Over auteursrecht bij weblectures en MOOCs

auteursrecht bij weblecturesOok in het onderwijs geldt dat je goed op het auteursrecht moet letten bij het gebruiken en ontwikkelen van onderwijsmateriaal. Of je nou in een klas les staat te geven met behulp van boeken en readers of bijna 100% digitaal les geeft in een digitale leeromgeving, je hebt te maken met andermans rechten. Gelukkig zijn er enkele uitzonderingen op het auteursrecht benoemd in de Auteurswet – met als belangrijkste de onderwijsexceptie – die iets meer ruimte geven voor gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken in het onderwijs. Maar zijn die wel van toepassing als je met online onderwijs begint? Hoe zit het met auteursrecht bij weblectures en MOOCs?

Auteursrecht in het (hoger) onderwijs
De basis van het auteursrecht is niet complex. Als je een werk maakt ben je de rechthebbende en bepaal jij wat er met dat werk mag gebeuren. Voor iemand die een werk van een ander wil gebruiken is het daarmee ook simpel: je hebt de toestemming nodig van de rechthebbende om het te mogen gebruiken. Diegene die het auteursrecht heeft op een werk kan het aan je weggeven, kan daar bepaalde voorwaarden en eisen aan stellen en kan je (natuurlijk) om een vergoeding daarvoor vragen.

Om nou te voorkomen dat iedereen, die voor onderwijsdoeleinden graag gebruik wil maken van andermans werken, voor elke werk individueel toestemming moet vragen aan de rechthebbende (en daar moet gaan onderhandelen over een eventueel te betalen bedrag) is er een uitzondering in de Auteurswet opgenomen. Artikel 16, de zogenaamde onderwijsexceptie stelt: “als inbreuk op het auteursrecht op een werk van letterkunde, wetenschap of kunst wordt niet beschouwd de verveelvoudiging of openbaarmaking van gedeelten ervan uitsluitend ter toelichting bij het onderwijs, voor zover dit door het beoogde, niet-commerciële doel wordt gerechtvaardigd.”

Er moet echter nog steeds wel een vergoeding betaald worden en dat is waar de ‘Readerovereenkomst’ vandaan komt, voluit Overeenkomst voor de overname van korte auteursrechtelijk beschermde werken en van (korte) gedeelten uit auteursrechtelijk beschermde werken in onderwijspublicaties van hogescholen, waaronder readers. Voor de HBO instellingen – voor de universiteiten geldt deze regeling vooralsnog niet meer – voorziet de readerovereenkomst dat zowel toestemming als betaling centraal via Stichting PRO wordt geregeld.

De HBO instellingen kennen een vergelijkbare regeling als het gaat om het vertonen van film- en videomateriaal. Hoewel de Auteurswet al een vertoningsbeperking bevat die het mogelijk maakt om een beschermd (film)werk te vertonen in een leslokaal in het kader van niet-commercieel onderwijs, verruimt de regeling met Videma de mogelijkheden aanzienlijk en worden bijna alle vertoningen van film- en videomateriaal toegestaan, zowel in leslokalen als daarbuiten.

De meest bekende uitzondering in het auteursrecht is de citaatexceptie of citaatrecht. Het stelt je in staat om kleine delen van andermans werk zonder toestemming en vergoeding te citeren in onderwijsmateriaal, presentatie of werkstuk mits je aan een aantal voorwaarden voldoet. Het probleem ermee is dat de criteria op enkele punten erg subjectief zijn en op zijn minst voor meerdere interpretaties vatbaar zijn. En dan vooral de interpretatie van jou als hergebruiker dat het mag en de interpretatie van een rechthebbende dat het niet mag. Voor (Powerpoint) presentaties levert dat in de praktijk geen problemen op maar voor onderwijsmateriaal zou ik er niet op vertrouwen. Maar dat is ook niet nodig aangezien een kort citaat ook al afgedekt is door de Readerovereenkomst.

Wil je andermans werk gebruiken voor je eigen onderwijs en dat staat al ergens op internet? Dan kun je alle auteursrechtdiscussies omzeilen door er eenvoudigweg naar toe te linken. Links zijn geen openbaarmakingen of verveelvoudigingen in auteursrechtelijke zin en dus hoef je geen toestemming te vragen of een vergoeding te betalen.

Het laatste aspect van gebruik van auteursrechtelijk beschermde content ten behoeve van het onderwijs dat relevant is – ook al zijn er ongetwijfeld nog meer te vinden – gaat over gelicenseerde content. Dat is dus alle content waar de onderwijsinstelling (bijna altijd via de bibliotheek) toegang tot heeft via (wetenschappelijke) databanken of andere sites. Voor deze content betaalt de instelling dan ook en in de voorwaarden – de licentie – staat vermeld hoe deze content gebruikt mag worden door het onderwijs. Het gaat dus altijd om speciaal voor onderwijsdoeleinden aangeschafte content.

In het reguliere onderwijs, zowel met fysiek materiaal als digitaal materiaal in o.a. digitale leeromgevingen, kun je van de bovenstaande uitzonderingen, regelingen en werkwijzen gebruik maken om je onderwijsmateriaal samen te stellen. Maar de (digitale) ontwikkelingen staan ook niet stil in het onderwijs natuurlijk. Hoe moet je omgaan met onderwijsmateriaal in de niet zo reguliere vormen van onderwijs?

Weblectures en MOOCs
Weblectures bestaan al vele jaren. Een weblecture is een opname van bijvoorbeeld een presentatie, een (hoor)college, een lezing of een workshop die achteraf online bekeken kan worden door studenten. Het is ook een verzamelterm voor allerlei vormen van didactisch gebruik van video opnames, van korte instructiefilmpjes (kennisclips) en 1 op 1 opnames van hoorcolleges tot interactieve streams die ter vervanging van reguliere colleges zijn.

Weblectures zijn al behoorlijk ingeburgerd in het hoger onderwijs.  Desondanks kun je het niet als een reguliere vorm van onderwijs rekenen en auteursrechtelijk zijn er ook enkele kanttekeningen te plaatsen. De eerste heeft te maken met de toestemming die rechthebbenden gegeven hebben. Als je toestemming vraagt dan vraag je die toestemming voor een specifieke toepassing. De licentievoorwaarden voor content zijn daar een goed voorbeeld van maar het geldt ook voor de vertoningsbeperking en de Videmaregeling. Er is bijvoorbeeld toestemming gegeven om videocontent in een leslokaal te mogen gebruiken maar dat is niet hetzelfde als dat college – inclusief de vertoning van de videocontent – opnemen en later beschikbaar stellen.

Het tweede heeft te maken met het openbaar maken. Als weblectures alleen maar toegankelijk zijn voor de studenten die ook bij dat specifieke college zouden kunnen zijn dan is dit punt niet zo’n probleem. Het wordt wel wat anders op het moment dat een weblecture voor de gehele wereld beschikbaar wordt gemaakt. Niet alleen verandert dat het toestemmingspunt van hierboven drastisch maar openbaar maken is nou net het recht van de auteursrechthebbende. De onderwijsexceptie zou dan wel eens niet meer toepassing kunnen zijn (de Readerovereenkomst sowieso niet!), het gebruikte onderwijsmateriaal is dan zeer waarschijnlijk in overtreding van de licentievoorwaarden als er gelicenseerde content is gebruikt en zelfs de citaatexceptie komt onder druk. Het is één ding om content te citeren in een Powerpoint presentatie, het is wel wat anders als die Powerpoint ‘uitgezonden’ wordt aan een breed publiek.

En als je het over openbaar maken en een breed publiek hebt, dan kom je ook snel uit bij MOOCs. Massive Open Online Courses (MOOCs) zijn online cursussen die vrij toegankelijk zijn in de zin dat er geen toegangseisen en kosten zijn. Ze hebben geen limiet wat betreft het aantal deelnemers en die deelnemers ontvangen geen studiepunten. Ze maken daarmee dus per definitie geen onderdeel uit van het reguliere onderwijs van een onderwijsinstelling! Nog meer dan bij weblectures zijn een groot deel van de auteursrechtelijke mogelijkheden niet van toepassing bij het ontwikkelen en beschikbaar maken van begeleidend onderwijsmateriaal.

De verschillen tussen regulier onderwijs en de weblectures/MOOCs
Als je de vijf regelingen en werkwijzen afloopt zie je grote verschillen tussen het reguliere onderwijs, waar die regelingen en werkwijzen ook voor bedacht zijn, en de mogelijkheden die je overhoudt voor weblectures en MOOCs.

  • Onderwijsexceptie
    De in de artikel 16 Aw genoemde uitzondering stelt dat je zonder toestemming werken mag gebruiken ter toelichting van het onderwijs zolang dat maar niet op commerciële basis is. Als je puur naar de wettekst kijkt is er geen probleem bij weblectures aangezien die altijd onderdeel uitmaken van het reguliere (niet commerciële) onderwijsprogramma. Voor MOOCs geldt dit echter niet en hoewel het absoluut een vorm van onderwijs is zonder een commercieel doel, is de invulling van artikel 16 Aw gericht op het reguliere onderwijsprogramma van een onderwijsinstelling. Daarmee zou het zeer waarschijnlijk zelfs voor HBO instellingen – met de Readerovereenkomst – al lastig worden met weblectures als die publiek toegankelijk gemaakt worden. De Readerovereenkomst zou niet van toepassing zijn en het onderwijsmateriaal dat gebruik maakt van deze regeling zou niet gebruikt mogen worden in openbare weblectures;
  • Vertoningsbeperking
    Met het online ‘uitzenden’ van je lessen – of het nou weblectures of MOOCs zijn – kom je meteen in de knel met eventueel gebruikt videomateriaal van derden. Noch de vertoningsbeperking noch de Videma regeling dekken dit af;
  • Citaatexceptie
    In principe blijven de (on)mogelijkheden van het citaatrecht hetzelfde bij weblectures of MOOCs. Op het moment dat honderden, zo niet duizenden, mensen toegang hebben tot een weblecture of MOOC kan dat in theorie discussies oproepen bij een rechthebbende of er terecht geciteerd wordt. Hoe bekender (commerciëler) het geciteerde werk is, hoe lastiger het kan worden. En je kunt dus niet terugvallen op de Readerovereenkomst;
  • Linken
    Linken mag en kan eigenlijk altijd en dus is dit een werkwijze die ook bij weblectures en MOOCs goed gebruikt kan worden. Vooral om te linken naar auteursrechtelijk beschermde content die anders niet gebruikt zou mogen worden bij weblectures of MOOCs;
  • Gelicenseerde content
    Bij gelicenseerde content kom je ook meteen in de knel. Juist omdat die content gelicenseerd is voor gebruik in het onderwijs zijn er in bijna alle gevallen clausules in de licentie opgenomen hoe die content gebruikt mag worden. In de praktijk is dat beperkt tot raadpleging van de content door studenten en docenten van die instelling en het gebruik van die content in de modules van de digitale leeromgeving. Op het moment dat die content toegankelijk gemaakt wordt buiten die doelgroep – theoretisch bij een openbare weblecture en in alle gevallen bij een MOOC – ben je in overtreding van die voorwaarden.

Waar moet je op letten qua auteursrecht bij weblectures en MOOCs?
Het allerbelangrijkste is uiteindelijk dat je als docent of maker van een weblecture of MOOC bewust bent van het verschil tussen een openbare les en een reguliere les. En dan niet alleen dat je opgenomen wordt en iedereen later al je uitspraken onder de loep kan nemen. Of de didactische verschillen die een ander medium met zich meebrengt. Nee, het verschil waar je je bewust van moet zijn is dat je met publiek toegankelijk onderwijs eigenlijk zo min mogelijk kennisproducten van anderen moet gebruiken. De beste manier om geen problemen met auteursrechten te krijgen is om zelf geschreven onderwijsmateriaal te gebruiken.

Maak je toch gebruik van andermans materiaal? Denk dan o.a. aan de volgende tips:

  • Gebruik geen videomateriaal in de opgenomen les zelf. Sowieso lijkt het me lastig kijken naar een opname binnen een opname maar je kunt veel beter linkjes bij de weblecture of MOOC plaatsen naar het videomateriaal. Dat kan via databanken als Academia zijn in het geval van weblectures maar ook naar Uitzending Gemist, YouTube, Vimeo, TED of andere videosites;
  • Gebruik je voor een publieke weblecture of MOOC bestaande readers? Ga er dan van uit dat je die niet zo maar kunt gebruiken en verspreiden. Loop ze na en vervang ze door artikelen die je wel mag gebruiken. Het moet dan materiaal zijn dat je zelf geschreven hebt, waar geen auteursrecht (meer) op zit of waar je toestemming voor gekregen hebt van de maker. En dan expliciet toestemming om het voor een publieke weblecture of MOOC te gebruiken!;
  • Screen de Powerpoint of Prezi presentatie die je als basis voor de online lessen gebruikt. Verwijder of vervang (beeld)citaten die discutabel zijn. Ze zijn hoe dan ook discutabel als ze alleen maar ter verfraaiing van de presentatie worden gebruikt. Citeer alleen als je het echt noodzakelijk acht om iets uit te leggen;
  • Niet zelf geschreven? Link dan waar mogelijk naar andermans materiaal. Of het nou video’s zijn, interessante rapporten of websites. Er is zoveel online te vinden dat het niet alleen handig maar ook gewoon logisch is om gebruik te maken van linkjes bij online onderwijs: een reader kan uitstekend bestaan uit linkjes. De links moeten natuurlijk wel stabiel zijn (niet van de 1 op andere dag veranderen), correct zijn (dus geen sessieid’s bevatten of andere zaken die links al snel niet meer laten werken), bij voorkeur permalinks zijn en je moet ook controleren of die links werken buiten de muren van je eigen instelling. Niets is vervelender als je linkt naar iets dat vanaf thuis niet te raadplegen is.

Ik ben benieuwd of dit onderwerp eigenlijk wel leeft in het (hoger) onderwijs. Mocht je aanvullingen of zelf ook tips hebben, dan hoor ik het graag!

@foto via Flickr door Paul Gallo

#

Raymond Snijders

Sinds 1995 houdt Raymond zich bezig met de combinatie van ICT, bibliotheken en onderwijs vanuit het perspectief van (vooral) de bibliotheek en informatievoorziening. Thans is hij werkzaam bij de Hogeschool Windesheim als senior informatiebemiddelaar en houdt hij zich bezig met de digitale bibliotheek, contentlicenties, ebooks en auteursrecht. Over deze onderwerpen en de impact die ze (kunnen) hebben op het onderwijs en bibliotheken blogt hij sinds 2006 op zijn Vakblog. In 2013 won hij de Victorine van Schaickprijs voor zijn blog.

Comments (22) Write a comment

  1. Goede en zeer nuttige artikel. Leeft zeker onder een deel van de docenten. Denk dat de meerderheid Google Afbeeldingen en Youtube als bronnen voor verrijking van eigen onderwijsmaterial gebruikt hoewel de mogelijkheden zelfs voor de minimaal geinteresseerde al lang klaar liggen voor gebruikt van DSLR’s en eigen beeld en videobewerking en eigen digitale documenten. Geen .doc en .pdf maar .epub en .ibooks.
    Als dat gecombineerd wordt met de creativiteit van de leerlingen en studenten zouden wij als docenten zoveel eigen en modern onderwijsmateriaal krijgen, dat bureaucratische en onderwijsverlammende instellingen als de stichting Pro niet meer nodig zijn of in hun werk stikken.

    Reply

  2. Pingback: MOOCs en open education kunnen het hoger onderwijs veranderen - Vakblog

  3. Beste Raymond,

    Een heel heldere uitleg. Je zou er een webcollege van moeten maken!

    Ik ben hogeschooldocent (HAN). Sinds Augustus ben ik bezig met een platform waarop HBO docenten hun (zelfgeproduceerde) onderwijsmateriaal kunnen aanbieden op open source basis (zie mijn website). Daarom is jou informatie zeer bruikbaar voor mij.

    Ik zal op mijn site een link plaatsen naar jouw artikel. Mocht je geïnteresseerd zijn om samen te werken en je kennis en ervaring aan te willen bieden in de vorm van webcolleges, dan kan ik je auteursrechten geven voor mijn site.

    Wellicht dat je andere docenten of vaklieden kent die geïnteresseerd zijn in online educatie. Ik zou in dat geval heel dankbaar zijn voor een recommandatie van jou.

    Bedankt en succes met je werk!

    — Witek ten Hove / http://www.allmoocs.nl /

    Reply

  4. Pingback: Online onderwijsmateriaal en auteursrechten | ALLMOOCS - You Can Learn Your Own Way!

  5. Pingback: Zelf videomateriaal maken. | ALLMOOCS - You Can Learn Your Own Way!

  6. Pingback: Dé (Hoger) Onderwijsdagen 2013 #owd13 | Vakblog

  7. Pingback: Auteursrecht (van bladmuziek) in de onderwijspraktijk - Vakblog

Leave a Reply

Required fields are marked *.


This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top