Open Access publiceren, de Big Deals en de sigaar uit eigen doos

open accessMijn uitgangspunt is dat resultaten van publiek en publiek/privaat gefinancierd onderzoek altijd vrij beschikbaar moeten zijn. Omdat het om publiek geld gaat, en er voor de uitrol van Open Access technisch in principe geen belemmeringen zijn, acht ik het van belang dat dit binnen afzienbare tijd gebeurt’, aldus staatssecretaris Dekker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW).

Dit schreef hij op 15 november 2013 in een brief aan de Tweede Kamer en hij voegde er aan toe dat hij in 2016 een wettelijke verplichting tot open access publiceren zou introduceren in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, mocht dit nodig zijn om dit doel ook te behalen.

Aangezien het niet heel realistisch is om te verwachten dat de onderwijs- en onderzoeksinstellingen – en vooral de wetenschappelijke uitgevers – in slechts 2 jaar een kentering weten te bewerkstelligen in de wijze hoe onderzoeksartikelen gepubliceerd worden, ging ik eerder dit jaar vooral in op hoe zo’n wettelijke borging mijns inziens beter geregeld kan worden in de Auteurswet. Ik denk dat dit nog steeds wenselijk, en zelfs nodig, is maar met alleen het verplichten en wettelijk faciliteren van Open Access publiceren ben je er natuurlijk nog steeds niet.

Open Access publiceren

Open Access wordt vooral geassocieerd met ‘gratis’ en ‘vrij toegankelijk’ en voor iemand die kennis wil nemen van een onderwijs- of onderzoekspublicatie klopt dat ook. Lezers hebben gratis toegang tot artikelen die Open Access gepubliceerd zijn. Auteurs hebben daar voordeel van omdat ze ook gemakkelijker gevonden – en gelezen – worden door die lezers want die hoeven niet meer honderden, of zelfs duizenden, euro’s te betalen voor een duur abonnement op een wetenschappelijk tijdschrift. Maar onderzoekers profiteren ook omdat zij dan zelf vrij toegang hebben tot de onderzoekspublicaties en -resultaten van andere onderzoekers waar op voortgebouwd kan worden zonder de noodzaak eerder onderzoek te herhalen.

Maar publiceren in wetenschappelijke tijdschriften is vanzelfsprekend niet gratis. Open Access publiceren betekent dat de kosten niet meer verhaald (kunnen) worden op de lezers of abonnees en dat die kosten daardoor bij de auteurs komen te liggen. Onderzoekers moeten dus betalen om een artikel te publiceren in een Open Access tijdschrift, of in een regulier wetenschappelijk tijdschrift onder Open Access voorwaarden waarbij andere artikelen in datzelfde tijdschrift niet per se OA zijn (hybride). Dit wordt de gouden publicatieroute (Golden Road) naar Open Access publiceren genoemd.

Wie gaat dat betalen?

Deze gouden publicatieroute geniet de voorkeur van staatssecretaris Dekker maar is om voor de hand liggende redenen lastig in de praktijk te brengen. Wetenschappelijke uitgevers – die de afgelopen 20 jaar gigantische winsten hebben gemaakt – staan niet te trappelen om hun verdienmodellen op te geven. Open Access tijdschriften uitgeven waarbij de auteurs moeten betalen om artikelen te kunnen publiceren gaat leiden tot meer concurrentie en marktwerking. De vanzelfsprekendheid om in de tijdschriften van naam te publiceren wordt dan vervangen door een kostenbewustwording van onderzoekers die niet voornemens zijn tienduizenden euro’s te betalen om een artikel te laten publiceren als er andere tijdschriften zijn waar dit voor de fractie van die prijs kan. OA tijdschriften worden veel meer een doorgeefluik in plaats van de huidige prestigieuze bronnen waar uitgevers nu miljoenen aan verdienen.

Ook de universiteiten en onderzoeksinstellingen zitten met een financieel probleem. De gouden publicatieroute betekent dat deze instellingen, en daarmee de onderzoekers, de kosten van het publiceren over (moeten) nemen en dat gaat ongetwijfeld tientallen miljoenen euro’s kosten. Alleen al voor de Nederlandse onderzoeksoutput.

What’s in it for me?

En het is maar de vraag wat die gouden publicatieroute gaat opleveren. De staatssecretaris gebruikt voor zijn definitie van (golden road) Open Access ook de termen ‘gratis’ en ‘vrij toegankelijk’ terwijl de andere helft van de gangbare definitie ontbreekt. Het is minstens zo belangrijk om bij OA over de auteursrechten, en vooral de gebruiksrechten, te praten. In zijn brief (PDF, pagina 4) gaat de staatssecretaris er van uit dat bij een gouden publicatieroute de auteur zijn auteursrechten behoudt – en dat bij hergebruik dus telkens toestemming gevraagd moet worden aan de auteur – terwijl de gangbare praktijk anders is. Bij OA tijdschriften worden artikelen in veel gevallen gepubliceerd onder een Creative Commons Naamsvermelding licentie (CC-BY) en geeft de auteur dus een aantal gebruiksrechten weg zodat de lezer de (inhoud van de) artikelen ook vrijelijk mag bewerken en hergebruiken mits er verwezen wordt naar de auteur. Dat past zeer goed bij Open Access natuurlijk maar er blijft weinig over van het idee – en geïmpliceerde toezegging van de staatssecretaris – dat de gouden publicatieroute meer zeggenschap oplevert voor de auteurs van de publicaties.

Betalen voor de sigaar uit eigen doos

Waarom ineens die druk van de staatssecretaris om (golden road) Open Access te gaan publiceren? Dat komt omdat de huidige situatie van het publiceren van onderzoekspublicaties nu al vreemde en ongewenste aspecten heeft. Het overgrote deel van al het wetenschappelijke onderzoeksoutput verschijnt in dure wetenschappelijke tijdschriften die vervolgens commercieel geëxploiteerd worden door de wetenschappelijke uitgevers. Dat betekent dat het toegang krijgen tot deze wetenschappelijke publicaties een enorm dure aangelegenheid is (geworden) voor zowel het publiek als de onderwijs- en onderzoeksinstellingen. Universiteiten betalen jaarlijks vele miljoenen euro’s om hun medewerkers en onderzoekers toegang te geven tot (een deel van) deze artikelen, terwijl het voor particulieren of kleine instellingen simpelweg onbetaalbaar is geworden.

En dat is een bizarre situatie om meerdere redenen. Het gaat in veel gevallen inderdaad om onderzoeksresultaten uit onderzoek dat met (deels) publieke middelen gefinancierd is. Maar voor universiteiten en onderzoeksinstellingen gaat het nog verder: zij leveren bijna zonder uitzondering de auteurs die de artikelen schrijven voor die dure wetenschappelijke tijdschriften. Zij leveren ook de deskundigen en experts die bij de wetenschappelijke uitgevers de kwaliteitsbewaking – het zogeheten peer review proces – verzorgen en die juist de meerwaarde geven aan dat tijdschrift die in de immer stijgende kosten wordt doorberekend aan de abonnees. En desondanks betalen universiteiten en onderzoeksinstellingen miljoenen euro’s – een substantieel deel van hun onderzoeksbudgetten – om de artikelen die door hun eigen werknemers geschreven zijn – en peer reviewed zijn door hun eigen werknemers – toegankelijk te maken voor, jawel, hun eigen werknemers.

Big Deals

De kosten voor toegang tot (wetenschappelijke) artikelen zijn de afgelopen tien jaren, ondanks een economische crisis, onverminderd blijven stijgen. Het beperkt zich niet tot wetenschappelijke uitgevers – het is eveneens van toepassing op bijna alle digitale content van uitgevers die door onderwijs- en onderzoeksinstellingen afgenomen wordt – maar nergens wordt het beter geïllustreerd dan bij de zogenaamde Big Deals. Dit zijn overeenkomsten die door de grote wetenschappelijke uitgevers met universiteiten (per regio) over de hele wereld afgesloten worden en waar elke drie jaar zware onderhandelingen aan vooraf gaan.

Ze heten Big Deals omdat het om overeenkomsten gaat die met de meerderheid van de universiteiten en onderzoeksinstellingen afgesloten worden en omdat het – vanzelfsprekend – om honderden miljoenen euro’s wereldwijd gaat. Big deals zijn big business als je Springer, Wiley Blackwell of Elsevier bent.

Ook al zijn hun betalende klanten dezelfde instellingen die verantwoordelijk zijn voor de inhoud *en* kwaliteitsbewaking van hun tijdschriften, ook al hebben de bibliotheken van de instellingen al jaren te kampen met bezuinigingen, ook al klinkt de roep om Open Access steeds luider, het leidt niet tot een betaalbaar en voor de afnemers beter werkend verdienmodel. Integendeel want telkens weer stijgen de prijzen sterker dan de inflatie en inmiddels zijn er al vele universiteiten – waaronder ook bekende – die zich niet meer (kunnen) laten gijzelen door het prijsbeleid van een uitgever en minder of geen toegang meer bieden tot bepaalde wetenschappelijke tijdschriften.

Dat kan O(ok) A(nders)

Dat kan niet alleen anders, dat moet ook gewoon anders. In de onderhandelingen met uitgevers moeten de onderwijs- en onderzoeksinstellingen hun onderhandelingspositie veel beter gaan benutten. Ze hebben weliswaar de uitgevers nodig maar dat geldt andersom net zo. En net als Harvard moeten de instellingen ook nee durven te zeggen tegen een uitgever. Je kunt nu eenmaal niet onderhandelen als je vooraf al besloten hebt dat je akkoord wilt/moet gaan met de prijs en voorwaarden omdat je achterban heeft aangegeven niet zonder die content te willen.

De afhankelijkheid die instellingen hebben ten opzichte van de uitgevers, daar kan ook wat aan gedaan worden door inderdaad de eigen onderzoekspublicaties en -artikelen Open Access beschikbaar te maken. Dat hoeft niet per se de gouden publicatieroute te zijn want er kan ingezet worden op de groene publicatieroute (Green Road). Hierbij wordt een artikel nog steeds gepubliceerd in een traditioneel, niet OA-tijdschrift waarna het artikel (na publicatie dus) óók gepubliceerd wordt in een OA-institutionele repository. Een OA-institutionele repository is een archief van digitale publicaties die geschreven zijn door medewerkers van die instelling, wordt beheerd door de instelling zelf en is vrij toegankelijk voor iedereen.

Dit vereist wel dat de auteurs/medewerkers zelf vooraf goed nadenken over hun auteursrechten en in welk tijdschrift ze willen en kunnen publiceren. Ze zullen een afweging moeten maken tussen hun eigen belangen en het (opgelegde) belang om het artikel ook in de eigen instellingsrepository op te laten nemen. Vervolgens moeten er dan afspraken gemaakt worden tussen de auteur en het tijdschrift om opname van het artikel in de eigen repository mogelijk te maken. Een relatief bewerkelijk proces dat ook weinig zal doen om uitgevers tot een ander verdienmodel te bewegen, wat de reden zal zijn dat de staatssecretaris in zijn brief weinig ziet in de groene publicatieroute naar Open Access publiceren. Voor de gezamenlijke onderzoeksinstellingen is het mijns inziens, zeker als de Auteurswet het wettelijk mogelijk maakt een eigen publicatie Open Access te publiceren, echter de beste manier om aan de Open Access doelstelling te voldoen en tevens minder afhankelijk te worden van de grote uitgevers.

Maar ook het hoger beroepsonderwijs vindt Open Access belangrijk

Het zijn niet alleen de universiteiten die het nut en noodzaak van Open Access inzien en nu aan de slag gaan met richtlijnen en beleid om hun artikelen, onderzoeksoutput en onderwijsmateriaal toegankelijk te maken. Ook bij de hogescholen groeit de bewustwording om de eigen kennisproducten inzichtelijk te maken conform het Open Access beginsel, al heeft dat niet zo zeer met de dure toegang tot content te maken maar meer met het (aantoonbaar) verbeteren van de onderwijskwaliteit.

Hogescholen moeten de komende jaren gaan aantonen op welke wijze ze de onderwijskwaliteit en het studiesucces verbeteren, het onderwijs en onderzoek profileren en de aansluiting met het bedrijfsleven en de regio versterken. Binnen de Vereniging Hogescholen hebben de hogescholen daarom gezamenlijk een kwaliteitsagenda opgesteld voor de komende jaren onder het motto ‘Kwaliteit als opdracht’ (PDF) om beter bij te kunnen dragen aan het versterken van de kenniseconomie in Nederland en in de (eigen) regio. In het rapport ‘Naar een duurzaam onderzoeksklimaat. Ambities en succesfactoren voor het onderzoek aan hogescholen’ (PDF, 2010) stelt de Vereniging Hogescholen daarnaast dat het gezamenlijk zichtbaar maken van de kennisproducten en onderzoeksresultaten ook essentieel is.

Het beschikbaar stellen van deze kennis aan particulieren, bedrijven, instellingen en overheden zien hogescholen als een belangrijk onderdeel en invulling van die kwaliteitsdoelstelling. Waar mogelijk willen ook hogescholen de kennisproducten en onderzoeksresultaten kosteloos voor iedereen toegankelijk maken, voortkomend uit de ondertekening van de Berlin Declaration on Open Access to Knowledge in the Sciences and Humanities (kortweg de Berlin Declaration on Open Access). De nadruk op het zoveel mogelijk Open Access publiceren is hier aan te relateren.

En er worden al veel kennisproducten geproduceerd binnen hogescholen. Onderzoekers en medewerkers die verbonden zijn aan kenniskringen en lectoraten publiceren al vele jaren in wetenschappelijke en vaktijdschriften. Docenten produceren onderwijsmateriaal en publiceren frequent dit materiaal bij educatieve uitgevers terwijl studenten sinds enkele jaren afstudeerwerken (kunnen) publiceren in de HBO Kennisbank. Bij hogescholen wordt het publiceren steeds beter gefaciliteerd en er worden de mogelijkheden verkend om Open Access publiceren gezamenlijk op te gaan pakken.

OA bewust

Uiteindelijk zou het bij alle hoger onderwijsinstellingen en de onderzoeksinstellingen meer moeten gaan om dat bewustwordingsproces. Niet om nou zo nodig in een OA-tijdschrift te publiceren en niet omdat het de instelling of de maatschappij veel geld kan besparen. De gedachte achter Open Access is dat publicaties en andere werken die met publieke middelen gefinancierd zijn, vrij toegankelijk zouden moeten zijn voor iedereen en dat iedereen die werken vervolgens kan hergebruiken voor eigen doeleinden. Dat belang kan haaks staan op de belangen van een individuele onderzoeker, medewerker, docent of student maar het is belangrijk dat de afweging op zijn minst gedaan wordt.

Dat de belangen van uitgevers, die alleen maar het publiceren zelf voor hun rekening zouden moeten nemen, zo bepalend zijn geweest de laatste decennia toont alleen maar aan hoe essentieel het is om de discussie rondom Open Access te blijven voeren.

Open Access is gewoon ook een Big Deal.

Verder lezen/kijken: Collegevoorzitter Gerard Meijer van de Radboud Universiteit Nijmegen sprak enkele weken geleden over de noodzaak van Open Access en wat de rol is van zowel de eigen onderzoekers als die van de wetenschappelijke uitgevers (15 minuten, getipt door Maarten Hekman) / De SURF themapagina over Open Access (SURF) / Openaccess.nl met informatie over de voordelen van Open Access publiceren (SURF)

#

Raymond Snijders

Sinds 1995 houdt Raymond zich bezig met de combinatie van ICT, bibliotheken en onderwijs vanuit het perspectief van (vooral) de bibliotheek en informatievoorziening. Thans is hij werkzaam bij de Hogeschool Windesheim als senior informatiebemiddelaar en houdt hij zich bezig met de digitale bibliotheek, contentlicenties, ebooks en auteursrecht. Over deze onderwerpen en de impact die ze (kunnen) hebben op het onderwijs en bibliotheken blogt hij sinds 2006 op zijn Vakblog. In 2013 won hij de Victorine van Schaickprijs voor zijn blog.

Comments (8) Write a comment

Leave a Reply

Required fields are marked *.


This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top