Een flexibele regeling in het auteursrecht voor user-generated content

Het was even geduld hebben maar vandaag leverde de Commissie Auteursrecht toch (een deel van) de resultaten op van het onderzoek dat ze gedaan hebben nav de vraag van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie om te onderzoeken ‘of, en zo ja in hoeverre, binnen het kader van het communautaire acquis thans reeds mogelijkheden bestaan voor het op nationaal niveau inrichten van een flexibel systeem van beperkingen op het auteursrecht’ . Communautaire acquis (ik kende de term ook niet) is overigens een begrip dat alle verzamelde wetgeving, richtlijnen en jurisprudentie van het Europese recht omhelst. Dit verzoek deed de staatssecretaris een kleine anderhalf jaar geleden tegen de achtergrond van de Speerpuntenbrief Auteursrecht 20©20 van 11 april 2011 en de Digitale Agenda voor het ICT-beleid van 17 mei 2011 waarin het kabinet te kennen gaf een discussie te willen starten over het opnemen van een fair use-uitzondering in de Auteursrechtrichtlijn.

In diezelfde Digitale Agenda voor het ICT-beleid heeft het kabinet ook aangekondigd een onderzoek te laten doen naar de gevolgen voor commerciële exploitatie van auteursrechtelijk beschermde werken van het ontbreken van een fair use-uitzondering in de Auteursrechtrichtlijn. In dat onderzoek moet duidelijk worden welke diensten (zoekmachines en bestandsdiensten in de cloud) qua innovatie en commerciële exploitatie hinder ondervinden van de huidige gelimiteerde beperkingen in de Auteursrechtrichtlijn. Dat onderzoek is echter nog niet afgerond en dus waagt de Commissie Auteursrecht zich nog niet aan uitspraken of een advies over fair use-uitzonderingen. “De mogelijkheden om een flexibele open norm in de huidige Auteurswet te introduceren voor nieuwe, innovatieve diensten of andere vormen van gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken waarvoor de bestaande beperkingen mogelijk te weinig flexibiliteit bieden, zoals het gebruik van werken in ‘digitale klaslokalen’, filmdocumentaires, etc., zal in een later stadium (i.e. wanneer het genoemde onderzoek is afgerond) desgevraagd onderzocht en besproken worden.”, om de Commissie te citeren.

Een flexibele regeling voor user-generated content in de Nederlandse Auteurswet
Waar de Commissie Auteursrecht wel naar gekeken heeft -en daar verscheen dus vandaag deel 1 van een advies over- is welke mogelijkheden de bestaande Auteurswet biedt om flexibeler om te kunnen gaan met user-generated content. Het moet dan gaan om een bewerking van bestaande werken voor niet-professionele doeleinden en er moet een creatieve bewerkingsslag hebben plaatsgevonden. Dat wil zeggen, er moet door de gebruiker iets substantieels aan een bestaand werk worden toegevoegd. Op internet vind je het veelvuldig natuurlijk en het remixen van content zou eigenlijk niet belemmerd moeten worden door auteursrechtelijke barricades, tenminste daar waar het om niet-professioneel gebruik gaat.

Vrije bewerking en de parodie-exceptie
In het advies (PDF) wordt weliswaar de mogelijkheid van een bredere fair use-bepaling nog verkend maar voorziet men dat deze wellicht niet toegestaan is in de Auteursrechtrichtlijn. Daarom kijkt de Commissie vooral naar de bestaande beperkingen vanuit het idee dat deze wellicht eenvoudiger uit te breiden zouden zijn. Zowel artikel 13 Aw, die gedeeltelijk definieert wat onder de verveelvoudiging van een werk wordt verstaan, als artikel 18b Aw, beter bekend als de parodie-exceptie en waar het auteursrecht beperkt wordt om een karikatuur of parodie te mogen maken zouden echter onvoldoende ruimte bieden om recht te doen aan de verschillende soorten van user-generated content.

De citaat-exceptie
In wat ongetwijfeld 1 van de bekendere beperkingen op het auteursrecht is, de citaat-exceptie, ziet de Commissie Auteursrecht meer heil. De Commissie adviseert om in artikel 15a Aw een apart lid toe te voegen dat bepaalt dat ook het citeren van werken binnen het kader van user-generated content geoorloofd is zolang maar voldaan wordt aan de randvoorwaarden die het artikel al stelt in het eerste lid (dat het werk waaruit geciteerd wordt rechtmatig openbaar gemaakt is, aantal en omvang van geciteerde delen redelijk is tov het doel, artikel 25 over de persoonlijkheidsrechten in acht wordt genomen en dat zoveel mogelijk de bron wordt vermeld)

En nu?
Hoewel het mijns inziens prettig was geweest dat er al vast een schot voor de boeg was gegeven voor een bredere fair use-bepaling door de Commissie Auteursrecht, is het wel verhelderend dat, waar het gaat om de mogelijkheden voor creatief hergebruik van beschermde werken om zelf (niet commercieel) nieuwe werken te maken, er een duidelijk en kansrijk advies ligt. Wat het nieuwe kabinet met dit advies gaat doen en of het dus inderdaad op termijn mogelijk wordt om zonder vereiste toestemming je eigen producties te maken mbv muziek en beeldmateriaal uit andermans werken, dat valt nog te bezien. In het regeerakkoord is echter letterlijk in de paragraaf over veiligheid en justitie opgenomen dat “Het auteursrecht wordt zo gemoderniseerd dat recht wordt gedaan aan de bescherming van creatieve prestaties zonder dat de gebruiksmogelijkheden voor consumenten in het gedrang komen.”

Daar valt een nieuwe uitgebreidere citaat-exceptie volgens mij prachtig onder.

@ foto: wamsler / 123RF Stockfoto

#

Over citeren en het eigen oorspronkelijk karakter

Plagiaatpreventie en auteursrecht liggen toch wel erg bij elkaar. Met name de reactie van Germaine op de vorige post bracht me tot een iets andere invalshoek. Ik weet niet hoe het beleid tav plagiaatpreventie er precies uit ziet bij onderwijsinstellingen (behalve dat ik weet dat Windesheim geen instellingsbreed beleid heeft) maar vrees dat het vooral wijzende vingertjes zijn en beschrijvingen van consequenties, sancties en procedures hoe een instelling hier vervolgens mee om gaat.

Ook de leefregels uit het (overigens uitstekend) rapport ‘Geoorloofd hergebruik’ van Surf geven de mogelijkheden en beperkingen aan die gelden tav citeren:

Citeren
Het overnemen van (een deel van) een ander werk (dit kan tekst zijn, maar ook beeldmateriaal zoals foto’s) in een eigen werk is, onder voorwaarden, toegestaan.

  • Citeren mag alleen in de context van een aankondiging, beoordeling, polemiek, wetenschappelijke verhandeling of een uiting met een vergelijkbaar doel. Ook scripties en werkstukken vallen hieronder.
  • Een citaat moet het eigen verhaal verduidelijken of onderbouwen en mag niet alleen als verfraaiing of versiering worden overgenomen.
  • Een citaat moet in omvang ondergeschikt zijn aan het werk waarin het wordt opgenomen. Het moet slechts een bescheiden omvang hebben in verhouding tot het eigen werk. Hierbij mogen de commerciële belangen van de auteur niet worden geschaad. 
    Voorbeeld: een onlangs in een bundel gepubliceerd kort verhaal integraal overnemen in een werkstuk mag niet.
  • Overnames van teksten uit een databank mogen uit ten hoogste 155 tekens bestaan en overgenomen afbeeldingen uit een databank mogen uit maximaal 194×145 pixels bestaan.
  • Er mag alleen geciteerd worden uit werken die met toestemming van de maker eerder gepubliceerd zijn.
    Voorbeeld: citeren uit een ongepubliceerd dagboek, zonder toestemming van de maker, mag niet.
  • Een gebruiker moet de persoonlijkheidsrechten van de maker van het werk waaruit geciteerd wordt eerbiedigen.
    Voorbeeld: naamsvermelding en het werk ongewijzigd laten of niet in een nadelige context overnemen.
  • Als je citeert moet je, waar mogelijk, de bron (dit is meestal de naam van de maker) op duidelijke wijze vermelden.

Citeren uit overheidsdocumenten

  • Wetten, besluiten en verordeningen, die door de overheid zijn uitgevaardigd, en rechterlijke uitspraken en administratieve beslissingen mogen in hun geheel vrij worden overgenomen.
  • Overheidsdocumenten (zoals parlementaire stukken, notulen van gemeenteraadsvergaderingen of rapporten van overheidsdiensten) die door de overheid zelf zijn gecreëerd en openbaar gemaakt, mogen in hun geheel vrij worden overgenomen, tenzij er een auteursrechtvoorbehoud op staat.

Toevallige overname

  • Onbedoelde, incidentele verwerking van een werk als onderdeel van ondergeschikte betekenis in een ander werk is vrij.
    Voorbeeld: een film waarin toevallig een auteursrechtelijk beschermde reclamefoto op een winkel in beeld komt, mag.

Parodie

  • Een nabootsing in de vorm van een parodie, karikatuur of pastiche is toegestaan. Het werk moet een humoristische bedoeling hebben en/of de lachlust opwekken, of een kritische nabootsing zijn.

Deze handige leefregels -die ik volledig mag overnemen omdat het rapport (PDF) onder een Creative Commons licentie Naamsvermelding 3.0 Nederland is gepubliceerd- zijn al een stuk concreter en helderder uitgewerkt dan in Artikel 15a van de Auteurswet staat geformuleerd. Hier vind je één van de beperkingen op het auteursrecht terug welke door Surf zijn aangevuld met regels uit andere delen van wetgeving en jurisprudentie.

Daarmee is al een hoop gezegd over plagiaatpreventie maar nog steeds heel weinig over wat nou eigenlijk het doel van plagiaatpreventie is: het opleveren van een werkstuk of scriptie waarmee een student zich onderscheidt en dat voldoet aan aan de eisen die een onderwijsinstelling er aan stelt. Bij een scriptie gaat het immers wel om het behalen van een diploma, de kwalificatie voor het vakgebied waarvoor de opleiding opleidt. Dan mag je ook van een docent, een begeleider, verwachten dat duidelijk wordt gemaakt wat die kwalificatie inhoudt.

Minimaal moet in een scriptie bijvoorbeeld toch wel duidelijk de eigen bijdrage aan het vakgebied centraal staan, de eigen ideeën en visie op het onderwerp waar de scriptie over gaat. Bij het citeren moet ook de omvang van de geciteerde delen zijn gerechtvaardigd en ondergeschikt zijn aan de context waarvoor ze gebruikt worden. Ook dit betekent dat citaten ondersteunend en relevant moeten zijn voor het eigen verhaal, de eigen visie. In de Auteurswet staat bijvoorbeeld in Artikel 10 een hele opsomming van wat je als auteursrechtelijk werk kunt beschouwen maar gelden wel altijd de minimum eisen dat er sprake moet zijn van een eigen oorspronkelijk karakter en een persoonlijk stempel van de maker. Minimum eisen die eigenlijk zeggen dat je geen eigen werk maakt als je alleen maar delen van anderen achter elkaar plakt.

En je mag je zowel als student als ook het onderwijs afvragen hoe je een diploma kunt verdienen als je beiden drukker bezig bent met (citeer)regels dan met het maken van een nieuw eigen werk. Met dat eigen oorspronkelijke karakter en een persoonlijk stempel van de student. Dan kijk je toch ineens heel anders naar citaten en plagiaatpreventiebeleid, nietwaar?

@ foto via Flickr

#

  • 2006- 2013 Vakblog – werken met informatie
    Powered by WordPress // Theme: Tatami by Elmastudio
Top