Hoe OER Hollands zijn open leermaterialen al?

Over Open Educational Resources (OER), of open leermaterialen, heb ik het al diverse keren gehad de laatste jaren.  Over de link tussen OER en Creative Commons, over het eigenaarschap van OER in het hbo,  de relatie tussen open leermaterialen en de Readerregeling en hoe het een (deel)oplossing biedt voor gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal in het onderwijs.

Er zijn vele redenen te bedenken, praktische en ideologische, waarom je als hoger onderwijsinstelling aan de slag zou moeten gaan (en willen) met Open Educational Resources maar de praktijk is een stuk weerbarstiger natuurlijk. Om de stand van zaken in kaart te brengen bij de hoger onderwijsinstellingen heeft de Open Universiteit, in opdracht van SURF en Wikiwijs, dit jaar een onderzoek uitgevoerd. Uit het onderzoeksrapport OER Hollands Landschap (PDF) blijkt dat veel instellingen inmiddels iets doen met open leermaterialen maar dat er grote verschillen zijn in wel of niet aanwezig beleid, interne ondersteuning en wat er allemaal onder open leermaterialen gerekend wordt.

De gehanteerde definitie voor Open Educational Resources in het onderzoek is ook (noodzakelijkerwijs) ruim:

“Open Educational Resources zijn open leermaterialen die online beschikbaar zijn voor (her)gebruik. Het kopiëren, bewerken en verspreiden van deze materialen is onder voorwaarden toegestaan. Er zijn geen restricties aan de vorm van de leermaterialen. Het kan gaan om losse leermaterialen zoals artikelen, presentaties of weblectures, maar ook om samengestelde leermaterialen zoals Open Courseware.”

Uit onderzoek blijkt
Ongeveer de helft van de hogescholen en universiteiten hebben meegewerkt aan dit onderzoek waarbij in het rapport zelf al geconcludeerd wordt dat er nog nauwelijks sprake is van een gedeelde visie op open leermaterialen (beeld van de toekomst) in de sector hoger onderwijs. Vooral bij de hbo’s blijkt de visie en gedeeld beleid te ontbreken door gebrek aan expertise als het om OER gaat. Toch zijn er wel 7 onderwijsinstellingen (waaronder 2 hbo’s) die aangeven dat er collecties met open leermateriaal beschikbaar zijn gemaakt. Als je dan verder kijkt dan gaat het bij universiteiten vaak om volledige cursussen (open courseware) en weblectures, terwijl de 2 hbo’s ook met videoregistratie van hoorcolleges bezig zijn. iTunesU en de eigen instellingswebsites zijn dan vooral de platformen die gebruikt worden voor het aanbieden ervan.

Nu weet ik zeker dat er, kleinschaliger misschien, bij aanzienlijk meer dan die 5 universiteiten en 2 hbo instellingen initiatieven zijn rondom open leermaterialen. Bijna alle universiteiten en zeer veel hogescholen produceren weblectures en kennisclips maar dit lijkt niet terug te komen in het rapport. Ook lijkt de bijna totale afwezigheid van in Wikiwijs geplaatst materiaal (op pagina 24 is er sprake van 1 instelling) haaks te staan op het grote gebruik ervan. Iemand moet toch dat materiaal produceren, niet waar?

En nu?
Beleid, visie en praktijk moeten overduidelijk nog beter bij elkaar komen in het Nederlandse hoger onderwijs als het gaat om kennisdeling, open access en open educational resources. Er zijn veel goede voorbeelden en initiatieven in die praktijk, er zijn ook diverse bestuurders van hogescholen en universiteiten (video) met visie hierop maar een geïntegreerde aanpak waarbij de hoger onderwijsinstellingen ook met elkaar samen werken -en opgedane kennis/expertise rondom OER met elkaar delen!- laat op zich wachten. Juist van kennisinstellingen zou je meer mogen verwachten eigenlijk.

Ook op het niveau van individuele instellingen zou dit onderwerp meer aandacht moeten krijgen, vooral omdat open access en open leermaterialen geen geïsoleerde ontwikkelingen zijn. Gisteren sprak ik met een docent over de problematiek om studenten van lerarenopleidingen te voorzien van goede digitale onderwijsmethoden die door educatieve uitgevers uitgegeven worden. Veel van die educatieve uitgevers richten zich in hun digitale ontwikkelingen rechtstreeks op de student als klant waarbij aankomende leraren (en hun docenten op de opleiding) dus maar zelden kunnen beschikken over alle methoden die zij in hun onderwijs zouden willen gebruiken. Met de ironie dat veel van die onderwijsmethoden geschreven worden door docenten van lerarenopleidingen van hbo instellingen.

Nu moet je het proces van een uitgever om goede schrijvers te vinden en te begeleiden absoluut niet onderschatten maar het blijft bizar dat door instellingen zelf geproduceerd lesmateriaal niet gedeeld wordt binnen en tussen de instellingen, maar via uitgevers als sigaar uit eigen doos terug gekocht moeten worden. De uitdaging van zelf met open leermaterialen aan de slag te gaan als onderwijsinstelling zou vooral de uitdaging moeten zijn om ipv alleen kennisoverdracht vooral de expertise en kennis te ontwikkelen om die kennis ook te produceren, faciliteren en uit te geven. Dat zou de verbinding kunnen geven tussen beleid en praktijk en wellicht tot echte grote stappen kunnen leiden.

Het zal nog even duren voordat je kunt stellen dat open leermaterialen OER Hollands zijn.

@ foto: Ewa Rozkosz via photopin cc
Verder lezen: “Open Educational Resources – a Historical Perspective” // Nederlands hoger onderwijs zet stappen met open leermaterialen // OER bij SURF

#

Raymond Snijders

Sinds 1995 houdt Raymond zich bezig met de combinatie van ICT, bibliotheken en onderwijs vanuit het perspectief van (vooral) de bibliotheek en informatievoorziening. Thans is hij werkzaam bij de Hogeschool Windesheim als senior informatiebemiddelaar en houdt hij zich bezig met de digitale bibliotheek, contentlicenties, ebooks en auteursrecht. Over deze onderwerpen en de impact die ze (kunnen) hebben op het onderwijs en bibliotheken blogt hij sinds 2006 op zijn Vakblog. In 2013 won hij de Victorine van Schaickprijs voor zijn blog.

Comments (7) Write a comment

  1. Raymond,
    Mooi dat je zoveel aandacht besteedt aan OER. Zelf ben ik afgelopen tijd betrokken geweest bij de opzet van een repository met OER voor de NOH-I (www.noh-i.nl). Daarin zijn we niet alleen gefocust geweest op het feit dat leerlingen/studenten gebruik maken van OER. Voor docenten zitten er zoveel voordelen aan OER. Ze kunnen enerzijds veel inspiratie opdoen door andermans materiaal te gebruiken en anderzijds zichzelf verbeteren door de feedback die ze ontvangen op het eigen materiaal dat ze beschikbaar hebben gesteld. Binnen mijn eigen instelling zie ik dat er nog zo verschrikkelijk weinig materiaal door docenten onderling wordt gedeeld, op welke manier dan ook. Uit een onderzoekje door studenten bleek dat daar best verandering in kan komen. Daarvoor moeten niet alleen de docenten bewuster worden gemaakt van bovengenoemde voordelen, de leiding zal deling moeten stimuleren en faciliteren.
    En de Informatiespecialisten? Zij kunnen niet alleen een faciliterende, maar zeker ook en stimulerende rol spelen. Gelukkig krijg ik volgende maand de kans hierover een presentatie te geven bij onze instelling.

    PS: onze repository hebben we ondergebracht bij Wikiwijs. Laten we proberen ervoor te zorgen dat OER silo’s niet net zo verspreid raken als de repositories met Open Access publicaties.

    Reply

    • Dag Peter,

      Het delen met elkaar van materiaal binnen een instelling, laat staan delen met onzichtbare anderen buiten je eigen instelling, is volgens mij in elke onderwijsinstelling een enorme uitdaging. Voordat we ooit tot open courseware kunnen komen als hogescholen moeten we eerst die barrières slechten door gewoon te beginnen met het beschikbaar maken van wat er nu al zelf geproduceerd wordt. Heel mooi dat je een eigen repository bij Wikiwijs hebt weten onder te brengen. Hoe moet ik me dat voorstellen? Echt een afgezonderde en aparte plek voor de NOH-I of is het ook echt onderdeel van Wikiwijs?

      De rol van informatiespecialisten is zeker stimulerend maar daarvoor moet er wel een draagvlak bestaan natuurlijk bij docenten, al dan niet onder de vlag van instellingsbeleid. Faciliterend is er ook een belangrijke rol op gebied van auteursrechten want voor ‘puur’ OER betekent dat al het gedeelde materiaal ook vrij her te gebruiken moet zijn en er kan dus geen gebruik gemaakt worden van auteursrechtelijk beschermd materiaal van anderen, daar waar je dit wel mag gebruiken als docent voor je eigen onderwijs. Een essentieel aandachtspunt die het nog extra lastig maakt als je de productie van OER wilt promoten bij docenten.

      Bij deze ook meteen de uitnodiging om de presentatie over de rol van informatiespecialisten ook bij onze instelling te houden :) Of een gastblog hier als vervolg op dit onderwerp?

      Reply

Leave a Reply

Required fields are marked *.


This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top