kijkenkostgeld

Met toestemming films en tv programma’s kijken: de overeenkomst tussen Videma en de HBO-raad

HBO instellingen maken veel gebruik van auteursrechtelijk beschermde content, zowel rechtstreeks als indirect ten behoeve van het onderwijs. Voor het gebruik van artikelen en (delen uit) boeken hebben de HBO instellingen daarom via de HBO-raad een overeenkomst, een afkoopregeling, met de collectieve beheersorganisatie Stichting PRO. Daar valt nog wel het een en ander aan te verbeteren mijns inziens maar het is goed dat er een dergelijke regeling bestaat. Hogescholen zouden anders per overname, per gebruik, toestemming moeten vragen voor gebruik van andermans content. Een maatwerkregeling waarbij er gekeken wordt naar de specifieke omstandigheden en waarbij onder voorwaarden vrij gebruik mogelijk is, bespaart een hoop tijd en moeite.

Nu zijn teksten uit tijdschriften en boeken niet het enige beschermde materiaal dat gebruikt wordt. Foto’s en afbeeldingen worden, voor gebruik in onderwijsmateriaal, ook afgedekt door de regeling met Stichting PRO – die dat weer regelt met een andere organisatie Pictoright – maar voor televisieprogramma’s en films moest altijd per gebruik toestemming gevraagd worden. En betaald worden. In Nederland is daarvoor Stichting Videma de collectieve beheersorganisatie die namens rechthebbenden auteursrechtelijke toestemming verleent voor de openbaarmaking van tv- en filmbeelden.

Overeenkomst voor de openbaarmaking van filmwerken
Juni 2012 begonnen de gesprekken tussen Stichting Videma en de HBO-raad om te komen tot een overeenkomst waarbij door Videma toestemming verleend zou worden aan alle leden van de HBO-raad (de hogescholen) voor het gebruiken en vertonen van videofilms en televisieprogramma’s. Ik had het genoegen om de collegevoorzitter van Windesheim advies over het eerste voorstel te geven vanuit het Auteursrechten Informatie Punt en zag de voordelen van een dergelijke afkoopregeling wel voor me. In november van vorig jaar is de definitieve tekst opgesteld en de overeenkomst voor de openbaarmaking van filmwerken tussen de HBO-raad en Stichting Videma getekend.

Het ligt alleen wel wat lastiger met tv en film
Lang niet al het videomateriaal valt onder de overeenkomst. Videomateriaal dat gebruikt wordt in de digitale leeromgevingen is veelal afkomstig uit bronnen die buiten de scope van de overeenkomst vallen. Het gaat hier ondermeer om Academia, een videodatabank waarop diverse instellingen een licentie hebben en waarin tv uitzendingen van de publieke omroepen zijn opgenomen maar ook om videomateriaal van YouTube en zelfgemaakt videomateriaal. Hierover zijn geen rechten verschuldigd of zijn, in het geval van Academia, al afgekocht in de desbetreffende licentie.

Maar ook films op dvd’s hoeven niet perse onder de regeling met Videma te vallen. Video-, film of tv materiaal dat in de les(lokalen) wordt gebruikt is vrijgesteld van rechten in een onderwijssetting conform de Auteurswet artikel 12, lid 5, de zogeheten onderwijsexceptie. Daar hoefde je al geen toestemming voor te vragen als onderwijsinstelling, laat staan er voor te betalen.

Maar uitzonderingen waren en zijn er nog genoeg
Ook buiten de directe onderwijssetting wordt er echter veel gebruik gemaakt van tv-uitzendingen en films. TV’s in kantines of bij (journalistiek) opleidingen. Films die vertoond worden door studentenverenigingen (in de hogeschool) of die tijdens open dagen te zien zijn. De overeenkomst met Videma zorgt er nu in ieder geval voor dat er toestemming is voor deze openbaarmakingen en dat daar ook voor betaald is.

Niet meer hoeven na te denken of je tv-uitzendingen en videofilms mag vertonen in je hogeschool. Automatisch verantwoord omgaan met de auteursrechten van anderen. Dat legt een stuk gemakkelijker uit naar docenten, studenten en medewerkers van je hogeschool. Als je het Auteursrechten Informatie Punt bent natuurlijk.

Laat de film nu maar beginnen.

#

Over leenrecht en het uitlenen van ebooks door bibliotheken

ebooks leenrecht rapportEind 2011 schreef staatssecretaris Zijlstra een hoofdlijnenbrief actualisering bibliotheekwetgeving aan de Tweede Kamer waarin hij zijn plannen (en visie) onthulde over 1 landelijke digitale bibliotheek. Om dit mogelijk te maken zou de wetgeving rondom bibliotheken aangepast moeten worden en dat was het begin van de plannen voor een nieuwe Bibliotheekwet.

Onderdeel van die hoofdlijnenbrief was de aankondiging van een verkenning naar het vraagstuk van het leenrecht in het digitale domein. Openbare bibliotheken hebben op basis van een beperking in de Auteurswet de mogelijkheid om auteursrechtelijk beschermde, fysieke werken tegen een billijke vergoeding uit te lenen, de zogeheten leenrechtexceptie. Bij verschillende gelegenheden is in het kader van de landelijke digitale bibliotheek de vraag naar de toepasselijkheid van het leenrecht op ebooks aan de orde geweest en gisteren stuurde minister Bussemaker van OCenW een aanbiedingsbrief naar de Tweede Kamer inclusief een begeleidend rapport over online uitlenen van ebooks door bibliotheken waarin die vraag (definitief) werd beantwoord.

Geen wettelijke grondslag voor uitlenen van ebooks door openbare bibliotheken
In het onderzoeksrapport van SEO economisch onderzoek en IViR wordt ingegaan op de geschiedenis van de leenrechtregeling. Hier komt men al snel en duidelijk tot de conclusie dat de leenrechtexceptie zich niet uitstrekt tot het wettelijk mogen uitlenen van ebooks, het e-lending. Zowel in de Nederlandse Auteurswet, de Richtlijn uitleenrecht en verhuurrecht (die het leenrecht geharmoniseerd heeft tussen Europese landen) als de Auteursrechtrichtlijn beperkt die uitzondering zich tot fysieke exemplaren die overgedragen/uitgeleend mogen worden door bibliotheken.

Uit de conclusie van hoofdstuk 3 van het rapport:

Het bestaande Nederlandse auteursrechtkader lijkt geen wettelijke grondslag te bieden waaronder het uitlenen van ebooks door bibliotheken mogelijk is. Uit het bovenstaande moet worden geconcludeerd dat uitlening in Nederland zich van oudsher voornamelijk richt op fysieke exemplaren. Van de eerste leenvergoedingsregeling tot de huidige auteursrechtelijke regeling is het object van het leenrecht steeds toegespitst op ‘exemplaren’ van werken. Voor de huidige regeling in de Auteurswet wordt aangenomen dat het om stoffelijke exemplaren gaat.

En nu?
Het is zaak te beseffen waar het hier precies over gaat. Sombere commentaren op twitter en sommige sites lijken de conclusie te trekken dat bibliotheken nu geen ebooks meer mogen uitlenen en zelfs dat dit consequenties zou krijgen voor bestaande diensten als Lees Meer.

Niets is minder waar.

Openbare bibliotheken kunnen nu hoogstwaarschijnlijk – het is nog steeds mogelijk dat op Europees niveau bij de evaluatie van de beperkingen in de Auteursrechtrichtlijn een uitgebreidere leenrechtexceptie wordt toegevoegd – niet het *recht* claimen om ebooks te mogen uitlenen zoals ze dat wel kunnen bij het uitlenen van fysieke boekexemplaren. Oftewel, daar waar uitgevers en andere rechthebbenden geen bezwaren konden maken om boeken uitleenbaar in bibliotheken te hebben staan, kunnen ze dat wel doen met hun ebooks.

Nu was het aanzienlijk eenvoudiger geweest voor openbare bibliotheken om ook een wettelijke grondslag te hebben bij het (verder) ontwikkelen van deze dienstverlening maar de bibliotheken rekenden daar sowieso al niet op. Voor onderwijs- en onderzoeksbibliotheken gold deze leenrechtexceptie sowieso al niet in dezelfde mate en al deze bibliotheeksoorten waren al bezig om op basis van afspraken met de uitgevers en rechthebbenden ebookdiensten te ontwikkelen.

Extended collective licensing (ECL)
De minister stelt in haar brief dat:

Dit betekent dat het uitlenen van e-content door openbare bibliotheken zal moeten plaatsvinden op basis van contractuele afspraken tussen betrokken partijen zoals auteurs, uitgevers, rechtenorganisaties, distributeurs en bibliotheken. Met deze bevindingen en conclusies houd ik rekening bij de aangekondigde bibliotheekwetgeving, die u na de zomer krijgt toegezonden.

Precies waar de bibliotheken al mee bezig waren dus.

Afspraken maken met rechthebbenden voor gebruik van beschermde werken is zoals het auteursrecht behoort te werken natuurlijk. In het rapport wordt in hoofdstuk 3 de mogelijkheid verkend van extended collective licensing (ECL) waarbij er vrijwillig collectief beheer plaats vindt op een brede – collectieve- gebruikslicentie middels een collectieve beheerorganisatie (CBO). Het bijzondere van deze constructie is dat de voorwaarden en vergoedingen van zo’n collectieve licentie ook gelden voor rechthebbenden die niet zelf zijn aangesloten bij die CBO.

Op grond van een ECL krijgt de gebruiker (in casu: de openbare bibliotheek) het recht om alle werken en rechten van een bepaalde categorie voor een bepaald doel (in casu: e-lending) te gebruiken, ongeacht of de rechthebbende(n) bij de CBO is aangesloten. Niet-aangesloten rechthebbenden hebben tegenover de CBO recht op een vergoeding op gelijke voet als welaangeslotenen.

Een stelsel van ECL hoeft niet aan het beperkingenregime van de Auteursrechtrichtlijn te voldoen maar kan bijvoorbeeld wel opgenomen worden in (de nieuwe Bibliotheek) wet.

Het is nu wel belangrijk dat er haast gemaakt wordt met deze ontwikkelingen. Ook al zijn uitgevers en auteurs bezorgd over hun business modellen als bibliotheken ebooks gaan uitlenen – in het rapport is hoofdstuk 4 dan ook gereserveerd voor de economische effecten van het e-lending door bibliotheken – en worden bibliotheken waarschijnlijk niet aangemoedigd met hoog tempo verder te gaan, verder uitstel van een werkbare oplossing leidt alleen maar tot meer en meer illegale verspreiding van ebooks. Het wordt steeds meer sociaal acceptabel om via mail, dvd’tjes en usb sticks illegale ebooks te verspreiden en te verkrijgen.

Bibliotheken zouden een legaal en goedkoper alternatief kunnen en moeten bieden voor het kopen van ebooks door ze uit te lenen. Maar als er gewacht wordt tot ieder bibliotheeklid tienduizenden ebooks gratis via vrienden of familie heeft gekregen dan komt de mosterd wederom na de maaltijd.

Daar zijn noch de rechthebbenden noch de bibliotheken blij mee.

#

100procentdigitaal

Inholland streeft naar een digitale hogeschoolbibliotheek voor 2015. Maar wie zit daar op te wachten?

Ik had vorige week al vernomen dat de intentie er was van Inholland hogeschool om voor 2015 over te gaan naar een volledig digitale bibliotheek en dus afscheid te nemen van alle fysieke componenten die traditioneel bij een hogeschoolbibliotheek horen. Ik zou willen zeggen dat het een nieuw idee is maar enkele jaren geleden  was dat idee ook al bij mijn hogeschool gelanceerd. Met ongetwijfeld de gedachte in het achterhoofd dat het anno 2010 toch niet zo kan zijn dat je als bibliotheek uberhaupt nog afhankelijk bent van die fysieke collectie, studie- en werkplekken en uitleenapparatuur. Dat kan toch zeker allemaal wel digitaal? En bovenal, een stuk goedkoper? Vierkante meters zijn immers duur.

De feiten weerlegden deze gedachten gelukkig al snel. Een hogeschoolbibliotheek is gedienstig aan het onderwijs en niet (alleen) aan bezuinigingsvoorstellen. En dat onderwijs wil niet altijd digitale informatievoorziening. Als ze voor dat vakgebied uberhaupt al keuzes hebben overigens want de praktijk is dat het nog extreem karig gesteld is met het digitale aanbod van studieboeken en Nederlandstalige vaktijdschriften. Op het ene vakgebied zijn uitgevers er verder mee dan de andere.

Maar digitaal betekent niet automatisch toegankelijk en inzetbaar
Digitaal is een toverwoord geworden. Er hangen zo veel onuitgesproken verwachtingen aan dat er met een roze bril naar gekeken wordt. Daardoor valt het misschien niet goed op dat een groot deel van het digitale aanbod nauwelijks of zelfs helemaal niet te gebruiken is door een (hogeschool)bibliotheek. Of het onderwijs. Lesmethoden zijn beperkt digitaal beschikbaar en waar ze het wel zijn voorziet die constructie niet in het breed aanbieden van die content aan een instelling maar is die gericht op individuele afname door studenten. Nederlandstalige (vak) tijdschriften zijn bijna niet full-text digitaal beschikbaar voor breed gebruik. Dit blijft beperkt tot individuele abonnees.

De ontwikkelingen rondom e-studieboeken komen nu pas een beetje op gang. Uitgevers zijn zoekende maar ook hier heb je te maken met het onderwijs die eigenlijk nog moet beginnen met nadenken over en formuleren van wat ze nodig hebben. En in welke vorm. En met welke randvoorwaarden voor de toegang. Ontwikkelingen die nog vele jaren nodig hebben voordat ze leiden tot een breed, representatief en bovenal bruikbaar aanbod waar je als bibliotheek gebruik van kunt maken richting het onderwijs.

Terug naar Inholland
Wat precies de achterliggende redenen zijn voor Inholland om te kiezen voor een volledig digitale bibliotheekvoorziening op korte termijn, daar kan ik alleen maar naar speculeren. Feit is dat gisteren Doekle Terpstra, de voorzitter van het college van bestuur van Inholland, via Twitter bevestigde dat het niet bij een voornemen blijft maar het als besluit genomen is.

Het lijkt me inderdaad een hele stevige opdracht. Prachtige innovatie? Sorry maar zoals alle vernieuwingen niet perse verbeteringen zijn, zo zijn digitaliseringstrajecten niet perse innovaties. Misschien zijn ze dat per definitie niet zelfs.

Bert Zeeman, van de Universiteit van Amsterdam, durfde zelfs de weddenschap met zijn lezers aan te gaan over het behalen van dit doel voor 2015. De vragen en overpeinzingen die hij daar bij heeft zijn stuk voor stuk al valide. Ik las diverse reacties die in verschillende mates van voorzichtigheid niet veel vertrouwen uitspraken over de kans van slagen. Het is bijna onmogelijk voor te stellen hoe je de kwaliteit van de informatievoorziening vanuit je hogeschoolbibliotheek in stand kunt houden als je genoodzaakt bent om niet te kijken naar de inhoud van die informatie maar puur en alleen naar de vorm. Een vorm waar de overgrote meerderheid van uitgevers die content leveren voor hogeschoolbibliotheken nog stevig mee worstelt.

Maar wat wil je nou als hogeschoolbibliotheek?
Digitaliseren is niet het doel van een hogeschoolbibliotheek. Sowieso is de term digitaliseren ongelukkig want het lijkt aan te geven dat je je bestaande fysieke collectie gaat inscannen en digitaal aanbieden. Wat natuurlijk niet toegestaan is want daar overtreed je meerdere wetten mee.

De hogeschoolbibliotheek is, ik zei het al eerder, gedienstig aan het onderwijs. Er moet een directe link zijn tussen wat het onderwijs – docenten en studenten- nodig hebben binnen de tientallen opleidingen/curricula en wat je als bibliotheek levert, ontsluit en toegankelijk maakt. In 2008 vertelde de toenmalige voorzitter van de HBO Raad, dezelfde Doekle Terpstra die nu bij Inholland zit, tijdens een lustrumbijeenkomst van het Samenwerkingsverband Hogeschoolbibliotheken (SHB) over de noodzaak om betere verbindingen te maken met het onderwijs en de opleidingen waarvoor hogeschoolbibliotheken werken.

En ja, dat betekent dat je kritisch moet kijken naar je traditionele rol als bibliotheek. Andersoortige diensten en minder vanuit het belang van je bibliotheek handelen. Meer vanuit de belangen van je onderwijs(instelling). Minder focus op het hebben van een (fysieke) collectie en de aandacht verschuiven naar het toegankelijk maken van informatiebronnen voor die groepen binnen je instelling die deze bronnen ook daadwerkelijk nodig hebben.

Dat zou pas prachtige innovatie zijn voor hogeschoolbibliotheken als je het mij vraagt.

Maar alle inspanningen, je gehele focus, toespitsen op digitale dienstverlening en hopen dat er voor 2015 voldoende digitaal aanbod is vanuit de markt om dat ook naar je gebruikers in je hogeschool aan te kunnen bieden? Vanuit je visie nee zeggen tegen het onderwijs als ze fysieke informatiebronnen nodig hebben, om wat voor reden dan ook? Digitale informatiebronnen van uitgevers min of meer klakkeloos aan gaan bieden, ook al zijn er (licentie)technische beperkingen, puur omdat het past in de digitaliseringsdoelstelling?

Niet alleen durf ik de weddenschap niet aan te gaan met Bert, ik vrees dat alleen al dit besluit van Inholland negatieve impact gaat hebben op de ontwikkeling van een toekomstbestendige visie van zowel HBO instellingen als hogeschoolbibliotheken op de rol die bibliotheken kunnen en moeten spelen in onderwijsinstellingen. Waarom zou je het nog over verbindingen met het onderwijs hebben als je als bibliotheek al besloten hebt dat je alleen nog maar digitale diensten wilt gaan leveren? 100% digitaal is 100% onrealistisch.

Hoe je er ook naar kijkt.

#

Gebruik Flickr foto’s gemakkelijk met de goede naamsvermelding via ImageCodr

Bad Credit No Credit OK! by EJP Photo, on Flickr

 

Mooi natuurlijk dat er inmiddels honderden miljoenen foto’s bij Flickr te vinden zijn met een Creative Commons licentie. Dat maakt het erg handig om een foto te zoeken bij een blogpost bijvoorbeeld maar met alleen het plaatsen van de foto ben je er nog niet. Hoewel er meerdere CC licenties zijn hebben ze één ding sowieso met elkaar gemeen en dat is de eis voor een naamsvermelding. Heb je een geschikte foto gevonden met CC licentie, dan moet je ook bij de foto of ergens bij de tekst duidelijk vermelden waar de foto vandaan komt en/of wie de maker van de foto is. Attributie heet dat. Daarbij is het ook wenselijk dat je erbij vermeldt onder welke Creative Commons licentie je de foto gebruikt zodat er geen misverstand over kan bestaan dat je toestemming hebt om de foto te gebruiken.

Als je een site als Photopin gebruikt dan zoek je automatisch naar Flickr foto’s die een Creative Commons licentie hebben. Je kunt foto’s dan downloaden en Photopin geeft je een stukje HTML code erbij die je voor de correcte naamsvermelding kunt gebruiken. Je ziet die meestal onder mijn blogposts staan aangezien dat makkelijk en snel werkt om de attributie te regelen.

Gebruik je de zoekfunctie van Flickr zelf om foto’s te vinden met een Creative Commons licentie -en dat doe ik steeds vaker zodat ik de foto’s er handmatig uit kan filteren die een Getty Images linkje erbij hebben staan- dan heb je niet zo veel aan Photopin en dus krijg je er ook geen handig stukje HTML code bij. Je moet dan handmatig de gegevens toevoegen voor een correcte attributie.

ImageCodr biedt hiervoor een hele mooie oplossing. Als je op Flickr een geschikte foto gevonden hebt, dan kopieer je de URL van de fotopagina en plak je die in ImageCodr in het tabblad Get code! Je krijgt dan te zien welke Creative Commons licentie van toepassing is op die foto met uitleg erbij wat je wel en niet er mee mag doen. Ook genereert ImageCodr dan HTML code waarmee de foto embed wordt met de goede attributie eronder. De code zorgt er ook voor dat zoekmachines de foto’s kunnen indexeren volgens de gebruikte CC licentie zodat Google Images bijvoorbeeld ook weet dat de gebruikte foto met een CC licentie komt.

imagecodr

Via het tabblad Search kun je zoekacties doen in Flickr hoewel je hierbij meteen doorgestuurd wordt naar de zoekfunctie van Flickr zelf. Dat mag allemaal de pret niet drukken want met behulp van ImageCodr kun je uiteindelijk heel snel en gemakkelijk foto’s op een goede manier opnemen op je site of in een blogpost.

Creative Commons Attribution-Noncommercial-Share Alike 2.0 Generic License  @ foto by  EJP Photo 
#

Over toegang tot gelicenseerde content

Icon_no_license_svgDat je voor waardevolle content vaak moet betalen, dat weet iedereen wel. Of het nou gaat om vrij te gebruiken content of content waarvoor je moet betalen, er zitten bijna altijd voorwaarden aan de toegang. Websites met content hebben (algemene) voorwaarden en meestal wordt die content alleen maar vrijgegeven met een licentie waarin een (groot) aantal voorwaarden genoemd worden over wat je wel en wat je niet mag doen met die content.

Content op het web
Als het gaat om content die je op internet kunt vinden dan moet je vooral op Creative Commons licenties letten. Dit zijn verhoudingsgewijs hele eenvoudige licenties waarbij rechthebbenden van afbeeldingen, foto’s of teksten aangeven hoe je hun content mag gebruiken. Op het moment dat je daadwerkelijk betaalt voor content dan heeft de site waar je het koopt waarschijnlijk een kopje met voorwaarden die aanzienlijk meer regeltjes en restricties meegeeft. Dat natuurlijk om te voorkomen dat jij het zelf gratis gaat verspreiden zodat ze er zelf niets meer aan kunnen verdienen.

Dure databanken
De *echt* waardevolle content vind je echter in databanken terug. Hierin bieden leveranciers hele contentverzamelingen aan en komen ook de contentlicenties om de hoek kijken. Uitgebreide documenten, contracten, waarin de verantwoordelijkheden van de leverancier en (nog uitgebreider) de verantwoordelijkheden van de afnemer worden beschreven. Met clausules waarin de abonnementstermijn wordt beschreven, precies wordt vastgelegd hoe het zit met intellectuele eigendomsrechten en gebruiksrechten en de afspraken over de toegang en beschikbaarheid. Vanzelfsprekend ontbreekt een paragraaf over de financiële aspecten niet.

Dit soort contentlicenties worden vaak afgesloten door bedrijven of, in mijn geval, door bibliotheken. Zij willen die content en informatie toegankelijk maken voor hun eigen gebruikers omdat hier behoefte aan is. Het duidelijk maken aan die eigen gebruikers onder welke voorwaarden die informatie, die content, gebruikt mag worden valt echter nog niet mee. Bibliotheken worden door hun eigen gebruikers vaak gezien als de leverancier van die databank waarbij het dan misschien wel goed voor het imago is van een bibliotheek dat ze als de aanbieder gezien worden maar het wel lastig wordt om uit te leggen dat er restricties zitten op die content. Restricties die je als bibliotheek liever niet zou willen opleggen aan je eindgebruikers.

In de praktijk
De realiteit is dat bibliotheken steeds meer en meer content van anderen toegankelijk maken via licenties in plaats van het zelf (fysiek) aan te bieden. Waarbij elke databank zijn eigen unieke randvoorwaarden, mogelijkheden en restricties heeft. Technisch, financieel en dus ook qua toegang en gebruik. Waarbij je dus eigenlijk als bibliotheek zelf heel goed in kaart moet hebben wat je precies aanbiedt en welke randvoorwaarden daar allemaal aan vast zitten. In de praktijk is dat niet altijd even duidelijk laat staan dat eindgebruikers snappen waarom ze iets wel of niet mogen gebruiken zoals ze voornemens waren te doen.

En dat gaat wringen.

De afgelopen jaren hebben uitgevers meerdere malen maatregelen genomen tegen eindgebruikers (en dus de bibliotheken) die in overtreding waren van de overeenkomsten. In licentieonderhandelingen worden steeds strengere eisen gesteld door uitgevers aan hoe de content gebruikt mag worden en wordt van de bibliotheken verwacht dat ze zich niet alleen conformeren aan die eisen -je bent als leverancier monopolist of je bent het niet natuurlijk- maar dat ze die eisen zelfs handhaven naar de eindgebruikers toe.

Koninklijk voorbeeld
Een ‘mooi’ voorbeeld van het handhaven van een overeenkomst is sinds vorige week te zien als je lid bent van de Koninklijke Bibliotheek. Middels een lidmaatschap heb je ook toegang tot hun digitale bibliotheek en kun je bij een aantal (dure) databanken. Een tweetal uitgevers (als ik het goed geteld heb) zag het kennelijk als een probleem dat hun databanken ook gebruikt konden worden door KB leden voor zakelijke of commerciële doeleinden. Dat is niet de bedoeling als een niet-commerciële bibliotheek een overeenkomst afgesloten heeft waarin zakelijk gebruik uitgesloten is en de KB leden worden nu zowel bij gebruik van Kluwer Navigator als Lexis Nexis Academic gedwongen expliciet aan te geven dat ze het niet voor zakelijke of commerciële doeleinden gaan gebruiken.

lexisnexis

En daar gaat het de verkeerde kant op. Hoewel ik vind dat bibliotheken een rol hebben in het bewust maken van haar gebruikers om verantwoord om te gaan met gelicenseerde content moet zich dat niet gaan vertalen in het bewaken van de belangen van de aanleverende partijen. Bibliotheken hebben hun eigen rol, hun eigen belang en eigen dienstverlening en ook al kun je -en moet je- de eindgebruikers van die diensten informeren over de voorwaarden van gebruik van externe gelicenseerde content, die eindgebruikers zijn zelf verantwoordelijk voor het naleven ervan. Bibliotheken moeten niet die voorwaarden gaan handhaven, dat moet de uitgever zelf doen. Op het moment dat een overtreding gesignaleerd wordt en niet met dwang vooraf!

Klik je echter bij de bovenstaande melding niet op het linkje met ‘Ik ga akkoord’ dan krijg je dus ook geen toegang als lid. De bibliotheek handhaaft daarmee dus de voorwaarden die de leverancier heeft gesteld. Niet op basis van een geconstateerd misbruik maar op basis van een intentie van gebruik. Het lijkt Minority Report wel.

Niet alleen principes
Waarom ik me druk maak hierover terwijl iedereen -zonder twijfel- op akkoord klikt ook al ben je van plan het zakelijk te gaan gebruiken? Omdat eindgebruikers zelf verantwoordelijk dienen te zijn hoe ze met andermans content omgaan. Omdat leveranciers zich moeten realiseren dat angstvallig rechten en belangen handhaven vroeger of laat leidt tot minder gebruik van hun producten. En dat leveranciers met flexibelere voorwaarden moeten komen. Omdat bibliotheken moeten nadenken hoe hun eigen dienstverlening en bestaansrecht zich verhouden tot al die belangen, rechten en restricties die andere partijen hun pogen op te leggen. Omdat bibliotheken niet alleen maar nee hoeven te verkopen naar hun klanten toe maar ook wel eens nee kunnen zeggen tegen anderen als ze te veel concessies moeten doen aan hoe ze dit zelf willen aanbieden aan hun gebruikers.

Zo eenvoudig is het nog niet om gelicenseerde content aan te bieden of te gebruiken.

@ afbeelding ‘geen licentie aanwezig’: door Bibi Saint-Pol [CC-BY-SA-2.5], via Wikimedia Commons

#

Open data en het gebruik van data in het GGC en WorldCat

Gisteren was ik aanwezig bij een bijeenkomst van de Stichting Pica Database in Utrecht. Met de titel Gebruik van data in het GGC en WorldCat: wat is toegestaan op grond van de nieuwe regeling? was het niet heel verrassend dat er slechts enkelen vanuit de hogescholen vertegenwoordigd waren. Mijn eigen aanwezigheid werd desondanks niet vreemd bevonden en dat was ook wel bijzonder als je bedenkt dat mijn instelling geen afnemer/gebruiker is van het GGC of Worldcat en hogeschoolbibliotheken, voor zover ik weet, weinig tot niets doen met data uit deze databases.

Reden voor de bijeenkomst was de nieuwe regeling t.a.v. het gebruik van data uit de twee databases die men toe wilde lichten en men had het programma ook nog uitgebreid met een presentatie van Lieneke Viergever over privacy aspecten bij gebruiken van data bij clouddiensten en een dubbelpresentatie van Johan Stapel en Eric van Lubeek over linked open data en wat het voor OCLC betekent, als eigenaren van GGC en Worldcat.

Ik heb de eerste presentatie over de geschiedenis en rol van Stichting Pica en Stichting Pica Database voor kennisgeving aangenomen en de tweede presentatie van Dorien Hooman, die de nieuwe regeling daadwerkelijk toelichtte als een opstapje beschouwd voor de reden dat ik eigenlijk aanwezig was. Namelijk een beetje zicht krijgen op het fenomeen (linked) open data en dan vooral de juridische en auteursrechtelijke aspecten ervan.

Ik werd na de koffiepauze op mijn wenken bediend door Lieneke Viergever, advocate bij Project Moore,  die behalve de privacy aspecten rondom clouddiensten ook nog een zijstapje maakte naar definiëring van open data (via Open Definition):

“A piece of content or data is open if anyone is free to use, reuse, and redistribute it — subject only, at most, to the requirement to attribute and/or share-alike.”

Heel kort, helaas, verwees ze nog naar de Open Data Commons die het mogelijk maken om, vergelijkbaar met de Creative Commons voor content, open data te voorzien van een licentie. Voor de data uit het GGC en Worldcat plakt OCLC de Open Data Commons Attribution License er op waarbij de data dus vrijelijk hergebruikt kan worden mits er aan (naams)vermelding wordt gedaan. De spreker voor haar, Dorien Hooman, bevestigde dat dit wel een discussie/onderhandeling opleverde tussen OCLC en Europeana aangezien deze laatste een volledig vrij gebruik nastreeft -zonder naamsvermelding-.

Johan Stapel verduidelijkte nog de betekenis en het belang van Linked Open Data en introduceerde het publiek tegelijkertijd met de Pecha Kucha stijl van presenteren waarin 20 slides telkens (precies) 20 seconden in beeld bleven waardoor hij keurig binnen de 7 minuten zijn verhaal kon afronden. Eric van Lubeek, de managing director van OCLC EMEA ken ik vooral van de uitgebreide schema’s in zijn presentaties en hij ging dan ook wijselijk zelf niet met de Pecha Kucha stijl van presenteren verder. Wel demonstreerde hij de rol en betekenis van open data voor OCLC EMEA aan de hand van de ontwikkeling van een nieuwe dienst, Worldshare Platform.

Hoewel dit platform, GGC en Worldcat niet direct relevant zijn voor mezelf, vind ik het hele idee van open data fascinerend. Open standaarden, harmonisatie en afstemming, de techniek erachter maar ook de auteursrechtelijke en licentie aspecten die erbij horen zijn alle zaken die voor ons vakgebied van informatievoorziening enerzijds nieuw zijn maar anderzijds stoelen op hele oude principes uit het bibliotheekwezen.

Wat hebben we toch een geweldig vak!

@ foto via Cool Breakfast

#

Hergebruik van video’s met een CC licentie

Via INFOdocket zag ik een bericht dat de bestaande zoekfunctie voor video’s met een Creative Commons licentie eindelijk ook beschikbaar is voor Vimeo gebruikers die geen account hebben. Ik zeg zoekfunctie maar dat is niet helemaal correct want je kunt niet zoeken in alleen video’s die onder een Creative Commons licentie zijn geupload. Deze mogelijkheid is namelijk nu opgenomen bij de filters, wat betekent dat je een reguliere zoekactie doet bij Vimeo en vervolgens (rechts in het scherm) kunt kiezen voor Show Advanced Filters. Dan krijg je bovenstaande opties en kun je nu dus ook op 1 van de 6 CC-licenties filteren.

Dat is nog niet helemaal ideaal vind ik want klikken op die Show Advanced Filters knop, dat zullen maar weinig mensen doen uit zichzelf.  Ik zou toch liever zien dat videosites wat meer aan bewustwording deden voor hergebruik van de aanwezige videocontent en dan is het verstoppen van deze mooie mogelijkheid niet een geweldige manier om dit doel te bereiken. Vimeo richt zich vooral in de regels toe op benadrukken dat de uploaders zelf auteursrechthebbenden zijn van het materiaal waarmee ze feitelijk aangeven dat ze alleen host (willen) zijn en niets meer.

Die ‘andere videosite’, YouTube, bekijkt het een stuk breder. In een, toegegeven ook ietwat verstopte, sectie van de site wordt aan YouTube gebruikers copyright uitgelegd maar zijn er ook aparte onderdelen voor de contenteigenaren en een algemener stukje voorlichting op gebied van auteursrechten. YouTube kent een eigen licentie die door uploaders meegegeven kan worden maar sinds vorig jaar kan ook de CC-BY licentie aan de geuploade video worden geplakt.

Jammer is wel dat, in tegenstelling tot Vimeo, je noch op de YouTube video’s met die CC-BY licentie kunt zoeken noch dat je hierop kunt filteren. YouTube kent uitgebreide filtermogelijkheden maar deze zit er niet bij. De video’s met Creative Commons worden alleen in de YouTube Editor gebruikt, zowel om daar de CC-BY licentie aan je video mee te geven als binnen de editor gebruik te maken van andermans video’s die deze licentie al hebben. Het wordt dus door YouTube beschouwd als materiaal wat je in je eigen -op YouTube geplaatste- videobewerking kunt gebruiken.

Je kunt vanuit de editor zonder problemen wel geheel YouTube doorzoeken op video’s die een CC-BY licentie hebben maar je kunt niet doorklikken naar de pagina van de gevonden video’s. In de editor kun je gevonden video’s alleen maar slepen naar je tijdlijn voor montage. Dat kan en zal zeker handig zijn als je zelf een video wilt bewerken om te uploaden maar voor even een leuke video in je presentatie of in je eigen onderwijsmateriaal, daar is dit dus niet geschikt voor.

Ik wilde afsluiten met de conclusie dat het nog steeds veel werk is om video’s op te sporen met een CC-licentie. Dat is het ook bij Vimeo en YouTube in ieder geval maar in de Let’s CC zoekmachine die ik een tijd geleden nog besprak vind je keurig video’s terug van YouTube met een CC-licentie. Geen idee hoe die zoekmachine dat doet maar het doet in elk geval een trucje dat YouTube zelf niet aanbiedt in de eigen interface.

En dat zouden zowel YouTube als Vimeo eigenlijk wel moeten doen.

#

In de verlenging: Werkgever en auteursrecht

Vanochtend werd ik door @wbk500 getipt op een ebook ‘Werkgever en auteursrecht‘ (PDF), geschreven door Mathieu Paapst. In de pdf kun je niet zien dat het boek in 2010 geschreven is maar met een beetje googelen is dat wel te vinden. Aangezien (ook) wij op Windesheim met een beleidsnota voor Open Access bezig zijn voor publicaties van medewerkers leek dit zeker een interessant boek om te lezen en de PDF ging ook op mijn stapeltje nog te lezen literatuur.

Ik had echter de eerste pagina’s even snel bekeken en mijn oog viel op de copyrightnotice op de tweede pagina.

Copyrightnotice:
Time switch licentie (TS0113/CC-BY)
Alle auteursrechten op dit werk zijn door de auteur voorbehouden tot januari 2013. Na deze datum is op dit werk de volgende licentie van toepassing: Creative Commons, naamsvermelding 3.0

Nu heb ik regelmatig met licenties te maken en komt zowel het deel van voorbehoud van rechten als een Creative Commons licentie bijna altijd wel terug maar deze constructie was nieuw voor me. Een time switch licentie, daar had ik nog niet eerder van gehoord.

[blackbirdpie url="https://twitter.com/#!/rsnijders/status/170085013671518208"]

Dat blijkt niet heel vreemd te zijn want Mathieu Paapst is de bedenker van deze licentie. Vanuit het idee dat een werk vooral waarde heeft in de eerste twee jaar maar dat dit juist (te) vaak een reden is om alle rechten voor te behouden en het niet te verspreiden met een Creative Commons licentie, bedacht hij dat je het ook met een vertraging, een soort embargo, die Creative Commons licentie mee kon geven. Alle rechten voorbehouden tot een specifieke datum waarna het verspreid en gebruikt mag worden conform de CC-BY 3.0 licentie.

Grote bijval heeft hij overduidelijk niet gekregen want voor zover ik het kan overzien is zijn boek ook het enige boek dat deze licentie draagt. Er was in augustus 2010 nog een Wikipedia pagina aangemaakt voor een time switch licentie maar dat werd door het legertje beroepszeur.. editors verwijderd omdat het als oneigenlijke reclame voor het boek werd beschouwd. Tja.

Op de cc-licenses mailinglijst is in december 2011 een mailwisseling tussen Mathieu en Mike Linksvayer van Creative Commons geplaatst die wellicht nog als input dient voor de gesprekken over de komende vierde editie van de Creative Commons licenties. De vergelijking tussen een time switch licentie en een embargo-periode voor opname van artikelen uit (dure) tijdschriften in databases of open access repositories is snel gemaakt dus op het eerste gezicht lijkt het me helemaal geen gek idee om bij de Creative Commons 4 licenties ook te voorzien in een dergelijk licentietype.

Licenties: het nieuwe werken met digitale content

Ik lees regelmatig blogposts en artikelen die, ook in het digitale tijdperk, een grote rol weggelegd zien voor de informatiespecialist. Leren omgaan met bronnen, informatievaardigheden, het leren zoeken, vinden en beoordelen van informatie. Ja, ik denk dat hier zeker nog een wereld te winnen valt maar ik ben van mening dat informatiespecialisten in (hogeschool)bibliotheken ook hier niet kunnen concurreren met de Google’s en Amazon’s van deze wereld.

Leveranciers van informatie, met Google als treffend voorbeeld voorop, doen namelijk hun uiterste best om hun systemen aan te passen zodat gebruikers eenvoudig informatie kunnen zoeken, vinden en beoordelen. Informatiespecialisten zijn al ruim 15 jaar bezig om hun gebruikers aan te passen aan de immer veranderende omgeving en persoonlijk beschouw ik dat als dweilen met de kraan open. Leveranciers van content en zoeksystemen hebben zelf meer belang bij het aansluiten bij hun gebruikers dan dat informatiespecialisten dat hebben. Het is een race waarin leveranciers aan 1 kant en informatiespecialisten aan de andere kant streven naar perfectie en, hoewel ik niet denk dat we er ooit komen, vraag ik me serieus af waarom we de moeite doen. Waarom moeten informatiespecialisten zoveel tijd, ambitie en bestaansrecht investeren om systemen van contentleveranciers toe te lichten en eindgebruikers te begeleiden in het gebruik ervan? We lijken wel vertegenwoordigers die langs de deuren gaan om eindgebruikers op te voeden optimaal gebruik te kunnen maken van andermans systemen.

En dat terwijl er een groot gapend gat in de markt is die door informatiespecialisten grotendeels genegeerd wordt.

Dat gat omhelst niet het zoeken, vinden of beoordelen van de content, of het leren omgaan met al die digitale bronnen, maar zit een stapje hoger, namelijk de toegang tot de content. Dat gapende gat is bijzonder goed verborgen want waarom zou toegang tot content een probleem zijn in een tijdperk waar je overspoeld wordt met informatie. Het probleem is echter dat, ondanks al die vrijelijk beschikbare informatie, er een gigantische laag verborgen zit met content waarvoor je moet betalen en waar je niet eenvoudig gebruik van kunt maken. Als je al weet dat die content bestaat natuurlijk.

Waardevolle content is nogal niet zelden content waar je voor moet betalen. Voor een bibliotheek is dit geen onbekend verschijnsel want al vele jaren nemen bibliotheken abonnementen op databanken zodat eindgebruikers daar zelf weer gebruik van kunnen maken. En geven we instructies in het gebruik van die databanken zodat gebruikers er ook daadwerkelijk in kunnen zoeken en vinden.

Maar het einde van databanken als grote bundelingen van content -de we geven je zoveel mogelijk en jij betaalt zoveel mogelijk constructies- is in zicht. Bibliotheken zijn niet meer in staat dit te bekostigen en kunnen zich letterlijk en figuurlijk niet meer veroorloven om gigantische hoeveelheden content-die-men-niet-wil af te nemen en aan te bieden teneinde een miniscule hoeveelheid content-die-men-wel-wil aan te bieden. Bibliotheken, informatiespecialisten *en* leveranciers moeten af van het collectie denken, de big deal praktijken, en toe naar het aanbieden en leveren van alleen die content die een gebruiker ook daadwerkelijk wil.

Dat klinkt logisch maar de consequenties zijn enorm. Voor (hogeschool)bibliotheken staan dan niet meer de bronnen centraal maar de inhoud ervan. Wanneer mag de klant gebruik maken van content? Hoe mag die het hergebruiken (binnen bijv. het onderwijs) en wie heeft er allemaal wel of niet toegang? Waar betaal je nu eigenlijk voor en wat krijg je er daadwerkelijk voor terug? En waarom zou een bibliotheek dat betalen en niet de klant zelf? Ineens gaat het niet meer om de eigen selectie van bibliotheken en de aanwezige bronnen & systemen maar verandert de dienstverlening in bemiddelen tussen de specifieke vraag van een klant en het schier oneindige aanbod van contentleveranciers. Ineens gaat het niet meer om het aanschaffen van content ten behoeve van die klant (hoewel dat nog best voor kan komen) maar staat maar 1 doel centraal: krijgt de klant zijn content en kan die daarmee doen wat hij of zij voor ogen had? Wat heeft een docent aan informatie die niet in de digitale leeromgeving gebruikt mag worden? Wat heeft een student aan informatie die niet gebruikt mag worden in een verslag?

De informatiespecialist van nu moet het aanbod van contentleveranciers toegankelijk kunnen maken voor zijn of haar klanten. Dat zullen soms groepen zijn, vaak individuen maar ook -zoals vroeger- de gehele instelling zijn. Dat betekent afspraken maken over en afsluiten van licenties voor content tbv deze doelgroepen zodat je zeker weet dat je klanten de content kunnen (her)gebruiken zoals ze dat willen en waar ze wellicht ook zelf voor betalen. Leveranciers, uitgevers maar ook andere bemiddelende partijen als SURFdiensten, werken steeds meer met maatwerklicenties die het steeds vaker mogelijk zullen maken dat je alleen betaalt voor die content die je wilt afnemen, gedurende de periode dat jij die content nodig hebt en dat je die content mag hergebruiken. Zowel op instellings-, groeps- als individueel niveau.

De informatiespecialist van straks is geen expert meer in het collectioneren, ontsluiten en aanbieden van fysieke en digitale content maar is expert in het just-in-time toegankelijk maken van content van verschillende contentleveranciers voor verschillende doelgroepen met verschillende randvoorwaarden. Een mix van bibliothecaris, ICT-er, onderhandelaar, auteursrechtenkenner, adviseur en licentiemanager.

@foto via Flickr met CC licentie

Zoeken naar Creative Commons afbeeldingen in Google Image Search

Op het officiele Google Blog is te lezen dat de eerder ontwikkelde handmatige wijze van zoeken op afbeelden met een CC licentie, nu ook opgenomen is in de geavanceerde zoekopties van Google Image Search.

googleimagesearch

Bij de header Usage rights kun je nu filteren op afbeeldingen die gelabeld zijn voor hergebruik, commercieel hergebruik, hergebruik met eigen bewerking en commercieel hergebruik met eigen bewerking. Het zijn, enigszins irritant, niet de precieze CC licenties maar er wordt een vertaalslag gemaakt naar deze vier, toegegeven gebruiksvriendelijkere, categorieën.

Google waarschuwt er terecht bij dat je wel moet verifieren in welke mate de gelabelde licentie ook klopt voordat je een afbeelding hergebruikt maar het is een mooi middel om additionele afbeeldingen te vinden voor weblogs en presentaties!

Pagina 1 of 212
  • 2006- 2013 Vakblog – werken met informatie
    Powered by WordPress // Theme: Tatami by Elmastudio
Top