[intranetblog] Open Access in het hoger onderwijs


Open Access. Vrije toegang. Het is het tweede onderdeel van zowel de naam als inhoud van dit weblog en ze liggen enorm in elkaars verlengde. Auteursrecht heeft echter de invalshoek van het beschermen van de rechten van de maker van een werk terwijl bij Open Access vooral gekeken wordt naar de wijze waarop iets toegankelijk en beschikbaar gemaakt wordt. Bij auteursrecht kijk ik in dit weblog ook vooral naar wat je er als gebruiker allemaal wel mee mag maar zitten daar logischerwijs wat beperkingen aan. Bij Open Access kijk ik ook nog steeds naar wat je er allemaal mee kan maar verdwijnen de auteursrechten echt niet uit beeld.

Open Access is op meerdere punten te vergelijken met iets als Creative Commons. Bij beide worden er duidelijke afspraken en licenties afgesproken en bij beide is het net zo zeer een filosofie, een houding, een principe als dat het alleen om rechten gaat.

Wat is Open Access dan eigenlijk?
Bij Open Access heb je het primair over onderzoeksresultaten en is het vooral ‘bekend’ uit de universitaire wereld. Open Access (OA) van onderzoeksresultaten is het zonder beperkingen beschikbaar stellen via internet van de resultaten (zowel publicaties als onderzoeksdata), in het bijzonder resultaten van onderzoek die met publieke middelen zijn gefinancierd.

De principes van Open Access zijn in drie verschillende declaraties neergelegd: die van Boedapest, de Bethesda Statement on Open Access Publishing en Berlijn (Berlin Declaration on Open Access to Knowledge in the Sciences and Humanities).  Deze drie declaraties verschillen op onderdelen iets van elkaar maar hebben gemeen dat:

1. Open Access-publicaties voor iedereen – onderzoekers, studenten en het algemene publiek – kosteloos toegankelijk moeten zijn en blijven;
2. Open Access-publicaties online worden gepubliceerd en in minimaal één online repository worden opgenomen;
3. de auteur van een Open Access -publicatie de gebruiker toestemming geeft om de content te mogen (her)gebruiken voor onderzoek;
4. die toestemming voor (her)gebruik twee voorwaarden heeft: er is een correcte bronvermelding en er mag geen plagiaat worden gepleegd.
5. de auteur vooraf die toestemming voor het vrije, wereldwijde en onherroepelijke gebruik moet geven via een niet-exclusieve licentie.

Voor het hoger onderwijs geldt dat in eerste instantie alle universiteiten de Berlin declaration getekend hebben. Eind vorig jaar kwamen daar ook alle HBO’s bij toen Doekle Terpstra, namens de HBO Raad, deze eveneens ondertekende. Daarmee hebben ook alle hogescholen zich achter de filosofie en uitgangspunten van Open Access geschaard om onderzoeksoutput van hogescholen beschikbaar te maken.

Hoewel Open Access mijns inziens een groot goed is, betekent dat niet dat geheel Nederland in rap tempo volgens dit principe is gaan werken. Er zijn flink veel hobbels die genomen moeten worden en overal voorkomen:

  • bij universiteiten en onderzoekers is nog veel onwetendheid over de mogelijkheden van open access;
  • er heerst een cultuur van het weggeven van alle publicatierechten door auteurs naar de traditionele uitgevers. In dat geval mogen onderzoekers dus zelf niet eens hun eigen artikelen beschikbaar maken voor de instelling waarvoor ze werken (dat is de zgn groene route in Open Access);
  • Het publiceren van artikelen in Open Access tijdschriften (dat is de zgn gouden route in Open Access) heeft minder prestige, allure en ‘smoel’ dan in de gevestigde papieren tijdschriften. Onderzoekers en lectoren worden vooral hier op beoordeeld en dat maakt het lastig die gouden route te bewandelen;
  • in het HBO is er sowieso bijna geen onderzoeks- en publiceercultuur, om van de ‘deel-cultuur’ nog maar niet te spreken. Alleen de HBO Kennisbank zou je nog onder deze noemer kunnen scharen en zelfs daar ontbreekt bij de meeste hogescholen beleid over.

Kortom, zeker voor hogescholen geldt dat met het ondertekenen van de Berlin Declaration weliswaar een eerste belangrijke stap is gezet, maar dat er nog heel wat moet gebeuren voordat Open Access ook gaat leven.

Wordt vervolgd …

Raymond Snijders

Sinds 1995 houdt Raymond zich bezig met de combinatie van ICT, bibliotheken en onderwijs vanuit het perspectief van (vooral) de bibliotheek en informatievoorziening. Thans is hij werkzaam bij de Hogeschool Windesheim als senior informatiebemiddelaar en houdt hij zich bezig met de digitale bibliotheek, contentlicenties, ebooks en auteursrecht. Over deze onderwerpen en de impact die ze (kunnen) hebben op het onderwijs en bibliotheken blogt hij sinds 2006 op zijn Vakblog. In 2013 won hij de Victorine van Schaickprijs voor zijn blog.

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top