Over de toegang tot de wetenschappelijke tijdschriften van Wiley, Big Deals en Open Access

open accessNederlandse universiteiten en de uitgeverij John Wiley and Sons, Inc. (Wiley) hebben een akkoord bereikt dat het ongelimiteerd open access publiceren van wetenschappelijke artikelen mogelijk maakt. Tegelijkertijd zorgt de overeenkomst voor uitgebreidere toegang tot wetenschappelijke tijdschriften. […]

De onderhandelingen tussen Wiley en de Nederlandse universiteiten hebben geleid tot een akkoord voor de periode 2016-2019. Het akkoord voorziet erin dat wetenschappers en studenten die verbonden zijn aan een Nederlandse universiteit, toegang hebben tot alle artikelen in de wetenschappelijke tijdschriften van Wiley. Daarnaast voorziet de overeenkomst in de mogelijkheid om open access te publiceren in alle circa 1.400 hybride tijdschriften van Wiley. Onderzoekers hoeven zelf geen aanvullende bedragen meer te betalen (APC’s) om open acces te publiceren. (bron: nieuwsbericht VSNU)

Big Deals

Nou zijn onderhandelingen met wetenschappelijke uitgevers op zich niet iets uitzonderlijks maar spelen er soms hele grote belangen als het om grote uitgevers gaat waarmee de meerderheid van de universiteiten en onderzoeksinstellingen zaken doen. Zelfs (alleen) in Nederland gaat het dan om tientallen miljoenen euro’s. Dergelijke Big deals zijn very big business als je Springer, Elsevier of Wiley bent.

Wie betaalt nou precies voor wat?

Het overgrote deel van de wetenschappelijke onderzoeksoutput wordt gepubliceerd in dure wetenschappelijke tijdschriften die commercieel geëxploiteerd worden door de wetenschappelijke uitgevers. Universiteiten betalen jaarlijks vele miljoenen euro’s om hun medewerkers en onderzoekers toegang te geven tot (een deel van) deze artikelen aangezien deze essentieel zijn voor de uitvoering van nieuw onderzoek en de productie van nieuwe wetenschappelijke artikelen.

En daarin zit ook de bijzondere relatie tussen de universiteiten en de wetenschappelijke uitgevers met wie dure Big Deals afgesloten worden. Het zijn namelijk de universiteiten en onderzoeksinstellingen die de meeste auteurs leveren die de artikelen schrijven voor die dure wetenschappelijke tijdschriften. Zij leveren ook de deskundigen en experts die bij de wetenschappelijke uitgevers de kwaliteitsbewaking – het zogeheten peer review proces – verzorgen en die juist de meerwaarde geven aan dat tijdschrift en wat wordt doorberekend aan de abonnees. En desondanks betalen universiteiten en onderzoeksinstellingen miljoenen euro’s – een substantieel deel van hun onderzoeksbudgetten – om de artikelen die door hun eigen onderzoekers geschreven zijn – en peer reviewed zijn door hun eigen onderzoekers – toegankelijk te maken voor, jawel, hun eigen onderzoekers.

Open Access

Maar het wordt nog een stukje complexer. Eind 2013 schreef staatssecretaris Dekker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) een brief aan de Tweede Kamer waarin hij zijn Open Access beleid aankondigde.

Mijn uitgangspunt is dat resultaten van publiek en publiek/privaat gefinancierd onderzoek altijd vrij beschikbaar moeten zijn. Omdat het om publiek geld gaat, en er voor de uitrol van Open Access technisch in principe geen belemmeringen zijn, acht ik het van belang dat dit binnen afzienbare tijd gebeurt.

Hiermee wilde hij de druk vergroten om nu ook echt werk te gaan maken van Open Access. In 2018 moet 60% en in 2024 moet zelfs 100% van de wetenschappelijke publicaties, die met publiek geld gefinancierd zijn, Open Access beschikbaar zijn. Zijn eigen voorkeur gaat uit naar de gouden route en dat is ook de insteek geworden van de onderhandelingen die met de wetenschappelijke uitgevers gevoerd worden door de universiteiten.

Binnen het Open Access publiceren worden er twee routes onderscheiden: de gouden route (Gold Open Access) waarbij artikelen door de uitgever zelf in Open Access gepubliceerd worden. Dat kan in volledig OA Journals of in hybride tijdschriften die zowel artikelen bevatten die vrij toegankelijk zijn als artikelen die alleen voor abonnees toegankelijk zijn – de auteur, diens werk- of subsidiegever betaalt dan een Article Processing Charge (APC).

Maar ook de groene route (Green Open Access) waarbij artikelen na peer review maar vóór definitieve opmaak door of namens de auteur zelf gearchiveerd worden in een open repository (van de eigen instelling). Daar heeft een uitgever vaak een embargo-periode voor ingesteld. Dit heet self-archiving, is gratis en maakt vaak onderdeel uit van het beleid van het tijdschrift.

Waar wordt nou precies voor betaald?

Met de eis om Open Access te kunnen publiceren in de tijdschriften van een wetenschappelijke uitgever botsen er eigenlijk twee (betaal)modellen. Voorheen werd er alleen fors betaald voor de toegang tot de artikelen van de uitgever – en waren de artikelen in de Open Access tijdschriften vanzelfsprekend gratis toegankelijk voor iedereen – maar nu gaat het om zowel de toegang tot de niet-Open Access en hybride tijdschriften als om de mogelijkheid om in al die tijdschriften Open Access te publiceren. Zonder dat onderzoekers en auteurs additionele article processing charges (APC’s) moeten betalen.

Alle nieuw afgesloten Big Deals (Springer, Elsevier en nu dus Wiley) zijn daarmee een combinatie geworden van een toegangsregeling tot de betaalde tijdschriften van de uitgever en een afkoopregeling van APC’s voor – een deel van – die tijdschriften die 100% of hybride Open Access moeten gaan worden.

Kijk je naar het streven van de staatssecretaris dan zou een Big Deal idealiter alleen nog maar een afkoopregeling van APC’s zijn. Maar de praktijk is veel grilliger. Zo werd er eind vorig jaar met Elsevier afgesproken dat er een selectie van Elsevier tijdschriften (tot 30%) wordt aangewezen door de universiteiten waarin Nederlandse onderzoekers hun artikelen Open Access kunnen publiceren. De APC’s voor het publiceren in die (en alleen maar die) tijdschriften zijn weliswaar afgekocht maar als je als onderzoeker in een ander (OA) tijdschrift van Elsevier wil publiceren dan zul je alsnog zelf moeten zorgen voor de financiering ervan.

Ook bij de deal met Wiley wordt het ideaal niet gehaald. In de toelichting (PDF) is te lezen dat de overeenkomst het Open Access publiceren in ca. 1400 hybride tijdschriften van Wiley mogelijk maakt maar dat ironischerwijs het publiceren in de ca. 60 full Open Access tijdschriften van de uitgever niet onder de deal valt.

Dat is ook wel logisch want de full OA tijdschriften zitten natuurlijk niet in het pakket van betaalde titels maar er ontstaat hierdoor een rare situatie: onderzoekers kunnen “gratis” Open Access publiceren in de 1400 hybride tijdschriften van Wiley omdat de APC’s afgekocht zijn maar moeten wel APC’s betalen als ze in de full Open Access tijdschriften van Wiley willen publiceren. Het is niet moeilijk voor te stellen dat Nederlandse onderzoekers nu eerder gaan publiceren in de hybride tijdschriften in plaats van in de full Open Access tijdschriften. Waarom een afkoopregeling van APC’s voor deze tijdschriften niet meegenomen is in de nieuwe overeenkomst, is niet duidelijk.

Het hbo vindt Open Access eveneens belangrijk

Ook al worden de onderhandelingen gevoerd tussen universiteiten en uitgevers, de hbo instellingen hebben er net zo goed mee te maken. Een groot aantal hogeschoolbibliotheken heeft, als onderdeel van de overeenkomst met de universiteiten, eveneens de wetenschappelijke content afgenomen van Springer, Elsevier en Wiley voor de onderzoekers in het hbo.

Het hbo legt weliswaar meer de nadruk op de groene route als het op Open Access aankomt maar er wordt wel degelijk gepubliceerd in wetenschappelijke tijdschriften van Springer, Elsevier en Wiley. Of onderzoekers in het hbo gebruik kunnen maken van dezelfde mogelijkheden voor Open Access publiceren als hun collega’s bij de universiteiten is nog maar de vraag. Het nieuwsbericht en de toelichting hebben het alleen over onderzoekers van universiteiten maar het zou mijns inziens een gemiste kans zijn als onderzoekers uit het hbo ontmoedigd worden om Open Access te gaan publiceren omdat voor hun de APC’s niet afgekocht zijn.

Met dit nieuwe akkoord is het behalen van de Nederlandse Open Access doelstelling wederom een stuk(je) dichterbij gekomen. Maar of het ook echt het beoogde resultaat gaat opleveren voor *alle* onderzoekers, dat valt nog te bezien.

#

Raymond Snijders

Sinds 1995 houdt Raymond zich bezig met de combinatie van ICT, bibliotheken en onderwijs vanuit het perspectief van (vooral) de bibliotheek en informatievoorziening. Thans is hij werkzaam bij de Hogeschool Windesheim als senior informatiebemiddelaar en houdt hij zich bezig met de digitale bibliotheek, contentlicenties, ebooks en auteursrecht. Over deze onderwerpen en de impact die ze (kunnen) hebben op het onderwijs en bibliotheken blogt hij sinds 2006 op zijn Vakblog. In 2013 won hij de Victorine van Schaickprijs voor zijn blog.

Comments (22) Write a comment

  1. Pingback: Tweetweekoverzicht week 28 2016: Survivor vs Huckabee, OA Taylor & Francis, SocArXiv en het verschil tussen vrij toegankelijk, open access en rechtenvrij - Vakblog

Leave a Reply

Required fields are marked *.


This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top