Over cherry picking bij scripties in Open Access

Naar aanleiding van zijn blog ‘Open Access van afstudeerwerken versus kwaliteit en imago’ hebben Raymond en ik via twitter een discussie gevoerd over het al dan niet zuiver zijn van toepassen van cherry picking bij het opnemen van scripties – onder Open Access – in HBO Kennisbank. Al snel besloten we tot een verdere discussie via een blog, waarbij dit mijn bijdrage is. Laat ik mezelf eerst kort voorstellen: Ik ben Germaine Ramak, fiscaal jurist en docent belastingrecht. Sinds enkele jaren begeleid ik rechtenstudenten bij het schrijven van hun scriptie via mijn onderneming ‘Scriptiecoach’. Ik blog sinds kort zelf regelmatig op Scriptiecoach.

Open Access (OA) is het gratis publiceren van wetenschappelijk werk op het internet met als doel kennis voor iedereen vrij toegankelijk te maken www.righttoresearch.org . De achterliggende gedachte is dat kennis een belangrijke rol speelt voor onderzoek en dat een onderzoeker niet afhankelijk zou moeten zijn van afgegeven licenties door uitgevers. Uitgevers geven op basis van betaalde licenties onderwijsinstellingen toegang tot digitale tijdschriften en deze toegang is beperkt tot de gebruikers van desbetreffende onderwijsinstelling. Dit is een beperking, voornamelijk voor studenten van hogescholen die geen of slechts een sobere digitale bibliotheekvoorziening hebben. Door OA zou informatie vrij toegankelijk moeten zijn, echter onderwijsinstellingen blijken bij het opnemen van scripties en andere wetenschappelijke publicaties in HBO Kennisbank veelal op cijfers te filteren. De vraag die ik hier wil beantwoorden is of en in welke mate onderwijsinstellingen die onder OA afstudeerwerken beschikbaar stellen in HBO Kennisbank mogen filteren op hoge eindcijfers, het zgn cherry picking.

De stelling van Raymond dat ‘als een afstudeerwerk voldoende is voor een diploma, dan is het ook voldoende om opgenomen te kunnen worden in de HBO Kennisbank’ kan geen standhouden en wel om de volgende reden. Cherry picking sluit nauw aan bij het doel van OA: het delen van hoogwaardige (wetenschappelijke) kennis. Een publicatie kan naar mijn mening alleen hoogwaardig zijn en een inspiratiebron voor andere onderzoekers als de kwaliteit van een hoog niveau is. Het beoordelingcijfer van een scriptie is een sterke indicator voor de kwaliteit en daarom niet onbelangrijk voor opname – onder OA- in HBO Kennisbank. Afgezien van het feit dat de onderwijsinstelling, en waarschijnlijk ook de student, niet graag de mindere scriptie wil etaleren zal een onderzoeker ook minder geïnteresseerd zijn in de uitkomsten van een dergelijk onderzoek. Het is namelijk gissen op basis waarvan de scriptie het wel ‘gehaald’ heeft. De beoordeling per onderdeel van de scriptie is immers niet openbaar en wellicht is de voldoende met name gebaseerd op de getoonde zelfstandige werkwijze van de student en in mindere mate op de inhoud van de scriptie.

Kom ik bij Raymond ’s tweede stelling: ‘Het is de bezoeker, zoals bijvoorbeeld het beroepenveld, van HBO Kennisbank die de relevantie van de scriptie kan beoordelen en niet de onderwijsinstelling’. Laat ik het beroepenveld als informatiezoeker nader onder de loep nemen. Regelmatig worden door het bedrijfsleven scriptieprijzen ingesteld. Neem bijvoorbeeld NVM die behoefte heeft aan nieuwe ideeën en verhelderende wetenschappelijke inzichten voor de woningmarkt: ‘help de woningmarkt en win € 5.000 met je scriptie‘. Als ik de voorwaarden er op nalees zie ik dat je alleen mee kunt dingen naar de prijs als het eindcijfer van je scriptie minimaal een 7 (zeven) is. Een zuivere vorm van cherry picking. En hiermee sneuvelt ook de stelling dat een beroepenveld een scriptie met een lage waardering net zo relevant vindt als een door de onderwijsinstelling als goed bestempelde scriptie.

Laat ik mij constructiever opstellen en het vanuit Raymond’s standpunt benaderen: Op zich zou het opnemen van alle scripties in de kennisbank een aanwinst kunnen zijn voor studenten. De student kan inspiratie opdoen en voortbouwen op het werk van andere studenten. Ook is er wat voor te zeggen om geen selectie vooraf toe te passen om alle schijn van censuur te vermijden. Ik meen echter dat het filteren van scripties op hoge eindcijfers een doel dient: de gebruiker een zekere mate van garantie bieden dat het om werk van hoge kwaliteit gaat.  Een alternatief zou zijn om het toegekende cijfer aan de scriptie openbaar te maken. Alleen op die wijze kan de student als gebruiker een afweging maken of en in hoeverre hij de beoordeling door de onderwijsinstelling mee laat wegen bij de keuze om het desbetreffende werk te gebruiken bij zijn onderzoek.

@ foto via Tim Wilson/Flickr

#

Open access van afstudeerwerken versus kwaliteit en imago


Hoe je als hogeschool invulling moet geven aan Open Access blijft een boeiende discussie. Niet alleen -voor het hbo- ‘nieuwe’ onderwerpen als auteursrechten en onderzoekspublicaties komen daarbij aan bod, ook over andere soorten publicaties wordt nu nagedacht. Hoe wil je als instelling omgaan met door docenten geschreven boeken die door uitgevers op de markt gebracht worden. Feitelijk onderwijsmateriaal waar de rechten bij de onderwijsinstelling liggen maar wat vervolgens niet vrijelijk beschikbaar voor datzelfde onderwijs wordt gemaakt.

Ook willen hogescholen soms beleid maken t.a.v. afstudeerwerken van studenten. Nou hebben die studenten zelf de rechten op hun scriptie en kunnen ze die aanleveren bij de HBO Kennisbank om deze -onder open access- beschikbaar te maken. Dat is een groot goed mijns inziens maar levert soms wel wat frictie op. Al vanaf het prille begin werd de discussie gevoerd over de kwaliteit van scripties in de HBO Kennisbank. Opleidingen en hogescholen zien natuurlijk graag een hoge kwaliteit van ‘hun’ afstudeerwerken terug omdat dit ook op hun reflecteert. Juist in een tijdperk waar de kwaliteit van afstudeerwerken bij accreditaties nauwkeurig onder de loep genomen wordt wil je (natuurlijk) niet dat de zesjes zo eenvoudig en laagdrempelig te vinden zijn op internet.

Ook wij zijn geen uitzondering. Bij het praten over publicatiebeleid voor afstudeerwerken, lesboeken/onderwijsmateriaal en onderzoekspublicaties wordt de wens uitgesproken om waar mogelijk te sturen op kwalitatieve en innovatieve afstudeerwerken namens onze instelling in de HBO Kennisbank. Een begrijpelijke wens maar wel eentje die ik haaks op de open access gedachte vind staan en die te gemakkelijk als censuur kan worden opgevat.

In al die jaren HBO Kennisbank is mijn standpunt daar niet in veranderd. Als een afstudeerwerk voldoende is voor een diploma, dan is het ook voldoende om opgenomen te kunnen worden in de HBO Kennisbank. Vind je als opleiding, als hogeschool, het niveau van de afstudeerwerken niet representatief genoeg voor in de HBO Kennisbank? Dan moet je de beoordelingseisen van de opleidingen zelf gaan aanscherpen. Daar word je immers ook op afgerekend door de maatschappij en accreditatiecommissie. Cherry picking, alleen afstudeerwerken die met een 7, 8 of misschien wel een 9 zijn beoordeeld laten opnemen in de HBO Kennisbank, dat is niet zuiver. Ook de zessen zijn relevant als het om open access gaat. Niet een opleiding of hogeschool moet de relevantie van een scriptie voor een bezoeker van de HBO Kennisbank beoordelen, dat kan en wil die bezoeker zelf wel. Niet een opleiding of hogeschool moet bepalen of een afstudeerwerk representatief is voor de instelling, de afgestudeerde student (die het auteursrecht notabene heeft) dient te bepalen of het werk representatief is voor zijn of haar kunnen.

Natuurlijk moet je als onderwijsinstelling nadenken over het beter zichtbaar maken van afstudeerwerken die bovengemiddeld zijn. Opleidingen en studenten samen kunnen trots zijn op hun prestaties en die mogen in het zonnetje gezet worden. Vernieuwende ideeën, innovatieve oplossingen, toepassen van bestaande concepten in nieuwe omgevingen, daar wil je mee gezien worden.

Alleen moet je dit niet verwarren met wat je als instelling wilt met (open access) publicatiebeleid.

#

Over publiceren van afstudeerwerken die vertrouwelijke informatie bevatten

Het probleem is eigenlijk van alle tijden voor een hbo bibliotheek. Scripties die niet in de bibliotheek geplaatst werden omdat ze vertrouwelijke informatie bevatten. Je kwam er nooit precies achter wat voor soort vertrouwelijke informatie er dan wel niet in zou moeten staan dat het betekende dat het niet in de bibliotheek mocht staan maar ja, vertrouwelijk he? Je kon dan nog wel wat tips geven om te voorkomen dat het niet geschikt was voor opname in de bibliotheekcollectie maar studenten, onderwijs en de organisaties waar afgestudeerd werd hadden weinig belang om daar acties op te ondernemen.

Toen in 2006 de HBO Kennisbank tot stand kwam veranderde daar niet veel aan. De hogescholen hadden natuurlijk toestemming nodig van de studenten om hun afstudeerwerken in de HBO Kennisbank te plaatsen en onderdeel van die toestemming was dat de organisatie waar de afstudeeropdracht was uitgevoerd geen bezwaar had tegen het openbaar maken van dat afstudeerwerk. En ook al zitten er (zeker tegenwoordig) veel voordelen aan voor een student, hogeschool en ook organisatie dat een afstudeerwerk gepubliceerd wordt, nog steeds nemen vele studenten het zekere voor het onzekere en publiceren ze het niet in de HBO Kennisbank.

Dat komt vooral omdat je nogal verschillend kunt kijken naar het begrip vertrouwelijke informatie. Dat concurrentiegevoelige jaarcijfers vertrouwelijk zijn, dat snapt iedereen. Maar zijn namen en/of telefoonnummers van medewerkers vertrouwelijk? Organisatorische gegevens dan? En productgegevens? Daar moet je niet achteraf over discussiëren, daar moet je vooraf als student afspraken over maken. Als student heb je zeker voordeel bij het publiceren van je afstudeerwerk. Het is je visitekaartje voor de arbeidsmarkt dat door toekomstige werkgevers bekeken kan worden. Het is jouw introductie waarmee je zichtbaar wordt voor vakgenoten en in je gekozen vakgebied. Als een student vooraf rekening houdt met dit aspect kan bijvoorbeeld de structuur van het verslag meteen zo ingericht worden dat publicatie van het afstudeerwerk én geheimhouding van vertrouwelijke informatie op een juiste manier samen kunnen gaan.

Heb je als student toch te maken met vertrouwelijke informatie, dan kun je er o.a. voor kiezen om een aangepast en bewerkt afstudeerwerk aan te leveren waar je de voor het oorspronkelijke werk essentiële vertrouwelijke informatie uit verwijderd hebt. Hierbij kun je denken aan verschillende scenario’s om een aangepast afstudeerwerk te maken:

  1. Vertrouwelijke gegevens zo mogelijk niet opnemen.Het is altijd goed om eerst grondig te bekijken of opname van dit soort informatie in het afstudeerverslag überhaupt wel nodig is. Persoonlijke informatie als telefoonnummer of adres vormen geen onderdeel van het afstudeerverslag. Indien gewenst voor het bedrijf,  kan deze informatie als een apart inlegvel in het verslag gevoegd worden. Waarschijnlijk worden de begeleiders vanuit de opleiding in het afstudeerverslag genoemd. Maar ook van hen worden geen persoonlijke gegevens opgenomen en daarnaast ook bijv. geen interne telefoonnummers van de opleiding.
  2. Verwijderen van tekstdelen. Het verwijderen van tekstdelen kan vooral toegepast worden indien het om weinig vertrouwelijke gegevens gaat. Op de betreffende plaatsen komt dan een vermelding, dat de informatie vanwege vertrouwelijke aard verwijderd is.
  3. Vertrouwelijke gegevens in één bijlage, die niet gepubliceerd wordt. Gaat het om een grotere hoeveelheid vertrouwelijke gegevens, dan kunnen deze in een aparte bijlage geplaatst worden. Bij publicatie wordt die bijlage niet opgenomen;  in het verslag staat bij de vermelding van de bijlage dat deze wegens vertrouwelijkheid niet beschikbaar is.
  4. Anonimiseren. De naam en vestigingsplaats van het afstudeerbedrijf worden vervangen door een teken of eventueel een andere naam. Het kan zijn dat er naast gegevens van student, opleiding en bedrijf ook gegevens  van een vierde partij bij het afstudeerwerk betrokken zijn. De vertrouwelijkheid van privé-informatie van patiënten en cliënten kan gewaarborgd worden door het anonimiseren van de namen en woonplaatsen. Indien informatie eventueel toch nog ter herleiden zou zijn kan bij publicatie ook de naam van de betreffende instelling geanonimiseerd worden.
  5. Embargotermijn. Sommige informatie is slechts beperkte tijd vertrouwelijk en mag bijv. na het publiceren van een jaarverslag of een patentaanvraag wèl gepubliceerd worden. Het is dan mogelijk het afstudeerverslag te publiceren met inachtneming van een embargotermijn. De datum waarop deze embargotermijn verloopt kan aangegeven worden op het toestemmingsformulier voor de publicatie.
  6. Artikel voor een (branche)tijdschrift. Daarnaast is het vaak mogelijk om het afstudeerwerk te vertalen in een artikel voor bijv. een vaktijdschrift of brancheportaal. Bij gebruik van de licence to publish van Surf behoudt de student het recht om het artikel tegelijk ook in de eigen hogeschoolrepository te (laten) plaatsen.
  7. Kennisverslag. Naast of in plaats van het afstudeerverslag kan een kennisverslag gemaakt worden. Hierin wordt puur de verworven kennis beschreven; de context van het afstudeerbedrijf wordt daarbij weggelaten. De kennisvraag kan vanuit de eigen opleiding maar ook vanuit bijvoorbeeld een lectoraat komen. Een kennisverslag bevat hierdoor in de praktijk vaak weinig tot geen vertrouwelijke informatie.

Het is vooral belangrijk om bij de bespreking van de afstudeerstage of het -project, naast bovengenoemde suggesties, ook de ruimte te verkennen om je afstudeerwerk gepubliceerd te krijgen. “Onder welke voorwaarden kan het afstudeerwerk of delen hiervan beschikbaar gesteld worden voor publicatie?” Dit is een onderdeel van de stageafspraken waarin student, bedrijf en opleiding samen bepalen welke mogelijkheden er voor publicatie zijn en hoeveel ruimte er is.

Uiteindelijk is met het openbaar en beschikbaar maken van kennisproducten iedereen gebaat maar het gaat niet vanzelf en is niet vanzelfsprekend. Kritisch nadenken over het verantwoord omgaan met kennis en informatie speelt een belangrijke rol, ook voor een student!

@ foto via RGBstock, publicatiescenario’s met dank aan Diny in ‘t Groen, Avans Hogeschool

#

Kennis delen door hogescholen met de HBO Kennis Communicatie Kit

Ook kennis over het delen van kennis in het HBO moet je natuurlijk delen. Marijke Mentink tipte me op het bestaan van de HBO Kenniskit waarin communicatiemiddelen, artikelen en rapporten over de HBO Kennisbank en Open Access & auteursrechten ontwikkelingen bij hogescholen verzameld worden. Zoals dat hoort natuurlijk gaat dat in een wiki en wordt er voor vier doelgroepen (student, docent, lector en bedrijf/organisatie) aangegeven welke (voorlichtings)materialen er beschikbaar zijn.

Ik zag dat er toch al een aardig aantal artikelen, rapporten, folders en presentaties te vinden zijn maar dat er ook beeldmateriaal en praktische tools zijn opgenomen dat de afgelopen jaren is geproduceerd. Als je nog dingen mist of zelf aanvullingen hebt kun je een mailtje sturen naar de beheerders maar ook nu al is het een mooie verzamelplaats om zelf geproduceerd materiaal te delen met anderen als je je met publicaties, open access of auteursrechten bezig houdt in een hogeschool.

Wellicht eveneens een handige plek voor de leden van het Netwerk Auteursrechten Informatiepunten-hbo om dingen te delen?

#

Met open toegang tot Nederlandse onderzoekspublicaties schiet het ook nog niet op

Open toegang tot Nederlands onderzoek hapert: Hoger onderwijs moet beleid en werkafspraken Open Access formuleren. Dat was de kop van een artikel dat gisteren op surffoundation.nl verscheen naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek Monitor Nederlandse Onderzoek Repositories 2011.

Hoewel de Berlin Declaration on Open Access ondertekend is door alle universiteiten, de HBO-raad, en ook de KNAW en NWO, heeft zich dat nergens vertaald in concrete doelstellingen. Het aandeel Open Access publicaties komt voor weinig universiteiten boven de 20% uit. In de HBO Kennisbank, waar kennisproducten van hogescholen worden ontsloten, blijft het aantal open toegankelijke publicaties en afstudeeropdrachten achter bij het aantal lectoraten en afgestudeerden.

Verder stelt het rapport voor het HBO dat:

De HBO Kennisbank oogst en toont de inhoud van 21 hbo-repositories. In totaal gaat het eind 2011 om bijna 20.000 publicaties, waarvan 15.000 publicaties Open Access beschikbaar zijn. Hoe zich dat verhoudt tot het totaal aantal publicaties van een instelling is niet na te gaan omdat noch de HBO-raad noch de instelling deze cijfers hebben.  Maar het lijkt er op dat maar een beperkt deel van de onderzoekspublicaties in de HBO Kennisbank terecht komt. De beschikbare afstudeeropdrachten van studenten zijn allemaal Open Access. De aantallen zijn blijven stijgen over de afgelopen jaren tot bijna 2000 in 2010.  Maar het aantal beschikbare afstudeeropdrachten is maar een fractie van het totaal aantal afgestudeerde studenten.

Tja, ik snap de constateringen maar zeker voor de HBO Kennisbank vind ik het helemaal niet verkeerd dat er inmiddels al 20.000 publicaties te vinden zijn. We zijn immers net (ruim) 5 jaar bezig en hoewel het inderdaad voor het overgrote deel om afstudeeropdrachten gaat (en maar een zeer klein deel onderzoekspublicaties), is de toegankelijkheid van afstudeeropdrachten in het HBO nog nooit zo groot geweest. Het onderzoek lijkt ook voorbij gegaan te zijn aan het gegeven dat in het HBO het eerder regel dan uitzondering is dat meerdere afgestudeerde studenten samen aan 1 afstudeeropdracht hebben gewerkt dus om nou dat aantal afstudeeropdrachten te relateren aan het totaal aantal afgestudeerde studenten, dat lijkt me niet helemaal correct. Maar enfin.

Wel kan ik me helemaal scharen achter de aanbevelingen uit het onderzoek: formuleer gezamenlijk beleid en maak het makkelijk voor auteurs om publicaties te deponeren. T.a.v. afstudeeropdrachten zou best het beleid geformuleerd kunnen worden dat deze standaard in de HBO-Kennisbank beschikbaar gesteld dienen te worden, tenzij er zwaarwegende redenen zijn dit niet te doen. Dit kan echter geen dwingend beleid zijn want het auteursrecht van afstudeeropdrachten ligt niet bij de hbo instellingen maar bij de studenten en dat betekent dat ze zelf bepalen of ze dit willen doen of niet. Hbo instellingen en opleidingen zouden dit wel aantrekkelijker kunnen maken door meer aandacht te geven aan de positieve effecten -ook voor de auteurs- van het publiceren en toegankelijk maken van de eigen afstudeeropdracht.

Onderzoekspublicaties blijven een bijzonder fenomeen in het hoger beroepsonderwijs, om meer dan 1 reden. Vaak zijn ze geschreven door lectoren die frequent uit de universitaire wereld afkomstig zijn maar die daardoor ook dubbele aanstellingen hebben. Hierdoor is het ook geenszins eenduidig te stellen wie nou precies de auteursrechten heeft en hoe/of je als hbo instelling hier handig beleid op kunt maken. Auteurs willen hun publicaties graag publiceren maar treffen bij hogescholen nauwelijks of geen publicatiebeleid aan die recht doet aan publiceren onder open access of publiceren in erkende vaktijdschriften die tot de dag van vandaag eisen dat het auteursrecht overgetekend wordt naar de uitgever. Bij gebrek aan doelstellingen en beleid gaan auteurs noodzakelijkerwijs hun eigen gang en publiceren zoals ze gewend zijn te publiceren. Soms open access, soms in de HBO-Kennisbank maar veel vaker niet.

In de aanbeveling om gezamenlijk beleid te maken kan ik me dan wel vinden, ik voeg er wel de nuance aan toe dat de eerste stap zou moeten zijn om als hogescholen individueel na te denken en beleid te maken over hoe je met de kennisproducten van je eigen instelling wenst om te gaan. Hoe essentieel vind je het om met jouw auteurs in internationale erkende en prestigieuze tijdschriften zichtbaar te zijn? Wil je expliciet zorgdragen dat publicaties ook (later) te gebruiken zijn in het eigen gegeven onderwijs? Hoe ferm wil je sturen op publiceren onder open access en beschikbaar maken van publicaties in de HBO-Kennisbank? Die antwoorden moeten verwerkt worden in een eigen publicatiebeleid waarin je auteurs van je instelling faciliteert zodat het mes aan twee kanten snijdt.  Alleen maar streven naar een 100% open access beschikbaarheid van publicaties is onrealistisch en mijns inziens zelfs ongewenst.

Een belangrijke stap is ook om als hogeschool een uitspraak te doen hoe je auteurs van onderzoekspublicaties wilt/moet faciliteren qua rechten. Enerzijds heeft de hogeschool conform de Auteurswet (artikel 7) het auteursrecht op werken die door haar werknemers zijn gemaakt en wordt dat zelfs nog ruimer gemaakt door de CAO-hbo in artikel E-7. Anderzijds moet je dan wel beleid en praktijk ontwikkelen hoe je met dat auteursrecht omgaat en hoe je dan de werken exploiteert en daar hebben hogescholen ook geen ervaring mee. Plus, voor lectoren geldt dat je een aardige discussie kunt beginnen over wie nu precies dat auteursrecht heeft.

Die discussie moet je zien te voorkomen want uiteindelijk is daar niemand bij gebaat. Juist bij publiceren onder open access, juist als je publicaties ook voor je eigen onderwijs wilt inzetten, moeten auteurs niet de auteursrechten overdragen aan uitgevers maar afspraken maken om alleen het recht op exploitatie (voor die specifieke publicatie in dat specifieke tijdschrift of ander medium) over te dragen. Geef als hogeschool dus onvoorwaardelijk de mogelijkheid aan auteurs van onderzoekspublicaties om die afspraken ook te kunnen maken en geef ze de mogelijkheid om exploitatierechten op hun eigen publicaties over te dragen zodat ze kunnen publiceren. Natuurlijk, dat zal in sommige gevallen een sigaar uit eigen doos zijn omdat de auteur die rechten al had maar het vermijdt die zinloze discussie over wie het auteursrecht heeft, stimuleert auteurs om (betere) afspraken te maken met uitgevers en bevordert ook nog open access.

Win win, nietwaar? Ik hoop het tenminste want precies dit voorstel ligt nu bij ons college van bestuur.

#

Beroemd worden via de HBO Kennisbank

Gisteren dook er een 40 seconden tellend filmpje op waarin het publiceren/delen van je afstudeerscriptie via de HBO Kennisbank gepromoot wordt. Nu denk ik niet dat roem en glorie je te wachten staan als je je kennisproducten deelt, noch dat dit de motivatie moet zijn om het uberhaupt te doen maar het geeft wel een leuke prikkel mee om even na te denken over het plaatsen van je afstudeerscriptie in de HBO Kennisbank.

Ik vind het wel jammer dat er enerzijds geinvesteerd wordt in een ‘bekende Nederlander’ in het filmpje (en ja, ik weet wel wie Nicolette Kluijver is omdat ik zo af en toe naar BNN kijk) maar dat anderzijds er geen enkele tekst gesproken wordt waardoor de kracht van het filmpje niet zo sterk is als het had kunnen zijn mijns inziens. Het budget zal vrees ik niet toereikend zijn geweest om haar ook nog een wervende tekst te laten uitspreken.

Het is echter wel nitpicken aan mijn kant want er kan geen aandacht genoeg gegeven worden aan het actief delen van afstudeerscripties en andere onderzoekspublicaties. Wat heb je nou echt aan jouw publicatie als het niet gelezen en gebruikt wordt? Hollywood beroemd wordt je er allicht niet van maar weten dat anderen wat hebben gehad aan jouw publicatie, dat is toch die eeuwige roem waar iedereen het altijd over heeft. Gewoon doen.

Anti-plagiaat software schendt auteursrecht niet

Binnen zowel de werkgroep HBO repositories als de werkgroep Auteursrechten en hbo hebben we wel eens de discussie gevoerd wat we aanmoeten met koppelingen met anti-plagiaat software. Deze laatste partijen maken en gebruiken een database waarin bijv. scripties van studenten in opgenomen worden en die als vergelijkingsmateriaal dienen om vast te stellen of er wel of niet kans is dat er plagiaat heeft plaatsgevonden. Opnemen in van een scriptie in een instellingseigen database betekent nog steeds een aparte openbaarmaking en de discussie was vooral gecentreerd rondom het vraagstuk of dit punt apart opgenomen moest worden in een toestemmingsformulier.

gavel.jpg

Kennelijk speelt dat punt ook in Amerika en is dat zelfs voor de rechter beland. Via de Onderwijsnieuwsdienst las ik dan ook dat de rechter heeft geoordeeld dat anti-plagiaat software zonder enig probleem werkstukken en scripties mogen opnemen in hun databases zolang het doel is nieuwe werkstukken te vergelijken met (vele duizenden) oude werkstukken. Dit alles valt volgens de Amerikaanse rechter onder de ‘fair use’. De aanklagers in deze zaak zijn het daar niet zo mee eens en gooien ook het privacy aspect op tafel aangezien die werkstukken voorzien zijn van persoonsgegevens van zowel studenten als docenten. Ephorus, wat ook binnen Windesheim gebruikt wordt, gaf al in het artikel toelichting aangezien zij idd de databases per instelling houden en de keuze voor delen bij de instellingen zelf neerlegt.

Wel boeiend is hierbij dat even los van het auteursrecht, ook bij Windesheim de vragen en bezwaren over privacy blijven terugkomen. Zo had ik vorige week maar liefst 2 oud-studenten die een wijziging resp. verwijdering van hun scripties wilden omdat hun eigen persoonsgegevens nu ‘overal te vinden’ waren via de HBO Kennisbank. Ook al was er toestemming gegeven tot publicatie, kennelijk beseffen studenten onvoldoende dat dit dus betekent dat de gehele inhoud openbaar wordt en niet alleen de proza waarmee het diploma binnengehaald is. Qua auteursrecht staan wij in ons recht om die scripties erin te laten, de ervaren privacy schending is er echter niet minder om en dus heb ik 1 scriptie verwijderd en 1 scriptie geanonimiseerd.

Vond ik wel zo ‘fair’

HBO Kennisbank 2.0

Vandaag was het dan zo ver: de oplevering van de nieuwe interface (en mogelijkheden erin) van de HBO Kennisbank. Nu ook met publicaties en leermiddelen en, wat ik vooral erg mooi vind, allerlei drill-down opties om de zoekresultaten te verfijnen op auteur, trefwoorden, jaar enz.

hbokb2.jpg

We mogen overigens nog wel wat meer productie maken zie ik maar ik heb nu een RSS feed opgenomen met alle Windesheim scripties dus ik blijf op de hoogte :)

OpenDocument standaarden

Standaarden (van welke soort dan ook) moet je in het onderwijs best wel goed zoeken; ze liggen bepaald niet voor het oprapen. Dat geldt voor onderwijsontwikkeling maar ook absoluut voor de wijze waarop informatie gedeeld wordt. In de praktijk kom ik maar 2 scenario’s tegen: email en Office documenten en hoewel je met platte tekst nog aardig wat kunt (het heeft mijn voorkeur) is het werken in Word of Excel misschien wel praktisch, het moeten lezen via internet of intranet van dit soort bestanden is dit bepaald niet. Office geinstalleerd hebben is 1 vereiste en we hebben allemaal wel meer dan eens meegemaakt dat de layout, lettertype enz drastisch varieert van pc tot pc. Via ons intranet heb ik ook meerdere malen documenten aangetroffen waar doodleuk alle commentaren nog in stonden.

Dat is ook de reden dat we bijv. voor de HBO Kennisbank afgesproken hebben dat we geen (gezipte) Word bestanden uploaden maar altijd PDF gebruiken, ondanks het feit dat conversie naar PDF bij ons nog niet erg gefaciliteerd met breed beschikbare software. Het is wat werk maar met PDF weet je in elk geval zeker dat het er overal uitziet zoals je het wilt dat het er uitziet.

De hegemonie van Microsoft Office en de verschillende nadelen om zowel bewerkbare documenten als ‘read-only’ documenten in dit formaat te verspreiden heeft wereldwijd al geleid tot discussies over open standaarden. De Nederlandse overheid wil overstappen op open source software maar Noorwegen overweegde eerder dit jaar de stap naar specifieke open standaarden voor documenten en gaat dit per 1-1-2009 nu ook invoeren. HTML voor publieke informatie op het web, PDF voor alle documenten waar de opmaak bewaard moet blijven en ODF voor documenten die nog bewerkt mogen worden. Alle andere formaten mogen nog steeds, zolang het ook maar minstens in 1 van de voorgaande 3 formaten geleverd kan worden.

Een mooie stap en wat mij betreft eentje in de goede richting om een eind te maken aan de .doc en .docx bestanden die me via de mail, intranet en internet te vaak om de oren vliegen.

  • 2006- 2013 Vakblog – werken met informatie
    Powered by WordPress // Theme: Tatami by Elmastudio
Top