Hyperlinken is geen auteursrechtelijke openbaarmaking

hyperlinkenAls je twijfelt of je een publicatie mag gebruiken voor je onderwijs, kijk dan of je er naar toe kan linken. Want linken naar een beschermd werk is geen nieuwe openbaarmaking en mag dus altijd“. Zo beantwoordde ik afgelopen maandag nog een vraag van een docent die opgelucht was dat hij dus zonder problemen kon linken naar rapporten en andere documenten die al vrijelijk via internet toegankelijk zijn. “Tenminste, tot nader order want of je onder alle omstandigheden mag hyperlinken naar een beschermd werk is nog wel onderwerp van discussie“, voegde ik er aan toe.

Normaliter zou het niet eens een discussie opleveren. Linken naar auteursrechtelijk beschermde werken zijn zelf geen openbaarmakingen in de zin zoals het in de Auteurswet staat beschreven. Als je een hyperlink aanbrengt naar een document, foto, website of wat voor ander werk dan ook dat elders op internet al gepubliceerd is dan is dat heel wat anders dan datzelfde werk opnieuw publiceren. Logisch. Maar zo zwart-wit is het tegenwoordig niet meer en de grenzen zijn in het verleden al aardig opgezocht.

Embedded links

Zo vinden eigenaren van content het niet even wenselijk als sites die naar hun linken doen voorkomen alsof die content op hun eigen site staan. Embedded links zijn ook hyperlinks maar tonen content die op een andere site staan op de eigen site zonder dat bezoekers op die oorspronkelijke sites komen. Buma Stemra heeft enkele keren geprobeerd embedded filmpjes en muziek als nieuwe openbaarmakingen te bestempelen in combinatie met het invoeren van een heffing. Wat zelfs lukte na een rechtszaak tegen Nederland.FM.

Sanoma

De grenzen van wat wel en niet mag met linken werden in Nederland nog wat strakker gedefinieerd toen Sanoma GeenStijl voor de rechter sleepte wegens het linken naar een uitgelekte fotorapportage van Britt Dekker. Het linken naar die foto’s zou niet alleen onrechtmatig zijn volgens Sanoma, maar ook een inbreuk op het portretrecht en zelfs op het auteursrecht vormen. Tot verrassing van velen ging de rechter mee in deze claim en deed de uitspraak dat door een link te plaatsen naar die fotorapportage GeenStijl inbreuk maakte op de auteursrechten van Sanoma. De rechter stelde wel duidelijk de uitzonderlijke randvoorwaarden hierbij vast want door het zeer actief promoten en onder de aandacht brengen van (de link naar) de foto’s was er bijna geen verschil tussen het linken naar een externe plek en de eigen GeenStijl server en de rechter rekende het GS (terecht) zwaar aan dat ze een link die anders volledig onvindbaar zou zijn geweest op deze manier openbaar gemaakt hadden.

Het Hof Amsterdam vernietigde (gelukkig) dat vonnis in november 2013 en stelde dat het plaatsen van een hyperlink naar een elders openbaar gemaakt werk in beginsel geen zelfstandige manier van openbaar maken is en geen inbreuk op auteursrecht oplevert.

Ook internationaal

Internationaal is er vooral veel te doen rondom de status van linken naar krantenartikelen. Er zijn diverse rechtszaken geweest tussen uitgevers en websites die doorlinken naar volledige (kranten)artikelen. Belgische kranten hebben al jaren ruzie met Google News hierover, in Duitsland is er zelfs wetgeving om licentievergoedingen te kunnen innen bij tonen van kleine stukjes content in o.a. Google en in 2012 startte er in Zweden een rechtszaak die door de Zweedse journalistenvakbond aangespannen tegen de nieuwsaggregatiedienst Retriever. Op de site van een krant werd er, via Retriever, gelinkt naar artikelen van bij de vakbond aangesloten journalisten waarbij betalende leden zelfs het volledige artikel konden lezen. De Zweedse rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van een openbaarmaking maar de journalistenvakbond ging in hoger beroep bij de Zweedse Hoge Raad. Die wilde de vingers er niet meteen aan branden en stelde zelf zgn. prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie om duidelijkheid te krijgen op de vraag of en wanneer een hyperlink een auteursrechtelijke openbaarmaking is.

1. Is sprake van mededeling aan het publiek in de zin van artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij wanneer iemand anders dan de houder van het auteursrecht op een bepaald werk op zijn website een aanklikbare link plaatst naar het werk?

2. Is het voor het antwoord op de eerste vraag relevant of het werk waarnaar de link verwijst, is geplaatst op een website op het internet waartoe iedereen zonder beperkingen toegang heeft dan wel of de toegang op enige wijze is beperkt?

3. Moet bij de beantwoording van de eerste vraag onderscheid worden gemaakt tussen gevallen waarin het werk, nadat de gebruiker op de link heeft geklikt, wordt getoond op een andere website, en gevallen waarin het werk, nadat de gebruiker op de link heeft geklikt, aldus wordt getoond dat de indruk wordt gewekt dat het op dezelfde website verschijnt?

4. Kan een lidstaat een ruimere bescherming bieden aan het uitsluitende recht van auteurs door onder het begrip “mededeling aan het publiek” een groter aantal handelingen te verstaan dan die welke zijn genoemd in artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29?

Vragen die best wel heel duidelijk en gericht zijn. De eerste vraag gaat over puur en alleen een hyperlink als eventuele openbaarmaking, de tweede dekt het onderscheid af tussen openbare en (deels) niet publiek toegankelijke content waar naar toe gelinkt wordt terwijl de derde over inline linken oftewel embedden gaat. Deze vragen dekken dus eigenlijk het reguliere hyperlinken af maar ook de voorbeelden van Sanoma en Buma/Stemra. De vierde vraag tenslotte is effectief een verzoek om specifiek te benoemen welke handelingen (eventueel nog meer) gerekend worden onder het openbaar maken.

Twee jaar later

Dat was 2012 maar vandaag volgde dan eindelijk het arrest van het Hof van Justitie met de antwoorden op de vier gestelde vragen. Het Hof neemt de eerste drie vragen samen in haar antwoorden en stelt dat een hyperlink naar een beschermd werk wel degelijk een mededeling is aan een publiek, en daarmee een openbaarmaking. Er zou echter pas opnieuw toestemming nodig zijn van de rechthebbende(n) als dat een mededeling aan een nieuw publiek zou zijn, te weten een publiek dat door de houders van het auteursrecht niet in aanmerking werd genomen toen zij toestemming verleenden voor de oorspronkelijke mededeling aan het publiek.

Hieruit volgt dat als een werk gepubliceerd en openbaar gemaakt is op een voor het grote publiek toegankelijke website er naar toe gelinkt mag worden vanaf een andere site. Het is immers hetzelfde doelgroep (alle gebruikers van internet) die sowieso al toegang hadden tot dat beschermde werk. Het maakt hierbij volgens het Hof dan ook niet uit als door het klikken op een (embedded) link het werk rechtstreeks getoond wordt, ook al staat dat werk op een andere site. Deze bijkomende omstandigheid wijzigt immers niets aan de vaststelling dat het plaatsen op een website van een aanklikbare link naar een beschermd werk dat op een andere website is bekendgemaakt en vrij toegankelijk is, tot gevolg heeft dat dit werk ter beschikking van de gebruikers van eerstgenoemde website wordt gesteld en dus een mededeling aan het publiek vormt. Aangezien het niet gaat om een nieuw publiek, is evenwel in elk geval de toestemming van de houders van het auteursrecht niet vereist voor een dergelijke mededeling aan het publiek.

Als een werk openbaar gemaakt is op een site die een afgebakend publiek heeft doordat er bijvoorbeeld een betaalmuur aanwezig is met een inlogsysteem ten behoeve van abonnees, dan kan er echter niet gelinkt worden naar dat beschermde werk als dankzij die link die beveiliging omzeild wordt. Er is dan dus wel opnieuw toestemming nodig van rechthebbenden om dat werk breder beschikbaar te stellen dan oorspronkelijk bedoeld in. Indien daarentegen een aanklikbare link de gebruikers van de website waarop deze link zich bevindt, in staat stelt om beperkingsmaatregelen te omzeilen die op de website waar het beschermde werk zich bevindt zijn getroffen teneinde de toegang van het publiek te beperken tot de abonnees ervan, en aldus een interventie vormt zonder welke die gebruikers niet zouden kunnen beschikken over de verspreide werken, dienen al deze gebruikers te worden beschouwd als een nieuw publiek dat door de houders van het auteursrecht niet in aanmerking werd genomen toen deze toestemming verleenden voor de oorspronkelijke mededeling, zodat de toestemming van de houders vereist is voor een dergelijke mededeling aan het publiek. Dit is met name het geval wanneer het werk niet meer beschikbaar is voor het publiek op de website waarop het oorspronkelijk werd medegedeeld of wanneer het thans op die website enkel beschikbaar is voor een beperkt publiek, terwijl het op een andere website toegankelijk is zonder toestemming van de houders van het auteursrecht.

Het Hof van Justitie concludeert hiermee dat het plaatsen op een website van aanklikbare links naar werken die op een andere website vrij beschikbaar zijn, geen handeling bestaande in een mededeling aan het publiek vormt. Hyperlinken naar een auteursrechtelijk beschermd werk is dus niet hetzelfde als de openbaarmaking van dat werk en is – zonder nieuwe toestemming – geoorloofd, tenzij de toegang tot dat werk al beperkt was. In dat geval kan het hyperlinken wel een inbreuk op het auteursrecht zijn als die toestemming niet verkregen wordt.

Tot slot verklaart het Hof als antwoord op de vierde vraag dat lidstaten geen ruimere interpretatie mogen geven aan het begrip ‘mededeling aan het publiek’ om zo een bredere auteursrechtelijke bescherming te geven aan rechthebbenden. Samen met de constatering dat er qua publiek geen onderscheid is tussen een reguliere hyperlink en een embedded link kan dit nog wel interessante consequenties hebben voor de heffing die door Buma/Stemra van diverse sites wordt geïnd. Buma/Stemra hanteert de (zeer) ruime interpretatie dat een embedded link wel degelijk een nieuwe openbaarmaking is en met de uitspraak van het Hof lijkt er nu in elk geval geen basis meer te zijn voor de embedtaks. [update 27-2-2014: Buma/Stemra trekt inderdaad de embedtaks in per 1-1-2014]

En ik kan in het vervolg zonder enige twijfel aangeven dat linken naar beschermde werken op internet nog altijd mag. Mits ze niet achter een inlog zitten natuurlijk.

Verder lezen: Het internet is (weer) gered: hyperlinken of embedden geen auteursrechtinbreuk (SOLV) // HvJ EU Svensson: Hyperlinken naar beschermde werken kan zonder toestemming (IE-Forum) // Het volledige arrest (HvJ EU) // EU-Hof: hyperlink geen inbreuk op auteursrecht (Webwereld)

@foto via Vlado / FreeDigitalPhotos

#

Raymond Snijders

Sinds 1995 houdt Raymond zich bezig met de combinatie van ICT, bibliotheken en onderwijs vanuit het perspectief van (vooral) de bibliotheek en informatievoorziening. Thans is hij werkzaam bij de Hogeschool Windesheim als senior informatiebemiddelaar en houdt hij zich bezig met de digitale bibliotheek, contentlicenties, ebooks en auteursrecht. Over deze onderwerpen en de impact die ze (kunnen) hebben op het onderwijs en bibliotheken blogt hij sinds 2006 op zijn Vakblog. In 2013 won hij de Victorine van Schaickprijs voor zijn blog.

Comments (16) Write a comment

  1. Pingback: Over de oude readerregeling en werken aan een nieuwe en betere overeenkomst voor het hbo | Vakblog

  2. Pingback: Mag je nou wel of niet linken naar werken die zonder toestemming openbaar gemaakt zijn? - Vakblog

  3. Pingback: Mag je linken naar illegaal geüpload materiaal op YouTube? - Vakblog

Leave a Reply

Required fields are marked *.


This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top