Licenties: het nieuwe werken met digitale content

Ik lees regelmatig blogposts en artikelen die, ook in het digitale tijdperk, een grote rol weggelegd zien voor de informatiespecialist. Leren omgaan met bronnen, informatievaardigheden, het leren zoeken, vinden en beoordelen van informatie. Ja, ik denk dat hier zeker nog een wereld te winnen valt maar ik ben van mening dat informatiespecialisten in (hogeschool)bibliotheken ook hier niet kunnen concurreren met de Google’s en Amazon’s van deze wereld.

Leveranciers van informatie, met Google als treffend voorbeeld voorop, doen namelijk hun uiterste best om hun systemen aan te passen zodat gebruikers eenvoudig informatie kunnen zoeken, vinden en beoordelen. Informatiespecialisten zijn al ruim 15 jaar bezig om hun gebruikers aan te passen aan de immer veranderende omgeving en persoonlijk beschouw ik dat als dweilen met de kraan open. Leveranciers van content en zoeksystemen hebben zelf meer belang bij het aansluiten bij hun gebruikers dan dat informatiespecialisten dat hebben. Het is een race waarin leveranciers aan 1 kant en informatiespecialisten aan de andere kant streven naar perfectie en, hoewel ik niet denk dat we er ooit komen, vraag ik me serieus af waarom we de moeite doen. Waarom moeten informatiespecialisten zoveel tijd, ambitie en bestaansrecht investeren om systemen van contentleveranciers toe te lichten en eindgebruikers te begeleiden in het gebruik ervan? We lijken wel vertegenwoordigers die langs de deuren gaan om eindgebruikers op te voeden optimaal gebruik te kunnen maken van andermans systemen.

En dat terwijl er een groot gapend gat in de markt is die door informatiespecialisten grotendeels genegeerd wordt.

Dat gat omhelst niet het zoeken, vinden of beoordelen van de content, of het leren omgaan met al die digitale bronnen, maar zit een stapje hoger, namelijk de toegang tot de content. Dat gapende gat is bijzonder goed verborgen want waarom zou toegang tot content een probleem zijn in een tijdperk waar je overspoeld wordt met informatie. Het probleem is echter dat, ondanks al die vrijelijk beschikbare informatie, er een gigantische laag verborgen zit met content waarvoor je moet betalen en waar je niet eenvoudig gebruik van kunt maken. Als je al weet dat die content bestaat natuurlijk.

Waardevolle content is nogal niet zelden content waar je voor moet betalen. Voor een bibliotheek is dit geen onbekend verschijnsel want al vele jaren nemen bibliotheken abonnementen op databanken zodat eindgebruikers daar zelf weer gebruik van kunnen maken. En geven we instructies in het gebruik van die databanken zodat gebruikers er ook daadwerkelijk in kunnen zoeken en vinden.

Maar het einde van databanken als grote bundelingen van content -de we geven je zoveel mogelijk en jij betaalt zoveel mogelijk constructies- is in zicht. Bibliotheken zijn niet meer in staat dit te bekostigen en kunnen zich letterlijk en figuurlijk niet meer veroorloven om gigantische hoeveelheden content-die-men-niet-wil af te nemen en aan te bieden teneinde een miniscule hoeveelheid content-die-men-wel-wil aan te bieden. Bibliotheken, informatiespecialisten *en* leveranciers moeten af van het collectie denken, de big deal praktijken, en toe naar het aanbieden en leveren van alleen die content die een gebruiker ook daadwerkelijk wil.

Dat klinkt logisch maar de consequenties zijn enorm. Voor (hogeschool)bibliotheken staan dan niet meer de bronnen centraal maar de inhoud ervan. Wanneer mag de klant gebruik maken van content? Hoe mag die het hergebruiken (binnen bijv. het onderwijs) en wie heeft er allemaal wel of niet toegang? Waar betaal je nu eigenlijk voor en wat krijg je er daadwerkelijk voor terug? En waarom zou een bibliotheek dat betalen en niet de klant zelf? Ineens gaat het niet meer om de eigen selectie van bibliotheken en de aanwezige bronnen & systemen maar verandert de dienstverlening in bemiddelen tussen de specifieke vraag van een klant en het schier oneindige aanbod van contentleveranciers. Ineens gaat het niet meer om het aanschaffen van content ten behoeve van die klant (hoewel dat nog best voor kan komen) maar staat maar 1 doel centraal: krijgt de klant zijn content en kan die daarmee doen wat hij of zij voor ogen had? Wat heeft een docent aan informatie die niet in de digitale leeromgeving gebruikt mag worden? Wat heeft een student aan informatie die niet gebruikt mag worden in een verslag?

De informatiespecialist van nu moet het aanbod van contentleveranciers toegankelijk kunnen maken voor zijn of haar klanten. Dat zullen soms groepen zijn, vaak individuen maar ook -zoals vroeger- de gehele instelling zijn. Dat betekent afspraken maken over en afsluiten van licenties voor content tbv deze doelgroepen zodat je zeker weet dat je klanten de content kunnen (her)gebruiken zoals ze dat willen en waar ze wellicht ook zelf voor betalen. Leveranciers, uitgevers maar ook andere bemiddelende partijen als SURFdiensten, werken steeds meer met maatwerklicenties die het steeds vaker mogelijk zullen maken dat je alleen betaalt voor die content die je wilt afnemen, gedurende de periode dat jij die content nodig hebt en dat je die content mag hergebruiken. Zowel op instellings-, groeps- als individueel niveau.

De informatiespecialist van straks is geen expert meer in het collectioneren, ontsluiten en aanbieden van fysieke en digitale content maar is expert in het just-in-time toegankelijk maken van content van verschillende contentleveranciers voor verschillende doelgroepen met verschillende randvoorwaarden. Een mix van bibliothecaris, ICT-er, onderhandelaar, auteursrechtenkenner, adviseur en licentiemanager.

@foto via Flickr met CC licentie

Terug naar de toekomst

Twee weken geleden hield ik een korte presentatie over enkele ontwikkelingen in de prachtige wereld van informatievoorziening en de impact die deze (kunnen) hebben op de veranderende rol van hogeschoolbibliotheken. Nou is een korte presentatie houden sowieso al geen eenvoudige opgave voor mij -ik ben de mening toegedaan dat “kort en bondig” vooral onnodige concessies zijn aan ongeduldige of ongeinteresseerde toehoorders- maar in dit geval vond ik het extra lastig. Vanuit welk perspectief kijk je naar de diverse ontwikkelingen?

Vanuit de aanbod kant? Waar uitgevers, tergend langzaam, nieuwe modellen bedenken voor het aan de man brengen van vooral digitale informatie? Ebook platformen als MyiLibrary, Netlibrary, Ebrary enz die de rol onverholen overnemen van bibliotheken en zichzelf ook zo noemen? Waar informatieleveranciers zich minder en minder richten op bibliotheken als tussenpersonen maar de eindgebruikers rechtstreeks benaderen in een B2C aanpak? Waar nieuwe licentiemodellen ontwikkeld worden vanuit SURFdiensten die het op termijn mogelijk zullen maken dat het onderwijs rechtstreeks digitale content kan afnemen just-in-time en beperkt tot een specieke groep afnemers?

Moet je kijken naar de klant kant van hogeschoolbibliotheken? Daar waar hogeschoolbibliotheken studenten als hun klanten zien terwijl deze niet bepalend zijn voor de rol die je als bibliotheek hebt binnen je onderwijsinstelling, laat staan dat deze impact op het budget hebben? Waar je instelling vindt dat je een bijdrage moet leveren aan de kennisdoelstellingen van de organisatie, brede projecten waar informatiemanagement, kennismanagement en informatieprocessen aan bod komen en waar ze naar de hogeschoolbibliotheek kijken? Waar steeds meer gekeken wordt naar de meerwaarde die je als bibliotheek eigenlijk hebt voor de organisatie?

Of moet je de hand in eigen boezem steken en de wereld aanschouwen vanuit je eigen perspectief als bibliotheek? Waar weliswaar nog steeds behoefte is aan een centraal aangeboden (fysieke en digitale) collectie maar waar het tegelijk steeds lastiger wordt om digitale content aan te bieden met verminderde financiële middelen. Waar we ook zelf blijven pogen om te concurreren met de Google’s en Amazon’s van deze wereld en zo dicht mogelijk de aansluiting te zoeken bij het onderwijs teneinde helder te krijgen wat van ons verlangd wordt anno 2011.

Voor mijn presentatie heb ik gekozen voor zoveel mogelijk het eerste en een klein beetje het laatste perspectief. Je moet nu eenmaal ergens beginnen. Het beeld dat na alle presentaties -ik was niet de enige- bij mij bleef hangen was echter wel veelzeggend. We hebben als hogeschoolbibliotheek een serieus probleem met het meeveranderen. Een bibliotheek als intermediair tussen vraag en aanbod die een eigen selectie van informatiebronnen aanbiedt, dat gaat achter de dodo aan richting uitsterven.

Onze klant -het onderwijs- wil geen bibliotheek meer in de klassieke zin van het woord maar vraagt om eindgebruikersdiensten van informatieleveranciers, expertise en bijdragen over hoe informatie gebruikt kan worden in digitale leeromgeving en onderwijs, en wil dat er meegedacht en meegeholpen wordt in de uitvoering van onderwijs, onderzoek en ondernemen.

Onze toeleveranciers van vroeger omzeilen ons waar het maar mogelijk is en benaderen onze eigen eindgebruikers rechtstreeks met content die niet of nauwelijks meer opgenomen kan worden in een centrale collectie die toegankelijk voor iedereen moet zijn. Dialogen gaan niet meer over bestellingen en prijzen (alleen) maar over licenties, gebruiksvoorwaarden en technische aspecten van toegang tot die content.

Zelf moeten we ook nog wennen als hogeschoolbibliotheek. We zijn goed in het runnen van een bibliotheek maar die nieuwe dienstverlening, daar zijn we nog niet over uit. Welke rol willen en kunnen we gaan oppakken binnen onze instellingen? Kunnen en willen we onze traditionele visies en werkwijzen loslaten en los komen van die diensten die feitelijk allemaal rondom aanschaf en beschikbaar maken van boeken waren geconcentreerd?

Waar is die toekomst en hoe komen we terug? Terug naar de intermediair rol die we hadden maar dan met een andere invulling. Terug naar de toekomst waar informatiespecialisten nog steeds nodig zijn.

@foto via Flickr

  • © 2006- 2014 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top