Auteursrecht versus het recht op goed onderwijsmateriaal

Afgelopen donderdag had ik het genoegen om wederom een voorlichting/presentatie te mogen geven over auteursrechten in het hbo. Dit keer niet bij de onderwijsinstelling waar ik werk maar bij Van Hall Larenstein in Velp. De VHL mediatheek fungeert ook als Auteursrechten Informatie Punt en had een lunchpresentatie georganiseerd om zoveel mogelijk docenten tegelijk te voorzien van antwoorden op vragen op gebied van auteursrechten terwijl ze een broodje aten. Antwoorden die ik ze mocht verschaffen.

Dat leverde voor mij de uitdaging op om te kijken of het onderwerp inderdaad zo universeel was als ik denk dat het is. Kijken docenten van andere hogescholen hier anders tegen aan dan die van Windesheim? Een andere uitdaging was dat dit met 40 personen tevens de grootste groep docenten en medewerkers was die ik ooit heb mogen toespreken. Zo’n handmicrofoon ziet er best stoer uit maar het is wel wennen als je hem ook echt nodig hebt.

Enfin, de presentatie verliep goed, er kwamen veel vragen (ik blijf altijd een beetje verrast als docenten doorvragen op gebied van auteursrechten) en nadat ik enkelen ervan had verzekerd dat ik niet een vertegenwoordiger van Stichting PRO was werd de sfeer ook nog daadwerkelijk gezellig. De presentatie eindigen met een petje op, petje af quiz was een goede toevoeging van mijn collega bij VHL want men werd nog fanatiek ook aan het einde om te winnen.

De gestelde vragen gingen logischerwijs vooral over wat men als docent kon doen om zo min mogelijk last te hebben van alle procedures die gepaard gaan met de readerregeling. Hoewel ze tevreden waren met de aangedragen vuistregels om binnen de grenzen te blijven van die regeling als ze auteursrechtelijk beschermd materiaal gebruiken in hun onderwijs, keken meerdere docenten ook verder dan alleen de letters van de regeltjes en de wetten.

In hun vragen beschreven ze de geconstateerde frictie tussen het verantwoord willen omgaan met andermans auteursrechten maar tegelijkertijd door die invulling van een readerregeling beperkt te worden in hun keuzemogelijkheden om relevant en goed onderwijsmateriaal te produceren. Het levert docenten het minste werk op als ze binnen de gestelde limiet van 10.000 woorden blijven als ze een deel uit een boek zouden willen gebruiken in hun onderwijs (of 8000 woorden bij deel uit een tijdschrift) maar die arbitraire grens belemmert daardoor de selectie door een docent. Als een docent drie hoofdstukken uit een dik duur boek zou willen gebruiken in zijn onderwijs, dan zou die dat moeten kunnen doen vanwege de inhoudelijke relevantie van die drie hoofdstukken. Niet omdat die hoofdstukken in totaal minder dan 10.000 woorden bevatten of nog erger, moeten kiezen om maar twee hoofdstukken te gebruiken omdat die grens anders overschreden wordt.

Aan de ene kant heel goed dat docenten zich steeds meer bewust zijn van de noodzaak ook op auteursrechten te letten in hun onderwijs maar aan de andere kant moet het niet een extra restrictie worden die het nog moeilijker maakt om goed -en genoeg- materiaal te gebruiken in lesverband. Zonder aan het beginsel van auteursrechten te tornen zou er toch een betere oplossing mogelijk moeten zijn voor het onderwijs?

Misschien moet Stichting PRO ook maar eens dit soort presentaties gaan houden voor docenten. Inclusief een petje op, petje af quiz zodat het allemaal wat minder abstract wordt en er wellicht in oplossingen gedacht kan worden ipv in controles en boetes. Mogen zij docenten ervan verzekeren dat ze wel de vertegenwoordiger zijn ;-)

@ foto: Krissy.Venosdale via photopin cc

#

Over auteursrecht, readerregeling en visueel gehandicapten in het onderwijs

Vanochtend had ik een uitgebreid gesprek met (mijn contactpersoon bij) Stichting PRO. Dat is zeker geen graag geziene gast in hoger onderwijsinstellingen  -ik geloof dat hij redelijk verrast was door het welkom dat hij kreeg- maar ondanks het feit dat er echt wel het een en ander mankeert aan de readerregeling in de praktijk, valt ook niet te ontkennen dat er veel verbeterpunten zijn aan de kant van de docenten en instellingen zelf. Het was dan ook hoog tijd om de bestaande afspraken wat aan te scherpen.

Grotendeels hetzelfde belang
Zoals bij bijna alle hoger onderwijsinstellingen heeft ook Windesheim een Auteursrechten Informatiepunt (AIP). Een plek, vanuit de onderwijsbibliotheek, waar advies gegeven wordt over hoe je in het onderwijs het beste kunt omgaan met auteursrechtelijk beschermde werken en waar docenten en medewerkers terecht kunnen voor alle soorten vragen die met auteursrecht te maken hebben. Zeker in het hbo is het ontstaan van een netwerk aan AIP’s rechtstreeks gerelateerd aan de vragen (en problemen) die instellingen hebben met de readerregeling. Deze readerregeling voorziet in een afkoopregeling voor hergebruik (overnames) van korte stukken uit boeken en tijdschriften en een aanvraagprocedure voor niet korte stukken, waar eveneens een vergoeding voor betaald moet worden.

Als AIP heb ik belang bij het bevorderen van goed en vooral correct gebruik van andermans materiaal in het onderwijsmateriaal dat door onze eigen instellingen gemaakt en gebruikt wordt. Ik ben geen auteursrechtenpolitie maar juist omdat een AIP aan een bibliotheek verbonden is vind ik het wel belangrijk dat er in onderwijs- en kennisinstellingen op zijn minst nagedacht wordt over hoe je met de kennisproducten van anderen om gaat. Stichting PRO, die de rechthebbenden vertegenwoordigt, is niet de enige die het niet OK vindt dat complete boeken gedigitaliseerd in de ELO modules geplaatst worden of dat ellenlange artikelen gebundeld worden tot een reader en zonder pardoes voorgeschreven worden aan studenten. Met die docenten wil ik zelf ook wel een praatje maken.

Vliegen vang je echter niet met azijn
Ook al delen we een doel, namelijk het goed gebruik van andermans materiaal, de route naar dit doel toe kon bijna niet meer verschillen. Onhandige, zelfs ronduit onwerkbare, procedures waarin alle overnames geregistreerd of gemeld moeten worden. Controle exemplaren van readers die uitgeprint opgestuurd moeten worden en berekeningen die rechtstreeks dateren uit het tijdperk van papieren readers en onpraktisch vertaald zijn naar de digitale leeromgevingen. Steekproef controles in die digitale leeromgevingen en lijsten met overtredingen waarna soms stevige boetes volgen. Stichting PRO neemt wel de rol van auteursrechtenpolitie op zich.

Geen bewustwordingsproces, geen mogelijkheid om te leren van fouten en geen voorlichting. Precies waar het in onderwijs om zou moeten draaien en precies waar een Auteursrechten Informatiepunt wel op wil sturen. Uitleggen waar de mogelijkheden zitten voor het onderwijs en de docenten, alternatieven aandragen en laten zien waarom de verkeerde voorbeelden ook verkeerd zijn. Dat hoef je misschien niet meteen van een organisatie als PRO te verwachten maar uiteindelijk streven zij er ook naar dat materiaal goed gebruikt wordt ipv maximaliseren van boete-inkomsten. Dat je met het zwaaien met een readerregeling in 1 hand en een boete in de andere hand dat doel niet bereikt lijkt niet door te dringen.

Maar met de readerregeling moeten we het vooralsnog doen
Gelukkig biedt de regeling ook ruimte om het anders aan te pakken. Het maken van readers was vooral handig in het papieren tijdperk om artikelen of boekhoofdstukken te bundelen als voorgeschreven achtergrondliteratuur. In een digitale leeromgeving is het helemaal niet logisch meer om artikelen te bundelen tot 1 PDF en ligt het voor de hand om de losse artikelen en hoofdstukken ook los van elkaar te gebruiken. Dat gebeurt overigens lang niet altijd -oude gewoonten slijten bijzonder traag- maar als je wel losse artikelen gebruikt binnen de grenzen van korte overnames, dan hoeft er niks gemeld en niks opgestuurd te worden.

Enfin, na het aanpassen van de afspraken als gevolg van een herschikking van ons onderwijs in domeinen bleek ook dat begin volgend jaar eindelijk een eind zou moeten komen aan het opsturen van papieren controle exemplaren -het kan dan digitaal-  zodat we tenminste de grootste irritatie uit de weg hebben dan.

Met nog een uitsmijter erbij voor de visueel gehandicapten
Niet zo zeer een irritatie maar wel een lastig probleem is de mogelijkheid die we als bibliotheek willen (en die we als onderwijsinstelling wettelijk moeten) bieden aan studenten met een visuele handicap. Slechtzienden, blinden en dyslectici die weinig kunnen met een papieren boek en deze graag volledig gedigitaliseerd willen hebben zodat ze dit met ondersteunende software alsnog kunnen gebruiken. Met braillesoftware of spraaksoftware bijvoorbeeld.

Nu is in de Auteurswet (artikel 15i) specifiek een uitzondering gemaakt hiervoor op het auteursrecht. Het is geen inbreuk op het auteursrecht van een boek (of welk werk dan ook) zolang de verveelvoudiging (digitale kopie maken) uitsluitend bestemd is voor mensen met een handicap en die verveelvoudiging ook wegens die handicap noodzakelijk is. Het inscannen van een compleet boek naar een Word of PDF document zodat braille- of spraaksoftware er mee kan werken valt daar keurig onder. Zoals voor andere uitzonderingen echter ook het geval is, moet hiervoor wel een billijke vergoeding betaald worden en dan zit je als onderwijsinstelling met het probleem dat je niet voor elk ingescand boek de rechthebbende wilt gaan opsporen.

Het leek me een uitstekend idee om ook deze vergoeding met een afkoopregeling onder de readerregeling te brengen. Er wordt geen massaal gebruik gemaakt van de mogelijkheid om hele boeken te digitaliseren want zoveel visueel gehandicapten hebben we ook weer niet, het is op basis van het laten inscannen van eigen gekochte papieren boeken (dus de uitzondering van een kopie voor eigen studie doeleinden is ook grotendeels van toepassing) en door het onder de readerregeling te brengen regel je dit allemaal ook netjes.

Stichting PRO komt daar nog bij me op terug en laat ik dus maar hopen dat in elk geval dit punt zonder al te veel rompslomp geregeld kan worden. Leuker kunnen ze auteursrechten inderdaad niet maken, gemakkelijker in de dagelijkse praktijk zou absoluut al een mooie verbetering zijn.

@ foto: Horia Varlan via photopin cc

#

Stichting Pro, of Stichting Retro?

Pieter Hogendoorn (47) is docent e-marketing aan de Hanzehogeschool Groningen. In zijn vrije tijd speelt hij basgitaar en werkt hij mee aan de ontwikkeling van een ‘state of the art’ Learning Content Management System.

Dit is een column over auteursrechten, hogescholen en het internet. De hogescholen in Nederland kennen de ‘reader-regeling’, waarin is afgesproken dat de scholen, tegen een vaste afkoop-som, korte fragementen van auteursrechtelijk beschermd materiaal mogen overnemen. De Stichting Pro voert namens de rechthebbenden die regeling uit. Overschrijdt een school de regels, dan krijgt ze een forse boete. Die wordt berekend op basis van de mate van overschrijding (aantal woorden en afbeeldingen boven de norm)  x de oplage. De oplage is dan het aantal gedrukte readers. Of bij digitaal materiaal: het aantal mensen dat toegang heeft tot de cursus-site. Het gaat om vele tonnen aan boetes per HBO-instelling, en dat is een hoger bedrag dan de afkoopregeling zelf……

Naarmate we meer digitaliseren wordt dit een groter probleem. Want de Stichting Pro behandelt digitaal materiaal net zo als papieren materiaal. Maar er zijn veel problemen bij het 1-op-1 omzetten van wetten voor papier naar de digitale wereld. Zoals de definitie van oplage. Stichting Pro schrijft: “De oplage van digitaal gepubliceerd onderwijsmateriaal is het aantal studenten dat toegang heeft tot het elektronische stuk. Het is daarbij niet van belang of de studenten dit artikel daadwerkelijk inkijken: dat is bij papieren readers niet anders.  Als u op de kosten let, is het daarom van belang dat u een zo klein mogelijke eenheid toegang geeft tot uw digitale materiaal [....]  u ontvangt een factuur maal het aantal pagina’s maal de oplage.”

Hiertegen heb ik een principieel bezwaar en een praktisch. Principeel:  ik werk niet bij de KGB, maar bij een onderwijsinstelling, en mijn doel is juist om zo veel mogelijk mensen toegang te geven tot kennis. Praktisch: de definitie van “oplage”. Stel, ik plaats op een openbaar toegangelijke site beschermd materiaal wat me op een boete van € 10,- per ‘publicatie’ komt te staan. Wat is nu de “oplage”? Volgens PRO het aantal mensen dat de website *kan* inzien. Er zijn 1 miljard mensen die toegang tot internet hebben, dus is de boete dan € 10 miljard euro? Of moeten we kijken naar het aantal Nederlandstaligen met internettoegang (zeg: 10 miljoen mensen), en wordt de boete dan slechts € 100 miljoen? Of moeten we toch (in strijd met de ferme woorden van Pro) kijken naar het aantal unieke pageviews van die site? Wie moet dat meten, en op welk moment?  Op deze en andere technische vragen heb ik ondanks aandringen nooit een inhoudelijk antwoord van Stichting Pro gekregen. En het gaat wel ergens over: ik wil kennis verspreiden (valorisatie, rol van het HBO in de regionale economie) maar ik wil niet het risico lopen op torenhoge boetes.

De informatie die Stichting Pro wel geeft, is  bovendien regelmatig aantoonbaar onjuist. Eigenlijk moet voor ieder materiaal worden betaald, zegt Pro. Dat is onjuist. Veel kennis behoort inmiddels tot het publieke domein, als de auteur daaraan niets oorspronkelijk toevoegt is die publicatie niet beschermd en mag er vrijelijk uit worden gekopieerd. Daarnaast zijn er licenties als Creative Commons, zoals gebruikt door onder meer Wikipedia. Zie http://nl.wikipedia.org/wiki/Creative_Commons en http://creativecommons.nl/licenties/uitleg/   Onder die licenties mag er meestal vrij worden gekopieerd, mits met bronvermelding. Ook Open Access-tijdschriften maken van dat soort licenties gebruik. Open Access wordt gesteund door onder meer de HBO Raad, de VSNU, NWO en KNAW. Zie onder andere www.surffoundation.nl/nl/themas/openonderzoek/OpenAccess/Pages/Default.aspx   Maar Stichting Pro besteedt hier geen woord aan en geeft doodleuk verkeerde informatie. Wat ik van het HBO dan weer niet begrijp, is dat ze enerzijds Open Access steunen, maar anderzijds een overeenkomst met PRO tekenen die daar naar letter en geest haaks op staat.

Gelukkig wil Neelie Kroes de beuk er in gooien. Ze constateert dat het auteursrecht in de huidige vorm een blokkade vormt. “Sinds het ontstaan van het geschreven woord zijn er drie grote technologische revoluties geweest die de verspreiding van cultuur beïnvloed hebben. Eerst de drukpers, ten tweede de industriële revolutie, ten derde de informatie- en communicatietechnologie revolutie. […] Dit biedt geweldige mogelijkheid, maar de handhavers van het auteursrecht in zijn huidige vorm laten het hier afweten.

Ik stel daarom voor dat het HBO het contract met de Stichting Pro opzegt.

#

Foto’s en de Readerovereenkomst HBO

Ik krijg regelmatig vragen van collega’s binnen de onderwijsinstelling waar ik werk over het gebruik van foto’s. Dit gaat vooral over het gebruik van foto’s op websites of (persoonlijke) blogs en hoewel zo’n vraag steevast begint met ‘Het is een ingewikkelde kwestie …’ is dat niet het geval. Als je foto’s (her)publiceert op een site of blog dan valt dat gewoon onder het auteursrecht en heb je toestemming van de rechthebbende nodig. Je kunt het jezelf makkelijker maken door gebruik te maken van -gratis of betaalde- stockfotosites met een licentie waarbij hergebruik toegestaan is. De foto’s op mijn blog zijn daar goede voorbeelden van. Je kunt ook gebruik maken van Flickr en dan foto’s selecteren die onder een Creative Commons licentie te gebruiken zijn of natuurlijk zelf je eigen foto’s maken en die gebruiken.

Vandaag kreeg ik weer zo’n vraag binnen en dat ging over het persoonlijke blog van 1 van onze medewerkers. Die had foto’s gebruikt van een fotosite middels hotlinken en niet alleen is dat niet heel netjes, het is ook enorm eenvoudig te traceren door de rechthebbende fotograaf. Een pittige factuur volgde dan ook prompt en de medewerker kwam informeren of dit niet gewoon onder linken viel. Helaas niet dus en nee, het viel ook niet onder een onderwijsgebruik want dat geldt nu eenmaal niet voor persoonlijke blogs.

Dat bracht me wel gelijk bij een vervolgvraag, namelijk of auteursrechtelijk beschermde foto’s onder de Readerovereenkomst (PDF) vallen die de hbo instellingen met Stichting PRO afgesloten hebben. Een vraag waar ik niet gelijk antwoord op had want hoewel daar in de overeenkomst wel iets over is opgenomen gaat het in de praktijk, omdat de regeling nog steeds van het fenomeen readers uitgaat, om foto’s die bijvoorbeeld bij of in artikelen zijn opgenomen. Die tellen dan ook voor 200 woorden per stuk mee en dat verrekent Stichting PRO zelf met Pictoright, die in Nederland de belangen van o.a. fotografen vertegenwoordigt.

Echter kwam ik in de toelichting de volgende passage tegen:

Ook voor foto’s en tekeningen geldt krachtens artikel 16 lid 2 Auteurswet dat deze als kort werk voor hetzelfde doel en onder dezelfde voorwaarden geheel mogen worden overgenomen. Op grond van artikel 16 lid 3 Auteurswet geldt daarbij dat voor het overnemen in een reader van dezelfde maker (fotograaf, tekenaar of beeldend kunstenaar) niet meer mag worden overgenomen dan enkele van zijn werken. Om vast te stellen of een overname een kort gedeelte is, worden de foto’s en tekeningen tevens meegenomen in de berekening van het aantal woorden. De foto of tekening wordt geacht de omvang te hebben van 200 woorden, respectievelijk een halve pagina. Net zoals bij grafieken geldt dat, in geval uitsluitend foto’s of tekeningen uit een uitgave worden overgenomen, iedere overgenomen foto of tekening wordt berekend als 200 woorden, respectievelijk een halve pagina.

Dit zou je eenvoudig kunnen interpreteren als toestemming om in je digitale leeromgeving auteursrechtelijk beschermde foto’s te gebruiken en deze op te geven als korte overname  maar dat is mijns inziens toch een stuk weerbarstiger in de praktijk. Tenzij je elke foto individueel opgeeft voorziet de meldingsprocedure niet in een bundeling van die foto’s die als een ‘reader’ kwalificeert. Als er al foto’s gebruikt worden in het onderwijs en de leeromgevingen, dan zullen die vooral in Powerpoint presentaties verwerkt zijn en ook die worden (god zij dank) niet als een reader beschouwt. Moet je eens voorstellen dat je behalve overnames uit boeken en tijdschriften ook nog elke Powerpoint presentatie die gebruik maakt van foto’s en afbeeldingen zou moeten aanmelden bij Stichting PRO.

Nee, dan houd ik mijn eigen interpretatie aan als werkwijze. Natuurlijk, als je artikelen of delen uit boeken overneemt waar foto’s in staan, dan moet je ze meetellen voor de overnamemelding. Maar als je foto’s wilt gebruiken, in onderwijsmateriaal, presentaties of los in je ELO module, ga er dan van uit dat die foto’s onder de auteurswet vallen en dat je gewoon toestemming nodig hebt om ze te gebruiken. Of maak dus gebruik van stockfotosites, foto’s onder een Creative Commons licentie of zelfgemaakte foto’s. Dan zit je sowieso goed.

@ foto via RGBstock

#

Auteursrechten in de digitale leeromgeving

Ik houd me al een tijd bezig met dit onderwerp maar gisterochtend mocht ik het managementteam van onze dienst Informatievoorziening en Administraties bijpraten over de kwesties die spelen rondom auteursrechten in de digitale leeromgeving. Specifiek gaat dat om de problemen met het controleren en handhaven van de Readerovereenkomst die de HBO-raad met Stichting PRO heeft gesloten.

Die overeenkomst voldeed prima toen we in onze hbo instelling (alleen) gebruik maakten van papieren readers. Docenten moesten de readers aanvragen, invullen welke artikelen of delen uit boeken men wilde gebruiken voor de reader en hierdoor was het snel inzichtelijk of en hoeveel er afgedragen moest worden aan Stichting PRO. In een tijdperk waarin docenten hun Blackboardmodules (dat is de digitale leeromgeving waarmee we werken) zelf beheren en vullen met teksten uit tijdschriften, online journals, databanken van het Mediacentrum of ‘gewoon van het internet’ is er feitelijk geen controle meer mogelijk op wat er door docenten gebruikt wordt als onderwijsmateriaal.

Natuurlijk moet het zo zijn dat hiervoor een billijke vergoeding betaald wordt. De huidige Readerovereenkomst echter schakelt een Blackboard module gelijk aan een reader, het aantal studenten dat toegang heeft wordt als oplage bestempeld en Stichting PRO controleert -steekproefsgewijs- in alle modules of er overnames worden gebruikt die niet zijn gemeld. Vanuit het perspectief van een collectieve beheerorganisatie als Stichting PRO is dat enigzins logisch, voor een onderwijsinstelling is dit echter volledig onwerkbaar. Docenten zijn zich niet of nauwelijks bewust van deze materie, wensen zich daar (terecht) ook niet in te verdiepen maar zijn wel als enigen eindverantwoordelijk voor de inhoud van een module. Bewustzijn wordt wel zoveel mogelijk gecreëerd door initiatieven als de Auteursrechten Informatiepunten maar het blijft dweilen met de kraan open.

In gesprekken met Stichting PRO werd vorig jaar duidelijk dat er relatief weinig belang wordt gehecht aan het zoeken naar een werkwijze, een andere invulling van de bestaande overeenkomst, die aan twee kanten meer resultaat oplevert. Ook het onderwijs is gebaat bij een beter besef van verantwoord omgaan met auteursrechtelijk beschermd materiaal. Hoe kunnen we als kennisinstituten niet stelling nemen om verantwoord met de kennisproducten van anderen om te gaan? Daar mag en kan een Stichting PRO ook een rol in spelen en zo kan het mes aan twee kanten snijden. Helaas lijkt de Stichting PRO meer heil te zien in het afdwingen van de gemaakte afspraken in de overeenkomst die nog tot 2015 van kracht is.

Het dwingt ons als hbo instelling om te blijven dweilen met de kraan open waarbij niet de wens om verantwoord om te gaan met auteursrechtelijk beschermde werken leidend is maar de angst voor controles en boetes. Met dat soort risico’s gaan instellingen eenduidig om: sturen op preventie. Dus zo min mogelijk gebruik maken van andermans content en linken naar externe content zijn daar gevolgen van. In een wat uitgebreidere nota heb ik die risico’s in kaart gebracht en vooral gepoogd met oplossingen en adviezen te komen voor specifiek onze situatie. Het gaat me te ver om die te delen via mijn blog maar ik heb een kleine presentatie gemaakt waarmee ik in 15 minuten wat achtergronden heb pogen te geven. Voor mezelf een goede oefening om een best complex onderwerp zo eenvoudig pogen te vertellen.

Afbeelding © Kentoh / Stockfresh

#

De readerregeling in het digitale tijdperk: links en licenties

Nou had ik keurig een post-it naast me liggen toen ik de vorige blogpost schreef waarin bovenaan stond dat ik het over linken naar content wilde hebben maar op de 1 of andere manier is het volledig buiten beeld gebleven. Dat weerhield Bert er niet van om daar gelijk een opmerking over te plaatsen en Judith deed hetzelfde. Zij legde ook nog even de nadruk op een detail dat ik eigenlijk expres had overgeslagen in de post zelf maar dat, achteraf gezien, wel gewoon door mij gemeld had moeten worden. De meerwaarde van feedback zullen we maar zeggen en een goede reden om toch nog een aanvulling te schrijven op de vorige post. Ik ga de punten stuk voor stuk even af.

Linken naar content
Zoals zowel Bert als Judith opmerken is er 1 werkwijze die niet alleen met afstand het minste werk oplevert voor een docent maar die ook volledig vrijgesteld is van de voorwaarden in de readerregeling: het simpelweg linken naar digitale content elders. In plaats van een digitale reader samen te stellen met de daadwerkelijke artikelen erin kun je, zeker in een digitale leeromgeving, eenvoudig links aanbrengen naar die content waar je naar wilt verwijzen. Dat kan een internetbron zijn, dat kan een Open Access tijdschriftartikel zijn, dat kan een artikel zijn uit een databank maar kan zelfs een link zijn naar auteursrechtelijk beschermde materialen zijn die onrechtmatig op internet te vinden zijn. Hyperlinks zijn geen openbaarmaking en maken geen deel uit van de werken die in artikel 16 AW benoemd worden.

Het nadeel van linken naar content is dat je je bewust moet zijn van de toegankelijkheid en houdbaarheid van de link zelf. Als je verwijst naar een internetbron, kan het zijn dat deze volgende week verdwenen is of een andere url gekregen heeft. Links naar artikelen in databanken zijn vaak persistent maar hebben meestal restricties qua toegang. In de meeste gevallen zullen de studenten van de instelling automatisch ook toegang hebben maar dat hoeft niet perse zo te zijn. Het is in elk geval een aandachtspunt om niet simpelweg een gevonden url te gebruiken als link in je module.

Gebruik van content uit licenties (databanken)
In de vorige post zei ik dat je ook gebruik kan maken van databanken waar je instelling over beschikt. Dat klopt ook maar zoals Judith terecht constateerde bevat de readerregeling een passage over dit specifieke gebruik: “Instellingen sluiten ook licenties af met uitgevers of andere leveranciers van auteursrechtelijk beschermd materiaal. In sommige gevallen mag de instelling dit materiaal ook opnemen in readers. Let op, dit moet expliciet worden gemeld in de licentievoorwaarden. Indien dit het geval is, is er al een redelijke vergoeding betaald aan de rechthebbenden en hoeft er niet nogmaals aan Stichting PRO een bedrag worden afgedragen voor deze overname. Om vast te kunnen stellen dat er een licentieovereenkomst is afgesloten, dient een kopie van de licentie bij de reader worden toegevoegd (het is niet nodig om de gehele licentie mee te sturen, alleen dat deel waaruit blijkt dat het materiaal in readers mag worden opgenomen)” Mijn persoonlijke mening is dat een onwerkbare en onredelijke voorwaarde is. Ik ben zelf verantwoordelijk voor de licenties van de databanken bij mijn instelling en zelfs ik heb die licentieteksten niet paraat. Het legt daarbij ook nog de bewijslast van de uitzondering bij de docent neer terwijl ik van mening ben dat als artikel 16 AW niet geldt, de readerregeling dus ook niet van toepassing is. Naast content uit licenties geldt dit ook bijv. voor internetbronnen of open access tijdschriftartikelen waar een (relevante) Creative Commons bij hoort en je kunt toch ook moeilijk een setje uitgeprinte CC licentieteksten gaan meesturen.

Maar goed, als je je aan de readerregeling moet houden, dan moet je dit kennelijk wel doen. Ook al zou ik het weigeren te doen …

Overzicht licenties waaruit content gebruikt mag worden in course packs
Judith vroeg ook of er een overzicht is van licenties waarin specifiek toegestaan is dat je content mag gebruiken in ELO modules. Zo’n overzicht ken ik niet maar dat wil niet zeggen dat die niet te maken is natuurlijk. Een aardig deel van de licenties bij bibliotheken van onderwijsinstellingen worden afgesloten via SURFdiensten. In de mantelovereenkomst die gesloten wordt met een uitgever, wordt standaard het kopje kopieerrecht meegenomen waarin afspraken gemaakt worden over zowel mogelijkheden voor (verstrekking van) IBL als het opnemen van artikelen in (digitale) course-packs. Als ik dan even het lijstje met content licenties doorneem kom ik uit op de volgende licenties waarbij dat laatste expliciet toegestaan is:

  • Academic Search Elite/Premium
  • Keesings Historisch Archief
  • Kluwer Navigator
  • Lexis Nexis Newsportal
  • Science Direct
  • Wiley content
  • Springer
  • Rechtsorde

Ik heb 1 licentie gevonden waarbij het expliciet niet toegestaan is:

  • JSTOR

Bovenstaande lijst zal ik tzt aanvullen maar mocht je zelf aanvullingen hebben, laat het me weten. Dat geldt trouwens ook als je ervaring hebt met het opgeven van overnames van content uit ofwel databanken of waar via een Creative Commons licentie hergebruik toegestaan is, aan Stichting PRO. Ik ben daar best benieuwd naar.

[intranetblog] De readerregeling in het digitale tijdperk: maak gebruik van de goede content!

Vorige maand beschreef ik eerst hoe het met de papieren readers allemaal geregeld is in de readerregeling en twee weken geleden ging ik in op hoe deze regeling gebruikt wordt met digitale artikelen en boeken. In deze voorlopig laatste post over dit onderwerp laat ik de regeling helemaal los en ga ik het hebben over de opties die je hebt om Stichting PRO volledig buiten beeld te laten met readerregeling en al.

De Stichting PRO, is een voorbeeld van een collectieve beheerorganisatie die er voor zorgdraagt dat de betalingen van de in artikel 16 Auteurswet bedoelde vergoedingen, collectief geïnd worden. Artikel 16 beschrijft namelijk de onderwijsuitzondering en stelt dat het overnemen van (korte) werken of korte gedeelten van werken toegestaan is ter toelichting van het onderwijs. De readerregeling geeft hier invulling aan en werkt dit op detailniveau uit voor het hbo.

Daarmee gaat de gehele regeling dus uit van werken die onder de bescherming vallen van de Auteurswet. Maar wat als de auteur of uitgever expliciet aangegeven heeft dat je zijn werken mag hergebruiken, bijvoorbeeld via de eerder besproken Creative Commons licentie? Ook staan overeenkomsten met databankleveranciers soms toe dat de inhoud van die databanken voor onderwijsdoeleinden gebruikt mag worden. Dan kunnen dan bijvoorbeeld nog steeds auteursrechtelijk beschermde artikelen zijn maar omdat toestemming is gegeven via een licentieovereenkomst, mag je deze vrijelijk in Blackboard of je reader gebruiken zonder dat de readerregeling of Stichting PRO in beeld komt. Contractrecht (waar deze overeenkomsten onder vallen) weegt zwaarder dan de Auteurswet.

Dat betekent dus feitelijk dat je een keuze hebt als je digitaal materiaal in je Blackboard omgeving of digitale reader wilt opnemen. De weg van de ogenschijnlijk minste weerstand, waarin je (snel) artikelen en ebooks bij elkaar verzamelt en dit doorgeeft aan stichting PRO. Of de weg waarin je kijkt naar, en selecteert op, wat de auteur of uitgever je toestaat bij een specifiek artikel of ebook. Zoeken naar materiaal op Wikiwijs bijvoorbeeld, voorzien van een Creative Commons licentie of materiaal in een databank waar de rechten al voor geregeld zijn. Geen van deze typen materialen vallen onder de readerregeling.

Windesheim beschikt, via het Mediacentrum, over een groot aantal databanken met digitale informatie in de vorm van artikelen, ebooks en videomateriaal. Hoewel het niet voor alle geldt, is het voor het merendeel van deze databanken toegestaan de content te gebruiken in de digitale leeromgeving. Een mooi voorbeeld is Lexis Nexis Newsportal, een databank waarin nieuwsartikelen uit alle landelijke en regionale dagbladen zijn opgenomen, aangevuld met een groot aantal buitenlandse kranten. Ook al zijn de artikelen zelf allemaal auteursrechtelijk beschermd en zou je bij opname van de oorspronkelijke papieren versie in een reader dit moeten opgeven bij stichting PRO, het opnemen van artikelen in (digitale) coursepacks is specifiek toegestaan bij Lexis Nexis. Je hoeft dus niets op te geven bij stichting PRO als je het digitale artikel uit deze databank in je Blackboard module zet.

Eigenlijk is dat toch de weg van de minste weerstand? Je kunt veel werk besparen door even goed van te voren na te denken welk materiaal behalve inhoudelijk, ook qua mogelijkheden t.a.v. gebruik, het meest geschikt is.

[intranetblog] De readerregeling in het digitale tijdperk: Stichting PRO en Blackboard

Dat het voor gebruik van (hoofdstukken uit) boeken en artikelen in papieren readers allemaal wel goed geregeld is, meldde ik al in een vorige blogpost. Nou zijn readers/syllabi op papier hard op weg om de dodo achterna te gaan en moet je tegenwoordig toch wel redelijk je best doen om er nog eentje in het wild te vinden. Een reader op papier dan, niet een dodo natuurlijk.

Alles digitaal
Al heel veel jaren worden, met name tijdschriftartikelen, digitaal aangeboden door de uitgevers. Via de websites van de tijdschriften of, nog veel makkelijker, in grote databanken waar duizenden ejournals in opgenomen zijn. Ook binnen Windesheim beschikken we via het Mediacentrum over vele duizenden digitale tijdschriften en het is dan ook wel logisch dat deze artikelen gebruikt worden.

Ook de reader zelf is gedigitaliseerd. Enerzijds wordt een reader als digitaal bestand aangeboden (PDF) en kan een student kiezen om het digitaal te lezen of zelf uit te prunten, anderzijds verdwijnt het hele fenomeen reader en wordt relevant achtergrondmateriaal in Blackboard modules geplaatst. Digitaal natuurlijk.

Vooral bij dat laatste, het gebruik van digitaal materiaal in een digitale leeromgeving, ontstaat er natuurlijk een probleem met de klassieke readerregeling. Je kunt een Blackboard module niet als een reader beschouwen, laat staan dat je een kopie van de ‘reader’ kunt opsturen naar stichting PRO om aan te tonen welk gebruik je precies gemaakt hebt. Jarenlang is er een groot grijs gebied geweest terwijl langzaam de oude reader verdween en het gebruik van materiaal in Blackboard toenam. Jarenlang zat PRO te bedenken en te verkennen hoe zij om moest gaan met deze ontwikkelingen.

En nu?
Een innovatieve nieuwe regeling, die recht doet aan de fundamenteel andere wereld van digitalisering, nee, die kwam er niet. PRO heeft er voor gekozen om de bestaande regeling feitelijk wat op te rekken vanuit het (wel terechte overigens) idee dat er geen wettelijk onderscheid is tussen papier en digitaal als het gaat om gebruiksvoorwaarden. Beide vallen namelijk binnen de onderwijsexceptie in de auteurswet, zoals trouwe lezers van dit blog natuurlijk al lang weten.

Voor de digitale readers hanteert stichting PRO de definitie van 1 digitaal bestand waarin twee of meer artikelen zijn opgenomen. Ze noemen zelf als voorbeeld één PDF bestand met daarin verschillende gescande artikelen. Deze moeten trouwens doodleuk in papieren vorm opgestuurd worden naar PRO ter controle, het kan niet digitaal opgestuurd worden.

Digitaal materiaal in Blackboard is echter een heel ander verhaal. De toelichting van PRO blijft er hogelijk vaag in hoe dit precies geregeld moet worden en dit heeft van alles te maken dat men ook hier wil uitgaan van de ouderwetse kenmerken van een ‘reader’, zoals bijvoorbeeld een oplage. Dat definieert men als het aantal studenten dat toegang heeft tot het digitale materiaal (en daarmee dus het max. aantal studenten dat toegang heeft tot een course) maar dat dit een enorme kunstgreep is vol haken en ogen moge duidelijk zijn: allereerst al het gelijktrekken van een Blackboard module met een reader en daarnaast het gegeven dat een module natuurlijk over meerdere jaren aan meerdere en verschillende groepen studenten gegeven wordt. In tegenstelling tot een papieren reader is een module verre van statisch.

Het rommelt
Stichting PRO wil, ter controle op de regeling, het liefst ook toegang krijgen tot de digitale leeromgevingen van alle hoger onderwijsinstellingen. Dit leidde vorig jaar al tot een reeks gesprekken tussen stichting PRO, Blackboard en vooral de universiteiten die dit totaal niet zagen zitten en ook de voorgestelde aanpak van PRO rondom het regelen van rechten op digitaal materiaal niet adequaat vonden. Ook speelde het een belangrijke rol dat de instellingen via licenties op de databanken vaak al toestemming hadden digitale artikelen te gebruiken in hun onderwijs zonder daarvoor nog een keer te moeten betalen bij PRO. Dit heeft uiteindelijk zelfs er toe geleid dat de universiteiten de readerregeling met PRO opgezegd hebben.

Oplage, aantal pagina’s (terwijl digitale teksten lang niet altijd gebruik maken van pagina’s), de definitie van reader maar specifiek het gegeven dat digitaal materiaal lang niet altijd onder de readerregeling hoeft te vallen, zijn allemaal redenen waarom de discussie over die readerregeling ook nog wel even zal voortduren.

Dat je dus dan ook redelijk eenvoudig kunt sturen om onder deze regeling uit te komen, door gebruik te maken van materiaal waar de rechten al voor geregeld zijn, is het onderwerp van de volgende blogpost.

[intranetblog] Auteursrechten en de readerregeling: de klassieke reader

Vele collega’s denken nog steeds maar weinig met auteursrechten te maken te hebben zolang ze maar niet hun Blackboardmodules voorzien van foto’s, video’s of teksten van anderen. In de praktijk is er voor bijna iedereen die onderwijs geeft een specifiek voorbeeld te vinden waar je expliciet met auteursrechten te maken hebt. Bij het samenstellen van een reader voor je module.

Voor de opname van tijdschriftartikelen en gedeelten van boeken in readers voor het hoger onderwijs moet een ‘billijke vergoeding’ aan de rechthebbende(n) -de uitgever of de auteur- betaald worden. De HBO Raad heeft hiervoor een regeling getroffen met het Nederlands Uitgeversverbond en de Stichting International Publishers Rights Organisation. Deze is neergelegd in de ‘Readerovereenkomst’, voluit Overeenkomst voor de overname van korte auteursrechtelijk beschermde werken en van (korte) gedeelten uit auteursrechtelijk beschermde werken in onderwijspublicaties van hogescholen, waaronder readers.  De uitvoering van deze readerregeling is in handen van de Stichting PRO, de
auteursrechtenorganisatie voor uitgevers. PRO incasseert de readerafdrachten en verdeelt ze onder de uitgevers, zowel de Nederlandse als de buitenlandse.

Deze readerregeling voorziet in essentie in een afkoopsom voor die billijke vergoeding daar waar het om gebruik en overname van korte werken en gedeelten gaat in readers. Zolang je binnen de grenzen blijft van de gedefinieerde begrippen van korte gedeelten en korte werken, hoef je (en de hogeschool) geen vergoeding te betalen aan de rechthebbenden, dat is dan namelijk al geregeld in deze readerregeling.

• Uit niet-literaire boeken: maximaal 10.000 woorden, mits niet meer dan een derde deel van het hele werk.
• Uit tijdschriften etc.: maximaal 8.000 woorden, mits niet meer dan een derde deel van de hele aflevering.
• Uit literaire geschriften: maximaal 100 regels poëzie of 2.500 woorden proza, mits niet meer dan een tiende deel van het hele werk.
• Grafieken, tabellen, schema’s e.d. mogen in hun geheel als kort werk worden overgenomen, met een maximum van 25 werken uit dezelfde oorspronkelijke uitgave.
• Foto’s en illustraties tellen ieder als 200 woorden, met een maximum van 25 werken uit dezelfde oorspronkelijke uitgave.
(bron: Procedure auteursrechten en readers, Caroline Bakker, Windesheim, 2010) [Windesheim intranetlink]

Maak je voor je reader (elke bundeling van onderwijsmateriaal waarin 1 of meer auteursrechtelijk beschermde werken zijn overgenomen) gebruik van niet-korte gedeelten of niet-korte werken, dan moet je een Toestemmingsaanvraag formulier invullen en indienen bij Stichting PRO voordat je je reader in gebruik neemt. Voor Windesheim is die gehele procedure netjes en volledig beschreven in de hierboven genoemde Procedure auteursrechten en readers.

Tot zover niks nieuws eigenlijk. Wat wel interessant is, is dat deze readerregeling van oudsher natuurlijk specifiek op een papieren reader is gericht en er gebruik wordt gemaakt van papieren gedeelten en werken. De tijd is echter voortgeschreden met niet alleen digitale readers en gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal in Blackboard, maar ook dat er veel digitaal materiaal gebruikt wordt/kan worden waarvoor geen billijke vergoeding betaald hoeft te worden. Bijvoorbeeld omdat je artikelen gebruikt met een Creative Commons licentie of omdat deze artikelen al met een licentie betaald zijn in een databank.

Over de readerregeling, Stichting PRO en Blackboard gaat de volgende post en daarna zal ik inzoomen op mogelijke vrijstellingen van readerafdrachten voor artikelen uit licenties.

@foto

  • 2006- 2013 Vakblog – werken met informatie
    Powered by WordPress // Theme: Tatami by Elmastudio
Top