Over Big Deals, Open Access en de onderhandelingen tussen Elsevier en de universiteiten

big dealsAls er één bedrijfstak is die nauwelijks of geen last heeft gehad van de economische crisis, dan zijn het wel de wetenschappelijke uitgevers. Tenminste, dat is mijn conclusie bij elke ronde gesprekken en onderhandelingen voor nieuwe licenties voor onderwijs- en onderzoeksinstellingen zodat ze toegang krijgen (of behouden) tot (wetenschappelijke) artikelen. Elk jaar stijgen de kosten met een stevig percentage terwijl het budget van de gemiddelde instelling in de praktijk al vele jaren geen gelijke tred kan houden.

Big Deals

Dit beperkt zich niet tot wetenschappelijke uitgevers – het is ook van toepassing op bijna alle digitale content van uitgevers die door de onderwijs- en onderzoeksinstellingen afgenomen wordt – maar nergens wordt het beter geïllustreerd dan bij de zogenaamde Big Deals. Dit zijn overeenkomsten die door de grote wetenschappelijke uitgevers met universiteiten (per regio) over de hele wereld afgesloten worden en waar elke drie jaar zware onderhandelingen aan vooraf gaan.

Ze heten Big Deals omdat het om overeenkomsten gaat die met de meerderheid van de universiteiten en onderzoeksinstellingen afgesloten worden en omdat het – vanzelfsprekend – om honderden miljoenen euro’s wereldwijd gaat. Big deals zijn very big business als je Springer, Wiley Blackwell of Elsevier bent.

Ook al zijn hun betalende klanten dezelfde instellingen die verantwoordelijk zijn voor de inhoud *en* kwaliteitsbewaking van hun wetenschappelijke tijdschriften en ook al hebben de bibliotheken van de instellingen al jaren te kampen met bezuinigingen, het leidt niet tot een herziening van het verdienmodel van uitgevers. Integendeel want telkens weer stijgen de prijzen sterker dan de inflatie en inmiddels zijn er al vele universiteiten – waaronder ook bekende – die zich niet meer (kunnen) laten gijzelen door het prijsbeleid van een uitgever en minder of geen toegang meer bieden tot bepaalde wetenschappelijke tijdschriften.

Wie betaalt nou precies voor wat?

Het overgrote deel van de wetenschappelijke onderzoeksoutput wordt gepubliceerd in dure wetenschappelijke tijdschriften die commercieel geëxploiteerd worden door de wetenschappelijke uitgevers. Universiteiten betalen jaarlijks vele miljoenen euro’s om hun medewerkers en onderzoekers toegang te geven tot (een deel van) deze artikelen aangezien deze essentieel zijn voor de uitvoering van nieuw onderzoek en de productie van nieuwe wetenschappelijke artikelen.

En daarin zit ook de bijzondere relatie tussen de universiteiten en de wetenschappelijke uitgevers met wie dure Big Deals afgesloten dienen te worden. Het zijn namelijk de universiteiten die, bijna zonder uitzondering, de auteurs leveren die de artikelen schrijven voor die dure wetenschappelijke tijdschriften. Zij leveren ook de deskundigen en experts die bij de wetenschappelijke uitgevers de kwaliteitsbewaking – het zogeheten peer review proces – verzorgen en die juist de meerwaarde geven aan dat tijdschrift en wat wordt doorberekend aan de abonnees. En desondanks betalen universiteiten en onderzoeksinstellingen miljoenen euro’s – een substantieel deel van hun onderzoeksbudgetten – om de artikelen die door hun eigen onderzoekers geschreven zijn – en peer reviewed zijn door hun eigen onderzoekers – toegankelijk te maken voor, jawel, hun eigen onderzoekers.

Ze zijn daarmee in hoge mate afhankelijk van elkaar. Wetenschappers dienen hun onderzoeksresultaten te publiceren in (bij voorkeur prestigieuze) tijdschriften en de wetenschappelijke uitgevers kunnen de tijdschriften niet vullen als wetenschappers niet zouden publiceren en middels peer review invulling geven aan de kwaliteitsbewaking. Gelijkwaardig is die relatie echter niet. Er is een lange geschiedenis van praktijken waarin de wetenschappelijke uitgevers het auteursrecht claimen van de artikelen in ruil voor de mogelijkheid om de artikelen te kunnen publiceren en met dit recht dus de toegang tot al die wetenschappelijke artikelen verkopen aan de universiteiten. Een hele dure sigaar uit eigen doos in feite.

Open Access

Maar wacht, het wordt nog een stukje interessanter. Bijna een jaar geleden schreef staatssecretaris Dekker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) een brief aan de Tweede Kamer waarin hij zijn Open Access beleid aankondigde.

Mijn uitgangspunt is dat resultaten van publiek en publiek/privaat gefinancierd onderzoek altijd vrij beschikbaar moeten zijn. Omdat het om publiek geld gaat, en er voor de uitrol van Open Access technisch in principe geen belemmeringen zijn, acht ik het van belang dat dit binnen afzienbare tijd gebeurt.

De staatssecretaris wil er naar streven dat in vijf jaar (2019) 60 procent van de Nederlandse wetenschappelijke publicaties Open Access toegankelijk is en in tien jaar (2024) zelfs 100 procent op deze wijze gepubliceerd wordt.

Open Access wordt vooral geassocieerd met ‘gratis’ en ‘vrij toegankelijk’ en voor iemand die kennis wil nemen van een onderwijs- of onderzoekspublicatie klopt dat ook. Lezers hebben gratis toegang tot artikelen die Open Access gepubliceerd zijn. Auteurs hebben daar voordeel van omdat ze ook gemakkelijker gevonden – en gelezen – worden door die lezers want die hoeven niet meer honderden, of zelfs duizenden, euro’s te betalen voor een duur abonnement op een wetenschappelijk tijdschrift. Maar onderzoekers profiteren ook omdat zij dan zelf vrij toegang hebben tot de onderzoekspublicaties en -resultaten van andere onderzoekers waar op voortgebouwd kan worden zonder de noodzaak eerder onderzoek te herhalen.

Maar publiceren in wetenschappelijke tijdschriften is vanzelfsprekend niet gratis. Open Access publiceren betekent dat de kosten niet meer verhaald (kunnen) worden op de lezers of abonnees en dat die kosten daardoor bij de auteurs komen te liggen. Onderzoekers moeten dus betalen om een artikel te publiceren in een Open Access tijdschrift, of in een regulier wetenschappelijk tijdschrift onder Open Access voorwaarden waarbij andere artikelen in datzelfde tijdschrift niet per se OA zijn (hybride). Dit wordt de gouden publicatieroute (Golden Road) naar Open Access publiceren genoemd.

De staatssecretaris spreekt een voorkeur uit voor deze gouden publicatieroute en dit betekent dat het de wetenschappelijke uitgevers zijn die met een ander (verdien)model moeten gaan komen om Open Access publiceren mogelijk te maken in hun tijdschriften. De staatssecretaris voegde er in zijn brief wel aan toe dat hij in 2016 een wettelijke verplichting tot open access publiceren zou introduceren in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, mocht dit nodig zijn om dit doel ook daadwerkelijk te behalen. Niet onverstandig aangezien het niet te verwachten was dat wetenschappelijke uitgevers met enthousiasme uit zichzelf afscheid zouden nemen van een zeer winstgevend model van publiceren.

Terug naar de Big Deals

Universiteiten (maar ook hogescholen) zijn al jaren bezig met Open Access. Hierin volgen ze de groene publicatieroute (Green Road) waarbij een artikel nog steeds gepubliceerd wordt in een traditioneel, niet OA-tijdschrift maar waarna het artikel – na publicatie – óók gepubliceerd wordt in een institutionele repository. Een andere variant is dat een preprint (een auteursversie voordat de opmaak en redigeerwerk van een tijdschrift toegepast worden) gepubliceerd wordt in de eigen repository. Een institutionele repository is daarmee dus een archief van digitale publicaties die geschreven zijn door medewerkers van die instelling. Deze wordt beheerd door de instelling zelf terwijl de inhoud van de gezamenlijke repositories vrij toegankelijk is voor iedereen via NARCIS en de HBO Kennisbank.

De universiteiten steunen het Open Access plan van de staatssecretaris en kondigden aan bij de komende Big Deals onderhandelingen hoog in te gaan zetten om de Nederlandse wetenschappelijke publicaties Open Access gepubliceerd te gaan krijgen. De vereniging van universiteiten, de VSNU, voegde zich daarom bij het samenwerkingsverband universiteitsbibliotheken en Koninklijke Bibliotheek (UKB) voor de onderhandelingen en leverde ook de hoofdonderhandelaar.

Elsevier

De VSNU onderhandelde de afgelopen maanden afzonderlijk met Springer Verlag, Wiley en Elsevier om tot Open Access publiceren te komen in de tijdschriften van deze uitgevers. Vanochtend maakte de VSNU echter bekend in een persbericht dat de onderhandelingen met Elsevier vastgelopen zijn. De Volkskrant weet te melden dat de VSNU voorgesteld had om de kosten van het Open Access publiceren af te kopen door dit te verrekenen met het bedrag dat op dit moment aan Elsevier betaald wordt maar dat Elsevier extra kosten voor Open Access publiceren in rekening wil brengen. Het tegenvoorstel zou daarmee in totaal wederom een forse prijsstijging gaan opleveren voor de universiteiten. Afgelopen vrijdag zijn daarom de onderhandelingen afgebroken.

En wat nu?

Tenzij er een nieuw voorstel door Elsevier wordt gedaan zal er per 1 januari 2015 geen nieuwe overeenkomst liggen voor toegang tot artikelen uit de duizenden tijdschriften van Elsevier. Nieuwe artikelen kunnen dan niet meer geraadpleegd worden door onderzoekers hoewel de artikelen t/m 2014 wel raadpleegbaar blijven aangezien in de huidige overeenkomst is opgenomen dat deze zelfs bij ontbinding van de overeenkomst toegankelijk blijven.

De VSNU meldt ook in hun persbericht dat ze begonnen zijn met het informeren van hun achterban en onderzoekers over de consequenties van deze patstelling en lijkt vastbesloten te zijn zich niet te laten gijzelen hierdoor. Het is afwachten of ze, in tegenstelling tot diverse buitenlandse universiteitsbibliotheken die in het verleden uiteindelijk toch overstag gingen, wel hun standpunt vasthouden maar ik kan me niet voorstellen dat de VSNU eenzijdig op hun besluit terugkomt.

Het gaat verder dan alleen de universiteiten

Ook al speelt deze kwestie zich af tussen de universiteiten en de uitgevers, ook de hbo instellingen hebben er mee te maken. Een groot aantal hogeschoolbibliotheken heeft, als onderdeel van de huidige overeenkomst met de universiteiten, eveneens de wetenschappelijke content afgenomen van Wiley, Springer Verlag en Elsevier aangezien er ook in hbo instellingen aan onderzoek gedaan wordt. Met aanzienlijk lagere budgetten (en gebruik) dan de universiteiten is er veel onduidelijkheid en onzekerheid hoe en of deze artikelen toegankelijk zullen blijven voor de onderzoekers in het hbo hoewel ook hier veel steun te vinden is voor het open access publiceren.

Persoonlijk vind ik het staken van de onderhandelingen vooral een goed signaal naar zowel de wetenschappelijke uitgevers (Elsevier voorop) als naar de eigen publicatiecultuur bij de universiteiten. Open Access publiceren vereist, behalve een andere insteek door uitgevers, ook een andere insteek bij de onderzoekers en instellingen zelf. Er is nog steeds een druk en vanzelfsprekendheid om in prestigieuze – niet Open Access – tijdschriften te publiceren omdat dit waardering en aanzien oplevert terwijl de kwaliteit van de onderzoeksoutput mijns inziens niet anders is als je datzelfde artikel in een Open Access tijdschrift zou publiceren. Hiermee houd je het bestaande systeem in stand en geef je alle controle aan de uitgevers.

Dus laat het nu maar eens flink knallen. Laat het ook maar eens duidelijk worden hoe serieus de consequenties zijn van het niet meer beschikbaar zijn van duurbetaalde wetenschappelijke artikelen. Laat universiteiten, hbo’s en onderzoekers nu ook maar eens echt wennen aan Open Access. Vul en doorzoek de eigen repositories, neem eens contact op met die onderzoeker om een exemplaar van zijn of haar onderzoekspublicatie op te vragen en weiger het auteursrecht over je eigen artikelen af te staan aan een uitgever die je vervolgens diezelfde artikelen weer terugverkoopt.

Verder lezen: Persbericht ‘Onderhandelingen tussen universiteiten en Elsevier vastgelopen’ (VSNU) / Open Access bij (Auteurs)wet geregeld [over hoe je ook de Auteurswet zou moeten aanpassen om Open Access te stimuleren] (Vakblog) / Wetenschap ligt overhoop met uitgever Elsevier (Volkskrant)
@afbeelding via Pixabay met CC0 verklaring

#

Raymond Snijders

Sinds 1995 houdt Raymond zich bezig met de combinatie van ICT, bibliotheken en onderwijs vanuit het perspectief van (vooral) de bibliotheek en informatievoorziening. Thans is hij werkzaam bij de Hogeschool Windesheim als senior informatiebemiddelaar en houdt hij zich bezig met de digitale bibliotheek, contentlicenties, ebooks en auteursrecht. Over deze onderwerpen en de impact die ze (kunnen) hebben op het onderwijs en bibliotheken blogt hij sinds 2006 op zijn Vakblog. In 2013 won hij de Victorine van Schaickprijs voor zijn blog.

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top