Over licenties en digitale collectievorming van bibliotheken

licenties contracten digitale collectievorming
In het digitale tijdperk is ook het traditionele proces van collectievorming bij bibliotheken sterk van karakter veranderd. Was het voorheen primair een administratieve workflow die het selecteren, bestellen en catalogiseren van boeken voor de eigen collecties moest faciliteren, tegenwoordig is het een complex proces geworden waarbij duizenden aanbieders digitale informatie leveren tegen sterk uiteenlopende voorwaarden en prijzen. 

En waar je ineens rekening moet houden met alle verschillende manieren van aanbieden van deze digitale content aan je gebruikers, de bijbehorende technische aspecten, *hoe* je gebruikers die content mogen gebruiken en het feit dat je nu ineens moet betalen op basis van al je gebruikers in plaats van die max 17 leners van dat ene boekexemplaar (als je een uitleentermijn van 3 weken hanteert).

Aangezien boeken – dankzij het leenrecht – gewoon door bibliotheken gekocht en uitgeleend mogen worden zonder dat auteurs en uitgevers daar nog aanvullende voorwaarden aan kunnen stellen, is het zelfs na al die jaren van aanbieden van digitale informatiebronnen en databanken nog niet vanzelfsprekend dat er door bibliotheken (krachtig) onderhandeld wordt over de voorwaarden, prijs en hoe die digitale bron beschikbaar gemaakt moet (en kan) worden aan de eigen eindgebruikers.

Een andere bril opzetten

Licenties en licentieonderhandelingen zijn geen onderwerpen waar je het met veel bibliothecarissen over kunt hebben. Tenminste, dat is mijn ervaring. Als ik niet de voorzitter was van de werkgroep Licenties van het Samenwerkingsverband Hogeschoolbibliotheken dan zou ik erg mijn best moeten doen om collega’s bij andere hogeschoolbibliotheken – maar ook openbare bibliotheken, de KB en universiteitsbibliotheken – te vinden om over deze onderwerpen te kunnen praten.

En dat bevreemd me. Licenties zijn niets meer en minder dan de vastgelegde afspraken tussen een leverancier – die zijn uiterste best doet om je dure content te verkopen – en jou als bibliotheek die met zeer beperkte middelen een zo breed mogelijke doelgroep zo goed mogelijk wil bedienen. Alle licenties bij elkaar vormen in feite je digitale collectie en je zou toch verwachten dat elke bibliotheek dit zo goed en professioneel mogelijk zou willen organiseren.

Maar ergens gaat het hier toch behoorlijk mis. Veel bibliotheken nemen digitale producten van leveranciers af zoals ze ook hun boeken inkochten: ze kijken naar de prijs en beoordelen aan de hand van hun budget of ze het zich wel of niet kunnen veroorloven om aan te schaffen. Soms wordt nog geprobeerd om een korting te bedingen en sporadisch wordt er gekeken naar de kleine lettertjes in een overeenkomst maar over het algemeen dicteren de leveranciers de voorwaarden en prijs. En gaan bibliotheken daar zonder al te veel morren in mee.

Wiens belang?

Ik denk dat het grootste probleem is dat bibliotheken onvoldoende hun eigen belang voor ogen hebben. Wat wil je precies van die leverancier of uitgever? Hoe wil je het zelf aanbieden aan je bibliotheekgebruikers? Hoe past het in je eigen collectiebeleid en welke eisen stel je daarvoor aan die leverancier/uitgever? Wat ben je bereid er maximaal voor te betalen? En nog belangrijker: ben je ook bereid om nee te zeggen als de leverancier niet van plan is om hierin mee te gaan?

Want die leverancier, geloof me, die heeft uitstekend zijn eigen belang voor ogen. Die denkt niet na over hoe die jou zo goed mogelijk kan helpen. Die maakt zich zorgen over de gegarandeerde minimale omzet, over de afspraken die ze zelf met andere aanleverende partijen hebben, over winstmarges en eventuele aandeelhouders. Kortom, die houdt zijn businessmodel in de gaten en zal alles doen om met minimale inspanningen een maximaal resultaat te behalen. Jou als betalende klant binnenhalen die past in hun businessmodel dus. Die leverancier zit er om geld aan jou te verdienen, zo simpel is het.

Leveranciers zijn vriendelijk maar ze zijn niet je vrienden.

En dan maakt het dus niet uit of je een wetenschappelijke databank wil voor je universiteitsbibliotheek, een vakspecialistische databank voor je hogeschoolbibliotheek of ebooks voor de openbare bibliotheek. Leveranciers en uitgevers willen die graag (duur) aan je verkopen en het is aan de bibliotheken om daar afspraken over te maken, gebaseerd op wat je juist wel en wat je juist niet wil accepteren. Zodat je komt tot een licentie waar jij tevreden over kunt zijn en waar de leverancier mee kan leven. Idealiter.

Een andere tak van sport

Natuurlijk vereist het digitale collectioneren via licenties hele andere vaardigheden. Ineens de mogelijkheid *en noodzaak* hebben om te onderhandelen met een uitgever of leverancier vraagt een andere insteek voor bibliotheken. Over de prijs van boeken hoefde en kon je niet onderhandelen, terwijl je als bibliotheek dat boek in eigendom kreeg en zelf kon bepalen wat je er mee deed.

Met digitale content moet je onderzoeken wat je gebruikers er mee kunnen en willen, wat je er als bibliotheek mee kan om vervolgens te gaan onderhandelen met een monopolist die als enige datgene heeft wat jij zoekt maar die niet van plan is om dat lage bedrag te vragen wat jij er voor over hebt. En heb je dat voor elkaar, dan komt er behalve een factuur ook een contract van 10 pagina’s op tafel te liggen. Of je maar even wilt tekenen want dan wordt de rest voor je geregeld. Inclusief een groot aantal voorwaarden die door de uitgever of leverancier opgesteld zijn en waar je later nog wel eens problemen mee zou kunnen krijgen.

Maar dit is niet nieuw allemaal. Bibliotheken sluiten al ruim twintig jaar van dit soort overeenkomsten af voor digitale content. Op welk punt leidt dit echter tot het besef dat de vaardigheden om licentieonderhandelingen te kunnen voeren met uitgevers en de uiteindelijke licenties en contracten af te kunnen sluiten, bij de bibliothecaris-van-nu horen?

Voorbeeldje

Gisteren maakte de Koninklijke Bibliotheek bekend dat jaarpashouders – de leden van de KB – vanaf volgend jaar geen toegang meer hebben tot de krantenbank van LexisNexis.

kb lexisnexis licenties
Dat is een kort bericht waar ongetwijfeld een heel (complex) verhaal achter zal zitten. De formulering is er eentje waar ik me licht aan erger want dat ‘de aanbieder LexisNexis helaas niet wilde ingaan’ op het verlengen van deze licentie is niet alleen taaltechnisch discutabel maar mijns inziens ook nog eens vreemd onderdanig geformuleerd.

Wie heeft er nou belang bij het aanbieden van de krantenbank? De KB of LexisNexis? En benoem het beestje nou bij zijn naam. Wilde Lexis Nexis het onderste uit de kan en weigerde die om onder dezelfde voorwaarden de krantenbank te blijven leveren? Of wilde de KB meer dan wat LexisNexis nog binnen hun businessmodel vond passen en kon er simpelweg niet geleverd worden wat de KB wilde? Nu klinkt het alsof het Hare Majesteit LexisNexis niet meer behaagde om haar diensten aan de KB te verkopen.

Op de site van LexisNexis vind je een gelijksoortig kort berichtje dat echter nogal verschilt qua formulering:

lexisnexis kb licenties
Niks geen afgeketste overeenkomst tussen leverancier en (verloren) klant, nee, het was een samenwerking volgens LexisNexis want vanzelfsprekend zijn ze nog steeds je vriend. De reden voor de breuk? Dat dit abonnement zich zó ontwikkeld heeft dat de vergoeding helaas niet meer in verhouding staat tot het gebruik van de dienst.

Dat is leverancierstaal voor dat deze specifieke licentie echt niet meer in het businessmodel van LexisNexis past omdat er niet genoeg aan verdiend wordt (of dat het de inkomsten elders negatief beïnvloedt). Het zal overigens vooral dat laatste zijn want als je dure abonnementen op krantenartikelen verkoopt aan bedrijven, onderwijsinstellingen en zzp’ers, dan ben je niet blij dat elke Nederlander voor 15 euro per jaar lid kan worden van de KB en toegang krijgt tot die krantenbank. En trek je daar liever de stekker uit. Dat moet kunnen tussen goede vrienden natuurlijk.

De vraag die bij mij overblijft is waarom dit nieuws, waar de KB-leden niet blij mee zullen zijn, niet anders wordt gepresenteerd? Waarom niet helder verteld wordt wat de KB wilde met de krantenbank en *waarom* die niet meer aangeboden wordt door LexisNexis via de KB? Hoe het proces verlopen is en dat dit (hopelijk) niet in goed overleg tussen twee samenwerkende “partners” gegaan is. Ook dat behoort bij de rol van de bibliotheken vind ik want je bent er voor je leden en niet voor de leveranciers.

En misschien wordt het eens tijd om bijv. met Blendle te gaan praten of daar nog een interessante deal uit te halen valt voor de duizenden KB-leden die het nu ineens zonder recente krantenartikelen moeten stellen. Ik onderhandel namens de hogeschoolbibliotheken graag mee voor een Blendle bibliotheeklicentie want als leveranciers dan toch je vrienden willen zijn, dan kies ik liever voor vrienden die wel willen blijven samenwerken.

Ook als het ze iets minder goed uitkomt.

Update 10-12-2015: De KB legt wel duidelijk uit waarom de krantenbank niet meer in het basispakket digitale content zit voor de openbare bibliotheken.

@foto via Juli (Flickr) met een CC BY-NC-ND licentie
#

Raymond Snijders

Sinds 1995 houdt Raymond zich bezig met de combinatie van ICT, bibliotheken en onderwijs vanuit het perspectief van (vooral) de bibliotheek en informatievoorziening. Thans is hij werkzaam bij de Hogeschool Windesheim als senior informatiebemiddelaar en houdt hij zich bezig met de digitale bibliotheek, contentlicenties, ebooks en auteursrecht. Over deze onderwerpen en de impact die ze (kunnen) hebben op het onderwijs en bibliotheken blogt hij sinds 2006 op zijn Vakblog. In 2013 won hij de Victorine van Schaickprijs voor zijn blog.

Comments (24) Write a comment

Leave a Reply

Required fields are marked *.


This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top