Over gebruiksrecht, licenties en de readerovereenkomst: wat mag je nou met die dure content?

gebruiksrechtIn de nieuwe readerovereenkomst voor het hbo wordt nu eindelijk duidelijk gesteld dat alle afspraken/procedures – m.b.t. het gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken als/in onderwijsmateriaal – alleen van toepassing zijn op korte overnames voor zover daarin al niet via licenties of andere wijze is voorzien. Is er al een gebruiksrecht verkregen via een content- of Creative Commons-licentie, is het materiaal sowieso niet auteursrechtelijk (meer) beschermd of heb je rechtstreeks toestemming gekregen van een uitgever of andere rechthebbende, dan hoef je overnames niet nog een keer aan te melden. Het zou anders twee keer betalen kunnen betekenen.

Maar in hoeverre is in contentlicenties nou eigenlijk voorzien in die toestemming? Bibliotheken geven enorme bedragen uit aan tientallen of zelfs honderden databanken vol met digitale content voor hun studenten, docenten, medewerkers en onderzoekers. In de overeenkomsten (de licenties) met leveranciers staan een groot aantal afspraken waar zowel de leverancier en (vooral) de afnemer van de content zich aan moeten houden maar verrassend genoeg blijken de afspraken over het gebruiksrecht – wat mag je als betalende afnemer met die content doen? – niet altijd duidelijk te zijn.

Hoezo moeten we het daar over hebben?

Dat is ergens wel te begrijpen. Vergelijk het in licentie nemen van een nieuwe digitale informatiebron maar eens met het leasen van een auto. Als je op zoek bent naar een nieuwe auto dan heb je daar verwachtingen en wensen bij. Verwachtingen over het model auto, hoe zuinig die is, welke kleur maar vooral over de betaalbaarheid ervan. Je zoekt een auto die aan je verwachtingen voldoet en onderhandelt hoogstens nog over de prijs. Op geen enkel moment verwacht je dat je na de aankoop te horen krijgt dat je met je geleasde auto alleen maar mag rijden op snelwegen. Of dat je alleen maar zelf achter het stuur mag zitten nadat je een cursus van de autofabrikant succesvol afgerond hebt. Of nog erger, dat je er alleen maar naar mag kijken en helemaal niet mee mag rijden.

Een belachelijke vergelijking? Niet echt want als je een steekproef neemt door de passages over het gebruiksrecht van enkele tientallen licentie-overeenkomsten nader te bestuderen, dan kom je af en toe rare voorwaarden tegen.

Kijken mag natuurlijk wel van iedereen want het zou lastig zijn als dat niet zo was: The Subscriber and its Authorized Users may access, search, browse and view the Subscribed Products

Samenvatten, bewerken of vertalen van de content, dat vinden de meeste uitgevers echter minder leuk: the Subscriber and its Authorized Users may not abridge, modify, translate or create any derivative work based on the Subscribed Products without the prior written permission

Maar mag je dan tenminste wel zonder verdere restricties de (duur gekochte) content gebruiken in/als onderwijsmateriaal? Niet in alle gevallen: [Toegestaan is] “het zonder te betalen van een nadere billijke vergoeding opnemen van niet substantiële delen van Content in elektronische dan wel papieren publicaties die worden gemaakt als toelichting bij het onderwijs, mits aan de wettelijke bepalingen van de onderwijsexceptie wordt voldaan.”

Die ‘sigaar uit eigen doos’ voorwaarden kom je frequent tegen. Uitgevers die je feitelijk een gebruiksrecht toestaan die al in de Auteurswet geregeld is. Zo is bij velen het downloaden en/of kopiëren en/of uitprinten van “niet substantiële delen van de Content” toegestaan voor eigen oefening en gebruik (wat je sowieso al mag zonder toestemming dankzij de thuiskopie-exceptie). In bijna alle licenties word je een uitgebreid gebruiksrecht verstrekt die het linken naar de content mogelijk maakt in een digitale leeromgeving (linken naar rechtmatig gepubliceerde werken vormt echter geen inbreuk en vereist dus ook geen toestemming dus hoezo een gebruiksrecht?). En in het voorbeeld uit de vorige paragraaf krijg je dus doodleuk het gebruiksrecht om de content uit de databank te gebruiken als onderwijsmateriaal zolang je je maar aan de afspraken van de readerovereenkomst houdt. Waarmee je dus voor lange overnames twee keer betaalt: 1 keer via de licentie en 1 keer via het gebruik van die content in een reader of leeromgeving.

Het kan nog erger want er is zelfs een voorbeeld te vinden van een licentie waarin het gebruik van de content als onderwijsmateriaal simpelweg niet toegestaan is. Tenzij het onder de readerovereenkomst valt.

“Uitsluitend gedurende [..] is onder de Gebruiksrechten tevens begrepen het zonder te betalen van een nadere billijke vergoeding opnemen van delen van de Content in elektronische dan wel papieren publicaties die worden gemaakt als toelichting bij het onderwijs. Partijen komen echter uitdrukkelijk overeen dat dit Gebruiksrecht vervalt […] en dat na deze datum het gebruik van de Content voor dit doel niet langer deel uitmaakt van deze Overeenkomst.”

Je zou je moeten afvragen waarom je als onderwijsbibliotheek een licentie wilt afsluiten met een voorwaarde erin die stelt dat je eigen gebruikers het materiaal niet mogen gebruiken voor het onderwijs.

De uitzondering bevestigt de regel?

Al komen de ‘sigaar uit eigen doos’ voorwaarden veel voor, de licenties die beperkingen opleggen aan het realistisch te verwachten gebruik van de content zijn gelukkig zeldzaam. In de meeste gevallen is er een gebruiksrecht voor het “zonder te betalen van een nadere billijke vergoeding opnemen van delen van Content in elektronische dan wel papieren publicaties die worden gemaakt als toelichting bij het onderwijs”.

Het gebruik van terminologie als “billijke vergoeding” en “delen van content” in een gebruiksrecht die je toestemming zou moeten geven voor het gebruik van de content in het onderwijs, is echter wel ongelukkig. Het zijn namelijk ook termen die in de onderwijsexceptie en readerovereenkomst gebruikt worden terwijl je het bij (duur)betaalde content niet meer hoeft te hebben over een additionele “billijke vergoeding” en het niet gaat om delen van een boek of tijdschrift. Het leidt nu af en toe tot misverstanden bij uitgevers die een gebruiksrecht interpreteren als het moeten verstrekken van de wettelijke mogelijkheden die hun klanten hebben. En vooral niks meer dan dat.

In een formulering van een gebruiksrecht moet echter minimaal staan dat je de gelicenseerde content mag gebruiken in digitale en papieren publicaties ter toelichting van het onderwijs. Daarmee is de readerovereenkomst niet meer van toepassing en hoeven we het daar ook niet meer over te hebben.

Dat kan anders en dat kan beter

De komende jaren zal veel meer dan voorheen de aandacht op het gebruiksrecht moeten komen te liggen. Wat wil een docent of onderzoeker *kunnen doen* met de content die bibliotheken willen aanbieden aan de eigen gebruikers? In elk geval moet het zo zijn dat als je als bibliotheek een licentie afsluit, je daarmee ook het gebruiksrecht en de toestemming hebt om het gelicenseerde te kunnen gebruiken in het onderwijs. En zou het toch ook zo moeten zijn dat je de lat wel wat hoger legt dan een setje aan gebruiksrechten waar al lang door de Auteurswet in voorzien wordt. Wat als je instelling zich bijv. bezig houdt met open online onderwijs en docenten daar onderwijsmateriaal voor moeten maken? Daar voorziet de readerovereenkomst sowieso niet in en dat moet je dus op een andere manier regelen.

De nieuwe readerovereenkomst voor het hbo is dus eigenlijk het begin van een veel langer traject waarin hogescholen (de bibliotheken met name) betere afspraken moeten maken met uitgevers en de eigen docenten als het gaat om het mogen gebruiken van content als/in onderwijsmateriaal zonder daar alsnog de readerovereenkomst op los te moeten laten met alle (financiële) consequenties van dien. Bibliotheken moeten kunnen aantonen – naar o.a. Stichting PRO – dat als er aangetroffen artikelen of andere materialen uit bepaalde databanken afkomstig zijn, daar dus een gebruiksrecht voor opgenomen is in de licentie. Idealiter moeten ze ook kunnen aangeven richting docenten en onderzoekers welke content uit welke databanken *wel* en welke content *niet* zomaar gebruikt mogen worden in de digitale leeromgevingen of readers. En uit kunnen leggen natuurlijk waarom ze een dure licentie afgesloten hebben als docenten en onderzoekers het gekochte niet mogen gebruiken.

Dit is dus ook waar ik mee aan de slag wil gaan. Samen met (de juriste van) SURFmarket kijken naar een veel duidelijkere formulering van de gebruiksrechten zodat je weet wat je met de gelicenseerde content wel en niet mag doen. Zonder onnodige verwijzingen naar rechten die je toch al hebt volgens de wet en met een verwoording die zekerheid geeft dat de readerovereenkomst niet van toepassing is voor die betreffende licentie. En natuurlijk wil ik samen met de andere bibliotheken die lat hoger neerleggen in toekomstige onderhandelingen met de uitgevers zodat de beter geformuleerde gebruiksrechten ook in de nieuwe licenties terecht gaan komen.

We willen natuurlijk wel dat onze docenten en onderzoekers kunnen rijden in die mooie geleasde auto, nietwaar?

@afbeelding via Pixabay met een CC0 verklaring

#

Raymond Snijders

Sinds 1995 houdt Raymond zich bezig met de combinatie van ICT, bibliotheken en onderwijs vanuit het perspectief van (vooral) de bibliotheek en informatievoorziening. Thans is hij werkzaam bij de Hogeschool Windesheim als senior informatiebemiddelaar en houdt hij zich bezig met de digitale bibliotheek, contentlicenties, ebooks en auteursrecht. Over deze onderwerpen en de impact die ze (kunnen) hebben op het onderwijs en bibliotheken blogt hij sinds 2006 op zijn Vakblog. In 2013 won hij de Victorine van Schaickprijs voor zijn blog.

Comments (7) Write a comment

Leave a Reply

Required fields are marked *.


This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top