Nintendo en YouTube Content ID: geen filmpjes blokkeren maar er aan verdienen

nintendo
Ik was het zelf nog niet eerder tegen gekomen. Een rechthebbende die het Content ID systeem van YouTube gebruikt om advertenties aan YouTube filmpjes toe te voegen. Om zelf te verdienen aan de filmpjes die anderen maken waarin beschermde beelden in voorkomen. Maar vooral dus om te voorkomen dat die anderen er geld aan verdienen.

Content ID is een set aan tools voor rechthebbenden wiens content (met enige regelmaat) geupload wordt op YouTube. Rechthebbenden – meestal tv/filmstudio’s en uitgevers – uploaden dan zelf via die tools hun content als referentiemateriaal naar de servers van YouTube en kunnen aangeven hoe er door YouTube gehandeld moet worden als die content door het publiek op YouTube gezet wordt. Filmpjes kunnen dan automatisch verwijderd worden of aangepast worden met links naar de eigen oorspronkelijke content toe.

youtubecontentid

In de praktijk wordt Content ID vooral gebruikt om filmpjes en muziekvideo’s te verwijderen als een inbreuk gesignaleerd wordt door het systeem. De uploader krijgt dan een waarschuwing en bouwt een soort strafblad op bij YouTube waarmee je – bij herhaling – zelfs volledig verbannen kunt worden van de videosite.

Enkele weken geleden maakte Nintendo bekend dat ze middels het Content ID systeem video’s die content van Nintendo (spellen) bevatten automatisch lieten voorzien van advertenties.

As part of our on-going push to ensure Nintendo content is shared across social media channels in an appropriate and safe way, we became a YouTube partner and as such in February 2013 we registered our copyright content in the YouTube database. For most fan videos this will not result in any changes, however, for those videos featuring Nintendo-owned content, such as images or audio of a certain length, adverts will now appear at the beginning, next to or at the end of the clips. We continually want our fans to enjoy sharing Nintendo content on YouTube, and that is why, unlike other entertainment companies, we have chosen not to block people using our intellectual property.

En inderdaad, bij YouTube filmpjes waarin beelden te zien zijn van Nintendo personages of spellen zijn nu ook Nintendo advertenties te zien. En daar is de Let’s Play community op YouTube niet blij mee. Om het nog mild uit te drukken. Honderden gamers besteden namelijk duizenden uren aan het maken en uploaden van uitgebreide video’s waarin je – vaak met begeleidend commentaar en tips – door het hele spel meegenomen wordt. Dat zijn de Let’s Play video’s die fungeren als (zeer) uitgebreide besprekingen of als walkthroughs voor mensen die vast zitten in een spel.

Dus heb je nu boze YouTube gebruikers die – best wel terecht – aangeven dat ze met hun filmpjes een grote bijdragen leveren aan het succes van Nintendo spellen en nu gedwongen worden hun eigen advertenties en inkomsten bij die filmpjes op te geven aan Nintendo. En aan de andere kant Nintendo die – eveneens best wel terecht – gebruik maakt van hun rechten om geld te verdienen aan hun eigen content. Die zelfs vindt dat ze het nog sympathiek doen door die content niet meteen te laten verwijderen.

Of Nintendo er verstandig aan doet om een grote groep loyale Nintendo gamers tegen zich in het harnas te jagen in ruil voor wat (geringe?) advertentie-inkomsten waag ik te betwijfelen. Helemaal nu zowel Sony als Microsoft voor hun nieuwe consoles specifiek de functionaliteit toevoegen om beelden uit spellen meteen op (o.a.) YouTube te plaatsen. Het is goede reclame en je laat je eigen gebruikers een community bouwen rondom zowel je console als de spellen. Dan kun je wel beschikken over de auteursrechten, merkrechten, naburige rechten enz maar daarmee geven Sony en Microsoft aan te snappen dat je die rechten beter kunt inzetten om draagvlak voor je producten te creëren ipv je fanatieke klanten te pesten.

Rechten hebben is één ding, er verstandig mee omgaan is heel wat anders.

@ afbeelding gemaakt als screenshot van een Lets Play video van Donkey Kong Country Returns 3D

#

auteursrecht

Nieuwsartikelen overnemen? Alleen de eerste 50 woorden gratis en dan betalen

Wat doe je als krant als je artikelen steevast opduiken op sites van particulieren, bedrijven en verenigingen? Als je met lede ogen moet aanzien hoe nieuwsberichten – al dan niet opzettelijk – klakkeloos worden overgenomen en anderen daar geld mee gaan verdienen?

Dan trek je een grens, leg je uit waarom je die grens meent te moeten trekken en maak je duidelijk dat die grens vanaf nu gehandhaafd gaat worden. Dat is precies wat alle zeven (grote regionale) kranten van Wegener afgelopen week deden in een gelijksoortig bericht over het niet gratis zijn van nieuws. De Wegener kranten gaan naar eigen zeggen hun auteursrecht beter bewaken en laten auteursrechteninternetpolitiebureau Auxen vanaf 1 mei los op het internet om op blogs, websites en sociale media te gaan speuren naar teksten en foto’s die sprekend lijken op, of identiek zijn aan, wat door de regionale kranten gepubliceerd is.

50 woorden norm
Wegener introduceert met dit nieuwe auteursrechtenbeleid wel formeel de 50 woorden grens als norm en onderscheid tussen illegaal hergebruik en legaal citeren van hun nieuwsartikelen. Neem je meer over dan dien je vooraf toestemming te vragen en – indien toestemming wordt verleend – een eenmalig gebruiksrecht te kopen voor € 0,36 per woord.

Daaruit mag je concluderen dat nieuws wel gratis is (blijft?) als je binnen die 50 woorden blijft. Een kleine drie 3 regels. Maar pas op want het gaat expliciet om de eerste 50 woorden van een nieuwsartikel. Dus geen pakkend citaat uit de tweede alinea of de samenvatting aan het einde maar ‘slechts’ de eerste 50 woorden waar een artikel mee begint.

Dat is enerzijds positief omdat Wegener – geen kleine jongen – daarmee een precedent schept waardoor andere uitgevers moeilijk hetzelfde kunnen gaan verbieden. Anderzijds zijn de eerste 50 woorden eigenlijk alleen maar van toepassing voor sites die (automatisch) nieuws aggregeren dat van de krantensites afkomstig is. Vanuit de RSS feeds van al die krantensites bijvoorbeeld. En dat is natuurlijk sowieso eenvoudig te beïnvloeden want je kunt als redactie besluiten vanaf nu alle nieuwsberichten te laten beginnen met een generieke introductie. Vijftig woorden waar je weinig aan hebt zeg maar.

Weer handhaving en geen bewustwording
Het is natuurlijk best slim van de Wegener kranten. Focus op het handhaven van het auteursrecht van hun eigen content om daarmee je meerwaarde te (blijven) aantonen en duidelijk te maken dat kwalitatief nieuws inderdaad niet gratis is. Maar leg ook de nadruk op het wel gratis weggeven van die eerste 50 woorden.

Niet alleen kun je dat al zowat niet verbieden onder de citaatexceptie in de Auteurswet, die sigaar uit eigen doos zal leiden tot meer verkeer en links naar de eigen krantenwebsites aangezien bronvermelding en verwijzen naar de krantensite de randvoorwaarden zijn om die eerste 50 woorden te mogen gebruiken.

Dat een citaat nu min of meer wordt hergedefinieerd naar die eerste 50 woorden betekent waarschijnlijk dat men vooral grip wil krijgen op de geautomatiseerde aggregatiesystemen. In tegenstelling tot een blogger of site-eigenaar zijn die systemen (nog?) niet snugger genoeg om zelf een relevant citaat van 40 a 50 woorden te halen uit een artikel. Of Wegener inderdaad nog plannen heeft om te gaan sleutelen aan de inhoud van die eerste 50 woorden valt nog te bezien maar ondanks de menselijke toon van het artikel kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat dit nieuwe beleid vooral gericht is om het overnemen van nieuwsartikelen door nieuwsaggregatiesystemen aan banden te leggen.

Terwijl straks wel Auxen – voorheen bekend als Cozzmoss als je nog even wilt nazoeken hoe fijn die in het verleden handelden naar bloggers en website-eigenaren – hoogstwaarschijnlijk particulieren weer gaat lastig vallen met vervelende brieven en facturen. Dan kun je als kranten nog zo’n redelijke toon aanslaan maar zal dat weinig begrip opleveren van mensen die sowieso niet snappen dat ze iets verkeerd doen door nieuws dat online staat over te nemen.

Een gemiste kans wat mij betreft om behalve (of in plaats van) die 50 woorden norm niet een grens te trekken tussen commercieel en niet-commercieel hergebruik zodat je mensen de ruimte geeft om op hobby- en verenigingssites af en toe een relevant nieuwsbericht over te nemen. Terwijl je de commerciele tarieven rekent voor sites die er zelf ook aan verdienen. Daar zou Auxen ook best op kunnen controleren en je hoeft niemand uit te leggen dat het echt wel jatten is als je er zelf vervolgens geld aan verdient.

Maar goed, mijn artikelen mag je wel helemaal overnemen hoor ;-) Mits met bronvermelding!

#

auteursrecht

Toestemming verzocht: over auteursrecht op foto’s en afbeeldingen op je blog

Natuurlijk is het al lastig genoeg om met enige regelmaat nieuwe stukjes voor je blog te bedenken zonder ook nog diep te moeten nadenken over de afbeeldingen of foto’s die je er bij wilt plaatsen. Hoe gemakkelijk is het niet om eenvoudig het onderwerp van je blogpost in Google te typen en te kijken of je daar geschikte plaatjes bij vindt om je blogpost wat op te leuken. Het oog wil ook wat, nietwaar?

Maar dat is precies wat je als blogger dus niet moet doen.

Ook al staat het internet vol met leuke, boeiende, interessante en mooie foto’s, het wil niet zeggen dat je ze zo maar mag gebruiken. Mag overnemen voor eigen gebruik. Mag stelen feitelijk. Want dat doe je als je het vanuit het perspectief van de maker van die foto’s bekijkt. Die heeft een foto gemaakt of tijd gestoken in het maken van een illustratie. Die zijn het intellectuele eigendom van die maker en ook al zet hij of zij dat op internet, dat wil niet zeggen dat je dat zo maar mag overnemen. Mag stelen.

Op (bijna) alle foto’s en afbeeldingen die je online vindt rust auteursrecht. En dat betekent dat je wel moet nadenken over de afbeeldingen en foto’s die je op je blog wilt gebruiken. Daarmee voorkom je problemen als de rechthebbenden in de gaten krijgen dat je hun werken zo maar overgenomen hebt en ze beginnen met het versturen van boze brieven en rekeningen. Je wilt immers niet zo krampachtig hoeven te reageren als Kluun die zijn hele blog daarvoor (schijnbaar) verwijderde.

Een kleine introductie op het auteursrecht
Het auteursrecht is het uitsluitend recht van den maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, of van diens rechtverkrijgenden, om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen, behoudens de beperkingen, bij de wet gesteld. Dat is artikel 1 van de Auteurswet en het zegt eigenlijk heel simpel dat als jij een werk maakt jij het exclusieve recht hebt om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen. Niemand anders mag dit vervolgens opnieuw openbaar maken (publiceren) of kopiëren.

auteursrechtArtikel 10 van de Auteurswet geeft een hele opsomming van wat er allemaal onder werken verstaan wordt maar in de praktijk valt daar bijna alles onder. Je hebt al heel snel het auteursrecht op iets dat jij gemaakt hebt en dat wordt eigenlijk alleen begrensd door een inhoudelijke factor. Dat is dat er dan wel minimaal sprake moet zijn van een eigen oorspronkelijk karakter en een persoonlijk stempel van de maker. Je moet dus wel iets maken dat niet ontleend is aan een al bestaand iets en waar je als maker eigen creatieve keuzes in gemaakt hebt.

Met foto’s staat dit bijna nooit ter discussie. Alleen al het kiezen van het onderwerp, perspectief, belichting en sluitertijd geeft een fotograaf het auteursrecht op een gemaakte foto. Bij afbeeldingen en illustraties is dat vaak nog duidelijker want de stijl van de maker zul je al snel terugzien.

“Gelaagde” rechten
Dat er auteursrecht op foto’s berust is al duidelijk genoeg maar juist met foto’s heb je veelal te maken met meerdere rechten. Als er een persoon gefotografeerd is bijvoorbeeld dan geldt ook het portretrecht van die persoon. Maar er kan ook modelrecht zitten op een gefotografeerd voorwerp. Of merkenrecht. Een fotograaf kan niet zo maar mensen of voorwerpen fotograferen zonder ook zelf rekening te houden met rechten van anderen. Als blogger hoef je daar niet iets rechtstreeks mee maar wees wel waakzaam als je foto’s gaat gebruiken op je blog waar (bekende) mensen op staan of waar je logo’s van merken op ziet. De kans is groot dat de eigenaren dat geen geweldig idee vinden.

De basis is toestemming!
Je kunt je helemaal gaan verdiepen in alle aspecten van het auteursrecht maar dat is niet nodig. Het is namelijk erg eenvoudig om één regel in je achterhoofd te houden. Je hebt toestemming nodig van de rechthebbende als je zijn of haar werk wilt gebruiken op je blog. Je kunt eventueel ook gebruik maken van een uitzondering in de Auteurswet (één van de beperkingen zoals die in artikel 1 genoemd worden) en afbeeldingen citeren maar over het beeldcitaatrecht zou ik een hele aparte blogpost kunnen schrijven en dat heeft Arnoud Engelfriet al gedaan. Feit is wel dat een beeldcitaat aan meerdere voorwaarden moet voldoen en dat je als blogger beter af bent door vooral op de toestemmingsregel te letten.

Waar haal je je afbeeldingen en foto’s vandaan?
Foto’s en afbeeldingen met toestemming gebruiken kan op meerdere manieren.

  1. Vat het letterlijk op en stuur een mail naar de eigenaar van de site waar je een geschikte foto of afbeelding gevonden hebt. Vraag gewoon of je die op je eigen blog mag gebruiken en zeg toe dat je teruglinkt naar zijn of haar eigen site. Nee heb je en ja kun je krijgen. Commerciële partijen zullen misschien om een vergoeding vragen terwijl particulieren en non-profit organisaties eerder geneigd zullen zijn om die toestemming wel te geven zonder dat je ervoor hoeft te betalen;
  2. Maak gebruik van foto’s en afbeeldingen waarbij de maker vooraf al toestemming gegeven heeft om ze te hergebruiken. Dit kan iemand doen door er bijvoorbeeld een Creative Commons licentie aan mee te geven. Een licentie is niets meer dan een verklaring dat je iets mag gebruiken met de randvoorwaarden die daarmee gepaard gaan. Bij Creative Commons licenties kan dat bijvoorbeeld zijn dat je het alleen maar niet-commercieel mag gebruiken of dat je een foto niet mag bewerken (aanpassen). Zonder uitzondering hebben ze allemaal de eis dat je aan naamsvermelding moet doen. Op je blog moet je dus vermelden wie de maker is en waar mogelijk linken naar de plek waar je een foto gevonden hebt.Er zijn diverse websites waar je foto’s en afbeeldingen kunt vinden die onder een Creative Commons licentie gebruikt mogen worden. Je kunt specifiek op dergelijke foto’s zoeken bij Flickr of 500px. Zelf gebruik ik Photopin, een zoekmachine die alleen de foto’s met een CC licentie doorzoekt van Flickr;
  3. Haal je foto’s van zogeheten stockfotosites. Dat zijn websites met grote hoeveelheden foto’s (en soms afbeeldingen) die je onder voorwaarden mag gebruiken op je eigen website. Je hebt er tientallen van die -grotendeels – gratis zijn maar de betere en mooiere foto’s vind je vaak toch op stockfotosites waar je (iets) voor moet betalen. Al deze sites hebben eigen licenties met voorwaarden – en prijzen – dus controleer wel of je de foto’s ook wel echt op je blog mag gebruiken. Dat gezegd hebbende zijn dit soort sites bijna allemaal specifiek gericht op website-eigenaren en bloggers. Ik maak zelf soms gebruik van 123RF bijvoorbeeld;
  4. Geen zin om op zoek te gaan naar geschikte foto’s en/of ervoor te betalen? Wees dan zelf de rechthebbende en maak je eigen foto’s en afbeeldingen. Natuurlijk, het is meer werk maar zelf je foto’s of afbeeldingen maken betekent dat je geen toestemming van anderen nodig hebt. Let hierbij wel op die gelaagde rechten want ook al heb je dan zelf het auteursrecht, niet iedereen zal het bijvoorbeeld waarderen als je hun portret online zet. Of hun product.

Wat doe je met je eigen foto’s?
Zoals anderen het niet leuk vinden dat jij met hun foto’s aan de haal gaat, zo is het ook niet prettig als anderen zonder toestemming jouw foto’s of afbeeldingen gebruiken. Het vervelende is wel dat het niet zo eenvoudig is om je recht ook te halen bij anderen. Tenzij je zelf ook je foto’s verkoopt is het heel lastig om aan te tonen dat – en hoeveel –  je schade hebt omdat mensen die foto’s van je stelen. Het is ook niet echt te voorkomen dus tenzij je bereid bent om watermerken op alles te gaan zetten kun je beter maar kiezen voor een praktische benadering. Door zelf je foto’s ook te uploaden naar Flickr en onder een Creative Commons licentie beschikbaar te maken bijvoorbeeld.

Op die manier deel je niet alleen je blogposts met de wereld maar kunnen andere bloggers weer gebruik maken van jouw foto’s bij hun blogposts. Misschien houd je er zelf wel nieuwe lezers aan over. Verantwoord omgaan met auteursrechtelijk beschermde content hoeft niet alleen maar moeilijk, lastig en negatief te zijn. Uiteindelijk willen we allemaal gewaardeerd worden voor wat we schrijven en maken. En dat begint toch echt met het respecteren van wat die ander gemaakt heeft.

#

YouTube en auteursrecht: over Hangouts On Air en Content ID

Ik zou zonder problemen vele blogposts kunnen schrijven over alles wat met auteursrecht te maken heeft als het gaat om zelf gebruiken van (andermans) YouTube video’s. Sterker nog, ik schrijf en praat regelmatig over hoe je in het onderwijs YouTube video’s kunt gebruiken en YouTube is altijd het voorbeeld in de discussie of embedden nou wel of niet een nieuwe openbaarmaking is. Maar auteursrecht als onderwerp is eigenlijk niet heel erg complex als je alleen maar bestaande YouTube filmpjes wilt gebruiken. Zeker zo lang het embedden van video’s gewoon toegestaan is en Buma/Stemra je het leven niet zuur maakt.

Een ander verhaal wordt het als je zelf video’s (al dan niet met muziek) uploadt naar YouTube. Die kun je natuurlijk wel afschermen zodra ze daar staan maar standaard kan de hele wereld waarschijnlijk meegenieten van jouw videomateriaal. En dat is wel degelijk een nieuwe openbaarmaking waarbij je onmiddellijk te maken krijgt met het auteursrecht. Die rechten zijn van jezelf als je alles zelf gemaakt hebt maar in de praktijk worden er dagelijks letterlijk jaren aan video’s bij YouTube geplaatst die vol zitten met content van anderen. Dat is de reden dat YouTube ook veel doet aan voorlichting over auteursrecht. Zo laagdrempelig mogelijk.

Content ID
Maar met alleen voorlichting ben je er niet natuurlijk. Zeker niet als je YouTube bent, ook nog onderdeel van Google uitmaakt en je dagelijks duizenden claims van rechthebbenden krijgt die eisen dat hun muziek, tv series, films en videoclips worden verwijderd. Dat is de reden dat YouTube al meer dan 5 jaar geleden Content ID introduceerde.

youtube

Content ID is een set aan tools voor rechthebbenden wiens content (met grote regelmaat) geupload wordt op YouTube. Rechthebbenden – meestal tv/filmstudio’s en uitgevers – uploaden dan zelf via die tools hun content als referentiemateriaal naar de servers van YouTube en kunnen aangeven hoe er door YouTube gehandeld moet worden als die content door het publiek op YouTube gezet wordt. Blokkeren, doorlinken naar hun eigen versie/website waar betaald moet worden of verzamelen van gebruiksstatistieken. Niet alle rechthebbenden zien het als een probleem dat hun content op YouTube belandt maar het zal niemand verbazen dat blokkeren een veelgebruikte optie is.

Dat betekent vervolgens dat al het video materiaal door YouTube automatisch vergeleken wordt met hun database vol referentiemateriaal. Als de video herkend wordt, dan wordt ook meteen de actie uitgevoerd die de rechthebbende heeft ingesteld voor die specifieke video. Hetzelfde geldt voor de audio die bij de video’s zit en daar ben ik geloof ik alleen nog maar de optie van verwijderen van tegengekomen. Hoe veel mensen voorzien hun zelfgemaakte video’s niet van een bekend stukje popmuziek? Na het uploaden heb je dan kans om een video te krijgen met absolute stilte eronder. De gehele audiotrack is dan verwijderd.

Je kunt bezwaar maken tegen zo’n verwijdering als je denkt dat Content ID iets onterecht geïdentificeerd heeft als beschermde video of audio maar dat kun je maar beter zeker weten dan. De claim wordt gecontroleerd en als je dat onterecht doet kun je een aantekening krijgen op je YouTube “auteursrechtstrafblad”. Dat betekent dat – als je er meerdere hebt – je wellicht een volgende keer niet eens meer bezwaar kunt maken.

Ook al wordt Content ID slechts door een relatief klein deel van de rechthebbenden gebruikt om hun eigen content te bewaken, het zijn nog steeds indrukwekkende statistieken als je bedenkt hoeveel videomateriaal er dagelijks op YouTube geplaatst wordt.

  • 72 hours of video are uploaded to YouTube every minute;
  • Content ID scans over 100 years of video every day;
  • More than 3,000 partners use Content ID, including every major US network broadcaster, movie studio and record label;
  • We have more than eight million reference files (over 500,000 hours of material) in our Content ID database; it’s among the most comprehensive in the world. The number has doubled in the last year;
  • Over a third of YouTube’s total monetized views come from Content ID;
  • More than 200 million videos have been claimed by Content ID.

Dat wil echter nog steeds niet zeggen dat rechthebbenden hier genoegen mee nemen. Niet alleen worden ervaren uploaders steeds vaardiger in het omzeilen van het Content ID systeem (door bijvoorbeeld video’s te embedden in een foto van een kat die naar een oud tv toestel kijkt), ook schakelen de grote studio’s en platenlabels organisaties in die de hele dag verwijderingsverzoeken indienen bij Google zelf. De meeste gebruikers vinden YouTube links namelijk via de Google zoekmachine.

Van weblectures naar Hangouts On Air
Het zijn niet alleen mensen die – al dan niet bewust – bekende films of muziek uploaden die met het auteursrecht van anderen te maken krijgen. Zo worden er in het hoger onderwijs steeds vaker (hoor)colleges opgenomen en online gezet als weblectures. Auteursrechtelijk niet heel spannend als een docent of professor zijn les staat te geven in combinatie met een kale Powerpoint presentatie maar het wordt een ander verhaal als die docent gebruik maakt van beeld- of videomateriaal in zijn of haar lessen. In de les mag dat gewoon gebruikt worden dankzij regelingen en excepties in de Auteurswet maar dat verandert als die les opgenomen wordt en openbaar gemaakt wordt op internet. Het is dan wel geen YouTube maar je raakt met weblectures in een zeer grijs gebied als alle studenten van een hogeschool of universiteit toegang hebben tot weblectures waar beeld- of videomateriaal van anderen in is gebruikt. Gelukkig is er geen Content ID voor weblectures.

Maar je kunt natuurlijk ook op andere manieren ‘uitzendingen’ maken. Ik had zelf al meerdere malen gebruik gemaakt van Google Hangouts om makkelijk te overleggen of vergaderen. De beschikbaarheid van en toegang tot Hangouts is echter niet beperkt tot alleen de deelnemers. Met Hangouts On Air kun je Hangouts namelijk ook live uitzenden via YouTube en deze uitzending blijft daar ook beschikbaar om later te bekijken.

En dan word je wel gewaarschuwd om op te letten dat je geen auteursrechtelijke beschermde werken uitzendt via Hangouts On Air. Geen filmpje of muziek op de achtergrond gebruiken bij je Hangout want, jawel, ook deze videostream wordt gecontroleerd middels het Content ID systeem.

hangoutsonaircontentid

Zelfs bij videochats die je uitzendt moet je nu dus rekening houden met de achtergrondmuziek bij alle deelnemers. Misschien moet je ze zelfs nog waarschuwen om geen bekende deuntjes te neuriën ;)

#

Gebruik Flickr foto’s gemakkelijk met de goede naamsvermelding via ImageCodr

Bad Credit No Credit OK! by EJP Photo, on Flickr

 

Mooi natuurlijk dat er inmiddels honderden miljoenen foto’s bij Flickr te vinden zijn met een Creative Commons licentie. Dat maakt het erg handig om een foto te zoeken bij een blogpost bijvoorbeeld maar met alleen het plaatsen van de foto ben je er nog niet. Hoewel er meerdere CC licenties zijn hebben ze één ding sowieso met elkaar gemeen en dat is de eis voor een naamsvermelding. Heb je een geschikte foto gevonden met CC licentie, dan moet je ook bij de foto of ergens bij de tekst duidelijk vermelden waar de foto vandaan komt en/of wie de maker van de foto is. Attributie heet dat. Daarbij is het ook wenselijk dat je erbij vermeldt onder welke Creative Commons licentie je de foto gebruikt zodat er geen misverstand over kan bestaan dat je toestemming hebt om de foto te gebruiken.

Als je een site als Photopin gebruikt dan zoek je automatisch naar Flickr foto’s die een Creative Commons licentie hebben. Je kunt foto’s dan downloaden en Photopin geeft je een stukje HTML code erbij die je voor de correcte naamsvermelding kunt gebruiken. Je ziet die meestal onder mijn blogposts staan aangezien dat makkelijk en snel werkt om de attributie te regelen.

Gebruik je de zoekfunctie van Flickr zelf om foto’s te vinden met een Creative Commons licentie -en dat doe ik steeds vaker zodat ik de foto’s er handmatig uit kan filteren die een Getty Images linkje erbij hebben staan- dan heb je niet zo veel aan Photopin en dus krijg je er ook geen handig stukje HTML code bij. Je moet dan handmatig de gegevens toevoegen voor een correcte attributie.

ImageCodr biedt hiervoor een hele mooie oplossing. Als je op Flickr een geschikte foto gevonden hebt, dan kopieer je de URL van de fotopagina en plak je die in ImageCodr in het tabblad Get code! Je krijgt dan te zien welke Creative Commons licentie van toepassing is op die foto met uitleg erbij wat je wel en niet er mee mag doen. Ook genereert ImageCodr dan HTML code waarmee de foto embed wordt met de goede attributie eronder. De code zorgt er ook voor dat zoekmachines de foto’s kunnen indexeren volgens de gebruikte CC licentie zodat Google Images bijvoorbeeld ook weet dat de gebruikte foto met een CC licentie komt.

imagecodr

Via het tabblad Search kun je zoekacties doen in Flickr hoewel je hierbij meteen doorgestuurd wordt naar de zoekfunctie van Flickr zelf. Dat mag allemaal de pret niet drukken want met behulp van ImageCodr kun je uiteindelijk heel snel en gemakkelijk foto’s op een goede manier opnemen op je site of in een blogpost.

Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 2.0 Generic License  @ foto by  EJP Photo 
#

Nee, je kunt niet zo maar andermans foto’s uit tweets gebruiken

Strandfotograaf / Beach Photographer

Foto’s en auteursrechten, het lijkt een schier oneindige stroom aan rechtszaken en discussies op te leveren op het moment dat foto’s ergens online geplaatst worden (en anderen daar van willen profiteren). Daar kwam Instagram ook achter vorig jaar toen ze met hun algemene voorwaarden gingen rommelen. Na heel veel commotie krabbelden ze terug en gisteren gingen de nieuwe voorwaarden in met aanzienlijk minder drastische wijzigingen en taalgebruik.

Behalve op Instagram worden ook veel foto’s op Twitter gepubliceerd en daar liep ook een interessante rechtszaak over waar afgelopen maandag een voorlopige uitspraak over kwam.

Wat was het geval?

Toen in 2010 de aardbeving in Haiti plaatsvond ging persbureau AFP op zoek naar actuele foto’s van dit drama op Twitter. Die vonden ze ook want een twitteraar ter plaatse had een aantal foto’s gemaakt en die waren van dermate aard dat het persbureau ze -zonder toestemming te vragen aan de twitteraar- overnam, in een Getty database liet opnemen waarna ze door de Washington Post gebruikt werden bij artikelen over de aardbeving. Zonder vermelding van de maker van de foto’s en zonder een vergoeding daarvoor te betalen.

De freelance fotograaf die de foto’s getwitterd had liet het er niet bij zitten en startte een rechtszaak tegen zowel AFP, de Washington Post als Getty. De uitspraak gaat op vele aspecten in maar in essentie verweerde AFP zich met het argument dat de fotograaf, met de handeling van het via twitter openbaar maken van de foto’s, deze foto’s vrijgegeven had voor gebruik door het publiek. Kijkende naar de voorwaarden van Twitter en het hergebruik dat hiermee mogelijk is met tweets en content dat via tweets geplaatst wordt, kwam de rechter echter tot een ander oordeel.

[AFP] fails to recognize that even if some re-uses of content posted on Twitter may be permissible, this does not necessarily require a general license to use this content as AFP has.

Het hergebruik van tweets, en daarmee ook getwitterde foto’s, is mogelijk zolang je maar binnen de Twitter omgeving blijft. Retweeten of, zoals Twitter zelf naar aanleiding van de uitspraak liet weten, door gebruik te maken van Twitter’s embedtool om tweets elders weer te geven. In de terms of service bestaat die ruimte zolang het maar de officiële Twitter omgeving is:

You retain your rights to any Content you submit, post or display on or through the Services. By submitting, posting or displaying Content on or through the Services, you grant us a worldwide, non-exclusive, royalty-free license (with the right to sublicense) to use, copy, reproduce, process, adapt, modify, publish, transmit, display and distribute such Content in any and all media or distribution methods (now known or later developed).

Doordat AFP en de Washington Post zonder toestemming de foto’s gebruikt hebben mogen ze nu in dit voorlopige vonnis (een summary judgment) tot 150.000 dollar per gebruikte foto gaan betalen terwijl de zaak tegen Getty nog verder loopt.

Wat allemaal voorkomen had kunnen worden als ze gewoon om toestemming gevraagd hadden. Ongeacht het medium en ongeacht wie de foto gemaakt heeft, dat principe stond en staat centraal bij elke vorm van hergebruik. Zo moeilijk hoeft het dus niet te zijn.

@foto via Flickr:the Commons

#

Buma/Stemra geeft het niet op en wil een licentiemodel voor embedden van streams

embedthis

Het blijft een heet hangijzer. Is hyperlinken wel of niet een auteursrechtelijke openbaarmaking en moet je daar dus toestemming voor vragen en eventueel betalen? Het Europees Hof van Justitie heeft een aantal vragen hierover voorgelegd gekregen van het Zweedse Hof omdat deze kwestie toch met enige regelmaat opduikt in rechtszaken die over auteursrechten gaan.

Eén van die rechtszaken was vorig jaar door Buma/Stemra aangespannen tegen Nederland FM, een site die linkt naar de streams van zo’n beetje alle Nederlandse en Nederlandstalige radiostations. Juist het feit dat de site -met advertenties- zichtbaar blijft terwijl bezoekers naar de streams kunnen luisteren, het embedden van de streams op de site van Nederland FM, was één van de redenen voor de rechter om inderdaad te oordelen dat embedden in dit geval een nieuwe auteursrechtelijke openbaarmaking  inhield. Als je er geld aan verdient dan heb je dus een probleem. Ondanks alle eerdere uitspraken en ondanks het feit dat het Europese Hof zich nog over de kwestie buigt ligt er nu een uitspraak dat hyperlinken (want embedden is een vorm van linken) een openbaarmaking kan zijn. Arnoud Engelfriet verbaasde zich er ook al over met een heldere analyse maar deze uitspraak ligt er nu helaas eenmaal en opent de deur voor nieuwe, vervelende, discussies.

Buma/Stemra ziet haar kans schoon
In de 3 voor 12 talkshow tijdens Eurosonic Noorderslag kwam Buma/Stemra directeur Hein van der Ree aan het woord. Hij greep zijn kans om te melden dat, met het vonnis van de rechter tegen Nederland FM op zak, het duidelijk was dat alle vormen van embedden van muziek- of videostreams nieuwe openbaarmakingen zijn. Hij streek over zijn hart toen hij toelichtte dat Buma/Stemra niet achter de “kleine blogjes” aanging die een stream opnamen op hun site – ook al zitten die ook fout natuurlijk – maar benadrukte dat ze aan de slag gingen met een licentiemodel waarbij er betaald moet worden op het moment dat je een (YouTube of radio) stream embedt op je site.

Volgens van der Ree staat embedden per definitie gelijk aan een nieuwe openbaarmaking en is het de taak van Buma/Stemra om daar passende tarieven voor te bedenken.

En zie hier, daar komen weer nieuwe en vervelende discussies aan. De uitspraak over Nederland FM benadrukte dat er geld aan werd verdiend door de eigenaar van de site, iets dat zeker niet door de “kleine blogjes” gedaan wordt en waarschijnlijk maar in zeer beperkte mate door de grotere sites. Buma/Stemra vergeet even dat detail en focust zich liever zelf op het geld verdienen aan embedden door anderen. Hopende dat iedereen dat debacle rondom de embed-tax van 2009 (en 2011) inmiddels is vergeten.

Wordt helaas vervolgd …

@ foto: Liamngls via photopin cc

#

Over toezien op je eigen content en een watermerk aanbrengen op foto’s in Photoshop

photoshop_watermerk

Gisteren had ik een gesprek met iemand op Twitter over diverse voorbeelden waarbij anderen -zowel commercieel als niet commercieel via o.a. Facebook- aan de haal gingen met zelfgemaakte foto’s op blogs. Ik weet dat dit gebeurt, ik denk dat het zelfs heel veel gebeurt, maar ik had er eigenlijk nog nooit zelf bij stil gestaan hoe irritant dat moet zijn als je jouw foto’s terugziet op andere sites zonder naamsvermelding.

Dat komt in mijn geval doordat ik bijna altijd gebruik maak van fotomateriaal van anderen -met verwijzing waar nodig- en slechts zelden zelf foto’s maak voor mijn blogposts. Die foto’s vallen dan wel onder de Creative Commons licentie die voor mijn gehele blog geldt maar ook al heb ik duidelijk gesteld op dit blog dat deze licentie niet opgaat voor foto’s van anderen, ik heb geen enkele illusie dat mensen dit ook daadwerkelijk lezen en respecteren. Tijdens dat gesprek kreeg ik echter voorbeelden voorgeschoteld die me toch lieten nadenken over hoe je wat meer drempels kunt opgooien om het onaantrekkelijker te maken dat anderen zonder pardoes alles maar overnemen voor eigen doeleinden.

Ik geloof stellig in het delen van kennis en content en het is niet voor niets dat ik enkele dagen geleden nog blogde over het verhuizen van mijn foto’s naar Flickr. Dat heeft net zo veel te maken met het willen delen van mijn foto’s als dat het te maken had met de perikelen rondom Instagram. Maar delen van kennis en content kan je alleen maar volhouden als daar iets voor terugkomt. Het moet geen eenrichtingsverkeer worden van geven, geven, geven zonder daar ooit iets voor terug te zien. Dat kan financiële compensatie zijn want niet alles hoeft gratis op internet te zijn -ook al vertegenwoordigt dat volgens mij ook niet de overheersende opinie van internetgebruikers- maar bij bloggers is dat vooral een stukje waardering. Erkenning dat jij degene bent die een interessante tekst heeft geschreven of die mooie foto heeft gemaakt. Daarom zijn er zes verschillende Creative Commons licenties maar hebben die één ding gemeenschappelijk: de naamsvermelding.

Wel of niet watermerken?
Voor mezelf aarzel ik nog een beetje. Zelfgemaakte foto’s die ik op mijn blog ga gebruiken komen vanaf nu ook bij Flickr te staan. Met een Creative Commons licentie en daarmee is wat mij betreft alles wel gezegd. Ik hou er zelf ook niet van dat als ik foto’s wil gebruiken van anderen, deze voorzien zijn van een watermerk en dus wil ik dat ook niet doen met mijn eigen foto’s.

Maar ik kan me wel situaties voorstellen waarin ik het toch zal overwegen. Bijvoorbeeld als ik eindelijk eens goede en mooie foto’s leer maken die ik alleen maar hier wil gebruiken. Kleine kans maar ach, we zitten aan het begin van een nieuw jaar dus wie weet wat er allemaal nog komt in 2013 ;)

Dus heb ik toch even uitgezocht hoe je dan makkelijk een watermerk kunt aanbrengen op een afbeelding of foto in Photoshop. Dat bleek kinderlijk eenvoudig te zijn maar aangezien mijn Photoshop vaardigheden ook niet groot zijn, leg ik het meteen maar even vast in deze blogpost en deel ik die meteen met de rest van de wereld. Omdat het kan.

Stap 1. Open de afbeelding of foto in Photoshop. Volgens mij werkt dit in alle versies van Photoshop hetzelfde maar ik gebruik Photoshop CS6. Gebruik de Tekst tool om de tekst te plaatsen die je in de afbeelding als watermerk zichtbaar wilt hebben. Doe dit bij voorkeur een beetje in 1 van de hoeken en niet pontificaal over de afbeelding heen zoals ik in dit voorbeeld.

photoshop_teksttool

Stap 2. De tekst moet vanzelfsprekend wat subtieler naar de achtergrond verdwijnen en daarvoor kies je, terwijl de laag met de tekst nog geselecteerd is, in het menu voor Layer, dan Layer Style en Blending Options.

photoshop_layerstyle

Stap 3. Bij de Blending Options is het een zaak van kiezen van een geschikte Opacity, de matheid, van de laag en de tekst. Afhankelijk van de achtergrondkleur van de afbeelding, het gebruikte lettertype en letterkleur verplaats je de schuifjes bij Opacity en Fill Opacity tot je het gewenste effect hebt en de tekst niet al te opvallend zichtbaar is.

photoshop_layerstyle_blending

#

Over de thuiskopieheffing of een downloadverbod en waarom je blij mag zijn dat iPads nu duurder zijn

thuiskopietarieven

Vanaf gisteren betaal je als consument meer voor je tablets, computers, laptops en zelfs harddiskrecorders. De Apple nieuwssites constateerden dat iPads zelfs 6 euro duurder zijn geworden (ipv 5 euro) maar ook alle andere tablets, externe harde schijven, smartphones enz uit het bovenstaande lijstje ontspringen de dans niet. Reden voor die prijsstijging is de invoering van de uitgebreide thuiskopieheffing. Op media en apparaten waar je digitale content van anderen op kunt bewaren zit nu een heffing die bedoeld is als compensatie voor de rechthebbenden van die specifieke content. Nou is niemand natuurlijk blij dat al die apparaten (nog) duurder zijn geworden maar ook zal lang niet iedereen weten waarom die heffing ingevoerd is. Of waarom je eigenlijk wel blij mag zijn met het betalen van die heffing gezien het alternatief dat er lag.

Waarom die thuiskopieheffing?
De thuiskopieheffing, die in Nederland wordt geïnd door een collectieve beheersorganisatie Stichting de Thuiskopie, is een zogeheten billijke vergoeding die betaald moet worden aan auteursrechthebbenden. Het auteursrecht geeft de maker van een werk het exclusieve recht om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen, behoudens de beperkingen, bij de wet gesteld (artikel 1 Auteurswet).

Eén van die beperkingen op het auteursrecht van de maker is de mogelijkheid van consumenten om voor eigen gebruik een thuiskopie te maken van een auteursrechtelijk beschermd werk zonder toestemming van de rechthebbende(n). In de Europese auteursrechtrichtlijn is voorzien dat lidstaten deze mogelijkheid mogen opnemen in hun eigen auteurswetten mits er ook een bijbehorend systeem is voor het compenseren van die rechthebbenden die benadeeld worden doordat consumenten voor eigen gebruik kopieën mogen maken.

Artikel 16c van de Nederlandse Auteurswet beschrijft de uitzondering die hier van toepassing is. Om het correct te zeggen omvat dit artikel de mogelijkheden voor het maken van een privé-kopie op dragers die bestemd zijn om een werk ten gehore te brengen, te vertonen of weer te geven, zoals het zo fraai in lid 1. gemeld wordt.

Als inbreuk op het auteursrecht op een werk van letterkunde, wetenschap of kunst wordt niet beschouwd het reproduceren van het werk of een gedeelte ervan op een voorwerp dat bestemd is om een werk ten gehore te brengen, te vertonen of weer te geven, mits het reproduceren geschiedt zonder direct of indirect commercieel oogmerk en uitsluitend dient tot eigen oefening, studie of gebruik van de natuurlijke persoon die de reproductie vervaardigt.

Artikel 16c en de uitzondering voor de digitale privé-kopie is ook de wettelijke basis voor het gegeven dat in Nederland het niet verboden is om muziek en films te downloaden van het internet. Ook materiaal dat zonder toestemming van de rechthebbenden op internet is gezet mag namelijk gebruikt worden ‘tot eigen oefening, studie of gebruik van de natuurlijke persoon die de reproductie vervaardigt’. Daar komen de discussies rondom illegaal downloaden ook om de hoek kijken, of beter gezegd, de discussies over het downloaden uit illegale bron want artikel 16c stelt dus dat het downloaden zelf niet illegaal is.

Het tweede lid van dat artikel beschrijft de benodigde billijke vergoeding voor de rechthebbenden inclusief wie die compensatie moet betalen:

Voor het reproduceren, bedoeld in het eerste lid, is ten behoeve van de maker of diens rechtverkrijgenden een billijke vergoeding verschuldigd. De verplichting tot betaling van de vergoeding rust op de fabrikant of de importeur van de voorwerpen, bedoeld in het eerste lid.

En dat is dus de thuiskopieheffing.

Wie betaalt bepaalt, toch?
Nu hebben we die thuiskopieheffing al vele jaren maar is dat ook nooit een nette oplossing geweest. Toen die werd ingevoerd ging het om enkele centen opslag bovenop beschrijfbare cd’s en later dvd’s -en dat leidde al tot veel gedoe met importeren van die media uit Duitsland en België- maar toen er veel meer consumentenelektronica op de markt kwam waar je ook digitale content op kon downloaden/kopiëren, verzetten de leveranciers zich met hand en tand tegen het uitbreiden van de thuiskopieheffing tot hun producten. Immers, in Nederland zouden ze hogere prijzen moeten vragen voor die producten dan in de ons omringende landen en, was het argument, zouden alle consumenten moeten betalen voor gebruik van auteursrechtelijk beschermde content van anderen op hun apparaten ongeacht of ze de apparaten daar ook voor gebruikten of niet.

Dit had als gevolg dat de thuiskopieregeling bevroren werd door de Staat en alleen cd’s en dvd’s onder die regeling bleven vallen. Het Hof in Den Haag oordeelde dat dit onterecht was en dat de regeling uitgebreid had moeten worden met de diverse categorieën consumentenelektronica. Een dermate ongewenste situatie dat de Staat -in de persoon van staatssecretaris Teeven- op zoek ging naar een alternatief.

Downloadverbod
Als er aan de uitvoering van de compensatieregeling uit het wetsartikel niet gesleuteld kon worden, dan is plan B om aan de formulering van het gehele wetsartikel te gaan sleutelen. Als consumenten niet meer het recht hebben om voor eigen gebruik kopieën te maken middels downloaden dan hoef je ook geen stelsel van billijke vergoedingen op deze manier in stand te houden. Daarmee startte er een langdurige discussie over legaal aanbod, downloaden uit legale bronnen, downloaden uit illegale bronnen en koerste de staatssecretaris aan op een downloadverbod. Daar kreeg hij nul op rekest hoewel het in november nog bijna weer die kant op dreigde te gaan toen de PvdA de deur openzette voor de staatssecretaris maar de regeringspartij krabbelde terug toen duidelijk werd dat het verregaande consequenties voor consumenten zou krijgen in plaats van het beoogde aanpakken van (alleen) handelaren in illegale content.

En die consequenties zouden waarschijnlijk echt wel ingrijpend zijn geweest bij invoer van een downloadverbod. Individuele rechthebbenden maar vooral belangenorganisaties, zoals Brein en vele anderen, zouden in beginsel individuen kunnen aanspreken en aanklagen wegens inbreuken op hun rechten.  De prikkel voor de contentindustrie om met nieuwe verdien- en distributiemodellen te komen zou fors minder worden en de energie zou meer dan nu gericht worden op het bewaken en handhaven van rechten. Je hoeft alleen maar de landen te kijken die een dergelijk verbod kennen om een beeld te krijgen van wat er ook in Nederland zou kunnen gebeuren. Blafbrieven en rekeningen krijgen omdat je enkele mp3′s gedownload hebt? Een rechtszaak omdat je de nieuwe Bondfilm gedownload hebt? Denkbeeldig is het bepaald niet.

Geld betalen ipv vrijheid inleveren
De staatssecretaris had geen keus zonder een kamermeerderheid voor een downloadverbod en voerde daarom per 1 januari 2013 de uitgebreide thuiskopieheffing in. Die is nog steeds verre van ideaal. Stichting de Thuiskopie vindt de regeling nog steeds te karig en wil hogere heffingen. Leveranciers van media en consumentenelektronica zien het als ongewenste kosten die hun concurrentiepositie verzwakt t.o.v. de landen om ons heen en de consumenten zelf krijgen de rekening gepresenteerd, ook al downloaden ze geen content uit illegale bron. Voorstanders van een downloadverbod argumenteren dat het zelfs downloaden uit illegale bron stimuleert aangezien de consument er toch al voor betaalt.

Dus betaal je nu inderdaad een fractie meer voor je tablet, laptop en computer. Dat is niet leuk maar wel stukken beter dan het alternatief waarbij je een aanzienlijk deel van je vrijheid op internet had moeten inleveren.

Nee, dan ben ik blij om wat meer te betalen als de nieuwe iPad uit komt.

#

Auteursrecht versus het recht op goed onderwijsmateriaal

Afgelopen donderdag had ik het genoegen om wederom een voorlichting/presentatie te mogen geven over auteursrechten in het hbo. Dit keer niet bij de onderwijsinstelling waar ik werk maar bij Van Hall Larenstein in Velp. De VHL mediatheek fungeert ook als Auteursrechten Informatie Punt en had een lunchpresentatie georganiseerd om zoveel mogelijk docenten tegelijk te voorzien van antwoorden op vragen op gebied van auteursrechten terwijl ze een broodje aten. Antwoorden die ik ze mocht verschaffen.

Dat leverde voor mij de uitdaging op om te kijken of het onderwerp inderdaad zo universeel was als ik denk dat het is. Kijken docenten van andere hogescholen hier anders tegen aan dan die van Windesheim? Een andere uitdaging was dat dit met 40 personen tevens de grootste groep docenten en medewerkers was die ik ooit heb mogen toespreken. Zo’n handmicrofoon ziet er best stoer uit maar het is wel wennen als je hem ook echt nodig hebt.

Enfin, de presentatie verliep goed, er kwamen veel vragen (ik blijf altijd een beetje verrast als docenten doorvragen op gebied van auteursrechten) en nadat ik enkelen ervan had verzekerd dat ik niet een vertegenwoordiger van Stichting PRO was werd de sfeer ook nog daadwerkelijk gezellig. De presentatie eindigen met een petje op, petje af quiz was een goede toevoeging van mijn collega bij VHL want men werd nog fanatiek ook aan het einde om te winnen.

De gestelde vragen gingen logischerwijs vooral over wat men als docent kon doen om zo min mogelijk last te hebben van alle procedures die gepaard gaan met de readerregeling. Hoewel ze tevreden waren met de aangedragen vuistregels om binnen de grenzen te blijven van die regeling als ze auteursrechtelijk beschermd materiaal gebruiken in hun onderwijs, keken meerdere docenten ook verder dan alleen de letters van de regeltjes en de wetten.

In hun vragen beschreven ze de geconstateerde frictie tussen het verantwoord willen omgaan met andermans auteursrechten maar tegelijkertijd door die invulling van een readerregeling beperkt te worden in hun keuzemogelijkheden om relevant en goed onderwijsmateriaal te produceren. Het levert docenten het minste werk op als ze binnen de gestelde limiet van 10.000 woorden blijven als ze een deel uit een boek zouden willen gebruiken in hun onderwijs (of 8000 woorden bij deel uit een tijdschrift) maar die arbitraire grens belemmert daardoor de selectie door een docent. Als een docent drie hoofdstukken uit een dik duur boek zou willen gebruiken in zijn onderwijs, dan zou die dat moeten kunnen doen vanwege de inhoudelijke relevantie van die drie hoofdstukken. Niet omdat die hoofdstukken in totaal minder dan 10.000 woorden bevatten of nog erger, moeten kiezen om maar twee hoofdstukken te gebruiken omdat die grens anders overschreden wordt.

Aan de ene kant heel goed dat docenten zich steeds meer bewust zijn van de noodzaak ook op auteursrechten te letten in hun onderwijs maar aan de andere kant moet het niet een extra restrictie worden die het nog moeilijker maakt om goed -en genoeg- materiaal te gebruiken in lesverband. Zonder aan het beginsel van auteursrechten te tornen zou er toch een betere oplossing mogelijk moeten zijn voor het onderwijs?

Misschien moet Stichting PRO ook maar eens dit soort presentaties gaan houden voor docenten. Inclusief een petje op, petje af quiz zodat het allemaal wat minder abstract wordt en er wellicht in oplossingen gedacht kan worden ipv in controles en boetes. Mogen zij docenten ervan verzekeren dat ze wel de vertegenwoordiger zijn ;-)

@ foto: Krissy.Venosdale via photopin cc

#

Pagina 1 of 5123...Laatste »
  • 2006- 2013 Vakblog – werken met informatie
    Powered by WordPress // Theme: Tatami by Elmastudio
Top