(Open access) publiceren van onderzoekspublicaties: over auteurs- en exploitatierechten

Onderstaand stuk maakt onderdeel uit een adviesbrief over hoe onze hogeschool invulling zou kunnen geven aan open access. Specifiek gaat het hier over de auteursrechtelijke kant waarbij ik van mening ben dat je als hogeschool je niet blind moet staren op het feit dat het auteursrecht van publicaties van medewerkers bij de instelling ligt. De focus zou moeten liggen bij het faciliteren van publiceren door de eigen medewerkers.

Het gaat immers niet om het discussiëren over wie het auteursrecht heeft (daar is zowel de Auteurswet als de CAO-hbo helder in) maar hoe je verstandig met die rechten omgaat zodat je (open access) publiceren stimuleert. Het leek me dat ik mijn standpunt en meningen ook buiten een interne adviesbrief zou moeten verkondigen dus vandaar, met slechts kleine aanpassingen, deze blogpost.

Algemeen

Of het nu gaat om lesmateriaal, boeken of beleidsnota’s, zolang medewerkers van een hogeschool een arbeidsovereenkomst hebben met hun hogeschool is de laatste auteursrechthebbende van werken die door haar medewerkers gemaakt worden. De Auteurswet stelt dat in principe de maker van een werk ook aangemerkt wordt als de auteursgerechtigde (Auteurswet, artikel 1). Dezelfde wet stelt echter ook dat indien een werk gemaakt is in dienst van de werkgever de auteursrechten overgaan naar de werkgever tenzij anders is afgesproken (Auteurswet, artikel 7).

In de CAO-hbo bepalingen (artikel E-7) is expliciet opgenomen dat de instelling auteursrechthebbende is. De rechten op het auteursrecht die voortvloeien uit het vervaardigen van een werk in de zin van de Auteurswet komen toe aan de werkgever indien het vervaardigen door de werknemer in de uitoefening van zijn functie is of wordt verricht ten behoeve van de werkgever. Het is niet van belang of het werk wel of niet is vervaardigd binnen de officiële arbeidstijden. Wat relevant is, is of het werk is vervaardigd in het kader van de door de werkgever opgedragen werkzaamheden.

Tenzij anders is overeengekomen komt de hogeschool dus het auteursrecht toe van haar werknemers. Als werknemers worden diegenen beschouwd die op grond van een arbeidsovereenkomst bij de hogeschool werkzaam zijn.  Freelancers vallen daar buiten en leden van het college van bestuur worden eveneens niet tot werknemers gerekend. Met freelancers kunnen in overeenkomsten afspraken hierover gemaakt worden die het auteursrecht ook overdragen aan de opdrachtgever (de hogeschool).

Op studentwerken die beogen de kennis en vaardigheden van de student te toetsen, berust het auteursrecht bij de student zelf. Artikel 6 van de Auteurswet kan hier niet toegepast worden en de hbo instelling kan in deze geen claim leggen op het auteursrecht. Een student kan alleen beoordeeld worden op een werk dat aantoonbaar van de student zelf is.

Volgens de Auteurswet is het auteursrecht het uitsluitend recht van de maker om zijn of haar werk openbaar te maken en te verveelvoudigen. De rechten op deze twee handelingen worden ook wel aangeduid als exploitatierechten. Volgens de Auteurswet en de CAO-hbo vallen de exploitatierechten toe aan de hogeschool als auteursrechthebbende werkgever.

Huidige situatie bij hogescholen

Ondanks het gegeven dat de hogeschool  het auteursrecht toekomt op boeken, artikelen en andere werken van haar werknemers worden er al jarenlang afspraken gemaakt tussen docenten, onderzoekers en uitgevers over het openbaar maken en verveelvoudigen van die werken: het publiceren. Diverse docenten hebben studieboeken geschreven die door uitgevers op de markt worden gebracht. In alle gevallen zijn de exploitatierechten via een overeenkomst overgedragen naar een uitgever en in voorkomende gevallen is dit ook met de auteursrechten gebeurd. In afwezigheid van een publicatiebeleid en het handhaven van het eigendom van auteurs- en exploitatierechten door de hogeschool zijn deze rechten dus feitelijk onrechtmatig overdragen door hogeschoolmedewerkers aan uitgevers.

Bij lectoren en onderzoekspublicaties spelen nog enkele additionele zaken. Veel lectoren hebben niet alleen een arbeidsovereenkomst met een hogeschool maar ook een tweede arbeidsovereenkomst met een wetenschappelijke onderwijsinstelling. De cao van de universiteiten kent geen soortgelijk artikel E-7 terwijl de aard van de werkzaamheden bij deze universiteiten veelal wel een grote overlap heeft met de werkzaamheden bij de hogeschool.  Daarnaast is te verwachten dat lectoren bij hun aanstelling als lector expliciet afspraken hebben gemaakt met betrekking tot het auteursrecht over werken welke geschreven worden gedurende het dienstverband, daarmee afwijkend van het automatische auteursrecht van werkgevers op grond van de Auteurswet. Dit betekent dat er maar zelden een eenduidige uitspraak gedaan kan worden wie het auteursrecht toekomt van een publicatie door een lector.

Lectoren publiceren in een grote verscheidenheid van kanalen: erkende en prestigieuze tijdschriften van commerciële uitgevers waarin alleen gepubliceerd kan worden na overdracht van zowel auteursrechten als exploitatierechten. Boeken bij commerciële uitgevers met eveneens overdracht van rechten als randvoorwaarde maar ook tijdschriften en boeken bij uitgevers waar overdracht van rechten niet of nauwelijks een rol speelt.

In 2011 zijn er gesprekken gevoerd met alle lectoren van Windesheim over de wijze waarop deze thans publiceren en de mogelijkheden/knelpunten van open access publiceren. Hieruit kwam niet alleen de hierboven genoemde verscheidenheid naar voren, ook bleek dat de meerderheid van de lectoren nauwelijks of niet afspraken maken met een uitgever om zelf het gebruiksrecht op de eigen publicaties te kunnen behouden. Dit leidde tot concrete voorbeelden dat lectoren hun eigen boeken en artikelen niet (meer) konden gebruiken voor hun huidige werkzaamheden binnen de hogeschool.

De rol van uitgevers

Uitgeverijen hebben alleen die rechten die door de auteursrechthebbenden aan hen zijn overgedragen. Zij leveren immers (alleen) de dienst om een werk te openbaren en te verveelvoudigen en hebben daar ten minste de exploitatierechten voor nodig. Historisch is het echter zo gegroeid dat, met name de wetenschappelijke, uitgevers de volledige auteursrechten opeisen als voorwaarde voor publiceren.  Met Open Access publiceren begint hier een kentering in te komen. Wereldwijd worden uitgevers geconfronteerd met de wensen en eisen van auteurs om onder Open Access te kunnen publiceren waarbij de auteursrechthebbende zeggenschap houdt over het werk zelf en de uitgever, via het in licentie krijgen van de exploitatierechten, alleen zeggenschap heeft over de specifieke versie die door hen gepubliceerd wordt. In de Tweede Kamer ligt sinds vorig jaar een wetsvoorstel over auteurscontractenrecht die de onderhandelingspositie van auteursrechthebbenden richting uitgevers moet verbeteren.

Gewenste situatie m.b.t. de onderzoekspublicaties

Teneinde onderzoekspublicaties onder open access beschikbaar te kunnen stellen via de HBO Kennisbank of de website van de hogeschool, is het noodzakelijk om auteursrechtelijke zeggenschap te behouden over de publicaties. Dit is eveneens een vereiste als de hogeschool de optie wil behouden om deze publicaties in de toekomst door een andere partij (al dan niet commercieel) te laten exploiteren maar ook om deze eenvoudigweg te kunnen inzetten in het onderwijs dat op de hogeschool gegeven wordt.

Het behouden van die zeggenschap betekent niet dat er een uitspraak gedaan hoeft te worden over wie auteursrechthebbende is van een werk. Dit is immers al vastgelegd in de Auteurswet en de CAO-hbo. Voor de lectoren, met dubbele aanstellingen, blijft het onduidelijk of zij zelf auteursrechthebbenden zijn of dat de hogeschool dit is. Een besluit hierover, dat alleen maar kan bestaan uit het vastleggen van dit gegeven in bijv. een addendum op hun arbeidsovereenkomst,  leidt echter nog steeds niet tot het gewenste resultaat van publiceren onder open access. Lectoren moeten minimaal beschikken over de mogelijkheid de eigen publicaties te laten publiceren en daarvoor hebben ze de exploitatierechten nodig.

Auteurs, of het nou onderzoekers of lectoren zijn, maken nu al afspraken met uitgevers en sluiten overeenkomsten met ze. Bij besluit van het College van Bestuur zou vastgelegd moeten worden hoe onder verschillende omstandigheden omgegaan wordt met het al dan niet geheel of gedeeltelijk overdragen van de rechten uit de Auteurswet.

In het geval van onderzoekspublicaties zou de uitspraak nodig zijn om bij het publiceren ervan alleen de exploitatierechten over te dragen naar de uitgever. Dit betreft dan vanzelfsprekend die gevallen waarin de auteurs- en exploitatierechten in bezit van de hogeschool zijn

Met deze uitspraak kunnen auteurs van onderzoekspublicaties blijven publiceren zoals ze dat in het verleden ook al deden maar zullen met uitgevers aanvullende of nieuwe afspraken gemaakt moeten worden indien men voorheen ook de auteursrechten overdroeg. Daarnaast biedt het de gelegenheid om met zowel de auteurs als de uitgevers een dialoog te voeren over:

  1. De mogelijkheid om alleen het exploitatierecht aan de uitgever over te dragen.
  2. De mogelijkheid om Open Access te publiceren.
  3. De mogelijkheid om de publicatie intern te mogen (her)gebruiken.

Het Auteursrechten Informatiepunt van de hogeschool(bibliotheek) kan, in samenwerking met de onderwijsjuristen, de auteurs hierbij faciliteren.

Welke besluiten kan een College vervolgens nemen?

  • Het College besluit dat auteurs van onderzoekspublicaties kunnen beschikken over de exploitatierechten en daarmee de mogelijkheid om de eigen publicaties te publiceren.
  • Het College besluit dat auteurs van onderzoekspublicaties, voor zover de auteurs- en exploitatierechten in bezit van de hogeschool zijn, alleen het recht op exploitatie mogen overdragen aan uitgevers.

#

Raymond Snijders

Sinds 1995 houdt Raymond zich bezig met de combinatie van ICT, bibliotheken en onderwijs vanuit het perspectief van (vooral) de bibliotheek en informatievoorziening. Thans is hij werkzaam bij de Hogeschool Windesheim als senior informatiebemiddelaar en houdt hij zich bezig met de digitale bibliotheek, contentlicenties, ebooks en auteursrecht. Over deze onderwerpen en de impact die ze (kunnen) hebben op het onderwijs en bibliotheken blogt hij sinds 2006 op zijn Vakblog. In 2013 won hij de Victorine van Schaickprijs voor zijn blog.

Comments (10) Write a comment

  1. Pingback: Bibliotheken en het Digitale Leven in de derde April week van 2012 | Dee'tjes

Leave a Reply

Required fields are marked *.


This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top