Over het auteursrecht op de dagboeken van Anne Frank

9789044623765 Anne FrankEr is veel te doen (geweest) over het auteursrecht op de dagboeken van Anne Frank in de media en in de rechtbank de afgelopen weken. Aangezien Anne Frank in 1945 overleed zouden haar dagboeken volgens de huidige wetgeving per 1 januari 2016 in het publiek domein komen te vallen. Immers, het auteursrecht beschermt een werk 70 jaar tot na het overlijden van de maker ervan.

Voor werken die na het overlijden van de auteur gepubliceerd zijn gelden in dit geval echter andere regels en dankzij de vele belangen van anderen lijkt een lastige rechtenkwestie te verzanden in meerdere rechtszaken over wat je nu wel en niet mag met de dagboeken van Anne Frank.

Wie heeft de auteursrechten (en hoe lang)?

Het in Zwitserland gevestigde Anne Frank Fonds (opgericht door Otto Frank, de vader van Anne) is de rechthebbende van alle werken van Anne Frank. Het Fonds exploiteert die rechten ook actief en ze hebben diverse publicaties en varianten uitgebracht van de oorspronkelijke dagboeken. Zij zijn ook degene die toestemming (moeten) geven voor de tientallen vertalingen en bewerkingen die wereldwijd gepubliceerd worden.

Het Anne Frank Fonds gaf eind vorig jaar al het startschot voor de auteursrechtdiscussie door aan te kondigen dat ze Otto Frank – die de twee oorspronkelijke dagboeken redigeerde tot één geheel – als co-auteur zien. Niks geen dagboeken in het publieke domein vanaf 1 januari 2016 dus want aangezien Otto Frank in 1980 overleed zouden de werken van Anne Frank pas per 1 januari 2051 vrij zijn van auteursrechtelijke bescherming.

Dat gaf een flinke streep door de rekening van de nonprofit Anne Frank Stichting die in Amsterdam gevestigd is en o.a. verantwoordelijk is voor het museum. De Stichting ging er van uit dat ze in 2016 met een compleet nieuwe uitgave konden komen zonder toestemming van het Fonds. De Stichting en het Fonds hebben al jaren onenigheid over het gebruik van de werken van Anne Frank.

Het Zwitserse Anne Frank Fonds publiceerde in 1986 ook een completere versie van allebei de dagboeken met behulp van een andere co-auteur – die nog leeft op moment van dit schrijven – en het is niet denkbeeldig dat het Fonds dit in de toekomst eveneens zal aanvoeren om de auteursrechtelijke bescherming verder op te rekken tot het einde van deze eeuw. Daar is het laatste woord ongetwijfeld nog niet over geschreven – er werd al gespeculeerd over een rechtszaak tegen het Anne Frank Fonds – maar tot dat een rechter zich uitgesproken heeft over een specifieke kwestie blijft het Fonds simpelweg de rechthebbende. Ook al is de volledige tekst van Het Achterhuis inmiddels integraal op Wikisource gezet en (incorrect) voorzien van een Creative Commons licentie.

De rechter bepaalt alvast

Maar even terug naar de oorspronkelijke plannen van de Anne Frank Stichting. Behalve een nieuwe uitgave van het Achterhuis was de Stichting ook nog voornemens om in samenwerking met de KNAW (de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen) de manuscripten van de dagboeken integraal online te publiceren ten behoeve van historisch en wetenschappelijk onderzoek.

Dat zag het Fonds als een inbreuk op hun auteursrecht en die probeerde bij de Rechtbank Amsterdam eind december 2015 een verbod af te dwingen hierop.

Vanzelfsprekend is de eerste vraag hoe het nou precies zit met het auteursrecht op de dagboeken. In het arrest gaat het Hof hier uitgebreid op in. Voor werken die na het overlijden van de maker gepubliceerd worden golden in het verleden andere regels en hoewel de Auteurswet in 1995 op dit punt gewijzigd is, heeft dat de duur van de bescherming niet verminderd.

4.3.1. Bij de opdracht aan Huijgens ING in 2008 gingen partijen er nog vanuit dat per 1 januari 2016 de dagboeken van Anne Frank in het publieke domein zouden vallen. Deze aanname baseerden zij op artikel 37 Auteurswet (hierna: Aw). Dit artikel bepaalt dat het auteursrecht vervalt door verloop van 70 jaren, te rekenen vanaf de 1e januari van het jaar volgend op het sterfjaar van de maker. Nu Anne Frank in 1945 is overleden, zou daarmee met ingang van 1 januari 2016 het auteursrecht op haar werken zijn vervallen. Na de aanvang van het onderzoek door Huijgens ING heeft het Fonds nader onderzoek laten verrichten naar de beschermingsduur van het auteursrecht. Dit heeft erin geresulteerd dat het is gewezen op het hierna beschreven overgangsrecht bij de wetswijziging van 1995.

4.3.2. In de Aw gold tot 1995 een beschermingsduur van 50 jaren. Voor postuum gepubliceerde werken echter verviel het auteursrecht niet 50 jaar na de dood van de auteur, maar na 50 jaar, te rekenen vanaf de 1e januari van het jaar volgend op dat waarin het werk voor het eerst rechtmatig werd openbaar gemaakt. Bij de invoering van de nieuwe beschermingstermijn van 70 jaar is de afwijkende regel voor postume werken vervallen. Ook voor postuum gepubliceerde werken geldt thans dat deze een beschermingsduur kennen van 70 jaar te rekenen vanaf de 1e januari van het jaar volgend op het sterfjaar van de maker.

In artikel 51 Aw is als overgangsregeling opgenomen – voor zover hier van belang – dat de nieuwe wet een beschermingsduur die al is aangevangen, op de dag voor inwerkingtreding van dit artikel (29 december 1995) niet kan verkorten.

4.3.3. Voor de werken van Anne Frank betekent dit het volgende. Nu deze niet tijdens haar leven zijn gepubliceerd, worden zij beschermd naar het oude regime van 50 jaar na de eerste rechtmatige publicatie, indien dat tenminste een termijn is die langer is dan 70 jaar na het sterfjaar van Anne Frank. Een deel van de werken is opgenomen in “Het Achterhuis”, gepubliceerd in 1947. Voor dat deel gold een termijn van 50 jaar na de publicatie, zodat deze op 1 januari 1998 in het publieke domein zouden zijn gevallen, indien de wet in 1995 niet was gewijzigd. Ingevolge de wetswijziging geldt echter dat de termijn is verlengd tot 70 jaar na het overlijden van Anne Frank.

Voor de delen die voor het eerst zijn openbaar gemaakt in de editie van 1986 gold op grond van de regeling van voor 1995 dat die delen eerst in het publieke domein vallen 50 jaren na 1 januari 1987. Deze beschermingstermijn is op grond van artikel 51 Aw door de wetswijziging in 1995 niet verkort.

4.3.4. Terecht twisten partijen dan ook (niet langer) over het antwoord op de vraag of er op het werk van Anne Frank ook nog na 1 januari 2016 nog auteursrecht rust. Tussen partijen staat immers vast dat pas in 1986 grote delen van de versies A en B voor het eerst zijn gepubliceerd.

Oftewel: de oorspronkelijke versie van Het Achterhuis en de delen van de dagboeken van Anne Frank die daar in opgenomen zijn, zijn wel in het publieke domein gekomen per 1 januari van dit jaar. Maar het gaat hierbij dus lang niet om alle manuscripten aangezien de completere versie van beide delen pas in 1986 gepubliceerd zijn. Die zouden dus – omdat de langste termijn geldt – tot en met 2036 nog beschermd worden door het auteursrecht en pas per 1 januari 2037 in het publieke domein komen.

Bij de rechter probeert de Stichting daarom ook te beargumenteren dat ze onder diverse auteursrechtelijke uitzonderingen vallen met hun beoogde publicatie van de manuscripten. Ze komen met de citaatexceptie aanzetten, de bibliotheeknetwerk-exceptie, de thuiskopie-exceptie en de preserveringsexceptie maar die argumenten worden allemaal verworpen door de rechter.

De Stichting voert vervolgens aan dat er sprake is van botsende grondrechten omdat de vrijheid van informatie van het publiek en de vrijheid van wetenschap in dit geval zwaarder zou wegen dan de auteursrechten van het Anne Frank Fonds.

En daar kan de rechter zich wel in vinden:

Het Fonds heeft er slechts in algemene zin op gewezen dat het niet alles hoeft te dulden wat er met de teksten gebeurt. Voor zover het Fonds zich daarmee zeggenschap probeert toe te eigenen over welk onderzoek wel en welk onderzoek niet zou mogen plaatsvinden, is dat geen recht dat door het auteursrecht wordt beschermd.

Vast staat voorts dat de inbreuk op het auteursrecht van het Fonds waarvan bij dit onderzoek sprake is, niet verder strekt dan het ter beschikking stellen van slechts enkele verveelvoudigingen van de werken, die slechts ter beschikking staan van een beperkt aantal direct met het onderzoek belaste onderzoekers. De inbreuk op het auteursrecht heeft daarmee slechts minimale impact.

Onder deze omstandigheden concludeert de rechtbank dat handhaving van het auteursrecht door het Fonds, afstuit op het grondrecht van de Stichting c.s. op haar vrijheid van wetenschap.

De vorderingen van het Anne Frank Fonds worden dan ook alle afgewezen en de Stichting/KNAW kan in ieder geval een facsimile van de manuscripten beschikbaar maken voor onderzoekers en historici.

En nu?

De uitspraak bevestigt alvast dat de integrale versie van de twee dagboeken, zoals gepubliceerd in 1986, tot 2037 nog auteursrechtelijk beschermd zijn. Er blijft dus toestemming nodig van het Anne Frank Fonds om daar iets mee te mogen doen, tenzij je dus kunt beroepen op één of meerdere uitzonderingen die in de Auteurswet geregeld zijn.

Ten aanzien van de tekst van Het Achterhuis kun je de uitspraak zo interpreteren dat die versie wel degelijk per 1 januari 2016 vrij van auteursrechtelijke bescherming is. Deze werd oorspronkelijk weliswaar in 1947 gepubliceerd maar dankzij de wetswijziging in 1995 geldt daar ook de huidige termijn van 70 jaar voor na het overlijden van de maker.

Of het argument van het Anne Frank Fonds – dat Otto Frank als co-auteur gezien moet worden – steekhoudend is, zal juridisch uitgevochten moeten worden. Het staat niet ter discussie dat Otto Frank de beide dagboeken geredigeerd heeft tot één geheel dat als Het Achterhuis gepubliceerd is. Of dat hem ook een gedeeld auteursrecht geeft is dan de enige vraag die over blijft en dat zal een kwestie zijn van (subjectief) vaststellen of hij een eigen inbreng en eigen stempel op Het Achterhuis heeft gelegd.

Gezien de liefdadigheidsdoelstelling en educatieve projecten van het Anne Frank Fonds zou het ze sieren als ze niet de rol van Anne Frank als maker van haar eigen dagboeken zouden gaan afzwakken door nu ineens Otto Frank naar voren te schuiven. De meest verstandige werkwijze zou mijns inziens zijn om Het Achterhuis gewoon zelf vrij te geven voor hergebruik. Het brengt een positieve boodschap met zich mee en het Fonds heeft nog steeds de komende 21 jaar de auteursrechten op de completere versies die ze dus kunnen blijven exploiteren.

Hun persbericht geeft echter weinig hoop op een royaal gebaar. Ik vrees dat het Anne Frank Fonds minder vrijheid nastreeft in het gebruik van de dagboeken dan waar Anne Frank zelf naar verlangde toen ze deze schreef.

#

Raymond Snijders

Sinds 1995 houdt Raymond zich bezig met de combinatie van ICT, bibliotheken en onderwijs vanuit het perspectief van (vooral) de bibliotheek en informatievoorziening. Thans is hij werkzaam bij de Hogeschool Windesheim als senior informatiebemiddelaar en houdt hij zich bezig met de digitale bibliotheek, contentlicenties, ebooks en auteursrecht. Over deze onderwerpen en de impact die ze (kunnen) hebben op het onderwijs en bibliotheken blogt hij sinds 2006 op zijn Vakblog. In 2013 won hij de Victorine van Schaickprijs voor zijn blog.

Comments (13) Write a comment

  1. Al jaren is het touwtrekken tussen Het Fonds en de Stichting. Ik heb vroeger ook mb.t. gebruik van foto/tekst oid. ermee te maken gehad. Het gaat gewoon om de centen. Buitengewoon ordinair en akelig. De schrijfster van de dagboeken is Anne, de vader heeft bewerkingen gemaakt. Onderschrijf de aanbeveling en conclusie van je artikel!

    Reply

  2. Ik weet niet of je anders suggereerde, maar de tekst op wikisource is de 1947 versie (althans, waarschijnlijk een jaren-80 herdruk ervan; en niet de nieuwere versies met nieuw materiaal). Dus -tenzij Otto Frank coauteur is, en dat viel vast buiten de grenzen van een kort geding- is die versie in het publiek domein. Dan staat staat het wikisource dus ook vrij om het op te nemen in een encyclopedie die onder CC3.0 licentie staat…

    Reply

    • Het Achterhuis is de versie uit 1947 inderdaad, ik wilde zeker niet anders suggereren. Ik ben ook van mening dat deze in het publiek domein is maar deel je conclusie niet dat het daarom onder een CC-licentie geplaatst mag worden. Alleen rechthebbenden kunnen een CC-licentie op hun werken meegeven.

      Maar ofwel ben ik iets te gehaast geweest danwel is er nadat ik bovenstaand artikel geschreven heb een aanpassing gekomen want bovenaan staat nu expliciet vermeld dat het de versie van Het Achterhuis is zoals dat per 1-1-2016 in het publiek domein is gekomen. Samen met de vermelding onderaan dat de inhoud onder een CC licentie beschikbaar is tenzij anders aangegeven, betekent dat het duidelijk is dat de tekst niet onder de licentie valt.

      Reply

  3. Pingback: Tweetweekoverzicht week 3 2016: Corrigeren van foute ebooks door Amazon en Bol, text and data mining en het gaat goed met de (digitale) Nederlandse muziekmarkt - Vakblog

Leave a Reply

Required fields are marked *.


This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top