Een hyperlink naar (illegale) content is geen auteursrechtinbreuk

hyperlink geen auteursrechtinbreukDe vraag of een hyperlink naar een (illegaal geplaatst) auteursrechtelijk beschermd werk een nieuwe openbaarmaking in de zin van de Auteurswet is, speelt al jaren in diverse rechtszaken. Kunnen er omstandigheden zijn waarbij een eenvoudig linkje al meteen een auteursrechtinbreuk oplevert?

Voordat het Europese Hof van Justitie later dit jaar hierover definitief uitspraak doet, gaf advocaat-generaal Wathelet zijn opinie over de prejudiciële vragen die door de (Nederlandse) Hoge Raad aan het HofvJEU zijn gesteld in de zaak Sanoma/Playboy/Dekker vs GeenStijl. Wathelet stelt dat het plaatsen van een hyperlink die verwijst naar een site waarop zonder toestemming foto’s zijn gepubliceerd, op zich geen auteursrechtinbreuk is.

Terugblik

Het is niet de eerste keer dat het Europese Hof van Justitie uitspraak doet over de auteursrechtelijke status van een hyperlink. In februari 2014 oordeelde het Europese Hof van Justitie in het Svensson-arrest dat een link weliswaar een nieuwe openbaarmaking van een werk is – iets wat normaliter voorbehouden is aan de rechthebbende – maar dat dit niet onrechtmatig is zolang er geen nieuw publiek mee wordt bereikt. Dit naar aanleiding van een rechtszaak in Zweden waarbij journalisten probeerden om nieuwssite Retriever te laten stoppen met het plaatsen van (deep)links naar artikelen van de journalisten.

Ook embedded links kwamen aan bod toen twee Duitse bedrijven een promotievideo die op een site van een concurrent stond, zelf opnieuw (zonder toestemming) hadden geüpload naar YouTube om die vervolgens weer te embedden op de eigen websites. Het Duitse Bundesgerichthof vroeg het Europese Hof van Justitie om een verduidelijking op de Svensson-uitspraak en kreeg die ook toen eind oktober 2014 het Europese Hof in het BestWater-arrest antwoord gaf op de gestelde vragen.

Het HofvJEU sloot aan bij de eerdere uitspraak in het Svensson-arrest en concludeerde  dat het embedden op een website van een openbaar toegankelijk beschermd werk op een andere website middels de zogenaamde ‘framing-techniek’ (zoals ook een YouTube-filmpje geëmbed wordt) geen inbreuk is zolang je daarmee geen mededeling aan een nieuw publiek doet en geen andere technieken gebruikt die de oorspronkelijke weergave van dat werk verandert.

Hoewel dit verduidelijkte dat het echt toegestaan is om auteursrechtelijk beschermd materiaal te embedden, was het Duitse Bundesgerichthof niet specifiek genoeg om antwoord te krijgen op het vraagstuk of er wel inbreuk gemaakt wordt als de content onrechtmatig en illegaal online is gezet.

Sanoma/Playboy/Dekker vs GeenStijl

En daarmee komen we aan bij de Nederlandse rechtszaak die inmiddels al aardig wat jaartjes duurt. Na twee vonnissen in 2012 en een hoger beroep in 2013 belandde de zaak – in cassatie – bij de Hoge Raad een jaar geleden (april 2015). De zaak gaat om een fotorapportage die voor het blad Playboy in oktober 2011 zijn gemaakt van Britt Dekker. Twee weken daarna ontving GeenStijl een “linktip” die verwees naar een bestand op de Australische website voor dataopslag Filefactory.com, die de foto’s uit de fotorapportage bleek te bevatten. Daags erna publiceerde GeenStijl een bericht waarin gelinkt werd naar de downloadpagina van het bestand op Filefactory.

Sanoma, de uitgever van het blad in Nederland, liet het er niet bij zitten en liet de bestanden verwijderen bij Filefactory. Ook spande ze een rechtszaak aan tegen GS Media, het bedrijf achter GeenStijl, met claims dat door het plaatsen van de hyperlinks inbreuk was gemaakt op het auteursrecht van de fotograaf.

In eerste instantie werd die vordering toegewezen maar in hoger beroep vernietigde het Hof dat vonnis. Het Hof was van oordeel dat GS Media door het plaatsen van de hyperlinks geen inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht, omdat de foto’s door de plaatsing op Filefactory al eerder openbaar waren gemaakt. Wel achtte het hof de handelwijze van GS Media onrechtmatig jegens Sanoma omdat met het plaatsen de hyperlinks het GeenStijl-publiek in hoge mate werd gefaciliteerd om de illegaal geplaatste, en zonder deze hyperlinks niet op eenvoudige wijze vindbare, foto’s te bekijken.

In cassatie deed de Hoge Raad op 3 april 2015 uitspraak en gaat ze uitgebreid in op de twee eerdere arresten van het Europese Hof van Justitie, het Svensson-arrest (r.o. 6.2.2) en het BestWater-arrest (r.o. 6.2.4). De Hoge Raad wil echter nadere toelichting van het Europese Hof van Justitie over het linken naar materiaal dat zonder toestemming openbaar is gemaakt en stelt op haar beurt prejudiciële vragen:

1.a Is sprake van een ‘mededeling aan het publiek’ in de zin van art. 3 lid 1 van Richtlijn 2001/29 wanneer een ander dan de auteursrechthebbende door middel van een hyperlink op een door hem beheerde website verwijst naar een door een derde beheerde, voor het algemene internetpubliek toegankelijke website, waarop het werk zonder toestemming van de rechthebbende beschikbaar is gesteld?

1.b Maakt het daarbij verschil of het werk ook anderszins niet eerder met toestemming van de rechthebbende aan het publiek is medegedeeld?

1.c Is van belang of de ‘hyperlinker’ op de hoogte is of behoort te zijn van het ontbreken van toestemming van de rechthebbende voor de plaatsing van het werk op de bij 1.a genoemde website van de derde en, in voorkomend geval, van de omstandigheid dat het werk ook anderszins niet eerder met toestemming van de rechthebbende aan het publiek is medegedeeld?

2.a Indien het antwoord op vraag 1.a ontkennend luidt: is in dat geval wél sprake van een mededeling aan het publiek, of kan daarvan sprake zijn, indien de website waarnaar de hyperlink verwijst, en daarmee het werk, voor het algemene internetpubliek weliswaar vindbaar is, maar niet eenvoudig, zodat het plaatsen van de hyperlink het vinden van het werk in hoge mate faciliteert?

2.b Is bij de beantwoording van vraag 2.a van belang of de ‘hyperlinker’ op de hoogte is of behoort te zijn van de omstandigheid dat de website waarnaar de hyperlink verwijst voor het algemene internetpubliek niet eenvoudig vindbaar is?

3. Zijn er andere omstandigheden waarmee rekening moet worden gehouden bij beantwoording van de vraag of sprake is van een mededeling aan het publiek indien door middel van een hyperlink toegang wordt verschaft tot een werk dat niet eerder met toestemming van de rechthebbende aan het publiek is medegedeeld?

Conclusie van advocaat-generaal Wathelet

Een conclusie van een advocaat-generaal is geen uitspraak van het Europese Hof van Justitie. Sterker nog, het is de taak van een advocaat-generaal om juist onafhankelijk van het Hof een juridische oplossing te vinden voor het specifieke geval waar de vragen om uitleg over gesteld worden. In de praktijk neemt het HofvJEU echter frequent de conclusie van de advocaat-generaal over.

In zijn conclusie van 7 april 2016 en het persbericht (PDF) erkent de advocaat-generaal dat hyperlinks op een website het vinden van andere sites en de op die sites beschikbare beschermde werken in hoge mate faciliteren.[…] Niettemin stellen
hyperlinks die leiden naar beschermde werken – zelfs als zij direct zijn – deze niet beschikbaar aan een publiek wanneer zij al vrij toegankelijk zijn op een andere site en zij het vinden ervan louter faciliteren. De daadwerkelijke “beschikbaarstelling” wordt gevormd door de handeling van de persoon die de oorspronkelijke mededeling heeft gedaan.

En daarmee, is zijn conclusie, dat hyperlinks die verwijzen naar auteursrechtelijk beschermde werken die vrij toegankelijk zijn op een andere site geen auteursrechtelijke openbaarmaking zijn.

Maakt het dan uit of je linkt naar onrechtmatig openbaar gemaakte werken en of je wel of niet op de hoogte zou (moeten) zijn of het legaal of illegaal is? Nee, zegt de advocaat-generaal, want als een werk vrij toegankelijk is maakt het niet uit of degene die linkt weet, of had kunnen weten, of de content waarnaar gelinkt wordt zonder toestemming openbaar is gemaakt.

Hij vindt ook niet dat de gemiddelde internetgebruiker over voldoende kennis beschikt om daar uberhaut een oordeel over te vellen. Voor de advocaat-generaal zou elke andere uitlegging van het begrip “mededeling aan het publiek” de werking van internet aanmerkelijk belemmeren en een van de voornaamste doelstellingen van de richtlijn doorkruisen, namelijk de ontwikkeling van de informatiemaatschappij in Europa. Als elke willekeurige link een potentiële auteursrechtinbreuk zou kunnen opleveren dan zouden gebruikers veel terughoudender zijn met hyperlinks en de werking van het internet zelf in gevaar kunnen brengen.

Of zoals de advocaat-generaal het uiteindelijk zelf samenvat:

1) Artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij, moet aldus worden uitgelegd dat het plaatsen op een website van een hyperlink naar een andere website waarop auteursrechtelijk beschermde werken vrij toegankelijk zijn voor het publiek zonder toestemming van de rechthebbende, geen handeling bestaande in een mededeling aan het publiek vormt.

2) Artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29 moet aldus worden uitgelegd dat het niet van belang is of degene die op een website een hyperlink plaatst naar een andere website waarop auteursrechtelijk beschermde werken vrij toegankelijk zijn voor het publiek, op de hoogte is of behoort te zijn van het ontbreken van toestemming van de rechthebbende voor de plaatsing van de betrokken werken op die andere website of van de omstandigheid dat het werk ook anderszins niet eerder met toestemming van de rechthebbende aan het publiek is medegedeeld.

3) Artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29 moet aldus worden uitgelegd dat een hyperlink naar een andere website waarop auteursrechtelijk beschermde werken vrij toegankelijk zijn voor het publiek, die de toegang van internetgebruikers tot de betrokken werken faciliteert of eenvoudiger maakt, geen ‘mededeling aan het publiek’ in de zin van deze bepaling vormt.

Hyperlinks kunnen nooit een auteursrechtinbreuk opleveren(?)

Zoals eerder aangegeven hoeft de conclusie van de advocaat-generaal niet overeen te komen met de uitspraak die het Europese Hof van Justitie later dit jaar zal doen. De conclusie geeft een ruimere en vrijere interpretatie van hyperlinks dan de beide eerdere uitspraken van het Europese Hof van Justitie. Dat lijkt mij ook de praktische correcte interpretatie als je wilt voorkomen dat het internet zelf ten onder gaat aan vermeende auteursrechtinbreuken maar het betekent feitelijk ook dat geen enkele hyperlink een auteursrechtinbreuk meer kan opleveren.

De voorwaarde dat bij het aanspreken van een nieuw publiek, er wel degelijk een nieuwe openbaarmaking kan plaatsvinden – zoals die in beide eerdere arresten is geformuleerd – vervalt eigenlijk ook in de conclusie van de advocaat-generaal. Als content een URL heeft dan is het mijns inziens per definitie vrij toegankelijk aangezien je met die URL meteen toegang hebt. De enige uitzondering is als er een vorm van beveiliging (inloggen) is aangebracht zoals alle betaalde content achter betaalmuren.

Het maakt dan bijvoorbeeld ook niet meer uit of een (al dan niet onrechtmatig) openbaar gemaakt werk alleen selectief publiek gemaakt is door een speciale ‘deel-link’ zoals je die verkrijgt als je bestanden deelt via diensten als Filefactory, Dropbox en Google Drive. Of een YouTube video die alleen bekeken kan worden als je de exacte link toegestuurd krijgt. Via die URL’s zijn ze vrij toegankelijk en het verder verspreiden van die URL’s levert dan geen inbreuk op.

Of de vrijheid van linkjes maken (en delen) en daarmee de vrijheid van het internet ook daadwerkelijk gegarandeerd wordt, of dat het Europese Hof van Justitie toch de lijn van de eerdere arresten doortrekt en tot een andere uitspraak komt zullen we moeten afwachten. Hopelijk wordt de discussie dit jaar voor eens en altijd beslecht.

Meer lezen? Het (Nederlandstalige) persbericht van de advocaat-generaal // De (volledige en Nederlandstalige) conclusie van de advocaat-generaal (CURIA) // Mag je nou wel of niet linken naar werken die zonder toestemming openbaar gemaakt zijn? (Vakblog april 2015)
@foto via Pixabay met CC0-verklaring

#

Raymond Snijders

Sinds 1995 houdt Raymond zich bezig met de combinatie van ICT, bibliotheken en onderwijs vanuit het perspectief van (vooral) de bibliotheek en informatievoorziening. Thans is hij werkzaam bij de Hogeschool Windesheim als senior informatiebemiddelaar en houdt hij zich bezig met de digitale bibliotheek, contentlicenties, ebooks en auteursrecht. Over deze onderwerpen en de impact die ze (kunnen) hebben op het onderwijs en bibliotheken blogt hij sinds 2006 op zijn Vakblog. In 2013 won hij de Victorine van Schaickprijs voor zijn blog.

Comments (12) Write a comment

Leave a Reply

Required fields are marked *.


This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

  • © 2006- 2019 Vakblog – werken met informatie
    Aangedreven door WordPress en duizenden liters koffie // Theme: Tatami van Elmastudio
Top