Iedereen is dol op zijn eigen rechten. Maar waarom heb je dan niet meer aandacht voor die van een ander?

Voor SURFspace schreef ik begin van deze maand één van de wekelijkse gastcolumns. Deze worden afwisselend door gastauteurs uit het (hoger) onderwijs geschreven en kunnen over alle onderwerpen gaan zolang er maar een rode draad van (een ontwikkeling in het) onderwijs zichtbaar is. De mijne ging over het belang van auteursrechten bij onderwijscontent in de digitale leer- en werkomgevingen van onderwijsinstellingen. 

–//–

Meer eigen onderwijsmateriaal (al dan niet OER), meer gebruik van andermans materiaal, afstandsleren en opnemen van hoorcolleges. In het onderwijs wordt steeds meer kennis geproduceerd, wordt steeds meer gebruik gemaakt van kennis van anderen en verandert de vorm en invulling van het proces van kennisoverdracht mede dankzij nieuwe technologieën. Het is niet voor niets dat onderwijsinstellingen zich steeds nadrukkelijker profileren als kennisinstellingen.

En dat komt natuurlijk omdat kennis waarde heeft. Praktisch, theoretisch, voor de beroepspraktijk en voor onderzoek. Al die digitale kennisproducten komen bij elkaar op de plek waar zich ook het digitale onderwijs zich afspeelt: in de digitale leer- en werkomgeving van een instelling. Daar vind je de artikelen, Powerpoints, readers en al het overige materiaal dat zelf gemaakt is of dat van anderen is overgenomen. Samengesteld door docenten, bedoeld voor studenten. Bedoeld voor het eigen onderwijs.

Maar het is niet alleen maar een kwestie van het bijeen sprokkelen van interessant en geschikt digitaal materiaal om dat vervolgens voor je onderwijs te gebruiken. Nee, docenten krijgen dan ook ineens te maken met auteursrechten. Was dat vroeger beperkt tot het invullen van formuliertjes om readers te laten drukken, nu vullen docenten hun modules vaak met digitale artikelen die ze op internet gevonden hebben, ingescande boeken en worden documentaires en ander beeldmateriaal rijkelijk gebruikt ter illustratie van de gegeven lessen. Veelal zonder zich bewust te zijn dat daarvoor eigenlijk toestemming nodig is van de eigenaren van die specifieke kennisproducten. En als ze zich het wel beseffen, dan wordt het bij voorkeur genegeerd.

Tenminste, dat ervaar ik zo de laatste jaren in het hbo. En dat terwijl er – van buitenaf – veel aandacht wordt besteed aan het onderwerp van digitale rechten. Het onderwijs speelt zich niet meer onzichtbaar voor die buitenwereld af tussen de vier muren van een klaslokaal. Het is beter zichtbaar in de DLWO’s en het overstijgt de grenzen van de eigen instelling via afstandsleren en weblectures. Dat betekent ook dat andere (externe) rechthebbenden, hun belangenorganisaties en zelfs de maatschappij als geheel kritisch oordelen over de mate waarin kennisinstellingen zelf verantwoord omgaan met de kennisproducten van anderen. Het is lastig uit te leggen wat je eigen waarde is als je de waarde van anderen niet respecteert, nietwaar?

En laat het niet gezegd zijn dat we dat bij Windesheim niet netjes willen doen. Dus geef ik al bijna 2 jaar voorlichting aan docenten hoe ze wel correct andermans materiaal kunnen gebruiken voor hun eigen onderwijs en waar ze op moeten letten als ze iets willen overnemen. Of als ze zelf iets willen publiceren. Zowel de docenten als de onderzoekers zien het nut ervan in.

Maar ja, auteursrechten zijn lastig. Ook al gaat het vooral om bewustwording en hoeft dat niet veel tijd te kosten, de noodzaak ontbreekt nog steeds. Er zijn zoveel prioriteiten en dan is nadenken over digitale rechten niet prioriteit genoeg. Waarom dan niet de weg van de minste weerstand kiezen, de weg die het minste werk oplevert en gewoon verder gaan met al het andere werk dat je nog hebt liggen? Het onderwijs gaat immers door en er zijn lessen te geven.

Ook de komst van een nieuwe DLWO brengt hier vooralsnog geen verandering in. Windesheim gaat over van Blackboard naar N@Tschool de komende maanden. Een schone lei in september in een nieuwe elektronische leeromgeving. Met nieuwe mogelijkheden voor het onderwijs. Nog meer multimediale content en koppelingen met sociale media. Maar met de oude onderwijscontent en de oude werkwijzen want er is weinig tijd voor aanpassing. Het is geen prioriteit.

Natuurlijk snap ik dat. Maar soms moet je je herbezinnen op die prioriteiten, ook al vereist dat vervolgens inspanningen waar je niet meteen de resultaten van ziet. En ook al is het auteursrechtelijk op orde krijgen van je onderwijscontent zeker geen spannende bezigheid, je wilt er minimaal voor zorgen dat je weer jaren vooruit kunt met niet alleen de techniek van je DLWO maar ook de inhoud ervan. Het is een essentiële voorwaarde wil je daarna aan de slag met weblectures, open educational resources of MOOC’s.

Je kunt je nog zo willen focussen op verbeteringen, kwaliteit en innovatie maar zoals mijn vader ooit eens zei: zonder een goede fundering storten vernieuwende gebouwen ook gewoon in.

Ook in het onderwijs.

#

Raymond Snijders

Sinds 1995 houdt Raymond zich bezig met de combinatie van ICT, bibliotheken en onderwijs vanuit het perspectief van (vooral) de bibliotheek en informatievoorziening. Thans is hij werkzaam bij de Hogeschool Windesheim als senior informatiebemiddelaar en houdt hij zich bezig met de digitale bibliotheek, contentlicenties, ebooks en auteursrecht. Over deze onderwerpen en de impact die ze (kunnen) hebben op het onderwijs en bibliotheken blogt hij sinds 2006 op zijn Vakblog. In 2013 won hij de Victorine van Schaickprijs voor zijn blog.

Leave a Reply

Required fields are marked *.


This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top