Over de oude readerregeling en werken aan een nieuwe en betere overeenkomst voor het hbo

Vorige maand had ik de gelegenheid om, tijdens een congres dat door de Stichting PRO en het Nederlands Uitgeversverbond georganiseerd was, een presentatie te geven aan de Nederlandse uitgevers over de knelpunten van de huidige readerregeling en suggesties te doen over waar een nieuwe overeenkomst aan zou moeten voldoen. En dat was niet voor niets want de huidige overeenkomst met de Vereniging Hogescholen loopt eind dit jaar af en dat betekent dat er per 1-1-2015 een nieuwe readerregeling zou moeten liggen waar we waarschijnlijk weer vijf jaar mee verder moeten.

Nou heb ik ook hier regelmatig geschreven over hoe onwerkbaar en onpraktisch de huidige readerregeling is voor het hoger onderwijs en was mijn grootste teleurstelling vooral hoe het zo ver heeft kunnen komen dat de toenmalige HBO Raad (tegenwoordig dus de Vereniging Hogescholen) akkoord is gegaan met deze overeenkomst. Er was en is me veel aan gelegen om dit niet nog een keer mee te gaan maken zonder inbreng vanuit de dagelijkse praktijk en dus vroeg ik tijdens dat congres ook hoe het traject zou gaan lopen om tot een nieuwe readerregeling te komen. En inderdaad, voor de nieuwe regeling zou er weer door de Vereniging Hogescholen onderhandeld gaan worden.

Inbreng voor een nieuwe readerregeling

Of het op dezelfde manier is gegaan als vijf jaar geleden weet ik niet maar door de Vereniging Hogescholen is om inbreng gevraagd middels een brief aan de bestuurvoorzitters van alle hogescholen.

De Vereniging Hogescholen treedt op als vertegenwoordiger van alle hogescholen bij het sluiten van overeenkomsten inzake auteursrechten die (o.m.) verschuldigd zijn voor de overname van korte (gedeeltes uit) auteursrechtelijk beschermde werken in onderwijspublicaties, waaronder readers.

De huidige Readerovereenkomst is in 2010 voor een periode van 5 jaar afgesloten. De Vereniging Hogescholen is in gesprek met de vertegenwoordigers van de auteursrechthebbenden, Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), onderdeel van het Centrum Dienstverlening Auteurs- en aanverwante Rechten (CEDAR), alsmede het Nederland Uitgeversverbond (NUV) over een nieuwe readerovereenkomst, met als ingangsdatum 1 januari 2015.

Ten behoeve van de onderhandelingen over de nieuwe readerovereenkomst horen wij graag op korte termijn van u uw ervaringen met de readerovereenkomst en aandachtspunten voor de nieuwe overeenkomst.

De colleges van bestuur zullen zelf weinig tot geen ervaring hebben met het overnemen van auteursrechtelijk beschermde werken in onderwijspublicaties maar waar dat onderwerp vijf jaar geleden binnen hogescholen vooral bij repro-afdelingen belegd was, zijn daar tegenwoordig gelukkig de Auteursrechten Informatiepunten bij betrokken. Verenigd in het netwerk auteursrechten informatiepunten-hbo (NAI-hbo) bestaat deze inmiddels uit vertegenwoordigers van de bibliotheken van tweeëntwintig hogescholen en adviseren en helpen ze studenten, docenten en onderzoekers bij vragen over auteursrechten binnen de eigen instelling, ondersteund door experts en expertise van andere hogescholen en universiteiten. En de overgrote meerderheid van die vragen van docenten gaan over wat ze nog kunnen en mogen binnen de grenzen van de huidige readerregeling. Dat betekent dat de Auteursrechten Informatiepunten de readerregeling in de praktijk meemaken samen met de docenten van de hogescholen in Nederland.

Het netwerk auteursrechten informatiepunten-hbo heeft vandaag ook schriftelijk gereageerd middels een brief (PDF) aan de Vereniging Hogescholen waarin diverse knelpunten worden toegelicht van de huidige readerregeling in de hoop en verwachting dat ze meegenomen zullen worden in de onderhandelingen. Dezelfde brief heb ik toegevoegd aan mijn reactie die ik eveneens vandaag richting ons college heb verzonden als reactie op de brief van de Vereniging Hogescholen. Daar heb ik iets meer achtergrond gegeven omdat ik er niet van uitga dat iedereen op de hoogte is van de geschiedenis van de readerregeling. Ik neem het hieronder over en breid het uit mocht ik nog meer dingen bedenken.

-//-

Inleiding

In artikel 16 Auteurswet, de zogeheten onderwijsexceptie, staat beschreven dat ‘verveelvuldiging of openbaarmaking van gedeelten’ van auteursrechtelijk beschermde werken ter toelichting van het onderwijs geen inbreuk vormt op het auteursrecht. Voor de opname van tijdschriftartikelen en gedeelten van boeken in readers voor het hoger onderwijs moet echter wel een ‘billijke vergoeding’ aan de rechthebbende(n) -de uitgever of de auteur- betaald worden. De HBO-raad, nu Vereniging Hogescholen, heeft hiervoor een regeling getroffen met het Nederlands Uitgeversverbond en de Stichting International Publishers Rights Organisation (PRO). Deze is neergelegd in de Readerovereenkomst, voluit Overeenkomst voor de overname van korte auteursrechtelijk beschermde werken en van (korte) gedeelten uit auteursrechtelijk beschermde werken in onderwijspublicaties van hogescholen, waaronder readers (PDF). De uitvoering van deze readerregeling is in handen van de Stichting PRO, de auteursrechtenorganisatie voor uitgevers.

Stichting PRO incasseert de readerafdrachten en verdeelt ze onder de uitgevers, zowel de Nederlandse als de buitenlandse. Deze readerregeling voorziet in essentie in een afkoopsom voor de billijke vergoeding daar waar het om gebruik en overname van korte werken en gedeelten gaat in readers. Zolang je binnen de grenzen blijft van de in de readerovereenkomst gedefinieerde begrippen van korte gedeelten en korte werken, hoef je als docent (en hogeschool) geen additionele vergoeding te betalen aan de rechthebbenden. Langere overnames dienen aangevraagd te worden via een webportal van Stichting PRO en daarvoor wordt per overname (per reader) gefactureerd.

In de praktijk

Ook al is de readerregeling in 2010 bijgewerkt voor gebruik van digitaal materiaal, de basis en de terminologie van de overeenkomst gaat nog steeds van een papieren reader uit. Zo wordt een module in de ELO effectief als een reader beschouwd door Stichting PRO en geldt voor zowel het aanmelden van langere overnames als bij geconstateerde inbreuken dat een oplage doorgegeven moet worden. Hier wordt het aantal studenten bedoeld dat ingeschreven is voor het vak/module en toegang heeft (gehad) tot het gebruikte materiaal.

Docenten maken echter vooral gebruik van digitale informatiebronnen in hun onderwijs. Hoofdstukken uit boeken en/of tijdschriftartikelen worden als PDF’s toegevoegd aan de eigen modules en er is zeer veel materiaal (vrijelijk) beschikbaar via internet of via de betaalde databanken die de bibliotheek aanbiedt. Er is een uitgebreide handleiding en procedure beschikbaar voor docenten die toelicht wat de (on)mogelijkheden zijn rondom gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal in de ELO.

Knelpunten

Het Auteursrechten Informatiepunt van Windesheim heeft sinds april 2011 honderden vragen van docenten beantwoordt en tientallen presentaties en voorlichtingen gegeven aan docenten. Ook heeft het AIP van Windesheim meerdere keren rechtstreeks overleg gehad met Stichting PRO om tot een betere afstemming en aangepaste procedures te komen. Recentelijk, 15 mei, zijn tijdens een minicongres van het Nederlands Uitgeversverbond en Stichting PRO de knelpunten nog eens samengevat voor de aanwezige Nederlandse uitgevers.

  • Docenten (en opleidingen) mijden het gebruik van lange overnames doordat dit veel administratieve rompslomp en per overname extra kosten oplevert. Bij veel opleidingen is er een actief beleid dat lange overnames expliciet niet toegestaan zijn;
  • Bij het ontwikkelen van onderwijsmateriaal voor nieuwe onderwijsvormen (MOOCs, blended learning en open onderwijs) is het onduidelijk wat wel en wat niet onder de readerregeling valt;
  • Docenten mijden de ELO als plek voor het verspreiden van onderwijsmateriaal dat niet voldoet aan de regels van de korte overnames. Aangezien alleen de ELO gecontroleerd wordt valt het overige gebruik buiten de controles;
  • Stichting PRO (en het NUV) verwacht van docenten dat ze correct omgaan met het hergebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal en dat ze zelf hierin onderscheid maken tussen korte overnames (8000 woorden bij artikelen, 10000 woorden voor boekdelen) en lange overnames. Docenten wensen zich echter bezig te houden met hun primair proces en niet met de vele auteursrechtelijke kwesties die bij gebruik van andermans materiaal gepaard kunnen gaan;
  • Het verplicht moeten doorgeven van oplages bij lange overnames wordt bijna volledig genegeerd aangezien dit ook niet eenduidig te achterhalen is;
  • Hogeschoolbibliotheken, die ook de Auteursrechten Informatiepunten zijn, bieden vele (digitale) informatiebronnen aan waarvoor al toestemming voor hergebruik in de ELO geregeld is in de licenties. Hierop is artikel 16 Aw niet van toepassing en dus ook de readerovereenkomst niet. Stichting PRO legt echter de bewijslast voor het aantonen van toestemming neer bij de individuele docent. In de praktijk wordt er in veel gevallen twee keer betaald voor gebruik van een artikel of deel van een boek, aangezien docenten niet op de hoogte (kunnen en willen) zijn van de afgesloten licentieovereenkomsten;
  • Alle andere materialen waarvoor toestemming al verkregen is, zoals o.a. Open Access materiaal of werken die onder een Creative Commons licentie verspreid zijn, vallen eveneens niet onder de readerovereenkomst. Datzelfde geldt ook voor alle werken waarbij docenten toestemming van de auteur of uitgever gekregen hebben of die ze zelf geschreven hebben in studieboeken of vaktijdschriften. Ook hiervoor ligt de bewijslast, achteraf, bij de docent zelf.

Een nieuwe readerregeling moet:

  • docenten faciliteren en stimuleren in het correct gebruik van auteursrechtelijk beschermd materiaal in plaats van frustreren. Dat betekent dat het voor docenten makkelijker moet zijn om wel gebruik te maken van de readerregeling dan dat het is om deze te omzeilen;
  • het feitelijke (“gemiddelde”) huidige gebruik door docenten onder de afkoopregeling brengen met alleen extra procedures, kosten en controles op de uitzonderingen en excessen. Minder administratie, meer fair use;
  • controles van de ELO dienen transparant (aangekondigd) en voor de instelling eenduidig uitgevoerd te worden zodat instellingen ook kunnen sturen op correct gebruik van werken in de eigen ELO. Onderdeel hiervan zou een door hogescholen en Stichting PRO gezamenlijk vastgestelde controleprocedure inclusief bezwaarprocedure moeten zijn;
  • een flexibele, realistische en eenduidige definitie van korte overnames introduceren die niet gebaseerd is op woorden tellen;
  • expliciet maken dat (webpagina’s met) links naar ebooks, digitale tijdschriften of andere digitale content – wel of niet gelicenseerd door de instelling – niet als een overname beschouwd worden. Want links zijn geen openbaarmaking;
  • flexibel genoeg zijn om ook overnames uit beschermde werken ten behoeve van onderwijspublicaties bij nieuwe onderwijsvormen mogelijk te maken, zoals bij MOOCs en weblectures;
  • verder gaan dan alleen de onderwijsexceptie en ook afdekken dat studieboeken onder voorwaarden volledig gedigitaliseerd mogen worden ten behoeve van visueel gehandicapte studenten;
  • een sterk vereenvoudigde procedure voor aanvragen van grote overnames introduceren waarbij vooraf rekening gehouden wordt met gelicenseerde of Open Access werken, danwel andere werken waarvoor docenten al toestemming verkregen hebben voor gebruik;
  • de uitvoerende rol alsmede de voorlichting over het correcte gebruik van werken meer bij Stichting PRO beleggen en niet bij individuele docenten. De Auteursrechten Informatiepunten kunnen door PRO ook betrokken worden als het gaat om voorlichting en advisering.

Het lijkt me voldoende input om tot een nieuwe en betere readerregeling te komen. Of ben ik wat vergeten? Vul me gerust aan!

#

Raymond Snijders

Sinds 1995 houdt Raymond zich bezig met de combinatie van ICT, bibliotheken en onderwijs vanuit het perspectief van (vooral) de bibliotheek en informatievoorziening. Thans is hij werkzaam bij de Hogeschool Windesheim als senior informatiebemiddelaar en houdt hij zich bezig met de digitale bibliotheek, contentlicenties, ebooks en auteursrecht. Over deze onderwerpen en de impact die ze (kunnen) hebben op het onderwijs en bibliotheken blogt hij sinds 2006 op zijn Vakblog. In 2013 won hij de Victorine van Schaickprijs voor zijn blog.

Comments (6) Write a comment

    Leave a Reply

    Required fields are marked *.


    This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

    • © 2006- 2018 Vakblog – werken met informatie
      Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
    Top