Anti-plagiaat software schendt auteursrecht niet

Binnen zowel de werkgroep HBO repositories als de werkgroep Auteursrechten en hbo hebben we wel eens de discussie gevoerd wat we aanmoeten met koppelingen met anti-plagiaat software. Deze laatste partijen maken en gebruiken een database waarin bijv. scripties van studenten in opgenomen worden en die als vergelijkingsmateriaal dienen om vast te stellen of er wel of niet kans is dat er plagiaat heeft plaatsgevonden. Opnemen in van een scriptie in een instellingseigen database betekent nog steeds een aparte openbaarmaking en de discussie was vooral gecentreerd rondom het vraagstuk of dit punt apart opgenomen moest worden in een toestemmingsformulier.

gavel.jpg

Kennelijk speelt dat punt ook in Amerika en is dat zelfs voor de rechter beland. Via de Onderwijsnieuwsdienst las ik dan ook dat de rechter heeft geoordeeld dat anti-plagiaat software zonder enig probleem werkstukken en scripties mogen opnemen in hun databases zolang het doel is nieuwe werkstukken te vergelijken met (vele duizenden) oude werkstukken. Dit alles valt volgens de Amerikaanse rechter onder de ‘fair use’. De aanklagers in deze zaak zijn het daar niet zo mee eens en gooien ook het privacy aspect op tafel aangezien die werkstukken voorzien zijn van persoonsgegevens van zowel studenten als docenten. Ephorus, wat ook binnen Windesheim gebruikt wordt, gaf al in het artikel toelichting aangezien zij idd de databases per instelling houden en de keuze voor delen bij de instellingen zelf neerlegt.

Wel boeiend is hierbij dat even los van het auteursrecht, ook bij Windesheim de vragen en bezwaren over privacy blijven terugkomen. Zo had ik vorige week maar liefst 2 oud-studenten die een wijziging resp. verwijdering van hun scripties wilden omdat hun eigen persoonsgegevens nu ‘overal te vinden’ waren via de HBO Kennisbank. Ook al was er toestemming gegeven tot publicatie, kennelijk beseffen studenten onvoldoende dat dit dus betekent dat de gehele inhoud openbaar wordt en niet alleen de proza waarmee het diploma binnengehaald is. Qua auteursrecht staan wij in ons recht om die scripties erin te laten, de ervaren privacy schending is er echter niet minder om en dus heb ik 1 scriptie verwijderd en 1 scriptie geanonimiseerd.

Vond ik wel zo ‘fair’

Raymond Snijders

Sinds 1995 houdt Raymond zich bezig met de combinatie van ICT, bibliotheken en onderwijs vanuit het perspectief van (vooral) de bibliotheek en informatievoorziening. Thans is hij werkzaam bij de Hogeschool Windesheim als senior informatiebemiddelaar en houdt hij zich bezig met de digitale bibliotheek, contentlicenties, ebooks en auteursrecht. Over deze onderwerpen en de impact die ze (kunnen) hebben op het onderwijs en bibliotheken blogt hij sinds 2006 op zijn Vakblog. In 2013 won hij de Victorine van Schaickprijs voor zijn blog.

Comments (3) Write a comment

  1. Was dat een zelfstandige publicatie van die scripties, of gebeurt publicatie automatisch als je je scriptie naar de plagiaatchecker stuurt? Dat laatste lijkt me nogal kwalijk. Een plagiaatchecker moet controleren op mogelijke plagiaat, niet meer.

    Maar op internet vind je genoeg scripties waar mensen hun naam, adres, telefoonnummer, studentennummer enzovoorts in achterlaten.

    Reply

  2. Het waren geen automatische publicaties. In 1 geval zelfs een gedigitaliseerde versie van een papieren scriptie.

    Reply

Leave a Reply

Required fields are marked *.


This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top