Ebooks in de hogeschoolbibliotheek: impressie van een SHB themamiddag

Ebooks komen bijna elke week wel in het nieuws. Je kunt ze doorverkopen bij Tom Kabinet, je kunt er steeds meer lenen bij de openbare bibliotheken en uitgevers beginnen nu (eindelijk) met nieuwe diensten te komen zoals Elly’s Choice. Maar welke mogelijkheden zijn er nou voor ebooks in de hogeschoolbibliotheek? Kun je iets met de grote ebookpakketten in je collectie? Hoe zit het nou met het aanbod van educatieve uitgevers? En hoe zorg je er voor dat je de titels kunt kopen die je wilt aanbieden?

Er komen geen leveranciers aan het woord over hun (gebrek aan) aanbod, maar we staan stil bij de praktijksituatie bij enkele hogescholen. Welke (juridische) ontwikkelingen spelen een rol, hoe kom je met uitgevers in gesprek over toegangs- en kostenmodellen om datgene te krijgen wat jouw opleidingen nodig hebben en hoe presenteer je vervolgens de digitale collectie?

Dat stond er in de uitnodiging te lezen voor de halfjaarlijkse themamiddag van het Samenwerkingsverband Hogeschoolbibliotheken (SHB) die vanmiddag dus plaatsvond. Die mocht ik organiseren/coördineren en ook nog eens openen met een kort verhaal over de (juridische) ontwikkelingen, de lastige aspecten van het opnemen van ebooks in je dienstverlening en wat er mijns inziens nodig is om die discussies weer wat vlot te trekken.

Hierbij ging ik in op het – niet altijd voor de hand liggende – verschil tussen aanbieden van papieren en digitale boeken aangezien ebooks niet zo maar gekocht en uitgeleend kunnen worden. Aangezien je te maken hebt met een zeer grote diversiteit aan prijs- en toegangsmodellen bij de diverse uitgevers is het zaak heel duidelijk te krijgen wat het onderwijs (en jij als bibliotheek) precies nodig hebt. En daar het gesprek met de uitgevers over aan te gaan. En dat allemaal onder het motto “Some people WANT it to happen, some WISH it would happen, others MAKE it happen”.

Pionieren met ebooks

Daarna vertelde Ria Paulides over de ervaringen van de hogeschool Inholland met ebooks in hun eigen bibliotheek die per 1-9-2015 volledig digitaal zal (moeten) zijn.

Daarvoor is ze met vele uitgevers aan het praten om tot zo veel mogelijk (nieuw) digital aanbod te komen maar is ook Inholland druk doende om alle verschillende platformen en modellen ingebed te krijgen in hun eigen dienstverlening.

Met de discovery tool Summon wordt er één zoekschil gemaakt over al die digitale content maar lopen zij – net als bijna alle andere instellingen die een discovery tool gebruiken – tegen het probleem aan dat niet alles beschikbaar en geïndexeerd is.

In tegenstelling tot vele andere hogeschoolbibliotheken wordt er bewust niet gestreefd door de bibliotheek van Inholland naar ebookversies van voorgeschreven literatuur. En zijn er ook verschillende andere categorieën materiaal waarvan ze nu al weten dat het niet digitaal beschikbaar zal komen, zoals onderwijsmethodes, jeugdboeken, bladmuziek en veel van de al genoemde voorgeschreven literatuur.

Ondanks alle gesprekken die nog op de planning staan met educatieve uitgevers beschouwt Ria Paulides het hele proces als pionieren en is er absoluut nog geen sprake van eenheid in het aanbod bij de uitgevers. Ze benadrukt ook dat de werelden van de hogeschoolbibliotheken en uitgevers daarvoor dichter bij elkaar moeten komen.

Presenteren van ebooks

Jaroen Kuijper van de Hogeschool van Amsterdam ging vervolgens in op hoe je vervolgens ebooks zichtbaar maakt en promoot in de hogeschoolbibliotheek.

Als alternatieven voor discovery tools en websites gaf hij aan dat je ebooks onder de aandacht moet brengen op plekken waar de studenten (en docenten) toch al zijn. Zoals bijvoorbeeld kaartjes met ebooktitels (en QR code die je naar de URL leiden) zetten tussen de fysieke boeken in boekenkasten, een interactieve projectie op de vloer waarbij je op ebooks ‘stapt’ die vervolgens geopend worden en op studieplekken bij opleidingen waar studenten studeren.

Vanuit het publiek gaf Maarten Hekman (van de HAN) het aanvullende voorbeeld van hoe ze ebooktitels die ook op de voorgeschreven literatuurlijsten staan, apart vermelden op die literatuurlijsten zodat studenten kunnen kiezen tussen aanschaffen van een papieren exemplaar of gebruik maken van het ebookexemplaar.

Samen of alleen?

Tja en dan? Gaat (en kan) iedereen zelf met uitgevers praten en de vraag binnen de eigen organisatie ophalen? Of kun je gebruik maken van het samenwerkingsverband waarin zo’n 30 hogeschoolbibliotheken deelnemen? Dat was de vraag van Marie-José Lampe van de Hogeschool Rotterdam aan de 60 aanwezigen stelde. Daar kwamen niet meteen kant en klaaroplossingen als reactie op maar wel het voornemen om aan de slag te gaan om gezamenlijk te streven naar meer uniformiteit in de toegang- en prijsmodellen bij uitgevers. En met elkaar te formuleren waar de hogeschoolbibliotheken zelf prioriteit aan geven en belang aan hechten.

Ongetwijfeld hadden enkele aanwezigen gehoopt op die gouden tips en pasklare antwoorden waarmee ze snel en gemakkelijk zelf mee aan de slag konden. Al die individuele afspraken, overeenkomsten en technische aspecten leveren immers een hoop werk op, zoals iemand verzuchtte in de zaal, maar het maakt hoe dan ook onderdeel uit van het (nieuwe) takenpakket van de hogeschoolbibliothecaris.

#

Auteursrecht voor onderwijs en bibliotheek

Als ik presentaties geef over auteursrecht – en waarom het belangrijk is voor docenten – dan moet ik dat meestal in een half uur doen. Maximaal. Omdat het onderwijs nou eenmaal niet geïnteresseerd is in een complete cursus auteursrecht beperk ik mezelf tot een korte uitleg over de readerovereenkomst en wat binnen de Auteurswet de mogelijkheden zijn voor docenten om andermans materialen te gebruiken in hun eigen onderwijs.

Vanmiddag had ik echter de gelegenheid om het wel een stuk uitgebreider te doen want ik had aangeboden een cursus auteursrecht te verzorgen voor mijn collega’s in het Mediacentrum. Ruim vier uur lang kon ik eindelijk eens inzoomen op de Auteurswet, uitleggen wie makers en rechthebbenden zijn in hbo instellingen, welke werken er binnen onze eigen instelling gerekend kunnen worden onder auteursrechtelijk beschermde werken, wat je precies kunt doen als je het auteursrecht hebt en waarom de wereld van het auteursrecht draait om toestemming geven en toestemming vragen. Ik nam mijn tijd om te vertellen over contentlicenties, Creative Commons licenties en zo’n beetje alle beperkingen in de Auteurswet die relevant zijn voor onderwijs en bibliotheken. En kon ook wat vollediger ingaan op de onderwijsbeperking, readerovereenkomst en hoe dat in de praktijk werkt op Windesheim.

Om het nog wat praktischer te maken eindigde ik met een selectie van vragen die onze eigen docenten de afgelopen maanden gesteld hebben aan het Auteursrechten Informatie Punt en mochten de collega’s die als een quiz gaan beantwoorden. Die vragen ontbreken in de presentatie die ik hieronder neergezet heb – ik vind het niet helemaal zuiver om ze te delen, ook al zijn ze geanonimiseerd – maar alle overige slides zijn gewoon aanwezig. Je moet het wel doen zonder mijn verhaal er bij maar ik weet zeker dat ik hem nog wel een keer ga geven. Ooit :)

#

Over discovery tools en het gebruik van Google Scholar in bibliotheken

Web scale discovery services, of discovery tools zoals ze in goed Nederlands meestal genoemd worden, bestaan al een aantal jaren. Ze zijn ontstaan vanuit het idee dat – vooral in academische (onderwijs)instellingen – gebruikers moeite hebben om alle content terug te vinden waar de bibliotheken een licentie op genomen heeft. In plaats van tientallen databanken en bijbehorende zoekinterfaces aan te bieden, inclusief het uitleggen van de subtiele verschillen qua inhoud en de grote verschillen qua interface en mogelijkheden, beloofden discovery tools een soort metazoekmachine te zijn voor al die bronnen. Inclusief de eigen catalogus voor het (beter) vindbaar maken van de fysieke collectie. 

Dat doen discovery tools niet door als een schil bovenop al die databanken te fungeren en de zoekactie in zoveel mogelijk bronnen tegelijk uit te laten voeren – want de eerdere federated searchtools bleken daar niet heel goed in te zijn – maar door zelf één index te maken van alles wat er *in* die databanken zit die je als bibliotheek hebt gelicenseerd.

“Web scale discovery” refers to a class of products that index a vast number of resources in a wide variety formats and allow users to search for content in the physical collection, print and electronic journal collections, and other resources from a single search box. Search results are displayed in a manner similar to Internet searches, in a relevance ranked list with links to online content. (bron)

Federated search vs. discovery

Met federated search tools moest je noodgedwongen genoegen nemen met de grootste gemene deler van alle databanken die je er mee wilde doorzoeken. Uiteindelijk deed het maar één ding en dat was de zoekactie in de overkoepelende zoekmachine vertalen naar zoekacties in de onderliggende databanken, deze uitvoeren en vervolgens alle zoekresultaten in één lijst verzamelen. Dat klinkt ideaal maar in de praktijk werkte het een stuk minder. Een titel en auteursveld hebben de meeste databanken wel maar hoe diverser de databanken waren die je wilde doorzoeken, hoe lastiger het was om die zoekactie correct te vertalen. Er waren connectoren nodig die de vertaalslag maakten tussen de zoekinterface van de federated zoekmachine en die van een databank en bij elke wijziging bij een leverancier moest dat weer aangepast worden.

Discovery tools hebben daar geen last van want ze indexeren de inhoud van alle databanken waardoor de zoekmachine eigenlijk een zelf samengestelde databank wordt. Dat heeft grote voordelen maar ook weer nadelen. Om de inhoud te kunnen indexeren moet de discovery tool toegang krijgen tot de inhoud in de databanken en daar kunnen & willen niet alle leveranciers van databanken aan meewerken. De uitdaging van het werkend krijgen van alle connectoren bij federated search tools is bij discovery tools vervangen door het beschikbaar proberen krijgen van de metadata bij de leveranciers van alle databanken.

Alle databanken?

Alle soorten databanken op één hoop gooien en tegelijkertijd willen doorzoeken bleek al lastig te zijn met federated search. Je zoekt nu eenmaal op hele andere velden als je naar jurisprudentie zoekt, bedrijfsgegevens, video’s, krantenartikelen, handboeken, ebooks of (wetenschappelijke) artikelen. Met discovery tools gaat dat wel een beetje beter maar behoud je het probleem dat 1 index en 1 zoekinterface maken toch echt een stuk beter werkt naar mate je niet al te veel verschillende soorten materiaalsoorten door elkaar mengt in die index. Op die manier zorg je er voor dat je beter en sneller vindt wat je zoekt (doordat er geen duizenden treffers op een zoekterm zijn) en kan de zoekmachine ook beter de zoekresultaten ontdubbelen.

Het is ongetwijfeld ook één van de redenen geweest dat de eerste universiteitsbibliotheek (van Utrecht), die in Nederland een discovery tool implementeerde, er voor koos om deze alleen te gebruiken voor het beter vindbaar maken van wetenschappelijke full-text artikelen. Niet alleen is het helder voor een gebruiker wat er wel en niet te vinden is maar het vermeed ook het probleem dat voor een groot deel van alle (andersoortige) databanken gold dat ze niet eens opgenomen konden worden.

In de hogeschoolbibliotheek

Ook hogeschoolbibliotheken zijn de laatste paar jaren druk bezig met het aanschaffen en implementeren van discovery tools. Dat komt vooral voort uit de wens om die ene zoekmachine te creëren voor studenten waarin met een eenvoudige zoekbalk – a la Google – in één keer de gehele digitale collectie doorzocht kan worden. Maar daar lopen de hogescholen wederom tegen het probleem aan van de diversiteit van alle databanken die gezamenlijk hun digitale collecties vormen. Want zelfs na bijna vier jaar discovery tools in Nederland zijn er nog bijna geen Nederlandse leveranciers die de metadata uit hun databanken kunnen/willen aanleveren aan de leveranciers van de discovery tools.

En daar waar universiteitsbibliotheken vooral wetenschappelijke bronnen met full-text artikelen hebben, hebben hogeschoolbibliotheken vooral vakinhoudelijke databanken met inhoud die varieert per leverancier en meestal ook uniek is voor die ene leverancier. De vraag die je als bibliotheek dan moet beantwoorden is welk probleem je nou precies aan het oplossen bent door een discovery tool in te richten.

In een discovery tool kun je niet meteen zien uit welke databank een gevonden item afkomstig is en de term ‘discovery’ slaat dan ook niet op het ontdekken van de individuele databanken maar op de inhoud ervan. Dat suggereert – bij mij tenminste – dat je diè (databanken met) inhoud moet opnemen in een discovery tool die je gebruikers anders moeilijk kunnen vinden. Niet om maar simpelweg alles in 1 zoekmachine te willen proppen omdat gebruikers liever niet willen weten in welke databank datgene zit dat ze zoeken. Ook als dat iedere keer eigenlijk maar één vakinhoudelijke databank is waar die inhoud als enige in zit.

“Onze studenten willen een Google zoekbalkje”

Dat zei iemand van een andere hogeschoolbibliotheek tegen mij. Ik vroeg hoe dat paste in hun informatievaardighedenbeleid om studenten te leren informatie te verwerven en te verwerken uit databanken en bronnen die ze ook in de beroepspraktijk tegen gaan komen. Maar ik kreeg daar geen antwoord op. Wel verzuchtte een andere collega bij weer een andere hogeschoolbibliotheek dat er toch echt wat meer druk gezet moest worden op die leveranciers om hun metadata aan te leveren voor de discovery tools van de hogescholen. Die gaf me wel een antwoord toen ik vroeg wat hun idee was over welke databanken dan in hun discovery tool moesten. Gewoon allemaal.

En waarom heb ik net het bovenstaande allemaal zitten tikken? Om mijn eigen mening te vormen over welk probleem discovery tools nou echt oplossen. Om te proberen te begrijpen waarom diverse hogeschoolbibliotheken er voor gekozen hebben er eentje aan te schaffen. Omdat ik niet snap waarom je een eigen versie van Google wilt maken terwijl het overduidelijk onwaarschijnlijk is dat je ooit alle databanken uit je collectie kunt toevoegen aan zo’n eigen zoekmachine. En ik denk dat het haaks staat op je eigen taak van informatievoorziening en informatievaardigheden in het hbo.

Google doet dat namelijk al beter dan je ooit zelf zou kunnen

Leuk zo’n Google zoekbalkje maar dat doet Google zelf met hun zoekmachine veel beter dan een discovery tool het gaat doen. Sterker nog, ze hebben al jaren lang hun eigen discovery tool met Google Scholar. Die wordt goed gebruikt door onderzoekers bij hogescholen en wordt in de academische wereld als een volwaardig alternatief gezien voor de door de bibliotheken aangeboden discovery tools. De Universiteit van Utrecht heeft inmiddels zelfs afscheid genomen van hun discovery tool en focust zich nu op Google Scholar.

En wij van Windesheim?

Toen Windesheim twee maanden geleden besloot meerdere wetenschappelijke databanken te licenseren ten behoeve van onderzoekers, medewerkers en studenten hoefden we niet lang na te denken. Het maakt gebruikers niet uit of een wetenschappelijk artikel in Science Direct staat of in Wiley of in Springerlink. Dus lag het voor de hand om ze op te nemen in een eigen discovery tool zodat je ook een zoekmachine hebt waarin je de artikelen vindt waar je ook echt toegang tot hebt. Natuurlijk wilden we ze eveneens doorlinken vanuit Google Scholar maar Scholar verwijst ook naar miljoenen artikelen die niet in één van onze databanken zit. Het één doen en het ander niet laten.

En dat is precies wat we gedaan hebben. Vanaf vandaag is WindeSearch (discovery tool Summon van leverancier Serials Solutions) beschikbaar als een zoekmachine voor alle (wetenschappelijke) full-text artikelen in onze digitale collectie. Uit de gelicenseerde databanken, aangevuld met Open Access tijdschriften. En natuurlijk kunnen onze gebruikers rechtstreeks naar die databanken toe om ze te doorzoeken maar ik weet eigenlijk wel zeker dat het zoeken (en vinden) via Google Scholar de meest populaire weg zal zijn naar die artikelen.

scholar windesheim discovery tools
WindeSearch bevat niet de inhoud van onze bibliotheekcatalogus want we hebben bijna geen wetenschappelijke boeken in onze fysieke collectie. Ook hebben we vooralsnog niet het voornemen om de vakinhoudelijke databanken op te nemen in de index. Waarom zouden we? Voor die vakinhoudelijke databanken maken we afspraken met de opleidingen over het gebruik ervan. Omdat ze nodig zijn in het onderwijs en omdat het databanken zijn die studenten later ook moeten kunnen gebruiken als ze afgestudeerd zijn. Dan heb je er weinig aan dat je hebt leren zoeken naar informatie in een bron die uniek voor Windesheim is en waar je niet eens in te zien kreeg uit welke databank die informatie oorspronkelijk kwam.

En dat die vakinhoudelijke databanken niet eens allemaal opgenomen *kunnen* worden is daarmee een probleem geworden waar wij in elk geval geen oplossing voor hoeven zoeken.

Verder lezen: Testing web-scale discovery services: how well do they work? (Usable Libraries blog) / Articles on discoveryHeads they win, tails we lose: Discovery tools will never deliver on their promiseWeb scale discovery & search (Flipboard magazine)

#

Disintermediation of over de rollen van hogeschoolbibliotheken, uitgevers en eindgebruikers

disintermediationAls je als Samenwerkingsverband Hogeschoolbibliotheken 10 jaar bestaat dan moet dat natuurlijk gevierd worden. Daarom vond afgelopen vrijdag, 21 juni, een feestelijke bijeenkomst plaats om stil te staan bij dit feit. En ook al was het gemakkelijk geweest om alleen maar terug te kijken op de afgelopen 10 jaar, de focus van het programma lag vooral op de uitdagingen die hogeschoolbibliotheken nog voor zich hebben liggen en hoe die het beste in gezamenlijkheid aangepakt zouden kunnen worden. Je bent niet voor niets een samenwerkingsverband, nietwaar?

Bestaat de hogeschoolbibliotheek nog over 10 jaar?
Ook al zijn de onderlinge verschillen groot tussen de meer dan 30 hogeschoolbibliotheken, dat betekent niet dat je niet na moet denken over je (eenduidige) rol als onderwijsbibliotheek. Sterker nog, die grote verschillen benadrukken juist dat er geen duidelijk verhaal, geen duidelijke visie is, over wat een hogeschoolbibliotheek precies kan betekenen voor hbo instellingen en hbo onderwijs. En als je niet exact weet wat je rol is (of zou moeten zijn) in die keten van informatievoorziening, dan is het ook lastig om te gaan met alle veranderingen, ontwikkelingen en bedreigingen. Moet je daar iets mee en zo ja, wat dan precies? Voor welk belang strijd je dan eigenlijk?

In een tijdperk waarin informatieleveranciers zoveel mogelijk rechtstreeks naar eindgebruikers (docenten en studenten) willen leveren in steeds meer exclusieve en gesloten distributiemodellen kun je je dan afvragen hoe je als hogeschoolbibliotheek je rol nog kunt oppakken. Traditioneel bemiddelden de bibliotheken tussen het aanbod van de markt en de vraag vanuit het onderwijs maar met de explosieve groei van digitale informatiebronnen moet je niet meer (alleen) willen sturen op een goede bibliotheekcollectie. Studenten hebben toegang tot gigantische hoeveelheden informatie, ontsloten via Google en andere leveranciers, waarbij hogeschoolbibliotheken zich op andere manieren moeten gaan onderscheiden. Als ze dit niet doen, dan dreigt er disintermediation: het wegvallen van je rol als intermediair tussen eindgebruikers en die informatieleveranciers. Ik blogde daar al eerder over.

Ontdek je plekje
Nu maak ik me zelf weinig zorgen over disintermediation. Hoe meer aanbod er komt, hoe meer informatieleveranciers zich op eindgebruikers gaan richten en hoe complexer de digitale informatievoorziening wordt, des te meer behoefte ontstaat er aan duiding, betere selectie en juist vereenvoudiging. Ik geloof stellig dat de rol van intermediair alleen maar essentiëler wordt maar dat hogeschoolbibliotheken die wel beter en opnieuw moeten gaan invullen. Niet meer gericht op het bij elkaar brengen van – het aanbod van – informatieleveranciers en de eindgebruikers maar om samen met die eindgebruikers te verkennen waar ze echt behoefte aan hebben. Om dat vervolgens te gaan realiseren in samenwerking met uitgevers en andere informatieleveranciers. Om gericht content op maat toegankelijk te krijgen voor het onderwijs zodat het optimaal gebruikt kan worden. Om van content van anderen daadwerkelijk onderwijsmateriaal te maken. Van sourceware naar courseware.

De dralende driehoek
Nu zou het fijn zijn als het onderwijs zelf met die behoefte kwam aanzetten. En dat uitgevers bij hogeschoolbibliotheken de vraag – en eis – zouden neerleggen om hun veranderende afzetmarkt goed in kaart te brengen samen met dat onderwijs. Dan hoefde je alleen maar te luisteren naar je klanten en je leveranciers om je rol in te gaan vullen. Maar het onderwijs is geen expert in informatievoorziening en ziet de noodzaak niet (altijd) in om dit goed te gaan regelen. Uitgevers zitten weliswaar in de keten van informatievoorziening maar hebben niet de intermediairsfunctie. Ze verzorgen het aanbod en zoeken naar openingen in de markt om tot goede (omzet)resultaten te komen.

En dus wachten we een beetje af. We wachten op elkaar. We proberen vanuit een eigen perspectief eens wat nieuwe dingen maar de drie partijen komen niet bij elkaar. Nieuw digitaal aanbod van uitgevers is meestal niet op maat en creëert niet automatisch een behoefte bij eindgebruikers. Die eindgebruikers formuleren meestal niet wat ze echt nodig hebben – en hoe ze die content willen hebben – en lijken de beperkingen en prijzen te accepteren voor wat ze zijn. Om vervolgens hun oude vertrouwde werkwijzen door te zetten. En hogeschoolbibliotheken lijken vooral te wachten tot of het onderwijs of de uitgevers met iets concreets komen in plaats van dat proces op gang te helpen en daarmee hun eigen rol duidelijker – en zekerder – te krijgen in die driehoek van informatievoorziening.

In gesprek gaan en je rol pakken
Terug naar die bijeenkomst van afgelopen vrijdag. Daar stond ik na de theepauze op een veel te warm podium met een uitgever – Wirt Soethorst van Boom Uitgevers Den Haag – te discussiëren over het bovenstaande. Of eigenlijk moet ik zeggen dat we vooral elkaars vuurtjes zaten op te stoken (alsof het niet warm genoeg was) want we stonden maar nauwelijks stil bij hoe we nou ervoor konden zorgen zelf uit dat gedraal te komen.

Ja, ik vond en vind dat uitgevers niet zo aanbodgericht moeten zijn en minder de nadruk moeten leggen op business- en verdienmodellen. En meer flexibel content (kunnen) aanbieden die ook op maat prijzen (verdienmodellen) met zich meebrengen zodat hogeschoolbibliotheken ook de tools hebben om naar het onderwijs duidelijk te maken wat er mogelijk is.

En ja, Wirt had ook gelijk met zijn mening dat onderwijs en hogeschoolbibliotheken eens duidelijk moeten zijn in wat ze nu echt van een uitgever willen. En daar naar gaan handelen. Opeens was ik aan het discussieren met de enige uitgever die – eenzijdig weliswaar – tenminste nog met een voor het onderwijs werkbaar product is gekomen terwijl ik het niet oneens met hem was. Wel over de gedachte erachter maar vanuit het perspectief van een uitgever snap ik die ook wel natuurlijk.

Nee, disintermediation is niet de echte bedreiging voor de hogeschoolbibliotheken. Maar het laten voortbestaan van die afwachtende houding en de verantwoordelijkheid & invulling van je eigen rol volledig neerleggen bij wat het onderwijs wil of waar de uitgevers en informatieleveranciers mee komen, dat kon nog wel eens zeer problematisch gaan worden als we niet uitkijken.

Als hogeschoolbibliotheken niet precies weten waar ze voor zijn, dan kan je dat het onderwijs ook niet uitleggen. Laat staan de uitgevers. Er is nog genoeg werk aan de winkel de komende 10 jaren, dat is dan tenminste wel duidelijk.

#

100procentdigitaal

Inholland streeft naar een digitale hogeschoolbibliotheek voor 2015. Maar wie zit daar op te wachten?

Ik had vorige week al vernomen dat de intentie er was van Inholland hogeschool om voor 2015 over te gaan naar een volledig digitale bibliotheek en dus afscheid te nemen van alle fysieke componenten die traditioneel bij een hogeschoolbibliotheek horen. Ik zou willen zeggen dat het een nieuw idee is maar enkele jaren geleden  was dat idee ook al bij mijn hogeschool gelanceerd. Met ongetwijfeld de gedachte in het achterhoofd dat het anno 2010 toch niet zo kan zijn dat je als bibliotheek uberhaupt nog afhankelijk bent van die fysieke collectie, studie- en werkplekken en uitleenapparatuur. Dat kan toch zeker allemaal wel digitaal? En bovenal, een stuk goedkoper? Vierkante meters zijn immers duur.

De feiten weerlegden deze gedachten gelukkig al snel. Een hogeschoolbibliotheek is gedienstig aan het onderwijs en niet (alleen) aan bezuinigingsvoorstellen. En dat onderwijs wil niet altijd digitale informatievoorziening. Als ze voor dat vakgebied uberhaupt al keuzes hebben overigens want de praktijk is dat het nog extreem karig gesteld is met het digitale aanbod van studieboeken en Nederlandstalige vaktijdschriften. Op het ene vakgebied zijn uitgevers er verder mee dan de andere.

Maar digitaal betekent niet automatisch toegankelijk en inzetbaar
Digitaal is een toverwoord geworden. Er hangen zo veel onuitgesproken verwachtingen aan dat er met een roze bril naar gekeken wordt. Daardoor valt het misschien niet goed op dat een groot deel van het digitale aanbod nauwelijks of zelfs helemaal niet te gebruiken is door een (hogeschool)bibliotheek. Of het onderwijs. Lesmethoden zijn beperkt digitaal beschikbaar en waar ze het wel zijn voorziet die constructie niet in het breed aanbieden van die content aan een instelling maar is die gericht op individuele afname door studenten. Nederlandstalige (vak) tijdschriften zijn bijna niet full-text digitaal beschikbaar voor breed gebruik. Dit blijft beperkt tot individuele abonnees.

De ontwikkelingen rondom e-studieboeken komen nu pas een beetje op gang. Uitgevers zijn zoekende maar ook hier heb je te maken met het onderwijs die eigenlijk nog moet beginnen met nadenken over en formuleren van wat ze nodig hebben. En in welke vorm. En met welke randvoorwaarden voor de toegang. Ontwikkelingen die nog vele jaren nodig hebben voordat ze leiden tot een breed, representatief en bovenal bruikbaar aanbod waar je als bibliotheek gebruik van kunt maken richting het onderwijs.

Terug naar Inholland
Wat precies de achterliggende redenen zijn voor Inholland om te kiezen voor een volledig digitale bibliotheekvoorziening op korte termijn, daar kan ik alleen maar naar speculeren. Feit is dat gisteren Doekle Terpstra, de voorzitter van het college van bestuur van Inholland, via Twitter bevestigde dat het niet bij een voornemen blijft maar het als besluit genomen is.

Het lijkt me inderdaad een hele stevige opdracht. Prachtige innovatie? Sorry maar zoals alle vernieuwingen niet perse verbeteringen zijn, zo zijn digitaliseringstrajecten niet perse innovaties. Misschien zijn ze dat per definitie niet zelfs.

Bert Zeeman, van de Universiteit van Amsterdam, durfde zelfs de weddenschap met zijn lezers aan te gaan over het behalen van dit doel voor 2015. De vragen en overpeinzingen die hij daar bij heeft zijn stuk voor stuk al valide. Ik las diverse reacties die in verschillende mates van voorzichtigheid niet veel vertrouwen uitspraken over de kans van slagen. Het is bijna onmogelijk voor te stellen hoe je de kwaliteit van de informatievoorziening vanuit je hogeschoolbibliotheek in stand kunt houden als je genoodzaakt bent om niet te kijken naar de inhoud van die informatie maar puur en alleen naar de vorm. Een vorm waar de overgrote meerderheid van uitgevers die content leveren voor hogeschoolbibliotheken nog stevig mee worstelt.

Maar wat wil je nou als hogeschoolbibliotheek?
Digitaliseren is niet het doel van een hogeschoolbibliotheek. Sowieso is de term digitaliseren ongelukkig want het lijkt aan te geven dat je je bestaande fysieke collectie gaat inscannen en digitaal aanbieden. Wat natuurlijk niet toegestaan is want daar overtreed je meerdere wetten mee.

De hogeschoolbibliotheek is, ik zei het al eerder, gedienstig aan het onderwijs. Er moet een directe link zijn tussen wat het onderwijs – docenten en studenten- nodig hebben binnen de tientallen opleidingen/curricula en wat je als bibliotheek levert, ontsluit en toegankelijk maakt. In 2008 vertelde de toenmalige voorzitter van de HBO Raad, dezelfde Doekle Terpstra die nu bij Inholland zit, tijdens een lustrumbijeenkomst van het Samenwerkingsverband Hogeschoolbibliotheken (SHB) over de noodzaak om betere verbindingen te maken met het onderwijs en de opleidingen waarvoor hogeschoolbibliotheken werken.

En ja, dat betekent dat je kritisch moet kijken naar je traditionele rol als bibliotheek. Andersoortige diensten en minder vanuit het belang van je bibliotheek handelen. Meer vanuit de belangen van je onderwijs(instelling). Minder focus op het hebben van een (fysieke) collectie en de aandacht verschuiven naar het toegankelijk maken van informatiebronnen voor die groepen binnen je instelling die deze bronnen ook daadwerkelijk nodig hebben.

Dat zou pas prachtige innovatie zijn voor hogeschoolbibliotheken als je het mij vraagt.

Maar alle inspanningen, je gehele focus, toespitsen op digitale dienstverlening en hopen dat er voor 2015 voldoende digitaal aanbod is vanuit de markt om dat ook naar je gebruikers in je hogeschool aan te kunnen bieden? Vanuit je visie nee zeggen tegen het onderwijs als ze fysieke informatiebronnen nodig hebben, om wat voor reden dan ook? Digitale informatiebronnen van uitgevers min of meer klakkeloos aan gaan bieden, ook al zijn er (licentie)technische beperkingen, puur omdat het past in de digitaliseringsdoelstelling?

Niet alleen durf ik de weddenschap niet aan te gaan met Bert, ik vrees dat alleen al dit besluit van Inholland negatieve impact gaat hebben op de ontwikkeling van een toekomstbestendige visie van zowel HBO instellingen als hogeschoolbibliotheken op de rol die bibliotheken kunnen en moeten spelen in onderwijsinstellingen. Waarom zou je het nog over verbindingen met het onderwijs hebben als je als bibliotheek al besloten hebt dat je alleen nog maar digitale diensten wilt gaan leveren? 100% digitaal is 100% onrealistisch.

Hoe je er ook naar kijkt.

#

Bibliotheken in het hoger onderwijs: de accreditatie als meetlat

Ruim 4 jaar geleden ben ik anders gaan kijken naar de rol van een bibliotheek binnen hoger onderwijsinstellingen. Of misschien moet ik zeggen dat ik me toen (echt) begon te beseffen dat er een uiterste houdbaarheidsdatum zat op het hele fenomeen hogeschoolbibliotheek als we verder zouden gaan zoals we dat altijd al deden.

Dat kwam allemaal niet zomaar uit de lucht vallen natuurlijk. Twee jaar daarvoor, in 2006, had het Samenwerkingsverband Hogeschoolbibliotheken (SHB) een verkenning laten uitvoeren waarin een viertal scenario’s waren beschreven voor de hogeschoolbibliotheek in 2016. Vier hele verschillende scenario’s waarin diverse, toen al gaande, ontwikkelingen waren geëxtrapoleerd naar de toekomst toe. Vier scenario’s die variëerden van een vernieuwde rol voor de bibliotheek tot het volledig verdwijnen van de zelfstandige hogeschoolbibliotheek. Scenario’s die -en zo interpreteerde ik ze- vooral afhankelijk waren van de mate waarin hbo bibliothecarissen, de informatiespecialisten, in staat zouden blijken om hun klassieke rollen achter zich te laten en compleet nieuwe taken en rollen op zich te nemen. Maar die, minstens net zo belangrijk, afhankelijk waren van de onderwijsinstellingen en de opleidingen zelf die verder moesten kijken naar hun bibliotheek- en informatievoorzieningen dan alleen die knusse ruimte met boeken, tijdschriften en databanken.

Zoals gezegd, in 2008 kwam dat voor mij eindelijk een beetje bij elkaar. T.b.v. het vieren van het eerste lustrum organiseerde het SHB een symposium waarin de blik meer richting het onderwijs ging dan richting de hogeschoolbibliotheken zelf. Natuurlijk, er werd stil gestaan bij de eigen SHB activiteiten (ik mocht zelf ook nog een korte presentatie geven over de SHB benchmark) maar er werd de bibliotheken ook een externe spiegel voorgehouden. Doekle Terpstra, toen nog voorzitter van de HBO raad, drong aan op betere verbindingen met het onderwijs waarvoor de bibliotheken nu eenmaal zouden moeten werken. Het was echter Karl Dittrich vanuit zijn rol als voorzitter van de NVAO (Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie) die ook kritisch durfde te zijn over ambities en doelstellingen van het hoger onderwijs en de daaraan gekoppelde rollen die de bibliotheken zouden kunnen vervullen. Maar dat slechts in zeer beperkte mate al deden.

Ook tijdens de forumdiscussie bleef Dittrich kritisch over de intenties en plannen van bibliotheken en miste hij de harde link met het onderwijs. Hoe hij het allemaal precies verwoordde is voor mij minder relevant maar wat ik er aan over heb gehouden is het besef dat bibliotheken in het hoger onderwijs op moeten houden met bibliotheekje te spelen en gaan insteken op al die zaken waar het onderwijs echt op zit te wachten, maar niet associëren met een bibliotheek. Ook daar zit nog veel ruis op de lijn maar dat kun je wel bespreekbaar maken vanuit het meest praktische aspect waar alle opleidingen in het hoger onderwijs mee te maken krijgen.

Accreditaties.

Alle opleidingen in Nederland (en Vlaanderen) worden periodiek beoordeeld op een groot aantal aspecten die in beoordelingskaders zijn vastgelegd. De kwaliteit van het onderwijsprogramma, studeerbaarheid, relatie tussen het curriculum en het beroepenveld, de kwaliteit van afstudeerwerken en nog tientallen andere aspecten worden onder de loep genomen en beoordeeld. Scoor je als opleiding hier slecht op, dan heb je een probleem van de allerhoogste categorie. In het slechtste geval verlies je je accreditatie wat inhoudt dat de opleiding opgeheven zal worden.

Als bibliotheek moet je er mijns inziens ook naar toe een rol te spelen in het accreditatieproces. Niet meer jezelf beoordelen aan de hand van hoeveel werkplekken je in de bibliotheek hebt, hoeveel je open bent wekelijks, het aantal uitleningen en hoeveel duizenden digitale bronnen je wel niet aanbiedt. Grote ruimtes neerzetten en voor veel geld dingen aanschaffen, dat kunnen we inderdaad wel. Maar zorg er nu eens voor dat je samen met de opleidingen afgerekend wordt op die aspecten die er echt toe doen. Hoe kun je spreken van partnerschap en intensieve samenwerking met het onderwijs als zij alleen staan tijdens een accreditatieronde. Als ze alleen de lasten dragen van een mindere beoordeling maar ook alleen met een gloeiende positieve beoordeling in de hand staan? Wat is de toegevoegde waarde van een bibliotheek dan eigenlijk?

Nee, ik wil die samenwerking dus anders invullen. Niet meer alleen de bibliotheek als voorziening die kortstondig wordt bekeken door een commissie en waar je ‘geluk hebt’ als er een passage te vinden is in het accreditatierapport.

De mediatheek is centraal op de campus gevestigd en biedt naast een sortering boeken en tijdschriften digitale toegang tot diverse universiteitsbibliotheken en literatuurbestanden in binnen- en buitenland. Studenten kunnen gebruik maken van diverse zoeksystemen; zij hebben evenals de docenten digitaal toegang tot de mediatheek.

Dat is hoe de hogeschoolbibliotheek thans in het accreditatiekader gezien wordt. Als (primair een fysieke) voorziening waarbij niet eens gekeken wordt of de geaccrediteerde opleiding gebruik maakt van die voorzieningen! Dat kan anders. Dat moet anders!

De rol van informatievoorziening, informatievaardigheden, onderzoeksvaardigheden in het onderwijsprogramma. Dat zijn uitstekende ingangen voor een bibliotheek om samen met de opleidingen te kijken hoe dit naar een hoger platform kan worden getild. Maar ook het beeld en de visie op de geboden voorzieningen van en de ondersteuning door een bibliotheek kan en moet beter. Zodat je als opleiding en bibliotheek echt samenwerkt en samen trots kunt zijn op wat er geboden wordt aan studenten en het beroepsveld.

Laat dan die accreditatie maar komen en leg zowel de opleiding als de bibliotheek maar aan de meetlat.

@ foto via Flickr

#

Nog een keer ebooks en hogeschoolbibliotheken

Bijna 2 weken geleden las ik een interessant artikel van Bobbi Newman op haar blog Librarian by Day. Daarin beschrijft ze alle lastige, onwerkbare en niet aan de klant uit te leggen aspecten die komen kijken bij het aanbieden van ebooks door bibliotheken. Met de titel ‘Should Libraries Get Out of the eBook Business?‘ stelt ze in elk geval de vraag die ook bij mij leeft. Haar conclusie is dat een werkbare en haalbare constructie voor het aanbieden van ebooks door bibliotheken nog niet in zicht is. “I do not think we should stop looking for a solution or stop advocating on behalf of our patrons, but I do think perhaps we should stop throwing good money at a bad solution

Onderdeel van die slechte oplossing is het proces om ebooks daadwerkelijk te kunnen lenen. Het is het enige “positieve” aspect dat DRM heeft want het stelt leveranciers van ebookbibliotheekdiensten in staat om na een bepaalde periode de gedownloade boeken ontoegankelijk te maken. Bobbi schrijft dat de constructie met Amazon voor Amerikaanse bibliotheken een verbetering opleverde doordat geleende boeken wireless geleverd werden naar pc of ereaders toe maar hier in Nederland zitten we toch echt vast aan de Adobe DRM in combinatie met Adobe Digital Editions.

Als een hogeschoolbibliotheek zitten we vast aan leveranciers die grote aantallen voornamelijk Engelstalige boeken aanbieden op hun eigen platformen. MyiLibrary, ebrary, Netlibrary, Ebook Library, allemaal hebben ze al het woord bibliotheek in hun naam gestopt om feitelijk de rol over te nemen die bibliotheken hadden met hun fysieke collecties. Welke je ook neemt of wilt aanbieden als hogeschoolbibliotheek, je besteedt effectief je hele dienstverlening op ebookgebied uit aan 1 leverancier (meer dan 1 is onbetaalbaar) en je wordt meteen beperkt tot wat die ene leverancier-met-bibliotheek-in-de-naam in het assortiment heeft zitten. Alle inspanningen om als hogeschoolbibliotheek zorg te dragen dat in het onderwijs gebruikt materiaal laagdrempelig (digitaal) beschikbaar komt kun je vanaf nu laten zitten want je bent gedwongen je docenten en studenten te laten verdrinken in een zee van Engelstalige ebooks.

Ebooks die je, in tegenstelling tot alle andere digitale informatiebronnen, juist niet binnen de eigen instelling makkelijk kunt gebruiken. Jarenlang hebben we gestreefd om onze digitale informatiebronnen ook buiten de muren van de instelling beschikbaar te kunnen stellen aan onze studenten en docenten. Thuistoegang is een minimale vereiste geworden op het moment dat we als hogeschoolbibliotheek een nieuwe databank aan willen bieden. Met al die ebookplatforms krijg je de omgekeerde wereld. Het downloaden van ebooks kan alleen met behulp van Adobe Digital Editions in combinatie met een eigen Adobe ID. Dat je verplicht bent zo’n Adobe ID aan te maken is minder vanzelfsprekend dan ebookleveranciers je willen geloven maar ook als bibliotheek mag je je gerust achter de oren krabben hoe je dit aan je studenten wilt en moet uitleggen.

Op een pc van een student of docent thuis is dat al bewerkelijk genoeg, zeker als je niet zo enorm handig bent met pc’s en software, maar op de netwerken van hogescholen is dat effectief onmogelijk. Applicaties worden centraal gedistribueerd en dat betekent dat alle pc’s en accounts van studenten en medewerkers voorzien moeten worden van Adobe Digital Editions. Dat gaat niet zo gemakkelijk gebeuren. Ja, je kunt de software (bij ons tenminste) ook handmatig downloaden en installeren maar je bent in beide gevallen genoodzaakt een eigen Adobe ID te gebruiken op een pc waar een uur later iemand anders zit. Met een andere Adobe ID. Of nog erger, jij denkt een boek te gaan downloaden maar het is de Adobe ID van je voorganger op die pc waarmee het ebook geleend wordt. Ik kan zo 10 scenario’s bedenken waarbij onze studenten en medewerkers tegen problemen aanlopen en dan moet je je toch echt afvragen waar je mee bezig bent. Voor papieren boeken lenen moet je altijd naar de bibliotheek komen maar voor het lenen van ebooks moet je vooral niet in de bibliotheek zelf zijn. Doe dat alsjeblieft thuis zodat er geen problemen ontstaan met die DRM die ervoor zorgt dat je na 2 weken de ebooks weer inlevert, sorry ik bedoel dat ze ontoegankelijk gemaakt worden.

Als gebruiker kan ik best enthousiast zijn over die ebookplatformen. Als gebruiker kan ik zelfs nog – met gepaste tegenzin – leven met Adobe DRM om het lenen van ebooks mogelijk te maken. Als informatiespecialist van een hogeschoolbibliotheek kan ik echter niets met die platforms. Ze beschouwen zichzelf letterlijk als de ebookbibliotheek waarin hun gebruiksvoorwaarden en selectie van aanbod leidend zijn. Hun platform, hun aanbod, hun voorwaarden. Als hogeschoolbibliotheek lever je geen ebookdienst meer naar je eindgebruikers als je van hun platformen gebruik wilt/moet maken, nee, je zegt tegen je studenten en docenten dat ze naar een andere bibliotheek moeten gaan voor ebooks. Een bibliotheek die niet het aanbod heeft wat ze zoeken, vervelende regeltjes hanteert en niet gemakkelijk genoeg is in het gebruik. Maar hun oude vertrouwde hogeschoolbibliotheek betaalt de rekening wel. Zowel financieel als qua imago.

Het is zoals Bobbi zegt. Laten we stoppen met goed geld stoppen in slechte oplossingen.

@foto Sony PRS-600 en hand van mezelf

#

Pagina 1 of 212
  • © 2006- 2014 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top