet heel veel uit hoe het precies zit met het auteursrecht op ondertiteling. Of de ondertitelingssites terecht of onterecht aangepakt zijn door BREIN. Waarschijnlijk ligt alleen die ene vertaler zelf wakker van de sommatie van BREIN om ruim duizend euro te betalen en schriftelijk te beloven nooit meer een ondertitelingsbestand te maken op straffe van nog meer euro’s ‘boete’. Ondertitelingssites werken schijnbaar belemmerend voor de legale markt en dan is de Auteurswet vooral een middel om een ander doel te bereiken.

Wat kun je er aan doen?
Eigenlijk is het vooral hopen dat een site of individu het tot een rechtszaak laat komen tegen BREIN zodat het voor een rechter alleen nog maar kan gaan over de feiten. Dat is precies waar nu aandacht (en een donatie) voor gevraagd wordt rondom de zaak van de ondertitelingssites.

In het antwoord van Teeven verwijst hij eveneens naar de Europese consultatie die gaande is over de hervorming van het auteursrecht. Dat is niet alleen een gelegenheid voor de staatssecretaris om zijn mening te geven maar ook voor jou en mij. Op de Copywrongs site is zelfs specifiek het onderwerp van (onduidelijkheid over) ondertitelen van media als thema genoemd en je kunt daarmee de (laatste) vraag van de consultatie invullen over hoe het in jouw ogen zou moeten werken met bijvoorbeeld het mogen ondertitelen van beschermde werken binnen het auteursrecht. Dat kun je nog doen tot 5 februari.

De wetgeving zal heus niet spontaan en meteen worden aangepast maar ik denk dat het essentieel is om niet alleen de commerciele belangen van de markt te laten meewegen in hoe wet- en regelgeving tot stand komt. En helemaal als het gaat om ervoor te zorgen dat de Auteurswet geen grotere stok wordt om consumenten mee te slaan. Laat je dus niet afleiden.

#

Sherlock Holmes: Een studie in auteursrecht

Sherlock Holmes plaque on Abbey House, Baker Street
Ik ben een groot fan van Sherlock Holmes. Ik heb alle verhalen in de boekenkast staan, alle DVD’s van de jaren 80 tvserie met Jeremy Brett meerdere keren bekeken en beschouw de huidige tvseries Elementary en Sherlock als verplicht kijkvoer. Omdat je geen beroemde detective (of jurist) hoeft te zijn om te beseffen dat alle Sherlock Holmes verhalen van de schrijver Arthur Conan Doyle inmiddels in het publieke domein (moeten) liggen – Conan Doyle overleed in 1930 en het auteursrecht verloopt 70 jaar na het overlijden van de maker – was ik jaren geleden al verbaasd dat er nog wel degelijk auteursrecht geclaimd werd op de personages uit de Sherlock Holmes verhalen in Amerika.

“American slang is very expressive sometimes”
Het had me niet moeten verbazen eigenlijk want als er één land is waar commerciële belangen zwaarder wegen dan het auteursrecht dan is het Amerika wel. In 1998 werd daar de Copyright Term Extension Act (CTEA) ingevoerd die – net als in Europa want zo fijn gaat het hier ook weer niet – de duur van het auteursrecht verlengde van 50 jaar naar 70 jaar na het overlijden van de maker. De CTEA voegde er echter een belangrijke aanvulling aan toe: voor werken die voor 1 januari 1978 openbaar gemaakt zijn gemaakt werd de duur met nog eens 20 jaar verlengd.

In Amerika vallen de commercieel interessante werken echter bijna allemaal onder wat ze ‘corporate authorship‘ noemen (het auteursrecht van in opdracht gemaakte werken komt toe aan de opdrachtgever) en daar stond 75 jaar auteursrecht voor voordat ook deze duur werd verlengd met 20 jaar naar een totaal van 95. Het komt er op neer dat alle werken die ten tijde van de CTEA auteursrechtelijk beschermd waren – alles van 1923 en daarna – pas vanaf 2019 in het publieke domein komen te vallen. De CTEA wordt ook wel de Sonny Bono Copyright Extension Act of de Mickey Mouse Protection Act genoemd aangezien zowel Sonny Bono (ja, de echtgenoot van) als Disney grote inspanningen leverden om deze wetgeving er doorheen te krijgen. De laatste deed dat om te voorkomen dat de vroege tekenfilms van Mickey Mouse in het publieke domein zouden komen.

“The case is afoot”
Enfin, dat had en heeft dus ook invloed op de Sherlock Holmes verhalen want ook al zijn de meeste Sherlock Holmes verhalen gepubliceerd aan het eind van de 19e eeuw en begin van de 20ste eeuw, de laatste 10 verhalen zijn van na 1923 en zijn dus nog beschermd in Amerika. En ook al zijn de commerciële belangen niet zo groot als die van Disney, ze zijn ruim voldoende aanwezig om ze te willen claimen en beschermen. Het (Britse) bedrijf Conan Doyle Estate (CDE) beschikt over het auteursrecht van die resterende verhalen en bewaakt ze ook actief. In Amerika verstrekken ze ook licenties om de personages en de verhalen te mogen gebruiken aan o.a. Warner Brothers voor de Sherlock Holmes films met Robert Downey jr, CBS voor Elementary en de Amerikaanse distributeur voor de BBC serie Sherlock. Daarnaast sturen ze cease and desist brieven (een term die te mooi is om te vertalen) naar een ieder die poogt een bewerking van de Sherlock Holmes verhalen en personages commercieel te exploiteren.

Waarbij ze het lastige onderscheid tussen de verhalen die wel en die niet auteursrechtelijk beschermd zijn gemakshalve achterwege laten.

In de praktijk betekende dat bijna alle auteurs die zelf verhalen, gebaseerd op Sherlock Holmes verhalen, wilden publiceren terugkrabbelden en voor een licentie betaalden, ongeacht of dat nou helemaal terecht was of niet. Tenminste tot de CDE een brief stuurde naar Leslie Klinger die als redacteur op het punt stond een verhalenbundel te publiceren met verhalen die zich in de wereld van Sherlock Holmes afspelen. Hij stelde dat alle in die bundel gebruikte elementen uit de Sherlock Holmes verhalen vrij zijn van auteursrecht en spande een rechtszaak aan tegen de CDE.

En toen werd het pas echt interessant. De CDE kon moeilijk claimen dat ze het auteursrecht hebben op de Sherlock Holmes verhalen van voor 1923 en dus gooiden ze het over een andere boeg. Ze beargumenteerden dat de personages van Sherlock Holmes en Dr. Watson zich door hadden ontwikkeld gedurende de (beschermde) tien verhalen en dat daardoor alle rechten op beide personages beschermd zouden blijven tot het laatste verhaal in 2022 in het publieke domein zou komen.

“Elementary, my dear Watson”
Afgelopen week kwam er een uitspraak (PDF) van het Amerikaanse hoger gerechtshof die dat argument resoluut afschoot. Alleen de verhaallijnen, dialogen, personages en karaktereigenschappen die in de tien nog beschermde verhalen geïntroduceerd worden vallen onder de verlengde bescherming terwijl de rechter het gegeven dat een werk in het publieke domein nooit meer geclaimd kan worden als fundamenteel uitgangspunt van het auteursrecht bestempelt.

It is a bedrock principle of copyright that “once work enters the public domain it cannot be appropriated as private (intellectual) property,” and even the most creative of legal theories cannot trump this tenet. Having established that all but the Ten Stories have passed into the public domain, this Court concludes that the Pre-1923 Story Elements are free for public use.

De rechter oordeelt dus dat de verhaallijnen, dialogen, personages en karaktereigenschappen uit de verhalen van voor 1923 in het publieke domein vallen en dat al die verhaalelementen uit de tien verhalen van na 1923 wel degelijk auteursrechtelijk beschermd zijn.

“What you do in this world is a matter of no consequence. The question is what can you make people believe you have done.”
Voor Leslie Klinger, die wel degelijk verhaalelementen uit die tien verhalen in zijn bundel heeft staan, betekent het dat daarvoor alsnog een licentie afgesloten zal moeten worden. Voor de Conan Doyle Estate zijn de mogelijke consequenties wat groter want ze kunnen nu alleen maar licenties afsluiten voor de laatste tien verhalen en de specifieke verhaalelementen uit die tien verhalen. Dat zal weinig impact hebben op al afgesloten licenties aangezien zowel de films als de tvseries elementen uit die tien verhalen zullen gebruiken maar het biedt nu wel ruimte om commerciële bewerkingen te maken zonder daarvoor per se een licentie met de CDE af te sluiten.

Maar het feit dat er nu een uitspraak ligt over de rechten op personages die in werken voorkomen die op hun beurt in het publieke domein zijn gekomen heeft waarschijnlijk wel grotere consequenties in het Amerikaanse auteursrecht. Zodra het auteursrecht verloopt op een werk waarin een personage geïntroduceerd werd, komt ook het personage in het publieke domein te vallen. Ook als er (vele) werken over dat personage daarna zijn gepubliceerd die nog wel auteursrechtelijk beschermd zijn. Rechthebbenden kunnen dan niet meer voorkomen dat anderen werken maken en exploiteren die gebaseerd zijn op die personages of die personages zelf bevatten.

En dat gaat dan ook verder dan alleen Amerika want de commercieel interessante personages uit het begin van de 20ste eeuw zijn wereldwijd bekend en mogen dan ook wereldwijd gebruikt worden in dat geval. Niet alleen Sherlock Holmes maar de stopwatch is nu ook gestart voor Disney’s Mickey Mouse die in 1928 zijn debuut maakte en wiens eerste cartoon in 2023 in het publieke domein komt.

Mits er in de tussentijd geen nieuwe Mickey Mouse Protection Act ingevoerd wordt natuurlijk.

@foto: gregwake via photopin Creative Commons
#

Waarom auteursrecht claimen op ondertiteling en songteksten een afleidingsmanoeuvre is

bizar auteursrecht ondertiteling songteksten
In de strijd van rechthebbenden tegen het – in hun ogen – illegaal hergebruik van hun kostbare en beschermde content op internet zijn we tegenwoordig in een nieuw hoofdstuk beland. Werden de pijlen wereldwijd van de vele belangenorganisaties voorheen gericht op sites die films, muziek of tvseries rechtstreeks als downloads aanboden, tegenwoordig wordt geschoten op alles wat zich in de periferie afspeelt. Onder de brede paraplu van ‘inbreuk op auteursrechten’ worden via usenet indexeersites, sites met ondertiteling en sites met songteksten vooral de consument op de korrel genomen.

Belangenorganisaties die de muziek- of filmindustrie vertegenwoordigen, zoals in Nederland o.a. BREIN, worden er bij het grote publiek niet populairder op en dat geldt ook voor het hele onderwerp van auteursrechten. Bij elk voorval, of het nu om FTDworld of recent nog Bierdopje gaat, is er sprake van een community die samenwerkt met een gezamenlijk doel. En dan kun je wel aanvoeren dat indexeersites verwijzen naar illegaal geupload materiaal – het downloaden ervan blijft vooralsnog gewoon toegestaan onder de Nederlandse wetgeving – en dat de bij ondertiteling vereiste film- en tv series vast ook niet legaal verspreid zijn, maar de link met auteursrechten blijft discutabel op zijn best. Waarna verontwaardigde gebruikers en leden van dergelijke communities zich nogal terecht afvragen waar het nou fout is gegaan met de – in hun ogen – belachelijke interpretatie van het auteursrecht.

Letter van de wet vs. hoe je die leest
En met die interpretatie gaat het ook niet altijd goed. Tenminste, in die gevallen waar er überhaupt een rechter aan te pas is gekomen want dat gebeurt ook maar zelden bij dit soort voorvallen. Tegen FTD besloot de rechter in 2011 dat de indexeersite weliswaar het delen van auteursrechtelijk beschermd materiaal stimuleerde (ondanks dat de site dus zelf geen materiaal verspreidde) maar dat vooral het interne beloningssysteem van kudos hierin de doorslag gaf. Het zou de leden van de community (zeer) actief aanzetten tot het opsporen en delen van beschermd materiaal. Je kunt hierbij maar nauwelijks spreken van een directe link met wat er in de wetgeving genoemd wordt.

Het raakt echter wel (een beetje) aan het meestgebruikte argument in discussies rondom auteursrecht en dergelijke initiatieven van eindgebruikers. En dat is dat zodra anderen met jouw content geld gaan verdienen het ineens door iedereen redelijk gevonden moet worden dat er ingegrepen mag worden door rechthebbenden. De basis van het auteursrecht is ook dat je als maker van een werk zelf mag bepalen hoe (en of) je dat werk openbaar maakt en exploiteert. Het feit dat anderen je werk zonder toestemming gebruiken om er zelf geld aan te verdienen is daarmee ook een fundamentele pijler geworden in bijna alle rechtszaken die over inbreuken gevoerd worden. Terecht overigens maar zoals met alles in het leven kent ook dit argument vele kanten die niet altijd even netjes belicht worden door rechthebbenden.

Als je als rechthebbende zelf je werken – al dan niet via een uitgever of platenmaatschappij – op de markt hebt gebracht, dan is het logisch dat je optreedt als anderen jouw werken ook ineens gaan verkopen. Of als je er voor gekozen hebt juist iets niet te willen verkopen en anderen doen dat vervolgens alsnog zelf. Precies waar het auteursrecht voor bedoeld is.

Denk niet zwart wit
Maar zeker op internet is het maar zelden zo zwart wit. Wat als anderen jouw werken gebruiken, daar zelf ook stevig in investeren en geld weten te verdienen met werken op een manier die je als rechthebbende zelf niet hebt kunnen bedenken? Wat als er helemaal geen rechtstreeks geld verdiend wordt maar een site, zoals FTD, vooral een grote community wil zijn en daar fictieve kudos als beloning voor gebruikt? Wat als anderen jouw werken zonder toestemming gebruiken maar jij als artiest of schrijver daar zelfs beter van wordt omdat het jouw eigen verkoopcijfers stimuleert? Je hebt dan nog steeds het auteursrecht maar wellicht niet het gelijk aan je kant.

In de rechtszaak tegen NederlandFM besloot de rechter dat de site illegaal de radiostreams van tientallen internetradiozenders embedde en aanbood omdat de site er (goed) aan verdiende via de advertenties. Een begrijpelijk vonnis maar hoeveel (duizenden) luisteraars zouden de radiozenders verloren hebben als NederlandFM was gestopt? Een portal met vele zenders was nooit bedoeld voor trouwe luisteraars van 1 zender – die rechtstreeks luisteren – en er was kennelijk veel behoefte aan een alles-in-1 site want anders had de site ook geen geld kunnen verdienen met advertenties. Gelukkig heeft NederlandFM nu afspraken gemaakt met Buma en Sena en bestaat de site nog.

Meezingen zonder toestemming
Een ander goed voorbeeld zijn de vele sites die songteksten aanbieden. Auteursrechtelijk gezien is het heel duidelijk want de teksten van muzieknummers zijn gewoon auteursrechtelijk beschermde werken. En dus heb je een verontwaardigde belangenorganisatie – in dit geval de National Music Publishers Association (NMPA) – die probeert om lyrics sites met advertentie-inkomsten offline te halen. Omdat er veel geld in om kan gaan en tekstschrijvers daar geen cent van zien. De NMPA benadrukt dat fansites en blogs niet aangesproken worden maar vindt het niet kunnen dat sites geld verdienen aan het verspreiden van songteksten.

En hier houdt mijn begrip op want de muziekuitgevers hebben geen verdienmodel met songteksten. Niemand verkoopt songteksten omdat ze weten dat niemand er voor zou betalen. En omdat songteksten alleen maar relevant zijn in combinatie met de uitvoering. Er wordt geen muzieknummer of -album minder verkocht omdat je de bijbehorende songteksten gratis op internet kunt vinden. Integendeel zou ik durven zeggen. Juist het mee kunnen zingen mbv teksten kan bepalend zijn in de keuze van muziek waar je naar wilt luisteren online. Het werkt bij mij tenminste wel zo met de lyrics plugin die ik in mijn browser geïnstalleerd heb en ik zou minder muziek luisteren/kopen van artiesten die actief proberen de songteksten te verwijderen. Gelukkig snappen sommige muziekmaatschappijen en artiesten dat je beter kunt zoeken naar een oplossing waar je zelf beter van wordt ipv alleen maar op te treden tegen anderen die iets bedacht hebben waar je zelf niet aan wilde. In je recht staan is wat anders dan verstandig omgaan met je rechten.

Tekst ter verduidelijking
De actie van BREIN tegen Bierdopje is uiteindelijk het beste voorbeeld van hoe het argument van auteursrechtinbreuken misbruikt wordt. Je kunt al genoeg twijfels hebben of er wel auteursrecht (van anderen) op zelfgemaakte ondertiteling rust maar ongeacht hoe een rechter daar ook over zou oordelen, het is lastig te zien welke belangen hier precies geschonden worden. De ondertitelingsbestanden werden door de leden van de community zelf gemaakt, vertaald en/of aangepast waarna ze gratis en vrijelijk verspreid werden. Zonder advertenties op de site of andere inkomsten en zonder dat de makers van deze bestanden zelf rechten claimden op de ondertiteling. Geen enkele TV zender, scriptschrijver of film-/televisiemaker had ooit een verzoek bij de site ingediend om ermee te stoppen.

Het is duidelijk dat BREIN alleen claimde dat de site inbreuk maakte op auteursrechten omdat men zelf een link legde tussen de ondertitelingsbestanden en het feit dat je deze in de praktijk vaak gebruikt om tv series en films te kijken die illegaal verspreid zijn. Dat je deze in dit land legaal mag downloaden en dat er geen enkele rechthebbende via BREIN daadwerkelijk claims op de door Bierdopje gemaakte ondertiteling heeft gedaan werd er natuurlijk niet bij vermeld. Het is begrijpelijk, maar wel erg jammer, dat de zaak niet voor de rechter is gekomen aangezien ik dat vonnis graag had willen lezen.

Want alle discussies en argumenten over inbreuken, auteursrechten en de belangen van rechthebbenden zijn bovenal afleidingsmanoeuvres. Die de aandacht afleiden van de intimidatietechnieken die belangenorganisaties inzetten tegen sites die voorzien in behoeftes die de contentindustrie zelf nog maar nauwelijks herkent. Blafbrieven, dure advocaten en langslepende juridische procedures die het vele sites onmogelijk maakt zelfs maar de discussie aan te kunnen gaan. Maar die ook de aandacht afleiden van de noodzaak om als rechthebbenden met nieuwe verdienmodellen te komen die een betere invulling geven aan hun recht tot exploitatie. Er wordt nog steeds liever energie gestoken in het oprichten van belangenorganisaties die de auteurswet als wapen inzetten naar hun eigen klanten toe dan in het maken van een aantrekkelijk product waar klanten voor willen betalen.

Uiteindelijk is het niet alleen de auteursrechtwetgeving waar de verandering in moet plaatsvinden maar moet er vooral iets veranderen in hoe het toepast wordt in deze tijd. Laten we beginnen met het opheffen van al die belangenorganisaties en de discussies rechtstreeks voeren met die rechthebbenden. Zonder sommaties. Zodat rechthebbenden hopelijk ook zien welke behoeften van hun (potentiële) klanten er achter de inbreuken zitten zonder meteen met handhaven van hun rechten te beginnen. Terecht of onterecht.

We zijn op een punt gekomen dat elke consument, elke site-eigenaar en elke blogger een deskundige moet zijn in het auteursrecht om gebruik te mogen maken van iets dat door een ander bedacht is. Dat we zoiets normaal zijn gaan vinden is wel het beste bewijs dat die afleidingsmanoeuvres helaas nog steeds werken. Uiteindelijk zullen de belangen van gebruikers en die van de makers wat dichterbij elkaar moeten komen wil er echt wat veranderen.

@foto: Krista76 via photopin cc

#

Google Books Library Project is fair use. Wat betekent dat voor bibliotheken?

google books library project

Afgelopen donderdag kwam er dan eindelijk een einde aan een langslepende rechtszaak die het Amerikaanse Authors Guild al in 2005 aangespannen had tegen Google. Een rechtszaak waarbij de vakvereniging van auteurs(rechthebbenden) stelde dat het Google Books Library Project – het project van Google waarin 20 miljoen boeken van bibliotheken wereldwijd ingescand en digitaal beschikbaar gemaakt worden – inbreuk maakte op hun auteursrechten. Behalve het Authors Guild deed ook de Association of American Publishers (AAP) een duit in het zakje want namens de vijf grote uitgevers in Amerika (McGraw-Hill, Pearson Education, Penguin Group USA, John Wiley & Sons, and Simon & Schuster) spanden ook zij een rechtszaak aan tegen Google in dat jaar.

Lange aanloop
De Association of American Publishers trok zich vorig jaar echter terug uit de rechtszaak toen ze een schikking troffen met Google. De zorgen van de AAP gingen vooral over de impact van de beschikbaarheid van korte fragmenten uit boeken die nog steeds verkocht werden, en dan natuurlijk specifiek over de kans dat mensen minder boeken zouden kopen als ze korte stukken gratis digitaal konden raadplegen. In de schikking werd afgesproken dat uitgevers zelf meer controle kregen over titels die wel of niet opgenomen zouden worden in Google Books maar ook dat uitgevers die meewerken zelf ook digitale exemplaren konden gaan exploiteren.

Ondanks het afhaken door de AAP zette het Authors Guild de zaak tegen Google onverminderd door en begon er ook prompt nog eentje tegen de HathiTrust.

HathiTrust is een samenwerkingsverband van een groot aantal (voornamelijk Amerikaanse) onderzoeksinstituten en universiteitsbibliotheken met als doel een digitale bibliotheek te bouwen, bestaande uit de gedigitaliseerde collecties van alle deelnemende bibliotheken. Een collectie boeken die door Google in het kader van hun Library Project dus gedigitaliseerd werd en waarbij er zowel digitale exemplaren naar de bibliotheken gingen die het fysieke exemplaar in hun collectie hadden, naar de digitale bibliotheek van HathiTrust en natuurlijk richting Google Books. HathiTrust claimde dat deze scanactiviteiten onder de fair use bepaling vielen en kregen daar een jaar geleden ook gelijk in van de rechter. Het digitaliseren van boeken, met als doel het doorzoekbaar maken en preserveren ervan, viel ruim binnen de fair use beperking op het auteursrecht.

Ik dacht toen dat het Authors Guild met die uitspraak, plus de schikking tussen Google en de AAP, de bui wel zag hangen en ook zou aansturen op een schikking maar nee dus. Ze gingen in hoger beroep tegen HathiTrust en gingen onverminderd door met hun zaak tegen Google. Na flink veel juridisch vijven en zessen deed de oorspronkelijke rechter, die in 2005 de zaak kreeg, dus afgelopen donderdag uitspraak.

Google Books Library Project is fair use
De rechter nam het argument van Google over dat het scannen van meer dan 20 miljoen boeken ten behoeve van een digitale database, waarbij fragmenten van die boeken online beschikbaar worden gesteld, onder de fair use beperking op het auteursrecht valt. Google pleegt dus geen inbreuk op de auteursrechten en de boeken kunnen zonder toestemming van of vergoeding aan rechthebbenden ingescand worden voor het Google Books Library.

Nu is fair use iets specifieks voor het Amerikaanse auteursrecht. Er wordt – meestal door een rechter – gekeken naar waarvoor een auteursrechtelijk beschermd werk gebruikt wordt, de aard van dat werk, hoeveel van dat werk gebruikt wordt en wat het effect van dat gebruik op de markt is. In de uitspraak (PDF) gaat de rechter dan hier ook op in maar bestrijdt eigenlijk alle door de Authors Guild aangevoerde argumenten. Het interessantste betoog en onderbouwing van de fair use uitspraak gaat mijns inziens over wat het Library Project en de Google Books dienst allemaal als voordelen oplevert:

The benefits of the Library Project are many. First, Google Books provides a new and efficient way for readers and researchers to find books.It makes tens of millions of books searchable by words and phrases. It provides a searchable index linking each word in any book to all books in which that word appears. Google Books has become an essential research tool, as it helps librarians identify and find research sources, it makes the process of interlibrary lending more efficient, and it facilitates finding and checking citations. Indeed, Google Books has become such an important tool for researchers and librarians that it has been integrated into the educational system — it is taught as part of the information literacy curriculum to students at all levels.

Daarnaast ziet de rechter grote voordelen voor taalkundig en historisch onderzoek, een bijdrage aan de verbeterde toegankelijkheid van boeken voor blinden en slechtzienden, het beschikbaar houden van boeken die niet meer gekocht kunnen worden en ziet zelfs inkomstenstijgingen voor auteurs en uitgevers dankzij Google Books.

Wat betekent het voor (Nederlandse) bibliotheken?
Een hele directe impact zal de uitspraak niet hebben voor digitaliseringsprojecten van Nederlandse bibliotheken. De Koninklijke Bibliotheek, die meedoet aan het Google Books Library Project, heeft zich moeten beperken tot 160.000 rechtenvrije boeken uit haar collectie en kan nog steeds niet zo maar alle werken van na 1940 laten inscannen. De beperkingen in de Nederlandse Auteurswet zijn niet vergelijkbaar met de fair use bepaling uit het Amerikaanse recht en lenen zich niet voor dit soort digitaliseringstrajecten.

Maar de achterliggende redenen en onderbouwing van die uitspraak over de aantoonbare voordelen van Google Books gaan wel degelijk over de grenzen heen. Voor onderwijs- en onderzoeksdoeleinden is een bron als Google Books niet meer weg te denken en na deze uitspraak mag je veronderstellen dat het alleen maar verder zal groeien. De doos van Pandora is geopend en zal niet sluiten omdat in een groot aantal landen de auteursrechtwetgeving geen fair use bepaling kent. Hopelijk zal het nu één van de zoveel redenen zijn om op Europees niveau naar herziening van auteursrechtwetgeving te kijken en, vergelijkbaar met het traject om een uitzondering op het auteursrecht te introduceren voor het beschikbaar maken van materiaal voor mensen met een visuele beperking, het besef opleveren dat er voor dit soort digitaliseringstrajecten van bibliotheken, musea en andere culturele erfgoedinstellingen ook een wettelijke uitzondering gemaakt moet worden.

En tot die tijd moeten bibliotheken, al dan niet samen met Google, misschien maar de grenzen van het auteursrecht gaan opzoeken. If you want to achieve greatness stop asking for permission, of zoals we in Nederland zouden zeggen: men kan geen omelet maken zonder eieren te breken.

@ foto: Thomas Hawk via Flickr cc

#

Pagina 1 of 9123...Laatste »
  • © 2006- 2014 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top