Over auteursrecht, readerregeling en visueel gehandicapten in het onderwijs

Vanochtend had ik een uitgebreid gesprek met (mijn contactpersoon bij) Stichting PRO. Dat is zeker geen graag geziene gast in hoger onderwijsinstellingen  -ik geloof dat hij redelijk verrast was door het welkom dat hij kreeg- maar ondanks het feit dat er echt wel het een en ander mankeert aan de readerregeling in de praktijk, valt ook niet te ontkennen dat er veel verbeterpunten zijn aan de kant van de docenten en instellingen zelf. Het was dan ook hoog tijd om de bestaande afspraken wat aan te scherpen.

Grotendeels hetzelfde belang
Zoals bij bijna alle hoger onderwijsinstellingen heeft ook Windesheim een Auteursrechten Informatiepunt (AIP). Een plek, vanuit de onderwijsbibliotheek, waar advies gegeven wordt over hoe je in het onderwijs het beste kunt omgaan met auteursrechtelijk beschermde werken en waar docenten en medewerkers terecht kunnen voor alle soorten vragen die met auteursrecht te maken hebben. Zeker in het hbo is het ontstaan van een netwerk aan AIP’s rechtstreeks gerelateerd aan de vragen (en problemen) die instellingen hebben met de readerregeling. Deze readerregeling voorziet in een afkoopregeling voor hergebruik (overnames) van korte stukken uit boeken en tijdschriften en een aanvraagprocedure voor niet korte stukken, waar eveneens een vergoeding voor betaald moet worden.

Als AIP heb ik belang bij het bevorderen van goed en vooral correct gebruik van andermans materiaal in het onderwijsmateriaal dat door onze eigen instellingen gemaakt en gebruikt wordt. Ik ben geen auteursrechtenpolitie maar juist omdat een AIP aan een bibliotheek verbonden is vind ik het wel belangrijk dat er in onderwijs- en kennisinstellingen op zijn minst nagedacht wordt over hoe je met de kennisproducten van anderen om gaat. Stichting PRO, die de rechthebbenden vertegenwoordigt, is niet de enige die het niet OK vindt dat complete boeken gedigitaliseerd in de ELO modules geplaatst worden of dat ellenlange artikelen gebundeld worden tot een reader en zonder pardoes voorgeschreven worden aan studenten. Met die docenten wil ik zelf ook wel een praatje maken.

Vliegen vang je echter niet met azijn
Ook al delen we een doel, namelijk het goed gebruik van andermans materiaal, de route naar dit doel toe kon bijna niet meer verschillen. Onhandige, zelfs ronduit onwerkbare, procedures waarin alle overnames geregistreerd of gemeld moeten worden. Controle exemplaren van readers die uitgeprint opgestuurd moeten worden en berekeningen die rechtstreeks dateren uit het tijdperk van papieren readers en onpraktisch vertaald zijn naar de digitale leeromgevingen. Steekproef controles in die digitale leeromgevingen en lijsten met overtredingen waarna soms stevige boetes volgen. Stichting PRO neemt wel de rol van auteursrechtenpolitie op zich.

Geen bewustwordingsproces, geen mogelijkheid om te leren van fouten en geen voorlichting. Precies waar het in onderwijs om zou moeten draaien en precies waar een Auteursrechten Informatiepunt wel op wil sturen. Uitleggen waar de mogelijkheden zitten voor het onderwijs en de docenten, alternatieven aandragen en laten zien waarom de verkeerde voorbeelden ook verkeerd zijn. Dat hoef je misschien niet meteen van een organisatie als PRO te verwachten maar uiteindelijk streven zij er ook naar dat materiaal goed gebruikt wordt ipv maximaliseren van boete-inkomsten. Dat je met het zwaaien met een readerregeling in 1 hand en een boete in de andere hand dat doel niet bereikt lijkt niet door te dringen.

Maar met de readerregeling moeten we het vooralsnog doen
Gelukkig biedt de regeling ook ruimte om het anders aan te pakken. Het maken van readers was vooral handig in het papieren tijdperk om artikelen of boekhoofdstukken te bundelen als voorgeschreven achtergrondliteratuur. In een digitale leeromgeving is het helemaal niet logisch meer om artikelen te bundelen tot 1 PDF en ligt het voor de hand om de losse artikelen en hoofdstukken ook los van elkaar te gebruiken. Dat gebeurt overigens lang niet altijd -oude gewoonten slijten bijzonder traag- maar als je wel losse artikelen gebruikt binnen de grenzen van korte overnames, dan hoeft er niks gemeld en niks opgestuurd te worden.

Enfin, na het aanpassen van de afspraken als gevolg van een herschikking van ons onderwijs in domeinen bleek ook dat begin volgend jaar eindelijk een eind zou moeten komen aan het opsturen van papieren controle exemplaren -het kan dan digitaal-  zodat we tenminste de grootste irritatie uit de weg hebben dan.

Met nog een uitsmijter erbij voor de visueel gehandicapten
Niet zo zeer een irritatie maar wel een lastig probleem is de mogelijkheid die we als bibliotheek willen (en die we als onderwijsinstelling wettelijk moeten) bieden aan studenten met een visuele handicap. Slechtzienden, blinden en dyslectici die weinig kunnen met een papieren boek en deze graag volledig gedigitaliseerd willen hebben zodat ze dit met ondersteunende software alsnog kunnen gebruiken. Met braillesoftware of spraaksoftware bijvoorbeeld.

Nu is in de Auteurswet (artikel 15i) specifiek een uitzondering gemaakt hiervoor op het auteursrecht. Het is geen inbreuk op het auteursrecht van een boek (of welk werk dan ook) zolang de verveelvoudiging (digitale kopie maken) uitsluitend bestemd is voor mensen met een handicap en die verveelvoudiging ook wegens die handicap noodzakelijk is. Het inscannen van een compleet boek naar een Word of PDF document zodat braille- of spraaksoftware er mee kan werken valt daar keurig onder. Zoals voor andere uitzonderingen echter ook het geval is, moet hiervoor wel een billijke vergoeding betaald worden en dan zit je als onderwijsinstelling met het probleem dat je niet voor elk ingescand boek de rechthebbende wilt gaan opsporen.

Het leek me een uitstekend idee om ook deze vergoeding met een afkoopregeling onder de readerregeling te brengen. Er wordt geen massaal gebruik gemaakt van de mogelijkheid om hele boeken te digitaliseren want zoveel visueel gehandicapten hebben we ook weer niet, het is op basis van het laten inscannen van eigen gekochte papieren boeken (dus de uitzondering van een kopie voor eigen studie doeleinden is ook grotendeels van toepassing) en door het onder de readerregeling te brengen regel je dit allemaal ook netjes.

Stichting PRO komt daar nog bij me op terug en laat ik dus maar hopen dat in elk geval dit punt zonder al te veel rompslomp geregeld kan worden. Leuker kunnen ze auteursrechten inderdaad niet maken, gemakkelijker in de dagelijkse praktijk zou absoluut al een mooie verbetering zijn.

@ foto: Horia Varlan via photopin cc

#

Over gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal in het onderwijs: van readerregeling naar fair use

Waarom moet dit nou zo moeilijk zijn? Dat je als docent gebruik wilt maken van relevant, waardevol, zinnig en inhoudelijk materiaal van anderen ter toelichting van je eigen onderwijs. De onderwijsexceptie is er voor bedacht zelfs in de Auteurswet en er is een afkoopregeling -de readerregeling- voor in het leven geroepen zodat dit ook praktisch eenvoudig geregeld kon worden.

Alleen werkt die readerregeling niet meer.

Er was eens
De afkoopregeling maakt een onderscheid tussen korte en lange overnames waarbij korte overnames (10.000 woorden voor stukken uit boeken en 8.000 woorden voor artikelen) afgedekt zijn door die regeling en je nog steeds toestemming moet vragen als docent als je boven die grens komt. Dat was allemaal prima in de tijd waarin de regeling ontstaan is, die van de papieren reader. Ook een docent wilde om praktische redenen niet met papieren readers van 300 pagina’s voor de dag komen en je keek dus wel uit om te lange overnames te gebruiken. Daar had je alleen maar last van.

Maar die restrictie verdween als één van de grootste voordelen van de overgang van onderwijsmateriaal op papier naar de digitale leeromgevingen. Een docent kon en wilde ook gebruik maken van de mogelijkheden die digitaal materiaal met zich meebrengt. Meer inhoudelijk achtergrondmateriaal bij het onderwijs voor de student, betere kwaliteit en vooral niet meer beperkt zijn tot korte samenvattingen terwijl je eigenlijk het hele epistel mee wilt geven aan studenten.

Onder druk van de handhaving van de bestaande afkoopregeling door Stichting PRO waarbij er in digitale leeromgevingen wordt gecontroleerd of gebruikt materiaal wel netjes onder de grens van de korte overnames blijft, of lange overnames wel gemeld zijn en waar het onderwijs door hoepels moet springen om het allemaal maar ‘correct’ te doen, is het hele DOEL van waarom het onderwijs andermans materiaal gebruikt op de achtergrond geraakt. Vanuit de onderwijsbibliotheken hameren we op zoveel mogelijk gebruik van materiaal waar al toestemming gegeven is middels (Creative Commons) licenties of wat als Open Access beschikbaar is. We wijzen op zoveel mogelijk linken naar bronnen elders omdat hierop niet de readerregeling van toepassing is en verzuchten, samen met de docenten, dat als je dan toch auteursrechtelijk beschermd materiaal overneemt je zorg draagt dat het een korte overname is.

Het moet anders
Zo’n beetje het hele onderwijs is de administratieve en bureaucratische rompslomp beu die gepaard gaat met het gebruik van andermans materiaal ter toelichting van je eigen onderwijs. Iets dat een groot goed zou moeten zijn in het onderwijs, namelijk voortbouwen op bestaande kennis en inzichten zodat de kwaliteit van het onderwijs en de afgeleverde studenten verbeterd wordt, wordt belemmerd. De uitdaging van docenten is niet het vinden en inzetten van geschikt materiaal dat het beste bij hun lessen past maar DAT materiaal gebruiken waarbij ze geen gedoe krijgen met formulieren, Stichting PRO webportals en torenhoge boetes.

En dat ligt dus niet aan de Auteurswet.

De andere kant
Je hoort steeds meer gemopper over dat de Auteurswet niet meer voldoet. Of onbegrip over waarom onderwijsinstellingen een afkoopregeling hebben die haaks lijkt te staan op de doelstellingen van Open Access en het zelf vrijelijk beschikbaar stellen van leermiddelen. En hoorcolleges als het aan de Piratenpartij ligt. En als we het dan toch over de Piratenpartij hebben, die vinden misschien intellectueel eigendom een overgewaardeerd begrip en zijn voorstander van vrij en gratis gebruik van alles wat met het onderwijs te maken heeft, maar hoe graag ik daar ook achter zou willen staan … het schiet door naar de verkeerde kant.

Intellectueel eigendom is geen vies begrip. Er is het een en ander verouderd in de dekking van de Auteurswet maar met het fundamentele idee, zoals in artikel 1 staat verwoord, dat je als maker van een werk het recht hebt te bepalen hoe je dat openbaar maakt en verspreidt, daar is helemaal niks mis mee. Als jij iets maakt dan ben jij de eigenaar van dat werk. Zo simpel is het. De Auteurswet voorziet in een groot aantal beperkingen op dat recht van de maker en voor het onderwijs staat die er zelfs al in. En die staat er in omdat het belang om geschikt en relevant materiaal te gebruiken ter toelichting van dat onderwijs niet te veel moest conflicteren met het recht van de maker. Onderwijsinstellingen zijn zelf ook kennis producerende instellingen en hebben ook als makers weer belangen (en rechten) waarmee de cirkel rond zou moeten zijn.

Nee, aan de uitgangspunten hoeft niet getornd te worden maar aan de uitwerking van die onderwijsexceptie, daar kun je wel wat aan verbeteren.

Hoe dan wel?
Het Amerikaanse recht kent een zogeheten fair use bepaling. Kort gezegd is dat een beperking in hun Auteurswet die het mogelijk maakt om gebruik te maken van auteursrechtelijk beschermd materiaal voor bepaalde doeleinden. Zoals nieuwsberichten, onderwijs, onderzoek en archivering door bibliotheken. Een ruimere regeling die echter ook onderhevig is aan permanente discussies (en rompslomp) over wat wel of niet onder de noemer fair use valt. Voor de Nederlandse situatie zou je kunnen volstaan door een ruimere interpretatie en uitwerking te geven aan de onderwijsexceptie waardoor die iets meer op fair use gaat lijken. Redelijkerwijs mogen gebruiken van andermans materiaal. Gewoon onder dezelfde voorwaarden die nu ook al genoemd staan in de Auteurswet: met naamsvermelding en met betalen van een billijke vergoeding. Vrijelijk gebruik en gratis gebruik zijn twee verschillende dingen immers.

Verruim de afkoopregeling nou gewoon en laat het Nederlands Uitgeversverbond (de rechthebbende partij in Nederland) een brede licentie afgeven voor gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal in het onderwijs. Zolang dat maar ter toelichting van dat onderwijs gebeurt. Ongeacht of het om tekst of beeldmateriaal gaat. Ongeacht of het korte of lange overnames zijn.

Veel van het gebruikte materiaal zal er technisch niet eens onder vallen. Dat zijn links naar bronnen elders op internet, dat zijn teksten waar een Creative Commons licentie op zit, dat zijn zelfgeschreven boeken of artikelen uit duurbetaalde licenties met buitenlandse uitgevers. Maar het doel van een afkoopregeling is nou net om niet door hoepels te moeten dansen om uit te zoeken wat wel of wat niet gebruikt kan worden. Die afkoopregeling zou moeten zorgen dat je als docent kunt focussen op het geven van goed onderwijs met kwalitatief materiaal ter toelichting ervan. Daar mag en moet een redelijk bedrag voor betaald worden. Daar moet keurig de naamsvermelding bij gegeven worden. Zodat IEDEREEN er wat mee opschiet.

Het is niet meer dan redelijk.

#

Foto’s en de Readerovereenkomst HBO

Ik krijg regelmatig vragen van collega’s binnen de onderwijsinstelling waar ik werk over het gebruik van foto’s. Dit gaat vooral over het gebruik van foto’s op websites of (persoonlijke) blogs en hoewel zo’n vraag steevast begint met ‘Het is een ingewikkelde kwestie …’ is dat niet het geval. Als je foto’s (her)publiceert op een site of blog dan valt dat gewoon onder het auteursrecht en heb je toestemming van de rechthebbende nodig. Je kunt het jezelf makkelijker maken door gebruik te maken van -gratis of betaalde- stockfotosites met een licentie waarbij hergebruik toegestaan is. De foto’s op mijn blog zijn daar goede voorbeelden van. Je kunt ook gebruik maken van Flickr en dan foto’s selecteren die onder een Creative Commons licentie te gebruiken zijn of natuurlijk zelf je eigen foto’s maken en die gebruiken.

Vandaag kreeg ik weer zo’n vraag binnen en dat ging over het persoonlijke blog van 1 van onze medewerkers. Die had foto’s gebruikt van een fotosite middels hotlinken en niet alleen is dat niet heel netjes, het is ook enorm eenvoudig te traceren door de rechthebbende fotograaf. Een pittige factuur volgde dan ook prompt en de medewerker kwam informeren of dit niet gewoon onder linken viel. Helaas niet dus en nee, het viel ook niet onder een onderwijsgebruik want dat geldt nu eenmaal niet voor persoonlijke blogs.

Dat bracht me wel gelijk bij een vervolgvraag, namelijk of auteursrechtelijk beschermde foto’s onder de Readerovereenkomst (PDF) vallen die de hbo instellingen met Stichting PRO afgesloten hebben. Een vraag waar ik niet gelijk antwoord op had want hoewel daar in de overeenkomst wel iets over is opgenomen gaat het in de praktijk, omdat de regeling nog steeds van het fenomeen readers uitgaat, om foto’s die bijvoorbeeld bij of in artikelen zijn opgenomen. Die tellen dan ook voor 200 woorden per stuk mee en dat verrekent Stichting PRO zelf met Pictoright, die in Nederland de belangen van o.a. fotografen vertegenwoordigt.

Echter kwam ik in de toelichting de volgende passage tegen:

Ook voor foto’s en tekeningen geldt krachtens artikel 16 lid 2 Auteurswet dat deze als kort werk voor hetzelfde doel en onder dezelfde voorwaarden geheel mogen worden overgenomen. Op grond van artikel 16 lid 3 Auteurswet geldt daarbij dat voor het overnemen in een reader van dezelfde maker (fotograaf, tekenaar of beeldend kunstenaar) niet meer mag worden overgenomen dan enkele van zijn werken. Om vast te stellen of een overname een kort gedeelte is, worden de foto’s en tekeningen tevens meegenomen in de berekening van het aantal woorden. De foto of tekening wordt geacht de omvang te hebben van 200 woorden, respectievelijk een halve pagina. Net zoals bij grafieken geldt dat, in geval uitsluitend foto’s of tekeningen uit een uitgave worden overgenomen, iedere overgenomen foto of tekening wordt berekend als 200 woorden, respectievelijk een halve pagina.

Dit zou je eenvoudig kunnen interpreteren als toestemming om in je digitale leeromgeving auteursrechtelijk beschermde foto’s te gebruiken en deze op te geven als korte overname  maar dat is mijns inziens toch een stuk weerbarstiger in de praktijk. Tenzij je elke foto individueel opgeeft voorziet de meldingsprocedure niet in een bundeling van die foto’s die als een ‘reader’ kwalificeert. Als er al foto’s gebruikt worden in het onderwijs en de leeromgevingen, dan zullen die vooral in Powerpoint presentaties verwerkt zijn en ook die worden (god zij dank) niet als een reader beschouwt. Moet je eens voorstellen dat je behalve overnames uit boeken en tijdschriften ook nog elke Powerpoint presentatie die gebruik maakt van foto’s en afbeeldingen zou moeten aanmelden bij Stichting PRO.

Nee, dan houd ik mijn eigen interpretatie aan als werkwijze. Natuurlijk, als je artikelen of delen uit boeken overneemt waar foto’s in staan, dan moet je ze meetellen voor de overnamemelding. Maar als je foto’s wilt gebruiken, in onderwijsmateriaal, presentaties of los in je ELO module, ga er dan van uit dat die foto’s onder de auteurswet vallen en dat je gewoon toestemming nodig hebt om ze te gebruiken. Of maak dus gebruik van stockfotosites, foto’s onder een Creative Commons licentie of zelfgemaakte foto’s. Dan zit je sowieso goed.

@ foto via RGBstock

#

Hoe dan wel om te gaan met auteursrechten in de digitale leeromgeving

Ook al was de vorige post, en presentatie, niet bedoeld om met oplossingen te komen hoe het onderwijs, de individuele docent, wel verantwoord kan omgaan met auteursrechtelijk beschermd materiaal, toch kreeg ik enkele reacties via mail die precies die vraag stelden. Nou, daar heb ik best wel ideeën bij.

Enerzijds is de basis, en dat is waar ik alle praatjes over auteursrecht mee begin, dat je toestemming nodig hebt om materiaal van anderen te gebruiken in je eigen onderwijs. Die toestemming kan meerdere vormen hebben, van instemming door de auteursrechthebbende(n) tot licenties van uitgevers en Creative Commons licenties. Anderzijds maakt je hbo instelling al gebruik van de readerovereenkomst en zijn korte overnames afgekocht. Zolang je dus binnen die grenzen van korte overnames blijft is er ook geen probleem. Ook kun je het probleem omzeilen door eenvoudigweg de content zelf niet op te nemen in je digitale leeromgeving maar er naar te linken.

In een lijstje zouden de tips er zo uit kunnen zien:

  1. Link naar digitale content vanuit je digitale leeromgeving.
    Links zijn geen openbaarmakingen of verveelvoudigingen en je maakt dus geen inbreuk op de rechten van een ander. Het valt daarmee ook niet onder de Readerovereenkomst en dus is het probleem ‘opgelost’. Het vereist wel zorgvuldigheid van een docent. De links moeten stabiel zijn (niet van de 1 op andere dag veranderen, correct zijn (dus geen sessieid’s bevatten of andere zaken die links al snel niet meer laten werken), bij voorkeur permalinks of persistent links zijn en je moet ook controleren of die links werken buiten de muren van je eigen instelling. Niets is vervelender als een digitale leeromgeving die vanaf thuis te raadplegen is maar met een link die dat niet is;
  2. Maak gebruik van zelfgeschreven onderwijsmateriaal
    Stichting PRO meldt zelf in een bijlage van de readerovereenkomst dat door docenten zelf ontwikkeld materiaal buiten de overeenkomst valt. Logisch want onderwijsmateriaal dat je helemaal zelf geschreven hebt (en dan bedoel ik dus alles zelf geschreven), daar ben je als docent zelf de auteursrechthebbende van;
  3. Gebruik alleen korte overnames conform de Readerovereenkomst
    Mijdt langere overnames en blijf binnen de grenzen van korte overnames. Bij niet literaire werken gaat het om maximaal 10.000 woorden tot een maximum van 1/3 van het gehele werk. Bij tijdschriften en andere periodieken om maximaal 8.000 woorden tot een maximum van 1/3 van het tijdschriftnummer. Literaire werken zijn beperkt tot 100 regels poëzie of 2500 woorden proza tot een maximum van 1/10 van het gehele werk. En maximaal 25 grafieken, tabellen of foto’s waarbij 1 grafiek, tabel of foto voor 200 woorden meetelt;
  4. Gebruik bronnen en content waar al vooraf toestemming is gegeven voor hergebruik
    Licenties dus. Een beetje afhankelijk wat je precies doet met de content zijn de meerderheid van de Creative Commons licenties geschikt voor gebruik in de leeromgeving. Let daar wel op dat dit met eigen spelregels komt zoals de verplichte naamsvermelding. Ook zijn de meeste Open Access bronnen en open leermaterialen voorzien van een Creative Commons licentie. Licenties -met bijbehorende voorwaarden- spelen een rol bij betaalde databanken waar de bibliotheken van je instelling over beschikt maar ook bij teksten en foto’s die je op het internet vindt. Ga er niet vanuit dat ze vrijelijk te gebruiken zijn maar zoek naar de voorwaarden of licentie die de maker van een site hanteert als je die content wilt hergebruiken. Het geldt bijvoorbeeld voor de afbeelding bovenaan deze post: de licentie stelt dat ik deze mag gebruiken mits ik een vermelding daarvan maak (onderaan de post). Kun je een dergelijke licentie of voorwaarden niet vinden? Ga er dan gerust van uit dat je het niet mag/kunt gebruiken in je onderwijs!;
  5. Gebruik content waar geen auteursrechten op rusten
    Het is een relatief kleine categorie maar soms is content niet auteursrechtelijk beschermd. Wetteksten zijn bijvoorbeeld vrij van auteursrechten en dat geldt ook voor boeken die in het publieke domein zitten omdat de auteurs langer dan 70 jaar overleden zijn. Eén van de dingen waar je die materialen in het publieke domein aan kunt herkennen is de CC0 (cc-Zero) verklaring van Creative Commons. Dit is geen licentie maar een verklaring dat iemand afstand gedaan heeft van zijn auteursrechten.

Hoe dan ook, het betekent dat je als docent toch iets meer moet weten van wanneer je content wel of niet kan gebruiken. De mogelijkheid om langere overnames te gebruiken blijft natuurlijk altijd bestaan maar die moet wel gemeld (en betaald) worden. Met wat zorgvuldigheid en bovenal bereidwilligheid om te kijken of er afspraken te maken zijn voor gebruik van andermans content in je onderwijs kom je een heel eind.

 @ Bepaalde afbeeldingen en/of foto’s op deze pagina zijn het auteursrechtelijk eigendom van 123RF Limited, zijn leveranciers, of zijn gelicenceerde Partners en worden met toestemming onder licentie gebruikt. Deze afbeeldingen of foto’s mogen niet worden gekopieerd of gedownload zonder toestemming van 123RF Limited.

#

Auteursrechten in de digitale leeromgeving

Ik houd me al een tijd bezig met dit onderwerp maar gisterochtend mocht ik het managementteam van onze dienst Informatievoorziening en Administraties bijpraten over de kwesties die spelen rondom auteursrechten in de digitale leeromgeving. Specifiek gaat dat om de problemen met het controleren en handhaven van de Readerovereenkomst die de HBO-raad met Stichting PRO heeft gesloten.

Die overeenkomst voldeed prima toen we in onze hbo instelling (alleen) gebruik maakten van papieren readers. Docenten moesten de readers aanvragen, invullen welke artikelen of delen uit boeken men wilde gebruiken voor de reader en hierdoor was het snel inzichtelijk of en hoeveel er afgedragen moest worden aan Stichting PRO. In een tijdperk waarin docenten hun Blackboardmodules (dat is de digitale leeromgeving waarmee we werken) zelf beheren en vullen met teksten uit tijdschriften, online journals, databanken van het Mediacentrum of ‘gewoon van het internet’ is er feitelijk geen controle meer mogelijk op wat er door docenten gebruikt wordt als onderwijsmateriaal.

Natuurlijk moet het zo zijn dat hiervoor een billijke vergoeding betaald wordt. De huidige Readerovereenkomst echter schakelt een Blackboard module gelijk aan een reader, het aantal studenten dat toegang heeft wordt als oplage bestempeld en Stichting PRO controleert -steekproefsgewijs- in alle modules of er overnames worden gebruikt die niet zijn gemeld. Vanuit het perspectief van een collectieve beheerorganisatie als Stichting PRO is dat enigzins logisch, voor een onderwijsinstelling is dit echter volledig onwerkbaar. Docenten zijn zich niet of nauwelijks bewust van deze materie, wensen zich daar (terecht) ook niet in te verdiepen maar zijn wel als enigen eindverantwoordelijk voor de inhoud van een module. Bewustzijn wordt wel zoveel mogelijk gecreëerd door initiatieven als de Auteursrechten Informatiepunten maar het blijft dweilen met de kraan open.

In gesprekken met Stichting PRO werd vorig jaar duidelijk dat er relatief weinig belang wordt gehecht aan het zoeken naar een werkwijze, een andere invulling van de bestaande overeenkomst, die aan twee kanten meer resultaat oplevert. Ook het onderwijs is gebaat bij een beter besef van verantwoord omgaan met auteursrechtelijk beschermd materiaal. Hoe kunnen we als kennisinstituten niet stelling nemen om verantwoord met de kennisproducten van anderen om te gaan? Daar mag en kan een Stichting PRO ook een rol in spelen en zo kan het mes aan twee kanten snijden. Helaas lijkt de Stichting PRO meer heil te zien in het afdwingen van de gemaakte afspraken in de overeenkomst die nog tot 2015 van kracht is.

Het dwingt ons als hbo instelling om te blijven dweilen met de kraan open waarbij niet de wens om verantwoord om te gaan met auteursrechtelijk beschermde werken leidend is maar de angst voor controles en boetes. Met dat soort risico’s gaan instellingen eenduidig om: sturen op preventie. Dus zo min mogelijk gebruik maken van andermans content en linken naar externe content zijn daar gevolgen van. In een wat uitgebreidere nota heb ik die risico’s in kaart gebracht en vooral gepoogd met oplossingen en adviezen te komen voor specifiek onze situatie. Het gaat me te ver om die te delen via mijn blog maar ik heb een kleine presentatie gemaakt waarmee ik in 15 minuten wat achtergronden heb pogen te geven. Voor mezelf een goede oefening om een best complex onderwerp zo eenvoudig pogen te vertellen.

Afbeelding © Kentoh / Stockfresh

#

Open leermiddelen en de Readerregeling

Afgelopen week kreeg ik een vraag via de mail van een docent die zijn lesmateriaal graag online wil zetten. Vanuit een ideaal van kennisdeling wilde hij zijn leermiddelen als open educational resources beschikbaar stellen maar liep hij tegen de beperkingen van Stichting PRO en de readerregeling aan. Deze stelt dat materiaal alleen aan studenten beschikbaar gemaakt mag worden en dus vroeg de docent naar de definitie van student in die regeling en of daar ruimte in zat om een oplossing te vinden teneinde zijn leermiddelen vrijelijk beschikbaar te maken. Hieronder volgt mijn antwoord, lichtelijk bewerkt om het iets algemener te maken.

Als je bij het ontwikkelen van leermiddelen gebruik hebt gemaakt van auteursrechtelijk beschermd (tekst) materiaal -of het nou korte of lange overnames zijn- dan heeft er een afdracht plaatsgevonden conform de readerregeling van Stichting PRO. PRO, en daarmee de readerregeling, regelt de uitvoering (en invulling qua procedure) van artikel 16 van de Auteurswet, de zogeheten onderwijsexceptie. Die stelt dat geen toestemming nodig is van auteursrechthebbenden, mits dit voor onderwijsdoelstellingen is en mits er een billijke vergoeding betaald wordt. De readerregeling kent een lange reeks bepalingen en definities die echter allemaal uitwerkingen zijn van het basisidee dat het om leermiddelen gaat ten behoeve van het gegeven onderwijs in een onderwijsinstelling.

Op het moment dat leermiddelen niet (alleen) meer beschikbaar gesteld worden aan studenten -waar ik geen definitie van kan vinden maar waar ik toch wel de inhoud van mijn portemonnee om durf te verwedden dat dit eenvoudig opgevat wordt als alle (of een selectie van de) bij de eigen onderwijsinstelling ingeschreven studenten-  maar ook openbaar gemaakt wordt buiten de eigen instelling aan een doelgroep die niet de eigen studentenpopulatie is, dan geldt eenvoudigweg die onderwijsexceptie niet meer. Wat de precieze definitie van een student is wordt daarmee ook een irrelevante discussie.

Bij open educational resources, wat de benaming is van vrijelijk beschikbare, met de maatschappij gedeelde leermiddelen, wil je ook dat het echt open is. Dat het (her)gebruikt kan worden want wat heb je anders aan kennis die met je gedeeld wordt? Vanuit bijv. WikiWijs maar ook Nederlandse en Amerikaanse universiteiten, die er een punt van maken leermiddelen vrijelijk beschikbaar te maken, worden daarom ook Creative Commons licenties gebruikt zodat hergebruikers weten wat ze wel en niet mogen met deze leermiddelen. Echter, een CC licentie kan alleen maar worden afgegeven door de auteursrechthebbende van de leermiddelen: je kunt alleen maar toestemming geven voor gebruik als je zelf de rechthebbende bent. In jouw voorbeeld ben je dus niet de rechthebbende van je lesmateriaal want je hebt materiaal van anderen gebruikt. Voor onderwijsdoeleinden heb je daar toestemming voor conform de onderwijsexceptie maar die heb je niet om deze verder openbaar te maken en te verspreiden. Rechten die je niet hebt kun je vervolgens ook niet vrijgeven aan potentiele hergebruikers van je lesmateriaal. Aangezien er geen exceptie van toepassing is, gelden de reguliere bepalingen van de Auteurswet en dat betekent dat je apart en specifiek toestemming van rechthebbenden moet verkrijgen voor dit gebruik als open educational resource. Dat kan dus gelden als je voor je lesmateriaal gebruik hebt gemaakt van teksten uit databanklicenties waarover de hogeschool beschikt -ook hierbij zal voor de meerderheid gelden dat gebruik binnen het onderwijs toegestaan is maar daarbuiten niet- maar ook voor al het materiaal waarvoor je afdracht aan PRO hebt betaald onder de Readerregeling. Je zult dus opnieuw toestemming moeten regelen voor al het gebruikte materiaal voor dit specifieke gebruik.

Ga ik nog even een stap verder en dan kom ik ook nog bij het feit dat je per definitie als docent niet eens de auteursrechthebbende bent van je ontwikkeld lesmateriaal; dat is je hogeschool namelijk. Daar is zowel de Auteurswet (artikel 7) als de CAO voor het hbo glashelder in. Ook je eigen instelling zou bezwaar kunnen maken tegen de openbaarmaking van je lesmateriaal, ook al zou je de rechten geregeld hebben van materiaal dat je zelf daarin hergebruikt hebt. Mijn ervaring is dat hogescholen niets doen met dit recht maar ze hebben dit recht wel degelijk, al staat dit eigenlijk haaks op de geuite wens om een open access, kennisdelende instelling te zijn.

Dat wil echter niet zeggen dat je het niet moet of kan doen. Mijn suggestie zou zijn om het binnen je hogeschool na te vragen (er is hoogstwaarschijnlijk niks geregeld op dit gebied) en simpelweg schriftelijk toestemming vragen van je eigen leidinggevende als je het netjes wilt regelen. Het kan ook een goed startschot zijn om de discussie eens op te starten over de mate waarin kennis daadwerkelijk gedeeld wordt.
T.a.v. in je lesmateriaal hergebruikt materiaal van anderen heb je de keuze om ofwel bij uitgevers/auteurs toestemming te vragen voor gebruik van hun teksten in je lesmateriaal dat je publiekelijk beschikbaar wilt maken danwel die ‘problematische’ teksten te schrappen en te vervangen door zelfgeschreven teksten of materiaal dat zelf al met een Creative Commons licentie kwam die hergebruik mogelijk maakt (let daar wel op de naamsvermelding eis). Op die manier kun je het dan zonder problemen online zetten voor anderen.

Ruim 2 jaar geleden is er een onderzoek geweest naar precies dit onderwerp: auteursrecht bij open leermiddelen en dat rapport geeft bijzonder helder alle aspecten en invalshoeken weer en, als het goed is, zou mijn antwoord daar ook mee moeten overeenstemmen. Je vindt daar ook meer informatie (op pagina’s 14 en 15) over de niet-toepasbaarheid van de Readerregeling bij open leermiddelen.

@afbeelding via Wikimedia Commons

De readerregeling in het digitale tijdperk: links en licenties

Nou had ik keurig een post-it naast me liggen toen ik de vorige blogpost schreef waarin bovenaan stond dat ik het over linken naar content wilde hebben maar op de 1 of andere manier is het volledig buiten beeld gebleven. Dat weerhield Bert er niet van om daar gelijk een opmerking over te plaatsen en Judith deed hetzelfde. Zij legde ook nog even de nadruk op een detail dat ik eigenlijk expres had overgeslagen in de post zelf maar dat, achteraf gezien, wel gewoon door mij gemeld had moeten worden. De meerwaarde van feedback zullen we maar zeggen en een goede reden om toch nog een aanvulling te schrijven op de vorige post. Ik ga de punten stuk voor stuk even af.

Linken naar content
Zoals zowel Bert als Judith opmerken is er 1 werkwijze die niet alleen met afstand het minste werk oplevert voor een docent maar die ook volledig vrijgesteld is van de voorwaarden in de readerregeling: het simpelweg linken naar digitale content elders. In plaats van een digitale reader samen te stellen met de daadwerkelijke artikelen erin kun je, zeker in een digitale leeromgeving, eenvoudig links aanbrengen naar die content waar je naar wilt verwijzen. Dat kan een internetbron zijn, dat kan een Open Access tijdschriftartikel zijn, dat kan een artikel zijn uit een databank maar kan zelfs een link zijn naar auteursrechtelijk beschermde materialen zijn die onrechtmatig op internet te vinden zijn. Hyperlinks zijn geen openbaarmaking en maken geen deel uit van de werken die in artikel 16 AW benoemd worden.

Het nadeel van linken naar content is dat je je bewust moet zijn van de toegankelijkheid en houdbaarheid van de link zelf. Als je verwijst naar een internetbron, kan het zijn dat deze volgende week verdwenen is of een andere url gekregen heeft. Links naar artikelen in databanken zijn vaak persistent maar hebben meestal restricties qua toegang. In de meeste gevallen zullen de studenten van de instelling automatisch ook toegang hebben maar dat hoeft niet perse zo te zijn. Het is in elk geval een aandachtspunt om niet simpelweg een gevonden url te gebruiken als link in je module.

Gebruik van content uit licenties (databanken)
In de vorige post zei ik dat je ook gebruik kan maken van databanken waar je instelling over beschikt. Dat klopt ook maar zoals Judith terecht constateerde bevat de readerregeling een passage over dit specifieke gebruik: “Instellingen sluiten ook licenties af met uitgevers of andere leveranciers van auteursrechtelijk beschermd materiaal. In sommige gevallen mag de instelling dit materiaal ook opnemen in readers. Let op, dit moet expliciet worden gemeld in de licentievoorwaarden. Indien dit het geval is, is er al een redelijke vergoeding betaald aan de rechthebbenden en hoeft er niet nogmaals aan Stichting PRO een bedrag worden afgedragen voor deze overname. Om vast te kunnen stellen dat er een licentieovereenkomst is afgesloten, dient een kopie van de licentie bij de reader worden toegevoegd (het is niet nodig om de gehele licentie mee te sturen, alleen dat deel waaruit blijkt dat het materiaal in readers mag worden opgenomen)” Mijn persoonlijke mening is dat een onwerkbare en onredelijke voorwaarde is. Ik ben zelf verantwoordelijk voor de licenties van de databanken bij mijn instelling en zelfs ik heb die licentieteksten niet paraat. Het legt daarbij ook nog de bewijslast van de uitzondering bij de docent neer terwijl ik van mening ben dat als artikel 16 AW niet geldt, de readerregeling dus ook niet van toepassing is. Naast content uit licenties geldt dit ook bijv. voor internetbronnen of open access tijdschriftartikelen waar een (relevante) Creative Commons bij hoort en je kunt toch ook moeilijk een setje uitgeprinte CC licentieteksten gaan meesturen.

Maar goed, als je je aan de readerregeling moet houden, dan moet je dit kennelijk wel doen. Ook al zou ik het weigeren te doen …

Overzicht licenties waaruit content gebruikt mag worden in course packs
Judith vroeg ook of er een overzicht is van licenties waarin specifiek toegestaan is dat je content mag gebruiken in ELO modules. Zo’n overzicht ken ik niet maar dat wil niet zeggen dat die niet te maken is natuurlijk. Een aardig deel van de licenties bij bibliotheken van onderwijsinstellingen worden afgesloten via SURFdiensten. In de mantelovereenkomst die gesloten wordt met een uitgever, wordt standaard het kopje kopieerrecht meegenomen waarin afspraken gemaakt worden over zowel mogelijkheden voor (verstrekking van) IBL als het opnemen van artikelen in (digitale) course-packs. Als ik dan even het lijstje met content licenties doorneem kom ik uit op de volgende licenties waarbij dat laatste expliciet toegestaan is:

  • Academic Search Elite/Premium
  • Keesings Historisch Archief
  • Kluwer Navigator
  • Lexis Nexis Newsportal
  • Science Direct
  • Wiley content
  • Springer
  • Rechtsorde

Ik heb 1 licentie gevonden waarbij het expliciet niet toegestaan is:

  • JSTOR

Bovenstaande lijst zal ik tzt aanvullen maar mocht je zelf aanvullingen hebben, laat het me weten. Dat geldt trouwens ook als je ervaring hebt met het opgeven van overnames van content uit ofwel databanken of waar via een Creative Commons licentie hergebruik toegestaan is, aan Stichting PRO. Ik ben daar best benieuwd naar.

[intranetblog] De readerregeling in het digitale tijdperk: maak gebruik van de goede content!

Vorige maand beschreef ik eerst hoe het met de papieren readers allemaal geregeld is in de readerregeling en twee weken geleden ging ik in op hoe deze regeling gebruikt wordt met digitale artikelen en boeken. In deze voorlopig laatste post over dit onderwerp laat ik de regeling helemaal los en ga ik het hebben over de opties die je hebt om Stichting PRO volledig buiten beeld te laten met readerregeling en al.

De Stichting PRO, is een voorbeeld van een collectieve beheerorganisatie die er voor zorgdraagt dat de betalingen van de in artikel 16 Auteurswet bedoelde vergoedingen, collectief geïnd worden. Artikel 16 beschrijft namelijk de onderwijsuitzondering en stelt dat het overnemen van (korte) werken of korte gedeelten van werken toegestaan is ter toelichting van het onderwijs. De readerregeling geeft hier invulling aan en werkt dit op detailniveau uit voor het hbo.

Daarmee gaat de gehele regeling dus uit van werken die onder de bescherming vallen van de Auteurswet. Maar wat als de auteur of uitgever expliciet aangegeven heeft dat je zijn werken mag hergebruiken, bijvoorbeeld via de eerder besproken Creative Commons licentie? Ook staan overeenkomsten met databankleveranciers soms toe dat de inhoud van die databanken voor onderwijsdoeleinden gebruikt mag worden. Dan kunnen dan bijvoorbeeld nog steeds auteursrechtelijk beschermde artikelen zijn maar omdat toestemming is gegeven via een licentieovereenkomst, mag je deze vrijelijk in Blackboard of je reader gebruiken zonder dat de readerregeling of Stichting PRO in beeld komt. Contractrecht (waar deze overeenkomsten onder vallen) weegt zwaarder dan de Auteurswet.

Dat betekent dus feitelijk dat je een keuze hebt als je digitaal materiaal in je Blackboard omgeving of digitale reader wilt opnemen. De weg van de ogenschijnlijk minste weerstand, waarin je (snel) artikelen en ebooks bij elkaar verzamelt en dit doorgeeft aan stichting PRO. Of de weg waarin je kijkt naar, en selecteert op, wat de auteur of uitgever je toestaat bij een specifiek artikel of ebook. Zoeken naar materiaal op Wikiwijs bijvoorbeeld, voorzien van een Creative Commons licentie of materiaal in een databank waar de rechten al voor geregeld zijn. Geen van deze typen materialen vallen onder de readerregeling.

Windesheim beschikt, via het Mediacentrum, over een groot aantal databanken met digitale informatie in de vorm van artikelen, ebooks en videomateriaal. Hoewel het niet voor alle geldt, is het voor het merendeel van deze databanken toegestaan de content te gebruiken in de digitale leeromgeving. Een mooi voorbeeld is Lexis Nexis Newsportal, een databank waarin nieuwsartikelen uit alle landelijke en regionale dagbladen zijn opgenomen, aangevuld met een groot aantal buitenlandse kranten. Ook al zijn de artikelen zelf allemaal auteursrechtelijk beschermd en zou je bij opname van de oorspronkelijke papieren versie in een reader dit moeten opgeven bij stichting PRO, het opnemen van artikelen in (digitale) coursepacks is specifiek toegestaan bij Lexis Nexis. Je hoeft dus niets op te geven bij stichting PRO als je het digitale artikel uit deze databank in je Blackboard module zet.

Eigenlijk is dat toch de weg van de minste weerstand? Je kunt veel werk besparen door even goed van te voren na te denken welk materiaal behalve inhoudelijk, ook qua mogelijkheden t.a.v. gebruik, het meest geschikt is.

[intranetblog] De readerregeling in het digitale tijdperk: Stichting PRO en Blackboard

Dat het voor gebruik van (hoofdstukken uit) boeken en artikelen in papieren readers allemaal wel goed geregeld is, meldde ik al in een vorige blogpost. Nou zijn readers/syllabi op papier hard op weg om de dodo achterna te gaan en moet je tegenwoordig toch wel redelijk je best doen om er nog eentje in het wild te vinden. Een reader op papier dan, niet een dodo natuurlijk.

Alles digitaal
Al heel veel jaren worden, met name tijdschriftartikelen, digitaal aangeboden door de uitgevers. Via de websites van de tijdschriften of, nog veel makkelijker, in grote databanken waar duizenden ejournals in opgenomen zijn. Ook binnen Windesheim beschikken we via het Mediacentrum over vele duizenden digitale tijdschriften en het is dan ook wel logisch dat deze artikelen gebruikt worden.

Ook de reader zelf is gedigitaliseerd. Enerzijds wordt een reader als digitaal bestand aangeboden (PDF) en kan een student kiezen om het digitaal te lezen of zelf uit te prunten, anderzijds verdwijnt het hele fenomeen reader en wordt relevant achtergrondmateriaal in Blackboard modules geplaatst. Digitaal natuurlijk.

Vooral bij dat laatste, het gebruik van digitaal materiaal in een digitale leeromgeving, ontstaat er natuurlijk een probleem met de klassieke readerregeling. Je kunt een Blackboard module niet als een reader beschouwen, laat staan dat je een kopie van de ‘reader’ kunt opsturen naar stichting PRO om aan te tonen welk gebruik je precies gemaakt hebt. Jarenlang is er een groot grijs gebied geweest terwijl langzaam de oude reader verdween en het gebruik van materiaal in Blackboard toenam. Jarenlang zat PRO te bedenken en te verkennen hoe zij om moest gaan met deze ontwikkelingen.

En nu?
Een innovatieve nieuwe regeling, die recht doet aan de fundamenteel andere wereld van digitalisering, nee, die kwam er niet. PRO heeft er voor gekozen om de bestaande regeling feitelijk wat op te rekken vanuit het (wel terechte overigens) idee dat er geen wettelijk onderscheid is tussen papier en digitaal als het gaat om gebruiksvoorwaarden. Beide vallen namelijk binnen de onderwijsexceptie in de auteurswet, zoals trouwe lezers van dit blog natuurlijk al lang weten.

Voor de digitale readers hanteert stichting PRO de definitie van 1 digitaal bestand waarin twee of meer artikelen zijn opgenomen. Ze noemen zelf als voorbeeld één PDF bestand met daarin verschillende gescande artikelen. Deze moeten trouwens doodleuk in papieren vorm opgestuurd worden naar PRO ter controle, het kan niet digitaal opgestuurd worden.

Digitaal materiaal in Blackboard is echter een heel ander verhaal. De toelichting van PRO blijft er hogelijk vaag in hoe dit precies geregeld moet worden en dit heeft van alles te maken dat men ook hier wil uitgaan van de ouderwetse kenmerken van een ‘reader’, zoals bijvoorbeeld een oplage. Dat definieert men als het aantal studenten dat toegang heeft tot het digitale materiaal (en daarmee dus het max. aantal studenten dat toegang heeft tot een course) maar dat dit een enorme kunstgreep is vol haken en ogen moge duidelijk zijn: allereerst al het gelijktrekken van een Blackboard module met een reader en daarnaast het gegeven dat een module natuurlijk over meerdere jaren aan meerdere en verschillende groepen studenten gegeven wordt. In tegenstelling tot een papieren reader is een module verre van statisch.

Het rommelt
Stichting PRO wil, ter controle op de regeling, het liefst ook toegang krijgen tot de digitale leeromgevingen van alle hoger onderwijsinstellingen. Dit leidde vorig jaar al tot een reeks gesprekken tussen stichting PRO, Blackboard en vooral de universiteiten die dit totaal niet zagen zitten en ook de voorgestelde aanpak van PRO rondom het regelen van rechten op digitaal materiaal niet adequaat vonden. Ook speelde het een belangrijke rol dat de instellingen via licenties op de databanken vaak al toestemming hadden digitale artikelen te gebruiken in hun onderwijs zonder daarvoor nog een keer te moeten betalen bij PRO. Dit heeft uiteindelijk zelfs er toe geleid dat de universiteiten de readerregeling met PRO opgezegd hebben.

Oplage, aantal pagina’s (terwijl digitale teksten lang niet altijd gebruik maken van pagina’s), de definitie van reader maar specifiek het gegeven dat digitaal materiaal lang niet altijd onder de readerregeling hoeft te vallen, zijn allemaal redenen waarom de discussie over die readerregeling ook nog wel even zal voortduren.

Dat je dus dan ook redelijk eenvoudig kunt sturen om onder deze regeling uit te komen, door gebruik te maken van materiaal waar de rechten al voor geregeld zijn, is het onderwerp van de volgende blogpost.

[intranetblog] Auteursrechten en de readerregeling: de klassieke reader

Vele collega’s denken nog steeds maar weinig met auteursrechten te maken te hebben zolang ze maar niet hun Blackboardmodules voorzien van foto’s, video’s of teksten van anderen. In de praktijk is er voor bijna iedereen die onderwijs geeft een specifiek voorbeeld te vinden waar je expliciet met auteursrechten te maken hebt. Bij het samenstellen van een reader voor je module.

Voor de opname van tijdschriftartikelen en gedeelten van boeken in readers voor het hoger onderwijs moet een ‘billijke vergoeding’ aan de rechthebbende(n) -de uitgever of de auteur- betaald worden. De HBO Raad heeft hiervoor een regeling getroffen met het Nederlands Uitgeversverbond en de Stichting International Publishers Rights Organisation. Deze is neergelegd in de ‘Readerovereenkomst’, voluit Overeenkomst voor de overname van korte auteursrechtelijk beschermde werken en van (korte) gedeelten uit auteursrechtelijk beschermde werken in onderwijspublicaties van hogescholen, waaronder readers.  De uitvoering van deze readerregeling is in handen van de Stichting PRO, de
auteursrechtenorganisatie voor uitgevers. PRO incasseert de readerafdrachten en verdeelt ze onder de uitgevers, zowel de Nederlandse als de buitenlandse.

Deze readerregeling voorziet in essentie in een afkoopsom voor die billijke vergoeding daar waar het om gebruik en overname van korte werken en gedeelten gaat in readers. Zolang je binnen de grenzen blijft van de gedefinieerde begrippen van korte gedeelten en korte werken, hoef je (en de hogeschool) geen vergoeding te betalen aan de rechthebbenden, dat is dan namelijk al geregeld in deze readerregeling.

• Uit niet-literaire boeken: maximaal 10.000 woorden, mits niet meer dan een derde deel van het hele werk.
• Uit tijdschriften etc.: maximaal 8.000 woorden, mits niet meer dan een derde deel van de hele aflevering.
• Uit literaire geschriften: maximaal 100 regels poëzie of 2.500 woorden proza, mits niet meer dan een tiende deel van het hele werk.
• Grafieken, tabellen, schema’s e.d. mogen in hun geheel als kort werk worden overgenomen, met een maximum van 25 werken uit dezelfde oorspronkelijke uitgave.
• Foto’s en illustraties tellen ieder als 200 woorden, met een maximum van 25 werken uit dezelfde oorspronkelijke uitgave.
(bron: Procedure auteursrechten en readers, Caroline Bakker, Windesheim, 2010) [Windesheim intranetlink]

Maak je voor je reader (elke bundeling van onderwijsmateriaal waarin 1 of meer auteursrechtelijk beschermde werken zijn overgenomen) gebruik van niet-korte gedeelten of niet-korte werken, dan moet je een Toestemmingsaanvraag formulier invullen en indienen bij Stichting PRO voordat je je reader in gebruik neemt. Voor Windesheim is die gehele procedure netjes en volledig beschreven in de hierboven genoemde Procedure auteursrechten en readers.

Tot zover niks nieuws eigenlijk. Wat wel interessant is, is dat deze readerregeling van oudsher natuurlijk specifiek op een papieren reader is gericht en er gebruik wordt gemaakt van papieren gedeelten en werken. De tijd is echter voortgeschreden met niet alleen digitale readers en gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal in Blackboard, maar ook dat er veel digitaal materiaal gebruikt wordt/kan worden waarvoor geen billijke vergoeding betaald hoeft te worden. Bijvoorbeeld omdat je artikelen gebruikt met een Creative Commons licentie of omdat deze artikelen al met een licentie betaald zijn in een databank.

Over de readerregeling, Stichting PRO en Blackboard gaat de volgende post en daarna zal ik inzoomen op mogelijke vrijstellingen van readerafdrachten voor artikelen uit licenties.

@foto

  • 2006- 2013 Vakblog – werken met informatie
    Powered by WordPress // Theme: Tatami by Elmastudio
Top