Hoe kun je als bibliothecaris bijdragen aan open access en open onderwijs?

open access

Onderwijsbibliotheken, en ik focus me hier even op hogeschoolbibliotheken want daar werk ik nu eenmaal, staan op de drempel van grote veranderingen. Natuurlijk, de leeromgeving (de studieplekken) en de collecties blijven onverminderd belangrijk voor deze bibliotheken maar in een tijdperk van grootscheepse bezuinigingen en een overdaad aan vrijelijk beschikbare informatiebronnen op internet valt het nog niet mee om je meerwaarde aan te (blijven) tonen. Wat dat betreft verschillen alle soorten bibliotheken uiteindelijk maar weinig van elkaar.

Oude taken maar nieuwe rollen
Hoe bijzonder is het dan dat onderwijsbibliotheken nu de gelegenheid krijgen om zichzelf opnieuw te definiëren? Om een nieuwe rol te pakken voor het onderwijs? Onderwijsinstellingen zijn tegenwoordig namelijk steeds drukker met het produceren van (open) onderwijsmateriaal en onderzoekspublicaties. Niet alleen wordt er meer en meer gewerkt met kennisproducten van anderen in het onderwijs, er wordt ook steeds meer zelf gemaakt. Onderwijsinstellingen zijn kennisinstellingen. Of willen dat heel graag zijn.

Nou zou elke medewerker van een dergelijke kennisinstelling idealiter prima in staat moeten zijn om ook adequaat, zorgvuldig en verantwoord om te kunnen gaan met al die kennisproducten. De realiteit dat dit niet het geval is – en het ook nooit zo gaat worden – geeft de bibliotheek een perfecte plek in een dergelijke instelling. Nietwaar?

In het trendrapport Open Educational Resources 2013 ziet Cora Bijsterveld wel nieuwe rollen voor juist de onderwijsbibliotheken. Die ziet ze vooral als content curator voor al het open onderwijsmateriaal dat inmiddels beschikbaar is maar in hetzelfde trendrapport gaat het ook over open leermiddelen, open access en de rol van uitgevers. De conclusies die Saskia de Rijk en Paul Vermeulen hierin maken sluiten prima aan bij mijn eigen: zowel het onderwijs als de bibliotheken moeten meer doen met hun eigen materiaal. Onderwijs- en onderzoeksmateriaal wordt aan de lopende band geproduceerd en het is aan de instellingen en bibliotheken zelf om hier het optimale uit te halen. Kennisproducten die niet bij uitgevers beschikbaar zijn en die zeker niet even via Google te vinden zijn. Een unieke monopoliepositie zo je wilt.

Eerlijk delen en beschikbaar stellen
Dat wil niet zeggen dat je er al bent als je besluit dat dit je nieuwe gat in de markt is. Want al die medewerkers van onderwijsinstellingen zijn niet zo ideaal als het gaat om het (willen) delen van al het materiaal dat ze produceren. Iedereen wil graag andermans materiaal gebruiken maar delen, daar zijn toch snel redenen voor te vinden om niet meteen het achterste van je tong te laten zien. In, jawel, datzelfde trendrapport schetsen Wilfred Rubens en Wim Didderen maar liefst 12 van dat soort redenen die belemmerend werken voor medewerkers in het onderwijs als het op delen aankomt.

Goed voorbeeld doet volgen?
De bibliotheek heeft een mooie uitdaging om samen met die medewerkers, ondersteund door te ontwikkelen beleid van de onderwijsinstellingen, aan de slag te gaan met het verwerven en beschikbaar maken van al dat materiaal. Ook als individuele bibliothecaris kun je nu al het goede voorbeeld geven. Niet alleen door zelf gebruik te maken van open access publicaties, materiaal met een Creative Commons licentie of publicaties uit een repository. Maar vooral door zelf je kennis te delen met anderen. En je eigen kennisproducten actief beschikbaar te maken voor anderen. Ook voor bibliothecarissen/informatiespecialisten is het niet perse vanzelfsprekend om dat te doen heb ik de afgelopen jaren ervaren.

Wat kan ik NU zelf doen?

  • Ga bloggen, twitteren, Googleplussen etc. en schrijf, twitter en update iedereen over de onderwerpen waar je iets over te vertellen hebt. Bibliothecarissen zijn traditioneel vraagbaken geweest en kunnen dat nog steeds zijn maar je moet jezelf wel laten zien!
  • Deel het onderwijsmateriaal dat je zelf gemaakt hebt voor trainingen, workshops en presentaties. Denk aan Slideshare voor je presentaties en wees niet te bescheiden om naar Wikiwijs te kijken om je workshopmateriaal te delen. Ook jij produceert producten waar anderen gebruik van zouden kunnen maken.
  • Deel je teksten, afbeeldingen, wat voor content dan ook onder een Creative Commons Naamsvermelding licentie of een Creative Commons Naamsvermelding-GelijkDelen licentie. Het zijn de twee ruimste Creative Commons licentie waarbij een hergebruiker zelf verder kan bouwen op je content en alleen een naamsvermelding verplicht is (en dat bewerkt materiaal alleen verspreid mag worden met een soortgelijke licentie). Wat me doet beseffen dat ik de CC licentie van dit blog dan ook moet versoepelen eigenlijk.

Door zelf te delen, te delen en nog eens te delen. Zo kun je als bibliothecaris bijdragen aan zowel de ontwikkelingen binnen je onderwijsinstelling als de toekomst van de bibliotheek waar je werkt. Dat zou ons als informatieprofessionals toch heel eenvoudig moeten afgaan.

Nietwaar?

@foto: Carlos Maya via photopin cc

#

De Open Access Week 2012

Deze week vindt voor de 6e keer de internationale Open Access week plaats. Daar doen ruim honderd landen aan mee, waaronder Nederland, om de voordelen en mogelijkheden van open access onder de aandacht te brengen bij onderzoeksinstellingen, universiteiten en hogescholen. Een groot aantal instellingen in Nederland organiseren diverse activiteiten de komende dagen, wat in elk geval aantoont dat het onderwerp steeds meer begint te leven.

Zelf doen we, als Windesheim, niet mee dit jaar. De week valt wederom precies in de herfstvakantie en het is volstrekt zinloos om dan iets te organiseren. Dat wil echter niet zeggen dat er geen interesse is voor open access. Onderzoekers en lectoren bij de lectoraten en kenniskringen willen graag meer weten over open access publiceren en het (beter) beschikbaar maken van hun onderzoeksoutput voor het eigen onderwijs. Heel langzaam begint het besef te komen dat dit niet vanzelf gaat en dat je ook vanuit de onderwijsinstellingen dit moet nastreven in beleid.

En met beleid alleen ben je er ook niet. Heel pragmatisch moet dit ook gefaciliteerd worden zodat je het docenten (met al dan niet open leermaterialen) en onderzoekers ook makkelijk maakt te kiezen voor zoveel mogelijk open access publiceren.

Het doel is om dit jaar nog met een publicatiebeleid op hoofdlijnen te komen zodat we als instelling duidelijk maken dat open access publiceren belangrijk is voor zowel de instelling als de auteur maar ook welke afspraken er nodig zijn met docenten en onderzoekers om dit mogelijk te gaan maken.

Met het streven om vanaf 2013 het hele jaar door veel aandacht aan open access te besteden :)

Verder lezen: Open Access website // Agenda met de activiteiten in de Open Access Week 2012 // Nederland werkt intensief samen in Open Access Week 2012

#

Over cherry picking bij scripties in Open Access

Naar aanleiding van zijn blog ‘Open Access van afstudeerwerken versus kwaliteit en imago’ hebben Raymond en ik via twitter een discussie gevoerd over het al dan niet zuiver zijn van toepassen van cherry picking bij het opnemen van scripties – onder Open Access – in HBO Kennisbank. Al snel besloten we tot een verdere discussie via een blog, waarbij dit mijn bijdrage is. Laat ik mezelf eerst kort voorstellen: Ik ben Germaine Ramak, fiscaal jurist en docent belastingrecht. Sinds enkele jaren begeleid ik rechtenstudenten bij het schrijven van hun scriptie via mijn onderneming ‘Scriptiecoach’. Ik blog sinds kort zelf regelmatig op Scriptiecoach.

Open Access (OA) is het gratis publiceren van wetenschappelijk werk op het internet met als doel kennis voor iedereen vrij toegankelijk te maken www.righttoresearch.org . De achterliggende gedachte is dat kennis een belangrijke rol speelt voor onderzoek en dat een onderzoeker niet afhankelijk zou moeten zijn van afgegeven licenties door uitgevers. Uitgevers geven op basis van betaalde licenties onderwijsinstellingen toegang tot digitale tijdschriften en deze toegang is beperkt tot de gebruikers van desbetreffende onderwijsinstelling. Dit is een beperking, voornamelijk voor studenten van hogescholen die geen of slechts een sobere digitale bibliotheekvoorziening hebben. Door OA zou informatie vrij toegankelijk moeten zijn, echter onderwijsinstellingen blijken bij het opnemen van scripties en andere wetenschappelijke publicaties in HBO Kennisbank veelal op cijfers te filteren. De vraag die ik hier wil beantwoorden is of en in welke mate onderwijsinstellingen die onder OA afstudeerwerken beschikbaar stellen in HBO Kennisbank mogen filteren op hoge eindcijfers, het zgn cherry picking.

De stelling van Raymond dat ‘als een afstudeerwerk voldoende is voor een diploma, dan is het ook voldoende om opgenomen te kunnen worden in de HBO Kennisbank’ kan geen standhouden en wel om de volgende reden. Cherry picking sluit nauw aan bij het doel van OA: het delen van hoogwaardige (wetenschappelijke) kennis. Een publicatie kan naar mijn mening alleen hoogwaardig zijn en een inspiratiebron voor andere onderzoekers als de kwaliteit van een hoog niveau is. Het beoordelingcijfer van een scriptie is een sterke indicator voor de kwaliteit en daarom niet onbelangrijk voor opname – onder OA- in HBO Kennisbank. Afgezien van het feit dat de onderwijsinstelling, en waarschijnlijk ook de student, niet graag de mindere scriptie wil etaleren zal een onderzoeker ook minder geïnteresseerd zijn in de uitkomsten van een dergelijk onderzoek. Het is namelijk gissen op basis waarvan de scriptie het wel ‘gehaald’ heeft. De beoordeling per onderdeel van de scriptie is immers niet openbaar en wellicht is de voldoende met name gebaseerd op de getoonde zelfstandige werkwijze van de student en in mindere mate op de inhoud van de scriptie.

Kom ik bij Raymond ’s tweede stelling: ‘Het is de bezoeker, zoals bijvoorbeeld het beroepenveld, van HBO Kennisbank die de relevantie van de scriptie kan beoordelen en niet de onderwijsinstelling’. Laat ik het beroepenveld als informatiezoeker nader onder de loep nemen. Regelmatig worden door het bedrijfsleven scriptieprijzen ingesteld. Neem bijvoorbeeld NVM die behoefte heeft aan nieuwe ideeën en verhelderende wetenschappelijke inzichten voor de woningmarkt: ‘help de woningmarkt en win € 5.000 met je scriptie‘. Als ik de voorwaarden er op nalees zie ik dat je alleen mee kunt dingen naar de prijs als het eindcijfer van je scriptie minimaal een 7 (zeven) is. Een zuivere vorm van cherry picking. En hiermee sneuvelt ook de stelling dat een beroepenveld een scriptie met een lage waardering net zo relevant vindt als een door de onderwijsinstelling als goed bestempelde scriptie.

Laat ik mij constructiever opstellen en het vanuit Raymond’s standpunt benaderen: Op zich zou het opnemen van alle scripties in de kennisbank een aanwinst kunnen zijn voor studenten. De student kan inspiratie opdoen en voortbouwen op het werk van andere studenten. Ook is er wat voor te zeggen om geen selectie vooraf toe te passen om alle schijn van censuur te vermijden. Ik meen echter dat het filteren van scripties op hoge eindcijfers een doel dient: de gebruiker een zekere mate van garantie bieden dat het om werk van hoge kwaliteit gaat.  Een alternatief zou zijn om het toegekende cijfer aan de scriptie openbaar te maken. Alleen op die wijze kan de student als gebruiker een afweging maken of en in hoeverre hij de beoordeling door de onderwijsinstelling mee laat wegen bij de keuze om het desbetreffende werk te gebruiken bij zijn onderzoek.

@ foto via Tim Wilson/Flickr

#

Open access van afstudeerwerken versus kwaliteit en imago


Hoe je als hogeschool invulling moet geven aan Open Access blijft een boeiende discussie. Niet alleen -voor het hbo- ‘nieuwe’ onderwerpen als auteursrechten en onderzoekspublicaties komen daarbij aan bod, ook over andere soorten publicaties wordt nu nagedacht. Hoe wil je als instelling omgaan met door docenten geschreven boeken die door uitgevers op de markt gebracht worden. Feitelijk onderwijsmateriaal waar de rechten bij de onderwijsinstelling liggen maar wat vervolgens niet vrijelijk beschikbaar voor datzelfde onderwijs wordt gemaakt.

Ook willen hogescholen soms beleid maken t.a.v. afstudeerwerken van studenten. Nou hebben die studenten zelf de rechten op hun scriptie en kunnen ze die aanleveren bij de HBO Kennisbank om deze -onder open access- beschikbaar te maken. Dat is een groot goed mijns inziens maar levert soms wel wat frictie op. Al vanaf het prille begin werd de discussie gevoerd over de kwaliteit van scripties in de HBO Kennisbank. Opleidingen en hogescholen zien natuurlijk graag een hoge kwaliteit van ‘hun’ afstudeerwerken terug omdat dit ook op hun reflecteert. Juist in een tijdperk waar de kwaliteit van afstudeerwerken bij accreditaties nauwkeurig onder de loep genomen wordt wil je (natuurlijk) niet dat de zesjes zo eenvoudig en laagdrempelig te vinden zijn op internet.

Ook wij zijn geen uitzondering. Bij het praten over publicatiebeleid voor afstudeerwerken, lesboeken/onderwijsmateriaal en onderzoekspublicaties wordt de wens uitgesproken om waar mogelijk te sturen op kwalitatieve en innovatieve afstudeerwerken namens onze instelling in de HBO Kennisbank. Een begrijpelijke wens maar wel eentje die ik haaks op de open access gedachte vind staan en die te gemakkelijk als censuur kan worden opgevat.

In al die jaren HBO Kennisbank is mijn standpunt daar niet in veranderd. Als een afstudeerwerk voldoende is voor een diploma, dan is het ook voldoende om opgenomen te kunnen worden in de HBO Kennisbank. Vind je als opleiding, als hogeschool, het niveau van de afstudeerwerken niet representatief genoeg voor in de HBO Kennisbank? Dan moet je de beoordelingseisen van de opleidingen zelf gaan aanscherpen. Daar word je immers ook op afgerekend door de maatschappij en accreditatiecommissie. Cherry picking, alleen afstudeerwerken die met een 7, 8 of misschien wel een 9 zijn beoordeeld laten opnemen in de HBO Kennisbank, dat is niet zuiver. Ook de zessen zijn relevant als het om open access gaat. Niet een opleiding of hogeschool moet de relevantie van een scriptie voor een bezoeker van de HBO Kennisbank beoordelen, dat kan en wil die bezoeker zelf wel. Niet een opleiding of hogeschool moet bepalen of een afstudeerwerk representatief is voor de instelling, de afgestudeerde student (die het auteursrecht notabene heeft) dient te bepalen of het werk representatief is voor zijn of haar kunnen.

Natuurlijk moet je als onderwijsinstelling nadenken over het beter zichtbaar maken van afstudeerwerken die bovengemiddeld zijn. Opleidingen en studenten samen kunnen trots zijn op hun prestaties en die mogen in het zonnetje gezet worden. Vernieuwende ideeën, innovatieve oplossingen, toepassen van bestaande concepten in nieuwe omgevingen, daar wil je mee gezien worden.

Alleen moet je dit niet verwarren met wat je als instelling wilt met (open access) publicatiebeleid.

#

Kennis delen door hogescholen met de HBO Kennis Communicatie Kit

Ook kennis over het delen van kennis in het HBO moet je natuurlijk delen. Marijke Mentink tipte me op het bestaan van de HBO Kenniskit waarin communicatiemiddelen, artikelen en rapporten over de HBO Kennisbank en Open Access & auteursrechten ontwikkelingen bij hogescholen verzameld worden. Zoals dat hoort natuurlijk gaat dat in een wiki en wordt er voor vier doelgroepen (student, docent, lector en bedrijf/organisatie) aangegeven welke (voorlichtings)materialen er beschikbaar zijn.

Ik zag dat er toch al een aardig aantal artikelen, rapporten, folders en presentaties te vinden zijn maar dat er ook beeldmateriaal en praktische tools zijn opgenomen dat de afgelopen jaren is geproduceerd. Als je nog dingen mist of zelf aanvullingen hebt kun je een mailtje sturen naar de beheerders maar ook nu al is het een mooie verzamelplaats om zelf geproduceerd materiaal te delen met anderen als je je met publicaties, open access of auteursrechten bezig houdt in een hogeschool.

Wellicht eveneens een handige plek voor de leden van het Netwerk Auteursrechten Informatiepunten-hbo om dingen te delen?

#

Met open toegang tot Nederlandse onderzoekspublicaties schiet het ook nog niet op

Open toegang tot Nederlands onderzoek hapert: Hoger onderwijs moet beleid en werkafspraken Open Access formuleren. Dat was de kop van een artikel dat gisteren op surffoundation.nl verscheen naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek Monitor Nederlandse Onderzoek Repositories 2011.

Hoewel de Berlin Declaration on Open Access ondertekend is door alle universiteiten, de HBO-raad, en ook de KNAW en NWO, heeft zich dat nergens vertaald in concrete doelstellingen. Het aandeel Open Access publicaties komt voor weinig universiteiten boven de 20% uit. In de HBO Kennisbank, waar kennisproducten van hogescholen worden ontsloten, blijft het aantal open toegankelijke publicaties en afstudeeropdrachten achter bij het aantal lectoraten en afgestudeerden.

Verder stelt het rapport voor het HBO dat:

De HBO Kennisbank oogst en toont de inhoud van 21 hbo-repositories. In totaal gaat het eind 2011 om bijna 20.000 publicaties, waarvan 15.000 publicaties Open Access beschikbaar zijn. Hoe zich dat verhoudt tot het totaal aantal publicaties van een instelling is niet na te gaan omdat noch de HBO-raad noch de instelling deze cijfers hebben.  Maar het lijkt er op dat maar een beperkt deel van de onderzoekspublicaties in de HBO Kennisbank terecht komt. De beschikbare afstudeeropdrachten van studenten zijn allemaal Open Access. De aantallen zijn blijven stijgen over de afgelopen jaren tot bijna 2000 in 2010.  Maar het aantal beschikbare afstudeeropdrachten is maar een fractie van het totaal aantal afgestudeerde studenten.

Tja, ik snap de constateringen maar zeker voor de HBO Kennisbank vind ik het helemaal niet verkeerd dat er inmiddels al 20.000 publicaties te vinden zijn. We zijn immers net (ruim) 5 jaar bezig en hoewel het inderdaad voor het overgrote deel om afstudeeropdrachten gaat (en maar een zeer klein deel onderzoekspublicaties), is de toegankelijkheid van afstudeeropdrachten in het HBO nog nooit zo groot geweest. Het onderzoek lijkt ook voorbij gegaan te zijn aan het gegeven dat in het HBO het eerder regel dan uitzondering is dat meerdere afgestudeerde studenten samen aan 1 afstudeeropdracht hebben gewerkt dus om nou dat aantal afstudeeropdrachten te relateren aan het totaal aantal afgestudeerde studenten, dat lijkt me niet helemaal correct. Maar enfin.

Wel kan ik me helemaal scharen achter de aanbevelingen uit het onderzoek: formuleer gezamenlijk beleid en maak het makkelijk voor auteurs om publicaties te deponeren. T.a.v. afstudeeropdrachten zou best het beleid geformuleerd kunnen worden dat deze standaard in de HBO-Kennisbank beschikbaar gesteld dienen te worden, tenzij er zwaarwegende redenen zijn dit niet te doen. Dit kan echter geen dwingend beleid zijn want het auteursrecht van afstudeeropdrachten ligt niet bij de hbo instellingen maar bij de studenten en dat betekent dat ze zelf bepalen of ze dit willen doen of niet. Hbo instellingen en opleidingen zouden dit wel aantrekkelijker kunnen maken door meer aandacht te geven aan de positieve effecten -ook voor de auteurs- van het publiceren en toegankelijk maken van de eigen afstudeeropdracht.

Onderzoekspublicaties blijven een bijzonder fenomeen in het hoger beroepsonderwijs, om meer dan 1 reden. Vaak zijn ze geschreven door lectoren die frequent uit de universitaire wereld afkomstig zijn maar die daardoor ook dubbele aanstellingen hebben. Hierdoor is het ook geenszins eenduidig te stellen wie nou precies de auteursrechten heeft en hoe/of je als hbo instelling hier handig beleid op kunt maken. Auteurs willen hun publicaties graag publiceren maar treffen bij hogescholen nauwelijks of geen publicatiebeleid aan die recht doet aan publiceren onder open access of publiceren in erkende vaktijdschriften die tot de dag van vandaag eisen dat het auteursrecht overgetekend wordt naar de uitgever. Bij gebrek aan doelstellingen en beleid gaan auteurs noodzakelijkerwijs hun eigen gang en publiceren zoals ze gewend zijn te publiceren. Soms open access, soms in de HBO-Kennisbank maar veel vaker niet.

In de aanbeveling om gezamenlijk beleid te maken kan ik me dan wel vinden, ik voeg er wel de nuance aan toe dat de eerste stap zou moeten zijn om als hogescholen individueel na te denken en beleid te maken over hoe je met de kennisproducten van je eigen instelling wenst om te gaan. Hoe essentieel vind je het om met jouw auteurs in internationale erkende en prestigieuze tijdschriften zichtbaar te zijn? Wil je expliciet zorgdragen dat publicaties ook (later) te gebruiken zijn in het eigen gegeven onderwijs? Hoe ferm wil je sturen op publiceren onder open access en beschikbaar maken van publicaties in de HBO-Kennisbank? Die antwoorden moeten verwerkt worden in een eigen publicatiebeleid waarin je auteurs van je instelling faciliteert zodat het mes aan twee kanten snijdt.  Alleen maar streven naar een 100% open access beschikbaarheid van publicaties is onrealistisch en mijns inziens zelfs ongewenst.

Een belangrijke stap is ook om als hogeschool een uitspraak te doen hoe je auteurs van onderzoekspublicaties wilt/moet faciliteren qua rechten. Enerzijds heeft de hogeschool conform de Auteurswet (artikel 7) het auteursrecht op werken die door haar werknemers zijn gemaakt en wordt dat zelfs nog ruimer gemaakt door de CAO-hbo in artikel E-7. Anderzijds moet je dan wel beleid en praktijk ontwikkelen hoe je met dat auteursrecht omgaat en hoe je dan de werken exploiteert en daar hebben hogescholen ook geen ervaring mee. Plus, voor lectoren geldt dat je een aardige discussie kunt beginnen over wie nu precies dat auteursrecht heeft.

Die discussie moet je zien te voorkomen want uiteindelijk is daar niemand bij gebaat. Juist bij publiceren onder open access, juist als je publicaties ook voor je eigen onderwijs wilt inzetten, moeten auteurs niet de auteursrechten overdragen aan uitgevers maar afspraken maken om alleen het recht op exploitatie (voor die specifieke publicatie in dat specifieke tijdschrift of ander medium) over te dragen. Geef als hogeschool dus onvoorwaardelijk de mogelijkheid aan auteurs van onderzoekspublicaties om die afspraken ook te kunnen maken en geef ze de mogelijkheid om exploitatierechten op hun eigen publicaties over te dragen zodat ze kunnen publiceren. Natuurlijk, dat zal in sommige gevallen een sigaar uit eigen doos zijn omdat de auteur die rechten al had maar het vermijdt die zinloze discussie over wie het auteursrecht heeft, stimuleert auteurs om (betere) afspraken te maken met uitgevers en bevordert ook nog open access.

Win win, nietwaar? Ik hoop het tenminste want precies dit voorstel ligt nu bij ons college van bestuur.

#

Over het seminar Onderzoeksdata: wat kan, mag en moet

Gisteren vond bij de NWO het door SURFacademy georganiseerde Seminar Onderzoeksdata: wat kan, mag en moet plaats. Uit de aankondiging:

Transparantie in het wetenschappelijk onderzoek is een veelbesproken onderwerp. In hoeverre kan, mag en moet onderzoeksdata inzichtelijk en toegankelijk zijn? Voor valorisatie en voor hergebruik is open toegang tot onderzoeksdata belangrijk. Steeds meer onderzoeksinstellingen vragen om het beschikbaar maken van de onderzoeksdata. Zowel om de conclusies, zoals opgetekend in een wetenschappelijke publicatie, te kunnen verifiëren als om efficiënt (her)gebruik van onderzoek mogelijk te maken.

Financiers als de Europeese Unie en NWO geven aan dat een onderzoeker zijn/haar publiek gefinancierd onderzoek open beschikbaar maakt. Maar hoe doe je dat? Wat kan, mag en moet?

Dit seminar biedt u inzichten in enerzijds het beleid van NWO ten aanzien van openbaarheid van onderzoeksdata. En anderzijds krijgt u inzicht in de mogelijkheden en beperkingen van de Auteurswet voor het hergebruik van onderzoeksdata.

Met onderzoeksfinanciering heb ik zelf niets van doen aangezien dit aspect in het HBO zich buiten mijn waarneming afspeelt en het onderwerp van open onderzoeksdata en open access sowieso daar nog in de kinderschoenen staat. De auteursrechtelijke aspecten bij hergebruik van onderzoeksdata daarentegen leken me wel bijzonder interessant en kennelijk was ik daar niet alleen in. Onder de meer dan 80 bezoekers waren misschien maar nipt 10% afkomstig uit het HBO en kwam de meerderheid vanuit de universiteiten, er waren veel collega’s van de Auteursrechten Informatiepunten van beide. Het bleek uiteindelijk ook een leuke mix te zijn in de zaal met bezoekers vanuit onderzoeksinstituten.

Het programma opende met Ron Dekker, directeur Instituten, Financien en Infrastructuur van de NWO die aan de hand van de missie toelichtte hoe de NWO omgaat (PDF) met en stuurt op hergebruik en toegankelijkheid tot de datasets. In de nieuwe NWO-Regeling Subsidies is nu expliciet opgenomen dat de NWO mede eigenaarschap kan claimen t.a.v. data die voortkomt uit door NWO gesubsidieerd onderzoek. Onder de noemer Wie betaalt, bepaalt wil de NWO het belang van delen van onderzoeksdata beter onder de aandacht brengen en heeft men tegelijk een middel in handen om te voorkomen dat het eigenaarschap van de data wordt overgedragen aan commerciële partijen.

De auteursrechtelijke aspecten rondom ruwe data en datasets werden vervolgens toegelicht door Madeleine de Cock Buning, hoogleraar Auteurs- Communicatie- en Mediarecht bij CIER en Commissaris bij de Commissariaat voor de Media. Ze werd geïntroduceerd als de expert op dit gebied en hoewel ze dit poogde te relativeren was het al snel duidelijk dat het eerder een understatement was. Op een aanstekelijke enthousiaste wijze en met gevoel voor humor verduidelijkte ze de juridische uitgangspositie (PDF) van onderzoeksdata aan de hand van het auteursrecht, het databankenrecht en de onpersoonlijke geschriftenbescherming. Zowel het rapport ‘De juridische status van ruwe data; een wegwijzer voor de onderzoekspraktijk’ (2009) als het recent verschenen rapport Data in Publiek-Private Projecten: Juridische aspecten (2011) is mede van haar hand en gaan uitgebreid in op al die juridische aspecten.

Na een intermezzo waarin Annemiek van der Kuil de zojuist opgedane kennis in de zaal toetste was het de beurt aan Wilma Mossink, juridisch adviseur bij SURF, die verder inging op het eigenaarschap van data (PDF). Aan de hand van een schema, waarin de vele processen waren opgenomen om te komen tot het verzamelen, bewaren en archiveren van onderzoeksdata, lichtte ze lopende ontwikkelingen en studies toe. Deze zijn allemaal te vinden op de Toegang tot onderzoeksdata site van SURFfoundation.

Heiko Tjalsma, specialist digitale archivering bij DANS, gaf daarna aan hoe er in de praktijk om wordt gegaan (PDF) met opslaan, archivering en beschikbaarstelling van onderzoeksdata en de bijbehorende licenties. Ondanks alle goede intenties bleken er ook voldoende valide redenen te zijn om vertrouwelijk om te (blijven) gaan met data en DANS zoekt dus ook een balans tussen een optimale vrije toegankelijkheid en selectief toegang geven tot vertrouwelijke informatie.

Over licenties ging het laatste blok dan ook (PDF) en Madeleine de Cock Buning concludeerde dat bestaande licenties niet goed passen bij open onderzoeksdata. Ze raadde aan om IE-rechten geen obstakel te laten zijn voor delen en hergebruiken van onderzoeksdata en bepleitte een gedragscode bij onderzoeksinstituten en onderzoekers ipv een stelsel van licenties om flexibeler te zijn in de ontwikkelingen die nog steeds gaande zijn t.a.v. onderzoeksdata. Wilma Mossink ging, desalniettemin, afsluitend in op de Open Data Commons licenties die aan onderzoeksdata meegegeven kunnen worden.

Al met al een interessante middag over een onderwerp waar ik na afloop aanzienlijk meer over wist dan vooraf. Dat is voor mij het bewijs voor een geslaagd seminar en hoewel ik niet, zoals Madeleine suggereerde, de Berlin Declaration uitgeprint boven mijn bed heb hangen is het aspect open data binnen open access voor mij nu een stuk duidelijk geworden, ook om te vertellen aan anderen. Ook deze kennis moet gedeeld worden, niet waar?

@foto via RGBstock

[intranetblog] Open Access in het hoger onderwijs


Open Access. Vrije toegang. Het is het tweede onderdeel van zowel de naam als inhoud van dit weblog en ze liggen enorm in elkaars verlengde. Auteursrecht heeft echter de invalshoek van het beschermen van de rechten van de maker van een werk terwijl bij Open Access vooral gekeken wordt naar de wijze waarop iets toegankelijk en beschikbaar gemaakt wordt. Bij auteursrecht kijk ik in dit weblog ook vooral naar wat je er als gebruiker allemaal wel mee mag maar zitten daar logischerwijs wat beperkingen aan. Bij Open Access kijk ik ook nog steeds naar wat je er allemaal mee kan maar verdwijnen de auteursrechten echt niet uit beeld.

Open Access is op meerdere punten te vergelijken met iets als Creative Commons. Bij beide worden er duidelijke afspraken en licenties afgesproken en bij beide is het net zo zeer een filosofie, een houding, een principe als dat het alleen om rechten gaat.

Wat is Open Access dan eigenlijk?
Bij Open Access heb je het primair over onderzoeksresultaten en is het vooral ‘bekend’ uit de universitaire wereld. Open Access (OA) van onderzoeksresultaten is het zonder beperkingen beschikbaar stellen via internet van de resultaten (zowel publicaties als onderzoeksdata), in het bijzonder resultaten van onderzoek die met publieke middelen zijn gefinancierd.

De principes van Open Access zijn in drie verschillende declaraties neergelegd: die van Boedapest, de Bethesda Statement on Open Access Publishing en Berlijn (Berlin Declaration on Open Access to Knowledge in the Sciences and Humanities).  Deze drie declaraties verschillen op onderdelen iets van elkaar maar hebben gemeen dat:

1. Open Access-publicaties voor iedereen – onderzoekers, studenten en het algemene publiek – kosteloos toegankelijk moeten zijn en blijven;
2. Open Access-publicaties online worden gepubliceerd en in minimaal één online repository worden opgenomen;
3. de auteur van een Open Access -publicatie de gebruiker toestemming geeft om de content te mogen (her)gebruiken voor onderzoek;
4. die toestemming voor (her)gebruik twee voorwaarden heeft: er is een correcte bronvermelding en er mag geen plagiaat worden gepleegd.
5. de auteur vooraf die toestemming voor het vrije, wereldwijde en onherroepelijke gebruik moet geven via een niet-exclusieve licentie.

Voor het hoger onderwijs geldt dat in eerste instantie alle universiteiten de Berlin declaration getekend hebben. Eind vorig jaar kwamen daar ook alle HBO’s bij toen Doekle Terpstra, namens de HBO Raad, deze eveneens ondertekende. Daarmee hebben ook alle hogescholen zich achter de filosofie en uitgangspunten van Open Access geschaard om onderzoeksoutput van hogescholen beschikbaar te maken.

Hoewel Open Access mijns inziens een groot goed is, betekent dat niet dat geheel Nederland in rap tempo volgens dit principe is gaan werken. Er zijn flink veel hobbels die genomen moeten worden en overal voorkomen:

  • bij universiteiten en onderzoekers is nog veel onwetendheid over de mogelijkheden van open access;
  • er heerst een cultuur van het weggeven van alle publicatierechten door auteurs naar de traditionele uitgevers. In dat geval mogen onderzoekers dus zelf niet eens hun eigen artikelen beschikbaar maken voor de instelling waarvoor ze werken (dat is de zgn groene route in Open Access);
  • Het publiceren van artikelen in Open Access tijdschriften (dat is de zgn gouden route in Open Access) heeft minder prestige, allure en ‘smoel’ dan in de gevestigde papieren tijdschriften. Onderzoekers en lectoren worden vooral hier op beoordeeld en dat maakt het lastig die gouden route te bewandelen;
  • in het HBO is er sowieso bijna geen onderzoeks- en publiceercultuur, om van de ‘deel-cultuur’ nog maar niet te spreken. Alleen de HBO Kennisbank zou je nog onder deze noemer kunnen scharen en zelfs daar ontbreekt bij de meeste hogescholen beleid over.

Kortom, zeker voor hogescholen geldt dat met het ondertekenen van de Berlin Declaration weliswaar een eerste belangrijke stap is gezet, maar dat er nog heel wat moet gebeuren voordat Open Access ook gaat leven.

Wordt vervolgd …

Toegangscontrole octrooi

Bron: http://www.flickr.com/photos/35034358497@N01/1492362

In wat waarschijnlijk 1 van de laatste ePaper edities van het NRC was die ik voorlopig download, stond een stukje over een toegekend octrooi aan Google over de mogelijkheid variabele interfaces aan te bieden gebaseerd op een toegangscontrole. Het octrooi- en handelsmerkregister USPTO heeft Google namelijk het octrooi Variable user interface based on document access privileges toegewezen.

Dit octrooi (link naar de tekst) focust zich vooral op het bepalen van de toegang, gebaseerd op geografische locatie waardoor op basis van IP-ranges meer/minder/niks te zien is van bepaalde content. Hoewel ik het vanuit het principe wel een interessant iets vind (betere toegangscontrole en selectieve toegang bieden tot digitale informatie is ook iets wat qua licenties speelt in het hoger onderwijs), kan ik me niet echt verheugen op het feit dat de zoveelste beperking op de vrijheid van informatie op internet wordt geintroduceerd. Ik snap echter wel prima de (auteursrechtelijke) redenen erachter.

Seminar HBO en Open Access

Gistermiddag organiseerde Surffoundation samen met de hogescholen een seminar over Open Access. Centraal punt van het programma was de ondertekening van de Berlin Declaration door Doekle Terpstra namens de HBO raad en een intentieverklaring voor samenwerking tussen het hbo en de KB mbt het e-depot die getekend werd door Terpstra en Bas Savenije van de KB. Het is overigens dat 1 iemand uit het publiek vroeg of Doekle even kon voorlezen wat er uberhaupt in dat 2e document stond want anders hadden we geen van allen geweten wat hij en Savenije tekenden  ;)

Het ondertekenen van de Berlin Declaration betekent dat het HBO de intentie uitspreekt om publieke middelen gefinancierde onderzoeksresultaten vrijelijk toegankelijk te maken. Ik ben daar persoonlijk enorm voorstander van hoewel ik ook nog wel graag eventjes over de schouder naar achteren wil kijken om te voorkomen dat de focus nu alleen op onderzoeks- en lectorenpublicaties komt te liggen. Als ik kijk hoe de mentaliteit in het HBO is om uberhaupt materialen te delen met elkaar (laat staan naar buiten toe), dan mag ik hopen dat vooral aan deze cultuur-van-niet-delen gesleuteld gaat worden. Met enige weemoed denk ik terug aan initiatieven als Lorenet (repository voor het delen van digitaal lesmateriaal) waar op mijn HBO instelling maar bijster weinig animo voor te vinden was en ook met de huidige testperiode van WikiWijs konden we al constateren dat we nu tenminste nog helemaal niks in te brengen hadden daarvoor.

Ook met de HBO Kennisbank, die gisteren gelukkig als lichtend voorbeeld van OA in het HBO gebruikt werd, gaat het best lastig. Ook al doen wij zelf sinds 2006 mee, het blijft een kwestie van permanente voorlichting en communicatie & administratieve- en technische organisatie om de afstudeerverslagen van onze studenten er in te krijgen en een vanzelfsprekendheid is het lang nog niet. De HBO Kennisbank vullen met onderzoekspublicaties is een soortgelijk traject wat nu nog erg bergopwaarts verloopt en voor mij is het ondertekenen van de Berlin Declaration op zijn minst een bevestiging en aanmoediging om het nog niet op te geven!

Na het plenaire gedeelte gisteren waren er vier parallelle workshops waarbij ik zelf aanschoof bij auteursrechten en hbo. Hierin stond een vooraf verspreide notitie centraal die door het gezelschap besproken werd. Bijzonder aardig was dat de samenstelling mooi verdeeld was tussen hbo bibliotheken, lectoraatmedewerkers en juristen waardoor er ook meerdere invalshoeken meegenomen werden. De juristen waren het geloof ik niet eens met mijn eigen conclusies uit deze workshop want 1 van hen hing stellig de mening aan om als instelling geen beleid te maken over bestaande of voorzienbare grijze gebieden en knelpunten. Zelf geloof ik net zo stellig wel dat hbo’s naast de Auteurswet en CAO een eigen auteursrechtenbeleid moeten hebben om duidelijkheid te verschaffen en afspraken te maken wat de instelling zelf wil en doet met studentenpublicaties, medewerkerpublicaties (jawel, inclusief die boeken die driftig geschreven en verkocht worden) en onderzoekspublicaties.

Die meerdere invalshoeken, en het feit dat bij dit seminar de bibliotheken, de communicatieafdelingen, juristen en onderzoekers van het HBO elkaar gevonden hebben, vormde juist de meerwaarde van deze best unieke bijeenkomst. Laten we nu ook samen optrekken om die cultuurverandering tot stand te gaan brengen.

Pagina 1 of 212
  • 2006- 2013 Vakblog – werken met informatie
    Powered by WordPress // Theme: Tatami by Elmastudio
Top