Auteurscontractenrecht: Open Access in de Auteurswet vastgelegd

auteurscontractenrecht
Eens in de zoveel tijd worden wetten aangepast aan de nieuwe mogelijkheden en vereisten die er aan wetgeving gesteld worden. Er zijn mensen die denken dat de Auteurswet – uit 1912 – in meer dan een eeuw niet aangepast is maar dat wordt vooral als (dom) argument gebruikt in discussies over nut en noodzaak van auteursrechtwetgeving. De Auteurswet wordt zeer regelmatig (licht) aangepast maar na vorige week lijkt er zelfs een hele uitgebreide toevoeging bij te komen want de Tweede Kamer stemde in met het wetsvoorstel auteurscontractenrecht.

Auteurscontractenrecht

Het wetsvoorstel van staatssecretaris Teeven lag er al sinds juni 2012. Essentie van het voorstel is het versterken van de contractuele positie van auteurs en kunstenaars ten opzichte van degenen die hun werken exploiteren. Zoals filmmakers en de kabelmaatschappijen maar natuurlijk ook auteurs en hun uitgevers. Het gratis overdragen van hun auteurs- en exploitatierechten middels overeenkomsten wordt onmogelijk gemaakt aangezien de nieuwe wetsartikelen (PDF) het recht introduceren (art. 25c lid 1 Aw) op een billijke vergoeding voor het verlenen van de exploitatierechten (verplicht via een akte). Daarnaast ontstaat er een recht op een aanvullende vergoeding als de oorspronkelijk overeengekomen vergoeding in geen enkele verhouding meer staat tot de opbrengst voor de exploitant. De zogeheten bestsellerbepaling van artikel 25d Aw.

Heb je als maker wel je rechten verkocht/overgedragen maar doet een uitgever of andere exploitant niks met dat werk? Dan heb je nu als maker het recht op ontbinding van die overeenkomst zodat je je exploitatierechten weer terug kunt krijgen. De zogeheten non-usus-bepaling of use-it-or-lose-it-bepaling van artikel 25e lid 1 Aw.

Verder kunnen onredelijke bepalingen in exploitatie-overeenkomsten worden vernietigd (knevel- of wurgcontracten), bijvoorbeeld als een auteur verplicht wordt het auteursrecht op al zijn toekomstige werken aan dezelfde uitgever over te dragen. Dat wordt geregeld in lid 1 en 2 van artikel 25f Aw, mits het gaat om (volledige) overdracht van rechten en exclusieve licenties (art. 25b lid 2 Aw). Tot slot is er een nieuwe regeling voor het filmauteurscontractenrecht (art. 45d Aw) waarbij alle makers een billijke vergoeding krijgen van de producent en is er de mogelijkheid van een laagdrempelige geschillencommissie vastgelegd om te voorkomen dat geschillen voor de rechter belanden.

Hoezo Open Access?

In het wetsvoorstel zelf is geen sprake van Open Access. Maar in januari 2014 voegde kamerlid Taverne van de VVD een amendement toe aan het wetsvoorstel dat voorziet in nog een nieuw artikel: artikel 25fa. Ik ging vorig jaar al uitgebreid in op dit amendement aangezien ik het een bijzonder goed idee vond om het recht op Open Access te regelen in de Auteurswet in plaats van in de Wet op het Hoger Onderwijs, zoals staatssecretaris Dekker in eerste instantie beoogde. Ook dit (licht gewijzigde) amendement van Taverne werd vorige week aangenomen, zoals je bovenaan kunt zien.

Artikel 25fa
De maker van een kort werk van wetenschap waarvoor het onderzoek geheel of gedeeltelijk met Nederlandse publieke middelen is bekostigd, heeft het recht om dat werk na verloop van een redelijke termijn na de eerste openbaarmaking ervan, om niet beschikbaar te stellen voor het publiek, mits de bron van de eerste openbaarmaking daarbij op duidelijke wijze wordt vermeld.

Deze bepaling is deels geïnspireerd op artikel 38 lid 4 van de Duitse auteurswet zoals die per 1 januari 2014 is gaan gelden maar ook op auteursrechtwetgeving die inmiddels in o.a. Amerika van kracht is geworden.

Taverne beschrijft in de Toelichting wat het doel van artikel 25fa is:

Deze bepaling is erop gericht invulling te geven aan de groeiende behoefte om wetenschappelijk werk in de vorm van open access beschikbaar te stellen. De aanduiding “kort werk” houdt in dat het gaat om artikelen en niet om boeken. De term is ontleend aan artikel 16 lid 2 Auteurswet. Korte bijdragen aan (congres)bundels kunnen er ook onder vallen. Door deze bepaling behoudt de auteur het recht om zijn wetenschappelijk werk dat met publieke  middelen is gefinancierd gratis via internet in open access beschikbaar te stellen.

Werk van personen in dienst van een universiteit of ander door de overheid gefinancierde onderzoeksinstelling wordt geacht geheel of gedeeltelijk met publieke middelen te zijn bekostigd.  De term “voor het publiek beschikbaar stellen” verwijst naar de openbaarmakingsvorm waarbij materiaal per draad of draadloos voor leden van het publiek beschikbaar wordt gesteld op zodanige wijze dat zij daartoe op een door hen individueel gekozen plaats en tijd toegang toe hebben. Dit is de internationaal gebruikelijke omschrijving van beschikbaarstelling via internet. Voorwaarden zijn dat de beschikbaarstelling geschiedt om niet, hetgeen een wezenskenmerk is van open access, en dat de bron van de eerste openbaarmaking, bijvoorbeeld het wetenschappelijke tijdschrift waarin het werk voor het eerst is gepubliceerd, wordt vermeld.

Deze bepaling is echter wel een stuk flexibeler dan vergelijkbare bepalingen in de wetgeving van Duitsland en Amerika. Zo wordt de termijn, waarop een artikel Open Access gepubliceerd mag worden, niet gefixeerd maar is dat onderwerp van te maken afspraken zodat ook de (financiële) belangen van een wetenschappelijke uitgever bewaakt worden die immers wel moet investeren in het publiceren en het organiseren van peer review. En dan maakt het wel verschil met welke frequentie een tijdschrift artikelen publiceert en in welk vakgebied er gepubliceerd wordt.

Om tegemoet te komen aan de belangen van de uitgevers van wetenschappelijke tijdschriften die hun investeringen moeten kunnen terugverdienen, dient een redelijke termijn in acht te worden genomen alvorens de beschikbaarstelling in open access plaatsvindt. De reden waarom een redelijke termijn in acht genomen moet worden is het gerechtvaardigde belang van de uitgevers die tijdschriften uitgeven en peer-review organiseren. De investeringen die daarvoor nodig zijn dienen in sommige gevallen door betaling van abonnements- of toegangsgelden te worden  terugverdiend, alvorens na ommekomst van een redelijke termijn het werk gratis voor een ieder beschikbaar komt. De duur van deze redelijke termijn zal per publicatievorm verschillen. De redelijke termijn kan ook nul zijn, indien het redelijk en niet bezwaarlijk is als een werk, eventueel in een van de formele publicatie afwijkende opmaak, onmiddellijk gratis online verschijnt. Het staat partijen vrij om hier nadere afspraken over te maken, maar de rechter zal uiteindelijk moeten beoordelen of een termijn redelijk is, in het licht van alle omstandigheden van het geval.

Het is belangrijk om te beseffen dat deze ‘Open Access-bepaling’ geen nieuwe uitzondering op het auteursrecht is maar een wezenlijk (nieuw) onderdeel van de persoonlijkheidsrechten van een auteur die niet over te dragen zijn aan een uitgever.

Dat betekent dat alle wetenschappelijke artikelen – van auteurs in onderzoeksinstellingen, universiteiten en hogescholen – dat geheel of gedeeltelijk gefinancierd is met (Nederlandse) publieke middelen na verloop van tijd (ook) Open Access gepubliceerd mogen worden. Mits daar de bron vermeld wordt van de oorspronkelijke publicatie en er een redelijke termijn met de uitgever afgesproken is.

In de Toelichting wordt vermeld dat er bij – de voor de hand liggende – geschillen over die redelijke termijn een rechter aan te pas kan komen maar ik hoop dat eveneens een plek kan krijgen in de geschillencommissie. Ook al betwijfel ik of een grote buitenlandse uitgever onder de indruk zal zijn van een dergelijke commissie.

Van dat recht *kan* een auteur niet eens afstand doen waarmee de noodzaak om het (opnieuw) Open Access publiceren van wetenschapsartikelen in bijv. een eigen instellingsrepository (de ‘groene route’) te regelen in een aparte overeenkomst met de uitgever kan komen te vervallen. Een wetenschappelijke auteur behoudt altijd zijn of haar recht om wetenschappelijke artikelen Open Access te publiceren.

Iets dat bijzonder goed past in het Open Access beleid dat op dit moment door staatssecretaris Dekker en de Nederlandse universiteitein bedreven wordt. En wat zeker ook voor hogescholen interessant is die een volgende stap aan het zetten zijn in hun eigen Open Access beleid.

De bepaling behelst geen beperking op het auteursrecht, maar slechts een beperking van de overdraagbaarheid van een deel van het auteursrecht. Zij legt slechts vast dat de auteur van een kort wetenschappelijk werk niet contractueel gedwongen kan worden afstand te doen van het recht om zijn werk, als hij dat wenst, na verloop van tijd gratis op internet te plaatsen. De auteur van het werk is overigens niet verplicht om zijn werk om niet op internet te plaatsen. Het ligt wel in de rede dat de overheid of een van overheidswege gefinancierde subsidiënt van een specifiek wetenschappelijk onderzoek in bepaalde gevallen zal overeenkomen of als voorwaarde voor financiering zal stellen dat door haar gefinancierd onderzoek direct of na verloop van een redelijke termijn gratis op internet beschikbaar wordt gesteld.

Met de instemming door de Tweede Kamer is dit wetsvoorstel (incl. amendement) weliswaar aangenomen maar is de vernieuwde wetgeving nog niet van kracht. Daarvoor zal het wetsvoorstel eerst ook nog door de Eerste Kamer moeten worden aangenomen. Naar verwachting zal dit echter al binnen enkele maanden gebeuren waarna de wijzigingen per 1 juli 2015 in werking treden.

#

Raymond Snijders

Sinds 1995 houdt Raymond zich bezig met de combinatie van ICT, bibliotheken en onderwijs vanuit het perspectief van (vooral) de bibliotheek en informatievoorziening. Thans is hij werkzaam bij de Hogeschool Windesheim als senior informatiebemiddelaar en houdt hij zich bezig met de digitale bibliotheek, contentlicenties, ebooks en auteursrecht. Over deze onderwerpen en de impact die ze (kunnen) hebben op het onderwijs en bibliotheken blogt hij sinds 2006 op zijn Vakblog. In 2013 won hij de Victorine van Schaickprijs voor zijn blog.

Comments (22) Write a comment

  1. Wat alleen onduidelijk blijft, is of uitgevers nu alleen de laatste versie van het auteursmanuscript na zekere tijd moeten vrijgeven voor Open Access, of ook het gereviewde en opgemaakte artikel.

    Reply

    • Taverne lijkt in de toelichting van het amendement uit te gaan van het artikel zoals het gepubliceerd is, gereviewd en met opmaak van het tijdschrift dus. Tenminste, dat leid ik af uit de toelichting over wat een redelijke termijn is: “De redelijke termijn kan ook nul zijn, indien het redelijk en niet bezwaarlijk is als een werk, **eventueel in een van de formele publicatie afwijkende opmaak**, onmiddellijk gratis online verschijnt.”

      En dat zal ook de praktijk zijn denk ik. Uitgevers die een redelijke termijn van nul introduceren mits auteurs hun auteursversie willen publiceren en een langere termijn voor de definitieve versie, gereviewd en in de opmaak van het tijdschrift.

      Daar zal ook de echte uitdaging komen te liggen mijns inziens als en zodra deze wetswijziging van kracht wordt: de definitieve versies binnen een echt redelijke termijn mogen opslaan in de repositories.

      Reply

  2. Pingback: De Europese Commissie wil een Digital Single Market. Wat gaan wij daar van merken? - Vakblog

  3. Pingback: Tweetweekoverzicht week 24 2015: Apple Music, Apple Nieuws, Europees auteursrecht, auteurscontractenrecht en de nationale bibliotheekpas - Vakblog

Leave a Reply

Required fields are marked *.


This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top