[intranetblog] Van wie is het? Eigenaarschap in het hbo

Gebruik van materiaal in het onderwijs van anderen is één ding maar, zeker als we het over Open Access of Open Educational Resources (onderwijsmateriaal) hebben, is het minstens zo interessant om te kijken waar je gebruik kunt maken van zelf ontwikkeld materiaal. Immers, de beste manier om van al dat nadenken over andermans rechten af te komen is materiaal gebruiken dat je zelf geschreven hebt. Dan heb je als medewerker zelf het auteursrecht en kun jij bepalen wat je er mee doet.

Helaas is dat minder logisch dan het wellicht lijkt.

Of je nou als docent je eigen boek geschreven hebt (en dit door een uitgever op de markt laat brengen), als onderzoeker een artikel publiceert of als student je scriptie op internet zet, je kunt pas gebruik maken van je rechten als je ze ook daadwerkelijk hebt. En daar is wat meer over te zeggen dan alleen het eerste artikel van de Auteurswet waarin staat dat je als maker de auteursrechthebbende bent.

Dezelfde Auteurswet zegt namelijk een paar artikelen verderop (in art. 7) dat als een werk gemaakt is in dienst van een werkgever, de auteursrechten bij die werkgever komen te liggen tenzij dat vooraf expliciet anders is afgesproken.

De CAO-hbo 2007-2010, die overigens verlengd is en daardoor een looptijd kent tot 1 februari 2012, bevat zelfs een apart artikel over dit onderwerp. Artikel E-7 Auteursrechten en industriële eigendom stelt dat:

De rechten op het auteurs-, octrooi- of kwekersrecht alsmede de baten voortvloeiend uit
• het vervaardigen van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst in de zin van de Auteurswet,
• het uitvinden van een nieuw voortbrengsel of een nieuwe werkwijze in de zin van de Rijksoctrooiwet of
• het kweken of winnen van een ras waarop een kwekersrecht kan worden gevestigd als bedoeld in de Zaaizaad- en Plantgoedwet komen toe aan de werkgever indien het vervaardigen, uitvinden, kweken of winnen door de werknemer in de uitoefening van zijn functie is of wordt verricht ten behoeve van de werkgever.

Vooral die laatste zin is essentieel: het maakt dus niet uit of een werk is gemaakt binnen werktijden (een veel gehoord argument) maar of het is vervaardigd in het kader van de door de werkgever opgedragen werkzaamheden. Schrijf je een boek of artikel in je vrije tijd over een onderwerp wat een link heeft met je werkzaamheden, dan komen de auteursrechten toe aan je hbo instelling! Ben je docent wiskunde en schrijf je onder werktijd een boek over breien, dan heb je het auteursrecht zelf .. en een mogelijk arbeidsconflict omdat je dit boek onder werktijd geschreven hebt maar dat is een ander verhaal.

Wel van belang hier is dat dit geldt voor werknemers met een arbeidsovereenkomst met een werkgever op grond van deze cao. Dit geldt niet voor freelancers, dit geldt niet voor colleges van bestuur en dit geldt ook niet voor studenten. Zij hebben zelf het auteursrecht op hun eigen publicaties. Ook wordt het een grijs gebied als werknemers een dubbele aanstelling hebben of bepaalde nevenactiviteiten. Vaker wel dan niet hebben nevenaanstellingen en -activiteiten overlap met de werkzaamheden bij een hogeschool en dan is het bijzonder lastig om vast te stellen voor wie welk werk is gemaakt en wie dus precies de rechthebbenden zijn.

Nu wordt de soep nog niet zo heet gegeten als die wordt opgediend. Hoewel zowel de Auteurswet als de CAO-hbo duidelijk maken wie eigenaar is van vervaardigde werken in het hbo, zijn mij nauwelijks voorbeelden bekend waar hogescholen ook deze rechten en het eigenaarschap daadwerkelijk claimen.

Dat wil echter niet zeggen dat het zo gaat blijven.

Hogescholen willen kennisinstellingen zijn, willen ondernemen (met hun kennisproducten), willen een bijdrage leveren aan kenniscirculatie via ondermeer Open Access publicaties en worden ook steeds meer geconfronteerd met problemen rondom auteursrechten van anderen bij gebruik van materiaal in het eigen onderwijs. Het zal essentieel zijn om niet alleen duidelijk beleid maar ook goede afspraken met de eigen werknemers te maken hoe een hogeschool omgaat met het stimuleren van die kenniscirculatie. Hierbij is een uitspraak hoe er met het eigenaarschap omgegaan wordt een vitaal onderdeel. Hogescholen kunnen niet rücksichtslos het eigenaarschap opeisen zonder dat ze ook helder maken wat ze er mee willen en gaan doen. Het mes moet aan twee kanten snijden zodat zowel de medewerker als de hogeschool profiteert van wat er gemaakt wordt.

@foto via Flickr door Paul Gallo

Raymond Snijders

Sinds 1995 houdt Raymond zich bezig met de combinatie van ICT, bibliotheken en onderwijs vanuit het perspectief van (vooral) de bibliotheek en informatievoorziening. Thans is hij werkzaam bij de Hogeschool Windesheim als senior informatiebemiddelaar en houdt hij zich bezig met de digitale bibliotheek, contentlicenties, ebooks en auteursrecht. Over deze onderwerpen en de impact die ze (kunnen) hebben op het onderwijs en bibliotheken blogt hij sinds 2006 op zijn Vakblog. In 2013 won hij de Victorine van Schaickprijs voor zijn blog.

Comments (2) Write a comment

  1. Heldere uiteenzettng.
    De CAO voor universitair personeel kent de bepaling van het werkgevers-auteursrecht niet. Het zou goed zijn als dat verschil binnen het hoger onderwijs wordt opgeheven, en er 1 landelijke of Europese auteursrechtregeling komt die kenniscirculatie bevordert.

    Zie ook
    http://www.lectoren.nl/open-onderzoek/hoe-staat-het-met-auteursrechten.html

    en

    http://www.utwente.nl/gw/osc/examencommissie/excie/Informatie_intellectuele_eigendomsrechten/ (waar ook Octrooirecht wordt genoemd)

    Reply

Leave a Reply

Required fields are marked *.


This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top