Over econtent, wat de hbo bibliotheek er mee moet en waarom het onderwijs belangrijker is dan de contentleverancier

Vanochtend had ik het genoegen om aanwezig te mogen zijn bij de studiedag van de Fontys mediatheken over econtent in het onderwijs. Ik was gevraagd of ik iets wilde vertellen over het aanbod van digitale content maar ik zag niet zo veel heil in het inventariseren wat tientallen contentleveranciers allemaal in hun assortiment hebben zitten, laat staan dat ik nog het halve internet zou moeten gaan samenvatten met alle Open Access en andere (min of meer) vrij toegankelijke content. Ik ging daarom vooral in op wat een hbo bibliotheek er – mijns inziens – mee zou moeten doen.

Hoe bruikbaar is het huidige aanbod van econtent voor jouw doelgroep, het onderwijs? En kijk je wel goed naar alle digitale content die er nog helemaal niet is zoals Nederlandstalige artikelen en studieboeken? Voor diegenen die mijn blog lezen kwam er waarschijnlijk niet veel verrassends naar voren toe want ik blogde vorig jaar al uitgebreid over de rol van het onderwijs – die moet beter moet aangeven wat ze nodig hebben – en de rol van onderwijsbibliotheken om dat te vertalen naar een duidelijk verhaal naar uitgevers toe. Dat betekent dat wij andere prioriteiten moeten stellen, het onderwijs ook echt actief moeten benaderen en moeten insteken op accreditatie- en kwaliteitsprocessen die zich in het onderwijs afspelen. Nederlandstalige digitale studieboeken blijven hier een goed voorbeeld van: ze worden puur als aanbod in de markt gezet terwijl je toch echt geen pilot moet doen met een technisch platform maar pilots moet gaan doen met het onderwijs dat over wil stappen van papieren naar digitale studieboeken. Dat gaat niet vanzelf, dat moet je doen met de belangen van het onderwijs in het achterhoofd, niet die van een uitgever.

Mijn Powerpoint presentatie doet denk ik geen recht aan het verhaal dat ik vertelde – zoals ik ook al meteen zei vanochtend was die meer bedoeld als geheugensteun voor mezelf – maar ik vond het erg leuk om eens over een ander stokpaardje dan auteursrecht te kunnen praten. Hoewel ik het niet kon laten om ook het belang daarvan nog even flink aan te stippen :)

Meer lezen? Danielle blogde ook over het ochtendprogramma van de studiedag op haar eigen blog.

#

Wij zijn pas content als u dat bent

Wij zijn pas content als u dat bent. Een oude slogan uit een reclamespotje die je nog steeds prima kunt gebruiken. Zo ook voor hogeschoolbibliotheken. Wij zijn pas content als u dat bent. Met onze content. Die wij u aanbieden omdat we nu eenmaal onderwijsbibliotheken zijn en we het als onze taak zien om zo veel mogelijk fysieke content (we zijn dol op vroeger) en ook digitale content  over u uit te strooien.

Vroeger leverde al die tijd en energie die we staken in de fysieke collectie ook echt wat op. Elk boek, elk tijdschrift, elk rapport dat aangeschaft werd bouwde de collectie, het bezit en het aanbod van de bibliotheek verder uit. En omdat je niet onbeperkt ruimte had moest je daar goed over nadenken. Wat voegt echt wat toe, wat is inmiddels minder relevant geworden en waar kunnen we eigenlijk wel zonder? Natuurlijk moest er afgestemd worden met je gebruikers maar bibliothecarissen investeerden in hun collecties en op hun expertise konden de gebruikers vertrouwen.

Meer is niet beter
Tegenwoordig verdrinkt iedereen in het aanbod van digitale content. Bibliotheken hebben moeten leren om anders tegen hun collecties aan te kijken. Niet meer gebaseerd op bezit dat een immer stijgende waarde vertegenwoordigt maar op toegang. Toegang tot digitale content dat in het bezit is van externe leveranciers. Die ook vinden dat het een immer stijgende waarde vertegenwoordigt maar dat vooral tonen in immer stijgende prijzen die bibliotheken moeten betalen om hun gebruikers toegang te geven tot die content. Content die nog steeds beheerd moet worden, die ingepast moet worden in het kader van collectiekeuzes die een bibliotheek wil maken maar bovenal content die onmiddellijk kan verdwijnen als je er niet meer voor wilt (of kunt) betalen.

En dat laatste gaat steeds vaker gebeuren. Doordat onderwijsbibliotheken het als hun taak zien om, net als bij hun fysieke collecties, digitale content aan al hun gebruikers aan te bieden onderhandelen ze al vanaf het begin met leveranciers en uitgevers voor instellingsbrede campuslicenties. En dus wordt dezelfde digitale collectie instellingsbreed aangeboden aan eerstejaars studenten van lerarenopleidingen, medewerkers van de technische opleidingen en afstudeerders bij economische opleidingen. Maar in tegenstelling tot de fysieke collectie betalen bibliotheken dus ook al vanaf het begin voor de niet-gebruikers van de digitale collectie. Een databank met medische artikelen wordt niet gebruikt door studenten van een informatica opleiding maar je betaalt er desalniettemin voor. Bij instellingsbrede licenties betaal je nu eenmaal een bedrag per student van die instelling.

Helaas is dat niet het enige dat op één hoop gegooid wordt. Ook het zorgvuldig opbouwen van je eigen collectie door je eigen keuzes te maken over wat je daarin opneemt is eigenlijk verleden tijd. Leveranciers en uitgevers doen niet aan content op maat maar aan gigantische bundelingen van content. En dus betaal je niet alleen voor alle niet-gebruikers maar ook nog eens voor bergen content die je helemaal niet wilt aanbieden aan je gebruikers. Het mes is bot aan twee kanten zeg maar.

Natuurlijk proberen we die messen wel te slijpen. Duizenden uren worden gestoken in het bevragen van gebruikers wat ze precies willen, analyseren van gebruikstatistieken, het bijeenbrengen van alle hogeschoolbibliotheken voor dat gezamenlijk belang (want we doen allemaal hetzelfde) en het onderhandelen met uitgevers via hun vertegenwoordigers. Maar dat hele proces is een doodlopende weg en het is een spel dat niet te winnen is. Als één opleiding toegang wil tot databank A, drie opleidingen graag databank B willen en 20 opleidingen perse databank C moeten gebruiken dan zal de bibliotheek een licentie moeten nemen op alle drie de databanken voor alle studenten van alle opleidingen. Hoezo keuze en hoezo onderhandelingspositie? Uitgevers weten dat ze zelf de spelregels kunnen bepalen.

De kruik gaat net zo lang te water
Prijzen die elk jaar blijven stijgen. Steeds meer content afnemen en aanbieden als ware je alleen maar een doorgeefluik voor een uitgever. Steeds meer betalen voor niet-gebruik. Opleidingen die vragen om content zonder hierbij aan te geven waar hun belang precies zit. Bibliotheken maar ook opleidingen die geen keuzes (kunnen of willen) maken en de situatie laten voortbestaan. Het is een onhoudbare situatie geworden.

Met maatregelen als het opzeggen van te dure of te weinig gebruikte licenties kom je er niet. Het is tijd om te beseffen dat het aanbieden van alle content aan alle gebruikers niet meer mogelijk is. Onbetaalbaar. Maar leg je niet alleen met tegenzin neer bij deze realiteit want het is ook onnodig om maar alles aan te bieden aan iedereen.

Waarom veranderen we dat uitgangspunt van brede toegang niet? Naar alleen betalen voor de content die we daadwerkelijk willen aanbieden aan alleen die gebruikers die ook echt die content nodig hebben. Bemiddelen tussen dat idioot grote aanbod en de hele concrete vraag vanuit opleidingen. Waarbij je duidelijk bij je gebruikers gaat ophalen wat ze precies nodig hebben. En hoe ze dat nodig hebben. Waarom ze het nodig hebben en of er alternatieven zijn. Onder welke voorwaarden. En hoe dat bekostigd kan worden.

Dan pas ga je naar de uitgevers. Om met een duidelijk verhaal in de hand gaan praten hoe je die content beschikbaar kunt maken aan je gebruikers. Welke voorwaarden daar bij horen en wat je dus krijgt voor het geld dat je betaalt. Waarbij je dus niet extra gaat betalen voor al die gebruikers met wie je geen afspraken gemaakt hebt en die de content niet (hoeven) gebruiken. Allemaal extra duidelijkheid naar zowel je gebruikers als uitgevers toe die ook meteen de grenzen afbakenen. De grenzen die het punt zichtbaar maken van wanneer een bibliotheek niet meer meegaat in een onderhandeling en nee zal moeten zeggen. Om wat voor reden dan ook.

¡Viva la Revolución!
Te ver voor de muziek uitlopen. Te vooruitstrevend. Dat is wat ik soms terugkrijg als ik het met anderen over dit onderwerp heb. “Ook uitgevers mogen geld verdienen”, zei iemand laatst nog tegen mij. Natuurlijk maar je hoeft ze niet te laten graaien in jouw portemonnee. Wie is er nou de klant van wie? En zou die klant niet koning moeten zijn?

Dus moeten we ook als hogeschoolbibliotheken eens wat beter voor onze belangen opkomen. Niet alleen voor die van onze gebruikers (zonder daar echt naar te informeren) en zeker niet voor de belangen van uitgevers. Maar met een duidelijk nieuw uitgangspunt om namens onze gebruikers en met behulp van onze expertise aan tafel te gaan zitten met de uitgevers om die content te krijgen die onze gebruikers nodig hebben voor een prijs die wel redelijk en fair is.

En het idee los te laten van die instellingsbrede licenties als enig middel om toegang te (laten) geven. Door andere – meer flexibelere – soorten licenties te bespreken die beter passen bij dat nieuwe uitgangspunt. Op basis van gelijktijdige gebruikers, ook al betekent het dat soms gebruikers even geen toegang hebben omdat het ‘druk’ is. Met de mogelijkheid om nog steeds overeenkomsten voor meerdere jaren aan te gaan maar wel jaarlijks kunnen uitstappen omdat je gebruikers een databank niet meer nodig hebben. Of omdat je als bibliotheek andere keuzes wilt kunnen maken.

Maar ook om uitgevers duidelijk te maken dat hogeschoolbibliotheken niet tot één optie beperkt willen zijn. Flexibiliteit betekent kunnen kiezen. Sommigen willen misschien alle content van een uitgever terwijl anderen specifieke titels uit dat aanbod willen. Eén maat past niet iedereen. Van je supermarkt zou je het niet pikken als ze pakken melk alleen verkochten in combinatie met flessen cola dus waarom pikken we het wel van uitgevers?

De wereld is natuurlijk tegenwoordig ook veel groter dan alleen de commerciële uitgevers en bibliotheken als het om toegang tot digitale informatie gaat. Er zijn ontzettend veel bedrijven (waaronder ook diverse uitgevers) die zich bezig houden met digitale content voor een persoonlijke digitale bibliotheek. Eindgebruikers zijn al heel lang niet meer aangewezen op bibliotheken om toegang te krijgen tot ebooks, digitale kranten en tijdschriften of muziek. Denk maar aan Spotify, Netflix, Google Play of Apple iTunes maar ook aan alle initiatieven rondom digitaal nieuws en uitgevers die eindgebruikersdiensten aanbieden. Als je voor een paar tientjes een eigen toegang kunt kopen tot digitale content, waarom zou je dat dan nog via een bibliotheek moeten doen? En andersom geredeneerd, waarom zou een bibliotheek een onbetaalbare licentie afsluiten op een databank als eindgebruikers een gunstige overeenkomst voor zichzelf kunnen aanschaffen? Het zou geen revolutionaire gedachte moeten zijn dat je als bibliotheek kijkt naar alle mogelijke opties in plaats van die ene. Waarom zou een bibliotheek zich bij licentieonderhandelingen niet hard kunnen maken om ook een rechtstreekse eindgebruikerslicentie tot de mogelijkheden te laten behoren? Zeker als de andere opties minder gunstig uit dreigen te pakken. Elke optie is beter dan simpelweg geen toegang, toch?

Wij zijn pas content als u dat bent. Maar wij moeten het nog eens goed hebben over hoe we u tevreden krijgen met ons aanbod van content.

#

kijkenkostgeld

Met toestemming films en tv programma’s kijken: de overeenkomst tussen Videma en de HBO-raad

HBO instellingen maken veel gebruik van auteursrechtelijk beschermde content, zowel rechtstreeks als indirect ten behoeve van het onderwijs. Voor het gebruik van artikelen en (delen uit) boeken hebben de HBO instellingen daarom via de HBO-raad een overeenkomst, een afkoopregeling, met de collectieve beheersorganisatie Stichting PRO. Daar valt nog wel het een en ander aan te verbeteren mijns inziens maar het is goed dat er een dergelijke regeling bestaat. Hogescholen zouden anders per overname, per gebruik, toestemming moeten vragen voor gebruik van andermans content. Een maatwerkregeling waarbij er gekeken wordt naar de specifieke omstandigheden en waarbij onder voorwaarden vrij gebruik mogelijk is, bespaart een hoop tijd en moeite.

Nu zijn teksten uit tijdschriften en boeken niet het enige beschermde materiaal dat gebruikt wordt. Foto’s en afbeeldingen worden, voor gebruik in onderwijsmateriaal, ook afgedekt door de regeling met Stichting PRO – die dat weer regelt met een andere organisatie Pictoright – maar voor televisieprogramma’s en films moest altijd per gebruik toestemming gevraagd worden. En betaald worden. In Nederland is daarvoor Stichting Videma de collectieve beheersorganisatie die namens rechthebbenden auteursrechtelijke toestemming verleent voor de openbaarmaking van tv- en filmbeelden.

Overeenkomst voor de openbaarmaking van filmwerken
Juni 2012 begonnen de gesprekken tussen Stichting Videma en de HBO-raad om te komen tot een overeenkomst waarbij door Videma toestemming verleend zou worden aan alle leden van de HBO-raad (de hogescholen) voor het gebruiken en vertonen van videofilms en televisieprogramma’s. Ik had het genoegen om de collegevoorzitter van Windesheim advies over het eerste voorstel te geven vanuit het Auteursrechten Informatie Punt en zag de voordelen van een dergelijke afkoopregeling wel voor me. In november van vorig jaar is de definitieve tekst opgesteld en de overeenkomst voor de openbaarmaking van filmwerken tussen de HBO-raad en Stichting Videma getekend.

Het ligt alleen wel wat lastiger met tv en film
Lang niet al het videomateriaal valt onder de overeenkomst. Videomateriaal dat gebruikt wordt in de digitale leeromgevingen is veelal afkomstig uit bronnen die buiten de scope van de overeenkomst vallen. Het gaat hier ondermeer om Academia, een videodatabank waarop diverse instellingen een licentie hebben en waarin tv uitzendingen van de publieke omroepen zijn opgenomen maar ook om videomateriaal van YouTube en zelfgemaakt videomateriaal. Hierover zijn geen rechten verschuldigd of zijn, in het geval van Academia, al afgekocht in de desbetreffende licentie.

Maar ook films op dvd’s hoeven niet perse onder de regeling met Videma te vallen. Video-, film of tv materiaal dat in de les(lokalen) wordt gebruikt is vrijgesteld van rechten in een onderwijssetting conform de Auteurswet artikel 12, lid 5, de zogeheten onderwijsexceptie. Daar hoefde je al geen toestemming voor te vragen als onderwijsinstelling, laat staan er voor te betalen.

Maar uitzonderingen waren en zijn er nog genoeg
Ook buiten de directe onderwijssetting wordt er echter veel gebruik gemaakt van tv-uitzendingen en films. TV’s in kantines of bij (journalistiek) opleidingen. Films die vertoond worden door studentenverenigingen (in de hogeschool) of die tijdens open dagen te zien zijn. De overeenkomst met Videma zorgt er nu in ieder geval voor dat er toestemming is voor deze openbaarmakingen en dat daar ook voor betaald is.

Niet meer hoeven na te denken of je tv-uitzendingen en videofilms mag vertonen in je hogeschool. Automatisch verantwoord omgaan met de auteursrechten van anderen. Dat legt een stuk gemakkelijker uit naar docenten, studenten en medewerkers van je hogeschool. Als je het Auteursrechten Informatie Punt bent natuurlijk.

Laat de film nu maar beginnen.

#

Over leenrecht en het uitlenen van ebooks door bibliotheken

ebooks leenrecht rapportEind 2011 schreef staatssecretaris Zijlstra een hoofdlijnenbrief actualisering bibliotheekwetgeving aan de Tweede Kamer waarin hij zijn plannen (en visie) onthulde over 1 landelijke digitale bibliotheek. Om dit mogelijk te maken zou de wetgeving rondom bibliotheken aangepast moeten worden en dat was het begin van de plannen voor een nieuwe Bibliotheekwet.

Onderdeel van die hoofdlijnenbrief was de aankondiging van een verkenning naar het vraagstuk van het leenrecht in het digitale domein. Openbare bibliotheken hebben op basis van een beperking in de Auteurswet de mogelijkheid om auteursrechtelijk beschermde, fysieke werken tegen een billijke vergoeding uit te lenen, de zogeheten leenrechtexceptie. Bij verschillende gelegenheden is in het kader van de landelijke digitale bibliotheek de vraag naar de toepasselijkheid van het leenrecht op ebooks aan de orde geweest en gisteren stuurde minister Bussemaker van OCenW een aanbiedingsbrief naar de Tweede Kamer inclusief een begeleidend rapport over online uitlenen van ebooks door bibliotheken waarin die vraag (definitief) werd beantwoord.

Geen wettelijke grondslag voor uitlenen van ebooks door openbare bibliotheken
In het onderzoeksrapport van SEO economisch onderzoek en IViR wordt ingegaan op de geschiedenis van de leenrechtregeling. Hier komt men al snel en duidelijk tot de conclusie dat de leenrechtexceptie zich niet uitstrekt tot het wettelijk mogen uitlenen van ebooks, het e-lending. Zowel in de Nederlandse Auteurswet, de Richtlijn uitleenrecht en verhuurrecht (die het leenrecht geharmoniseerd heeft tussen Europese landen) als de Auteursrechtrichtlijn beperkt die uitzondering zich tot fysieke exemplaren die overgedragen/uitgeleend mogen worden door bibliotheken.

Uit de conclusie van hoofdstuk 3 van het rapport:

Het bestaande Nederlandse auteursrechtkader lijkt geen wettelijke grondslag te bieden waaronder het uitlenen van ebooks door bibliotheken mogelijk is. Uit het bovenstaande moet worden geconcludeerd dat uitlening in Nederland zich van oudsher voornamelijk richt op fysieke exemplaren. Van de eerste leenvergoedingsregeling tot de huidige auteursrechtelijke regeling is het object van het leenrecht steeds toegespitst op ‘exemplaren’ van werken. Voor de huidige regeling in de Auteurswet wordt aangenomen dat het om stoffelijke exemplaren gaat.

En nu?
Het is zaak te beseffen waar het hier precies over gaat. Sombere commentaren op twitter en sommige sites lijken de conclusie te trekken dat bibliotheken nu geen ebooks meer mogen uitlenen en zelfs dat dit consequenties zou krijgen voor bestaande diensten als Lees Meer.

Niets is minder waar.

Openbare bibliotheken kunnen nu hoogstwaarschijnlijk – het is nog steeds mogelijk dat op Europees niveau bij de evaluatie van de beperkingen in de Auteursrechtrichtlijn een uitgebreidere leenrechtexceptie wordt toegevoegd – niet het *recht* claimen om ebooks te mogen uitlenen zoals ze dat wel kunnen bij het uitlenen van fysieke boekexemplaren. Oftewel, daar waar uitgevers en andere rechthebbenden geen bezwaren konden maken om boeken uitleenbaar in bibliotheken te hebben staan, kunnen ze dat wel doen met hun ebooks.

Nu was het aanzienlijk eenvoudiger geweest voor openbare bibliotheken om ook een wettelijke grondslag te hebben bij het (verder) ontwikkelen van deze dienstverlening maar de bibliotheken rekenden daar sowieso al niet op. Voor onderwijs- en onderzoeksbibliotheken gold deze leenrechtexceptie sowieso al niet in dezelfde mate en al deze bibliotheeksoorten waren al bezig om op basis van afspraken met de uitgevers en rechthebbenden ebookdiensten te ontwikkelen.

Extended collective licensing (ECL)
De minister stelt in haar brief dat:

Dit betekent dat het uitlenen van e-content door openbare bibliotheken zal moeten plaatsvinden op basis van contractuele afspraken tussen betrokken partijen zoals auteurs, uitgevers, rechtenorganisaties, distributeurs en bibliotheken. Met deze bevindingen en conclusies houd ik rekening bij de aangekondigde bibliotheekwetgeving, die u na de zomer krijgt toegezonden.

Precies waar de bibliotheken al mee bezig waren dus.

Afspraken maken met rechthebbenden voor gebruik van beschermde werken is zoals het auteursrecht behoort te werken natuurlijk. In het rapport wordt in hoofdstuk 3 de mogelijkheid verkend van extended collective licensing (ECL) waarbij er vrijwillig collectief beheer plaats vindt op een brede – collectieve- gebruikslicentie middels een collectieve beheerorganisatie (CBO). Het bijzondere van deze constructie is dat de voorwaarden en vergoedingen van zo’n collectieve licentie ook gelden voor rechthebbenden die niet zelf zijn aangesloten bij die CBO.

Op grond van een ECL krijgt de gebruiker (in casu: de openbare bibliotheek) het recht om alle werken en rechten van een bepaalde categorie voor een bepaald doel (in casu: e-lending) te gebruiken, ongeacht of de rechthebbende(n) bij de CBO is aangesloten. Niet-aangesloten rechthebbenden hebben tegenover de CBO recht op een vergoeding op gelijke voet als welaangeslotenen.

Een stelsel van ECL hoeft niet aan het beperkingenregime van de Auteursrechtrichtlijn te voldoen maar kan bijvoorbeeld wel opgenomen worden in (de nieuwe Bibliotheek) wet.

Het is nu wel belangrijk dat er haast gemaakt wordt met deze ontwikkelingen. Ook al zijn uitgevers en auteurs bezorgd over hun business modellen als bibliotheken ebooks gaan uitlenen – in het rapport is hoofdstuk 4 dan ook gereserveerd voor de economische effecten van het e-lending door bibliotheken – en worden bibliotheken waarschijnlijk niet aangemoedigd met hoog tempo verder te gaan, verder uitstel van een werkbare oplossing leidt alleen maar tot meer en meer illegale verspreiding van ebooks. Het wordt steeds meer sociaal acceptabel om via mail, dvd’tjes en usb sticks illegale ebooks te verspreiden en te verkrijgen.

Bibliotheken zouden een legaal en goedkoper alternatief kunnen en moeten bieden voor het kopen van ebooks door ze uit te lenen. Maar als er gewacht wordt tot ieder bibliotheeklid tienduizenden ebooks gratis via vrienden of familie heeft gekregen dan komt de mosterd wederom na de maaltijd.

Daar zijn noch de rechthebbenden noch de bibliotheken blij mee.

#

100procentdigitaal

Inholland streeft naar een digitale hogeschoolbibliotheek voor 2015. Maar wie zit daar op te wachten?

Ik had vorige week al vernomen dat de intentie er was van Inholland hogeschool om voor 2015 over te gaan naar een volledig digitale bibliotheek en dus afscheid te nemen van alle fysieke componenten die traditioneel bij een hogeschoolbibliotheek horen. Ik zou willen zeggen dat het een nieuw idee is maar enkele jaren geleden  was dat idee ook al bij mijn hogeschool gelanceerd. Met ongetwijfeld de gedachte in het achterhoofd dat het anno 2010 toch niet zo kan zijn dat je als bibliotheek uberhaupt nog afhankelijk bent van die fysieke collectie, studie- en werkplekken en uitleenapparatuur. Dat kan toch zeker allemaal wel digitaal? En bovenal, een stuk goedkoper? Vierkante meters zijn immers duur.

De feiten weerlegden deze gedachten gelukkig al snel. Een hogeschoolbibliotheek is gedienstig aan het onderwijs en niet (alleen) aan bezuinigingsvoorstellen. En dat onderwijs wil niet altijd digitale informatievoorziening. Als ze voor dat vakgebied uberhaupt al keuzes hebben overigens want de praktijk is dat het nog extreem karig gesteld is met het digitale aanbod van studieboeken en Nederlandstalige vaktijdschriften. Op het ene vakgebied zijn uitgevers er verder mee dan de andere.

Maar digitaal betekent niet automatisch toegankelijk en inzetbaar
Digitaal is een toverwoord geworden. Er hangen zo veel onuitgesproken verwachtingen aan dat er met een roze bril naar gekeken wordt. Daardoor valt het misschien niet goed op dat een groot deel van het digitale aanbod nauwelijks of zelfs helemaal niet te gebruiken is door een (hogeschool)bibliotheek. Of het onderwijs. Lesmethoden zijn beperkt digitaal beschikbaar en waar ze het wel zijn voorziet die constructie niet in het breed aanbieden van die content aan een instelling maar is die gericht op individuele afname door studenten. Nederlandstalige (vak) tijdschriften zijn bijna niet full-text digitaal beschikbaar voor breed gebruik. Dit blijft beperkt tot individuele abonnees.

De ontwikkelingen rondom e-studieboeken komen nu pas een beetje op gang. Uitgevers zijn zoekende maar ook hier heb je te maken met het onderwijs die eigenlijk nog moet beginnen met nadenken over en formuleren van wat ze nodig hebben. En in welke vorm. En met welke randvoorwaarden voor de toegang. Ontwikkelingen die nog vele jaren nodig hebben voordat ze leiden tot een breed, representatief en bovenal bruikbaar aanbod waar je als bibliotheek gebruik van kunt maken richting het onderwijs.

Terug naar Inholland
Wat precies de achterliggende redenen zijn voor Inholland om te kiezen voor een volledig digitale bibliotheekvoorziening op korte termijn, daar kan ik alleen maar naar speculeren. Feit is dat gisteren Doekle Terpstra, de voorzitter van het college van bestuur van Inholland, via Twitter bevestigde dat het niet bij een voornemen blijft maar het als besluit genomen is.

Het lijkt me inderdaad een hele stevige opdracht. Prachtige innovatie? Sorry maar zoals alle vernieuwingen niet perse verbeteringen zijn, zo zijn digitaliseringstrajecten niet perse innovaties. Misschien zijn ze dat per definitie niet zelfs.

Bert Zeeman, van de Universiteit van Amsterdam, durfde zelfs de weddenschap met zijn lezers aan te gaan over het behalen van dit doel voor 2015. De vragen en overpeinzingen die hij daar bij heeft zijn stuk voor stuk al valide. Ik las diverse reacties die in verschillende mates van voorzichtigheid niet veel vertrouwen uitspraken over de kans van slagen. Het is bijna onmogelijk voor te stellen hoe je de kwaliteit van de informatievoorziening vanuit je hogeschoolbibliotheek in stand kunt houden als je genoodzaakt bent om niet te kijken naar de inhoud van die informatie maar puur en alleen naar de vorm. Een vorm waar de overgrote meerderheid van uitgevers die content leveren voor hogeschoolbibliotheken nog stevig mee worstelt.

Maar wat wil je nou als hogeschoolbibliotheek?
Digitaliseren is niet het doel van een hogeschoolbibliotheek. Sowieso is de term digitaliseren ongelukkig want het lijkt aan te geven dat je je bestaande fysieke collectie gaat inscannen en digitaal aanbieden. Wat natuurlijk niet toegestaan is want daar overtreed je meerdere wetten mee.

De hogeschoolbibliotheek is, ik zei het al eerder, gedienstig aan het onderwijs. Er moet een directe link zijn tussen wat het onderwijs – docenten en studenten- nodig hebben binnen de tientallen opleidingen/curricula en wat je als bibliotheek levert, ontsluit en toegankelijk maakt. In 2008 vertelde de toenmalige voorzitter van de HBO Raad, dezelfde Doekle Terpstra die nu bij Inholland zit, tijdens een lustrumbijeenkomst van het Samenwerkingsverband Hogeschoolbibliotheken (SHB) over de noodzaak om betere verbindingen te maken met het onderwijs en de opleidingen waarvoor hogeschoolbibliotheken werken.

En ja, dat betekent dat je kritisch moet kijken naar je traditionele rol als bibliotheek. Andersoortige diensten en minder vanuit het belang van je bibliotheek handelen. Meer vanuit de belangen van je onderwijs(instelling). Minder focus op het hebben van een (fysieke) collectie en de aandacht verschuiven naar het toegankelijk maken van informatiebronnen voor die groepen binnen je instelling die deze bronnen ook daadwerkelijk nodig hebben.

Dat zou pas prachtige innovatie zijn voor hogeschoolbibliotheken als je het mij vraagt.

Maar alle inspanningen, je gehele focus, toespitsen op digitale dienstverlening en hopen dat er voor 2015 voldoende digitaal aanbod is vanuit de markt om dat ook naar je gebruikers in je hogeschool aan te kunnen bieden? Vanuit je visie nee zeggen tegen het onderwijs als ze fysieke informatiebronnen nodig hebben, om wat voor reden dan ook? Digitale informatiebronnen van uitgevers min of meer klakkeloos aan gaan bieden, ook al zijn er (licentie)technische beperkingen, puur omdat het past in de digitaliseringsdoelstelling?

Niet alleen durf ik de weddenschap niet aan te gaan met Bert, ik vrees dat alleen al dit besluit van Inholland negatieve impact gaat hebben op de ontwikkeling van een toekomstbestendige visie van zowel HBO instellingen als hogeschoolbibliotheken op de rol die bibliotheken kunnen en moeten spelen in onderwijsinstellingen. Waarom zou je het nog over verbindingen met het onderwijs hebben als je als bibliotheek al besloten hebt dat je alleen nog maar digitale diensten wilt gaan leveren? 100% digitaal is 100% onrealistisch.

Hoe je er ook naar kijkt.

#

Gebruik Flickr foto’s gemakkelijk met de goede naamsvermelding via ImageCodr

Bad Credit No Credit OK! by EJP Photo, on Flickr

 

Mooi natuurlijk dat er inmiddels honderden miljoenen foto’s bij Flickr te vinden zijn met een Creative Commons licentie. Dat maakt het erg handig om een foto te zoeken bij een blogpost bijvoorbeeld maar met alleen het plaatsen van de foto ben je er nog niet. Hoewel er meerdere CC licenties zijn hebben ze één ding sowieso met elkaar gemeen en dat is de eis voor een naamsvermelding. Heb je een geschikte foto gevonden met CC licentie, dan moet je ook bij de foto of ergens bij de tekst duidelijk vermelden waar de foto vandaan komt en/of wie de maker van de foto is. Attributie heet dat. Daarbij is het ook wenselijk dat je erbij vermeldt onder welke Creative Commons licentie je de foto gebruikt zodat er geen misverstand over kan bestaan dat je toestemming hebt om de foto te gebruiken.

Als je een site als Photopin gebruikt dan zoek je automatisch naar Flickr foto’s die een Creative Commons licentie hebben. Je kunt foto’s dan downloaden en Photopin geeft je een stukje HTML code erbij die je voor de correcte naamsvermelding kunt gebruiken. Je ziet die meestal onder mijn blogposts staan aangezien dat makkelijk en snel werkt om de attributie te regelen.

Gebruik je de zoekfunctie van Flickr zelf om foto’s te vinden met een Creative Commons licentie -en dat doe ik steeds vaker zodat ik de foto’s er handmatig uit kan filteren die een Getty Images linkje erbij hebben staan- dan heb je niet zo veel aan Photopin en dus krijg je er ook geen handig stukje HTML code bij. Je moet dan handmatig de gegevens toevoegen voor een correcte attributie.

ImageCodr biedt hiervoor een hele mooie oplossing. Als je op Flickr een geschikte foto gevonden hebt, dan kopieer je de URL van de fotopagina en plak je die in ImageCodr in het tabblad Get code! Je krijgt dan te zien welke Creative Commons licentie van toepassing is op die foto met uitleg erbij wat je wel en niet er mee mag doen. Ook genereert ImageCodr dan HTML code waarmee de foto embed wordt met de goede attributie eronder. De code zorgt er ook voor dat zoekmachines de foto’s kunnen indexeren volgens de gebruikte CC licentie zodat Google Images bijvoorbeeld ook weet dat de gebruikte foto met een CC licentie komt.

imagecodr

Via het tabblad Search kun je zoekacties doen in Flickr hoewel je hierbij meteen doorgestuurd wordt naar de zoekfunctie van Flickr zelf. Dat mag allemaal de pret niet drukken want met behulp van ImageCodr kun je uiteindelijk heel snel en gemakkelijk foto’s op een goede manier opnemen op je site of in een blogpost.

Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 2.0 Generic License  @ foto by  EJP Photo 
#

Over toegang tot gelicenseerde content

Icon_no_license_svgDat je voor waardevolle content vaak moet betalen, dat weet iedereen wel. Of het nou gaat om vrij te gebruiken content of content waarvoor je moet betalen, er zitten bijna altijd voorwaarden aan de toegang. Websites met content hebben (algemene) voorwaarden en meestal wordt die content alleen maar vrijgegeven met een licentie waarin een (groot) aantal voorwaarden genoemd worden over wat je wel en wat je niet mag doen met die content.

Content op het web
Als het gaat om content die je op internet kunt vinden dan moet je vooral op Creative Commons licenties letten. Dit zijn verhoudingsgewijs hele eenvoudige licenties waarbij rechthebbenden van afbeeldingen, foto’s of teksten aangeven hoe je hun content mag gebruiken. Op het moment dat je daadwerkelijk betaalt voor content dan heeft de site waar je het koopt waarschijnlijk een kopje met voorwaarden die aanzienlijk meer regeltjes en restricties meegeeft. Dat natuurlijk om te voorkomen dat jij het zelf gratis gaat verspreiden zodat ze er zelf niets meer aan kunnen verdienen.

Dure databanken
De *echt* waardevolle content vind je echter in databanken terug. Hierin bieden leveranciers hele contentverzamelingen aan en komen ook de contentlicenties om de hoek kijken. Uitgebreide documenten, contracten, waarin de verantwoordelijkheden van de leverancier en (nog uitgebreider) de verantwoordelijkheden van de afnemer worden beschreven. Met clausules waarin de abonnementstermijn wordt beschreven, precies wordt vastgelegd hoe het zit met intellectuele eigendomsrechten en gebruiksrechten en de afspraken over de toegang en beschikbaarheid. Vanzelfsprekend ontbreekt een paragraaf over de financiële aspecten niet.

Dit soort contentlicenties worden vaak afgesloten door bedrijven of, in mijn geval, door bibliotheken. Zij willen die content en informatie toegankelijk maken voor hun eigen gebruikers omdat hier behoefte aan is. Het duidelijk maken aan die eigen gebruikers onder welke voorwaarden die informatie, die content, gebruikt mag worden valt echter nog niet mee. Bibliotheken worden door hun eigen gebruikers vaak gezien als de leverancier van die databank waarbij het dan misschien wel goed voor het imago is van een bibliotheek dat ze als de aanbieder gezien worden maar het wel lastig wordt om uit te leggen dat er restricties zitten op die content. Restricties die je als bibliotheek liever niet zou willen opleggen aan je eindgebruikers.

In de praktijk
De realiteit is dat bibliotheken steeds meer en meer content van anderen toegankelijk maken via licenties in plaats van het zelf (fysiek) aan te bieden. Waarbij elke databank zijn eigen unieke randvoorwaarden, mogelijkheden en restricties heeft. Technisch, financieel en dus ook qua toegang en gebruik. Waarbij je dus eigenlijk als bibliotheek zelf heel goed in kaart moet hebben wat je precies aanbiedt en welke randvoorwaarden daar allemaal aan vast zitten. In de praktijk is dat niet altijd even duidelijk laat staan dat eindgebruikers snappen waarom ze iets wel of niet mogen gebruiken zoals ze voornemens waren te doen.

En dat gaat wringen.

De afgelopen jaren hebben uitgevers meerdere malen maatregelen genomen tegen eindgebruikers (en dus de bibliotheken) die in overtreding waren van de overeenkomsten. In licentieonderhandelingen worden steeds strengere eisen gesteld door uitgevers aan hoe de content gebruikt mag worden en wordt van de bibliotheken verwacht dat ze zich niet alleen conformeren aan die eisen -je bent als leverancier monopolist of je bent het niet natuurlijk- maar dat ze die eisen zelfs handhaven naar de eindgebruikers toe.

Koninklijk voorbeeld
Een ‘mooi’ voorbeeld van het handhaven van een overeenkomst is sinds vorige week te zien als je lid bent van de Koninklijke Bibliotheek. Middels een lidmaatschap heb je ook toegang tot hun digitale bibliotheek en kun je bij een aantal (dure) databanken. Een tweetal uitgevers (als ik het goed geteld heb) zag het kennelijk als een probleem dat hun databanken ook gebruikt konden worden door KB leden voor zakelijke of commerciële doeleinden. Dat is niet de bedoeling als een niet-commerciële bibliotheek een overeenkomst afgesloten heeft waarin zakelijk gebruik uitgesloten is en de KB leden worden nu zowel bij gebruik van Kluwer Navigator als Lexis Nexis Academic gedwongen expliciet aan te geven dat ze het niet voor zakelijke of commerciële doeleinden gaan gebruiken.

lexisnexis

En daar gaat het de verkeerde kant op. Hoewel ik vind dat bibliotheken een rol hebben in het bewust maken van haar gebruikers om verantwoord om te gaan met gelicenseerde content moet zich dat niet gaan vertalen in het bewaken van de belangen van de aanleverende partijen. Bibliotheken hebben hun eigen rol, hun eigen belang en eigen dienstverlening en ook al kun je -en moet je- de eindgebruikers van die diensten informeren over de voorwaarden van gebruik van externe gelicenseerde content, die eindgebruikers zijn zelf verantwoordelijk voor het naleven ervan. Bibliotheken moeten niet die voorwaarden gaan handhaven, dat moet de uitgever zelf doen. Op het moment dat een overtreding gesignaleerd wordt en niet met dwang vooraf!

Klik je echter bij de bovenstaande melding niet op het linkje met ‘Ik ga akkoord’ dan krijg je dus ook geen toegang als lid. De bibliotheek handhaaft daarmee dus de voorwaarden die de leverancier heeft gesteld. Niet op basis van een geconstateerd misbruik maar op basis van een intentie van gebruik. Het lijkt Minority Report wel.

Niet alleen principes
Waarom ik me druk maak hierover terwijl iedereen -zonder twijfel- op akkoord klikt ook al ben je van plan het zakelijk te gaan gebruiken? Omdat eindgebruikers zelf verantwoordelijk dienen te zijn hoe ze met andermans content omgaan. Omdat leveranciers zich moeten realiseren dat angstvallig rechten en belangen handhaven vroeger of laat leidt tot minder gebruik van hun producten. En dat leveranciers met flexibelere voorwaarden moeten komen. Omdat bibliotheken moeten nadenken hoe hun eigen dienstverlening en bestaansrecht zich verhouden tot al die belangen, rechten en restricties die andere partijen hun pogen op te leggen. Omdat bibliotheken niet alleen maar nee hoeven te verkopen naar hun klanten toe maar ook wel eens nee kunnen zeggen tegen anderen als ze te veel concessies moeten doen aan hoe ze dit zelf willen aanbieden aan hun gebruikers.

Zo eenvoudig is het nog niet om gelicenseerde content aan te bieden of te gebruiken.

@ afbeelding ‘geen licentie aanwezig’: door Bibi Saint-Pol [CC-BY-SA-2.5], via Wikimedia Commons

#

Pagina 1 of 3123
  • © 2006- 2014 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top