Over soms niet zo brede toegang tot informatiebronnen


Het is een soort principe kwestie geworden de laatste jaren. Een brede toegang voor je doelgroep tot de content waarvoor je betaalt als bibliotheek. Dat klinkt heel vanzelfsprekend maar het is niet voor niets dat Creative Commons licenties, Open Access, open data en alle discussies over (auteurs)rechten en gebruikersovereenkomsten pas de laatste jaren onderwerpen van gesprek zijn.

Ik begon met werken in een hogeschoolbibliotheek in 1995. Digitale informatiebronnen die toegankelijk waren via internet vormden nog een compleet nieuw fenomeen en, hoewel beperkende voorwaarden in licenties en contracten met informatieleveranciers al wel langer bestonden, kwam het internet -zoals bijna alle nieuwe vormen van technologie- vooral als een dreigement over bij die leveranciers. In onze collectie hadden we bijvoorbeeld normalisatie normen op papier die met een bepaling in de overeenkomst kwamen dat ze niet in een ruimte samen met een kopieerapparaat mochten staan. Angst voor misbruik is van alle tijden.

Databanken via internet. Waarin je eenvoudig alles kunt downloaden. Kopieren en plakken. Doormailen. Verspreiden. Angst! Draconische bepalingen werden in de overeenkomsten opgenomen waarin bibliotheken zo’n beetje aansprakelijk werden gesteld voor het potentiele misbruik door hun klanten. Technische restricties moesten het fort bewaken van het eigendom van de leverancier. Logincodes met wachtwoorden en geautoriseerde pc’s waarop alleen de databank te raadplegen was. Hogeschoolbibliotheken, de mijne tenminste wel, waren al lang blij dat ze van het papier afwaren en boden zonder enige discussies deze databanken aan. Overigens in zalige onwetendheid want zoals de papieren normen en kopieerapparaten gewoon naast elkaar stonden in de fysieke collectie, zo werden de digitale bronnen ook met inlogcodes en wachtwoorden verspreid.

Het was in die tijd dat ik me voor licenties ging interesseren. Of beter gezegd, dat ik me ging afvragen waarom we als bibliotheken klakkeloos het aanbod van leveranciers aanhoorden, hoogstens nog een beetje mopperden over de prijs, en het vervolgens met alle -voor bibliotheken- onhandige en soms onwerkbare randvoorwaarden doorgaven aan onze eigen klanten. Waarom stelden we zelf geen voorwaarden? Waarom maakten we wel programma’s van eisen voor verbouwingen en het nieuwe geautomatiseerde bibliotheeksysteem maar niet voor de peperdure digitale bronnen? Waarom onderhandelden we niet?

“Omdat het monopolisten zijn en je niet kunt vergelijken” was een antwoord dat terugkwam op die vragen. Ja, het zijn bijna allemaal monopolisten die leveranciers maar dan nog moet je ze vertellen hoe jij hun product wilt gebruiken en aan welke randvoorwaarden het moet voldoen wil *jij* het kunnen gebruiken. En nee zeggen is dan ook een keuze. Nee, het is een prachtig product maar nee, we kunnen het zo niet gebruiken in onze eigen dienstverlening. Jammer maar helaas.

En gelukkig werden bibliotheken kritischer. Ze gingen niet meteen eisen stellen maar gaven wel hun wensen, hun randvoorwaarden aan. Gebruiksstatistieken die door leveranciers aangeleverd werden zodat je kunt bepalen of iets daadwerkelijk gebruikt wordt. Prijsstijgingen die gekoppeld moesten zijn aan de cpi index en aan de content in de databanken. Bepalingen dat content ook hergebruikt mag worden in het onderwijs waarvoor je die databank nou net beschikbaar wilde stellen. Toegang op basis van IP-ranges zodat al je klanten bij de content kunnen zonder naar die ene pc of een inlogcode & wachtwoord nodig te hebben. Thuistoegang zodat diezelfde klanten ook gewoon buiten de instelling en bibliotheek bij de content kunnen. Er wordt nu over gesproken, over onderhandeld en het zijn redenen geworden om nee te zeggen als niet aan die randvoorwaarden voldaan kan worden.

Brede toegang tot de content waar je voor betaalt voor je gehele doelgroep. Waar ze zich ook bevinden.

Maar uitgevers en leveranciers maakten daar handig gebruik van. Brede toegang tot alle content voor al je gebruikers? Prima, dat kon je dan krijgen ook. Databanken werden uitgebreid met steeds meer content. Honderden tijdschriften, duizenden tijdschriften tot tienduizenden tijdschrift. Steeds meer content waar men steeds meer geld voor ging vragen. Grote uitgevers met zeer veel content kwamen met Big Deals maar ook bij de kleinere uitgevers stegen de prijzen elk jaar weer en weer en weer. Voor content waar je als bibliotheek steeds minder en minder en minder mee kon want je rol is nou net om een selectie met voor je klanten relevante informatiebronnen aan te bieden. Niet het gehele aanbod van alle uitgevers.

Tijd om weer naar je eisen, wensen, randvoorwaarden te kijken. Waarom tienduizenden tijdschriften afnemen van een leverancier terwijl je er maar tien wil hebben? Waarom die content aan alle klanten aanbieden terwijl je weet dat slechts een specifieke groep het nodig heeft, er behoefte aan heeft? Waarom standaard thuistoegang willen terwijl sommige bronnen alleen in (practicum)lessen gebruikt worden?

Sinds gisteren hebben we afscheid genomen van papieren normen en de intranetcollectie digitale normen met een licentieovereenkomst op en toegang tot NEN Connect. Daar zitten alle in Nederland geldige normalisatie normen in die gedownload kunnen worden en gebruikt in het onderwijs. Kopieerapparaten staan niet meer als verboden technologie in de licentieovereenkomst hoewel de PDF’s wel allemaal voorzien zijn van social drm. Ik wilde al standaard gaan regelen om ook buiten onze instelling NEN Connect toegankelijk te maken maar toen bedacht ik me.

Soms moet je tegen een leverancier zeggen dat je niet meer content wil maar alleen nog maar die content waar je behoefte aan hebt.  Soms is het genoeg dat het binnen de muren van je instelling toegankelijk is. Soms volstaat het zelfs dat er slechts enkele personen toegang krijgen.

Soms hoeft die toegang niet zo breed te zijn.

@ foto via RGBstock

#

Raymond Snijders

Sinds 1995 houdt Raymond zich bezig met de combinatie van ICT, bibliotheken en onderwijs vanuit het perspectief van (vooral) de bibliotheek en informatievoorziening. Thans is hij werkzaam bij de Hogeschool Windesheim als senior informatiebemiddelaar en houdt hij zich bezig met de digitale bibliotheek, contentlicenties, ebooks en auteursrecht. Over deze onderwerpen en de impact die ze (kunnen) hebben op het onderwijs en bibliotheken blogt hij sinds 2006 op zijn Vakblog. In 2013 won hij de Victorine van Schaickprijs voor zijn blog.

Comments (2) Write a comment

Leave a Reply

Required fields are marked *.


This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top