Gebruik van beeldmateriaal ter toelichting bij het onderwijs – wat mag binnen de readerovereenkomst?

gebruik van beeldmateriaal ter toelichting bij het onderwijs
Dit jaar is een nieuwe readerovereenkomst (voor het hbo) van kracht geworden. Dit is een praktische invulling van de onderwijsexceptie in de Auteurswet die het mogelijk maakt om, ter toelichting bij het onderwijs, korte overnames uit boeken en tijdschriften te mogen gebruiken als onderwijsmateriaal zonder daarvoor toestemming van de rechthebbenden te hoeven vragen. Middels een afkoopregeling wordt het gebruik van deze korte overnames geregeld en in de readerovereenkomst wordt nauwkeurig omschreven wat de definities van een korte overname is.

Tot zo ver niets aan de hand. Behalve dat de laatste jaren steeds meer beeldmateriaal – foto’s, tekeningen en afbeeldingen – in het onderwijsmateriaal opgenomen wordt. Niet alleen datgene dat je tussen de tekst in boekhoofdstukken en artikelen terug vindt maar ook losse foto’s, tekeningen en afbeeldingen die vooral in (Powerpoint- of Prezi-)presentaties gebruikt worden ter illustratie van, en toelichting op, de lesstof.

Is dat ook geregeld in de Auteurswet?

Voor het gebruik van beeldmateriaal gelden in beginsel dezelfde regels als voor teksten uit boeken en tijdschriften: je hebt op 1 of andere manier toestemming nodig van de rechthebbende tenzij je je kunt beroepen op een uitzondering in de Auteurswet.

De onderwijsexceptie houdt in lid 2 gelukkig ook rekening met andere werken die ter toelichting bij het onderwijs gebruikt mogen worden. Daar staat namelijk:

Waar het geldt een kort werk of een werk als bedoeld in artikel 10, eerste lid onder 6°., onder 9°. of onder 11°. mag voor hetzelfde doel en onder dezelfde voorwaarden het gehele werk worden overgenomen.

De werken waar naar gerefereerd wordt in artikel 10, eerste lid onder 6°, 9° en 11° zijn dus afbeeldingen, foto’s en tekeningen. Het komt er op neer dat het bij beeldmateriaal toegestaan is om het volledige werk te mogen gebruiken ter toelichting bij het onderwijs in plaats van een (kort) deel ervan.

In de readerovereenkomst wordt dit in de toelichting ook aangegeven inclusief de toevoeging dat er wel restricties zijn in de hoeveelheid werken die je van één maker mag gebruiken:

Ook voor foto’s en tekeningen geldt krachtens artikel 16 lid 2 Auteurswet dat deze als kort werk voor hetzelfde doel en onder dezelfde voorwaarden geheel mogen worden overgenomen. Op grond van artikel 16 lid 3 Auteurswet geldt daarbij dat voor het overnemen in een reader van dezelfde maker (fotograaf, tekenaar of beeldend kunstenaar) niet meer mag worden overgenomen dan enkele van zijn werken.

Gemakshalve worden foto’s en afbeeldingen meegeteld in de berekening van korte overnames en tellen ze mee voor 200 woorden per stuk. Logisch als je een foto bij een overgenomen tekst plaatst in een reader maar niet heel erg handig als je (alleen) losse foto’s in een presentatie wilt zetten. Als een korte overname – van een artikel – maximaal 8000 woorden mag bevatten, is het dan zo dat je 40 foto’s mag gebruiken in een presentatie? En hoeveel mogen er dan maximaal van één en dezelfde maker zijn? Hoeveel is ‘niet meer dan enkele van zijn werken’?

Dat vragen we na bij de rechthebbenden!

Zoals Stichting PRO de belangen behartigt van uitgevers als het gaat om teksten (boeken en tijdschriften), zo doet Pictoright dat namens de beeldmakers voor beeldmateriaal. Of je nou gedigitaliseerde foto’s uit je archief online wilt zetten of foto’s ter toelichting bij het onderwijs in een presentatie wilt gebruiken, daar zul je afspraken met de rechthebbenden over moeten maken. Met Pictoright dus.

Het Netwerk Auteursrechten Informatiepunten-hbo is daarom om tafel gaan zitten met Stichting PRO en Pictoright om de afspraken in de readerovereenkomst concreter te verduidelijken. Wat mag een docent aan beeldmateriaal gebruiken ter toelichting bij het onderwijs? Onder welke voorwaarden? En hoeveel foto’s en afbeeldingen van één en dezelfde maker mogen er in een presentatie opgenomen worden?

De hieronder genoemde aantallen en afspraken zullen volgend jaar formeel worden vastgelegd in de tekst van de readerovereenkomst maar zijn wel met onmiddellijke ingang van toepassing:

In Powerpoint- en Prezi-presentaties mogen tot 25 foto’s, afbeeldingen of andersoortig beeldmateriaal worden opgenomen zonder aanvullende toestemming, waarvan tot 5 foto’s van dezelfde maker afkomstig mogen zijn. Vanaf 26 afbeeldingen moet er toestemming worden gevraagd aan de beeldmaker;

Een naamsvermelding, bestaande uit de vindplaats van de foto of afbeelding en naam van de maker, dient opgenomen te worden in de Powerpoint- of Prezi-presentatie. Dit kan zowel rechtstreeks bij de foto, als voetnoot op de betreffende dia of gebundeld op een aparte dia voor- of achterin de presentatie.

Komen de foto’s en tekeningen uit boeken of tijdschriften? Dan worden ze onveranderd meegenomen in de berekening van het aantal woorden voor een korte overname en tellen ze voor 200 woorden mee.

Wat betekent dit nu praktisch?

Als je foto’s, grafieken, tekeningen of andere afbeeldingen in je Powerpoint of Prezipresentatie wilt gebruiken dan kun je het beste op zoek gaan naar beeldmateriaal op één van de vele fotosites die gebruik maken van Creative Commons licenties.

Sites als Pixabay, Pexels, Unsplash maar ook (een groot deel van het aanbod bij) Flickr hebben vele tienduizenden foto’s waarbij de maker al vooraf toestemming gegeven heeft voor hergebruik. Handig want je hebt dan meteen de informatie over de vindplaats en de naamsvermelding. Aangezien je toestemming hebt via een Creative Commons licentie hoef je ook niet te letten op de regels binnen de readerovereenkomst.

Datzelfde geldt ook als je gebruik kunt/wilt maken van een beelddatabank. Dat zijn betaalde databanken vol met foto’s en afbeeldingen en hierbij moet je ofwel zelf een klein bedrag per foto betalen of heeft je onderwijsinstelling dit (hopelijk) al geregeld. Enkele instellingen bieden bijvoorbeeld Britannica ImageQuest aan. Hierbij is de toestemming dan ook geregeld en is het zeer gemakkelijk om de naamsvermelding over te nemen in de presentatie.

Heb je niet iets kunnen vinden bij de fotosites of beelddatabanken? Dan kun je dus binnen de readerovereenkomst maximaal 25 foto’s of afbeeldingen gebruiken zonder dat daarvoor aanvullende toestemming geregeld hoeft te worden. Dat kunnen illustraties, foto’s en grafieken uit een studieboek zijn maar ook foto’s die je elders op internet gevonden hebt.  Hierbij geldt dan wel dat er niet meer dan vijf van dezelfde maker (uit dezelfde bron!) gebruikt mogen worden en dat je (soms) op zoek zult moeten gaan naar de precieze gegevens om ook netjes de naamsvermelding en vindplaats te kunnen vermelden in de presentatie.

#

Raymond Snijders

Sinds 1995 houdt Raymond zich bezig met de combinatie van ICT, bibliotheken en onderwijs vanuit het perspectief van (vooral) de bibliotheek en informatievoorziening. Thans is hij werkzaam bij de Hogeschool Windesheim als senior informatiebemiddelaar en houdt hij zich bezig met de digitale bibliotheek, contentlicenties, ebooks en auteursrecht. Over deze onderwerpen en de impact die ze (kunnen) hebben op het onderwijs en bibliotheken blogt hij sinds 2006 op zijn Vakblog. In 2013 won hij de Victorine van Schaickprijs voor zijn blog.

Comments (15) Write a comment

  1. “In Powerpoint- en Prezi-presentaties mogen tot 25 foto’s, afbeeldingen of andersoortig beeldmateriaal worden opgenomen zonder aanvullende toestemming, waarvan tot 5 foto’s van dezelfde maker afkomstig mogen zijn. Vanaf 26 afbeeldingen moet er toestemming worden gevraagd aan de beeldmaker;”
    Mijn vraag: Mogen dit ook plaatjes ter opleuking zijn of alleen plaatjes die een duidelijk functioneel verband hebben met de inhoud van het onderwijs? Want voor de laatste categorie hebben we al het Citaatrecht.

    Reply

    • @Lien Als je het bij Pictoright zou vragen dan zouden ze natuurlijk het liefste zien dat het om afbeeldingen/foto’s gaat die een duidelijk functioneel verband hebben. Dat is echter geen criterium in de onderwijsbeperking in de Auteurswet – zoals je zelf aangeeft is dat alleen maar het geval bij het citaatrecht – en dus is dat onderscheid simpelweg niet van toepassing.

      Docenten mogen dus tot 25 foto’s en afbeeldingen overnemen zonder toestemming daarvoor te hebben mits er aan bronvermelding wordt gedaan. Het maakt dus niet uit welke functie die foto’s en afbeeldingen vervullen en ook niet of er overlap is met het citaatrecht (of dat een foto een CC-licentie heeft die hergebruik voor het onderwijs sowieso al toestond).

      Zit een docent boven die 25 dan wordt het wel interessant om te kijken naar de foto’s en afbeeldingen die onder een licentie of het citaatrecht (kunnen) vallen maar daar is deze invulling van beeldmateriaal voor het onderwijs nou net voor bedoeld: tot die 25 hoeft een docent niet na te denken over het soort gebruik en is het alleen opletten op een bronvermelding.

      Overigens ben ik van mening dat in de communicatie naar docenten idealiter meegenomen zou moeten worden om wel wat bewuster naar gebruikt beeldmateriaal te kijken want een “slechte gewoonte” om je foto’s van Google Afbeeldingen te halen is er eentje die je slecht kunt afleren en is mijns inziens iets dat je niet zou moeten aanmoedigen. Maar goed, dat staat even los van de onderwijsbeperking :)

      Reply

      • Nog een vraagje. Een onderzoeker van Zuyd wil voor zijn onderzoeksrapport, ter toelichting, afbeeldingen gebruiken die hij op internet gevonden heeft. Welke regeling geldt hier dan: de readerregeling (200 woorden per afbeelding) of de Pictoright afspraak over de 25 afbeeldingen. Het rapport wordt niet extern gepubliceerd.

        Reply

        • De Pictoright afspraak is onderdeel van de readerregeling en daarmee dus feitelijk hetzelfde. Losse afbeeldingen van internet golden nooit als 200 woorden per afbeelding eigenlijk hoewel ook PRO zelf dit wel eens op die manier gecommuniceerd heeft.

          Maar een onderzoeksrapport – dat dus niet ter toelichting wordt gebruikt voor het *onderwijs* als onderwijsmateriaal – kan sowieso niet terugvallen op die afspraken. In beginsel geldt dan dus de reguliere afspraak dat je toestemming moet hebben voor die afbeeldingen, rechtstreeks of met een CC-licentie.

          Ook publiceren voor alleen intern bij Zuyd is nog steeds een openbaarmaking en hoewel de kans dat de onderzoeker wordt aangesproken op gebruik van die afbeeldingen via internet erg klein is, zou mijn advies zijn om niet zo maar afbeeldingen over te nemen die op internet gevonden zijn. De readerregeling is niet van toepassing en dan kun je alleen terugvallen op (beeld)citaten. Als je er daar dan tientallen van gebruikt is het ook per definitie niet heel aannemelijk dat het om beeldcitaten gaat.

          Reply

  2. Dag Raymond,

    Als een docent kunstgeschiedenis ter onderbouwing van de lessen een powerpoint met schilderijen en andere kunstobjecten laat zien is er dan sprake van citaatrecht en voldoet dan als bronvermelding maker, titel, jaartal van het werk.
    De fotograaf hoeft mijns inziens niet genoemd te worden omdat een een persoonlijk stempel van de fotograaf ontbreekt.
    Dan doet het er ook niet toe of meer dan 25 afbeeldingen worden opgenomen.

    Of zie ik dat verkeerd.

    Reply

    • @Matty Het probleem is dat je dit niet als regel kunt stellen. Het hangt er volledig van af van wie de foto’s van de schilderijen en kunstobjecten gemaakt heeft, hoe de foto’s gemaakt zijn en met welk doel de foto’s gemaakt zijn. Het citaatrecht kent simpelweg geen absolute criteria en dus kan het altijd een discussie opleveren of het wel of niet een geldig beeldcitaat is. Slides waar alleen foto’s op staan zijn geen citaten bijvoorbeeld omdat het dan geen bestaand verhaal illustreert en toelicht.

      Als een fotograaf foto’s maakt in een museum van schilderijen of andere kunstwerken dan is er juist al snel sprake van een persoonlijk stempel van de maker. De keuze voor het perspectief, belichting en wat je eventueel nog meer ziet op de foto dan puur en alleen het schilderij/kunstwerk zijn allemaal al aspecten van zo’n persoonlijk stempel. Als een fotograaf dat doet om geld mee te verdienen en een docent kunstgeschiedenis stopt al die foto’s in een Powerpoint, dan gaat die docent wellicht een vervelende discussie krijgen. Eentje die uiteindelijk door een rechter beslecht zal moeten worden om vast te stellen of er terecht gebruik gemaakt is van het citaatrecht of dat de docent wel degelijk rekening heeft te houden met de rechten van de fotograaf.

      Ik denk niet dat je het per se verkeerd ziet maar denk wel dat er veel meer scenario’s mogelijk zijn dan die je nu schetst. Als het om Pictoright gaat durf ik wel te stellen dat zij er van uit gaan dat alle foto’s auteursrechtelijk beschermd zijn en niet heel gevoelig zullen zijn voor de interpretatie dat de naam van de maker niet genoemd hoeft te worden.

      Reply

Leave a Reply

Required fields are marked *.


This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top