Tweetweekoverzicht: Spaans auteursrecht, Taylor Swift, verweesde werken in Engeland plus gratis NEN-normen en arcadespellen

vakblog tweetweekoverzichtIn het tweetweekoverzicht sta ik alsnog kort stil bij nieuws en interessante ontwikkelingen waar ik wel over getwitterd heb maar waar ik (nog) geen uitgebreide blogpost aan heb gewijd.

Soms omdat anderen dat al beter gedaan hebben dan ik het zou doen, soms omdat er weinig meer over te vertellen valt dan het nieuwtje zelf en soms omdat ik er ook geen blogpost van weet te maken.

In dit tweetweekoverzicht gaat het over oude en nieuwe spellen, maakte ik beter kennis met Taylor Swift, leerde ik iets bij over de auteurswetten van Spanje en Engeland en kon ik na 3 jaar een update schrijven over gratis NEN-normen.

Internet Archive archiveert ook arcadespellen

The Internet Archive is de grootste online bibliotheek ter wereld en behalve het enorme archief van websites – en de wonderbaarlijke Wayback Machine – zijn daar ook grote archieven te vinden met video’s, audiobestanden en software. Bij de software spelen games een grote rol en zo vond je daar al een archief terug met klassieke pc games waarin vooral shareware versies en demo’s opgenomen zijn. Enige tijd geleden werd daar een Console Living Room aan toegevoegd die vele (erg) oude consoles beschrijft inclusief alle games die er voor verschenen zijn. Nieuw hieraan was dat je bijna alle spellen met een emulator in de browser kunt spelen – ik heb een zeer leuke avond doorgebracht met de Sega Genesis spellen – en dat breidt Internet Archive nu uit met een paar honderd nog oudere arcadespellen. Ook deze zijn in de browser te spelen mits je doorhebt dat je met de Tab toets kunt zien welke toetsen je nodig hebt. Het werkt goed maar er zitten wel wat haken en ogen aan om alles goed werkend te krijgen (Firefox werkt het beste icm een bedrade Xbox 360 controller en deze pagina met tips lezen als je een probleem hebt).

Taylor Swift gelooft niet in gratis muziek. Of Spotify

Het is dat Taylor Swift enkele weken geleden bij The Graham Norton Show te gast was want ik had anders niet eens geweten wie ze was. Sorry, het is een generatiekloofdingetje vermoed ik. Ik moet wel toegeven dat ze aanstekelijke muziek maakt want ik luisterde naar ’22’ en krijg dat maar niet uit mijn hoofd. Ik zou normaliter linken naar het nummer op Spotify maar dat kan nu dus niet meer. Haar nieuwe album is zojuist verschenen en als de megaster die ze is – ze is de enige die nog echt een miljoen cd’s kan verkopen – heeft ze al haar muziek laten verwijderen van Spotify. Omdat ze niet gelooft dat muziek gratis moet zijn, aldus een reactie die ik elders las. Hoe zich dat verhoudt tot het nieuws dat (in Europa) Spotify meer royalties uitkeert aan artiesten dan iTunes weet ik niet, net zo min als dat de timing met het uitbrengen van een nieuw album ook geen toeval zal zijn. In Google Play Music All Access staat haar muziek nog wel maar die heeft, in tegenstelling tot Spotify, ook niet de mogelijkheid om gratis te luisteren. Gelukkig gebruikt niemand YouTube om naar muziek te luisteren natuurlijk.

Reputatieschade van voormalige dictators in Call of Duty?

Je zult toch maar Manuel Noriega heten, voormalig dictator van Panama zijn, en een stuk ontspanning zoeken door Call of Duty: Black Ops 2 te spelen. Daarin krijg je een missie voorgeschoteld waarin jij met je team de jacht opent op, jawel, Manuel Noriega. Die ook nog eens sprekend op je lijkt. Dan klaag je de makers van de game natuurlijk aan voor schending van je portretrecht en reputatieschade. Terwijl de uitgever nog druk was met aantonen dat het fair use was maakt de rechter korte metten met deze aanklacht en wijst de zaak af (PDF). Hoge bomen vangen veel wind en als die hoge bomen ook nog eens bestaan uit een geschiedenis met drugs, illegale wapens en pornografie dan kan er toch echt geen sprake zijn van reputatieschade. Ik ben benieuwd hoe de rechter gaat oordelen in de rechtszaak die Linday Lohan heeft aangespannen tegen de makers van GTA V.

Bibliotheken in de UK protesteren tegen auteursrechtwetgeving voor verweesde werken

Onder het auteursrecht in het Verenigd Koninkrijk is er een uitzondering in de beschermingsduur van dit auteursrecht opgenomen als de rechthebbende van een werk niet bekend is. Voor deze verweesde werken geldt niet de termijn van 70 jaar na het overlijden van de maker maar een vaste einddatum die is gezet op 2039. Ongeacht hoe oud het werk is. Dat betekent dat bibliotheken met historische collecties niet in staat zijn deze publiek beschikbaar te maken als de rechthebbenden niet bekend zijn. En dat geldt voor zo’n 50% van al het materiaal. Het Imperial War Museum, de National Library of Schotland en de universiteitsbibliotheek van de University of Leeds hebben daarom een expositie van lege vitrines georganiseerd met daarin kaartjes met beschrijvingen van wat er zichtbaar was geweest aan materiaal uit de Eerste Wereldoorlog als deze ook openbaar gemaakt hadden mogen worden.

Onderhandelingen tussen Elsevier en de universiteiten vastgelopen

Heel veel aandacht voor de Big Deals – overeenkomsten die elke drie jaar afgesloten worden tussen de universiteiten en de grote wetenschappelijke uitgevers en waar vele miljoenen in om gaan – is er eigenlijk nooit. En dat terwijl ze best controversieel zijn aangezien onderzoeksresultaten die met publieke middelen (ons belastinggeld) gemaakt zijn al decennia door universiteiten teruggekocht moeten worden om daar verder onderzoek op voort te bouwen. Nu de staatssecretaris wil bewerkstelligen dat dit soort onderzoeksresultaten vrij toegankelijk moet zijn voor het publiek, gaan de onderhandelingen meer dan alleen over hoeveel er betaald moet worden en verscherpt de discussie zich. Ik schreef er uitgebreid over afgelopen week maar hier kan mijns inziens niet genoeg aandacht aan besteed worden.

Vrij beschikbare NEN normen omdat wetgeving er dwingend naar verwijst

In 2006 begon Bouwadviesbureau Knooble met een langdurige rechtszaak om te bewerkstelligen dat NEN normen – eindproducten van een proces van normalisatie waarin belanghebbende partijen op vrijwillige basis afspraken maken hoe bepaalde goederen het beste geproduceerd kunnen worden of diensten het beste geleverd kunnen worden – waar naar verwezen wordt in wetgeving vrijelijk beschikbaar te krijgen. Voor die normen moesten bedrijven namelijk (stevig) betalen terwijl ze die nodig hadden om te voldoen aan de wetgeving. Die rechtszaak verloor Knooble uiteindelijk in 2010 maar dat was wel de opmaat naar een kabinetsbesluit (PDF) om Nederlandse normen, waarnaar dwingend wordt verwezen in wetgeving, vrij beschikbaar te maken.

In de Wet Burgerservicenummer in de Zorg (Wbsn-z) wordt dwingend verwezen – gebruik en toepassen is niet optioneel – naar een drietal NEN-normen. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VSW) heeft nu dus het gebruik van deze drie normen (NEN 7510, NEN 7512 en NEN 7513) afgekocht en deze zijn voor een ieder gratis te downloaden uit de normshop van het NEN.

Spanje probeert het internet auteursrechtelijk af te persen

Vorige week schreef ik al even over de door Spanje bedachte Google-tax in de recente revisie van hun auteursrechtwetgeving maar het blijft niet bij het eisen van een vergoeding als een zoekmachine korte beschrijvingen bij geïndexeerde links plaatst. Zelfs nu afgelopen week de grootste Duitse krantenuitgever – in Duitsland werd een vergelijkbare wetgeving geïntroduceerd in 2013 – inbond en Google verzocht alsjeblieft hun artikelen weer te indexeren nadat de bezoekersaantallen enorm gedaald waren.

Die optie hebben de Spaanse krantenuitgevers niet eens aangezien ze geen afstand kunnen doen van dit recht om betaald te worden door Google. Maar het is sowieso een stuk erger in Spanje want onder de nieuwe wetgeving kan er opgetreden worden tegen websites die slechts linken naar materiaal dat inbreuk maakt op het auteursrecht. Als je dus niet goed controleert of je linkt naar legale content kan je dat maximaal €600.000 kosten terwijl ook diensten van gebruikte betaalproviders geblokkeerd kunnen worden en domeinen offline gehaald kunnen worden. Een ernstig geval van internet censuur onder het mom van bescherming van auteursrecht dus.

#

Bibliotheken mogen boeken uit hun collecties digitaliseren en als ebooks aanbieden binnen de bibliotheek

digitaliseren collectie en aanbieden van ebooks“Als een werk onderdeel uitmaakt van een collectie [van een bibliotheek] dan mag dit op ‘terminals’ in de ruimtes beschikbaar gesteld worden aan het publiek voor onderzoek of eigen studie”. Dat staat er op mijn PowerPoint als ik bij het toelichten van de Auteurswet ben aangekomen bij de beperking die het mogelijk maakt om zonder toestemming van rechthebbenden werken uit je bibliotheekcollectie aan te bieden aan je gebruikers.

Besloten netwerken van bibliotheken

Artikel 15h van de Auteurswet stelt dat: Tenzij anders overeengekomen, wordt niet als inbreuk op het auteursrecht op een werk van letterkunde, wetenschap of kunst beschouwd het door middel van een besloten netwerk beschikbaar stellen van een werk dat onderdeel uitmaakt van verzamelingen van voor het publiek toegankelijke bibliotheken en musea of archieven die niet het behalen van een direct of indirect economisch of commercieel voordeel nastreven, door middel van daarvoor bestemde terminals in de gebouwen van die instellingen aan individuele leden van het publiek voor onderzoek of privé-studie.

Het is een exceptie op het auteursrecht waar bibliotheken, zowel openbare bibliotheken maar ook de bibliotheken van onderwijs- en onderzoeksinstellingen maar nauwelijks gebruik van maken. In tegenstelling tot sommige andere artikelen uit de Auteurswet heeft dit artikel wel degelijk betrekking op de digitale collecties van de bibliotheken. Deze uitzondering maakt het bijvoorbeeld mogelijk om een digitale bron aan te bieden aan bezoekers van de bibliotheek, ook al behoren ze niet tot de doelgroep die in een licentieovereenkomst is opgenomen voor die bron. Op die manier kan de bibliotheek de digitale collectie aanbieden aan de zogeheten walk-in users, gebruikers van de bibliotheek die geen lid zijn of niet verbonden zijn aan de instelling waartoe de bibliotheek behoort.

Daar zitten wel restricties op want de definitie van een besloten netwerk betekent dat er dus geen online toegang gegeven kan worden en dat gebruikers ook echt naar de fysieke locatie van de bibliotheek moeten komen. Ook begint het artikel met ‘Tenzij anders overeengekomen’ en dat houdt in dat in een licentieovereenkomst de leverancier of uitgever kan bepalen dat een dergelijk gebruik niet toegestaan is. In de praktijk ontbreekt een dergelijke clausule vaak omdat het voor openbare bibliotheken niet aantrekkelijk – en vaak zelfs onmogelijk – is de walk-in users te weren. Bibliotheken van musea kennen zelfs geen leden of een afgebakende groep gebruikers en daar zijn eigenlijk alle gebruikers walk-in users.

Op Europees niveau

Deze uitzondering in de Auteurswet heeft Nederland niet zelf bedacht. Net als de overige uitzonderingen komen deze (mede) voort uit de implementatie van richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij. Het is een hele mond vol maar het is een richtlijn die door de Europese lidstaten verwerkt is in de eigen auteursrechtwetgeving en die daarmee leidend is in hoe je de verschillende aspecten en artikelen van de auteursrechtwetgeving kan en mag interpreteren als lidstaat. Zo stelde het Europese Hof van Justitie enkele maanden geleden dat de thuiskopieregeling, die in dezelfde richtlijn 2001/29/EG staat, niet door Nederland uitgelegd mocht worden om downloaden (kopiëren) uit illegale bron mogelijk te maken, waardoor er in Nederland een ‘downloadverbod‘ ontstond zonder dat er zelfs maar één letter in onze eigen Auteurswet gewijzigd was.

Interpretatie van de ‘bibliotheekexceptie’

Artikel 15h Aw is bijna rechtstreeks overgenomen van artikel 5 lid 3 sub n uit die richtlijn 2001/29/EG dat stelt dat lidstaten beperkingen of restricties op het auteursrecht van rechthebbenden kunnen stellen ten aanzien van:

het gebruik van niet te koop aangeboden of aan licentievoorwaarden onderworpen werken of ander materiaal dat onderdeel uitmaakt van de verzamelingen van de in lid 2, onder c), bedoelde instellingen [publiek toegankelijke bibliotheken, onderwijsinstellingen of musea, of door archieven die niet het behalen van een direct of indirect economisch of commercieel voordeel nastreven], hierin bestaande dat het werk of materiaal, via speciale terminals in de gebouwen van die instellingen, voor onderzoek of privéstudie meegedeeld wordt aan of beschikbaar gesteld wordt voor individuele leden van het publiek.

In Duitsland speelt echter een rechtszaak die uitgever Eugen Ulmer KG aangespannen heeft tegen de Technische Universität Darmstadt en waar het gaat om de precieze interpretatie van artikel 5 lid 3 sub n dat ook in de Duitse Auteurswet is overgenomen.

De universiteitsbibliotheek wees het aanbod en bijbehorende licentieovereenkomst namelijk af van de uitgever om één van hun titels als ebook (opnieuw) te kopen en koos ervoor om hun eigen papieren exemplaar te digitaliseren. En deze via speciaal daarvoor ingerichte raadpleegplekken aan te bieden aan de gebruikers en bezoekers van de bibliotheek, op basis van 1 gelijktijdige gebruiker van dat digitale exemplaar.

Hier was de uitgever niet blij mee en hoewel de universiteitsbibliotheek zich beriep op de uitzondering in de Duitse auteurswet, aarzelde de uitgever niet lang en bracht het geschil voor het Bundesgerichtshof. De implicaties van een uitspraak hierin zou verregaande gevolgen kunnen hebben voor de mogelijkheden die bibliotheken hebben hun boeken te kunnen digitaliseren en zo mogelijk nog meer voor de verdienmodellen van uitgevers. Redenen waarom zowel de EBLIDA als het Deutscher Bibliotheksverband (zeg maar de Duitse KNVI) zich achter de universiteit schaarden en Eugen Ulmer KG zich gesterkt wist door steun van de Börsenverein des deutschen Buchhandels, de Duitse vereniging voor boekwinkels.

Vragen aan het Europese Hof van Justitie

Het Duitse Hof achtte het wijs om ruggespraak te houden over hoe artikel 5 lid 3 sub n uitgelegd moet worden en stelde daarom drie prejudiciële vragen – vragen om uitleg – aan het Europese Hof van Justitie:

  1. Is een werk te koop aangeboden of aan licentievoorwaarden onderworpen in de zin van artikel 5, lid 3, sub n, van richtlijn 2001/29/EG, wanneer de rechthebbende de in dat artikel bedoelde instellingen het afsluiten van licentieovereenkomsten voor het gebruik van dit werk onder redelijke voorwaarden aanbiedt?
  2. Mogen de lidstaten op grond van artikel 5, lid 3, sub n, van richtlijn 2001/29/EG de instellingen het recht toekennen, de in hun verzamelingen opgenomen werken te digitaliseren, indien dat noodzakelijk is om deze werken via terminals beschikbaar te stellen?
  3. Mogen de door de lidstaten overeenkomstig artikel 5, lid 3, sub n, van richtlijn 2001/29/EG vastgestelde rechten zo ver gaan dat gebruikers van de terminals aldus beschikbaar gestelde werken op papier kunnen printen of op een USB-stick kunnen opslaan?

De eerste vraag heeft te maken met de restrictie die al in het artikel opgenomen was. Een bibliotheek mag een (digitaal) werk niet aanbieden op deze manier als een licentievoorwaarde dit uitsluit maar geldt die restrictie ook als een uitgever een digitale versie – van een al aangeschaft boek in de collectie – onder redelijke voorwaarden te koop aanbiedt? Oftewel, moet een bibliotheek verplicht een licentie afsluiten op een digitale titel als de uitgever die mogelijkheid geeft?

Vraag 2 komt neer op een vraag of de Europese lidstaten bibliotheken het recht (de wettelijke mogelijkheid) mogen geven om werken uit hun collecties te digitaliseren teneinde ze via terminals beschikbaar te maken voor hun gebruikers. Vraag 3 bouwt voort op vraag 2 en vraagt duidelijkheid te verkrijgen over wat de gebruiksrechten dan zijn. Mag het beschikbaar stellen van een gedigitaliseerd werk op een terminal als gebruikers de mogelijkheid krijgen om dat werk te printen of op te slaan op een eigen USB stick?

De verlossende antwoorden

Advocaat Generaal Jääskinen gaf in juni al antwoorden op de gestelde prejucidiële vragen. Dit is formeel een opinie van de Advocaat Generaal en is daarmee geen bindend oordeel voor het Europese Hof van Justitie maar in de praktijk wordt het advies en de opinie van de AG in bijna alle gevallen gevolgd. Dat bleek vandaag eens te meer met het arrest van het Europese Hof van Justitie waarin de definitieve antwoorden gegeven werden.

  1. Het Hof heeft gekeken naar de specifieke verwoording van het artikel en concludeert dat er sprake moet zijn van voorwaarden die contractueel bindend zijn voordat gesteld kan worden dat de uitzondering *niet* van toepassing is. Een aangeboden en beschikbare licentieovereenkomst is niet contractueel bindend en het kan daarmee alleen van toepassing zijn als een al getekende overeenkomst het verbiedt om een werk via een bibliotheekterminal aan te bieden. Nog belangrijker is echter dat de intentie van deze beperking op het auteursrecht is om onderzoek en privéstudie te stimuleren en dat dit als de missie van elke publiek toegankelijke bibliotheek gezien wordt. Het mag volgens het Hof niet zo zijn dat een uitgever door een eenzijdige handeling – het aanbieden van een licentie met willekeurige voorwaarden – die missie kan dwarsbomen. Oftewel, een uitgever kan niet verbieden dat een bibliotheek een boek (digitaliseert en) aanbiedt via een besloten netwerk tenzij dat in een door de bibliotheek getekende overeenkomst onmogelijk gemaakt wordt. Een bibliotheek is daarmee niet verplicht een licentie af te sluiten maar kan er voor kiezen een papieren exemplaar uit de eigen collectie te digitaliseren en (alleen) via raadpleegplekken aan te bieden.
  2. Het Hof stelt dat het op deze wijze beschikbaar maken van een werk in beginsel het recht van de auteursrechthebbende is. Daar is echter juist ten behoeve van het mededelen of beschikbaar stellen voor individuele leden van het publiek een uitzondering voor gemaakt als het gaat om onderzoek of privéstudie binnen de muren van een instelling. Het Hof vindt dat, naast de al aanwezige beperkingen, bibliotheken de mogelijkheid moeten hebben om bepaalde werken te digitaliseren aangezien ze anders niet meer effectief zouden zijn in het beschikbaar stellen van werken: Such a right of communication of works enjoyed by establishments such as publicly accessible libraries covered by Article 5(3)(n) of Directive 2001/29, within the limits of the conditions provided for by that provision, would risk being rendered largely meaningless, or indeed ineffective, if those establishments did not have an ancillary right to digitise the works in question. De conclusie van het Hof is dan ook dat lidstaten bibliotheken de wettelijke ruimte moeten kunnen geven om werken in hun collectie te digitaliseren, mits dit nodig is om ze beschikbaar te maken op raadpleegplekkenArticle 5(3)(n) of Directive 2001/29, read in conjunction with Article 5(2)(c) of that directive, must be interpreted to mean that it does not preclude Member States from granting to publicly accessible libraries covered by those provisions the right to digitise the works contained in their collections, if such act of reproduction is necessary for the purpose of making those works available to users, by means of dedicated terminals, within those establishments.
  3. Het Hof beperkt wel de gebruiksrechten van een gedigitaliseerd werk dat via een raadpleegplek wordt aangeboden. Ook al mag de bibliotheek een uitzondering maken op het auteursrecht van de maker door onder voorwaarden een kopie te maken van een werk en dit beperkt te openbaren, dat recht heeft de gebruiker van dat digitale exemplaar niet. Die gebruiker mag geen eigen kopie maken door dat exemplaar op een USB stick te zetten en ook niet door dit exemplaar uit te printen. Het Hof voegt er wel aan toe dat dit gebruik in nationale wetgeving toegestaan kan worden onder twee andere beperkingen die in de richtlijn genoemd worden. Article 5(3)(n) of Directive 2001/29 must be interpreted to mean that it does not extend to acts such as the printing out of works on paper or their storage on a USB stick, carried out by users from dedicated terminals installed in publicly accessible libraries covered by that provision. However, such acts may, if appropriate, be authorised under national legislation transposing the exceptions or limitations provided for in Article 5(2)(a) or (b) of that directive provided that, in each individual case, the conditions laid down by those provisions are met. Het gaat dan hier om de (analoge) thuiskopie-exceptie die voor privégebruik het maken van een papieren of digitale kopie onder specifieke voorwaarden toestaat.

Kunnen bibliotheken nu de scanners aanzetten?

De samenvatting is helder en is ook de kop van het persbericht (PDF) dat uitgegeven werd: de Europese lidstaten mogen bibliotheken de wettelijke mogelijkheden geven om, zonder toestemming van de auteur of uitgever, boeken uit hun collecties te digitaliseren teneinde ze beschikbaar te stellen op raadpleegplekken. Zolang ze er maar voor zorgen dat gebruikers de gedigitaliseerde exemplaren niet kunnen printen of opslaan op een USB-stick.

Voor de Nederlandse situatie, waar het betreffende artikel 5 lid 3 sub n dus bijna 1 op 1 overgenomen is in de Auteurswet, betekent dat je het artikel 15h dus mag uitleggen zoals het Europese Hof van Justitie dat nu vastgesteld heeft.

Alle bibliotheken in Nederland houden zich bezig met (het aanbieden van) ebooks. Educatieve en wetenschappelijke uitgevers bieden al vele jaren grote – en dure – pakketten ebooks aan die bij gebrek aan alternatieven afgenomen worden door onderwijs- en onderzoeksbibliotheken om op die manier ebooks aan te kunnen bieden aan hun gebruikers. Hierbij hebben de uitgevers de kaarten in handen en bepalen ze eenzijdig de voorwaarden, die maar zelden overeenkomen met de wensen die de bibliotheken hebben. En bij openbare bibliotheken ligt het niet veel anders. Daar dienen bibliotheken ook te onderhandelen over de prijs en voorwaarden van ebooks en hebben ze grote moeite om de populaire titels (bestsellers) digitaal beschikbaar te maken voor hun leden. Nou biedt het bovenstaande niet de mogelijkheid aan openbare bibliotheken om (bestsellers) romans of andere fictie te gaan digitaliseren maar geldt het in beginsel wel voor werken die een bibliotheek ten behoeve van onderzoek of privéstudie digitaal wil aanbieden aan haar gebruikers.

Hoe dan ook, met deze uitspraak komen de verhoudingen tussen bibliotheken en uitgevers anders te liggen. Bibliotheken hebben nu de keuze om zonder toestemming of overeenkomst werken uit hun collecties zelf te digitaliseren en via raadpleegplekken toegankelijk te maken voor hun gebruikers, zolang ze maar maatregelen nemen om het kopiëren van die zelf gemaakte ebooks te voorkomen. Een dergelijke beperkte manier van aanbieden is vanzelfsprekend niet het ideale scenario voor bibliotheken om ebooks aan te bieden maar het geeft wel een alternatief voor al die situaties waarin een uitgever erg hoge bedragen vraagt, ongunstige voorwaarden stelt of gevraagde titels alleen als pakket in combinatie met vele andere niet gewenste titels wil verkopen.

Ik verwacht (en hoop) dat bibliotheken gebruik gaan maken van deze mogelijkheid, al was het alleen maar om vanuit een betere positie de gesprekken en onderhandelingen aan te gaan met uitgevers. Binnen de muren van een bibliotheek kan een uitgever niet meer voorkomen dat één of meerdere werken gedigitaliseerd en aangeboden worden en het zal hopelijk leiden tot herziene deals vanuit de uitgevers met betere voorwaarden.

Ik moet natuurlijk even stil staan bij wat het voor hogeschoolbibliotheken zou kunnen betekenen. Het onderwijs werkt met een afgebakende hoeveelheid voorgeschreven studieboeken voor studenten. In veel gevallen is ook (minstens) één fysiek exemplaar van al die voorgeschreven titels in de bibliotheekcollectie opgenomen en zijn het ook deze titels die studenten graag (gratis) digitaal willen kunnen raadplegen. Er wordt echter maar een relatief klein percentage van deze titels digitaal aangeboden door de uitgevers. Het aanbod dat er wel is wordt alleen maar rechtstreeks verkocht aan studenten en is niet beschikbaar voor bibliotheken. Je zou je echter nu kunnen voorstellen dat hogeschoolbibliotheken hun fysieke exemplaren gaan digitaliseren en via raadpleegplekken of cataloguspc’s beschikbaar gaan maken. Het voorziet weliswaar niet in de wens van onderwijs en studenten om deze studieboeken digitaal te kunnen gebruiken maar geeft wel een duidelijk signaal af dat bibliotheken niet oneindig gaan wachten tot uitgevers deze titels voor hen beschikbaar maken. Enkele speciaal hiervoor ingerichte werkplekken aanbieden waar studenten *alle* voorgeschreven literatuur digitaal kunnen raadplegen in de bibliotheek beschouw ik als een hele fraaie aanvulling op onze dienstverlening voor het onderwijs.

Ik vermoed dat hier het laatste nog niet over gezegd is maar tot die tijd kunnen de scanners volgens mij opgewarmd worden.

Verder lezen: Uitspraak van het Europese Hof van Justitie (Curia) / Persbericht van het Europese Hof van Justitie (PDF)
@foto: Eigen foto, gemaakt bij de Bibliotheek Eemland.

#

Bibliotheken mogen boeken uit hun collecties digitaliseren en als ebooks beperkt aanbieden?

library digitaliseren ebooks“Als een werk onderdeel uitmaakt van een collectie [van een bibliotheek] dan mag dit op ‘terminals’ in de ruimtes beschikbaar gesteld worden aan het publiek voor onderzoek of privé-studie”. Dat vertel ik als ik de auteurswet en alle uitzonderingen op het auteursrecht uitleg en aangekomen ben bij de beperking die het mogelijk maakt om zonder toestemming van rechthebbenden werken uit je bibliotheekcollectie aan te bieden aan je gebruikers.

Besloten netwerken van bibliotheken

Artikel 15h van de Auteurswet stelt dat: Tenzij anders overeengekomen, wordt niet als inbreuk op het auteursrecht op een werk van letterkunde, wetenschap of kunst beschouwd het door middel van een besloten netwerk beschikbaar stellen van een werk dat onderdeel uitmaakt van verzamelingen van voor het publiek toegankelijke bibliotheken en musea of archieven die niet het behalen van een direct of indirect economisch of commercieel voordeel nastreven, door middel van daarvoor bestemde terminals in de gebouwen van die instellingen aan individuele leden van het publiek voor onderzoek of privé-studie.

Het is een exceptie op het auteursrecht waar bibliotheken, zowel openbare bibliotheken maar ook de bibliotheken van onderwijs- en onderzoeksinstellingen mijns inziens nog niet optimaal gebruik van maken. In tegenstelling tot sommige andere artikelen uit de Auteurswet heeft dit artikel wel degelijk betrekking op de digitale collecties van de bibliotheken. Deze uitzondering maakt het bijvoorbeeld mogelijk om een digitale bron aan te bieden aan bezoekers van de bibliotheek, ook al behoren ze niet tot de doelgroep die in een licentieovereenkomst is opgenomen voor die bron. Op die manier kan de bibliotheek de digitale collectie aanbieden aan de zogeheten walk-in users, gebruikers van de bibliotheek die geen lid zijn of niet verbonden zijn aan de instelling waartoe de bibliotheek behoort.

Daar zitten wel restricties op want de definitie van een besloten netwerk betekent dat er dus geen online toegang gegeven kan worden en dat gebruikers ook echt naar de fysieke locatie van de bibliotheek moeten komen. Ook begint het artikel met ‘Tenzij anders overeengekomen’ en dat houdt in dat in een licentieovereenkomst de leverancier of uitgever kan bepalen dat een dergelijk gebruik niet toegestaan is. In de praktijk ontbreekt een dergelijke clausule vaak omdat het voor openbare bibliotheken niet aantrekkelijk – en vaak zelfs onmogelijk – is de walk-in users te weren. Bibliotheken van musea kennen zelfs geen leden of een afgebakende groep gebruikers en daar zijn eigenlijk alle gebruikers walk-in users.

Op Europees niveau

Deze uitzondering in de Auteurswet heeft Nederland niet zelf bedacht. Net als de overige uitzonderingen komen deze (mede) voort uit de implementatie van richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij. Het is een hele mond vol maar het is een richtlijn die door de Europese lidstaten verwerkt is in de eigen auteursrechtwetgeving en die daarmee leidend is in hoe je de verschillende aspecten en artikelen van de auteursrechtwetgeving kan en mag interpreteren als lidstaat. Zo stelde het Europese Hof van Justitie kort geleden dat de thuiskopieregeling, die in dezelfde richtlijn 2001/29/EG staat, niet door Nederland uitgelegd mocht worden om downloaden (kopiëren) uit illegale bron mogelijk te maken, waardoor er in Nederland een ‘downloadverbod‘ ontstond zonder dat er zelfs maar één letter in onze eigen Auteurswet gewijzigd was.

Interpretatie van de ‘bibliotheekexceptie’

Artikel 15h Aw is bijna rechtstreeks overgenomen van artikel 5 lid 3 sub n uit die richtlijn 2001/29/EG dat stelt dat lidstaten beperkingen of restricties op het auteursrecht van rechthebbenden kunnen stellen ten aanzien van:

het gebruik van niet te koop aangeboden of aan licentievoorwaarden onderworpen werken of ander materiaal dat onderdeel uitmaakt van de verzamelingen van de in lid 2, onder c), bedoelde instellingen [publiek toegankelijke bibliotheken, onderwijsinstellingen of musea, of door archieven die niet het behalen van een direct of indirect economisch of commercieel voordeel nastreven], hierin bestaande dat het werk of materiaal, via speciale terminals in de gebouwen van die instellingen, voor onderzoek of privéstudie meegedeeld wordt aan of beschikbaar gesteld wordt voor individuele leden van het publiek.

In Duitsland speelt echter een rechtszaak die uitgever Eugen Ulmer KG aangespannen heeft tegen de Technische Universität Darmstadt en waar het gaat om de precieze interpretatie van artikel 5 lid 3 sub n dat ook in de Duitse Auteurswet is overgenomen.

De universiteitsbibliotheek wees het aanbod en bijbehorende licentieovereenkomst namelijk af van de uitgever om één van hun titels als ebook (opnieuw) te kopen en koos ervoor om hun eigen papieren exemplaar te digitaliseren. En deze via speciaal daarvoor ingerichte raadpleegplekken aan te bieden aan de gebruikers en bezoekers van de bibliotheek, op basis van 1 gelijktijdige gebruiker van dat digitale exemplaar.

Dat dit een werkwijze is die niet tot blijdschap van de uitgever leidde mag je een understatement noemen. De universiteitsbibliotheek beriep zich weliswaar op de uitzondering in de Duitse auteurswet maar de uitgever aarzelde niet lang en bracht het geschil voor het Bundesgerichtshof. De implicaties van een uitspraak hierin zou verregaande gevolgen kunnen hebben voor de mogelijkheden die bibliotheken hebben hun boeken te kunnen digitaliseren en zo mogelijk nog meer voor de verdienmodellen van uitgevers. Redenen waarom zowel de EBLIDA als het Deutscher Bibliotheksverband (zeg maar de Duitse KNVI) zich achter de universiteit schaarden en Eugen Ulmer KG zich gesterkt wist door steun van de Börsenverein des deutschen Buchhandels.

Hulplijn inzetten

Het Duitse Hof achtte het wijs om ruggespraak te houden over hoe artikel 5 lid 3 sub n uitgelegd moet worden en stelde daarom drie prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie:

  1. Is een werk te koop aangeboden of aan licentievoorwaarden onderworpen in de zin van artikel 5, lid 3, sub n, van richtlijn 2001/29/EG, wanneer de rechthebbende de in dat artikel bedoelde instellingen het afsluiten van licentieovereenkomsten voor het gebruik van dit werk onder redelijke voorwaarden aanbiedt?
  2. Mogen de lidstaten op grond van artikel 5, lid 3, sub n, van richtlijn 2001/29/EG de instellingen het recht toekennen, de in hun verzamelingen opgenomen werken te digitaliseren, indien dat noodzakelijk is om deze werken via terminals beschikbaar te stellen?
  3. Mogen de door de lidstaten overeenkomstig artikel 5, lid 3, sub n, van richtlijn 2001/29/EG vastgestelde rechten zo ver gaan dat gebruikers van de terminals aldus beschikbaar gestelde werken op papier kunnen printen of op een USB-stick kunnen opslaan?

De eerste vraag heeft te maken met de restrictie die al in het artikel opgenomen was. Een bibliotheek mag een (digitaal) werk niet aanbieden op deze manier als een licentievoorwaarde dit uitsluit maar geldt die restrictie ook als een uitgever een digitale versie – van een al aangeschaft boek in de collectie – onder redelijke voorwaarden te koop aanbiedt? Oftewel, moet een bibliotheek verplicht een licentie afsluiten op een digitale titel als de uitgever die mogelijkheid geeft?

Vraag 2 bouwt voort op de eerste vraag en vraagt of bibliotheken daarmee ook het recht (en de mogelijkheid) hebben om werken te digitaliseren teneinde ze via terminals beschikbaar te maken voor hun gebruikers. Vraag 3 probeert duidelijkheid te verkrijgen over wat de gebruiksrechten dan zijn aangezien een dergelijke raadpleegplek de mogelijkheid zou kunnen bieden de digitale kopieën verder te verspreiden.

Ja, ja en nee

Advocaat Generaal Jääskinen gaf vandaag antwoorden op de gestelde prejucidiële vragen. Dit is formeel een opinie van de Advocaat Generaal en is daarmee geen bindend oordeel voor het Europese Hof van Justitie maar in de praktijk wordt het advies en de opinie van de AG in bijna alle gevallen gevolgd.

Ja. De Advocaat Generaal stelt dat een bibliotheek gebruik mag maken van betreffende uitzondering om gedigitaliseerde werken aan te bieden op speciaal daartoe bestemde terminals, zelfs als een uitgever/rechthebbende de digitale versie via een licentie te koop aanbiedt. Alleen als er al een licentieovereenkomst afgesloten is mag de bibliotheek niet meer gebruik maken van deze uitzondering. Oftewel, een bibliotheek is niet verplicht een licentie af te sluiten maar kan er voor kiezen om een papieren exemplaar te digitaliseren en (alleen) via raadpleegplekken aan te bieden.

Ja. De Advocaat Generaal is de mening toegedaan dat lidstaten bibliotheken het recht mogen toekennen de in hun verzamelingen opgenomen werken te digitaliseren, indien dat noodzakelijk is om deze werken via terminals beschikbaar te stellen. Hij noemt daarbij voorbeeldsituaties waarin bibliotheken de orginele werken willen preserveren die fragiel, oud of zeldzaam zijn maar ook boeken die door veelvuldig gebruik aan slijtage onderhevig zijn. De Advocaat Generaal voegt er wel duidelijk aan toe dat de uitzondering bibliotheken niet de mogelijkheid geeft hun volledige collecties te digitaliseren en aan te gaan bieden via terminals. Het moet gaan om individuele titels en exemplaren uit de collectie en het kan niet gebruikt worden om boeken digitaal aan te gaan bieden teneinde de aanschaf van meerdere benodigde fysieke exemplaren te vermijden.

Nee. Tot slot beperkt de Advocaat Generaal wel de gebruiksrechten van een gedigitaliseerd werk dat via een terminal wordt aangeboden. Ook al mag de bibliotheek een uitzondering maken op het auteursrecht van de maker door beperkt een digitaal exemplaar te openbaren, dat recht heeft de gebruiker van dat digitale exemplaar niet. De gebruiker mag geen eigen kopie maken door dat exemplaar op een USB stick te zetten en ook niet door dit exemplaar uit te printen. De Advocaat Generaal voegt er wel aan toe dat in zijn opinie het uitprinten van een eigen fysiek exemplaar onder de (analoge) thuiskopie-exceptie valt die in dezelfde richtlijn beschreven staat en dat het daarmee dus wel mogelijk zou kunnen zijn voor bibliotheekgebruikers.

En wat betekent dit nu?

Dit zou je samen kunnen vatten zoals dat ook door de meeste Nederlandse media werd gemeld vanochtend: bibliotheken zouden zonder toestemming van de auteur of uitgever boeken mogen digitaliseren zolang ze er maar voor zorgen dat gebruikers die digitale versies niet in handen krijgen.

Die samenvatting doet mijns inziens echter geen recht aan de impact op de verhoudingen tussen bibliotheken en uitgevers van ebooks als het Europese Hof van Justitie dit advies overneemt. Er is geen bibliotheek in Europa te vinden die zich niet in meer of mindere mate bezig houdt met (het aanbieden van) ebooks. Wetenschappelijke uitgevers bieden al vele jaren grote – en dure – pakketten ebooks aan die bij gebrek aan alternatieven afgenomen worden door onderwijs- en onderzoeksbibliotheken om op die manier ebooks aan te kunnen bieden aan hun gebruikers. Hierbij hebben de uitgevers de kaarten in handen en bepalen ze eenzijdig de voorwaarden, die maar zelden overeenkomen met de wensen die de bibliotheken hebben. En bij openbare bibliotheken ligt het niet veel anders. Daar dienen bibliotheken ook te onderhandelen over de prijs en voorwaarden van ebooks en hebben ze grote moeite om de populaire titels (bestsellers) digitaal beschikbaar te maken voor hun leden.

Die verhoudingen komen anders te liggen als de interpretatie van de Advocaat Generaal overgenomen wordt door het HvJEU en daarmee alle Europese lidstaten. Bibliotheken kunnen er dan voor kiezen om titels uit hun collecties zelf te digitaliseren en via raadpleegplekken in elk geval toegankelijk te maken voor hun gebruikers, zolang ze maar maatregelen nemen om het kopiëren van die zelf gemaakte ebooks te voorkomen. Dat zal vanzelfsprekend niet de ideale manier zijn voor bibliotheken om ebooks aan te bieden maar geeft wel een alternatief voor al die situaties waarin een uitgever erg hoge bedragen vraagt, ongunstige voorwaarden stelt of gevraagde titels alleen als pakket in combinatie met vele andere niet gewenste titels wil verkopen. En alleen al het feit dat bibliotheken een alternatief hebben gaat dan zorgen voor nieuwe gesprekken, onderhandelingen en overeenkomsten. Nieuwe maar vooral betere overeenkomsten voor bibliotheken hoop ik.

Ook voor hogeschoolbibliotheken kan het zeer interessante consequenties hebben. Het onderwijs werkt met een afgebakende hoeveelheid voorgeschreven studieboeken voor studenten. In veel gevallen is ook (minstens) één fysiek exemplaar van al die voorgeschreven titels in de bibliotheekcollectie opgenomen en zijn het ook deze titels die studenten graag (gratis) digitaal willen kunnen raadplegen. Niet geheel verrassend wordt in Nederland maar een relatief klein percentage van deze titels digitaal aangeboden door de uitgevers. Het aanbod dat er wel is wordt alleen maar rechtstreeks verkocht aan studenten en is niet beschikbaar voor bibliotheken. Je zou je echter nu kunnen voorstellen dat hogeschoolbibliotheken zelf hun fysieke exemplaren gaan digitaliseren en via raadpleegplekken of cataloguspc’s beschikbaar gaan maken. Studenten kunnen dan ook nog in staat gesteld worden (enkele hoofdstukken uit) het boek voor eigen gebruik uit te printen, bijvoorbeeld ten behoeve van een tentamenvoorbereiding. Dit past ook goed bij hoe de fysieke exemplaren, die meestal beperkt of zelfs helemaal niet uitleenbaar zijn, nu al gebruikt worden door de studenten.

Maar dat je dit als bibliotheek zou kunnen doen zonder per titel te moeten onderhandelen met uitgevers, zonder toestemming daarvoor te moeten verkrijgen en zonder je budget te moeten uitputten … dat mag je gerust bijzonder nieuws noemen denk ik. Bijzonder genoeg om de definitieve uitspraak van het Europese Hof van Justitie in de gaten te houden in elk geval.

Verder lezen: Conclusie AG: Bibliotheken mogen boeken via elektronische leesplaatsen aanbieden (via IE-forum.nl) / Opinie van de Advocaat Generaal en de prejucidiële vragen (via InfoCuria) / Persbericht in PDF formaat (via Curia) / Bibliotheek mag boek digitaliseren (via Parool.nl)

 

@foto: Muffet via photopin cc
#

Over econtent, wat de hbo bibliotheek er mee moet en waarom het onderwijs belangrijker is dan de contentleverancier

Vanochtend had ik het genoegen om aanwezig te mogen zijn bij de studiedag van de Fontys mediatheken over econtent in het onderwijs. Ik was gevraagd of ik iets wilde vertellen over het aanbod van digitale content maar ik zag niet zo veel heil in het inventariseren wat tientallen contentleveranciers allemaal in hun assortiment hebben zitten, laat staan dat ik nog het halve internet zou moeten gaan samenvatten met alle Open Access en andere (min of meer) vrij toegankelijke content. Ik ging daarom vooral in op wat een hbo bibliotheek er – mijns inziens – mee zou moeten doen.

Hoe bruikbaar is het huidige aanbod van econtent voor jouw doelgroep, het onderwijs? En kijk je wel goed naar alle digitale content die er nog helemaal niet is zoals Nederlandstalige artikelen en studieboeken? Voor diegenen die mijn blog lezen kwam er waarschijnlijk niet veel verrassends naar voren toe want ik blogde vorig jaar al uitgebreid over de rol van het onderwijs – die moet beter moet aangeven wat ze nodig hebben – en de rol van onderwijsbibliotheken om dat te vertalen naar een duidelijk verhaal naar uitgevers toe. Dat betekent dat wij andere prioriteiten moeten stellen, het onderwijs ook echt actief moeten benaderen en moeten insteken op accreditatie- en kwaliteitsprocessen die zich in het onderwijs afspelen. Nederlandstalige digitale studieboeken blijven hier een goed voorbeeld van: ze worden puur als aanbod in de markt gezet terwijl je toch echt geen pilot moet doen met een technisch platform maar pilots moet gaan doen met het onderwijs dat over wil stappen van papieren naar digitale studieboeken. Dat gaat niet vanzelf, dat moet je doen met de belangen van het onderwijs in het achterhoofd, niet die van een uitgever.

Mijn Powerpoint presentatie doet denk ik geen recht aan het verhaal dat ik vertelde – zoals ik ook al meteen zei vanochtend was die meer bedoeld als geheugensteun voor mezelf – maar ik vond het erg leuk om eens over een ander stokpaardje dan auteursrecht te kunnen praten. Hoewel ik het niet kon laten om ook het belang daarvan nog even flink aan te stippen :)

Meer lezen? Danielle blogde ook over het ochtendprogramma van de studiedag op haar eigen blog.

#

Wij zijn pas content als u dat bent

Wij zijn pas content als u dat bent. Een oude slogan uit een reclamespotje die je nog steeds prima kunt gebruiken. Zo ook voor hogeschoolbibliotheken. Wij zijn pas content als u dat bent. Met onze content. Die wij u aanbieden omdat we nu eenmaal onderwijsbibliotheken zijn en we het als onze taak zien om zo veel mogelijk fysieke content (we zijn dol op vroeger) en ook digitale content  over u uit te strooien.

Vroeger leverde al die tijd en energie die we staken in de fysieke collectie ook echt wat op. Elk boek, elk tijdschrift, elk rapport dat aangeschaft werd bouwde de collectie, het bezit en het aanbod van de bibliotheek verder uit. En omdat je niet onbeperkt ruimte had moest je daar goed over nadenken. Wat voegt echt wat toe, wat is inmiddels minder relevant geworden en waar kunnen we eigenlijk wel zonder? Natuurlijk moest er afgestemd worden met je gebruikers maar bibliothecarissen investeerden in hun collecties en op hun expertise konden de gebruikers vertrouwen.

Meer is niet beter
Tegenwoordig verdrinkt iedereen in het aanbod van digitale content. Bibliotheken hebben moeten leren om anders tegen hun collecties aan te kijken. Niet meer gebaseerd op bezit dat een immer stijgende waarde vertegenwoordigt maar op toegang. Toegang tot digitale content dat in het bezit is van externe leveranciers. Die ook vinden dat het een immer stijgende waarde vertegenwoordigt maar dat vooral tonen in immer stijgende prijzen die bibliotheken moeten betalen om hun gebruikers toegang te geven tot die content. Content die nog steeds beheerd moet worden, die ingepast moet worden in het kader van collectiekeuzes die een bibliotheek wil maken maar bovenal content die onmiddellijk kan verdwijnen als je er niet meer voor wilt (of kunt) betalen.

En dat laatste gaat steeds vaker gebeuren. Doordat onderwijsbibliotheken het als hun taak zien om, net als bij hun fysieke collecties, digitale content aan al hun gebruikers aan te bieden onderhandelen ze al vanaf het begin met leveranciers en uitgevers voor instellingsbrede campuslicenties. En dus wordt dezelfde digitale collectie instellingsbreed aangeboden aan eerstejaars studenten van lerarenopleidingen, medewerkers van de technische opleidingen en afstudeerders bij economische opleidingen. Maar in tegenstelling tot de fysieke collectie betalen bibliotheken dus ook al vanaf het begin voor de niet-gebruikers van de digitale collectie. Een databank met medische artikelen wordt niet gebruikt door studenten van een informatica opleiding maar je betaalt er desalniettemin voor. Bij instellingsbrede licenties betaal je nu eenmaal een bedrag per student van die instelling.

Helaas is dat niet het enige dat op één hoop gegooid wordt. Ook het zorgvuldig opbouwen van je eigen collectie door je eigen keuzes te maken over wat je daarin opneemt is eigenlijk verleden tijd. Leveranciers en uitgevers doen niet aan content op maat maar aan gigantische bundelingen van content. En dus betaal je niet alleen voor alle niet-gebruikers maar ook nog eens voor bergen content die je helemaal niet wilt aanbieden aan je gebruikers. Het mes is bot aan twee kanten zeg maar.

Natuurlijk proberen we die messen wel te slijpen. Duizenden uren worden gestoken in het bevragen van gebruikers wat ze precies willen, analyseren van gebruikstatistieken, het bijeenbrengen van alle hogeschoolbibliotheken voor dat gezamenlijk belang (want we doen allemaal hetzelfde) en het onderhandelen met uitgevers via hun vertegenwoordigers. Maar dat hele proces is een doodlopende weg en het is een spel dat niet te winnen is. Als één opleiding toegang wil tot databank A, drie opleidingen graag databank B willen en 20 opleidingen perse databank C moeten gebruiken dan zal de bibliotheek een licentie moeten nemen op alle drie de databanken voor alle studenten van alle opleidingen. Hoezo keuze en hoezo onderhandelingspositie? Uitgevers weten dat ze zelf de spelregels kunnen bepalen.

De kruik gaat net zo lang te water
Prijzen die elk jaar blijven stijgen. Steeds meer content afnemen en aanbieden als ware je alleen maar een doorgeefluik voor een uitgever. Steeds meer betalen voor niet-gebruik. Opleidingen die vragen om content zonder hierbij aan te geven waar hun belang precies zit. Bibliotheken maar ook opleidingen die geen keuzes (kunnen of willen) maken en de situatie laten voortbestaan. Het is een onhoudbare situatie geworden.

Met maatregelen als het opzeggen van te dure of te weinig gebruikte licenties kom je er niet. Het is tijd om te beseffen dat het aanbieden van alle content aan alle gebruikers niet meer mogelijk is. Onbetaalbaar. Maar leg je niet alleen met tegenzin neer bij deze realiteit want het is ook onnodig om maar alles aan te bieden aan iedereen.

Waarom veranderen we dat uitgangspunt van brede toegang niet? Naar alleen betalen voor de content die we daadwerkelijk willen aanbieden aan alleen die gebruikers die ook echt die content nodig hebben. Bemiddelen tussen dat idioot grote aanbod en de hele concrete vraag vanuit opleidingen. Waarbij je duidelijk bij je gebruikers gaat ophalen wat ze precies nodig hebben. En hoe ze dat nodig hebben. Waarom ze het nodig hebben en of er alternatieven zijn. Onder welke voorwaarden. En hoe dat bekostigd kan worden.

Dan pas ga je naar de uitgevers. Om met een duidelijk verhaal in de hand gaan praten hoe je die content beschikbaar kunt maken aan je gebruikers. Welke voorwaarden daar bij horen en wat je dus krijgt voor het geld dat je betaalt. Waarbij je dus niet extra gaat betalen voor al die gebruikers met wie je geen afspraken gemaakt hebt en die de content niet (hoeven) gebruiken. Allemaal extra duidelijkheid naar zowel je gebruikers als uitgevers toe die ook meteen de grenzen afbakenen. De grenzen die het punt zichtbaar maken van wanneer een bibliotheek niet meer meegaat in een onderhandeling en nee zal moeten zeggen. Om wat voor reden dan ook.

¡Viva la Revolución!
Te ver voor de muziek uitlopen. Te vooruitstrevend. Dat is wat ik soms terugkrijg als ik het met anderen over dit onderwerp heb. “Ook uitgevers mogen geld verdienen”, zei iemand laatst nog tegen mij. Natuurlijk maar je hoeft ze niet te laten graaien in jouw portemonnee. Wie is er nou de klant van wie? En zou die klant niet koning moeten zijn?

Dus moeten we ook als hogeschoolbibliotheken eens wat beter voor onze belangen opkomen. Niet alleen voor die van onze gebruikers (zonder daar echt naar te informeren) en zeker niet voor de belangen van uitgevers. Maar met een duidelijk nieuw uitgangspunt om namens onze gebruikers en met behulp van onze expertise aan tafel te gaan zitten met de uitgevers om die content te krijgen die onze gebruikers nodig hebben voor een prijs die wel redelijk en fair is.

En het idee los te laten van die instellingsbrede licenties als enig middel om toegang te (laten) geven. Door andere – meer flexibelere – soorten licenties te bespreken die beter passen bij dat nieuwe uitgangspunt. Op basis van gelijktijdige gebruikers, ook al betekent het dat soms gebruikers even geen toegang hebben omdat het ‘druk’ is. Met de mogelijkheid om nog steeds overeenkomsten voor meerdere jaren aan te gaan maar wel jaarlijks kunnen uitstappen omdat je gebruikers een databank niet meer nodig hebben. Of omdat je als bibliotheek andere keuzes wilt kunnen maken.

Maar ook om uitgevers duidelijk te maken dat hogeschoolbibliotheken niet tot één optie beperkt willen zijn. Flexibiliteit betekent kunnen kiezen. Sommigen willen misschien alle content van een uitgever terwijl anderen specifieke titels uit dat aanbod willen. Eén maat past niet iedereen. Van je supermarkt zou je het niet pikken als ze pakken melk alleen verkochten in combinatie met flessen cola dus waarom pikken we het wel van uitgevers?

De wereld is natuurlijk tegenwoordig ook veel groter dan alleen de commerciële uitgevers en bibliotheken als het om toegang tot digitale informatie gaat. Er zijn ontzettend veel bedrijven (waaronder ook diverse uitgevers) die zich bezig houden met digitale content voor een persoonlijke digitale bibliotheek. Eindgebruikers zijn al heel lang niet meer aangewezen op bibliotheken om toegang te krijgen tot ebooks, digitale kranten en tijdschriften of muziek. Denk maar aan Spotify, Netflix, Google Play of Apple iTunes maar ook aan alle initiatieven rondom digitaal nieuws en uitgevers die eindgebruikersdiensten aanbieden. Als je voor een paar tientjes een eigen toegang kunt kopen tot digitale content, waarom zou je dat dan nog via een bibliotheek moeten doen? En andersom geredeneerd, waarom zou een bibliotheek een onbetaalbare licentie afsluiten op een databank als eindgebruikers een gunstige overeenkomst voor zichzelf kunnen aanschaffen? Het zou geen revolutionaire gedachte moeten zijn dat je als bibliotheek kijkt naar alle mogelijke opties in plaats van die ene. Waarom zou een bibliotheek zich bij licentieonderhandelingen niet hard kunnen maken om ook een rechtstreekse eindgebruikerslicentie tot de mogelijkheden te laten behoren? Zeker als de andere opties minder gunstig uit dreigen te pakken. Elke optie is beter dan simpelweg geen toegang, toch?

Wij zijn pas content als u dat bent. Maar wij moeten het nog eens goed hebben over hoe we u tevreden krijgen met ons aanbod van content.

#

kijkenkostgeld

Met toestemming films en tv programma’s kijken: de overeenkomst tussen Videma en de HBO-raad

HBO instellingen maken veel gebruik van auteursrechtelijk beschermde content, zowel rechtstreeks als indirect ten behoeve van het onderwijs. Voor het gebruik van artikelen en (delen uit) boeken hebben de HBO instellingen daarom via de HBO-raad een overeenkomst, een afkoopregeling, met de collectieve beheersorganisatie Stichting PRO. Daar valt nog wel het een en ander aan te verbeteren mijns inziens maar het is goed dat er een dergelijke regeling bestaat. Hogescholen zouden anders per overname, per gebruik, toestemming moeten vragen voor gebruik van andermans content. Een maatwerkregeling waarbij er gekeken wordt naar de specifieke omstandigheden en waarbij onder voorwaarden vrij gebruik mogelijk is, bespaart een hoop tijd en moeite.

Nu zijn teksten uit tijdschriften en boeken niet het enige beschermde materiaal dat gebruikt wordt. Foto’s en afbeeldingen worden, voor gebruik in onderwijsmateriaal, ook afgedekt door de regeling met Stichting PRO – die dat weer regelt met een andere organisatie Pictoright – maar voor televisieprogramma’s en films moest altijd per gebruik toestemming gevraagd worden. En betaald worden. In Nederland is daarvoor Stichting Videma de collectieve beheersorganisatie die namens rechthebbenden auteursrechtelijke toestemming verleent voor de openbaarmaking van tv- en filmbeelden.

Overeenkomst voor de openbaarmaking van filmwerken
Juni 2012 begonnen de gesprekken tussen Stichting Videma en de HBO-raad om te komen tot een overeenkomst waarbij door Videma toestemming verleend zou worden aan alle leden van de HBO-raad (de hogescholen) voor het gebruiken en vertonen van videofilms en televisieprogramma’s. Ik had het genoegen om de collegevoorzitter van Windesheim advies over het eerste voorstel te geven vanuit het Auteursrechten Informatie Punt en zag de voordelen van een dergelijke afkoopregeling wel voor me. In november van vorig jaar is de definitieve tekst opgesteld en de overeenkomst voor de openbaarmaking van filmwerken tussen de HBO-raad en Stichting Videma getekend.

Het ligt alleen wel wat lastiger met tv en film
Lang niet al het videomateriaal valt onder de overeenkomst. Videomateriaal dat gebruikt wordt in de digitale leeromgevingen is veelal afkomstig uit bronnen die buiten de scope van de overeenkomst vallen. Het gaat hier ondermeer om Academia, een videodatabank waarop diverse instellingen een licentie hebben en waarin tv uitzendingen van de publieke omroepen zijn opgenomen maar ook om videomateriaal van YouTube en zelfgemaakt videomateriaal. Hierover zijn geen rechten verschuldigd of zijn, in het geval van Academia, al afgekocht in de desbetreffende licentie.

Maar ook films op dvd’s hoeven niet perse onder de regeling met Videma te vallen. Video-, film of tv materiaal dat in de les(lokalen) wordt gebruikt is vrijgesteld van rechten in een onderwijssetting conform de Auteurswet artikel 12, lid 5, de zogeheten onderwijsexceptie. Daar hoefde je al geen toestemming voor te vragen als onderwijsinstelling, laat staan er voor te betalen.

Maar uitzonderingen waren en zijn er nog genoeg
Ook buiten de directe onderwijssetting wordt er echter veel gebruik gemaakt van tv-uitzendingen en films. TV’s in kantines of bij (journalistiek) opleidingen. Films die vertoond worden door studentenverenigingen (in de hogeschool) of die tijdens open dagen te zien zijn. De overeenkomst met Videma zorgt er nu in ieder geval voor dat er toestemming is voor deze openbaarmakingen en dat daar ook voor betaald is.

Niet meer hoeven na te denken of je tv-uitzendingen en videofilms mag vertonen in je hogeschool. Automatisch verantwoord omgaan met de auteursrechten van anderen. Dat legt een stuk gemakkelijker uit naar docenten, studenten en medewerkers van je hogeschool. Als je het Auteursrechten Informatie Punt bent natuurlijk.

Laat de film nu maar beginnen.

#

Over leenrecht en het uitlenen van ebooks door bibliotheken

ebooks leenrecht rapportEind 2011 schreef staatssecretaris Zijlstra een hoofdlijnenbrief actualisering bibliotheekwetgeving aan de Tweede Kamer waarin hij zijn plannen (en visie) onthulde over 1 landelijke digitale bibliotheek. Om dit mogelijk te maken zou de wetgeving rondom bibliotheken aangepast moeten worden en dat was het begin van de plannen voor een nieuwe Bibliotheekwet.

Onderdeel van die hoofdlijnenbrief was de aankondiging van een verkenning naar het vraagstuk van het leenrecht in het digitale domein. Openbare bibliotheken hebben op basis van een beperking in de Auteurswet de mogelijkheid om auteursrechtelijk beschermde, fysieke werken tegen een billijke vergoeding uit te lenen, de zogeheten leenrechtexceptie. Bij verschillende gelegenheden is in het kader van de landelijke digitale bibliotheek de vraag naar de toepasselijkheid van het leenrecht op ebooks aan de orde geweest en gisteren stuurde minister Bussemaker van OCenW een aanbiedingsbrief naar de Tweede Kamer inclusief een begeleidend rapport over online uitlenen van ebooks door bibliotheken waarin die vraag (definitief) werd beantwoord.

Geen wettelijke grondslag voor uitlenen van ebooks door openbare bibliotheken
In het onderzoeksrapport van SEO economisch onderzoek en IViR wordt ingegaan op de geschiedenis van de leenrechtregeling. Hier komt men al snel en duidelijk tot de conclusie dat de leenrechtexceptie zich niet uitstrekt tot het wettelijk mogen uitlenen van ebooks, het e-lending. Zowel in de Nederlandse Auteurswet, de Richtlijn uitleenrecht en verhuurrecht (die het leenrecht geharmoniseerd heeft tussen Europese landen) als de Auteursrechtrichtlijn beperkt die uitzondering zich tot fysieke exemplaren die overgedragen/uitgeleend mogen worden door bibliotheken.

Uit de conclusie van hoofdstuk 3 van het rapport:

Het bestaande Nederlandse auteursrechtkader lijkt geen wettelijke grondslag te bieden waaronder het uitlenen van ebooks door bibliotheken mogelijk is. Uit het bovenstaande moet worden geconcludeerd dat uitlening in Nederland zich van oudsher voornamelijk richt op fysieke exemplaren. Van de eerste leenvergoedingsregeling tot de huidige auteursrechtelijke regeling is het object van het leenrecht steeds toegespitst op ‘exemplaren’ van werken. Voor de huidige regeling in de Auteurswet wordt aangenomen dat het om stoffelijke exemplaren gaat.

En nu?
Het is zaak te beseffen waar het hier precies over gaat. Sombere commentaren op twitter en sommige sites lijken de conclusie te trekken dat bibliotheken nu geen ebooks meer mogen uitlenen en zelfs dat dit consequenties zou krijgen voor bestaande diensten als Lees Meer.

Niets is minder waar.

Openbare bibliotheken kunnen nu hoogstwaarschijnlijk – het is nog steeds mogelijk dat op Europees niveau bij de evaluatie van de beperkingen in de Auteursrechtrichtlijn een uitgebreidere leenrechtexceptie wordt toegevoegd – niet het *recht* claimen om ebooks te mogen uitlenen zoals ze dat wel kunnen bij het uitlenen van fysieke boekexemplaren. Oftewel, daar waar uitgevers en andere rechthebbenden geen bezwaren konden maken om boeken uitleenbaar in bibliotheken te hebben staan, kunnen ze dat wel doen met hun ebooks.

Nu was het aanzienlijk eenvoudiger geweest voor openbare bibliotheken om ook een wettelijke grondslag te hebben bij het (verder) ontwikkelen van deze dienstverlening maar de bibliotheken rekenden daar sowieso al niet op. Voor onderwijs- en onderzoeksbibliotheken gold deze leenrechtexceptie sowieso al niet in dezelfde mate en al deze bibliotheeksoorten waren al bezig om op basis van afspraken met de uitgevers en rechthebbenden ebookdiensten te ontwikkelen.

Extended collective licensing (ECL)
De minister stelt in haar brief dat:

Dit betekent dat het uitlenen van e-content door openbare bibliotheken zal moeten plaatsvinden op basis van contractuele afspraken tussen betrokken partijen zoals auteurs, uitgevers, rechtenorganisaties, distributeurs en bibliotheken. Met deze bevindingen en conclusies houd ik rekening bij de aangekondigde bibliotheekwetgeving, die u na de zomer krijgt toegezonden.

Precies waar de bibliotheken al mee bezig waren dus.

Afspraken maken met rechthebbenden voor gebruik van beschermde werken is zoals het auteursrecht behoort te werken natuurlijk. In het rapport wordt in hoofdstuk 3 de mogelijkheid verkend van extended collective licensing (ECL) waarbij er vrijwillig collectief beheer plaats vindt op een brede – collectieve- gebruikslicentie middels een collectieve beheerorganisatie (CBO). Het bijzondere van deze constructie is dat de voorwaarden en vergoedingen van zo’n collectieve licentie ook gelden voor rechthebbenden die niet zelf zijn aangesloten bij die CBO.

Op grond van een ECL krijgt de gebruiker (in casu: de openbare bibliotheek) het recht om alle werken en rechten van een bepaalde categorie voor een bepaald doel (in casu: e-lending) te gebruiken, ongeacht of de rechthebbende(n) bij de CBO is aangesloten. Niet-aangesloten rechthebbenden hebben tegenover de CBO recht op een vergoeding op gelijke voet als welaangeslotenen.

Een stelsel van ECL hoeft niet aan het beperkingenregime van de Auteursrechtrichtlijn te voldoen maar kan bijvoorbeeld wel opgenomen worden in (de nieuwe Bibliotheek) wet.

Het is nu wel belangrijk dat er haast gemaakt wordt met deze ontwikkelingen. Ook al zijn uitgevers en auteurs bezorgd over hun business modellen als bibliotheken ebooks gaan uitlenen – in het rapport is hoofdstuk 4 dan ook gereserveerd voor de economische effecten van het e-lending door bibliotheken – en worden bibliotheken waarschijnlijk niet aangemoedigd met hoog tempo verder te gaan, verder uitstel van een werkbare oplossing leidt alleen maar tot meer en meer illegale verspreiding van ebooks. Het wordt steeds meer sociaal acceptabel om via mail, dvd’tjes en usb sticks illegale ebooks te verspreiden en te verkrijgen.

Bibliotheken zouden een legaal en goedkoper alternatief kunnen en moeten bieden voor het kopen van ebooks door ze uit te lenen. Maar als er gewacht wordt tot ieder bibliotheeklid tienduizenden ebooks gratis via vrienden of familie heeft gekregen dan komt de mosterd wederom na de maaltijd.

Daar zijn noch de rechthebbenden noch de bibliotheken blij mee.

#

Pagina 1 of 4123...Laatste »
  • © 2006- 2014 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top