Over gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal in het onderwijs: van readerregeling naar fair use

Waarom moet dit nou zo moeilijk zijn? Dat je als docent gebruik wilt maken van relevant, waardevol, zinnig en inhoudelijk materiaal van anderen ter toelichting van je eigen onderwijs. De onderwijsexceptie is er voor bedacht zelfs in de Auteurswet en er is een afkoopregeling -de readerregeling- voor in het leven geroepen zodat dit ook praktisch eenvoudig geregeld kon worden.

Alleen werkt die readerregeling niet meer.

Er was eens
De afkoopregeling maakt een onderscheid tussen korte en lange overnames waarbij korte overnames (10.000 woorden voor stukken uit boeken en 8.000 woorden voor artikelen) afgedekt zijn door die regeling en je nog steeds toestemming moet vragen als docent als je boven die grens komt. Dat was allemaal prima in de tijd waarin de regeling ontstaan is, die van de papieren reader. Ook een docent wilde om praktische redenen niet met papieren readers van 300 pagina’s voor de dag komen en je keek dus wel uit om te lange overnames te gebruiken. Daar had je alleen maar last van.

Maar die restrictie verdween als één van de grootste voordelen van de overgang van onderwijsmateriaal op papier naar de digitale leeromgevingen. Een docent kon en wilde ook gebruik maken van de mogelijkheden die digitaal materiaal met zich meebrengt. Meer inhoudelijk achtergrondmateriaal bij het onderwijs voor de student, betere kwaliteit en vooral niet meer beperkt zijn tot korte samenvattingen terwijl je eigenlijk het hele epistel mee wilt geven aan studenten.

Onder druk van de handhaving van de bestaande afkoopregeling door Stichting PRO waarbij er in digitale leeromgevingen wordt gecontroleerd of gebruikt materiaal wel netjes onder de grens van de korte overnames blijft, of lange overnames wel gemeld zijn en waar het onderwijs door hoepels moet springen om het allemaal maar ‘correct’ te doen, is het hele DOEL van waarom het onderwijs andermans materiaal gebruikt op de achtergrond geraakt. Vanuit de onderwijsbibliotheken hameren we op zoveel mogelijk gebruik van materiaal waar al toestemming gegeven is middels (Creative Commons) licenties of wat als Open Access beschikbaar is. We wijzen op zoveel mogelijk linken naar bronnen elders omdat hierop niet de readerregeling van toepassing is en verzuchten, samen met de docenten, dat als je dan toch auteursrechtelijk beschermd materiaal overneemt je zorg draagt dat het een korte overname is.

Het moet anders
Zo’n beetje het hele onderwijs is de administratieve en bureaucratische rompslomp beu die gepaard gaat met het gebruik van andermans materiaal ter toelichting van je eigen onderwijs. Iets dat een groot goed zou moeten zijn in het onderwijs, namelijk voortbouwen op bestaande kennis en inzichten zodat de kwaliteit van het onderwijs en de afgeleverde studenten verbeterd wordt, wordt belemmerd. De uitdaging van docenten is niet het vinden en inzetten van geschikt materiaal dat het beste bij hun lessen past maar DAT materiaal gebruiken waarbij ze geen gedoe krijgen met formulieren, Stichting PRO webportals en torenhoge boetes.

En dat ligt dus niet aan de Auteurswet.

De andere kant
Je hoort steeds meer gemopper over dat de Auteurswet niet meer voldoet. Of onbegrip over waarom onderwijsinstellingen een afkoopregeling hebben die haaks lijkt te staan op de doelstellingen van Open Access en het zelf vrijelijk beschikbaar stellen van leermiddelen. En hoorcolleges als het aan de Piratenpartij ligt. En als we het dan toch over de Piratenpartij hebben, die vinden misschien intellectueel eigendom een overgewaardeerd begrip en zijn voorstander van vrij en gratis gebruik van alles wat met het onderwijs te maken heeft, maar hoe graag ik daar ook achter zou willen staan … het schiet door naar de verkeerde kant.

Intellectueel eigendom is geen vies begrip. Er is het een en ander verouderd in de dekking van de Auteurswet maar met het fundamentele idee, zoals in artikel 1 staat verwoord, dat je als maker van een werk het recht hebt te bepalen hoe je dat openbaar maakt en verspreidt, daar is helemaal niks mis mee. Als jij iets maakt dan ben jij de eigenaar van dat werk. Zo simpel is het. De Auteurswet voorziet in een groot aantal beperkingen op dat recht van de maker en voor het onderwijs staat die er zelfs al in. En die staat er in omdat het belang om geschikt en relevant materiaal te gebruiken ter toelichting van dat onderwijs niet te veel moest conflicteren met het recht van de maker. Onderwijsinstellingen zijn zelf ook kennis producerende instellingen en hebben ook als makers weer belangen (en rechten) waarmee de cirkel rond zou moeten zijn.

Nee, aan de uitgangspunten hoeft niet getornd te worden maar aan de uitwerking van die onderwijsexceptie, daar kun je wel wat aan verbeteren.

Hoe dan wel?
Het Amerikaanse recht kent een zogeheten fair use bepaling. Kort gezegd is dat een beperking in hun Auteurswet die het mogelijk maakt om gebruik te maken van auteursrechtelijk beschermd materiaal voor bepaalde doeleinden. Zoals nieuwsberichten, onderwijs, onderzoek en archivering door bibliotheken. Een ruimere regeling die echter ook onderhevig is aan permanente discussies (en rompslomp) over wat wel of niet onder de noemer fair use valt. Voor de Nederlandse situatie zou je kunnen volstaan door een ruimere interpretatie en uitwerking te geven aan de onderwijsexceptie waardoor die iets meer op fair use gaat lijken. Redelijkerwijs mogen gebruiken van andermans materiaal. Gewoon onder dezelfde voorwaarden die nu ook al genoemd staan in de Auteurswet: met naamsvermelding en met betalen van een billijke vergoeding. Vrijelijk gebruik en gratis gebruik zijn twee verschillende dingen immers.

Verruim de afkoopregeling nou gewoon en laat het Nederlands Uitgeversverbond (de rechthebbende partij in Nederland) een brede licentie afgeven voor gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal in het onderwijs. Zolang dat maar ter toelichting van dat onderwijs gebeurt. Ongeacht of het om tekst of beeldmateriaal gaat. Ongeacht of het korte of lange overnames zijn.

Veel van het gebruikte materiaal zal er technisch niet eens onder vallen. Dat zijn links naar bronnen elders op internet, dat zijn teksten waar een Creative Commons licentie op zit, dat zijn zelfgeschreven boeken of artikelen uit duurbetaalde licenties met buitenlandse uitgevers. Maar het doel van een afkoopregeling is nou net om niet door hoepels te moeten dansen om uit te zoeken wat wel of wat niet gebruikt kan worden. Die afkoopregeling zou moeten zorgen dat je als docent kunt focussen op het geven van goed onderwijs met kwalitatief materiaal ter toelichting ervan. Daar mag en moet een redelijk bedrag voor betaald worden. Daar moet keurig de naamsvermelding bij gegeven worden. Zodat IEDEREEN er wat mee opschiet.

Het is niet meer dan redelijk.

#

Raymond Snijders

Sinds 1995 houdt Raymond zich bezig met de combinatie van ICT, bibliotheken en onderwijs vanuit het perspectief van (vooral) de bibliotheek en informatievoorziening. Thans is hij werkzaam bij de Hogeschool Windesheim als senior informatiebemiddelaar en houdt hij zich bezig met de digitale bibliotheek, contentlicenties, ebooks en auteursrecht. Over deze onderwerpen en de impact die ze (kunnen) hebben op het onderwijs en bibliotheken blogt hij sinds 2006 op zijn Vakblog. In 2013 won hij de Victorine van Schaickprijs voor zijn blog.

Comments (14) Write a comment

  1. RT @driekh: Hear, hear @UBABert: +1 RT @rsnijders auteursrechtelijk beschermd mat. in onderwijs: van readerregeling naar fair use http: …

    Reply

Leave a Reply

Required fields are marked *.


This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top