Auteursrecht en artikelen in de elektronische leeromgeving

elektronische leeromgevingEen docent vroeg me: Wat zijn de richtlijnen voor het gebruiken van artikelen in de ELO (elektronische leeromgeving)? Als een artikel Open Access op het internet gepubliceerd is, valt deze dan onder het auteursrecht? En zo ja, wanneer mag deze dan wel en wanneer niet als pdf in de ELO gebruikt worden?

Het mooie van deze vragen is dat die afkomstig zijn van een docent die zich (overduidelijk) nog niet eerder heeft beziggehouden met de vraag of je zo maar artikelen in de elektronische leeromgeving mag plaatsen. Ondanks dat ik al jaren aan voorlichting doe bereik ik in feite vooral de docenten die dit zich uberhaupt afvragen en weet ik wel zeker dat dat deze docent representatief is voor al die anderen die tot nu toe nooit met vragen zijn gekomen.

elektronische leeromgeving auteursrecht_dikkevandaleHet is tevens een goede gelegenheid om het (hopelijk) wat beter uit te leggen dan wat je over auteursrecht terugvindt in het woordenboek bijvoorbeeld. Zelfs de Dikke Van Dale komt niet veel verder dan artikel 1 van de Auteurswet bijna integraal over te nemen. En om nou te zeggen dat het daar nou meteen helemaal duidelijk van wordt, nee dat kan wat beter denk ik.

Er is geen ontkomen aan

Hoewel het voor hele oude artikelen uit het begin van de vorige eeuw niet per se geldt, mag je er van uitgaan dat alle artikelen die je ten behoeve van het onderwijs van nu wilt gebruiken auteursrechtelijk beschermd zijn. Het maakt helemaal niet uit waar je ze vandaan hebt gehaald. Ongeacht of artikelen ingescand zijn uit een papieren tijdschrift, uit een databank met nieuws-, vak- of wetenschappelijke artikelen gedownload zijn of vrij toegankelijk op het internet stonden, ze vallen gewoon onder het auteursrecht. Om de terminologie van de Van Dale toch te gebruiken: de makers van deze werken van letterkunde hebben echter gekozen voor verschillende manieren om het werk openbaar te maken en te (laten) verveelvoudigen. Zo zal een auteur van een artikel in een tijdschrift of een databank toestemming gegeven hebben aan de uitgever om zijn of haar artikel op te nemen in dat tijdschrift of die databank en kan die auteur de uitgever overslaan als die een artikel zelf op internet zet, al dan niet onder open access voorwaarden.

Hoe dan ook, het zegt helemaal niets over wat een lezer van die artikelen vervolgens mag doen met dat artikel want de enige die dat mag bepalen is nog steeds de maker.

Toestemming vereist

Dat betekent dat je altijd een vorm van toestemming nodig hebt van de maker of rechthebbende om een artikel opnieuw te gebruiken in een elektronische leeromgeving. Die toestemming is echter op meerdere manieren te verkrijgen, zowel indirect als rechtstreeks.

  • Rechtstreeks toestemming vragen door diegene die de rechten heeft op een artikel te benaderen. Dat zal in de meeste gevallen de uitgever zijn maar als je een artikel op een (persoonlijke) website aantreft of als het open access gepubliceerd is, dan kan dat ook heel goed de auteur zelf zijn;
  • Controleren of er toestemming vooraf is gegeven: als een artikel in een databank vol met artikelen zit, dan ligt er altijd een licentieovereenkomst aan ten grondslag. In de licentieovereenkomst tussen de leverancier van de databank en, meestal, de bibliotheek worden ook afspraken gemaakt over het opnieuw gebruiken van artikelen in de elektronische leeromgeving. Ook bij artikelen die vrij toegankelijk op internet te vinden zijn vind je steeds vaker een licentie die elke lezer vooraf alvast toestemming geeft voor bepaalde soorten hergebruik. Dit zijn vaak Creative Commons licenties en hoewel er daar zes verschillende van zijn, dekken ze allemaal het gebruik van dat artikel in een elektronische leeromgeving af. Dankzij de icoontjes zijn dit soort licenties snel te herkennen;
  • Wettelijke toestemming: artikel 1 van de Auteurswet, en ook de Van Dale, maakt duidelijk dat een maker alle rechten heeft maar stelt daar wel beperkingen aan. Eén van die beperkingen is de onderwijsbeperking die stelt dat ter toelichting van het onderwijs korte gedeelten van werken gebruikt mogen worden zonder toestemming. Daar moet echter wel een vergoeding voor betaald worden en daarom kennen de diverse onderwijssectoren een afkoopregeling waarmee dit mogelijk gemaakt wordt. Als je geen rechtstreekse toestemming hebt om een artikel te gebruiken en er geen (Creative Commons) licentieovereenkomst is die dat toestaat, dan kun je kijken of het onder de afkoopregeling, de readerovereenkomst valt.

En nu even praktisch

Als je een artikel wilt uploaden naar, en gebruiken in, de elektronische leeromgeving, dan heb je de volgende scenario’s:

  • Je hebt het artikel zelf geschreven en daarmee ben je dus zelf de maker en rechthebbende. Tenzij je zelf afspraken gemaakt hebt met een uitgever om dat artikel te publiceren bepaal je vanzelfsprekend zelf of je dat in de ELO wilt zetten;
  • Je hebt schriftelijke toestemming gekregen van de rechthebbende of het artikel is verspreid met een (Creative Commons) licentie of andere overeenkomst die deze toestemming geeft: ook dan mag je dat plaatsen in de ELO. Let hierbij wel op dat er in licentieovereenkomsten voorwaarden gesteld kunnen worden waar je je aan dient te houden;
  • Je maakt gebruik van de readerovereenkomst. Hierbij mag je korte artikelen (tot 8.000 woorden) of delen uit een boek (tot 10.000 woorden) in de ELO zetten zonder additionele toestemming te vragen. Is het artikel langer dan moet er alsnog toestemming gevraagd worden via Stichting PRO of rechtstreeks bij de rechthebbende natuurlijk.

Rekening houden met auteursrecht terwijl je alleen maar onderwijsmateriaal beschikbaar wilt maken aan studenten, dat wil eigenlijk geen enkele docent. Het is ook wel te begrijpen waarom er tot nu toe niet over nagedacht is maar juist in het onderwijs is het van belang om correct om te gaan met wat anderen gemaakt hebben zodat studenten dit ook leren. Vooral als die studenten zelf later hun geld moeten verdienen met journalistiek of een ander creatief beroep. Goed voorbeeld doet volgen, nietwaar?

#

Raymond Snijders

Sinds 1995 houdt Raymond zich bezig met de combinatie van ICT, bibliotheken en onderwijs vanuit het perspectief van (vooral) de bibliotheek en informatievoorziening. Thans is hij werkzaam bij de Hogeschool Windesheim als senior informatiebemiddelaar en houdt hij zich bezig met de digitale bibliotheek, contentlicenties, ebooks en auteursrecht. Over deze onderwerpen en de impact die ze (kunnen) hebben op het onderwijs en bibliotheken blogt hij sinds 2006 op zijn Vakblog. In 2013 won hij de Victorine van Schaickprijs voor zijn blog.

Comments (9) Write a comment

  1. Allereerst: complimenten voor deze waardevolle website! Na diverse artikelen te hebben bestudeerd, is voor mij niet duidelijk hoe je correct een naamsvermelding opneemt als je bijvoorbeeld meerdere afbeeldingen van openclipart.org gebruikt in een kennisclip. De afbeeldingen zijn afkomstig van uploaders die zichzelf bijv. anonymous, AK, rfc1394b enz. noemen. Volstaat dan een vermelding naar http://www.openclipart.org of moeten alle nicknames in bijv. de aftiteling van de kennisclip worden opgenomen? Bij een kennisclip van een paar minuten kan dat een aardige opsomming worden van nicknames i.p.v. namen.

    Reply

    • *Dat* je bij de overname van afbeeldingen de bron moet vermelden staat niet ter discussie. Feitelijk zijn het citaten en daar moet een naamsvermelding/bronvermelding bij. *Hoe* je dat precies doet en of het nou de naam (van een auteur) of bron (locatie van het bestand) moet zijn, daar doet de auteurswet geen uitspraak over.

      Er zijn weliswaar richtlijnen, zoals de veelgebruikte APA-richtlijn, die precies de vorm weergeven hoe je moet verwijzen naar boeken, tijdschriften maar ook internetbronnen en afbeeldingen. Deze APA-richtlijn stelt bijv. dat je niet de naam van de uploader(s) hoeft te vermelden maar wel de exacte locatie van de afbeelding. Oftewel, de volledige URL op openclipart.org.

      In een kennisclip is het wat overkill mijns inziens om met volledige APA notaties te werken. Ik zou in de aftiteling een lijstje opnemen van de [namen van de] gebruikte afbeeldingen met volledige URL’s en daarmee ben je klaar. Je toont hiermee keurig aan waar ze vandaan komen en dat je dit zorgvuldig gedaan hebt.

      Overigens zijn de afbeeldingen van openclipart.org voorzien van een CC0 licentie waardoor je feitelijk niet eens aan bron- of naamsvermelding hoeft te doen maar aangezien niet alle kijkers van je kennisclip dat zullen nazoeken pleit ik er altijd voor om de bron er wel bij te vermelden.

      Reply

  2. Beste Raymond,

    Ik ben opzoek naar informatie over de auteursrechten wanneer artikelen op een databank verzameld worden. Hoe gaat dit in zijn werk?
    Wanneer iemand bijvoorbeeld een databank/centrale informatievoorziening wil starten, welke artikelen mag je hier dan publiceren, en aan wie moet je toestemming vragen? Het lijkt me bijvoorbeeld erg veel om dit aan elke auteur te moeten vragen waarvan je artikelen in je databank zet. Heb jij hier wellicht meer informatie over?
    Ik ben erg benieuwd.
    Met vriendelijke groet,
    Tara

    Reply

    • Dag Tara,

      Op dit punt is het heel erg eenvoudig want ongeacht in welke vorm je andermans artikelen verzamelt en publiceert, je hebt er altijd toestemming van alle rechthebbenden voor nodig. Je hebt gelijk dat dit een enorme hoeveelheid werk is maar toch is dit precies wat er moet gebeuren. Bij databanken van uitgevers speelt dit niet (of anders, beter gezegd) omdat uitgevers hier alleen materialen in opnemen waarvoor ze al afspraken hebben met de rechthebbenden (of ze zijn dat zelf).

      Oftewel, tenzij je alleen je eigen artikelen opneemt in een databank zul je aan elke auteur toestemming moeten vragen om zijn of haar artikel te mogen publiceren.

      Reply

Leave a Reply

Required fields are marked *.


This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top