Bombarie om bibliotheken: over leenrecht en de kloof tussen auteurs en bibliotheken

leenrecht mayday om je payday
Je zou kunnen denken dat het verdwijnen van bibliotheekfilialen in vooral kleinere dorpen en gemeentes iedereen aan het hart gaat. Vooral als je betrokken bent bij het boekenvak in de meest brede zin van het woord. Want of je nou bibliothecaris bent, in een boekhandel werkt, boekenuitgever bent of de boeken zelf schrijft, minder bibliotheken betekent vermindere toegankelijkheid van boeken en daar hebben we allemaal last van.

Om hun belangrijk(st)e doelgroep toch nog te blijven bedienen gaan steeds meer bibliotheken de samenwerking intensiveren met basisscholen in die gemeentes waar geen bibliotheekfiliaal meer in de buurt is. Niet alleen via trajecten zoals de Bibliotheek op school, die er op gericht zijn mediawijsheid en de taal- en leesvaardigheden te bevorderen van kinderen, maar ook worden er nu schoolbibliotheken ingericht met behulp van de collecties die anders samen met de filialen zouden verdwijnen door strenge bezuinigingen. Op die manier kunnen kinderen binnen hun school toch nog laagdrempelig boeken blijven lenen en lezen.

Nou is dit voor niemand een ideale oplossing. Bibliotheken zien zichzelf geforceerd moeilijke keuzes te maken en te focussen op wat een in stand te houden minimale dienstverlening is. Basisscholen moeten eigen schoolbibliotheken gaan inrichten die natuurlijk ook beheerd moeten worden. En dat is niet gratis want dat is nu eenmaal een vak apart.

Voor idealen moet je betalen
Dat je daar als schrijver van (kinder)boeken heel anders tegenaan kunt kijken had ik me eerlijk gezegd niet eens beseft. Natuurlijk zijn er verschillende belangen in de boekensector en is het bepaald geen pais en vree tussen bibliotheken en uitgevers/auteurs. Bibliotheken willen boeken gratis of goedkoop kunnen uitlenen aan mensen terwijl uitgevers en auteurs diezelfde boeken vanzelfsprekend willen verkopen aan mensen. Dat wringt nu eenmaal maar daarvoor is er – in 1996 – een wettelijke grondslag ingebouwd in de Auteurswet die een vergoeding toekent aan de rechthebbenden als hun boeken geleend (gelezen) worden via de openbare bibliotheken: het leenrecht.

Leenrecht
Artikel 12 van de Auteurswet stelt dat ook het uitlenen van een werk als openbaarmaking gerekend wordt. In artikel 15c wordt vervolgens bepaald dat het uitlenen van werken zoals dat in artikel 12 staat beschreven geen inbreuk op het auteursrecht is mits daar een billijke vergoeding voor betaald wordt aan de rechthebbenden. Sinds die tijd regelt een aparte collectieve beheersorganisatie, de Stichting Leenrecht, het innen van de leenrechtvergoedingen bij de bibliotheken en het weer afdragen ervan aan de rechthebbenden. Auteurs ontvangen dus via de Stichting Leenrecht een vergoeding op basis van de uitleencijfers van de door hen geschreven boeken.

Het leenrecht is ook de constructie die openbare bibliotheken graag zouden willen gebruiken om ebooks te kunnen uitlenen maar daar voorziet de Auteurswet en het leenrecht nou net niet in. Daar waar de uitgevers en ook auteurs tot elkaar veroordeeld zijn voor fysieke boeken, staat het de rechthebbenden met ebooks vrij om daar andere afspraken over te maken. Er is een nieuwe Bibliotheekwet voor nodig is om daar ook resultaten in te behalen en zelfs dan heb ik mijn twijfels. Dat gezamenlijke belang wordt toch niet echt als zodanig gezien.

Bombarie om bibliotheken
Dat er geen beter belang is dan het eigen belang werd me gisteravond duidelijk. Ik las een blogpost van een schrijver over hoe volgens hem de leengelden in het niets aan het oplossen zijn doordat openbare bibliotheken nu schoolbibliotheken gaan faciliteren.

Het stukje wekt de indruk dat (kinderboeken)schrijvers nu pas in de gaten hebben gekregen dat er in de Auteurswet nog wat meer geregeld is in het leenrecht. Lid 2 van hetzelfde artikel 15c Aw stelt namelijk de aan onderwijs- en onderzoeksinstellingen verbonden bibliotheken vrij van de betaling van een vergoeding voor uitlenen. Oftewel, het leen(vergoedings)recht geldt niet voor (o.a.) schoolbibliotheken, hogeschoolbibliotheken, universiteitsbibliotheken en de Koninklijke Bibliotheek.

Nou is dat dus al het geval sinds halverwege de jaren 90 maar nu gaan de alarmbellen kennelijk af bij sommige auteurs aangezien de bezuinigingsmaatregelen bij bibliotheken dus kunnen leiden tot het inrichten van schoolbibliotheken. En dat zouden ze zelf ook in de portemonnee kunnen gaan voelen want hun inkomsten zijn gekoppeld aan de uitleningen van hun boeken.

Maar toch is het niet het verdwijnen van filialen dat de auteur van de blogpost zorgen baart maar het feit dat een deel van de collectie (de jeugdcollectie) met de bijbehorende uitleningen van zo’n filiaal verplaatst worden naar schoolbibliotheken. Want hoewel de bibliotheken leengeldplichtig zijn, zijn de schoolbibliotheken dat dus niet en daarmee zouden de inkomsten voor schrijvers gaan dalen. Desgevraagd reageert de Stichting Leenrecht ook hierop en wakkert nog eventjes het vuur vakkundig aan: “Zoals u al aangeeft zoeken veel bibliotheken nu onder druk van bezuinigingen aansluiting bij het onderwijs. Op zichzelf geen slechte ontwikkeling, ware het niet dat veel bibliotheken deze beleidsaanpassing aangrijpen om geen leenrecht af te dragen voor het deel van de collectie dat is ondergebracht bij scholen. Daarmee wordt het een bezuiniging die wordt afgewenteld op de rechthebbende kinderboekenschrijvers.” En dat leidt tot een ophitsende conclusie dat bibliotheken het leenrecht ontduiken en dat er maar weinig sympathie van schrijvers voor bibliotheken overblijft.

Me dunkt dat je mag veronderstellen dat als je het verdwijnen van bibliotheekfilialen, ten gevolge van bezuinigingen, alleen maar relateert aan het verdwijnen van eigen inkomsten en aansluitend dan ook nog bibliotheken beschuldigt van ontduiking van leenrecht, je sowieso al geen sympathie had voor bibliotheken.

Dat de ironie je ontgaat dat als bibliotheekfilialen verdwijnen de uitleningen en bijkomende inkomsten hoe dan ook komen te vervallen is al erg genoeg. Dat je ook nog de wetgever oproept om in te grijpen (om schoolbibliotheken te laten betalen?) middels een aanpassing van het leenrecht is natuurlijk ironie ten top. Het is precies wat de openbare bibliotheken zouden willen om uitlenen van ebooks mogelijk te maken onder het leenrecht. En al net zo onrealistisch.

Ik vrees dat het bestaansrecht, nut en noodzaak van (school)bibliotheken toch niet iedereen in het boekenvak aan het hart gaat. Sommigen volgen nu eenmaal niet hun hart maar hun portemonnee.

@foto: Scurzuzu via photopin cc

#

Raymond Snijders

Sinds 1995 houdt Raymond zich bezig met de combinatie van ICT, bibliotheken en onderwijs vanuit het perspectief van (vooral) de bibliotheek en informatievoorziening. Thans is hij werkzaam bij de Hogeschool Windesheim als senior informatiebemiddelaar en houdt hij zich bezig met de digitale bibliotheek, contentlicenties, ebooks en auteursrecht. Over deze onderwerpen en de impact die ze (kunnen) hebben op het onderwijs en bibliotheken blogt hij sinds 2006 op zijn Vakblog. In 2013 won hij de Victorine van Schaickprijs voor zijn blog.

Comments (31) Write a comment

  1. Ik houd niet zo van dit soort columns. Wie hardop beweert dat kinderboekenschrijvers in plaats van hun hart liever hun portemonnee volgen, heeft er geen idee van hoe kinderboekenschrijvers in Nederland hun inkomen bij elkaar moeten schrapen. Als educatiespecialist bij de Openbare Bibliotheek ben ik nauw betrokken bij de implementatie van Schoolwise en De Bibliotheek op school (dBos). Ik vind dBos een prachtig project. Ik voel mij leesbevorderaar. Als kinderboekenschrijver ben ik een niet minder bevlogen leesbevorderaar. Ik heb in mijzelf en bij mijn collega’s (zowel in de bibliotheek als in kinderboekenland) nog nooit gevoeld dat het ‘geen pais en vree is’ tussen de bibliotheek en auteurs. Integendeel. Wij hebben een gemeenschappelijk doel: leesbevordering bij kinderen. Dat verbindt ons. Als iemand het belang en het bestaansrecht van de bibliotheken onderkent, dan is het wel de kinderboekenschrijver. De ontwikkeling van dBos wordt door veel kinderboekenschrijvers gezien als een mooie kans voor leesbevordering.

    Het enige wat kinderboekenschrijvers zeggen is dat in dBos de wet op het auteursrecht wel erg ruim uitgelegd wordt. Het gevolg daarvan is dat het inkomen van kinderboekenschrijvers direct afgekalfd wordt. En dat komt het jeugdliteraire klimaat uiteraard niet ten goede.

    Maar zodra kinderboekenschrijvers kritiek gaan hebben op de bibliotheken, worden ze hier in deze column onmiddellijk weggezet als ordinaire zakkenvullers. Ik vind het ongepast dat iemand die werkzaam is in de Openbare Bibliotheek, een maatschappelijke organisatie met een maatschappelijke functie, meteen met modder gaat gooien zodra er kritiek oprijst uit de samenleving. Ik vind het ook geen recht doen aan de manier waarop kinderboekenschrijvers en Openbare Bibliotheken al jarenlang samen optrekken als het gaat om schrijversbezoeken en leesbevorderende activiteiten rond bijv. de Kinderboekenweek.

    Wat bibliotheken beweren is dat de vrijstelling voor onderwijs- en onderzoeksinstellingen in de auteurswet ook van toepassing is op de collecties die de Openbare Bibliotheek via dBos naar de lezers brengt.
    Wat kinderboekenschrijvers zeggen is: de interpretatie die dBos geeft aan de wet op het auteursrecht is te ruim. Het breekt het jeugdliteraire klimaat -waar dBos afhankelijk van is bij haar prachtige werk- af.
    De boeken die bibliotheekmedewerkers dagelijks aanprijzen bij kinderen in Nederland zijn van hoge kwaliteit. Dat willen we in de toekomst ook nog kunnen zeggen. Bibliotheken zijn erbij gebaat om een jeugdliterair klimaat in Nederland te bevorderen. Het is niet in het belang van bibliotheken om het te helpen afbreken. Met het inhouden van de leengelden in dBos schaadt de bibliotheek dus niet alleen het belang van kinderboekenschrijvers, maar ook haar eigen belang.

    Of de bewering van de bibliotheken danwel de kritiek van schrijvers terecht is, daarover hoeven u en ik gelukkig geen uitspraak te doen. Daar hebben we Stichting Leenrecht voor. Laat zij zich er maar over uitspreken. Daar is ze tenslotte voor.

    Ondertussen zijn wij als medewerkers van de Openbare Bibliotheek natuurlijk voorstanders van een goed inhoudelijk debat over deze zaak en gaan wij elkaar niet voor geldhaaien uitmaken zodra er een dissonant geluid opklinkt uit de samenleving. Natuurlijk doen wij dat niet! Wij werken bij de Openbare Bibliotheek en daar zijn wij trots op. De bibliotheek heeft tenslotte ook een maatschappelijke taak als het gaat om betrouwbare informatie uitwisseling.

    Als kinderboekenschrijver verbaas ik mij over de toon van deze column. Ondanks de altijd goede verstandhouding die ik als auteur met de Openbare Bibliotheek heb, wordt ik hier onmiddellijk gepositioneerd als tegenstander van de Openbare Bibliotheek. Dat is volgens mij volkomen onterecht.

    Als bibliotheekmedewerker hoop ik van harte dat de Openbare Bibliotheek de plank niet misslaat bij het interpreteren van de auteurswet. Het zou imagoschade voor de Openbare Bibliotheek kunnen opleveren. En dat lijkt me geen goede stimulans voor het goede, kostbare en waardevolle werk dat verricht wordt in dBos.

    Reply

    • Dag Tanja,
      Jammer dat mijn poging om een kennelijk gevoelig issue, en eentje die voortkomt uit een nogal eenzijdige blogpost van een schrijver, in een bredere context te plaatsen verkeerd is overgekomen. Ik vind het wel prettig dat je de moeite neemt om daar op te reageren.

      Ik schaar bepaald niet alle kinderboekenschrijvers over één kam, beschuldig ze niet allemaal van zakkenvullerij en positioneer ze al helemaal niet allemaal als tegenstander van de OB. Ik heb het telkens over enkelen en sommigen in mijn betoog. Ik kan echter de blogpost van Ted van Lieshout niet anders opvatten dan dat hij meer zorgen maakt over het in zijn ogen ontduiken van het leenrecht door bibliotheken dan over de achterliggende problemen die bibliotheken treffen en zwaar impact hebben op de doelen die je zelf ook bevlogen beschrijft. Helemaal omdat die mening uitgaat van een niet correcte eigen interpretatie van de Auteurswet. De reacties van andere schrijvers op zijn blogpost bevestigen in elk geval dat ze in elk geval geen grote liefhebbers zijn van openbare bibliotheken maar dat mag iedereen interpreteren zoals ze dat zelf willen.

      Over wat bibliotheken beweren over de vrijstelling op het leenrecht voor de dBos collecties ben ik niet ingegaan hoewel ik gezien de praktijkvoorbeelden van bijna 20 jaar wisselcollecties plaatsen bij scholen – zonder daarbij leenvergoedingen af te (hoeven) staan – geen enkele reden zie waarom dergelijke collecties nu ineens wel onder het leenrecht zouden moeten komen te vallen. Dat dit stevige – en ongewenste – consequenties heeft voor kinderboekenschrijvers is absoluut een punt van aandacht wat mij betreft maar omhelst een dialoog tussen bijvoorbeeld LIRA en de VOB. De Stichting Leenrecht is een collectieve beheersorganisatie die een wettelijke regeling uitvoert en vanuit haar doelstelling geen enkele uitspraak *mag* doen over de interpretatie van het juridische kader. Daar is de overheid verantwoordelijk voor met een verantwoordelijke minister en staat het LIRA vrij de gang naar de rechter te bewandelen, mocht men er met de VOB niet uitkomen. De letter van de wet, zo stelt de Stichting Leenrecht zelf al wel, laat simpelweg ruimte voor de invulling van de openbare bibliotheken.

      Dat je mijn uitspraken ongepast vind betreur ik maar dat mag je vanzelfsprekend ook vinden. Ik ben overigens zelf niet werkzaam in een openbare bibliotheek maar in een hogeschoolbibliotheek. Vanuit dit kader ben ik dan ook bekend met de wetgeving rondom onderwijsbibliotheken. Mijns inziens valt er bijzonder weinig te interpreteren aan de Auteurswet op dit punt want in tegenstelling tot andere onderwerpen is de wet hier glashelder in.

      Ik sluit me echter wel aan bij de wens om een goede inhoudelijke discussie te voeren om zowel de belangen van kinderboekenschrijvers, het programma van de Bibliotheek op School als die van de bibliotheken zelf zo optimaal mogelijk op elkaar af te stemmen. Daar zijn we allemaal bij gebaat. Maar daar horen naar mijn mening geen ‘dreigementen’ bij over imagoschade van de bibliotheken of alle problemen meteen weer bij de wetgever of bibliotheek neer te leggen, zoals in de blogpost gedaan werd waar ik zelf op reageerde.

      Reply

      • Het staat u vrij om mij een zakkenvuller te vinden, maar het weerhoudt me er wel van om met u (als persoon, als vertegenwoordiger van de bibliotheek) van gedachten te wisselen over deze materie. Ik laat het hier dan ook bij. Vriendelijke groet.

        Reply

  2. Zo vreemd dat het voor iedereen ‘in het boekenvak’, zoals de heer Snijders het noemt, ethisch geoorloofd is te verdienen aan kinderboeken, behalve voor de auteurs zelf. Die behoren van de wind te leven. Vraagje aan de heer Snijders: u doet uw werk bij Hogeschool Windesheim vast en zeker belangeloos als vrijwilliger? U bent niet zo iemand die uw portemonnee volgt maar uw hart!

    Reply

  3. Wat een Machiavelliaans blog.

    Boeken die voorheen werden uitgeleend op locatie A (de bibliotheek) verhuizen naar locatie B (de school). Dezelfde boeken worden uitgeleend aan dezelfde kinderen met dezelfde frequentie (of misschien nog wel vaker, nu de drempel lager ligt) met één groot verschil: op locatie B wordt geen leengeld afgedragen aan de auteur en op locatie A wel.

    Dat mag juridisch en wettelijk misschien kloppen, moreel is dit natuurlijk niet juist. En terecht maken wij kinderboekenschrijvers ons hier zorgen om. We weten namelijk allemaal wat het is: bezuinigingen worden afgewenteld op ons schrijvers.

    Ted is de eerste die zijn zorgen aan een blog toevertrouwde, maar zijn zorgen worden breed gedragen. Ted wegzetten als iemand die zijn portemonnee belangrijker vindt dan leesbevordering, is ons allemaal wegzetten als zakkenvullers.

    En niet alleen dat: met dit blog maak je van schrijvers en bibliotheken vijanden. Met dit blog bagatelliseer je het probleem als het gezeur van één persoon, in plaats van wat het is: een structurele inkomstenderving voor een complete beroepsgroep.

    Moet ik jou uitleggen wat er gebeurt als als het leenrecht van schrijvers wordt uitgehold? Dan moeten dat gat op een andere manier worden opgevuld. Met extra optredens, als die mogelijkheid er tenminste is. Want de meeste optredens op scholen en in bibliotheken zijn een initiatief van de bibliotheek. En die hebben steeds minder filialen en steeds minder geld. Dat gaat ten koste van de schoolbezoeken en dat gaat ten koste van de leesbevordering.

    Dan is er nog commercieel werk. Of we nemen er een baan naast en schrijven voortaan weer in de avonduren en in het weekend.

    Is dat erg? Misschien niet. Het is een van de consequenties van zelfstandig ondernemerschap. En dat is wat wij schrijvers zijn: zelfstandige ondernemers.

    Maar doe niet alsof het verplaatsten van boeken geen consequenties heeft. Doe niet of het minder afdragen van leengeld geen grote gevolgen heeft. En doe ook niet alsof schrijvers die ieder jaar een deel van hun inkomsten zien verdwijnen geldwolven zijn. Want daarmee maak je van een maatschappelijk probleem een persoonlijk probleem. En dat is het niet.

    Reply

    • Beste Marcel,

      In mijn blog, die ik zelf niet Machiavelliaans vind maar goed daar mag je van mening over verschillen, heb ik gepoogd te schetsen dat bibliotheken, die zwaar getroffen zijn door bezuinigingen, keuzes maken om delen van hun collecties bij scholen onder te brengen om op die manier nog de materialen toegankelijk te houden. Dat dit serieuze consequenties heeft, mede voor kinderboekenschrijvers, is iets wat we allemaal kunnen begrijpen. De blogpost van Ted, maar ik lees het ook terug in jouw reactie, lijkt echter niet in te gaan op hoe die consequenties bespreekbaar gemaakt kunnen worden.

      Bibliotheken ontduiken het leenrecht lees ik. Bezuinigingen worden afgewenteld op ons schrijvers, lees ik ook. Dan mag jij – en iedereen – vinden dat ik met een toelichting op de Auteurswet aanzet tot vijandigheden tussen schrijvers en bibliotheken maar me dunkt dat de openingssalvo’s al lang hebben plaatsgevonden. Mijn slotopmerking over hart en portemonnee wordt meteen opgevat als dat ik alle schrijvers zakkenvullers noem – wat ik pertinent ontken – terwijl de niet reagerende bibliotheken maar moeten slikken dat ze neergezet worden als wetontduikende onwillige broodheren die hun problemen afwentelen op kinderboekenschrijvers. Wat al net zo pertinent niet klopt.

      Ik snap heel goed wat er gebeurt als de leengeldvergoedingen van schrijvers worden uitgehold. Een hogelijke onwenselijke situatie waar alle betrokken partijen de consequenties van (gaan) voelen. Ik doe ook niet alsof het verplaatsen van boeken geen consequenties heeft. Ik doe ook niet alsof minder leengeldvergoeding geen grote gevolgen heeft. En ik beweer ook niet dat schrijvers geldwolven of zakkenvullers zijn. Het staat niet zo in mijn blogpost en het is mijn mening ook absoluut niet.

      Nu ons allen het probleem duidelijk is zou ik het wel constructiever vinden om het over ideeen te hebben over eventuele oplossingen want die mis ik in de blogpost van Ted maar ook in de bovenstaande reacties. Ik lees over verminderende sympathie naar bibliotheken toe, ik zie oproepen om de wet te veranderen maar gelukkig ook het benaderen van LIRA en de VOB. Dat laatste lijkt me nuttiger dan elkaar verbaal te lijf gaan in blogposts maar ik heb er nog steeds geen goed beeld bij hoe je deze onwenselijke situatie het beste voorkomt of oplost?

      Jij wel?

      Reply

      • Beste Raymond,

        Maar dat is het nou juist. Ik zie geen openingssalvo’s naar de bibliotheek. Ik lees ook nergens beschuldigingen naar de bibliotheek. Ik lees begrip voor bibliotheken en hun functie vanuit de schrijvers. Maar wij uiten wel onze zorgen over de te ontstane situatie. Zonder de bibliotheken als boosdoeners aan te wijzen. We door aan te geven dat het systeem niet werkt. En dat dit grote gevolgen heeft, waar misschien niet iedereen bij stilstaat. En dat kan heel goed zonder meteen kampen aan te wijzen en iemand de zwarte piet toe te spelen.

        Of de blanke piet.

        Verder zijn we het eens: we moeten gezamenlijk op zoek naar een oplossing. En dat kan alleen als we met elkaar in gesprek gaan op organisatie-niveau. Zonder elkaar ergens van te betichten, maar met hetzelfde doel: een fatsoenlijke vergoeding voor het uitlenen van boeken aan kinderen die zoveel plezier hebben aan onze boeken en er ook hopelijk heel veel van opsteken. Zodat er een generatie ontstaat die kennis, ontwikkeling, plezier, bibliotheken en auteurs op waarde in kunnen schatten.

        Reply

        • Dag Marcel,

          Ik lees dat toch iets anders maar goed, ik kan op dezelfde wijze ook snappen dat anderen weer iets anders in mijn blog lezen dan dat ik bedoelde. Dat bibliotheken in hun recht staan doet inderdaad niks af aan het probleem dat veroorzaakt wordt door hun acties. En natuurlijk moeten kinderboekenschrijvers duidelijk maken wat de consequenties ervan zijn want dat bibliotheken de schrijvers net zo hard nodig hebben als andersom is mij volledig duidelijk.

          Want ook al praat ik niet namens of vanuit de openbare bibliotheken, ik kan het alleen maar volledig met je eens zijn dat partijen gezamenlijk moeten zoeken naar een oplossing die recht doet aan het belang dat we met zijn allen delen: de gecontinueerde toegang tot en waardering van bibliotheken, kinderboeken en auteurs.

          Ik hoop echter alleen dat dit ook op organisatieniveau gaat plaatsvinden want in alle eerlijkheid heb ik daar wat laaggespannen verwachtingen bij. Maar goed, wie weet verrast de VOB me daar ook nog in. Hoe zouden we een dergelijke discussie het beste kunnen aanzwengelen denk je?

          Reply

  4. Pingback: Bombarie om bibliotheken: over leenrecht en de ...

  5. Pingback: Recht op informatie: Uitzonderlijke uitleningen | Vakblog

Leave a Reply

Required fields are marked *.


This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top