Nog vier jaar een vaste boekenprijs (en hoe die tijd benut gaat worden)

vaste boekenprijs

Van Stockum Den Haag (oude locatie)

Ik heb het op een afstandje bekeken vorig jaar. De discussie tussen de voor- en tegenstanders van een vaste boekenprijs laaide stevig op toen minister Bussemaker aangaf bezig te zijn met de periodieke evaluatie van dit instrument. Voorstanders benadrukten de blijvende noodzaak om een brede en diverse beschikbaarheid van boeken te waarborgen en het desastreuze effect dat het loslaten van een vaste boekenprijs zou kunnen hebben op (kleinere) boekhandels. Terwijl tegenstanders aangaven dat er te weinig innovatie kan plaatsvinden in een sterk veranderende markt als de overheid prijsafspraken afdwingt. Beide partijen voerden daarbij hetzelfde argument aan – dat het minder gaat met de verkoop en de omzet – maar zien daar verschillende oplossingen voor.

Het vervelende – vond ik – dat de discussie vooral over emoties leek te gaan. Tegenstanders van een vaste boekenprijs werd verweten dat ze het boekenvak, en dan vooral boekhandels, ten gronde wilden richten terwijl voorstanders beschuldigd werden van het willen vastklampen aan de laatste strohalm voordat het toch al zinkende schip onvermijdelijk onder de zeespiegel zal verdwijnen. In plaats van op zoek te gaan naar andere oplossingen.

Dat zou normaliter het moment zijn om de onderzoeksgegevens erbij te pakken die kijken naar het nut, noodzaak en de werking van de vaste boekenprijs zodat de discussie los kan komen van alleen de subjectieve argumenten. Maar dat bleek er doodleuk niet te zijn en tja, dan wacht ik liever af tot het besluit genomen is door de ministerraad en hoop ik op een betere onderbouwing dan dat ik in de discussies terug zag.

Wet op de vaste boekenprijs

Maar waar gaat dit nu allemaal over? Nederland kent sinds 1923 een regeling voor een vaste boekenprijs, die tot 2005 gebaseerd was op onderlinge afspraken tussen de betrokken partijen uit de boekenbranche. Het ‘Reglement Handelsverkeer’ met prijsafspraken kon niet meer gehandhaafd worden in het licht van de mededingingswet en werd in 2005 omgezet in de Wet op de vaste boekenprijs (Wvbp). Zowel de regeling als nu de wet voorkomt prijsconcurrentie met de doelstelling om daarmee een brede beschikbaarheid en een divers aanbod van boeken te bevorderen. Het achterliggende idee – en veel gebruikt voorbeeld – is dat de (zeer) winstgevende boeken het uitgeven van de (veel) minder winstgevende titels mogelijk maakt.

De Wet op de vaste boekenprijs geldt voor werken die:

  • tekst in de Nederlandse en/of Friese taal bevatten
  • zijn voorzien van een titel
  • bestaan uit papieren bladzijden
  • al dan niet vergezeld gaan van ondersteunende informatiedragers
  • bestemd zijn voor de verkoop aan eindafnemers.

Hoewel – belangrijk – ebooks daarmee dus uitgezonderd zijn maakt het voor de rest niet uit hoe het boek wordt uitgegeven (in eigen beheer/self-publishing of via een reguliere uitgever), waar de opbrengsten van een boek heengaan of dat een boek slechts beperkt verkrijgbaar is. Die vallen allemaal onder de Wet op de vaste boekenprijs.

Tweede evaluatie van de Wvbp

Elke vier jaar dient door de verantwoordelijke minister van OCW aan de Tweede Kamer verslag te worden gedaan over de werking van de Wet op de vaste boekenprijs. Heeft de wet nog steeds het beoogde effect en wat is de impact ervan op de markt? In die cyclus van evaluaties kreeg minister Bussemaker de opdracht het evaluatieverslag te schrijven over het functioneren van de wet over de periode 2009-2012 (het loopt altijd wat achter) en daarmee dus het instrument van een vaste boekenprijs.

In de kamerbrief constateert de minister dat de evaluatie heeft plaatsgevonden in een onrustige tijd in het boekenvak en haalt daarbij de dalende omzet  en het faillissement van Polare aan maar ook de doorstart van veel Polare-winkels, nieuwe initiatieven als LeesID en Elly’s Choice alsmede de komst van Amazon op de Nederlandse markt.

Bij de evaluatie heeft de minister zelf opdracht moeten geven aan twee onderzoeksbureaus om de effecten van de Wet op de vaste boekenprijs te onderzoeken, bij gebrek aan andere empirische gegevens. Ook heeft ze gebruik gemaakt van de zelfevaluatie van het Commissariaat voor de Media (CvdM) die toeziet op de handhaving van de Wvbp, een evaluatie van de Koninklijke Vereniging van het Boekenvak (KVB) en het advies van de Raad voor Cultuur over de tweede evaluatie van de wet.

Advies Raad voor Cultuur

Dit advies van de Raad voor Cultuur gaat uitgebreid in op alle argumenten voor en tegen, beschrijft de ontwikkelingen in de markt – inclusief de ebooks en hoe die niet onder de Wvbp kunnen vallen – en signaleert ook het gebrek aan harde cijfers en onderzoek die het zo lastig maken iets zinnigs over de werking van de Wvbp te zeggen. De Raad vindt dat er voldoende argumenten te vinden zijn voor het afschaffen van de wet maar vindt dat op dit moment niet verantwoord. De overheid zal nog steeds een beleid moeten voeren om de brede beschikbaarheid en verscheidenheid van boeken te waarborgen en de Raad adviseert daarom, onder specifieke voorwaarden, de Wvbp te continueren voor de duur van vier jaar.

Nog vier jaar een vaste boekenprijs. Onder een aantal voorwaarden.

De minister maakt haar eigen afweging over de voor- en nadelen maar volgt in haar evaluatie (PDF) het advies van de Raad voor Cultuur op om onder een aantal voorwaarden de Wet op de vaste boekenprijs te verlengen met nog eens vier jaar. Een voorstel waar de ministerraad mee instemde waardoor dit ook een feit is geworden.

Ik zag al snel de eerste juich tevreden reacties voorbij komen van de voorstanders waarbij er minder aandacht leek te zijn voor de voorwaarden die minister Bussemaker heeft toegevoegd aan haar goedgekeurde voorstel en die ze in deel 1, hoofdstuk 6, van haar voorstel verder uitwerkt.

* Er komt een onderzoek naar de interne kruissubsidiëring bij uitgevers en boekhandels tussen courante en minder courante titels. De Wvbp biedt de financiële ruimte voor deze kruissubsidiëring, waardoor een breed en divers boekenaanbod mogelijk is. Het onderzoek moet zorgen voor een betere empirische onderbouwing van de beoogde effecten van de vbp.

* Alle belanghebbenden in het boekenvak, de Koninklijke Vereniging voor het Boekenvak (KVB), het Nederlands Letterenfonds, de Groep Algemene Uitgevers, de Koninklijke Boekverkopersbond en de CPNB, werken samen aan innovatie en versterken de kennis over de ontwikkelingen in het boekenvak.

* De KVB neemt de rol van expertise/innovatiecentrum op zich. De KVB heeft toegezegd op korte termijn een innovatieagenda op te stellen en voor financiering te zorgen in nauwe samenwerking en overleg met partijen uit het boekenvak.

Oftewel, allereerst moet nu dan toch maar eens eindelijk worden aangetoond of de hogere prijs van goedverkopende titels echt wel zorgt voor subsidiëring van minder verkopende titels van bijv. beginnende schrijvers en daarmee dat brede/diverse aanbod. Een interessant onderzoek omdat ik betwijfel of dit boekhoudkundig op deze manier wordt bijgehouden door uitgevers. Alleen het hebben van minder of niet populaire titels in een fonds is geen bewijs dat deze gefinancierd zijn door de bestsellers. De definitie van ‘minder courante’ titels lijkt me in relatie tot begrippen als ‘breed en divers’ ook nog wel een lastige. Bussemaker geeft echter aan dat ze van de branche de toezegging gekregen heeft dat alle benodigde bedrijfsgegevens geanonimiseerd aangeleverd zullen worden.

Het blijft ook niet bij dit ene onderzoek want er wordt meer onderzocht:

  • monitoring van de digitale ontwikkelingen in de gehele keten van de boekensector mede in verband met het bereik van de Wvbp;
  • een onderzoek naar de factoren die van invloed zijn op de keuze van de consument voor online of offline aanschaf van boeken en de keuze voor digitale of fysieke boeken;
  • een onderzoek naar de invloed van de digitalisering op het leesgedrag. In hoeverre is er sprake van een andere manier van lezen en andere leesvoorkeuren onder invloed van sociale media, mobile reading en
    interactiviteit? Welke consequenties heeft dit voor de boekensector en meer in het algemeen voor de ‘traditionele’ boek- en leescultuur? Welk effect heeft digitalisering op de leesbevordering?

De minister neemt ook de suggestie van de Raad over om te onderzoeken of er maatregelen gewenst zijn om de lees- en boekencultuur te bevorderen. Ze was al bezig met beleid op het gebied van leesbevordering en laaggeletterdheid en koppelt – nadat ze dat eerder al expliciet deed voor de openbare bibliotheken – dit beleid nu ook aan de boekenbranche en het instrument van de vaste boekenprijs. Ook al ontgaat het mij persoonlijk hoe een vaste boekenprijs kan zorgen voor de bestrijding van laaggeletterdheid. Lezen wordt laagdrempeliger als boeken voor een specifieke doelgroep goedkoper (kunnen) zijn en dat kan juist niet met een vaste boekenprijs.

En tot slot trekt de minister een vergelijking met de nieuwe Bibliotheekwet waarin door samenwerking een balans gevonden moet worden tussen de fysieke en digitale diensten. De KVB krijgt de rol van expertise- en innovatiecentrum toebedeeld waarin alle belanghebbenden uit het boekenvak hun expertise en ideeën voor innovaties dienen te bundelen. En al die partijen zijn al akkoord gegaan met een voorlopig overzicht van de taken van dit centrum:

  • verzamelen en analyseren van marktinformatie, zoals omzetontwikkeling en aanbod van genres en dat gebruiken voor het boekenvak;
  • opbouw en beheer van een databestand met alle cijfermatige gegevens over het boekenvak die van belang zijn voor de evaluatie van de Wvbp;
  • het tot stand brengen en uitvoeren van een innovatieagenda en een agenda voor de toekomst;
  • verzamelen en interpreteren van gegevens over de culturele en leesbevorderende prestaties van het boekenvak.

Samengevat lijkt het boekenvak van minister Bussemaker de kans te krijgen om zich (beter) voor te bereiden op alle ontwikkelingen door voorlopig de vaste boekenprijs te handhaven. Maar de minister doet veel meer dan dat om ervoor te zorgen dat de gehele boekenbranche de komende vier jaren niet achterover kan gaan leunen. Ze legt sterk de nadruk op het meetbaar en kwantificeerbaar maken van zowel de ontwikkelingen als het effect dat de vaste boekenprijs heeft. Alle belangenorganisaties dienen samen te gaan werken in een expertise- en innovatiecentrum die de motor moet zijn voor de innovaties van de toekomst. Terwijl dit centrum tegelijkertijd ook aan de slag moet met de cijfermatige onderbouwing van dit alles. Over twee jaar wil de minister al een tussentijdse evaluatie opstellen die al de contouren moet laten zien van hoe de derde evaluatie van de Wvbp zal verlopen.

De minister “verstrekt” de verlenging van de vaste boekenprijs als een soort rentedragende lening die door het boekenvak terugbetaald zal moeten worden. Dat zal moeten gebeuren in de vorm van innovaties en het cijfermatig kunnen onderbouwen van strategische keuzes die nu vooral nog uit meningen en emoties bestaan. Eén ding lijkt zeker: over vier jaar zal er een totaal andere discussie plaatsvinden. Ik ben nu al benieuwd.

#

Raymond Snijders

Sinds 1995 houdt Raymond zich bezig met de combinatie van ICT, bibliotheken en onderwijs vanuit het perspectief van (vooral) de bibliotheek en informatievoorziening. Thans is hij werkzaam bij de Hogeschool Windesheim als senior informatiebemiddelaar en houdt hij zich bezig met de digitale bibliotheek, contentlicenties, ebooks en auteursrecht. Over deze onderwerpen en de impact die ze (kunnen) hebben op het onderwijs en bibliotheken blogt hij sinds 2006 op zijn Vakblog. In 2013 won hij de Victorine van Schaickprijs voor zijn blog.

Comments (22) Write a comment

  1. Onderzoeken zijn er al veel geweest. Het probleem echter is – en dat vind ik in de plannen nu ook weer terug – dat er nog niet een heldere en eenduidige definitie is gekomen van de criteria aan de hand waarvan het effect van de Wet moet worden onderzocht. Dit geeft te veel ruimte voor de onderzoekers om hun bevindingen in een politiek licht weer te geven. Een van de zaken die mij doet vermoeden dat we over 4 jaar nog niets wijzer zijn is dat de KVB een grote rol is toegedicht in het verzamelen en interpreteren van de cijfers, samen met de uitgevers. Dit is net zoiets als de Vereniging voor Keurslagers laten onderzoeken of mensen nog wel vlees willen eten. Bij gebrek aan heldere criteria en een derde controlerende partij lijkt dit niet meer dan een voorzet om de status quo te handhaven. Ik hoop dan ook dat er later meer aandacht besteed zal worden aan hoe al deze plannen voor onderzoeken dan precies uitgevoerd moeten worden en door wie. Dit gezegd, ben ik in elk geval blij dat er zoveel nadruk wordt gelegd op kwantificeerbaarheid, want daar heeft het tot nu toe in het vak aan ontbroken.

    Reply

    • Jürgen: zeer terechte opmerking die je maakt over het benoemen en afbakenen van de criteria aan de hand waarvan de wet geëvalueerd moet gaan worden. Naast het ontbreken van de cijfers zelf is dat wat evaluaties in het verleden parten heeft gespeeld. Het zou goed zijn als de criteria per algemene maatregel van bestuur zouden kunnen worden ingevuld, maar de wet (http://wetten.overheid.nl/BWBR0017452/) biedt daar nu geen ruimte toe. Toch maar een wetswijziging?

      Reply

  2. Pingback: Tweetweekoverzicht: The Pirate Bay, Raspberry Pi 2, ebooks in Vlaanderen, auteursrecht in Canada, Google en tweets en tweedehands softwarelicenties - Vakblog

  3. Pingback: Tweetweekoverzicht week 36 2015: Bindende Creative Commons-licenties, Kobo Touch 2.0, spraakgestuurd typen in Google Docs en de Wet op de vaste boekenprijs - Vakblog

  4. Pingback: De definitie van een boek (volgens de Wet op de vaste boekenprijs) - Vakblog

Leave a Reply

Required fields are marked *.


This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top