Uitlenen van ebooks door bibliotheken: de prejudiciële vragen aan het Europese Hof van Justitie

uitlenen van ebooksVandaag, 1 april, heeft de Haagse Rechtbank het definitieve vonnis (PDF) uitgesproken in de proefprocedure die door de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) aangespannen was tegen de Stichting Leenrecht over het (kunnen) uitlenen van ebooks. In dit vonnis zijn een viertal prejudiciële vragen geformuleerd door de rechtbank die voorgelegd worden aan het Europese Hof van Justitie. Hiermee zal het hoogste Europese gerechtshof uitspraak moeten doen over de mogelijkheid  voor openbare bibliotheken om ebooks uit te kunnen lenen onder het huidige leenrecht.

Wat was ook al weer de aanleiding?

Het begon allemaal met het voor de VOB teleurstellende nieuws dat eind februari 2013 door minister Bussemaker naar buiten werd gebracht in de aanloop naar de nieuwe Bibliotheekwet. Zij concludeerde, met een uitgebreid onderzoeksrapport als basis, dat er geen wettelijke grondslag is voor het uitlenen van ebooks door openbare bibliotheken. Hoewel het uitlenen van fysieke boeken onder het leenrecht (of beter gezegd, de leenrechtexceptie) valt, geldt dat niet voor het uitlenen van ebooks. De leenrechtexceptie is ontwikkeld voor het mogen uitlenen van fysieke exemplaren en kan in zowel de Nederlandse Auteurswet als in de Europese richtlijnen niet ruimer worden geïnterpreteerd. Anders gezegd: bibliotheken kunnen ebooks niet uitlenen zonder dat rechthebbenden daar toestemming voor gegeven hebben.

De openbare bibliotheken hebben die route ook gevolgd – met het huidige ebookplatform als resultaat – maar de VOB startte desalniettemin op 19 juni 2013 een proefprocedure bij de Haagse rechtbank tegen de Stichting Leenrecht om een principiële uitspraak te krijgen waarmee het uitlenen van ebooks, net als voor papieren boeken, wel onder het leenrecht kan gaan vallen.

Leenrecht, uitputting van het distributierecht en ebooks?

Feitelijk wil de VOB dus de conclusie van minister Bussemaker, voortvloeiend uit dat onderzoeksrapport, ter discussie stellen dat er geen wettelijke grondslag is voor het uitlenen van ebooks door openbare bibliotheken. De relatief simpele handeling van het uitlenen van fysieke boeken door bibliotheken heeft echter wel de basis in het auteursrecht zitten.

Bij papieren boeken bestaat er iets dat uitputting van het distributierecht heet. Als iemand een exemplaar van een (papieren) boek aanschaft dan is die persoon ook de eigenaar van dat exemplaar. Dat exemplaar kan je doorverkopen, weggeven of uitlenen aan een ander zonder dat de auteur of uitgever zich daar tegen kan verzetten. Het distributierecht – het recht om te bepalen hoe een exemplaar verspreid mag worden – komt te vervallen zodra het exemplaar verkocht is. Het distributierecht is uitgeput.

Maar omdat het (grootschalig) uitlenen van exemplaren door bibliotheken kan botsen met de verkoop van dezelfde titels, is er – in 1996 – een wettelijke grondslag ingebouwd in (artikel 15c van) de Auteurswet die een vergoeding toekent aan de rechthebbenden als hun boeken geleend worden via de bibliotheken: het leenrecht. Sinds die tijd regelt een collectieve beheersorganisatie, de Stichting Leenrecht, het innen van de leenrechtvergoedingen bij de bibliotheken en het weer afdragen ervan aan de rechthebbenden. Auteurs ontvangen dus via de Stichting Leenrecht een vergoeding op basis van de uitleencijfers van de door hen geschreven boeken. Een regeling die uiteindelijk dus volledig gebaseerd is op het feit dat de rechten uitgeput zijn van boeken.

Datzelfde leenrecht willen de openbare bibliotheken graag gebruiken om ebooks te kunnen uitlenen maar daar voorziet de Auteurswet en het leenrecht nou net niet in, ook al worden ebooks nergens expliciet genoemd in de wetgeving. Maar de vraag of uitputting van distributierecht ook geldt voor digitale goederen, in dit geval gedownloade software, speelde wel in het UsedSoft/Oracle arrest. Sterker nog, het UsedSoft/Oracle arrest is gebaseerd op de interpretatie door het Europese Hof van Justitie van artikel 4 over uitputting uit dezelfde Europese auteursrecht-richtlijn 2001/29/EG. Het maakt het, onder specifieke voorwaarden, mogelijk om het gebruiksrecht/licentie van gedownloade software over te dragen aan een ander en daar zou je ook ebooks onder kunnen scharen volgens de VOB.

In de Nederlande auteursrechtwetgeving is niets opgenomen over het distributierecht of uitlenen van ebooks en het de reden waarom zowel het onderzoeksrapport als de minister tot de conclusie kwamen dat het in Nederland niet mogelijk is voor bibliotheken om onder gelijke voorwaarden als fysieke boeken ebooks aan te schaffen en uit te lenen. De Nederlandse regering kan hier niets aan veranderen en dat betekent dat ofwel het Europese auteursrechtenbeleid – waar de Nederlandse Auteurswet op gebaseerd is – gewijzigd moet worden of dat het Europese Hof van Justitie het huidige beleid anders moet gaan interpreteren.

De VOB stuurt aan op het laatste met de proefprocedure tegen de Stichting Leenrecht en nadat LIRA, Pictoright en het Nederlands Uitgeversverbond zich in deze rechtszaak aansloten bij de Stichting Leenrecht, vond op 27 mei 2014 de zitting plaats bij de Haagse rechtbank. Met het UsedSoft arrest in de hand vroeg de VOB de Haagse rechtbank om prejudiciële vragen te stellen aan het Europese Hof van Justitie om zo die principiële uitspraak en (definitieve) interpretatie te krijgen.

Het tussenvonnis

Op 3 september 2014 oordeelde de rechtbank dat er inderdaad aanleiding bestaat om een aantal prejudiciële vragen – vragen om uitleg hoe de Europese wetgeving geïnterpreteerd moet worden – te stellen aan het Europese Hof van Justitie.

Toen duurde het allemaal weer wat langer dan verwacht omdat zowel de VOB, LIRA, Pictoright en het NUV door de rechtbank geconsulteerd werden over de precieze formulering van de prejudiciële vragen. In eerste instantie zou het definitieve vonnis uitgesproken worden op 26 november 2015 maar werd dit vervolgens drie keer aangehouden: eerst tot 7 januari 2015, toen tot 18 februari 2015 en vervolgens tot vandaag, 1 april 2015.

Uit het tussenvonnis bleek al dat de interpretatie van het UsedSoft-arrest en uitputting van het distributierecht nauwelijks een rol speelde in de overwegingen bij de Haagse Rechtbank. De rechtbank wil wel graag opheldering van het Europese Hof van Justitie, maar spitst de zaak toe op de interpretatie van de Europese Leenrechtrichtlijn: kan het uitlenen van ebooks worden aangemerkt als uitlenen in de zin van de Leenrechtrichtlijn?

De rechtbank wil hierbij specifiek (en alleen) prejudiciële vragen stellen over het mogen uitlenen van downloadbare romans, verhalenbundels, biografieën, reisverslagen, kinderboeken en jeugdliteratuur. Daarnaast gaat het de rechtbank om het one copy, one user-model, waarbij een ebook niet meer beschikbaar is voor anderen indien dit uitgeleend is. In een vervolgvraag wil de rechtbank nog wel weten van het Europese Hof of het distributierecht uitgeput is als uitgevers een ebook na verkoop beschikbaar hebben gesteld maar ziet dat zelf niet als het belangrijkste argument voor het kunnen uitlenen van ebooks.

De vragen aan het Europese Hof van Justitie

In het definitieve vonnis valt te lezen dat alle betrokken partijen hun best hebben gedaan om hun eigen interpretaties toe te laten voegen in de formuleringen. Daar is de vraagstelling mijns inziens niet beter van geworden want ik moest het toch echt meerdere keren lezen voordat ik snapte wat er precies gevraagd werd van het Europse Hof van Justitie.

De Haagse Rechtbank stelt de volgende prejudiciële vragen aan het Hof:

1. Dienen de artikelen 1 lid 1,2 lid 1 sub b en 6 lid 1 van richtlijn 2006/115 aldus te worden uitgelegd dat onder “uitlening” als daar bedoeld mede is te verstaan het zonder direct of indirect economisch of commercieel voordeel via een voor het publiek toegankelijke instelling voor gebruik ter beschikking stelten van auteursrechtelijk beschermde romans, verhalenbundels, biografieën, reisverslagen, kinderboeken en jeugdliteratuur:
– door een kopie in digitale vorm (reproductie A) op de server van de instelling te plaatsen en het mogelijk te maken dat een gebruiker die kopie door middel van downloaden kan reproduceren op zijn eigen computer (reproductie B),
– waarbij de kopie die de gebruiker tijdens het downloaden maakt (reproductie B), na verloop van een beperkte termijn niet meer bruikbaar is, en
– waarbij andere gebruikers gedurende die termijn de kopie (reproductie A) niet kunnen downloaden op hun computer?

Het one copy one user model wordt (nogal onnodig volgens mij) in processen uitgeschreven maar dit is meteen de hamvraag: kan het uitlenen van ebooks middels het one copy one user model worden aangemerkt als uitlenen in de zin van de Europese Leenrechtrichtlijn?

2. Als vraag 1. bevestigend moet worden beantwoord, staat artikel 6 van richtlijn 2006/115 en/of een andere bepaling van het Unierecht eraan in de weg dat lidstaten aan de toepassing van de in artikel 6 van richtlijn 2006/115 opgenomen beperking op het uitleenrecht de voorwaarde stellen dat de door de instelling ter beschikking gestelde kopie van het werk (reproductie A) in het verkeer is gebracht door een eerste verkoop of andere eigendomsovergang van die kopie in de Unie door de rechthebbende of met zijn toestemming in de zin van artikel 4 lid 2 van richtlijn 2001/29?

Hier komt de uitputting van het distributierecht aan bod (artikel 4, lid 2 van de Auteursrechtrichtlijn) terwijl artikel 6 van de Leenrechtrichtlijn regelt dat auteurs een vergoeding ontvangen voor de uitleningen. In het geval dat het uitlenen van ebooks inderdaad toegestaan is, geldt dan dezelfde voorwaarde (als bij papieren boeken) dat het uitlenen alleen mag plaatsvinden met een legitiem verkregen exemplaar dan wel met toestemming van de rechthebbende? Hieruit kun je dan afleiden of het distributierecht ook bij de eerste verkoop van een ebook uitgeput is want daar is het vergoedingenstelsel op gebaseerd..

3. Als vraag 2. ontkennend moet worden beantwoord, stelt artikel 6 van richtlijn 2006/115 andere eisen aan de herkomst van de door de instelling ter beschikking gestelde kopie (reproductie A), zoals bijvoorbeeld de eis dat die kopie is verkregen uit legale bron?

Mocht het Hof niet mee willen gaan in het scheppen van de voorwaarde dat er een eerste verkoop van een ebook plaats dient te vinden voordat het uitgeleend kan worden, biedt artikel 6 van de Leenrechtrichtlijn ruimte om andere eisen te stellen aan waar een uitleenbaar ebook vandaan mag komen. Hiermee willen de uitgevers voorkomen dat doorverkochte/gedoneerde/illegale of op andere wijze verkregen ebooks door bibliotheken uitgeleend kunnen worden en er afbreuk wordt gedaan aan de normale exploitatie van een ebook(titel).

4. Als vraag 2. bevestigend moet worden beantwoord, dient artikel 4 lid 2 van richtlijn 2001/29 aldus te worden uitgelegd dat onder de eerste verkoop of andere eigendomsovergang van materiaal als daar bedoeld mede wordt verstaan het op afstand door middel van downloaden voor gebruik voor onbeperkte tijd ter beschikking stellen van een digitale kopie van auteursrechtelijk beschermde romans, verhalenbundels, biografieën, reisverslagen, kinderboeken en jeugdliteratuur?

Mocht het Hof wel mee gaan in het scheppen van de voorwaarde van een eerste verkoop, dan wil de Haagse Rechtbank expliciet weten of met de verkoop van een ebook(exemplaar) het distributierecht uitgeput is. Ook dit is een belangrijke vraag aangezien de rechtszaak tegen Tom Kabinet daar eveneens om draait. Er ligt overigens een Allposters/Pictoright arrest van begin dit jaar van het Europese Hof van Justitie dat een uitspraak doet over de uitputting van het distributierecht en lijkt te concluderen dat dit alleen maar van toepassing kan zijn op fysieke en tastbare werken. De Haagse Rechtbank ziet echter nog voldoende ruimte voor een andere interpretatie door het Hof en stelt de vraag dus alsnog.

En nu? Nu is het wachten tot het Europese Hof van Justitie antwoord gaat geven. Dat zal minimaal nog een jaar duren tenzij er eerder een herziening van de Europese Auteursrechtrichtlijn plaatsvindt natuurlijk. Maar daar zullen we nog wel wat langer op moeten wachten.

Verder lezen: Rapport online uitlenen van ebooks door bibliotheken (Rijksoverheid) / Over leenrecht en het uitlenen van ebooks door bibliotheken (Vakblog) / Principles for Library eLending (IFLA) / Auteurs en uitgevers waarschuwen voor marktverstoring door bibliotheken (NUV) / Reactie van VOB op de brief van NUV en VvL (VOB) / Antwoord van het kabinet op de consultatie van de Commissie inzake de EU-herziening van het auteursrechtelijk kader (Overheid.nl) / NUV reageert op standpunt regering auteursrecht (NUV) / Proefprocedure e-books en leenrecht (VOB) / Over posters op canvas, uitputting van distributierecht en wat dit te maken heeft met het kunnen uitlenen van ebooks (Vakblog) / Vonnis van de Haagse Rechtbank d.d. 1-4-2015 met prejudiciële vragen (Rechtspraak.nl)
Afbeelding via Pixabay met CC0 verklaring

#

Raymond Snijders

Sinds 1995 houdt Raymond zich bezig met de combinatie van ICT, bibliotheken en onderwijs vanuit het perspectief van (vooral) de bibliotheek en informatievoorziening. Thans is hij werkzaam bij de Hogeschool Windesheim als senior informatiebemiddelaar en houdt hij zich bezig met de digitale bibliotheek, contentlicenties, ebooks en auteursrecht. Over deze onderwerpen en de impact die ze (kunnen) hebben op het onderwijs en bibliotheken blogt hij sinds 2006 op zijn Vakblog. In 2013 won hij de Victorine van Schaickprijs voor zijn blog.

Comments (11) Write a comment

    Leave a Reply

    Required fields are marked *.


    This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

    • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
      Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
    Top