De geschiedenis van het Amerikaans auteursrecht

Amerikaans auteursrecht Statute of Anne

Statute of Anne, 1710

Zoals je laatst hebt kunnen lezen volg ik deze zomer bij Coursera een MOOC over het Amerikaans auteursrecht, Copyright for Educators and Librarians. Ik was eerst van plan om de behandelde stof, en dan vooral mijn eigen aantekeningen, uit te werken hier op mijn blog maar de uitzonderingen in de US Copyright Law voor bibliotheek en onderwijs wijken dermate af van wat er in Nederland van toepassing is, dat ik dat alsnog niet ga doen. Alleen omdat ik het interessant vind hoe de vertoningsbeperking, het fair use en de aparte bibliotheekexceptie in het Amerikaans auteursrecht zijn vormgegeven, wil niet zeggen dat jullie dat vinden. En eerlijk is eerlijk, je hebt er aan deze kant van de oceaan ook helemaal niets aan.

In de allereerste week kwam er echter wel een onderwerp aan bod waar ik zelf ook helemaal niets over wist, namelijk hoe het Amerikaans auteursrecht ontstaan is en hoe de beschermingsduur van het auteursrecht in de loop van de afgelopen eeuwen maar bleef toenemen. Aangezien ik voornemens ben om (ooit) de geschiedenis van het Nederlandse auteursrecht nog eens in een blogpost te gaan vervatten, leek het me leuk om nu kort wat over die van het Amerikaans auteursrecht te schrijven. Komen de aantekeningen toch nog mooi van pas.

De koning van Engeland bepaalt

Het concept van auteursrecht, zoals dat tegenwoordig in wetgeving verankerd is, begon niet in Amerika maar in Engeland. Daar publiceerde de koning van Engeland in de eerste helft van de 16e eeuw formele documenten, zogeheten Letters Patents, waarin drukkers een exclusief recht kregen om een specifiek boek of een specifieke categorie van boeken te mogen drukken. Het gaf de koning controle over wat toen als revolutionaire nieuwe technologie werd gezien en natuurlijk ook controle over wat er door de burgers gelezen kon worden.

De Stationers

Verkopers van boeken en schrijfbenodigdheden waren er al veel langer. In 1403 werd de Guild of Stationers opgericht – zo genoemd omdat de verkopers hun kraampjes (stations) rondom St. Paul Cathedral in Londen hadden staan – maar ook zij groeiden mee met de opkomst van de boekdrukkunst. In die eerste helft van de 16e eeuw voegden ook de drukkers zich bij de hernoemde Stationers’ Company waarna het handmatige kopiëren van boeken ook definitief uit de gratie raakte. In 1557 wijzigde Queen Mary, die in 1553 de troon had betreden, het systeem van toekennen van Letters Patents aan individuele drukkers door dit recht toe te kennen aan de Stationers’ Company middels een Royal Charter. De drukkers en uitgevers kregen hiermee een exclusief recht en stevige bevoegdheden (zoals het in beslag nemen en verbranden van niet geautoriseerde drukwerken) om boeken uit te geven en te drukken.

Licensing of the Press Act 1662

Het werd steeds eenvoudiger om boeken en ander drukwerk te drukken waardoor er veel ongeautoriseerde boeken in omloop kwamen. Om het probleem onder controle te krijgen werd er een speciale wet door het Britse parlement aangenomen die er voor moest zorgen dat alleen geautoriseerde en goedgekeurde boeken gedrukt mochten worden. De Licensing of the Press Act van 1662, of voluit “An Act for preventing the frequent Abuses in printing seditious treasonable and unlicensed Bookes and Pamphlets and for regulating of Printing and Printing Presses“, maakte feitelijk wetgeving van het koninklijke charter inclusief het wettelijke recht om op te treden tegen niet geautoriseerd drukwerk. Zo mochten panden doorzocht worden op illegale persen en konden zowel boetes als gevangenisstraf opgelegd worden tegen overtreders.

De Licensing Act introduceerde echter ook een register van door de Stationers’ Company gelicenseerde boeken waarin het eigendom (het “copyright”) bijgehouden van de gedrukte boeken. Hier hoorde ook een depotplicht bij waardoor het wettelijk verplicht werd om een exemplaar van het boek te deponeren in de bibliotheek van de universiteit van Oxford. Al in 1610 had de bibliothecaris, Thomas Bodley, daartoe een overeenkomst gesloten met de Stationers’ Company en de bibliotheek draagt tot de dag van vandaag zijn naam.

Statute of Anne 1710

De Licensing Act was oorspronkelijk bedoeld voor slechts twee jaar maar werd meerdere keren verlengd. In 1695 weigerde de House of Commons dit echter nogmaals te doen dankzij protesten van auteurs en de toenemende discussies over de wettelijke censuur. Dat zagen de uitgevers vanzelfsprekend heel anders en ze begonnen met een uitgebreide lobby bij het parlement om een nieuwe wet – die hun privileges en monopolierechten moest waarborgen – aangenomen te krijgen. Tien jaar poogden de uitgevers om het oude systeem te herintroduceren.

Toen alle pogingen mislukt waren gooiden ze het uiteindelijk over een andere boeg. Ze benadrukten niet hun eigen belangen maar het inherente en ‘natuurlijke’ recht van de auteurs om als eigenaren van hun werken controle uit te kunnen oefenen. Ook al wisten ze heel goed dat auteur niks anders kon dat die rechten over te dragen aan een uitgever. Dat bleek wel een overtuigend argument te zijn en in 1710 werd de eerste echte auteurswet in de wereld aangenomen: de Statute of Anne.

De Statute of Anne verschoof de invulling van het “copyright”, het recht om te drukken en uit te geven van uitgevers, naar een recht van de auteur. Niet de uitgever had het exclusieve recht maar de auteur zelf. Dit auteursrecht bestond echter alleen uit het recht om het boek te publiceren en dit exclusieve recht kwam daarmee ook toe aan de uitgever die door de auteur gekozen was.

Het auteursrecht werd niet automatisch toegekend maar vereiste – nog steeds – dat je je registreerde bij de Stationers’ Company en dat je het gepubliceerde boek deponeerde (9 exemplaren bij 9 bibliotheken, verspreid over Engeland). Had je eenmaal het auteursrecht op een boek als auteur, dan had je gedurende 14 jaar het exclusieve recht om bij/via de uitgever van je keuze dat boek commercieel te exploiteren. Leefde de auteur nog na die 14 jaar (wat in die tijd bepaald geen zekerheid was), dan kon de beschermingsduur van het auteursrecht met nog eens 14 jaar verlengd worden. Na die periode van maximaal 28 jaar verviel het auteursrecht en kwam het werk in het publiek domein terecht. Aangezien er een overgangssituatie was – voor alle boeken die voor 1710 gepubliceerd waren gold nog het oude recht van de uitgever – werd er een termijn van 21 jaar vastgelegd waarna ook die boeken in het publiek domein zouden komen.

Battle of the Booksellers

Met de kennis van nu had je de volgende ontwikkeling al zien aankomen want de uitgevers zagen het liefst een veel langere beschermingsduur van het auteursrecht om hun markt te beschermen. Toen de eerste termijnen verstreken waren begonnen Schotse uitgevers met het heruitgeven van de niet meer beschermde boeken. De uitgevers probeerden een verlenging te krijgen van de beschermingstermijn maar dat werd door het parlement verworpen. Hierop volgden, decennia lang, vele rechtszaken die door de uitgevers aangespannen werden waarbij ze betoogden dat auteurs een ‘natuurlijk’ recht hadden op eigendom en zeggenschap op hun boeken onder het reguliere recht. Met als doel de beschermingsduur van het auteursrecht in de Statute van Anne van tafel te krijgen en te vervangen door een levenslang recht van de auteur.

In 1774 werd die kwestie uiteindelijk voor eens en altijd beslecht. In Donaldson v. Beckett verklaarde de House of Lords dat auteurs onder het gewone recht weliswaar een levenslang exclusief recht hadden om het werk voor het eerst te publiceren maar dat dit recht verviel zodra het werk daadwerkelijk gepubliceerd werd. Na de termijn zoals die in de Statute of Anne gedicteerd werd kwam ook het auteursrecht op het gepubliceerde werk te vervallen. Voor zowel de auteur als de uitgever.

De United States Constitution

In 1789 trad de Amerikaanse grondwet, de United States Constitution, in werking. In 1783 had Connecticut weliswaar als eerste van alle Staten al een eigen auteurswet (State Copyright Law), dat vervolgens door de overige Staten overgenomen werd, maar werd door James Madison – de vierde president van de VS – een voorstel ingediend om het auteursrecht ook in de Constitution te verankeren. Teneinde auteurs een gelimiteerde bescherming van hun auteursrecht te geven. Hierbij diende de wetgeving in Engeland als uitgangspunt, ook al was die niet rechtstreeks van toepassing op Amerika als Britse kolonie.

In de U.S. Constitution krijgt in artikel 1, lid 8, het Amerikaanse Congress de bevoegdheid [To] “Promote the Progress of Science and useful Arts, by securing for limited Times to Authors and Inventors the exclusive Right to their respective Writings and Discoveries.” Het is daarmee de enige benoemde bevoegdheid van Congress dat aan een specifiek doel verbonden is.

Copyright Act 1790

Eén jaar nadat de grondwet in werking trad werd de eerste auteurswet, de Copyright Act, door de overheid ingevoerd. Auteurs kregen het “sole right and liberty of printing, reprinting, publishing and vending” the copies of their “maps, charts, and books” voor een periode van 14 jaar. Deze termijn kon met nog eens 14 jaar verlengd worden als de rechthebbende nog in leven was. Een beschermingstermijn die letterlijk overgenomen was uit de Statute of Anne, ook al werden er nu meer soorten rechten toegekend over meer dan alleen boeken. Auteursrecht kon ook in Amerika alleen verkregen worden door je werk te registreren, hoewel dat pas in 1834 met een wetswijziging daadwerkelijk als verplichting werd opgenomen.

Copyright Act 1831

In 1831 vond de eerste herziening van de Amerikaanse auteurswet plaats met de Copyright Act of 1831. De grootste wijziging bestond uit het aanpassen van de beschermingstermijn naar een initiële periode van 28 jaar dat echter nog steeds verlengd kon worden met 14 jaar.

Ook in Amerika waren niet alle uitgevers even gelukkig met de termijnen en, in een herhaling van zetten, poogden enkelen bij de rechter om de termijnen van tafel te krijgen door het argument aan te voeren dat het recht van een auteur onder het reguliere recht viel. In 1834 besloot het hoogste gerechthof in Amerika, de Supreme Court, in Wheaton v. Peters precies hetzelfde als de House of Lords in 1774. Auteurs hebben een levenslang auteursrecht op ongepubliceerde boeken maar dit vervalt op het moment dat het boek gepubliceerd wordt, waarbij vervolgens de in de wet vastgestelde termijnen gelden.

Copyright Act 1870

In 1870 werd er wederom een relatief kleine wetswijziging doorgevoerd. De rol van registratie van auteursrecht, het wettelijk depot en alle overige auteursrechtengerelateerde activiteiten werd belegd bij de Library of Congress in de Copyright Act of 1870. Twee exemplaren van elke kaart, foto, tijdschrift, muziekdrager en natuurlijk elk boek moesten vanaf dat jaar opgestuurd worden naar de bibliotheek. De nieuwe versie van de Copyright Act geeft nu ook auteursrechtelijke bescherming aan kunstwerken en afgeleide werken zoals vertalingen.

amerikaans auteursrecht

Copyright Act 1909

De Copyright Act van 1909 veranderde twee belangrijke dingen. Allereerst werd de termijn van 14 jaar waarmee de initiële beschermingsduur van 28 jaar verlengd kon worden opgehoogd naar eveneens 28 jaar. Als tweede kwam de randvoorwaarde dat er alleen sprake was van auteursrechtelijke bescherming als het werk gepubliceerd werd met vermelding van een copyright-teken ©. Het was dus niet voldoende om je werk te registreren bij de Copyright Office maar je moest dat ook laten blijken in het werk zelf middels het © teken.

Dit creëerde echter een nieuw probleem. Dankzij de eerdere uitspraak van de Supreme Court waren niet gepubliceerde werken automatisch beschermd door auteursrechtwetgeving op lokaal niveau maar vielen wel gepubliceerde werken per definitie alleen onder de Copyright Act. En de nieuwe versie hiervan stelde dat er alleen auteursrecht gold als het werk gepubliceerd was en voorzien was van een © teken. Had een gepubliceerd werk dat niet, dan viel het direct in het publiek domein, ook al was het officieel geregistreerd en het auteursrecht toegewezen.

Deze bijzondere situatie hield bijna 70 jaar stand en de wet zou pas in 1976 weer aangepast worden. De Copyright Act van 1909 is echter nog steeds van toepassing op alle werken die in Amerika gepubliceerd zijn voor 1 januari 1978, wat verklaart waarom tot de dag van vandaag het © teken zo sterk geassocieerd wordt met het claimen en aantonen van het auteursrecht, zelfs buiten Amerika.

copyright1909 amerikaans auteursrecht

Copyright Act 1976

In 1976 werd de Copyright Act volledig herzien. Dankzij de opkomst van nieuwe media, zoals tv, werd het aantal soort werken sterk uitgebreid en ook de exclusieve rechten van een rechthebbende uitgebreid. De fair use doctrine bestond al sinds de 19e eeuw –  een rechter van de Supreme Court stelde in 1841 de regels vast – maar werd nu tot wet verklaard als belangrijkste beperking op het auteursrecht.

De Verenigde Staten had zich inmiddels aangesloten bij de internationale auteursrechtenorganisatie UCC en bereidde zich voor om alsnog aan te sluiten bij de Conventie van Bern die in 1886 een groot aantal aspecten van auteursrechtwetgeving geharmoniseerd had. Dit had ook grote gevolgen voor de nieuwe Copyright Act. De beschermingstermijn werd gelijk getrokken met de internationale norm en bestond nu uit het leven van de auteur plus 50 jaar.

De grootste vernieuwing was echter dat registratie van het auteursrecht niet meer verplicht was en dat het © teken niet meer nodig was. Zowel niet gepubliceerde als wel gepubliceerde werken genoten nu bescherming onder de Copyright Act zolang ze maar voldeden aan het criterium dat het werk op enige wijze tastbaar op een drager of uitwerking. Nu waren het de ideeën, concepten, idealen, principes en andere ontastbare zaken die uitgesloten werden van auteursrechtelijke bescherming in de Copyright Act.

amerikaans auteursrecht

Ook al was registratie niet meer verplicht, in de praktijk bleek het nog steeds wenselijk (en bij rechtszaken zelfs essentieel) om je auteursrecht te registreren. Pas in 1989 tekende de Verenigde Staten het verdrag om zich aan te sluiten bij de Conventie van Bern en dat betekende dat auteurs automatisch auteursrecht kregen op hun werken zonder dat daar een registratie of vermelding van het © teken voor nodig was. Maar zelfs nu nog, in 2014, registreren makers van werken hun auteursrecht bij de Copyright Office om op die manier aan te kunnen tonen dat ze daadwerkelijk over dat auteursrecht beschikken. En ook het © teken wordt nog steeds gebruikt om aan te geven dat een rechthebbende zich bewust is van zijn auteursrecht.

Bijschaven en oppoetsen

De Copyright Act van 1976 vormt de basis van de huidige Copyright Law (PDF). Sinds 1976 zijn er diverse amendementen doorgevoerd die, mede door nieuwe technologische en maatschappelijke ontwikkelingen, diverse onderdelen van de wet gewijzigd hebben. Zoals de (Sonny Bono) Copyright Term Extension Act die in 1998 de beschermingstermijn nogmaals oprekte naar het leven van een maker plus 70 jaar, de Digital Millennium Copyright Act die o.a. een nieuwe rol geeft aan de Copyright Office en de Technology, Education, and Copyright Harmonization (TEACH) Act van 2002 die gebruik van materiaal bij het afstandsleren in het onderwijs mogelijk maakt.

500px-Copyright_term.svg
Behalve dat nieuwe technologische en maatschappelijke ontwikkelingen een duidelijke rol gespeeld hebben in het Amerikaans auteursrecht, is er vooral een andere rode draad zichtbaar. Helaas is dat niet het behalen van het beoogde doel, zoals dat in de United States Constitution staat, om de voortgang van wetenschap en kunst te promoten maar juist de inspanningen van de auteursrechtenindustrie om de duur van de beschermingstermijnen op te rekken (en zelfs pogen die af te schaffen). Ondanks het streven in de wetgeving om deze beschermingsduur te beperken is het publiek domein, na de Copyright Extension Act, effectief opgeschort tot 2019. Dan pas zullen de eerste werken van na 1923 eindelijk in het publiek domein gaan vallen.

Hoe werkbaar een auteurswet is voor wetenschap, kunst en de creatieve industrie terwijl de commerciële belangen van rechthebbenden steeds zwaarder lijken te gaan wegen? Die balans hebben de Amerikanen nog niet gevonden helaas. Net zo min als de Nederlandsers trouwens maar dat is een blogpost voor later.

@grafiek door Tom Bell (CC BY-SA 3.0)

#

Raymond Snijders

Sinds 1995 houdt Raymond zich bezig met de combinatie van ICT, bibliotheken en onderwijs vanuit het perspectief van (vooral) de bibliotheek en informatievoorziening. Thans is hij werkzaam bij de Hogeschool Windesheim als senior informatiebemiddelaar en houdt hij zich bezig met de digitale bibliotheek, contentlicenties, ebooks en auteursrecht. Over deze onderwerpen en de impact die ze (kunnen) hebben op het onderwijs en bibliotheken blogt hij sinds 2006 op zijn Vakblog. In 2013 won hij de Victorine van Schaickprijs voor zijn blog.

  • © 2006- 2018 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top