Auteursrechten en online digitaal erfgoed: Stadsarchief Rotterdam vs. Pictoright

Bibliotheken, musea, archieven en andere erfgoedinstellingen houden zich al jaren bezig met de digitalisering van hun collecties om digitale bibliotheken te creëren die dat culturele erfgoed beschikbaar maakt voor het grote publiek. Ook al vervullen ze hiermee een belangrijke functie, het betekent nog steeds niet dat deze erfgoedinstellingen zo maar alles uit hun collecties kunnen digitaliseren en online ter beschikking kunnen stellen.

Er rust auteursrecht op een groot deel van deze collecties en dat betekent dat instellingen verplicht toestemming moeten vragen als ze auteursrechtelijk beschermd werk uit hun verzamelingen willen reproduceren of online openbaar maken. Ook als dat lastig wordt bij verweesde werken – waarbij de rechthebbende niet bekend is – of als dat botst met het recht op informatievrijheid. Dat ondervond ook het Stadsarchief (van de gemeente Rotterdam) die beeldmateriaal openbaar maakte op een website en waar Pictoright namens de rechthebbenden afspraken over wilde maken.

Aanleiding

Het Stadsarchief is een gemeentelijke dienst van de gemeente Rotterdam die historische informatie over Rotterdam en omgeving beheert. Het gaat hier om een archief van honderdduizenden boeken, kranten, tijdschriften, afbeeldingen, kaarten, plattegronden en film- en geluidopnamen. Het Stadsarchief heeft – in het kader van een wettelijke verplichting – het archief gedigitaliseerd en is in 2011 begonnen met het (geleidelijk) online beschikbaar maken van gedigitaliseerde werken uit dit archief.

Hierbij is ook veel beeldmateriaal online gezet. In maart 2011 constateerde Pictoright dat hier beschermde werken tussen zaten van beeldmakers die aangesloten zijn bij de betreffende auteursrechtenorganisatie. In overleg met het Stadsarchief is gepoogd om een regeling te treffen waarbij voorzien zou worden in de benodigde toestemming in ruil voor een vergoeding.  Om precies te zijn hield deze regeling in dat het Stadsarchief tegen betaling van een vast bedrag van € 10.000,- per jaar een collectieve toestemming voor de toekomst zou verkrijgen namens de bij Pictoright aangesloten rechthebbenden om deze auteursrechtelijk beschermde en gedigitaliseerde werken via het internet te tonen. Pictoright zou hierbij tevens een vrijwaring tot een bepaald bedrag afgeven voor eventuele financiële aanspraken van andere rechthebbenden die niet bij haar zijn aangesloten.

Na veel contacten over en weer besloot het Stadsarchief om geen regeling met Pictoright te treffen – wegens o.a. budgettaire redenen – en aan te sturen op een notice-and-takedown-procedure waarbij inbreukmakend materiaal op indicatie van rechthebbenden achteraf verwijderd zou kunnen worden. Hier ging Pictoright niet mee akkoord en het kwam tot een rechtszaak die drie jaar zou gaan duren.

Waar ging de rechtszaak over?

Hoewel rechtszaken over auteursrecht soms complex kunnen zijn, was deze zaak eigenlijk heel erg simpel. Pictoright stelde dat het Stadsarchief inbreuk maakte op het auteursrecht van de beeldmakers en specifiek degene die door Pictoright vertegenwoordigd worden – met de eis dat het Stadsarchief dat moest staken – terwijl het Stadsarchief juist eiste dat Pictoright eerst de notice-and-takedown-procedure van het archief moest volgen voordat er sprake kon zijn van een eventuele vordering en vergoeding.

Uit het tussenvonnis van 23 juli 2014 blijkt dat het Stadsarchief zich verweerde met het argument dat de diverse rechthebbenden onderling verschillende belangen en rechten hebben waardoor hun claims niet gebundeld zouden kunnen worden via Pictoright. Daar ging de rechter echter niet in mee en concludeerde vervolgens dat Pictoright bevoegd is om namens de aangesloten rechthebbenden het Stadsarchief aan te spreken op het gebruik van werken die door die rechthebbenden gemaakt zijn.

Het Stadsarchief hielp hun eigen zaak niet echt door te erkennen dat niet valt uit te sluiten dat in de toekomst opnieuw dergelijke inbreuken worden gemaakt. Hierbij refereerde ze aan “foutjes” die het gevolg zijn van onder meer de ingewikkeldheid om te achterhalen wie rechthebbende van een bepaald werk is. Door de omvang van de collectie zou het onontkoombaar zijn dat werken van bij Pictoright aangeslotenen per ongeluk en zeker onbedoeld openbaar zullen worden gemaakt via de online beeldbank van het Stadsarchief. Het Stadsarchief riep de rechter op om hierbij het belang van de informatievrijheid (uit artikel 10 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens) zwaarder te laten wegen dan het auteursrecht.

Je kunt het ook moeilijk maken natuurlijk

Door zowel artikel 10 EVRM erbij te halen als over de auteursrechtelijke kanten van verweesde werken te beginnen, werd de zaak er niet eenvoudiger op.

Alhoewel. In oktober 2012 werd een Europese richtlijn 2012/28/EU (PDF) vastgesteld die de wettelijke mogelijkheden verruimde voor publieke instellingen om juist dergelijk verweesd erfgoedmateriaal online beschikbaar te maken. Deze richtlijn is middels een Wetsvoorstel Wijziging van de Auteurswet en de Wet op de naburige rechten op 16 september 2014 verwerkt in beide wetten en laat niets aan de verbeelding over als het gaat om de afwegingen die gemaakt moeten worden.  Elke instelling moet namelijk ‘zorgvuldig onderzoek doen naar de rechthebbende’ en er worden zelfs bronnen genoemd die geraadpleegd *moeten* zijn voordat een instelling – en dus ook het Stadsarchief – het als een verweesd werk online mag plaatsen.

Oftewel, de afweging wordt al gemaakt in de Auteurswet en dat hoeft een rechter niet nog eens te doen. Te meer omdat het in de zaak tussen Pictoright en het Stadsarchief gaat om werken waar de rechthebbenden gewoon wel te vinden zijn via Pictoright.

Hoewel beide partijen nog bewijsstukken konden aanleveren – Pictoright om aan te tonen dat ze de rechthebbenden in kwestie daadwerkelijk vertegenwoordigen en Stadsarchief om aan te tonen dat de vorderingen van Pictoright afbreuk zouden doen aan het grondrecht van artikel 10 EVRM – besluit de rechter al in het tussenvonnis van juli 2014 dat het Stadsarchief in het ongelijk zou worden gesteld en inbreuk heeft gepleegd middels het online zetten van het beeldmateriaal.

Wachten op het definitieve vonnis

Al was de conclusie op voorhand dus al gegeven, het duurde nog tot vorige week (10 juni 2015) voordat de Rechtbank Amsterdam met het uiteindelijke vonnis (PDF) kwam. Het is een verslag van de bewijsstukken die Pictoright heeft overlegd namens de individuele rechthebbenden (op eentje na) en het antwoord van de rechter op het argument van het Stadsarchief over het recht op informatievrijheid:

Hetgeen het Stadsarchief op dit punt naar voren heeft gebracht ziet echter niet op bepaalde, aan het individuele geval eigen omstandigheden, maar is beperkt tot een argumentatie die in algemene zin betoogt dat het voor archieven ondoenlijk is hun taak naar behoren uit te voeren indien zij niet bevoegd zouden zijn (in ieder geval tot dat de rechthebbende bezwaar maakt) hun archieven ook voor zover het auteursrechtelijk beschermde werken betreft zonder voorafgaande toestemming van de rechthebbende online openbaar te maken.

Het vonnis blijft daarmee ongewijzigd ten opzichte van het tussenvonnis, alle vorderingen van Pictoright worden toegewezen en het Stadsarchief wordt veroordeeld tot het betalen van de schadevergoeding voor de inbreuken (30 inbreuken a €180) en de proceskosten (bijna €73.000).

-//-

Al met al een pijnlijk en duur voorbeeld van waar feitelijk de wettelijke verplichting voor erfgoedinstellingen, om het cultureel erfgoed breed beschikbaar te maken voor het publiek, te kort in is geschoten. Namelijk het niet (financieel) faciliteren van de erfgoedinstellingen om ook te voldoen aan die andere wettelijke verplichting, namelijk het voorzien in de collectieve toestemming van de rechthebbenden van de werken in hun collecties. Zo’n collectieve regeling bestaat notabene, is door Pictoright ook aangedragen maar is wegens budgettaire redenen niet geaccepteerd door het Stadsarchief.

Uiteindelijk is dit niet zo zeer een rechtszaak over het auteursrecht gebleken – met excuses aan iedereen die het cultureel erfgoed een warm hart toedraagt maar dit was werkelijk een inkoppertje voor de rechtbank – maar veel meer een illustratie van de onmogelijke spagaat waar erfgoedinstellingen zich in bevinden. Hun maatschappelijke, wettelijke en wetenschappelijke taak om hun collecties breed beschikbaar te stellen terwijl dit per definitie botst met het auteursrecht. De vraag is daarmee volgens mij ook niet of de Auteurswet aangepast dient te worden maar meer hoe erfgoedinstellingen gefaciliteerd worden om ook gebruik te kunnen maken van collectieve regelingen zodat ze hun taken kunnen vervullen. Zonder meteen inbreuk te maken op de rechten van anderen.

En daar wordt mijns inziens nog te weinig over gepraat.

#

Raymond Snijders

Sinds 1995 houdt Raymond zich bezig met de combinatie van ICT, bibliotheken en onderwijs vanuit het perspectief van (vooral) de bibliotheek en informatievoorziening. Thans is hij werkzaam bij de Hogeschool Windesheim als senior informatiebemiddelaar en houdt hij zich bezig met de digitale bibliotheek, contentlicenties, ebooks en auteursrecht. Over deze onderwerpen en de impact die ze (kunnen) hebben op het onderwijs en bibliotheken blogt hij sinds 2006 op zijn Vakblog. In 2013 won hij de Victorine van Schaickprijs voor zijn blog.

Comments (36) Write a comment

  1. “Het Stadsarchief heeft – in het kader van een wettelijke verplichting – het archief gedigitaliseerd”… Naar mijn ervaring zijn nog veel te veel archieven helemaal niet of slechts zeer ten dele gedigitaliseerd (bv Rijswijks Historisch Informatiecentrum). En wat al gedigitaliseerd is wordt steeds vaker op betaalsites verstopt (BV Zeeuws Archief, Markiezenhof Bergen op Zoom, Centraal Bureau Genealogie).
    Om welke wettelijke verplichting gaat het in het geval van Rotterdam?

    Reply

    • Ongetwijfeld om een verplichting die voortkomt uit lokale, regionale of provinciale besluitvorming en regelgeving. Voor zover ik weet is het verplicht digitaliseren van collecties niet in wetgeving vastgelegd maar daar kan vast iemand uit de erfgoedsector me op corrigeren of aanvullen.

      Die passage over de wettelijke verplichting komt uit het tussenvonnis overigens zonder dat daar verder op ingegaan is.

      Reply

  2. Pingback: Tweetweekoverzicht week 25 2015: YouTube Gaming, Skype for Web, meer Uitzending Gemist, Tom Kabinet, websites en reacties, Kindle Paperwhite, BTW en de Erfgoedwet - Vakblog

Leave a Reply

Required fields are marked *.


This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  • © 2006- 2018 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top