Hoe dan wel om te gaan met auteursrechten in de digitale leeromgeving

Ook al was de vorige post, en presentatie, niet bedoeld om met oplossingen te komen hoe het onderwijs, de individuele docent, wel verantwoord kan omgaan met auteursrechtelijk beschermd materiaal, toch kreeg ik enkele reacties via mail die precies die vraag stelden. Nou, daar heb ik best wel ideeën bij.

Enerzijds is de basis, en dat is waar ik alle praatjes over auteursrecht mee begin, dat je toestemming nodig hebt om materiaal van anderen te gebruiken in je eigen onderwijs. Die toestemming kan meerdere vormen hebben, van instemming door de auteursrechthebbende(n) tot licenties van uitgevers en Creative Commons licenties. Anderzijds maakt je hbo instelling al gebruik van de readerovereenkomst en zijn korte overnames afgekocht. Zolang je dus binnen die grenzen van korte overnames blijft is er ook geen probleem. Ook kun je het probleem omzeilen door eenvoudigweg de content zelf niet op te nemen in je digitale leeromgeving maar er naar te linken.

In een lijstje zouden de tips er zo uit kunnen zien:

  1. Link naar digitale content vanuit je digitale leeromgeving.
    Links zijn geen openbaarmakingen of verveelvoudigingen en je maakt dus geen inbreuk op de rechten van een ander. Het valt daarmee ook niet onder de Readerovereenkomst en dus is het probleem ‘opgelost’. Het vereist wel zorgvuldigheid van een docent. De links moeten stabiel zijn (niet van de 1 op andere dag veranderen, correct zijn (dus geen sessieid’s bevatten of andere zaken die links al snel niet meer laten werken), bij voorkeur permalinks of persistent links zijn en je moet ook controleren of die links werken buiten de muren van je eigen instelling. Niets is vervelender als een digitale leeromgeving die vanaf thuis te raadplegen is maar met een link die dat niet is;
  2. Maak gebruik van zelfgeschreven onderwijsmateriaal
    Stichting PRO meldt zelf in een bijlage van de readerovereenkomst dat door docenten zelf ontwikkeld materiaal buiten de overeenkomst valt. Logisch want onderwijsmateriaal dat je helemaal zelf geschreven hebt (en dan bedoel ik dus alles zelf geschreven), daar ben je als docent zelf de auteursrechthebbende van;
  3. Gebruik alleen korte overnames conform de Readerovereenkomst
    Mijdt langere overnames en blijf binnen de grenzen van korte overnames. Bij niet literaire werken gaat het om maximaal 10.000 woorden tot een maximum van 1/3 van het gehele werk. Bij tijdschriften en andere periodieken om maximaal 8.000 woorden tot een maximum van 1/3 van het tijdschriftnummer. Literaire werken zijn beperkt tot 100 regels poëzie of 2500 woorden proza tot een maximum van 1/10 van het gehele werk. En maximaal 25 grafieken, tabellen of foto’s waarbij 1 grafiek, tabel of foto voor 200 woorden meetelt;
  4. Gebruik bronnen en content waar al vooraf toestemming is gegeven voor hergebruik
    Licenties dus. Een beetje afhankelijk wat je precies doet met de content zijn de meerderheid van de Creative Commons licenties geschikt voor gebruik in de leeromgeving. Let daar wel op dat dit met eigen spelregels komt zoals de verplichte naamsvermelding. Ook zijn de meeste Open Access bronnen en open leermaterialen voorzien van een Creative Commons licentie. Licenties -met bijbehorende voorwaarden- spelen een rol bij betaalde databanken waar de bibliotheken van je instelling over beschikt maar ook bij teksten en foto’s die je op het internet vindt. Ga er niet vanuit dat ze vrijelijk te gebruiken zijn maar zoek naar de voorwaarden of licentie die de maker van een site hanteert als je die content wilt hergebruiken. Het geldt bijvoorbeeld voor de afbeelding bovenaan deze post: de licentie stelt dat ik deze mag gebruiken mits ik een vermelding daarvan maak (onderaan de post). Kun je een dergelijke licentie of voorwaarden niet vinden? Ga er dan gerust van uit dat je het niet mag/kunt gebruiken in je onderwijs!;
  5. Gebruik content waar geen auteursrechten op rusten
    Het is een relatief kleine categorie maar soms is content niet auteursrechtelijk beschermd. Wetteksten zijn bijvoorbeeld vrij van auteursrechten en dat geldt ook voor boeken die in het publieke domein zitten omdat de auteurs langer dan 70 jaar overleden zijn. Eén van de dingen waar je die materialen in het publieke domein aan kunt herkennen is de CC0 (cc-Zero) verklaring van Creative Commons. Dit is geen licentie maar een verklaring dat iemand afstand gedaan heeft van zijn auteursrechten.

Hoe dan ook, het betekent dat je als docent toch iets meer moet weten van wanneer je content wel of niet kan gebruiken. De mogelijkheid om langere overnames te gebruiken blijft natuurlijk altijd bestaan maar die moet wel gemeld (en betaald) worden. Met wat zorgvuldigheid en bovenal bereidwilligheid om te kijken of er afspraken te maken zijn voor gebruik van andermans content in je onderwijs kom je een heel eind.

 @ Bepaalde afbeeldingen en/of foto’s op deze pagina zijn het auteursrechtelijk eigendom van 123RF Limited, zijn leveranciers, of zijn gelicenceerde Partners en worden met toestemming onder licentie gebruikt. Deze afbeeldingen of foto’s mogen niet worden gekopieerd of gedownload zonder toestemming van 123RF Limited.

#

Raymond Snijders

Sinds 1995 houdt Raymond zich bezig met de combinatie van ICT, bibliotheken en onderwijs vanuit het perspectief van (vooral) de bibliotheek en informatievoorziening. Thans is hij werkzaam bij de Hogeschool Windesheim als senior informatiebemiddelaar en houdt hij zich bezig met de digitale bibliotheek, contentlicenties, ebooks en auteursrecht. Over deze onderwerpen en de impact die ze (kunnen) hebben op het onderwijs en bibliotheken blogt hij sinds 2006 op zijn Vakblog. In 2013 won hij de Victorine van Schaickprijs voor zijn blog.

Comments (6) Write a comment

  1. Nog een aanvulling op #1:
    Zorg er ook voor dat de content niet “embedded” weergegeven wordt in de leeromgeving nadat een gebruiker op een link klikt. Dat telt namelijk niet als linken. Sommige leeromgevingen (o.a. Natschool) zijn daar heel goed in. Dan zie je de content in de context van de leeromgeving. Dat ziet er netjes uit, is ook handig voor de student, maar in dit kader wil je dat dus niet.

    Wellicht nog een aanvulling op #4:
    Gebruik content die je kunt embedden. Bijvoorbeeld YouTube filmpjes, materiaal van Uitzending gemist, of documenten die op Scribd (http://www.scribd.com/) staan. Je mag er vanuit gaan dat als de aanbieder een embed-optie aanbiedt, dat jij die content daarmee dan ook mag embedden in de leeromgeving.

    Reply

    • Hele goede aanvulling op #1 inderdaad, die was me er tussendoor geschoten. Dat komt omdat onze Blackboard versie nog geen content kan embedden om zijn leven mee te redden waarschijnlijk maar je hebt gelijk. Nou is juridisch de status van embedden niet 100% duidelijk maar dat een PDF embedden via Scribd fundamenteel anders is dan het uploaden in je ELO zelf, daar wil zelf de meest naieve persoon niet aan lijkt me.

      Voor #4 zou het inderdaad wel weer wenselijk zijn omdat het ook voorkomt dat je in meerdere versies van modules (voltijd, deeltijd, afstandsleren enz) iedere keer die lap tekst of video moet plaatsen. We hebben er geen CMS onder zitten dus dat zou bij ons iig de dagelijkse praktijk zijn. Embedden zorgt er ook voor dat de content identiek is tussen de verschillende versies. Nu gaat dat embedden dus zoals gezegd niet heel geweldig (ahum) maar dat kun je Stichting PRO niet aanrekenen :)

      Reply

  2. Pingback: Nieuwe vormen van hoger onderwijs en de readerovereenkomst | Vakblog

Leave a Reply

Required fields are marked *.


This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top