Bibliotheken mogen boeken uit hun collecties digitaliseren en als ebooks beperkt aanbieden?

library digitaliseren ebooks“Als een werk onderdeel uitmaakt van een collectie [van een bibliotheek] dan mag dit op ‘terminals’ in de ruimtes beschikbaar gesteld worden aan het publiek voor onderzoek of privé-studie”. Dat vertel ik als ik de auteurswet en alle uitzonderingen op het auteursrecht uitleg en aangekomen ben bij de beperking die het mogelijk maakt om zonder toestemming van rechthebbenden werken uit je bibliotheekcollectie aan te bieden aan je gebruikers.

Besloten netwerken van bibliotheken

Artikel 15h van de Auteurswet stelt dat: Tenzij anders overeengekomen, wordt niet als inbreuk op het auteursrecht op een werk van letterkunde, wetenschap of kunst beschouwd het door middel van een besloten netwerk beschikbaar stellen van een werk dat onderdeel uitmaakt van verzamelingen van voor het publiek toegankelijke bibliotheken en musea of archieven die niet het behalen van een direct of indirect economisch of commercieel voordeel nastreven, door middel van daarvoor bestemde terminals in de gebouwen van die instellingen aan individuele leden van het publiek voor onderzoek of privé-studie.

Het is een exceptie op het auteursrecht waar bibliotheken, zowel openbare bibliotheken maar ook de bibliotheken van onderwijs- en onderzoeksinstellingen mijns inziens nog niet optimaal gebruik van maken. In tegenstelling tot sommige andere artikelen uit de Auteurswet heeft dit artikel wel degelijk betrekking op de digitale collecties van de bibliotheken. Deze uitzondering maakt het bijvoorbeeld mogelijk om een digitale bron aan te bieden aan bezoekers van de bibliotheek, ook al behoren ze niet tot de doelgroep die in een licentieovereenkomst is opgenomen voor die bron. Op die manier kan de bibliotheek de digitale collectie aanbieden aan de zogeheten walk-in users, gebruikers van de bibliotheek die geen lid zijn of niet verbonden zijn aan de instelling waartoe de bibliotheek behoort.

Daar zitten wel restricties op want de definitie van een besloten netwerk betekent dat er dus geen online toegang gegeven kan worden en dat gebruikers ook echt naar de fysieke locatie van de bibliotheek moeten komen. Ook begint het artikel met ‘Tenzij anders overeengekomen’ en dat houdt in dat in een licentieovereenkomst de leverancier of uitgever kan bepalen dat een dergelijk gebruik niet toegestaan is. In de praktijk ontbreekt een dergelijke clausule vaak omdat het voor openbare bibliotheken niet aantrekkelijk – en vaak zelfs onmogelijk – is de walk-in users te weren. Bibliotheken van musea kennen zelfs geen leden of een afgebakende groep gebruikers en daar zijn eigenlijk alle gebruikers walk-in users.

Op Europees niveau

Deze uitzondering in de Auteurswet heeft Nederland niet zelf bedacht. Net als de overige uitzonderingen komen deze (mede) voort uit de implementatie van richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij. Het is een hele mond vol maar het is een richtlijn die door de Europese lidstaten verwerkt is in de eigen auteursrechtwetgeving en die daarmee leidend is in hoe je de verschillende aspecten en artikelen van de auteursrechtwetgeving kan en mag interpreteren als lidstaat. Zo stelde het Europese Hof van Justitie kort geleden dat de thuiskopieregeling, die in dezelfde richtlijn 2001/29/EG staat, niet door Nederland uitgelegd mocht worden om downloaden (kopiëren) uit illegale bron mogelijk te maken, waardoor er in Nederland een ‘downloadverbod‘ ontstond zonder dat er zelfs maar één letter in onze eigen Auteurswet gewijzigd was.

Interpretatie van de ‘bibliotheekexceptie’

Artikel 15h Aw is bijna rechtstreeks overgenomen van artikel 5 lid 3 sub n uit die richtlijn 2001/29/EG dat stelt dat lidstaten beperkingen of restricties op het auteursrecht van rechthebbenden kunnen stellen ten aanzien van:

het gebruik van niet te koop aangeboden of aan licentievoorwaarden onderworpen werken of ander materiaal dat onderdeel uitmaakt van de verzamelingen van de in lid 2, onder c), bedoelde instellingen [publiek toegankelijke bibliotheken, onderwijsinstellingen of musea, of door archieven die niet het behalen van een direct of indirect economisch of commercieel voordeel nastreven], hierin bestaande dat het werk of materiaal, via speciale terminals in de gebouwen van die instellingen, voor onderzoek of privéstudie meegedeeld wordt aan of beschikbaar gesteld wordt voor individuele leden van het publiek.

In Duitsland speelt echter een rechtszaak die uitgever Eugen Ulmer KG aangespannen heeft tegen de Technische Universität Darmstadt en waar het gaat om de precieze interpretatie van artikel 5 lid 3 sub n dat ook in de Duitse Auteurswet is overgenomen.

De universiteitsbibliotheek wees het aanbod en bijbehorende licentieovereenkomst namelijk af van de uitgever om één van hun titels als ebook (opnieuw) te kopen en koos ervoor om hun eigen papieren exemplaar te digitaliseren. En deze via speciaal daarvoor ingerichte raadpleegplekken aan te bieden aan de gebruikers en bezoekers van de bibliotheek, op basis van 1 gelijktijdige gebruiker van dat digitale exemplaar.

Dat dit een werkwijze is die niet tot blijdschap van de uitgever leidde mag je een understatement noemen. De universiteitsbibliotheek beriep zich weliswaar op de uitzondering in de Duitse auteurswet maar de uitgever aarzelde niet lang en bracht het geschil voor het Bundesgerichtshof. De implicaties van een uitspraak hierin zou verregaande gevolgen kunnen hebben voor de mogelijkheden die bibliotheken hebben hun boeken te kunnen digitaliseren en zo mogelijk nog meer voor de verdienmodellen van uitgevers. Redenen waarom zowel de EBLIDA als het Deutscher Bibliotheksverband (zeg maar de Duitse KNVI) zich achter de universiteit schaarden en Eugen Ulmer KG zich gesterkt wist door steun van de Börsenverein des deutschen Buchhandels.

Hulplijn inzetten

Het Duitse Hof achtte het wijs om ruggespraak te houden over hoe artikel 5 lid 3 sub n uitgelegd moet worden en stelde daarom drie prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie:

  1. Is een werk te koop aangeboden of aan licentievoorwaarden onderworpen in de zin van artikel 5, lid 3, sub n, van richtlijn 2001/29/EG, wanneer de rechthebbende de in dat artikel bedoelde instellingen het afsluiten van licentieovereenkomsten voor het gebruik van dit werk onder redelijke voorwaarden aanbiedt?
  2. Mogen de lidstaten op grond van artikel 5, lid 3, sub n, van richtlijn 2001/29/EG de instellingen het recht toekennen, de in hun verzamelingen opgenomen werken te digitaliseren, indien dat noodzakelijk is om deze werken via terminals beschikbaar te stellen?
  3. Mogen de door de lidstaten overeenkomstig artikel 5, lid 3, sub n, van richtlijn 2001/29/EG vastgestelde rechten zo ver gaan dat gebruikers van de terminals aldus beschikbaar gestelde werken op papier kunnen printen of op een USB-stick kunnen opslaan?

De eerste vraag heeft te maken met de restrictie die al in het artikel opgenomen was. Een bibliotheek mag een (digitaal) werk niet aanbieden op deze manier als een licentievoorwaarde dit uitsluit maar geldt die restrictie ook als een uitgever een digitale versie – van een al aangeschaft boek in de collectie – onder redelijke voorwaarden te koop aanbiedt? Oftewel, moet een bibliotheek verplicht een licentie afsluiten op een digitale titel als de uitgever die mogelijkheid geeft?

Vraag 2 bouwt voort op de eerste vraag en vraagt of bibliotheken daarmee ook het recht (en de mogelijkheid) hebben om werken te digitaliseren teneinde ze via terminals beschikbaar te maken voor hun gebruikers. Vraag 3 probeert duidelijkheid te verkrijgen over wat de gebruiksrechten dan zijn aangezien een dergelijke raadpleegplek de mogelijkheid zou kunnen bieden de digitale kopieën verder te verspreiden.

Ja, ja en nee

Advocaat Generaal Jääskinen gaf vandaag antwoorden op de gestelde prejucidiële vragen. Dit is formeel een opinie van de Advocaat Generaal en is daarmee geen bindend oordeel voor het Europese Hof van Justitie maar in de praktijk wordt het advies en de opinie van de AG in bijna alle gevallen gevolgd.

Ja. De Advocaat Generaal stelt dat een bibliotheek gebruik mag maken van betreffende uitzondering om gedigitaliseerde werken aan te bieden op speciaal daartoe bestemde terminals, zelfs als een uitgever/rechthebbende de digitale versie via een licentie te koop aanbiedt. Alleen als er al een licentieovereenkomst afgesloten is mag de bibliotheek niet meer gebruik maken van deze uitzondering. Oftewel, een bibliotheek is niet verplicht een licentie af te sluiten maar kan er voor kiezen om een papieren exemplaar te digitaliseren en (alleen) via raadpleegplekken aan te bieden.

Ja. De Advocaat Generaal is de mening toegedaan dat lidstaten bibliotheken het recht mogen toekennen de in hun verzamelingen opgenomen werken te digitaliseren, indien dat noodzakelijk is om deze werken via terminals beschikbaar te stellen. Hij noemt daarbij voorbeeldsituaties waarin bibliotheken de orginele werken willen preserveren die fragiel, oud of zeldzaam zijn maar ook boeken die door veelvuldig gebruik aan slijtage onderhevig zijn. De Advocaat Generaal voegt er wel duidelijk aan toe dat de uitzondering bibliotheken niet de mogelijkheid geeft hun volledige collecties te digitaliseren en aan te gaan bieden via terminals. Het moet gaan om individuele titels en exemplaren uit de collectie en het kan niet gebruikt worden om boeken digitaal aan te gaan bieden teneinde de aanschaf van meerdere benodigde fysieke exemplaren te vermijden.

Nee. Tot slot beperkt de Advocaat Generaal wel de gebruiksrechten van een gedigitaliseerd werk dat via een terminal wordt aangeboden. Ook al mag de bibliotheek een uitzondering maken op het auteursrecht van de maker door beperkt een digitaal exemplaar te openbaren, dat recht heeft de gebruiker van dat digitale exemplaar niet. De gebruiker mag geen eigen kopie maken door dat exemplaar op een USB stick te zetten en ook niet door dit exemplaar uit te printen. De Advocaat Generaal voegt er wel aan toe dat in zijn opinie het uitprinten van een eigen fysiek exemplaar onder de (analoge) thuiskopie-exceptie valt die in dezelfde richtlijn beschreven staat en dat het daarmee dus wel mogelijk zou kunnen zijn voor bibliotheekgebruikers.

En wat betekent dit nu?

Dit zou je samen kunnen vatten zoals dat ook door de meeste Nederlandse media werd gemeld vanochtend: bibliotheken zouden zonder toestemming van de auteur of uitgever boeken mogen digitaliseren zolang ze er maar voor zorgen dat gebruikers die digitale versies niet in handen krijgen.

Die samenvatting doet mijns inziens echter geen recht aan de impact op de verhoudingen tussen bibliotheken en uitgevers van ebooks als het Europese Hof van Justitie dit advies overneemt. Er is geen bibliotheek in Europa te vinden die zich niet in meer of mindere mate bezig houdt met (het aanbieden van) ebooks. Wetenschappelijke uitgevers bieden al vele jaren grote – en dure – pakketten ebooks aan die bij gebrek aan alternatieven afgenomen worden door onderwijs- en onderzoeksbibliotheken om op die manier ebooks aan te kunnen bieden aan hun gebruikers. Hierbij hebben de uitgevers de kaarten in handen en bepalen ze eenzijdig de voorwaarden, die maar zelden overeenkomen met de wensen die de bibliotheken hebben. En bij openbare bibliotheken ligt het niet veel anders. Daar dienen bibliotheken ook te onderhandelen over de prijs en voorwaarden van ebooks en hebben ze grote moeite om de populaire titels (bestsellers) digitaal beschikbaar te maken voor hun leden.

Die verhoudingen komen anders te liggen als de interpretatie van de Advocaat Generaal overgenomen wordt door het HvJEU en daarmee alle Europese lidstaten. Bibliotheken kunnen er dan voor kiezen om titels uit hun collecties zelf te digitaliseren en via raadpleegplekken in elk geval toegankelijk te maken voor hun gebruikers, zolang ze maar maatregelen nemen om het kopiëren van die zelf gemaakte ebooks te voorkomen. Dat zal vanzelfsprekend niet de ideale manier zijn voor bibliotheken om ebooks aan te bieden maar geeft wel een alternatief voor al die situaties waarin een uitgever erg hoge bedragen vraagt, ongunstige voorwaarden stelt of gevraagde titels alleen als pakket in combinatie met vele andere niet gewenste titels wil verkopen. En alleen al het feit dat bibliotheken een alternatief hebben gaat dan zorgen voor nieuwe gesprekken, onderhandelingen en overeenkomsten. Nieuwe maar vooral betere overeenkomsten voor bibliotheken hoop ik.

Ook voor hogeschoolbibliotheken kan het zeer interessante consequenties hebben. Het onderwijs werkt met een afgebakende hoeveelheid voorgeschreven studieboeken voor studenten. In veel gevallen is ook (minstens) één fysiek exemplaar van al die voorgeschreven titels in de bibliotheekcollectie opgenomen en zijn het ook deze titels die studenten graag (gratis) digitaal willen kunnen raadplegen. Niet geheel verrassend wordt in Nederland maar een relatief klein percentage van deze titels digitaal aangeboden door de uitgevers. Het aanbod dat er wel is wordt alleen maar rechtstreeks verkocht aan studenten en is niet beschikbaar voor bibliotheken. Je zou je echter nu kunnen voorstellen dat hogeschoolbibliotheken zelf hun fysieke exemplaren gaan digitaliseren en via raadpleegplekken of cataloguspc’s beschikbaar gaan maken. Studenten kunnen dan ook nog in staat gesteld worden (enkele hoofdstukken uit) het boek voor eigen gebruik uit te printen, bijvoorbeeld ten behoeve van een tentamenvoorbereiding. Dit past ook goed bij hoe de fysieke exemplaren, die meestal beperkt of zelfs helemaal niet uitleenbaar zijn, nu al gebruikt worden door de studenten.

Maar dat je dit als bibliotheek zou kunnen doen zonder per titel te moeten onderhandelen met uitgevers, zonder toestemming daarvoor te moeten verkrijgen en zonder je budget te moeten uitputten … dat mag je gerust bijzonder nieuws noemen denk ik. Bijzonder genoeg om de definitieve uitspraak van het Europese Hof van Justitie in de gaten te houden in elk geval.

Verder lezen: Conclusie AG: Bibliotheken mogen boeken via elektronische leesplaatsen aanbieden (via IE-forum.nl) / Opinie van de Advocaat Generaal en de prejucidiële vragen (via InfoCuria) / Persbericht in PDF formaat (via Curia) / Bibliotheek mag boek digitaliseren (via Parool.nl)

 

@foto: Muffet via photopin cc
#

Raymond Snijders

Sinds 1995 houdt Raymond zich bezig met de combinatie van ICT, bibliotheken en onderwijs vanuit het perspectief van (vooral) de bibliotheek en informatievoorziening. Thans is hij werkzaam bij de Hogeschool Windesheim als senior informatiebemiddelaar en houdt hij zich bezig met de digitale bibliotheek, contentlicenties, ebooks en auteursrecht. Over deze onderwerpen en de impact die ze (kunnen) hebben op het onderwijs en bibliotheken blogt hij sinds 2006 op zijn Vakblog. In 2013 won hij de Victorine van Schaickprijs voor zijn blog.

Comments (12) Write a comment

  1. Pingback: ’Bibliotheken mogen boeken digitaliseren’ – IP | vakblad voor informatieprofessionals

Leave a Reply

Required fields are marked *.


This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top