Boekenplog: Mediacentrum Windesheim

“Wanneer maak je eens een boekenplog van het Mediacentrum?”, vroeg een collega me een tijd geleden. Daar wist ik zo snel geen antwoord op. De waarheid is dat het niet eens in me opgekomen was om de hogeschoolbibliotheek waar ik zelf werkzaam ben vast te leggen in foto’s. Of uberhaupt welke hogeschoolbibliotheek dan ook. Op de één of andere manier kijk ik anders naar deze boekenplekken kennelijk maar dat is geen reden om het verder te negeren.

Waarom niet eens een keer foto’s maken van ‘mijn’ eigen Mediacentrum? Dan kan iedereen zien wat de nieuwe eerstejaars studenten van Windesheim in Zwolle ook te zien krijgen. Kijk je met me mee?

Mediacentrum Windesheim

Het Mediacentrum bevindt zich – een klein beetje uit het zicht – achter de receptie van het hoofdgebouw. Met (bijna altijd) geopende schuifdeuren en een bijna altijd gesloten deur rechts waar je buiten de openingstijden je geleende materialen kunt inleveren in de brievenbus.

Mediacentrum Windesheim

Ondanks het bord boven de ingang blijkt het niet altijd duidelijk te zijn *wat* het Mediacentrum precies is want een veelgestelde vraag aan de balie direct achter de ingang is of ze kunnen vertellen waar de bieb zich bevindt.

Mediacentrum Windesheim

Zo’n brievenbus aan de buitenkant trekt misschien niet alle aandacht maar het is toch een mooi stukje techniek. De brievenbus is feitelijk een verkapte innamebalie want je kunt dus buiten openingstijden op die manier je boeken automatisch laten innemen. Zolang je ze tenminste één voor één door de gleuf duwt :)

Mediacentrum Windesheim

Aan de andere kant van de muur zit je meteen bij alle onderdelen van de 100% zelfservice voorzieningen. Lenen, inleveren en eventuele kosten betalen, er komt geen medewerker meer aan te pas. En nee, je kunt niet grabbelen in de ballenbakken.

Mediacentrum Windesheim

Die medewerkers zitten er overigens wel vlakbij. Voor vragen en om te zorgen dat als je er vandoor gaat met onze materialen zonder ze uit te lenen, je achterna te zitten. Nou ja, normaliter tenminste want deze foto’s zijn ‘s-morgens vroeg gemaakt toen er bijna geen studenten (en medewerkers) aanwezig waren.

Mediacentrum Windesheim

Kijk! Behalve werkplekken voor studenten heeft het Mediacentrum ook boeken. In boekenkasten! Jazeker, dit is echt de bibliotheek.

Mediacentrum Windesheim

Aan de linkerkant vind je de tijdschriften inclusief plek om ze ter plekke te lezen. Oh en een emmer met zonnebloemen bovenop de kast. Details zijn belangrijk. Achter de klapdeuren zijn de kantoren van de Mediacentrum medewerkers.

Mediacentrum Windesheim

Het Mediacentrum zit misschien niet in de de grootste ruimte op Windesheim maar elk hoekje wordt gebruikt. Achter de boom zit bijvoorbeeld een werkruimte/stilteruimte voor studenten.

Mediacentrum Windesheim

Deze werkruimte/stilteruimte dus. 

Mediacentrum Windesheim

Maar terug naar de boekenkasten nu. Waar de boeken ouderwets op onderwerp in de kast staan en je gewoon in de catalogus kunt vinden waar ze (zouden moeten) staan.

Mediacentrum Windesheim

Welke catalogus? Nou die daar tegen de pilaar aan staan. Niet alleen om de boeken terug te vinden maar ook om snel even één van de databanken te doorzoeken.

Mediacentrum Windesheim
Mediacentrum Windesheim

De rechterzijde van de begane grond is eveneens gereserveerd voor (computer)werkplekken. Alleen de kleine boekenlift herinnert nog aan de tijd dat er meer boekenkasten dan werkplekken waren. Maar het zijn niet alleen werkplekken hier. Achter de openstaande deuren zitten nog meer ruimtes.

Mediacentrum Windesheim

Het Multimedia Practicum.  Achter de deuren (en het raam) bevinden zich ook weer werkplekken maar ook videomontagewerkplekken, een volledig ingerichte studio en regieruimte. Hier kunnen studenten en docenten aan de slag met eigen videoproducties of kennisclips.

Mediacentrum Windesheim

Een beetje weinig boeken voor een bibliotheek? Geen zorgen, meer boeken staan op de eerste verdieping.

Mediacentrum Windesheim

Rijen met boekenkasten zelfs! Niet dat er hier geen werkplekken zijn echter want die vind je aan de raamkant terug.

Mediacentrum Windesheim

In de hoek zit eveneens een stilteruimte die soms als instructielokaal gebruikt wordt met deze kleine werkruimte/stilteruimte ernaast.

Mediacentrum Windesheim

Omsingeld door de (stilte) werkplekken en de boekenkasten is er een kleine nederzetting die moedig weerstand blijft bieden aan de overweldigers. Eén medewerker van het Mediacentrum heeft hier zijn kantoor (ikke!)

Mediacentrum Windesheim
Mediacentrum Windesheim

De overige (nieuwe) banken en werkplekken zijn echter bedoeld voor de studenten. 

Mediacentrum Windesheim
Mediacentrum Windesheim

Geen gebrek aan groen. En blauw.

Mediacentrum Windesheim

Verdekt opgesteld in de hoek staat het belangrijkste apparaat van de eerste verdieping. Vergeet de zelfuitleen, het gaat om de koffie!

Mediacentrum Windesheim

Meteen bij de trap staan nog computerwerkplekken. Met – vanaf deze kant – uitzicht op het auditorium waar elke dag colleges worden gegeven. 

Mediacentrum Windesheim

Aan de andere kant van de trap staat de informatiebalie. Even bellen als er niemand zit!

Mediacentrum Windesheim

Maar we zijn er nog niet. Door de klapdeuren is er nog een ruimte! Ooit was het de onderwijswerkplaats (OWP) met een eigen in- en uitgang naar de Pabo. Nu is het als studielandschap voor de lerarenopleidingen geïntegreerd met het Mediacentrum.  

Mediacentrum Windesheim

Je vindt er nog steeds de collectie voor de lerarenopleidingen met o.a. de onderwijsmethoden. Oh en de printer.

Mediacentrum Windesheim

Plus natuurlijk nog wat werkplekken.  

Mediacentrum Windesheim

De kasten met knutselmaterialen mogen niet ontbreken. Net als de posterbakken.

Mediacentrum Windesheim

 

Mediacentrum Windesheim

Ook hier aan kleuren geen gebrek.

Mediacentrum Windesheim

En omdat een goede leraar ook de klassieke vaardigheden moet oefenen heeft het Mediacentrum een collectie poppenkastpoppen. Het was nog even een klusje om ze geschikt te maken voor de zelfuitleen want dat de leverancier van de chips had niet echt rekening gehouden met leskisten en poppenkastpoppen. 

Mediacentrum Windesheim

Langs de andere zijde weer terug naar de in- en uitgang.

Mediacentrum Windesheim

Terug door de deur richting de trap naar beneden….

Mediacentrum Windesheim

Trappetje naar beneden.

Mediacentrum Windesheim

En nog een laatste blik op de begane grond…. 

Mediacentrum Windesheim

Voordat je het Mediacentrum weer verlaat. Tenzij je vergeten bent om je boeken, tijdschriften, leskisten, posters of poppenkastpoppen uit te lenen natuurlijk want dan breekt de hel los als je door de poorten loopt.

#

Ebooks in de hogeschoolbibliotheek: impressie van een SHB themamiddag

Ebooks komen bijna elke week wel in het nieuws. Je kunt ze doorverkopen bij Tom Kabinet, je kunt er steeds meer lenen bij de openbare bibliotheken en uitgevers beginnen nu (eindelijk) met nieuwe diensten te komen zoals Elly’s Choice. Maar welke mogelijkheden zijn er nou voor ebooks in de hogeschoolbibliotheek? Kun je iets met de grote ebookpakketten in je collectie? Hoe zit het nou met het aanbod van educatieve uitgevers? En hoe zorg je er voor dat je de titels kunt kopen die je wilt aanbieden?

Er komen geen leveranciers aan het woord over hun (gebrek aan) aanbod, maar we staan stil bij de praktijksituatie bij enkele hogescholen. Welke (juridische) ontwikkelingen spelen een rol, hoe kom je met uitgevers in gesprek over toegangs- en kostenmodellen om datgene te krijgen wat jouw opleidingen nodig hebben en hoe presenteer je vervolgens de digitale collectie?

Dat stond er in de uitnodiging te lezen voor de halfjaarlijkse themamiddag van het Samenwerkingsverband Hogeschoolbibliotheken (SHB) die vanmiddag dus plaatsvond. Die mocht ik organiseren/coördineren en ook nog eens openen met een kort verhaal over de (juridische) ontwikkelingen, de lastige aspecten van het opnemen van ebooks in je dienstverlening en wat er mijns inziens nodig is om die discussies weer wat vlot te trekken.

Hierbij ging ik in op het – niet altijd voor de hand liggende – verschil tussen aanbieden van papieren en digitale boeken aangezien ebooks niet zo maar gekocht en uitgeleend kunnen worden. Aangezien je te maken hebt met een zeer grote diversiteit aan prijs- en toegangsmodellen bij de diverse uitgevers is het zaak heel duidelijk te krijgen wat het onderwijs (en jij als bibliotheek) precies nodig hebt. En daar het gesprek met de uitgevers over aan te gaan. En dat allemaal onder het motto “Some people WANT it to happen, some WISH it would happen, others MAKE it happen”.

Pionieren met ebooks

Daarna vertelde Ria Paulides over de ervaringen van de hogeschool Inholland met ebooks in hun eigen bibliotheek die per 1-9-2015 volledig digitaal zal (moeten) zijn.

Daarvoor is ze met vele uitgevers aan het praten om tot zo veel mogelijk (nieuw) digital aanbod te komen maar is ook Inholland druk doende om alle verschillende platformen en modellen ingebed te krijgen in hun eigen dienstverlening.

Met de discovery tool Summon wordt er één zoekschil gemaakt over al die digitale content maar lopen zij – net als bijna alle andere instellingen die een discovery tool gebruiken – tegen het probleem aan dat niet alles beschikbaar en geïndexeerd is.

In tegenstelling tot vele andere hogeschoolbibliotheken wordt er bewust niet gestreefd door de bibliotheek van Inholland naar ebookversies van voorgeschreven literatuur. En zijn er ook verschillende andere categorieën materiaal waarvan ze nu al weten dat het niet digitaal beschikbaar zal komen, zoals onderwijsmethodes, jeugdboeken, bladmuziek en veel van de al genoemde voorgeschreven literatuur.

Ondanks alle gesprekken die nog op de planning staan met educatieve uitgevers beschouwt Ria Paulides het hele proces als pionieren en is er absoluut nog geen sprake van eenheid in het aanbod bij de uitgevers. Ze benadrukt ook dat de werelden van de hogeschoolbibliotheken en uitgevers daarvoor dichter bij elkaar moeten komen.

Presenteren van ebooks

Jaroen Kuijper van de Hogeschool van Amsterdam ging vervolgens in op hoe je vervolgens ebooks zichtbaar maakt en promoot in de hogeschoolbibliotheek.

Als alternatieven voor discovery tools en websites gaf hij aan dat je ebooks onder de aandacht moet brengen op plekken waar de studenten (en docenten) toch al zijn. Zoals bijvoorbeeld kaartjes met ebooktitels (en QR code die je naar de URL leiden) zetten tussen de fysieke boeken in boekenkasten, een interactieve projectie op de vloer waarbij je op ebooks ‘stapt’ die vervolgens geopend worden en op studieplekken bij opleidingen waar studenten studeren.

Vanuit het publiek gaf Maarten Hekman (van de HAN) het aanvullende voorbeeld van hoe ze ebooktitels die ook op de voorgeschreven literatuurlijsten staan, apart vermelden op die literatuurlijsten zodat studenten kunnen kiezen tussen aanschaffen van een papieren exemplaar of gebruik maken van het ebookexemplaar.

Samen of alleen?

Tja en dan? Gaat (en kan) iedereen zelf met uitgevers praten en de vraag binnen de eigen organisatie ophalen? Of kun je gebruik maken van het samenwerkingsverband waarin zo’n 30 hogeschoolbibliotheken deelnemen? Dat was de vraag van Marie-José Lampe van de Hogeschool Rotterdam aan de 60 aanwezigen stelde. Daar kwamen niet meteen kant en klaaroplossingen als reactie op maar wel het voornemen om aan de slag te gaan om gezamenlijk te streven naar meer uniformiteit in de toegang- en prijsmodellen bij uitgevers. En met elkaar te formuleren waar de hogeschoolbibliotheken zelf prioriteit aan geven en belang aan hechten.

Ongetwijfeld hadden enkele aanwezigen gehoopt op die gouden tips en pasklare antwoorden waarmee ze snel en gemakkelijk zelf mee aan de slag konden. Al die individuele afspraken, overeenkomsten en technische aspecten leveren immers een hoop werk op, zoals iemand verzuchtte in de zaal, maar het maakt hoe dan ook onderdeel uit van het (nieuwe) takenpakket van de hogeschoolbibliothecaris.

#

Auteursrecht voor onderwijs en bibliotheek

Als ik presentaties geef over auteursrecht – en waarom het belangrijk is voor docenten – dan moet ik dat meestal in een half uur doen. Maximaal. Omdat het onderwijs nou eenmaal niet geïnteresseerd is in een complete cursus auteursrecht beperk ik mezelf tot een korte uitleg over de readerovereenkomst en wat binnen de Auteurswet de mogelijkheden zijn voor docenten om andermans materialen te gebruiken in hun eigen onderwijs.

Vanmiddag had ik echter de gelegenheid om het wel een stuk uitgebreider te doen want ik had aangeboden een cursus auteursrecht te verzorgen voor mijn collega’s in het Mediacentrum. Ruim vier uur lang kon ik eindelijk eens inzoomen op de Auteurswet, uitleggen wie makers en rechthebbenden zijn in hbo instellingen, welke werken er binnen onze eigen instelling gerekend kunnen worden onder auteursrechtelijk beschermde werken, wat je precies kunt doen als je het auteursrecht hebt en waarom de wereld van het auteursrecht draait om toestemming geven en toestemming vragen. Ik nam mijn tijd om te vertellen over contentlicenties, Creative Commons licenties en zo’n beetje alle beperkingen in de Auteurswet die relevant zijn voor onderwijs en bibliotheken. En kon ook wat vollediger ingaan op de onderwijsbeperking, readerovereenkomst en hoe dat in de praktijk werkt op Windesheim.

Om het nog wat praktischer te maken eindigde ik met een selectie van vragen die onze eigen docenten de afgelopen maanden gesteld hebben aan het Auteursrechten Informatie Punt en mochten de collega’s die als een quiz gaan beantwoorden. Die vragen ontbreken in de presentatie die ik hieronder neergezet heb – ik vind het niet helemaal zuiver om ze te delen, ook al zijn ze geanonimiseerd – maar alle overige slides zijn gewoon aanwezig. Je moet het wel doen zonder mijn verhaal er bij maar ik weet zeker dat ik hem nog wel een keer ga geven. Ooit :)

#

Over discovery tools en het gebruik van Google Scholar in bibliotheken

Web scale discovery services, of discovery tools zoals ze in goed Nederlands meestal genoemd worden, bestaan al een aantal jaren. Ze zijn ontstaan vanuit het idee dat – vooral in academische (onderwijs)instellingen – gebruikers moeite hebben om alle content terug te vinden waar de bibliotheken een licentie op genomen heeft. In plaats van tientallen databanken en bijbehorende zoekinterfaces aan te bieden, inclusief het uitleggen van de subtiele verschillen qua inhoud en de grote verschillen qua interface en mogelijkheden, beloofden discovery tools een soort metazoekmachine te zijn voor al die bronnen. Inclusief de eigen catalogus voor het (beter) vindbaar maken van de fysieke collectie. 

Dat doen discovery tools niet door als een schil bovenop al die databanken te fungeren en de zoekactie in zoveel mogelijk bronnen tegelijk uit te laten voeren – want de eerdere federated searchtools bleken daar niet heel goed in te zijn – maar door zelf één index te maken van alles wat er *in* die databanken zit die je als bibliotheek hebt gelicenseerd.

“Web scale discovery” refers to a class of products that index a vast number of resources in a wide variety formats and allow users to search for content in the physical collection, print and electronic journal collections, and other resources from a single search box. Search results are displayed in a manner similar to Internet searches, in a relevance ranked list with links to online content. (bron)

Federated search vs. discovery

Met federated search tools moest je noodgedwongen genoegen nemen met de grootste gemene deler van alle databanken die je er mee wilde doorzoeken. Uiteindelijk deed het maar één ding en dat was de zoekactie in de overkoepelende zoekmachine vertalen naar zoekacties in de onderliggende databanken, deze uitvoeren en vervolgens alle zoekresultaten in één lijst verzamelen. Dat klinkt ideaal maar in de praktijk werkte het een stuk minder. Een titel en auteursveld hebben de meeste databanken wel maar hoe diverser de databanken waren die je wilde doorzoeken, hoe lastiger het was om die zoekactie correct te vertalen. Er waren connectoren nodig die de vertaalslag maakten tussen de zoekinterface van de federated zoekmachine en die van een databank en bij elke wijziging bij een leverancier moest dat weer aangepast worden.

Discovery tools hebben daar geen last van want ze indexeren de inhoud van alle databanken waardoor de zoekmachine eigenlijk een zelf samengestelde databank wordt. Dat heeft grote voordelen maar ook weer nadelen. Om de inhoud te kunnen indexeren moet de discovery tool toegang krijgen tot de inhoud in de databanken en daar kunnen & willen niet alle leveranciers van databanken aan meewerken. De uitdaging van het werkend krijgen van alle connectoren bij federated search tools is bij discovery tools vervangen door het beschikbaar proberen krijgen van de metadata bij de leveranciers van alle databanken.

Alle databanken?

Alle soorten databanken op één hoop gooien en tegelijkertijd willen doorzoeken bleek al lastig te zijn met federated search. Je zoekt nu eenmaal op hele andere velden als je naar jurisprudentie zoekt, bedrijfsgegevens, video’s, krantenartikelen, handboeken, ebooks of (wetenschappelijke) artikelen. Met discovery tools gaat dat wel een beetje beter maar behoud je het probleem dat 1 index en 1 zoekinterface maken toch echt een stuk beter werkt naar mate je niet al te veel verschillende soorten materiaalsoorten door elkaar mengt in die index. Op die manier zorg je er voor dat je beter en sneller vindt wat je zoekt (doordat er geen duizenden treffers op een zoekterm zijn) en kan de zoekmachine ook beter de zoekresultaten ontdubbelen.

Het is ongetwijfeld ook één van de redenen geweest dat de eerste universiteitsbibliotheek (van Utrecht), die in Nederland een discovery tool implementeerde, er voor koos om deze alleen te gebruiken voor het beter vindbaar maken van wetenschappelijke full-text artikelen. Niet alleen is het helder voor een gebruiker wat er wel en niet te vinden is maar het vermeed ook het probleem dat voor een groot deel van alle (andersoortige) databanken gold dat ze niet eens opgenomen konden worden.

In de hogeschoolbibliotheek

Ook hogeschoolbibliotheken zijn de laatste paar jaren druk bezig met het aanschaffen en implementeren van discovery tools. Dat komt vooral voort uit de wens om die ene zoekmachine te creëren voor studenten waarin met een eenvoudige zoekbalk – a la Google – in één keer de gehele digitale collectie doorzocht kan worden. Maar daar lopen de hogescholen wederom tegen het probleem aan van de diversiteit van alle databanken die gezamenlijk hun digitale collecties vormen. Want zelfs na bijna vier jaar discovery tools in Nederland zijn er nog bijna geen Nederlandse leveranciers die de metadata uit hun databanken kunnen/willen aanleveren aan de leveranciers van de discovery tools.

En daar waar universiteitsbibliotheken vooral wetenschappelijke bronnen met full-text artikelen hebben, hebben hogeschoolbibliotheken vooral vakinhoudelijke databanken met inhoud die varieert per leverancier en meestal ook uniek is voor die ene leverancier. De vraag die je als bibliotheek dan moet beantwoorden is welk probleem je nou precies aan het oplossen bent door een discovery tool in te richten.

In een discovery tool kun je niet meteen zien uit welke databank een gevonden item afkomstig is en de term ‘discovery’ slaat dan ook niet op het ontdekken van de individuele databanken maar op de inhoud ervan. Dat suggereert – bij mij tenminste – dat je diè (databanken met) inhoud moet opnemen in een discovery tool die je gebruikers anders moeilijk kunnen vinden. Niet om maar simpelweg alles in 1 zoekmachine te willen proppen omdat gebruikers liever niet willen weten in welke databank datgene zit dat ze zoeken. Ook als dat iedere keer eigenlijk maar één vakinhoudelijke databank is waar die inhoud als enige in zit.

“Onze studenten willen een Google zoekbalkje”

Dat zei iemand van een andere hogeschoolbibliotheek tegen mij. Ik vroeg hoe dat paste in hun informatievaardighedenbeleid om studenten te leren informatie te verwerven en te verwerken uit databanken en bronnen die ze ook in de beroepspraktijk tegen gaan komen. Maar ik kreeg daar geen antwoord op. Wel verzuchtte een andere collega bij weer een andere hogeschoolbibliotheek dat er toch echt wat meer druk gezet moest worden op die leveranciers om hun metadata aan te leveren voor de discovery tools van de hogescholen. Die gaf me wel een antwoord toen ik vroeg wat hun idee was over welke databanken dan in hun discovery tool moesten. Gewoon allemaal.

En waarom heb ik net het bovenstaande allemaal zitten tikken? Om mijn eigen mening te vormen over welk probleem discovery tools nou echt oplossen. Om te proberen te begrijpen waarom diverse hogeschoolbibliotheken er voor gekozen hebben er eentje aan te schaffen. Omdat ik niet snap waarom je een eigen versie van Google wilt maken terwijl het overduidelijk onwaarschijnlijk is dat je ooit alle databanken uit je collectie kunt toevoegen aan zo’n eigen zoekmachine. En ik denk dat het haaks staat op je eigen taak van informatievoorziening en informatievaardigheden in het hbo.

Google doet dat namelijk al beter dan je ooit zelf zou kunnen

Leuk zo’n Google zoekbalkje maar dat doet Google zelf met hun zoekmachine veel beter dan een discovery tool het gaat doen. Sterker nog, ze hebben al jaren lang hun eigen discovery tool met Google Scholar. Die wordt goed gebruikt door onderzoekers bij hogescholen en wordt in de academische wereld als een volwaardig alternatief gezien voor de door de bibliotheken aangeboden discovery tools. De Universiteit van Utrecht heeft inmiddels zelfs afscheid genomen van hun discovery tool en focust zich nu op Google Scholar.

En wij van Windesheim?

Toen Windesheim twee maanden geleden besloot meerdere wetenschappelijke databanken te licenseren ten behoeve van onderzoekers, medewerkers en studenten hoefden we niet lang na te denken. Het maakt gebruikers niet uit of een wetenschappelijk artikel in Science Direct staat of in Wiley of in Springerlink. Dus lag het voor de hand om ze op te nemen in een eigen discovery tool zodat je ook een zoekmachine hebt waarin je de artikelen vindt waar je ook echt toegang tot hebt. Natuurlijk wilden we ze eveneens doorlinken vanuit Google Scholar maar Scholar verwijst ook naar miljoenen artikelen die niet in één van onze databanken zit. Het één doen en het ander niet laten.

En dat is precies wat we gedaan hebben. Vanaf vandaag is WindeSearch (discovery tool Summon van leverancier Serials Solutions) beschikbaar als een zoekmachine voor alle (wetenschappelijke) full-text artikelen in onze digitale collectie. Uit de gelicenseerde databanken, aangevuld met Open Access tijdschriften. En natuurlijk kunnen onze gebruikers rechtstreeks naar die databanken toe om ze te doorzoeken maar ik weet eigenlijk wel zeker dat het zoeken (en vinden) via Google Scholar de meest populaire weg zal zijn naar die artikelen.

scholar windesheim discovery tools
WindeSearch bevat niet de inhoud van onze bibliotheekcatalogus want we hebben bijna geen wetenschappelijke boeken in onze fysieke collectie. Ook hebben we vooralsnog niet het voornemen om de vakinhoudelijke databanken op te nemen in de index. Waarom zouden we? Voor die vakinhoudelijke databanken maken we afspraken met de opleidingen over het gebruik ervan. Omdat ze nodig zijn in het onderwijs en omdat het databanken zijn die studenten later ook moeten kunnen gebruiken als ze afgestudeerd zijn. Dan heb je er weinig aan dat je hebt leren zoeken naar informatie in een bron die uniek voor Windesheim is en waar je niet eens in te zien kreeg uit welke databank die informatie oorspronkelijk kwam.

En dat die vakinhoudelijke databanken niet eens allemaal opgenomen *kunnen* worden is daarmee een probleem geworden waar wij in elk geval geen oplossing voor hoeven zoeken.

Verder lezen: Testing web-scale discovery services: how well do they work? (Usable Libraries blog) / Articles on discoveryHeads they win, tails we lose: Discovery tools will never deliver on their promiseWeb scale discovery & search (Flipboard magazine)

#

Disintermediation of over de rollen van hogeschoolbibliotheken, uitgevers en eindgebruikers

disintermediationAls je als Samenwerkingsverband Hogeschoolbibliotheken 10 jaar bestaat dan moet dat natuurlijk gevierd worden. Daarom vond afgelopen vrijdag, 21 juni, een feestelijke bijeenkomst plaats om stil te staan bij dit feit. En ook al was het gemakkelijk geweest om alleen maar terug te kijken op de afgelopen 10 jaar, de focus van het programma lag vooral op de uitdagingen die hogeschoolbibliotheken nog voor zich hebben liggen en hoe die het beste in gezamenlijkheid aangepakt zouden kunnen worden. Je bent niet voor niets een samenwerkingsverband, nietwaar?

Bestaat de hogeschoolbibliotheek nog over 10 jaar?
Ook al zijn de onderlinge verschillen groot tussen de meer dan 30 hogeschoolbibliotheken, dat betekent niet dat je niet na moet denken over je (eenduidige) rol als onderwijsbibliotheek. Sterker nog, die grote verschillen benadrukken juist dat er geen duidelijk verhaal, geen duidelijke visie is, over wat een hogeschoolbibliotheek precies kan betekenen voor hbo instellingen en hbo onderwijs. En als je niet exact weet wat je rol is (of zou moeten zijn) in die keten van informatievoorziening, dan is het ook lastig om te gaan met alle veranderingen, ontwikkelingen en bedreigingen. Moet je daar iets mee en zo ja, wat dan precies? Voor welk belang strijd je dan eigenlijk?

In een tijdperk waarin informatieleveranciers zoveel mogelijk rechtstreeks naar eindgebruikers (docenten en studenten) willen leveren in steeds meer exclusieve en gesloten distributiemodellen kun je je dan afvragen hoe je als hogeschoolbibliotheek je rol nog kunt oppakken. Traditioneel bemiddelden de bibliotheken tussen het aanbod van de markt en de vraag vanuit het onderwijs maar met de explosieve groei van digitale informatiebronnen moet je niet meer (alleen) willen sturen op een goede bibliotheekcollectie. Studenten hebben toegang tot gigantische hoeveelheden informatie, ontsloten via Google en andere leveranciers, waarbij hogeschoolbibliotheken zich op andere manieren moeten gaan onderscheiden. Als ze dit niet doen, dan dreigt er disintermediation: het wegvallen van je rol als intermediair tussen eindgebruikers en die informatieleveranciers. Ik blogde daar al eerder over.

Ontdek je plekje
Nu maak ik me zelf weinig zorgen over disintermediation. Hoe meer aanbod er komt, hoe meer informatieleveranciers zich op eindgebruikers gaan richten en hoe complexer de digitale informatievoorziening wordt, des te meer behoefte ontstaat er aan duiding, betere selectie en juist vereenvoudiging. Ik geloof stellig dat de rol van intermediair alleen maar essentiëler wordt maar dat hogeschoolbibliotheken die wel beter en opnieuw moeten gaan invullen. Niet meer gericht op het bij elkaar brengen van – het aanbod van – informatieleveranciers en de eindgebruikers maar om samen met die eindgebruikers te verkennen waar ze echt behoefte aan hebben. Om dat vervolgens te gaan realiseren in samenwerking met uitgevers en andere informatieleveranciers. Om gericht content op maat toegankelijk te krijgen voor het onderwijs zodat het optimaal gebruikt kan worden. Om van content van anderen daadwerkelijk onderwijsmateriaal te maken. Van sourceware naar courseware.

De dralende driehoek
Nu zou het fijn zijn als het onderwijs zelf met die behoefte kwam aanzetten. En dat uitgevers bij hogeschoolbibliotheken de vraag – en eis – zouden neerleggen om hun veranderende afzetmarkt goed in kaart te brengen samen met dat onderwijs. Dan hoefde je alleen maar te luisteren naar je klanten en je leveranciers om je rol in te gaan vullen. Maar het onderwijs is geen expert in informatievoorziening en ziet de noodzaak niet (altijd) in om dit goed te gaan regelen. Uitgevers zitten weliswaar in de keten van informatievoorziening maar hebben niet de intermediairsfunctie. Ze verzorgen het aanbod en zoeken naar openingen in de markt om tot goede (omzet)resultaten te komen.

En dus wachten we een beetje af. We wachten op elkaar. We proberen vanuit een eigen perspectief eens wat nieuwe dingen maar de drie partijen komen niet bij elkaar. Nieuw digitaal aanbod van uitgevers is meestal niet op maat en creëert niet automatisch een behoefte bij eindgebruikers. Die eindgebruikers formuleren meestal niet wat ze echt nodig hebben – en hoe ze die content willen hebben – en lijken de beperkingen en prijzen te accepteren voor wat ze zijn. Om vervolgens hun oude vertrouwde werkwijzen door te zetten. En hogeschoolbibliotheken lijken vooral te wachten tot of het onderwijs of de uitgevers met iets concreets komen in plaats van dat proces op gang te helpen en daarmee hun eigen rol duidelijker – en zekerder – te krijgen in die driehoek van informatievoorziening.

In gesprek gaan en je rol pakken
Terug naar die bijeenkomst van afgelopen vrijdag. Daar stond ik na de theepauze op een veel te warm podium met een uitgever – Wirt Soethorst van Boom Uitgevers Den Haag – te discussiëren over het bovenstaande. Of eigenlijk moet ik zeggen dat we vooral elkaars vuurtjes zaten op te stoken (alsof het niet warm genoeg was) want we stonden maar nauwelijks stil bij hoe we nou ervoor konden zorgen zelf uit dat gedraal te komen.

Ja, ik vond en vind dat uitgevers niet zo aanbodgericht moeten zijn en minder de nadruk moeten leggen op business- en verdienmodellen. En meer flexibel content (kunnen) aanbieden die ook op maat prijzen (verdienmodellen) met zich meebrengen zodat hogeschoolbibliotheken ook de tools hebben om naar het onderwijs duidelijk te maken wat er mogelijk is.

En ja, Wirt had ook gelijk met zijn mening dat onderwijs en hogeschoolbibliotheken eens duidelijk moeten zijn in wat ze nu echt van een uitgever willen. En daar naar gaan handelen. Opeens was ik aan het discussieren met de enige uitgever die – eenzijdig weliswaar – tenminste nog met een voor het onderwijs werkbaar product is gekomen terwijl ik het niet oneens met hem was. Wel over de gedachte erachter maar vanuit het perspectief van een uitgever snap ik die ook wel natuurlijk.

Nee, disintermediation is niet de echte bedreiging voor de hogeschoolbibliotheken. Maar het laten voortbestaan van die afwachtende houding en de verantwoordelijkheid & invulling van je eigen rol volledig neerleggen bij wat het onderwijs wil of waar de uitgevers en informatieleveranciers mee komen, dat kon nog wel eens zeer problematisch gaan worden als we niet uitkijken.

Als hogeschoolbibliotheken niet precies weten waar ze voor zijn, dan kan je dat het onderwijs ook niet uitleggen. Laat staan de uitgevers. Er is nog genoeg werk aan de winkel de komende 10 jaren, dat is dan tenminste wel duidelijk.

#

Pagina 1 of 3123
  • © 2006- 2016 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top